Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:3431

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-07-2018
Datum publicatie
28-11-2018
Zaaknummer
16.659420-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

nauwe en bewuste samenwerking tussen 4 daders bij beroving twee personen apart op hetzelfde moment, nummeriek overwicht; vrijspraak poging verkrachting, geen bewijs voor de intentie van seksueel binnendringen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummers: 16.659420-17 en 16.659121-17 (gevoegd ter terechtzitting) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 17 juli 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 juli 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. Kamper en van hetgeen verdachte en mr. M.N. de Bruijn, advocaat te Almere, naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door [A] namens [instelling 1] en door [B] namens de Raad voor de Kinderbescherming naar voren is gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlasteleggingen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

16.659420-17

Feit 1: op 18 maart 2017 op het [naam pad] in Almere al dan niet samen met anderen

[slachtoffer 1] heeft geprobeerd af te persen;

Feit 2: op 18 maart 2017 op het [naam pad] in Almere al dan niet samen met anderen

[slachtoffer 2] heeft beroofd van zijn portemonnee;

Feit 3: op 31 oktober 2017 in Almere levensmiddelen bij de [naam winkel] heeft gestolen.

16.659121-17

Primair: op 27 juni 2016 in Almere al dan niet samen met een ander heeft geprobeerd om [slachtoffer 3] te verkrachten;

Subsidiair: op 27 juni 2016 in Almere al dan niet samen met een ander [slachtoffer 3] heeft aangerand.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de bij parketnummer 16.659420-17 onder feit 1 ten laste gelegde poging tot straatroof en de onder feit 2 ten laste gelegde straatroof wettig en overtuigend te bewijzen in die zin dat verdachte deze strafbare feiten samen met zijn mededaders heeft gepleegd.

De officier van justitie acht ook de bij parketnummer 16.659420-17 onder feit 3 ten laste gelegde winkeldiefstal in vereniging wettig en overtuigend te bewijzen.

De officier van justitie acht de bij parketnummer 16.659121-17 onder primair ten laste gelegde poging tot verkrachting wettig en overtuigend te bewijzen. Zij stelt op grond van de Whatsappberichten tussen verdachte en de medeverdachte en de door hen uitgevoerde handelingen vast dat verdachte en de medeverdachte de intentie hadden om seks te hebben met [slachtoffer 3] in de zin van verkrachting.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Wat betreft de bewezenverklaring van de bij parketnummer 16.659420-17 onder feit 1 ten laste gelegde poging tot straatroof en onder feit 3 ten laste gelegde winkeldiefstal refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank. Zij heeft verzocht verdachte van de onder feit 2 ten laste gelegde straatroof vrij te spreken, omdat een materiële en wezenlijk bijdrage van verdachte aan deze straatroof in de zin van medeplegen niet is komen vast te staan.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het bij parketnummer 16.659121-17 onder primair en subsidiair ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er in het dossier geen aanknopingspunten voorhanden zijn voor een begin van uitvoering van een verkrachting. De handelingen die door verdachte en de medeverdachte zouden zijn verricht hebben niet die uiterlijke verschijningsvorm. Ook kan niet worden vastgesteld dat verdachte de intentie had om seksuele handelingen te verrichten bij aangeefster of dat hij aangeefster ergens toe gedwongen heeft. Verdachte dient daarom integraal van de poging tot verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid te worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

16.659420-17

Bewijsmiddelen feit 1 en feit 2 1

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij op 18 maart 2017 met [slachtoffer 2] in de omgeving van het Centraal Station van Almere liep. Hij zag een groep van vier jongens staan, die vanaf het moment dat [voornaam van slachtoffer 2] uit de bus stapte naar hen keek. Toen ze op het [naam pad] onder de brug doorliepen keek hij om en zag dat er een jongen op hem afkwam (jongen 1).2 De jongen pakte hem vast en gaf hem een duw, waardoor hij zijn evenwicht verloor. Hij zag nog een jongen op hem afrennen (jongen 2). Deze jongen pakte hem vast bij zijn jas en wilde hem naar de grond brengen. [slachtoffer 1] verloor zijn evenwicht en viel op de grond. Jongen 2 ging achter hem staan en schopte tegen zijn schouderblad. Jongen 1 zei tegen hem ‘geef mij je telefoon’. Jongen 1 schopte hem ter hoogte van zijn heup. Toen hij op de grond lag en geschopt werd zag hij dat [voornaam van slachtoffer 2] door twee andere personen werd geslagen en geschopt. De jongens renden weg en hebben uiteindelijk niks van hem weggenomen.3

