Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:3309

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-07-2018
Datum publicatie
16-07-2018
Zaaknummer
16/700074-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 37-jarige man uit Utrecht is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 23 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, voor verkrachting en aanranding. Ook filmde hij stiekem enkele slachtoffers die bij hem op de massagetafel lagen.

De man volgde een massage-opleiding en heeft bij verschillende personen zijn diensten aangeboden. Tijdens de massages heeft hij één vrouw verkracht door met zijn vinger bij haar binnen te dringen en met zijn tong de vrouw te betasten. Een ander slachtoffer heeft hij aangerand door tijdens de massage de vrouw te betasten. Ook staat vast dat hij tijdens de massage van drie personen opnames heeft gemaakt. De afbeeldingen en filmopnamen van die massages zijn in zijn woning gevonden.

De rechtbank spreekt van onverhoeds en grensoverschrijdend seksueel handelen. De man heeft het vertrouwen dat de slachtoffers in hem hadden misbruikt. Terwijl de slachtoffers dit niet verwachtten, heeft hij hen tijdens een massage met seksuele handelingen overvallen. De rechtbank vindt een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan ook op zijn plaats. Ook mag hij tijdens de proeftijd niet werken als personal trainer en masseur en moet hij zich melden bij de reclassering.

Ook twee andere slachtoffers hadden aangifte gedaan van verkrachting en aanranding, maar de rechtbank vindt dat er onvoldoende bewijs is voor deze aangiften. Mede daarom wijkt de straf af van de eis. De officier van justitie had 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, geëist.

De politie heeft al in 2016 de woning van de masseur doorzocht. Omdat de zaak pas 2 jaar later voor de rechter is gebracht is de redelijke termijn overschreden. In het vonnis is rekening gehouden met deze overschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/700074-16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 juli 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1980] te [geboorteplaats] (Haïti),

wonende aan de [adres] , [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 juli 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers en van hetgeen verdachte en mr. D. van den Broek, advocaat te Utrecht, alsmede de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] en hun raadsvrouw mr. M.A.J. Kubatsch, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1:

primair: op 28 november 2015 te Utrecht [slachtoffer 1] heeft verkracht;

subsidiair: op 28 november 2015 te Utrecht [slachtoffer 1] heeft aangerand;

Feit 2: in de periode van 20 november 2015 tot en met 19 januari 2016 te Utrecht [slachtoffer 2] meermalen heeft aangerand;

Feit 3: op 11 november 2015 te Utrecht [slachtoffer 4] heeft verkracht;

Feit 4: op 24 januari 2017 te Utrecht [slachtoffer 3] heeft aangerand;

Feit 5: in de periode van 15 november 2015 tot en met 8 maart 2017 te Utrecht in zijn woning heimelijk afbeeldingen en filmopnamen heeft gemaakt van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] .

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair en subsidiair, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde.

Ten aanzien van de onder 1 primair en subsidiair en 3 ten laste gelegde feiten heeft de raadsvrouw aangevoerd dat haar cliënt de slachtoffers niet heeft gedwongen de seksuele handelingen te dulden, maar dat deze met instemming hebben plaatsgevonden.

Ten aanzien van de onder 2 en 4 ten laste gelegde feiten heeft de raadsvrouw primair bepleit dat er geen seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, en subsidiair dat deze handelingen niet onder dwang zijn gepleegd.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de afbeeldingen en filmopnamen niet heimelijk zijn gemaakt.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 1 primair en subsidiair

Uit de aangifte van [slachtoffer 1] blijkt niet dat zij door dwang of andere feitelijkheden de seksuele handelingen van verdachte heeft moeten dulden, zoals dit onder feit 1 primair en subsidiair ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt dat de aangifte van [slachtoffer 1] voornamelijk ziet op het heimelijke filmen van de seksuele handelingen die met wederzijdse instemming zijn verricht tussen haar en verdachte. Hierover komt de rechtbank bij het onder 5 ten laste gelegde feit te spreken. Nu de rechtbank van oordeel is dat het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend te bewijzen is, zal de rechtbank verdachte hiervan vrijspreken.

Vrijspraak feit 2

Aangeefster [slachtoffer 2] is in de periode van 20 november 2015 tot en met 19 januari 2016 driemaal gemasseerd door verdachte. Haar verklaringen bieden geen aanknopingspunten voor de stelling dat zij tijdens de eerste twee massages – op 20 november 2015 en 30 november 2015 – seksuele handelingen heeft moeten dulden van verdachte. Met betrekking tot de derde massage – op 19 januari 2016 – bevinden zich naast de verklaring van [slachtoffer 2] geen bewijsmiddelen in het dossier die de verklaring van [slachtoffer 2] over de aanranding ondersteunen. De verklaring van [slachtoffer 2] is verder onvoldoende concreet met betrekking tot de gestelde seksuele handelingen om eventueel door middel van schakelbewijs (in verband met de hierna nog te bespreken feiten 3 en 4) te kunnen bewijzen. Tot slot overweegt de rechtbank dat ook de aangifte van [slachtoffer 2] voornamelijk geënt lijkt te zijn op een ander feit. [slachtoffer 2] stelt namelijk dat zij voorafgaand aan de massage op 19 januari 2016 gedrogeerd is door verdachte. Dit is echter niet ten laste gelegd.

