Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:3584

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-07-2018
Datum publicatie
27-07-2018
Zaaknummer
16/652361-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan diefstal. Ze hebben het slachtoffer achtervolgd en hem met geweld van een pet en een mobiele telefoon beroofd. Het slachtoffer is geschopt en geslagen terwijl hij op de grond lag. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld en het reclasseringsadvies.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden en legt verdachte een vrijheidsbeperkendemaatregel, een contactverbod, op.

De straf wijkt af van de eis van de officier van justitie omdat verdachte wordt vrijgesproken van oplichting en verduistering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/652361-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 27 juli 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

gedetineerd in de PI Almere.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 juli 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. B. Nitrauw en van hetgeen verdachte en diens raadsman mr. R.P.A. Kint, advocaat te Zoetermeer, alsmede de benadeelde partij [aangever 1] naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 6 april 2018 te Almere in vereniging een mobiele telefoon en pet van [aangever 2] met geweld heeft gestolen;

feit 2 primair: in de periode van 2 april 2018 tot en met 9 april 2018 te Almere in vereniging [aangever 1] heeft opgelicht;

feit 2 subsidiair: in de periode van 2 april 2018 tot en met 9 april 2018 te Almere in vereniging opzettelijk een mobiele telefoon en/of simkaart van [aangever 1] heeft verduisterd.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit van het onder feit 1, feit 2 primair en feit 2 subsidiair ten laste gelegde.

Verdachte heeft [aangever 2] wel aangesproken en was toen in gezelschap van anderen, maar hij heeft geen goederen van het slachtoffer afgepakt en tegen hem geen geweld gebruikt. Hij heeft geen wetenschap gehad van het wegnemen van de telefoon en de pet. Als die weggenomen zijn moet een ander dat gedaan hebben. Aangever heeft ook verklaard dat de telefoon door een ander dan verdachte is weggenomen. Het voor diefstal vereiste opzet ontbreekt dus. Uit de aangifte is niet af te leiden dat verdachte geweld toegepast heeft. Het kan zijn dat de anderen geweld gebruikt hebben, maar indien aangever door drie à vier personen tegen het hoofd zou zijn getrapt, zou het letsel heftiger zijn geweest.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman opgemerkt dat uit het in de woning van verdachte aantreffen van een telefoon, waarop berichten van aangeefster staan, niet volgt dat verdachte op enig moment contact heeft gehad met aangeefster. Dat het doosje met het factuuroverzicht op naam van [aangever 1] is aangetroffen in de auto op de plaats waar verdachte heeft gezeten, te weten de bijrijdersstoel, betekent niet dat verdachte een bijdrage aan het feit geleverd heeft. Het is niet vast te stellen dat verdachte de betreffende iPhone of simkaart op enig moment onder zich heeft gehad als houder. Er blijkt ook niet van wetenschap van een toe-eigeningshandeling door een ander.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. Het aantreffen van het doosje met een factuuroverzicht op naam van [aangever 1] in de auto waarin verdachte heeft gezeten en het aantreffen in de woning van verdachte van een telefoon waarop berichten van aangeefster staan zijn onvoldoende om de strafrechtelijke betrokkenheid van verdachte bij het onder 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde vast te stellen.

Bewijsmiddelen 1

Aangever heeft verklaard: “Op vrijdag 6 april 2018, (…) liep ik in mijn eentje vanaf mijn woning (…) te Almere, richting de bushalte. (…) Toen (…) zag ik dat er een zwarte Volkswagen Polo aan kwam rijden. Ik zag dat deze auto met hoge snelheid, richting mij kwam rijden. Ik zag dat het voertuig voor mij stopte, midden op de weg, en dat er twee (2) jongens uit stapten. Ik herkende één (1) van deze jongens, direct als [verdachte] . (…) Ik zag dat [verdachte] en de onbekende jongen, met versnelde pas op mij af kwamen. Ik rende weg (…). Ik zag dat de jongens mij achterna renden en steeds dichterbij kwamen. Ik had op dat moment geen idee wat zij van mij wilden. Ik kwam toen op een groenstrook uit (…). Doordat de groenstrook schuin naar beneden afliep, viel ik in het gras op de grond. Toen ik wilde opstaan, werd ik door iemand in mijn gezicht geschopt. Ik zag niet wie dat deed omdat deze schop vanaf de zijkant werd gegeven. Ik voelde door de schop, direct pijn aan de linkerkant van mijn gezicht, ter hoogte van mijn slaap. Ik voelde dat ik duizelig werd door de schop maar probeerde desondanks op te staan. Toen ik wilde opstaan, werd ik door de onbekende jongen in mijn gezicht geslagen. Ik voelde dat zijn vuist mijn gezicht raakte. Ik voelde toen direct pijn boven mijn linkeroog. Toen ik nog op de grond lag, na die klap, zag ik dat de onbekende jongen mijn telefoon afpakte. Ik had een zwarte Apple iPhone 6S in mijn handen, omdat ik onderweg muziek luisterde. (…) Nadat de onbekende jongen mijn iPhone had gepakt, voelde ik dat ik in mijn rug werd getrapt. Ik voelde dat ik in het midden van mijn rug geschopt werd. Ik voelde hier direct pijn aan. Toen mijn telefoon was afgepakt door de onbekende jongen, zag ik dat hij rustig weg liep door de Pieter de Hooghstraat. Ik zag dat de eerder genoemd zwarte Volkswagen Polo, inmiddels naar ons toe was gereden en dat de bestuurder uitstapte. Ik herkende de bestuurder direct als [medeverdachte] . (…) Ik merkte op, dat ik tijdens de mishandeling constant gefilmd werd door [verdachte] . (…)”