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 18 maart 2017 met [slachtoffer 1] op het

[naam pad] liep. Ze kwamen vanaf het [straatnaam] bij het station. Hij zag bij het [straatnaam] een groepje van vier jongens die naar hen keken en vervolgens achter hen aanliepen. [slachtoffer 2] werd door twee jongens aangevallen (persoon 1 en persoon 2). De andere twee jongens renden naar [voornaam van slachtoffer 1] .4 [slachtoffer 2] werd door persoon 2 met zijn hoofd tegen een betonnen rand aan geduwd. Persoon 1 zei ‘geef me je spullen’. [slachtoffer 2] ging hier niet op in waarop hij door beide personen met hun vuist op zijn hoofd en lichaam werd geslagen. Vervolgens werd hij op de grond gegooid. Hij werd met een vuist tegen zijn kruis geslagen en voelde een klap of een trap tegen zijn rug. Persoon 1 pakte zijn portemonnee uit zijn kontzak door zijn kontzak kapot te scheuren. De vier jongens renden weg met zijn portemonnee. In zijn portemonnee zaten twee cadeaukaarten, contant geld, twee schoolpasjes, een klantenkaart en een museumkaart.5

Verdachte heeft verklaard dat hij één van de vier jongens was. Hij liep met de andere drie jongens bij het station in Almere en ze zagen de twee jongens lopen. Eén van hen zei ‘we gaan die jongens pakken’. Dat betekende dat ze de jongens zouden gaan beroven. Ze liepen achter de jongens aan onder de brug door en deden hun capuchons op. Twee van hen pakten de ene jongen en verdachte en [G] pakten de andere jongen. Verdachte pakte deze jongen vast en bracht hem uit balans, waardoor de jongen op de grond viel. Hij trapte de jongen. [G] vroeg een paar keer om zijn telefoon en trapte de jongen ook. De afstand tussen hen en de jongen die op het zelfde moment door de andere twee jongens van zijn groep werd beroofd was ongeveer twee tot drie meter. Van die jongen is zijn portemonnee afgepakt. In de portemonnee zat geld. Verdachte had een deel van dat geld gekregen.6

De rechtbank stelt op grond van voornoemd bewijs vast dat:

- verdachte met drie andere jongens op 18 maart 2017 bij het station van Almere stond;

- zij twee jongens, zijnde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zagen lopen;

- er is gezegd “we gaan ze pakken”, hetgeen betekende dat ze de jongens zouden gaan beroven;

- zij vervolgens hun capuchon op deden en met z’n vieren achter deze jongens aanliepen;

- op het [naam pad] twee van hen [slachtoffer 2] hebben vastgepakt en beroofd van zijn portemonnee en twee van hen op hetzelfde moment [slachtoffer 1] hebben vastgepakt en geprobeerd te beroven van zijn telefoon;

- beide berovingen vlak bij elkaar gebeurden;

- daarbij geweld tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] is gebruikt;

- zij alle vier tegelijk zijn weggerend;

- verdachte een deel van het geld dat in de gestolen portemonnee van [slachtoffer 2] zat heeft gekregen.