De rechtbank acht – gelet op het voorgaande – de onder feit 2 ten laste gelegde aanranding niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte hiervan vrijspreken.

Bewijsmiddelen 1

Ten aanzien van feit 3

Op 19 februari 2016 heeft [slachtoffer 4] aangifte gedaan.2 Deze aangifte heeft zij gedaan tegen [verdachte] ,3 vanwege een feit gepleegd op 11 november 2015 te Utrecht.4 Zij heeft in haar aangifte onder meer het volgende verklaard.

Op 11 november heb ik met hem afgesproken. Toen ik binnenkwam zag ik dat hij de massagetafel al had klaargezet. Hij zei dat ik mij kon omkleden in zijn slaapkamer. Ik was in de veronderstelling dat ik mijn ondergoed aan moest houden. Hij zei: “Doe maar alles uit, dat is beter”. Hij zei dat heel duidelijk. Toen hij met mijn benen bezig was, merkte ik dat hij wel dicht bij mijn vagina terechtkwam. Ik dacht bij mijzelf: “heeft hij dat nu wel door?”. Op het moment dat ik daarvan wat wilde zeggen ging hij er weer weg.5 In de tussentijd heeft hij ook mijn borsten gemasseerd. Daarna raakte hij mijn vagina aan. Toen dacht ik: “dat is geen misverstand”. Ik bewoog omdat hij mijn vagina aanraakte en ik hem daarmee af wilde schrikken. Ik heb ook nog “hé” gezegd. Hij zat met zijn vinger in mijn vagina en ook aan mijn clitoris. Ik raakte in paniek en ik dacht bij mezelf: “Ik wil dit niet”. Ik had geen seksuele intenties.6 Hij streek met zijn handen tegen mijn buitenste schaamlippen.7 Hij ging met zijn vingers in mijn vagina. Ik voelde dat hij met zijn lippen en zijn tong op mijn clitoris zat. Ik heb met bewegingen geprobeerd om hem te stoppen, een signaal af te geven. Toen heb ik “stop” geroepen. Daar reageerde hij niet op. Ik moest overeind komen om hem te laten stoppen.8

Verdachte heeft verklaard dat hij een massage-opleiding deed9 en dat hij met cliënten die net binnen waren besprak dat hij in opleiding was en dat ze het moesten zeggen als het niet goed was.10 Verder heeft hij verklaard dat hij [slachtoffer 4] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 4] ) heeft gemasseerd en dat zij daarna seks hebben gehad. Hij heeft haar oraal bevredigd.11 Nadat hij haar borsten heeft gedaan, vond de seks plaats.12 Hij heeft [slachtoffer 4] oraal bevredigd en is tegelijkertijd met zijn vingers in haar vagina gegaan.13

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat [slachtoffer 4] in november 2015 bij hem kwam en dat ze hem vertelde wat haar gisteren was overkomen. [slachtoffer 4] vertelde hem dat ze bij een jongen was geweest in Utrecht, dat zij een massage had gehad, maar dat het een hele rare ervaring was geweest. Hij was te ver gegaan waarop zij op een gegeven moment “nee” heeft moeten zeggen. Verder heeft de getuige verklaard dat [slachtoffer 4] , nadat zij bij de politie was geweest, bij hem thuis een herbeleving had. Dat was heel heftig. Zij zat helemaal trillend en huilend op de bank.14