Het proces-verbaal van aangifte houdt voorts in:

“De aangever verstrekte over de bij het incident betrokken goederen de volgende aanvullende informatie (…) Pet (…) Dsquared Icon (…) donkerblauw, letters: donkergeel” 2

Getuige [getuige] heeft verklaard: “Ik zag dat deze jongens vanuit de Jan Steenstraat kwamen rennen. Ik zag duidelijk dat de voorste jongen wegrende/vluchtte voor de andere drie jongens. (…) Ik zag dat de voorste jongen over de heg sprong en op het gasveld aan de Pieter de Hooghstraat onderuit ging. Ik zag dat de andere drie jongens gelijk op hem in begonnen te trappen. Ik zag dat de jongen op de grond bleef liggen en zich klein maakte. De andere drie bleven op hem in trappen. Ik zag dat de jongen die op de grond lag ook op zijn hoofd geraakt werd. Ik kan niet zeggen wie deze trap gaf. Alle drie de jongens hebben hem meerdere trappen gegeven. (…) Ik zag vervolgens dat de drie jongens weg renden naar een zwart kleurige Volkswagen Polo die geparkeerd stond op de Pieter de Hooghstraat te Almere. Ik zag dat er nog een persoon achter het stuur van de auto zat. (…) Ik zag dat het kenteken begon met [kenteken] de rest van kenteken heb ik niet kunnen zien. Ik zag vervolgens dat de auto met hoge snelheid wegreed.”3

Ter zitting heeft getuige [getuige] verklaard dat zij verdachte herkent als één van de daders en dat zij verdachte heeft zien schoppen tegen aangever.4

Een proces-verbaal van bevindingen houdt in: “Ik zag dat de aangever een verdikking had bij zijn linkeroog. Ik zag dat de verdachte een verkleuring had boven zijn linkeroog. Ik zag dat de verkleuring donkerder gekleurd was ten opzichte van zijn huidskleur.”5

Uit processen-verbaal van bevindingen blijkt: “Wij, verbalisanten, [deden] onderzoek naar een voertuig waar de verdachten na het plegen van een straatroof in waren weggereden. (…) een zwarte Volkswagen Polo voorzien van het kenteken [kenteken] . (…) Voor de bijrijdersstoel zagen wij een blauwe pet liggen van het merk Dsquared2. Wij zagen dat dat voorop de pet “ICON” stond.”6

“Ik liet de eerder omschreven pet aan de aangever zien en vroeg aan hem of dit zijn pet was. Ik hoorde de aangever het volgende tegen mij zeggen ”Dit is de pet die ik ophad, en die van mij is gestolen en waarvan ik aangifte gedaan heb”.” 7

Gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1. op 6 april 2018 te Almere, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen een mobiele telefoon (merk: Apple) en een pet (merk: Dsquared2), toebehorende aan [aangever 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij en/of zijn mededaders die voornoemde [aangever 2] achtervolgd hebben en waarna voornoemde [aangever 2] ten val is gekomen en die voornoemde [aangever 2] meerdere malen (terwijl die voornoemde op de grond lag) hebben geschopt en geslagen in/op/tegen het gezicht en het hoofd en de rug.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder feit 1 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

feit 1

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte gevorderd:

- verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 7 maanden, met aftrek van het voorarrest;

- aan verdachte de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid van verdachte op te leggen voor de duur van 2 jaren, inhoudende een contactverbod met [aangever 2] en een locatieverbod voor het adres van [aangever 2] ;

- de duur van de vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer wordt gelegd voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan te bepalen op 1 week.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte nog jong is. Hij heeft daarom verzocht een deels voorwaardelijke straf op te leggen als stok achter de deur en steun in de rug.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf/maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich, samen met anderen, schuldig gemaakt aan een beroving, waarbij het slachtoffer is achtervolgd en hem met geweld een pet en een mobiele telefoon afhandig zijn gemaakt. Het slachtoffer is hierbij geschopt en geslagen op gezicht, hoofd en rug, terwijl hij ten val was gekomen en op de grond lag. Verdachte heeft niet alleen op grove wijze het eigendomsrecht van het slachtoffer geschonden, maar hem ook pijn en letsel toegebracht. Blijkens de verklaring die de moeder van het slachtoffer ter zitting heeft afgelegd is het slachtoffer zo aangedaan door de beroving dat hij zijn opleiding heeft moeten staken.