De rechtbank is daardoor van oordeel dat vanaf het zien van de twee jongens bij het station tot aan het wegrennen en het verdelen van de buit sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn mededaders bij de beroving van [slachtoffer 2] en de poging tot beroving van [slachtoffer 1] . Daarbij is ook relevant dat zij door met zijn vieren op de jongens af te gaan, een fysiek en numeriek overwicht voor de slachtoffers hebben gevormd. De rechtbank acht aldus het medeplegen van het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewijsmiddelen feit 3 7

[D] heeft verklaard dat op 31 oktober 2017 twee jongens (jongen 1 en jongen 2) in de [naam winkel] aan het [adres] in [vestigingsplaats] liepen. Er zaten blikjes frisdrank in het winkelmandje dat jongen 2 vast had. Jongen 2 pakte de blikjes uit het mandje en gaf deze aan jongen 1.8 Jongen 1 deed de blikjes in het zijvak van de sporttas die hij bij zich had. In het snoeppad pakte jongen 2 een rood zakje met snoep uit het schap en deed dit in zijn binnenzak. Jongen 1 deed de overige spullen die in het mandje zaten in de sporttas. Bij de kassa werden de spullen in de tas niet afgerekend. De tas zat vol met frisdrank, saus, donuts, pasta, kip en vlees van de [naam winkel] met een totale waarde van € 39,60.9

Bij de insluitingsfouillering van de medeverdachte werd snoep van de [naam winkel] aangetroffen.10

Verdachte heeft verklaard dat hij met [C] in de [naam winkel] was. Verdachte had het mandje in zijn hand en keek of er niemand aankwam en [voornaam van C] stopte de spullen in de tas. Ze hadden de spullen niet afgerekend.11 Hij had ook een blikje aangegeven dat in de tas werd gestopt en hij had snoep in zijn jas gestopt, dat hij bij de kassa niet had afgerekend.12

De rechtbank acht op grond van het voornoemde de onder feit 3 ten laste gelegde winkeldiefstal in verenging bewezen.

16.659121-17

Bewijsmiddelen 13

[slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum] 2002, heeft verklaard dat zij op 27 juni 2016 thuis was in haar woning in Almere14. Ze liet haar ex-vriend [C] en een andere jongen binnen. [voornaam van C] rende naar boven. Ze rende achter hem aan en zei dat ze naar beneden moesten. De andere jongen kwam achter haar aan.15 Ze zag dat hij naar haar kamer wilde rennen. Ze gingen naar haar kamer en [voornaam van C] ging voor haar deur op een stoel zitten.16 De andere jongen ging met zijn handen naar haar bil, tilde haar op, zette haar op het bureau en deed haar benen wijd met zijn handen. Hij probeerde steeds haar benen uit elkaar te doen.17 Ze duwde hem van zich af en zei dat ze naar beneden moesten gaan. [voornaam van C] hield de deur dicht. De jongen duwde haar op bed.18 Ze duwde hem de hele tijd van zich af en schreeuwde dat ze het niet wilde en naar beneden wilde gaan.19 Hij probeerde haar broek uit te trekken en zat met zijn handen aan haar borsten en buik.20 Ze duwde zijn hand weg. [voornaam van C] probeerde ook haar broek uit te krijgen. Hij ging de hele tijd door. Ze zei dat hij moest stoppen.21 Toen heeft ze al haar kracht bij elkaar gehaald en hem van zich af geduwd en haar ex weggeduwd, en de deur opengedaan.22

Verdachte heeft verklaard dat hij naast [voornaam van slachtoffer 3] op bed had gezeten en aan haar had gezeten. Het kan kloppen dat [voornaam van C] probeerde haar broek naar beneden te trekken.23 [voornaam van C] pakte haar bij haar billen en raakte haar borsten aan. [voornaam van C] pakte de hand van verdachte en deed die op haar borst. [voornaam van C] deed dat nog een keer. Verdachte had zijn hand daar een beetje gehouden.24 Hij zat meer aan haar borsten. Hij had haar ook stevig op bed geduwd.25 [voornaam van C] zat aan de bovenkant van de knoop (de rechtbank begrijpt: van haar broek) en verdachte trok aan de broekspijpen. Ze kregen de broek bijna los.26

Medeverdachte [C] heeft verklaard dat verdachte [voornaam van slachtoffer 3] op bed duwde. [voornaam van C] zat met een stoel voor de deur en [voornaam van slachtoffer 3] kon er niet langs.27 Ze probeerde verdachte van zich af te duwen en ze stribbelde tegen. Ze zei ook dat hij van haar af moest gaan. Ze begon wild met haar benen te bewegen en [voornaam van C] pakte haar benen vast.28 Het lukte niet de knoop van haar broek los te maken, omdat [voornaam van slachtoffer 3] tegenstribbelde. Toen liet [voornaam van C] haar benen los. [voornaam van slachtoffer 3] kon toen verdachte van zich afduwen en ging ze de kamer uit.29 [voornaam van C] heeft gezien dat verdachte aan haar kleding en heupen zat.30