Bewijsoverweging

Uit de verklaringen van [slachtoffer 4] volgt dat zij met verdachte had afgesproken zodat hij kon oefenen voor zijn massage-opleiding. Zij ging aldus naar verdachte toe met de verwachting dat zij gemasseerd zou worden. De setting zoals verdachte deze creëerde tijdens de massage, gaf echter blijk van andere intenties van zijn kant. Allereerst heeft verdachte aan [slachtoffer 4] opgedragen om zich volledig uit te kleden. Hiermee heeft verdachte [slachtoffer 4] in een kwetsbare positie gebracht, doordat zij geheel naakt in zijn woning op een massagetafel kwam te liggen. Tijdens de massage heeft verdachte zijn handen geleidelijk en onverhoeds verplaatst naar intiemere delen van het lichaam van [slachtoffer 4] , zoals de borsten en de vagina. [slachtoffer 4] geeft zelf aan dat zij deze handelingen van verdachte niet had verwacht, dat zij geen seksuele intenties had en dat zij deze seksuele handelingen niet wilde. De door verdachte gecreëerde setting heeft [slachtoffer 4] echter in de situatie gebracht dat zij hiertegen niet (meteen) weerstand kon bieden. Hierdoor heeft [slachtoffer 4] , tegen haar wil in, de seksuele handelingen van verdachte moeten dulden. Zelfs toen het haar lukte om duidelijk te maken dat verdachte moest stoppen, hield hij niet meteen op. Dit gebeurde pas toen zij overeind kwam. Verdachte had hierdoor niet alleen kunnen, maar ook moeten weten dat zijn seksuele handelingen tegen de wil van [slachtoffer 4] ingingen. Bij een massage heeft het uitgangspunt te gelden dat – zonder ondubbelzinnige contra-indicaties – geen seksuele handelingen worden verricht.

[slachtoffer 4] heeft nooit het signaal afgegeven deze seksuele handelingen te willen. Gelet op hetgeen hiervoor overwogen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer 4] heeft gedwongen seksuele handelingen te dulden die mede hebben bestaan uit het binnendringen van het lichaam. Hierdoor acht de rechtbank de onder 3 ten laste gelegde verkrachting wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 4

Op 16 februari 2017 heeft [slachtoffer 3] aangifte gedaan.15 Zij heeft onder meer het volgende verklaard.

Ik heb een man ontmoet in de sportschool die zei dat hij personal trainer was. Hij vertelde dat ik bij hem een pakket kon kopen van € 25,- voor een training en een sportmassage. We hebben toen afgesproken op 23 januari 2017 op de [adres] .16 Ik heb mijn kleren uitgedaan. Hij begon met de achterkant van mijn benen. Toen ging hij over van mijn lies en vervolgens ging hij met zijn hand steeds over mijn vagina heen. Hij ging over mijn onderbroek en over mijn schaamstreek en vagina heen. Hij was mijn lies aan het masseren. De rechtse vingers ging toen veel verder naar rechts en gingen over mijn venusheuvel. Eerst een klein beetje en ik dacht dat hij het per ongeluk aanraakte. Na drie keer denk je niet meer dat het per ongeluk ging. Hij ging toen steeds verder naar rechts en uiteindelijk met zijn rechterhand over mijn schaamstreek en schaamlippen. Hij ging over mijn onderbroek.17 Ik ging in de freeze stand en werd bang. Ik bleef liggen en dacht er niet meer aan want ik vond het zo vervelend dat hij dit deed. Ik wilde weg.18 Ik ben naar buiten gelopen en zag dat mijn beste vriendin mij al drie keer gebeld had. Ik heb haar gebeld en heb haar precies verteld wat er net gebeurd was.19

[getuige 2] is gehoord als getuige. Zij is een vriendin van [slachtoffer 3] . [slachtoffer 3] had verteld dat zij contact had met hem op de sportschool.20 [getuige 2] verklaarde verder onder meer als volgt: Zij [ [slachtoffer 3] ] had een afspraak met hem gemaakt. Ik hoorde niets en ik belde haar. Ik ging er heen. Zij kwam naar buiten en zei dat het raar was. Hij masseerde haar en zij vond het wel gek. Het was meer intiem dan een massage.21 Zij vertelde dat hij van het masseren naar haar kruis ging en daar bleef hangen.22 De volgende dag appte zij mij dat het haar niet lekker zat.23

Verdachte heeft verklaard dat hij in januari 2017 [slachtoffer 3] heeft gemasseerd, omdat zij zwaar hadden getraind en om de spierpijn te verlichten. om een massage te doen. Tijdens de massage kwam hij dicht bij haar schaamstreek.24 Hij heeft onder meer haar liezen gemasseerd en de binnenkant van de dijen.25

Bewijsoverweging

De rechtbank stelt voorop dat volgens het tweede lid van art. 342 Sv - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige of enkel op de verklaring van de aangever. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door de aangever gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Indien een verklaring van een getuige daarentegen (mede) een zelfstandige, eigen waarneming inhoudt ten aanzien van de emotionele of fysieke toestand van de aangever vlak nadat het strafbare feit heeft plaatsgevonden, kan die waarneming voldoende steunbewijs opleveren voor het bewezen verklaarde.