Een dergelijk – gewelddadig, intimiderend en brutaal – feit, gepleegd op een voor het publiek toegankelijke plek, is zeer bedreigend en versterkt de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) gaan voor een straatroof met licht geweld of verbale bedreiging uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

Gelet op het voorgaande kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 29 mei 2018, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld;

- reclasseringsadviezen van 16 mei 2018 en 4 juli 2018, uitgebracht door Reclassering Nederland.

Uit de reclasseringsadviezen volgt dat verdachte geen opleiding volgt en geen diploma heeft weten te behalen. Hij gebruikt vanaf zijn vijftiende hash, welk gebruik hij lijkt te bagatelliseren. De politie krijgt in 2017 vanwege meerdere meldingen de indruk dat verdachte aan het afglijden is. Verdachte heeft, na eerst aangegeven te hebben niet gemotiveerd te zijn voor begeleiding, thans aangegeven wel mee te willen werken aan reclasseringstoezicht. De reclassering heeft geadviseerd om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandelverplichting vanwege zijn verslavingsproblematiek, een contactverbod met [aangever 2] en indien geïndiceerd het meewerken aan urinecontroles, een traject gericht op dagbesteding en een traject gericht op financiën.

De rechtbank is van oordeel dat gebleken is dat verdachte onvoldoende gemotiveerd is voor hulp en begeleiding vanuit de reclassering, waardoor zij geen aanleiding ziet om een deel van de op te leggen straf voorwaardelijk op te leggen met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden. Omdat er aanwijzingen zijn dat er spanningen bestaan tussen het slachtoffer en de groep waar verdachte toe behoort die kunnen escaleren, is een maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht noodzakelijk.

De rechtbank zal daarom voor de beveiliging van de maatschappij en voor het voorkomen van strafbare feiten bevelen dat verdachte:

  • -

    zich niet ophoudt in een straal van 100 meter rondom het adres van [aangever 2] , zijnde de [adresgegevens] en alle eventueel toekomstige adressen van [aangever 2] ;

  • -

    zich onthoudt van contact met [aangever 2] , geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] .

De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van 2 jaren. Voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan, zal vervangende hechtenis voor een hierna te bepalen duur worden opgelegd.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht en van de vrijheidsbeperkende maatregel zoals hierboven genoemd passend en geboden is. De rechtbank legt een lagere straf op dan die door de officier van justitie gevorderd is, omdat de rechtbank verdachte vrijspreekt van het onder 2 tenlastegelegde.

9 BESLAG

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de beslag genomen namaak Iphone, onttrekken aan het verkeer. Dit voorwerp is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Het voorwerp is bij gelegenheid van het onderzoek naar het feit waarvan hij wordt verdacht aangetroffen. Dit voorwerp kan bovendien dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, dan wel tot belemmering van de opsporing daarvan.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van het in beslag genomen voorwerp, te weten een Apple Iphone 6s, model a1688 (PL0900-2018094787-2173012).

10 BENADEELDE PARTIJ

[aangever 2] en [aangever 1] hebben zich als benadeelde partij in het geding gevoegd.

[aangever 2] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 2.259,76. Dit bedrag bestaat uit € 1.259,76 materiële schade en € 1.000,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit. Het bedrag aan materiële schade is als volgt opgebouwd: iPhone 6S € 754,76, Schoenen Alexander McQueen € 395,- en Dsquared2 pet € 110,-.

[aangever 1] vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 1.960,- aan materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde feit. Dat bedrag is als volgt opgebouwd: abonnementskosten € 960,- en bestelde pakketjes € 1.000,-.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat van de vordering van [aangever 2] de materiële schade aan de telefoon van € 754,76 en de immateriële schade van € 1.000,- voor toewijzing vatbaar zijn. De overige kosten dienen niet vergoed te worden omdat de pet geretourneerd kan worden aan het slachtoffer en de schade aan de schoenen van het merk Alexander McQueen onvoldoende is onderbouwd.

Bij de vordering van [aangever 1] staat voldoende vast dat de schade voor het afsluiten van een telefoonabonnement € 960,- bedraagt, zodat dit bedrag toegekend kan worden. Subsidiair kan de openstaande schuld ter hoogte van € 302,03,- worden toegewezen. De schade inzake de postpakketjes staat onvoldoende vast, zodat dit niet voor toewijzing vatbaar is.