Vrijspraak primair

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de inhoud van het dossier niet zonder meer is komen vast te staan dat verdachte en zijn mededader naar [voornaam van slachtoffer 3] zijn toegegaan met de intentie om seksueel bij haar binnen te dringen, alsmede dat verdachte opzet heeft gehad op het seksueel binnendringen bij [voornaam van slachtoffer 3] . Aldus kan niet bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot verkrachting, zoals primair is tenlastegelegd. De rechtbank zal hem van daarvan vrijspreken.

Bewezenverklaring subsidiair

De rechtbank stelt op grond van voornoemd bewijs vast dat verdachte samen met zijn mededader naar het huis van [voornaam van slachtoffer 3] is gegaan, [voornaam van slachtoffer 3] in haar slaapkamer op haar bed is geduwd, zij is betast aan haar buik, billen en borsten, haar benen zijn vastgepakt, geprobeerd is haar broek uit te trekken, geprobeerd is haar benen uit elkaar te duwen en zij niet weg kon komen, omdat [voornaam van C] voor de deur zat.

Het betasten van de buik, billen en borsten zijn handelingen die gekwalificeerd dienen te worden als ontuchtige handelingen. [voornaam van slachtoffer 3] is door verdachte en [voornaam van C] gedwongen deze handelingen te dulden door haar vast te houden, haar benen uit elkaar te duwen, haar op bed te duwen en het haar onmogelijk te maken de kamer te verlaten. De rechtbank acht aldus de subsidiair ten laste gelegde feitelijke aanranding van de eerbaarheid in vereniging gepleegd bewezen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

16.659420-17

1.

op 18 maart 2017 te Almere op de openbare weg het [naam pad] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een telefoon, toebehorende aan die [slachtoffer 1] , tezamen en in vereniging met een ander,

- die [slachtoffer 1] bij zijn jas heeft vastgepakt en

- die [slachtoffer 1] naar de grond heeft gebracht en

- terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag tegen het schouderblad en de heup heeft geschopt en

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Geef mij je telefoon",

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

2.

op 18 maart 2017 te Almere tezamen en in vereniging met anderen op de openbare weg het

[naam pad] , met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 2] , welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

welk geweld hierin bestond dat zijn mededaders

- het hoofd van die [slachtoffer 2] tegen een betonnen rand aan hebben geduwd en

- tegen die [slachtoffer 2] hebben gezegd: "geef me je spullen" en

- tegen het hoofd en het lichaam van die [slachtoffer 2] hebben gestompt en

terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag

- tegen het kruis van die [slachtoffer 2] hebben gestompt en

- tegen de rug van die [slachtoffer 2] hebben geschopt of geslagen en

- de kontzak van de broek van die [slachtoffer 2] hebben kapot getrokken.

3.

op 31 oktober 2017 te Almere tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen diverse verpakkingen frisdrank en saus en donuts en pasta en kip en vlees (ter waarde van 39,60 Euro) en snoep, toebehorende aan [naam winkel] , filiaal [adres] .

16.659121-17

Subsidiair

op 27 juni 2016 te Almere tezamen en in vereniging met een ander door een andere feitelijkheid [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 2002) heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het meermalen

- betasten van de borsten en de bil(len) en de buik van die [slachtoffer 3]

en bestaande die andere feitelijkheden uit:

- het naar de slaapkamer van die [slachtoffer 3] rennen en

- het sluiten van de slaapkamerdeur en vervolgens het blokkeren van de uitgang zodat die [slachtoffer 3] niet weg kon en

- het optillen en vervolgens op een bureau zetten van die [slachtoffer 3] en vervolgens het uit elkaar duwen van de benen van die [slachtoffer 3] en