Uit de aangifte van [slachtoffer 3] volgt dat zij met verdachte had afgesproken voor een massage en dat zij met deze intentie naar zijn woning is gegaan. Terwijl verdachte haar aan het masseren was, verplaatste hij zijn handen geleidelijk en onverhoeds richting de schaamstreek en vagina van [slachtoffer 3] . Zij verstijfde hierdoor en ondanks dat zij wilde dat hij ophield, kon [slachtoffer 3] dit niet direct kenbaar maken. Ze verklaart zich bewust te zijn geweest van de setting – zij was halfnaakt en alleen in zijn woning – en was hierdoor bang om weerstand te bieden. Verdachte heeft deze setting gecreëerd, door tijdens een normale massage onverhoeds seksuele handeling te verrichten. Hiermee heeft verdachte [slachtoffer 3] gedwongen de seksuele handelingen te dulden.

Door de getuigenverklaring van [getuige 2] wordt tevens voldaan aan het hiervoor genoemde bewijsminimum. Meteen nadat [slachtoffer 3] na de aanranding de woning verliet, heeft [getuige 2] middels een zelfstandige, eigen waarneming verklaart over de toestand van [slachtoffer 3] nadat het strafbare feit heeft plaatsgevonden. Dientengevolge kan deze verklaring van [getuige 2] voldoende steunbewijs opleveren voor het onder 4 ten laste gelegde feit.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de onder 4 ten laste gelegde aanranding wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 5

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft op 28 november 2015 een afspraak gemaakt met verdachte in zijn woning aan de [adres] te [woonplaats] . Die avond heeft verdachte haar een massage gegeven. Hierop hebben ze een vervolgafspraak gemaakt voor 12 december 2015. Tijdens de massage die volgde zijn er met wederzijdse toestemming seksuele handelingen verricht. [slachtoffer 1] zag een lampje knipperen in de rechterhand van verdachte. Hij verstopte zijn hand achter haar rug. Uiteindelijk liet verdachte een zwarte handcamera zien. Hierop heeft [slachtoffer 1] geëist dat de inhoud van de SD-kaart die in de camera zat werd gewist, hetgeen verdachte heeft gedaan.26 [slachtoffer 1] heeft deze SD-kaart vervolgens opgeëist. Toen zij weg wilde gaan, ging verdachte voor de voordeur staan en deed deze op slot. Toen [slachtoffer 1] dreigde te gaan gillen en de politie te bellen, heeft verdachte de voordeur geopend. [slachtoffer 1] is direct naar het politiebureau gedaan om aangifte te doen. Zij heeft geen toestemming gegeven aan verdachte om haar te filmen.27

Verdachte heeft verklaard dat hij foto- en video-opnamen heeft gemaakt van [slachtoffer 1] .28

Verdachte heeft ook verklaard dat hij foto- en video-opnamen heeft gemaakt van [slachtoffer 2]29 en [slachtoffer 4] .30 [slachtoffer 2]31 en [slachtoffer 4]32 hebben beiden verklaard dat zij hier geen toestemming voor hebben gegeven.

Op 19 april 2016 en 7 maart 2017 zijn huiszoekingen gedaan in de woning van verdachte op de [adres] te [woonplaats] .33 Hierbij zijn verschillende foto- en filmcamera’s in beslag genomen die waren afgeplakt of bedekt waren bevestigd aan geprepareerde voorwerpen.34

Bewijsoverweging

De rechtbank gaat niet mee in de verklaring van verdachte dat hij toestemming had voor het maken van foto- en video-opnamen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] . Dit blijkt allereerst uit de verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] zelf, nu zij allen ontkennen toestemming te hebben gegeven hiervoor. Dit volgt tevens uit de wijze waarop verdachte de opnamen heeft gemaakt. Zo verklaart [slachtoffer 1] dat verdachte de camera achter zijn rug verstopte toen zij vroeg wat hij in zijn hand had. Daarnaast zijn bij de huiszoekingen in de woning van verdachte verschillende camera’s aangetroffen die bedekt waren opgesteld, bijvoorbeeld door deze met zwarte tape aan een boek of een koffer te hebben bevestigd. Deze omstandigheden onderstrepen te meer het heimelijke karakter van het maken van de foto- en video-opnamen door verdachte. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het heimelijk maken van foto’s en video’s van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] , zoals onder feit 5 ten laste is gelegd.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Ten aanzien van feit 3

op 11 november 2015 te Utrecht door een feitelijkheid, namelijk door

- [slachtoffer 4] te vertellen dat hij, verdachte, een massage-opleiding deed en graag wilde oefenen, en

- tegen [slachtoffer 4] te zeggen (zakelijk weergegeven) dat de massage zonder ondergoed werd gedaan, althans woorden van gelijke strekking, en

- ( bij het masseren van de benen) onverhoeds de schaamlippen van die [slachtoffer 4] aan te raken, en

- onverhoeds de borsten van die [slachtoffer 4] te masseren, en

- onverhoeds zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 4] te steken,

die [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft verdachte

- de vagina en de schaamlippen van die [slachtoffer 4] met zijn, verdachtes, vingers en/of tong betast en/of gelikt, althans aangeraakt, en,

- de borsten van die [slachtoffer 4] betast, althans aangeraakt, en,

- de clitoris van die [slachtoffer 4] gemasseerd, althans aangeraakt, en

- zijn, verdachtes, vingers in de vagina van die [slachtoffer 4] gebracht.