10.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de vordering van [aangever 2] heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk verklaard moet worden gelet op de door hem bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman aangegeven dat de pet geretourneerd zal worden en de overige posten onvoldoende onderbouwd zijn, zodat de vordering voor zover deze ziet op materiële schade afgewezen moet worden. De verzochte immateriële schadevergoeding is te hoog gelet op het beperkte letsel.

Ten aanzien van de vordering van [aangever 1] heeft de raadsman gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar vordering gelet op de door hem bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft hij gesteld dat de vordering moet worden afgewezen omdat de schade onvoldoende is onderbouwd.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

[aangever 2]

De schade voor zover die betrekking heeft op de schadeposten voor de mobiele telefoon en de immateriële schade ter hoogte van in totaal € 1.754,76 komt voor vergoeding in aanmerking. Hoewel de schade aan de telefoon verder niet onderbouwd is met stukken, is de rechtbank van oordeel dat deze schade voldoende vast staat. De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 1.754,76 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 6 april 2018 tot de dag van volledige betaling.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde afwijzen. Reden daarvoor is dat de pet aan de benadeelde partij geretourneerd zal worden (zoals zal worden bepaald in het vonnis tegen de medeverdachte [medeverdachte] ) en een causaal verband tussen schade aan de genoemde schoenen en het bewezenverklaarde feit niet aangetoond is.

Verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [aangever 2] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.754,76, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 6 april 2018 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 27 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

[aangever 1]

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het onder 2 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36d, 36f, 38v, 38w en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf en/of maatregel

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 2 jaren en beveelt dat verdachte

  • -

    zich niet ophoudt in een straal van 100 meter rondom het adres van [aangever 2] , zijnde de [adresgegevens] en alle eventueel toekomstige adressen van [aangever 2] ;

  • -

    zich onthoudt van contact met [aangever 2] , geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ;

- beveelt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt ten uitvoer gelegd voor de duur van ten hoogste 7 dagen, met een totale duur van ten hoogste 6 maanden;

Beslag

- verklaart het volgende voorwerp onttrokken aan het verkeer:

 een namaak iPhone (PL0900-2018094787-2173013;

- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp:

 een Apple iPhone 6s, model a1688 (PL0900-2018094787-2173012);

Benadeelde partij

- wijst de vordering van [aangever 2] toe tot een bedrag van € 1.754,76;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [aangever 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 april 2018 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- wijst de vordering van [aangever 2] voor wat betreft het meer gevorderde af;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [aangever 2] aan de Staat € 1.754,76 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 april 2018 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 27 dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

- verklaart [aangever 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt de benadeelde partij [aangever 1] in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.M.A. Sinnige, voorzitter, mrs. C.A. de Beaufort en P.K. Oosterling-van der Maarel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.T. Feenstra, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 juli 2018.

Mr. C.A. de Beaufort is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 april 2018 te Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een mobiele telefoon (merk: Apple) en/of een pet (merk: Dsquared2), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die perso(o)n(en) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s) die voornoemde [aangever 2] achtervolgd heeft/hebben en/of (waarna) voornoemde [aangever 2] ten val is gekomen en/of die voornoemde [aangever 2] één of meerdere malen (terwijl die voornoemde op de grond lag) heeft/hebben geschopt en/of geslagen is in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of de rug althans het lichaam;

2.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 2 april 2018 tot en met 9 april 2018 te Almere, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever 1] heeft bewogen tot de afgifte van een foto van haar paspoort en/of haar (ABN AMRO) bankpas en/of de pincode van haar (bij die bankpas behorende) bankrekening, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [aangever 1] gezegd dat zij makkelijk en/of snel geld kon verdienen en/of zich (richting die [aangever 1] ) voorgedaan als bonafide zakenman en/of die [aangever 1] (via what's app) een of meer berichten gestuurd met daarin verwoord 'hoe een en ander in zijn werk gaat' en/of een abonnement voor die

[aangever 1] afgesloten bij Belsimpel en/of tegen die [aangever 1] gezegd dat zij een (nieuwe) mobiele telefoon zou ontvangen, waardoor [aangever 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 2 april 2018 tot en met 9 april 2018 te Almere, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, opzettelijk een mobiele telefoon en/of een simkaart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door

misdrijf onder zich had, te weten als (tijdelijk) houder, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 8 april 2018, genummerd 2018094787 en 2018095191, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 155. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina’s 6 tot en met 8.

3 Pagina’s 15 en 16.

4 Verklaring van getuige [getuige] bij het onderzoek ter terechtzitting op 13 juli 2018.

5 Pagina 17.

6 Pagina 28 en 29.

7 Pagina 17.