- het (met kracht) op bed duwen van die [slachtoffer 3] en het uitvoeren van voornoemde handelingen,

terwijl die [slachtoffer 3] meermalen verbaal en non-verbaal heeft aangegeven dit niet te willen, door:

* verdachte en zijn mededader de woorden toe te voegen: "ga naar beneden" en "stoppen", en

* het wegduwen van de hand van verdachte terwijl hij, verdachte, en zijn mededader, haar benen vastpakten en vervolgens de broek van die [slachtoffer 3] trachtten uit te trekken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen bij parketnummer 16.659420-17 onder feit 1, feit 2 en feit 3 en bij parketnummer 16.659121-17 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van parketnummer 16.659420-17 feit 1:

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van parketnummer 16.659420-17 feit 2:

Diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van parketnummer 16.659420-17 feit 3:

Diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van parketnummer 16.659121-17 subsidiair:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Over de persoon van verdachte is op 29 juni 2017 gerapporteerd door psycholoog drs. K.T.E. Zászlós. De psycholoog komt tot de conclusie dat bij verdachte sprake is van een normoverschrijdende gedragsstoornis, beginnend in de adolescentie, en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. Door de ontkennende houding van verdachte ten aanzien van het zedenfeit kan niet worden beoordeeld in welke mate de met zijn problematiek samenhangende factoren als impuls- en emotieregulatieproblemen, onrijpe gewetensontwikkeling en verhoogde spanningsbehoefte van invloed zijn geweest op zijn handelwijze. Een advies over de mate van toerekeningsvatbaarheid kan voor dit feit dan ook niet worden gegeven.

Wat betreft de straatroof en de poging tot straatroof wordt verdachte in staat geacht het strafrechtelijk ontoelaatbare van zijn handelwijze in te zien, maar op grond van de genoemde factoren en passend bij de gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens is hij onvoldoende in staat geweest zijn wil conform dit besef te bepalen. De psycholoog adviseert daarom deze feiten in een verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank neem de conclusie van de psycholoog ten aanzien van de mate van toerekeningsvatbaarheid over en maakt deze tot de hare.

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een werkstraf van 120 uur te vervangen door 60 dagen jeugddetentie als verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht en een jeugddetentie voor de duur van

6 maanden waarvan 167 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met jeugdreclasseringscontact en het volgen van een behandeling als bijzondere voorwaarden.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht een jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen en daarnaast een deels voorwaardelijke werkstraf met de door de jeugdreclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een straatroof en een poging tot straatroof. Zij hebben daarbij geweld gebruikt tegen de slachtoffers. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit soort berovingen – ook nog lang nadat deze zich hebben voorgedaan – grote psychische schade nalaten bij slachtoffers. Verdachte heeft slechts gedacht aan zijn eigen voordeel en is volstrekt voorbijgegaan aan de gevolgen van zijn handelwijze voor de slachtoffers, wier gevoel van veiligheid en vrijheid in ieder geval voor enige tijd is weggenomen.

Voorts heeft verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan aanranding van een jonge vrouw in haar slaapkamer. Hij heeft het slachtoffer gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen door tegen haar wil aan haar borsten en billen te zitten en haar benen uit elkaar te duwen en haar daarbij te beletten weg te gaan. Dit is een ernstig feit. Verdachte heeft door zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Het handelen van verdachte heeft bij het slachtoffer voor gevoelens van angst en onveiligheid gezorgd.

Verdachte heeft zich tenslotte schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Dit is een ergerlijk feit, dat veel overlast veroorzaakt.

De rechtbank maakt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 mei 2018 op dat verdachte eerder is veroordeeld voor het uitlokken van een afpersing en winkeldiefstal. Naast deze veroordeling is hij niet voor het plegen van strafbare feiten met justitie in aanraking geweest.