Ten aanzien van feit 4

hij omstreeks 24 januari 2017 te Utrecht door een feitelijkheid [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, immers heeft hij door

- die [slachtoffer 3] te vertellen dat hij, verdachte, een personal trainer was en dat zij voor 25 euro bij hem een pakket kon kopen van een training met een sportmassage, en dat zij anders veel spierpijn zou krijgen;

- onverhoeds de lies en de vagina van die [slachtoffer 3] (over de kleding) te masseren,

die [slachtoffer 3] gedwongen te dulden dat hij, verdachte, de vagina van die [slachtoffer 3] betastte, althans aanraakte.

Ten aanzien van feit 5

hij in de periode van 15 november 2015 tot en met 8 maart 2017 te [woonplaats] gebruik makende van een technisch hulpmiddel, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, telkens opzettelijk en wederrechtelijk van personen, te weten

- [slachtoffer 1] , en

- [slachtoffer 2] ,

- [slachtoffer 4] ,

die telkens aanwezig waren in een woning gelegen aan de [adres] , afbeeldingen en filmopnamen heeft vervaardigd.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 3: verkrachting;

Feit 4: feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

Feit 5: gebruikmakende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als (bijzondere) voorwaarden verplicht reclasseringscontact, ook als dat een behandeling bij De Waag en individuele gesprekken inhoudt, en een beroepsverbod om als personal trainer of masseur op te treden.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het volgende aangevoerd.

Cliënt heeft een goede baan en raakt deze kwijt als hij gedetineerd komt te zitten. Voor zover de zedenfeiten bewezen worden verklaard, is van belang dat geen sprake is geweest van geweld of bedreiging van geweld. Daarnaast is sprake van een schending van de redelijke termijn, hetgeen in gunstige zin moet meewegen voor cliënt. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest en een taakstraf, eventueel aangevuld met een voorwaardelijke gevangenisstraf, volstaat.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verschillende strafbare feiten, die telkens zijn voortgekomen uit een afspraak om een massage te geven aan de slachtoffers. Terwijl de slachtoffers dit niet verwachtten, heeft verdachte hen tijdens een massage met seksuele handelingen overvallen. Hiermee heeft verdachte het ene slachtoffer aangerand en het andere slachtoffer verkracht. Daarnaast heeft verdachte heimelijk foto- en video-opnamen gemaakt.

Door zijn onverhoeds en grensoverschrijdend seksueel handelen heeft verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers in hem hadden gesteld. Daarmee heeft verdachte geen oog gehad voor de gevolgen die zijn gedrag zouden kunnen hebben voor deze slachtoffers. Hij heeft op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers als gevolg waarvan zij – gezien hun slachtofferverklaringen – nog steeds kampen met negatieve, psychische problemen. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 mei 2018, betreffende verdachte. Hieruit volgt dat verdachte in 2012 een schriftelijke waarschuwing heeft gekregen voor het heimelijk maken van foto- en/of video-opnamen. Verdachte is niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Door psycholoog S. van Els is op 23 november 2017 een Pro Justitia rapportage opgemaakt betreffende verdachte. Hieruit volgt dat bij verdachte sprake is van een voyeurismestoornis. Er kan echter geen relatie worden beschreven tussen de stoornis en de destijds ten laste gelegde feiten. De psycholoog adviseert daardoor de verdachte volledig toerekeningsvatbaar te verklaren.

Door Reclassering Nederland is op 29 mei 2017 een reclasseringsadvies opgemaakt betreffende verdachte. De reclassering acht bij een veroordeling diagnostiek geïndiceerd. Er is sprake van intrinsieke en extrinsieke motivatie bij verdachte om bij een veroordeling mee te werken aan een toezicht en behandeling. De reclassering adviseert derhalve om een meldplicht op te leggen aan verdachte, evenals een behandelverplichting, waarbij verdachte wordt verplicht mee te werken aan een diagnostisch onderzoek en zich te laten behandelen voor de daaruit voortkomende problematiek bij een Forensische ambulante instelling zoals De Waag of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling. Ter terechtzitting heeft reclasseringswerker A.M. Stuyvenberg deze adviezen onderschreven.

