Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:3494

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24-07-2018
Datum publicatie
31-07-2018
Zaaknummer
C/16/457051 / FL RK 18-586
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verbetering geboorteakte, internationaal privaatrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling familierecht

Locatie Lelystad

zaaknummer: C/16/457051 / FL RK 18-586

datum: 24 juli 2018

beschikking van de enkelvoudige familiekamer

inzake

De officier van justitie

in het arrondissement

Midden-Nederland,

hierna te noemen de officier van justitie,

verzoeker,

en

1 De ambtenaar van de

burgerlijke stand van

de gemeente Noordoostpolder,

aldaar zetelende,

hierna te noemen de ambtenaar,

2 [belanghebbende],

hierna te noemen [belanghebbende],

gemachtigde E. Bogdanzaliew, advocaat,

kantoorhoudende te Dresden, Duitsland,

belanghebbenden.

1 Het procesverloop

1.1.

De officier van justitie heeft op 21 maart 2018 onder bovenvermeld zaaknummer een verzoekschrift ingediend, dat betrekking heeft op het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Noordoostpolder.

1.2.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de overige op deze zaak betrekking hebbende stukken, waaronder het verzoek van de ambtenaar aan de officier van justitie van 25 januari 2018 betreffende een verbetering van de geboorteakte van [belanghebbende] met als bijlage:

- een brief van mevrouw Bogdanzaliew, advocaat te Duitsland (hierna aangeduid als Bogdanzaliew), aan de ambtenaar van 5 mei 2017, met als bijlagen:

o de door [belanghebbende] aan Bogdanzaliew verstrekte volmacht;

o de geboorteakte van [belanghebbende];

o kopieën van de verblijfsvergunningen van [belanghebbende], [A] en [B];

o de verklaringen van [A] en [B] dat zij de ouders zijn van [belanghebbende], afgelegd op 12 december 2011 voor dr. Bodo Zumpe, notaris in Duitsland;

o de trouwakte van [A] en [B], afgegeven op

30 september 2011;

o de geboorteakte van [A] afgegeven op 30 september 2011, en

- een brief van 4 juni 2018 van de gemeente Noordoostpolder met als bijlage een uittreksel uit een Duits register voor buitenlanders betreffende [belanghebbende] van

20 februari 2007.

1.3.

Er heeft geen behandeling ter zitting plaatsgevonden.

2 Vaststaande feiten

2.1.

In de akte van geboorte met nummer [nummer] van het jaar 1997 staat vermeld, dat op

[geboortedatum] 1997 in de gemeente Noordoostpolder is geboren: [belanghebbende], met het vrouwelijke geslacht. Als moeder is in die akte opgenomen [naam moeder]. Een vader is niet vermeld.

2.2.

Van deze geboorte is op 22 augustus 1997 aangifte gedaan door [C].

3 Beoordeling van de zaak

3.1.

De officier van justitie verzoekt de ambtenaar te gelasten de geboorteakte met nummer [nummer] van het jaar 1997 als volgt te verbeteren.

Het kind:

  • -

    Geslachtsnaam van het kind moet zijn: [geslachtsnaam 1]

  • -

    Voornaam van het kind moet zijn: [voornaam kind]

Vader:

  • -

    Geslachtsnaam van de vader moet zijn: [geslachtsnaam 1]

  • -

    Voornaam van de vader moet zijn: [voornaam vader]

  • -

    Geboortedatum van de vader is: [1976]

  • -

    Geboorteplaats van de vader is: [geboorteplaats], Turkije

Moeder:

  • -

    Geslachtsnaam van de moeder moet zijn: [geslachtsnaam 1]

  • -

    Voornaam van de moeder moet zijn: [voornaam moeder]

  • -

    Geboortedatum van de moeder is: [1980]

  • -

    Geboorteplaats van de moeder is: [geboorteplaats], Turkije

3.2.

De officier van justitie heeft ter onderbouwing van het verzoek - kort en zakelijk weergegeven - het volgende naar voren gebracht.

3.3.

[A] en [B] waren ten tijde van de geboorte van [belanghebbende] met elkaar gehuwd, maar konden dit destijds niet aantonen met geldige documenten. Op

31 augustus 2011 kreeg het gezin een verblijfsvergunning. De ouders van [belanghebbende] dragen de juiste geslachtsnaam [geslachtsnaam 1], maar [belanghebbende] draagt de geslachtsnaam [geslachtsnaam 2], de aliasnaam waarmee het gezin asiel heeft gezocht. Inmiddels zijn de ouders in het bezit van geldige officiële documenten.

De officier van justitie heeft verzocht de geboorteakte van [belanghebbende] te verbeteren door haar naam te wijzigen, de naam van haar moeder te wijzigen en de overige gegevens van haar moeder te wijzigen / aan te vullen alsmede de gegevens van haar vader op te nemen.

3.4.

Uit de overgelegde huwelijksakte, blijkt dat [A] en [B] op

[1994] in [plaats] te Turkije zijn gehuwd.

3.5.

Volgens Bogdanzaliew hebben [A] en [B] beiden de Turkse nationaliteit.

3.6.

Uit de stukken valt af te leiden dat [belanghebbende] haar gewone verblijfplaats in Duitsland heeft. Uit het uittreksel uit een Duits register voor buitenlanders van 20 februari 2007 is vermeld dat [belanghebbende] staatloos is.