De psycholoog schat in het rapport van 29 juni 2017 de kans op herhaling van het plegen van de geweldsdelicten in als hoog als verdachte geen adequate behandeling krijgt aangeboden. Om recidive te voorkomen en zijn ontwikkeling in gunstige zin te bevorderen adviseert de psycholoog na afronding van het ITB-traject een voortzetting van de jeugdreclasseringsbegeleiding met daarnaast een ambulant behandeltraject bij een forensische polikliniek als [instelling 2] , zodat een delictanalyse kan plaatsvinden met betrekking tot het zedenfeit en de straatroof. Zijn seksuele ontwikkeling is een belangrijk onderwerp waarbij de seksuele opvattingen vanuit zijn geloof aandacht behoeven. Het is van belang dat verdachte zich gevoelsmatig beter leert uiten. Dit behandeltraject kan plaatsvinden in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf.

Ook de Raad voor de Kinderbescherming en [instelling 1] adviseren een deels voorwaardelijke straf met begeleiding door de jeugdreclassering en een behandeling bij [instelling 2] als bijzondere voorwaarden. Uit het rapport van [instelling 1] van 15 februari 2018 volgt dat jeugddetentie als stok achter de deur nodig is, omdat het delictgedrag in ernst toeneemt. Mevrouw [A] , medewerker [instelling 1] , heeft ter zitting aangegeven dat verdachte de afgelopen periode intensief begeleid is in het kader van de ITB Harde Kern en een behandeling bij [instelling 2] is gestart, maar dat er nog altijd veel zorgen op alle leefgebieden zijn. Het is daarom van belang dat het ITB harde Kern-traject en de behandeling worden voortgezet. Verdachte en ouders hebben de intensieve begeleiding hard nodig.

Alles overziende is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf een passend sanctie is. Voortzetting van de reeds ingezette behandeling en intensieve begeleiding zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van strafbare feiten in de toekomst te kunnen verminderen en verdachte zijn leven op een positieve wijze vorm te kunnen laten geven. Daarnaast is een onvoorwaardelijke straf in de vorm van een werkstraf geboden om de ernst van hetgeen verdachte heeft gedaan aan hem te benadrukken.

Aan verdachte zal worden opgelegd een taakstraf van 120 uur te vervangen door 60 dagen jeugddetentie als hij deze straf niet naar behoren verricht en een jeugddetentie van 180 dagen waarvan 167 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en de geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot het bedrag en op de gronden zoals hierna in dit vonnis is vermeld.

Het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie is gelijk aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. Het voorarrest zal op dit deel van de straf in mindering worden gebracht en het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven.

9a BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 3]

[E] heeft zich als wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 3] als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 2.334,00. Dit bedrag bestaat uit € 84,00 materiële schade en € 2.250,00 immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder parketnummer 16.659121-17 ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de door de benadeelde partij ingediende vordering met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gelet op de door haar bepleite vrijspraak primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering en subsidiair om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder parketnummer 16.659121-17 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 84,00 terzake van materiële schade en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 27 juni 2016 tot de dag van volledige betaling.

Verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededader hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten

worden tot op dit moment begroot op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij wat betreft de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank kan door het gebrek aan een onderbouwing niet (eenvoudig) vaststellen welke psychische schade de benadeelde partij opgelopen heeft en in hoeverre die psychische schade rechtstreeks het gevolg is van het bewezenverklaarde. De ter onderbouwing aan de vordering gehechte casus is van een andere orde dan de onderhavige zaak. Behandeling van dit deel van de vordering levert daarom een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 3] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 84,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 27 juni 2016 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 1 dag jeugddetentie, waarbij toepassing van de jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

9b BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 2]

[F] heeft zich als wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 2] als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 355,00. Dit bedrag bestaat uit € 155,00 materiële schade en € 200,00 immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte bij parketnummer 16.659420-17 onder 2 ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de door de benadeelde partij ingediende vordering met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gelet op de door haar bepleite vrijspraak verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bij parketnummer 16.659420-17 onder 2 ten laste gelegde feit rechtsreeks schade heeft geleden.

De materiële schade voor zover die betrekking heeft op de schadeposten broek (€ 70,00) en portemonnee (€ 25,00) ter hoogte van € 95,00 komt voor vergoeding in aanmerking. De materiële schade voor zover die betrekking heeft op de schadeposten cadeaukaarten […] en contant geld komt niet voor vergoeding in aanmerking, omdat de benadeelde partij deze goederen blijkens het dossier heeft teruggekregen. De rechtbank zal de vordering voor dit deel afwijzen.