De rechtbank houdt tevens rekening met een overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. In het onderhavige geval moet de termijn worden gerekend vanaf 19 april 2016, te weten de dag waarop verdachtes woning werd doorzocht. De termijn tot het wijzen van het eindvonnis op 16 juli 2018 bedraagt ruim twee jaar.

De rechtbank acht – ondanks het feit dat geen geweld is gebruikt en de persoonlijke omstandigheden van verdachte – de feiten van dusdanige ernst dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur passend is. Daarnaast is een voorwaardelijk strafdeel geboden, met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering nu de rechtbank behandeling van verdachte noodzakelijk acht. Ook wordt als bijzondere voorwaarde opgelegd een verbod om als masseur of personal trainer op te treden. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, passend en geboden is. Gelet op de schending van de redelijke termijn zal de rechtbank het onvoorwaardelijke strafdeel, zijnde een gevangenisstraf van 18 maanden, matigen tot 17 maanden.

9 BESLAG

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- 1.00 STK Filmcamera, zwart, Sport DV, 1918087;

- 1.00 STK Telefoon, brons, SAMSUNG edge, 1918130;

- 1.00 STK Fototoestel, zwart, NIKON 1, 1918139;

- 1.00 STK Filmcamera, zwart, ONBEKEND 4K Ultra, 1918075;

- 1.00 STK Filmcamera, zwart, 811 CMOS, 1691483;

- 2.00 STK Kaart, zwart, SANDISK geheugen, 1918028;

- 1.00 STK Kaart, SANDISK 32GB Ultra, 1918141;

- 1.00 STK Kaart, SANDISK Micro SD, 1918085;

- 1.00 STK Kaart, rood, 16 GB, 1633043;

- 1.00 STK Kaart, zwart, SANDISK 8GB, 1691119;

- 1. 00 STK Kaart, zwart, SANDISK 8GB, 1691123;

- 1. 00 STK Harddisk, zwart, SEAGATE, 1691090;

- 1. 00 STK Kaart, wit, KPN, 1691025;

- 1. 00 STK Kaart, zwart, SANDISK 16GB, 1691118;

- 1.00 STK Harddisk, zwart, WESTERN DIGITAL, 1691085;

- 1. 00 STK Kaart, zwart, LEXAR 16gb, 1691112

- 1. 00 STK Kaart, HEMA 2GB, 1691739;

- 1. 00 STK Kaart, zwart, LEXAR 16 GB, 1691113;

- 1. 00 STK Kaart, zwart, LEXAR 16 gb, 1691116;

- 1.00 STK Filmcamera, zwart, CH1234, 1691479;

- 1.00 STK Filmcamera, SONY EXMORE R, 1691478;

- 1.00 STK Tornado Shaker, 1691516;

- 1.00 STK Videocamera, VIO POV190, 1691461;

- 1.00 STK Videocamera, zwart, 727, 1691464;

- 1.00 STK Kaart, 2 GB, 1691750;

- 1.00 STK Usb-stick, SANDISK Cruzerblad, 1691745;

- 1.00 STK Boek, zwart, POV-102, 1691514;

- 1.00 STK Kaart, blauw, SANDISK 2GB, 1691125;

- 1.00 STK Fototoestel, zwart, SONY DSC W830, 1691077;

- 1.00 STK Usb-stick, rood, SANDISK Cruzerblad, 1691104;

verbeurd verklaren. Met behulp van deze voorwerpen is het onder 5 bewezenverklaarde feit begaan.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- 1.00 STK Computer, zwart, ASUS F55U, 1918173;

- 1.00 STK MP4 speler, zwart, JS928, 1691098;

- 1.00 STK Telefoon, zwart, BLACKBERRY, 1691014;

- 1.00 STK Telefoon, wit, SAMSUNG Mini, 1691016;

- 1.00 STK Telefoon, zwart, SAMSUNG 6 Edge, 1691018;

- 1.00 STK Computer, GRIJS, HP Pavillion, 1691065;

- 1.00 STK Afstandsbediening, zwart, 1691491;

- 1.00 DS Doos, zwart, 1691515;

- 1.00 STK Telefoon, zwart, NOKIA N97, 1691023;

- 1.00 STK Kaart, WIT. LYCAMOBILE sim, 1691037;

- 1.00 STK Wapen, zilver, HFC Cal 6 mm, 1691602;

- 1.00 STK Afstandsbediening, groen, Remote Shr, 1691486.

10 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer 1]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 5.662,62. Dit bedrag bestaat uit € 162,62 materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit, en € 5.500,- immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 1 en 5 ten laste gelegde feiten.


[slachtoffer 2]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 1.000,-, bestaande uit immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 2 en 5 ten laste gelegde feiten.