Rechtsmacht en toepasselijk recht

3.7.

De rechtbank is van oordeel dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 sub c van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rechtsmacht toekomt. Immers, het verzoek heeft betrekking op verbetering van een in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand opgenomen akte. Nu het verzoek strekt tot verbetering van een Nederlandse akte, is Nederlands recht van toepassing op het verzoek.

3.8.

Op grond van artikel 1:24 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kunnen op verzoek van onder meer het openbaar ministerie verbeteringen van een in een register van de burgerlijke stand voorkomende akte worden gelast door de rechtbank. Naar de rechtbank begrijpt wordt verzocht om verbetering van de geboorteakte van [belanghebbende] nu die misslagen bevat.

Het gaat daarbij om:

  1. het wijzigen van de geslachtsnaam en het toevoegen van een voornaam van het kind;

  2. het toevoegen van de gegevens van de vader (geslachtsnaam, voornaam, geboorteplaats en -datum), en

  3. wijzigingen van de gegevens van de moeder (geslachtsnaam, voornaam, geboorteplaats en -datum).

3.9.

Voordat tot verbetering van de geboorteakte kan worden overgegaan moet de rechtbank op grond van internationaal privaatrecht inhoudelijk beoordelen of de geboorteakte misslagen bevat.

Beoordeling van de verzoeken

Geslachtsnaam kind

3.10.

Voor de beoordeling van de verzochte verbetering van de geboorteakte betreffende de geslachtsnaam van [belanghebbende] is van belang de vraag naar welk recht de geslachtsnaam van [belanghebbende] wordt bepaald.

3.11.

Op grond van artikel 10:19 BW wordt de geslachtsnaam van een vreemdeling bepaald door het recht van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft. Onder recht zijn mede begrepen de regels van internationaal privaatrecht. Uitsluitend voor de vaststelling van de geslachtsnaam worden de omstandigheden waarvan dit afhangt beoordeeld naar dat recht.

3.12.

Ingevolge artikel 10:16 BW geldt, indien het nationale recht van een natuurlijk persoon van toepassing is en de betrokken persoon staatloos is of zijn nationaliteit niet kan worden vastgesteld, als zijn nationale recht het recht van de staat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft.

3.13.

De officier van justitie dient zich, met inachtneming van het onder 3.11. en 3.12. vermelde, uit te laten over de vragen welk recht van toepassing is op de geslachtsnaam van [belanghebbende] en welke geslachtsnaam [belanghebbende] op grond van het toepasselijke recht dient te krijgen.

Verbetering/aanvulling gegevens [A] en opnemen gegevens [B]

3.14.

Voor de beoordeling van de verzochte verbetering van de geboorteakte betreffende de wijziging en aanvulling van de gegevens van [A] en het opnemen van de gegevens van [B] is van belang de vraag naar welk recht dient te worden bepaald of [A] en [B] de juridische ouders zijn van [belanghebbende].

3.15.

Op grond van artikel 10:92, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) wordt de vraag, of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekking komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde of gehuwd geweest zijnde man, bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en de man of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en de man elk hun gewone verblijfplaats hebben, of indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.

3.16.

Er zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt welke nationaliteit [A] en [B] hadden ten tijde van de geboorte van [belanghebbende]. De rechtbank zal de officier van justitie opdragen deze bewijsstukken alsnog over te leggen. In het geval blijkt dat zij geen gemeenschappelijke nationaliteit hadden op voormeld moment is van belang de vraag waar [A] en [B] hun gewone verblijfplaats hadden ten tijde van de geboorte van [belanghebbende]. De officier van justitie zal zich hierover dienen uit te laten, indien blijkt dat partijen geen gemeenschappelijke nationaliteit hadden.

Verder dient de officier van justitie zich, met inachtneming van het onder 3.15. vermelde, uit te laten over de vraag welk recht van toepassing is en over de vraag of [A] en [B] op grond van het toepasselijke recht de juridische ouders van [belanghebbende] zijn.

Conclusie

3.17.

Gelet op het voormelde heeft de rechtbank alvorens te kunnen beslissen op het verzoek van de officier van justitie nadere informatie nodig. De rechtbank zal dan ook de officier van justitie opdragen de rechtbank de hiervoor vermelde informatie schriftelijk te doen toekomen. De ambtenaar en [belanghebbende], middels de door haar gemachtigde Bogdanzaliew, zullen in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk te reageren op die informatie. De rechtbank zal de beslissing op het verzoek van de officier aanhouden in afwachting van de informatie van de officier van justitie en de reacties van de ambtenaar en [belanghebbende].

4 Beslissing

De rechtbank:

4.1.

houdt de beslissing op het verzoek van de officier van justitie aan,

4.2.

draagt de officier van justitie op de rechtbank binnen vier weken na de datum van deze beschikking schriftelijk te informeren zoals hiervoor is vermeld onder 3.13. en 3.16. alsmede de onder 3.16. vermelde bewijsstukken over te leggen,

4.3.

stelt de ambtenaar en [belanghebbende], middels de door haar gemachtigde Bogdanzaliew, in de gelegenheid binnen vier weken na de ontvangst van voormelde informatie van de officier van justitie schriftelijk te reageren op die informatie.

Aldus gegeven door mr. A.P. de Jong-de Goede, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. J.K. Franken, griffier en uitgesproken door mr. K.G. van de Streek ter openbare terechtzitting van 24 juli 2018.