Gelet op de aard van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is gepleegd en schadevergoedingen die doorgaans voor soortgelijke feiten plegen te worden toegewezen acht de rechtbank de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 200,00 redelijk en billijk. De rechtbank zal de immateriële schade dan ook toewijzen.

De rechtbank zal de vordering aldus tot een bedrag van € 295,00 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 18 maart 2017 tot de dag van volledige betaling.

Verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededader hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 2] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 295,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 18 maart 2017 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 5 dagen jeugddetentie, waarbij toepassing van de jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 246, 248, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het bij parketnummer 16.659121-17 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het bij parketnummer 16.659420-17 onder feit 1, feit 2 en feit 3 en bij parketnummer 16.659121-17 subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het bij parketnummer 16.659420-17 onder feit 1, feit 2 en feit 3 en bij parketnummer 16.659121-17 subsidiair meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bij parketnummer 16.659420-17 onder feit 1, feit 2 en feit 3 en bij parketnummer 16.659121-17 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 180 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 167 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het

nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1

van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, vierde

lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder

begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

* zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding, waarvan de eerste zes maanden zullen bestaan uit de maatregel van ITB Harde Kern/Plus, zal houden aan de aanwijzingen gegeven door of namens [instelling 1] , afdeling Jeugdreclassering;

* zal meewerken aan een behandeling bij [instelling 2] of een soortgelijke forensische instelling en zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- waarbij [instelling 1] opdracht wordt gegeven toezicht te houden op

de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uur;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 60 dagen jeugddetentie;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

- wijst de vordering van de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 3] toe tot een bedrag van € 84,00;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 juni 2016 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 84,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 juni 2016 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag jeugddetentie;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

- verklaart [slachtoffer 3] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

- wijst de vordering van de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 295,00;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2017 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 295,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 maart 2017 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 5 dagen jeugddetentie;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

- wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Eigeman, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. H.J. Bos en V. Kool, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.F. van Dam, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 juli 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

16.659420-17

1.

hij op of omstreeks 18 maart 2017 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, op de openbare weg het [naam pad] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een telefoon, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- die [slachtoffer 1] bij zijn jas heeft/hebben vastgepakt en/of

- die [slachtoffer 1] naar de grond heeft/hebben gebracht, althans getracht heeft/hebben die [slachtoffer 1] naar de grond te brengen, en/of

- ( terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag) tegen het schouderblad en/of de heup, althans het lichaam, heeft/hebben geschopt en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "Geef mij je telefoon", althans woorden van gelijke strekken en/of aard,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

2.

hij op of omstreeks 18 maart 2017 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op de openbare weg het [naam pad] , met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

- het hoofd van die [slachtoffer 2] tegen een betonnen rand aan heeft/hebben geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "geef me je spullen" en/of

- meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of

(terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag)

- tegen het kruis, althans het lichaam, van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gestompt/geslagen en/of

- tegen de rug, althans het lichaam, van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geschopt en/of geslagen en/of

- de kontzak van de broek van die [slachtoffer 2] heeft/hebben kapot getrokken/gemaakt.

3.

16.660153-17

hij op of omstreeks 31 oktober 2017 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen diverse verpakkingen frisdrank en/of saus en/of donuts en/of pasta en/of kip en/of vlees (ter waarde van 39,60 Euro) en snoep, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam winkel] , filiaal [adres] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

16.659121-17

Primair

hij op of omstreeks 27 juni 2016 te Almere, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid [slachtoffer 3] te dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , met dat opzet met zijn mededader, althans alleen, naar Almere is gegaan, waarbij verdachte en/of zijn mededader,

- naar de (slaap)kamer van die [slachtoffer 3] is gerend en/of

- de (slaapkamer)deur heeft gesloten en/of de uitgang heeft geblokkeerd en/of geblokkeerd gehouden (zodat die [slachtoffer 3] niet weg kon) en/of