[slachtoffer 4]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 6.200,-. Dit bedrag bestaat uit € 700,- materiële schade en € 5.500,- immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 3 en 5 ten laste gelegde feiten.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

[slachtoffer 1]

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van [slachtoffer 1] toe te wijzen tot een bedrag € 750,- aan immateriële schade, ten gevolge het onder 5 ten laste gelegde feit, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 15 dagen hechtenis. Het overige gedeelte aan immateriële schade dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Ook de materiële schade dient niet-ontvankelijk te worden verklaard, gelet op de gevorderde vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde feit.

[slachtoffer 2]

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van [slachtoffer 2] geheel toe te wijzen, ter hoogte van een bedrag van € 1.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 20 dagen hechtenis.

[slachtoffer 4]

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van [slachtoffer 4] toe te wijzen tot een bedrag van € 700,- aan materiële schade en € 4.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 57 dagen hechtenis. Het overige gedeelte aan immateriële schade dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

10.2

Het standpunt van de verdediging

[slachtoffer 1]

De raadsvrouw heeft primair verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de materiële schade geen causaal verband heeft met de ten laste gelegde feiten. Daarnaast dient het bedrag aan immateriële schade aanzienlijk te worden gematigd.

[slachtoffer 2]

De raadsvrouw heeft primair verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heef de raadsvrouw bepleit dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en om die reden dient te worden afgewezen.

[slachtoffer 4]

De raadsvrouw heeft primair verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht het bedrag aan immateriële schade aanzienlijk te matigen.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer 1]

De gevorderde immateriële schade komt voor vergoeding in aanmerking tot een bedrag ter hoogte van in totaal € 500,- en daarom zal de rechtbank de vordering tot dit bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 12 december 2015 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij heeft meer aan immateriële schade gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Dit geldt tevens voor het gevorderde bedrag aan materiële schade van € 162,62, nu verdachte is vrijgesproken van het feit als gevolg waarvan deze schade is veroorzaakt.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 1] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 12 december 2015 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 2]

De gevorderde immateriële schade komt voor vergoeding in aanmerking tot een bedrag ter hoogte van in totaal € 500,- en daarom zal de rechtbank de vordering tot dit bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 19 januari 2016 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij heeft meer aan immateriële schade gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 2] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 19 januari 2016 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

[slachtoffer 4]

De gevorderde immateriële schade komt voor vergoeding in aanmerking tot een bedrag ter hoogte van in totaal € 2.500,-. De gevorderde materiële schade komt voor vergoeding in aanmerking tot een bedrag van € 550,-. De rechtbank zal daarom de vordering toewijzen tot een bedrag van € 3.050,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 11 november 2015 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij heeft meer aan materiële en immateriële schade gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 4] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 3.050,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 11 november 2015 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 40 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 36f, 57, 139f, 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 1 primair en subsidiair en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 3, 4 en 5 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 23 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

* zich binnen drie werkdagen meldt bij Reclassering Nederland op het volgende adres: Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht. Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* verplicht is om mee te werken aan een diagnostisch onderzoek en zich te laten behandelen voor de daaruit voortkomende problematiek bij een Forensische ambulante instelling zoals De Waag of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling;

* niet meer zal optreden als personal trainer en (sport)masseur;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