- die [slachtoffer 3] heeft opgetild en/of (vervolgens) op een bureau heeft neergezet en/of (vervolgens) de benen van die [slachtoffer 3] uit elkaar heeft geduwd en/of (vervolgens) tussen de benen van die [slachtoffer 3] is gaan staan en/of

- die [slachtoffer 3] (met kracht) op bed heeft geduwd en/of (vervolgens) op die [slachtoffer 3] is gaan liggen en/of de be(e)n(en) van die [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of (vervolgens) de broek/kleding van die [slachtoffer 3] heeft getracht uit te trekken en/of

- meermalen, althans éénmaal, de borst(en) en/of de bil(len) en/of de buik en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft vastgepakt en/of aangeraakt en/of betast,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair

hij op of omstreeks 27 juni 2016 te Almere, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 2002) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het meermalen, althans eenmaal,

- vastpakken en/of aanraken en/of betasten van de borst(en) en/of de bil(len) en/of de buik van die [slachtoffer 3]

en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkheden uit:

- het naar de (slaap)kamer van die [slachtoffer 3] rennen en/of

- het sluiten van de (slaapkamer)deur en/of (vervolgens) het blokkeren en/of geblokkeerd houden van de uitgang (zodat die [slachtoffer 3] niet weg kon) en/of

- het optillen en/of (vervolgens) op een bureau zetten van die [slachtoffer 3] en/of (vervolgens) het uit elkaar duwen van de benen van die [slachtoffer 3] en/of

- het (met kracht) op bed duwen en/of op bed geduwd houden van die [slachtoffer 3] en/of het uitvoeren en/of continueren van voornoemde handelingen,

terwijl die [slachtoffer 3] meermalen, in elk geval éénmaal, verbaal en/of non-verbaal heeft

aangegeven dit niet te willen, door:

* verdachte en/of zijn mededader de woorden toe te voegen: "ga weg" en/of "ga naar beneden" en/of "stoppen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

* het wegduwen van de hand(en) van verdachte en/of zijn mededader (terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader, haar be(e)n(en) vastpakte(n) en/of vasthield(en) en/of vervolgens de broek/kleding van die [slachtoffer 3] trachtte(n) uit te trekken).

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2017082272, doorgenummerd p. 1 tot en met p. 5021 (map 1 en map 2). Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte, pagina 1001.

3 Proces-verbaal van aangifte, pagina 1002.

4 Proces-verbaal van aangifte, pagina 1010.

5 Proces-verbaal van aangifte, pagina 1011.

6 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 3 juli 2018.

7 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 1 november 2017, genummerd 2017331840, opgemaakt door [hoofdagent 1] , hoofdagent van politie, doorgenummerd p. 1 tot en met p. 49. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

8 Proces-verbaal van aangifte, pagina 9.

9 Proces-verbaal van aangifte, pagina 10 en kassabon, pagina 12.

10 Kennisgeving inbeslagneming, pagina 46.

11 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 3 juli 2018.

12 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 32.

13 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 22 november 2016, genummerd MDRBC16124 (dossiernummer 2016197704), opgemaakt door [hoofdagent 2] , hoofdagent van politie, doorgenummerd p. 1 tot en met p. 102. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

14 Proces-verbaal informatief gesprek, pagina 73.

15 Proces-verbaal informatief gesprek, pagina 72.

16 Proces-verbaal verhoor getuige, pagina 88.

17 Proces-verbaal informatief gesprek, pagina 73.

18 Proces-verbaal verhoor getuige, pagina 88.

19 Proces-verbaal verhoor getuige, pagina 90.

20 Proces-verbaal verhoor getuige, pagina 90.

21 Proces-verbaal verhoor getuige, pagina 88.

22 Proces-verbaal verhoor getuige, pagina 88.

23 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 3 juli 2018.

24 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 64.

25 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 66.

26 Proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 67.

27 Proces-verbaal verhoor medeverdachte, pagina 43.

28 Proces-verbaal verhoor medeverdachte, pagina 44.

29 Proces-verbaal verhoor medeverdachte, pagina 44.

30 Proces-verbaal verhoor medeverdachte, pagina 43.