  • -

    1.00 STK Filmcamera, zwart, Sport DV, 1918087;

  • -

    1.00 STK Telefoon, brons, SAMSUNG edge, 1918130;

  • -

    1.00 STK Fototoestel, zwart, NIKON 1, 1918139;

  • -

    1.00 STK Filmcamera, zwart, ONBEKEND 4K Ultra, 1918075;

  • -

    1.00 STK Filmcamera, zwart, 811 CMOS, 1691483;

  • -

    2.00 STK Kaart, zwart, SANDISK geheugen, 1918028;

  • -

    1.00 STK Kaart, SANDISK 32GB Ultra, 1918141;

  • -

    1.00 STK Kaart, SANDISK Micro SD, 1918085;

  • -

    1.00 STK Kaart, rood, 16 GB, 1633043;

  • -

    1.00 STK Kaart, zwart, SANDISK 8GB, 1691119;

  • -

    1.00 STK Kaart, zwart, SANDISK 8GB, 1691123;

  • -

    1.00 STK Harddisk, zwart, SEAGATE, 1691090;

  • -

    1.00 STK Kaart, wit, KPN, 1691025;

  • -

    1.00 STK Kaart, zwart, SANDISK 16GB, 1691118;

  • -

    1.00 STK Harddisk, zwart, WESTERN DIGITAL, 1691085;

  • -

    1.00 STK Kaart, zwart, LEXAR 16gb, 1691112

  • -

    1.00 STK Kaart, HEMA 2GB, 1691739;

  • -

    1.00 STK Kaart, zwart, LEXAR 16 GB, 1691113;

  • -

    1.00 STK Kaart, zwart, LEXAR 16 gb, 1691116;

  • -

    1.00 STK Filmcamera, zwart, CH1234, 1691479;

  • -

    1.00 STK Filmcamera, SONY EXMORE R, 1691478;

  • -

    1.00 STK Tornado Shaker, 1691516;

  • -

    1.00 STK Videocamera, VIO POV190, 1691461;

  • -

    1.00 STK Videocamera, zwart, 727, 1691464;

  • -

    1.00 STK Kaart, 2 GB, 1691750;

  • -

    1.00 STK Usb-stick, SANDISK Cruzerblad, 1691745;

  • -

    1.00 STK Boek, zwart, POV-102, 1691514;

  • -

    1.00 STK Kaart, blauw, SANDISK 2GB, 1691125;

  • -

    1.00 STK Fototoestel, zwart, SONY DSC W830, 1691077;

  • -

    1.00 STK Usb-stick, rood, SANDISK Cruzerblad, 1691104.

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:

  • -

    1.00 STK Computer, zwart, ASUS F55U, 1918173;

  • -

    1.00 STK MP4 speler, zwart, JS928, 1691098;

  • -

    1.00 STK Telefoon, zwart, BLACKBERRY, 1691014;

  • -

    1.00 STK Telefoon, wit, SAMSUNG Mini, 1691016;

  • -

    1.00 STK Telefoon, zwart, SAMSUNG 6 Edge, 1691018;

  • -

    1.00 STK Computer, GRIJS, HP Pavillion, 1691065;

  • -

    1.00 STK Afstandsbediening, zwart, 1691491;

  • -

    1.00 STK DS Doos, zwart, 1691515;

  • -

    1.00 STK Telefoon, zwart, NOKIA N97, 1691023;

  • -

    1.00 STK Kaart, WIT. LYCAMOBILE sim, 1691037;

  • -

    1.00 STK Wapen, zilver, HFC Cal 6 mm, 1691602;

  • -

    1.00 STK Afstandsbediening, groen, Remote Shr, 1691486.

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 500,-;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2015 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 december 2015 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 500,-;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2016 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 januari 2016 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

  • -

    wijst de vordering van [slachtoffer 4] toe tot een bedrag van € 3.050,-;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2015 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    verklaart [slachtoffer 4] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat € 3.050,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2015 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 40 dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, voorzitter, mrs. Y.N.M. Rijlaarsdam en M.E. Falkmann, rechters, in tegenwoordigheid van A.W. van Wijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 juli 2018.

Mr. M.E. Falkmann is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 28 november 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door

bedreiging met geweld en / of een andere feitelijkheid, namelijk door een of

meermalen (telkens)

- [slachtoffer 1] te vertellen dat hij, verdachte, een massage-opleiding deed en

graag wilde oefenen, althans woorden van die strekking, en/of

- de string van die [slachtoffer 1] (tijdens het masseren) onverhoeds uit te trekken

en/of (daarbij) te zeggen (zakelijk weergegeven) dat die string in de weg

zat bij het masseren, en/of

- ( bij het masseren van de bovenbenen) onverhoeds de lies en/of de

schaamlip(pen) en/of de vagina, althans de schaamstreek, van die [slachtoffer 1]

aan te raken, en/of

- onverhoeds die [slachtoffer 1] te kussen, en/of

- onverhoeds zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] te steken,

die [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben

bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het

lichaam, immers heeft verdachte een of meermalen (telkens)

- de vagina en/of de schaamlip(pen), althans de schaamstreek, van die [slachtoffer 1]

met zijn, verdachtes, vinger(s) betast, althans

aangeraakt en/of

- zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd / gebracht;

art 242 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 28 november 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door

bedreiging met geweld en /of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft

gedwongen tot het plegen en / of dulden van een of meer ontuchtige

handelingen, immers heeft hij door een of meermalen, telkens

- die [slachtoffer 1] te vertellen (zakelijk weergegeven) dat hij, verdachte, een

massage-opleiding deed en graag wilde oefenen, althans woorden van gelijke

strekking, en/of

- de string van die [slachtoffer 1] (tijdens het masseren) onverhoeds uit te trekken

en/of (daarbij) te zeggen (zakelijk weergegeven) dat die string in de weg

zat bij het masseren, althans woorden van gelijke strekking, en/of

- ( bij het masseren van de bovenbenen) onverhoeds de lies en/of de

schaamlip(pen) en/of de vagina, althans de schaamstreek, van die [slachtoffer 1]

aan te raken, en/of

- die [slachtoffer 1] onverhoeds (op de mond) te kussen,

die [slachtoffer 1] gedwongen te dulden dat hij, verdachte,

- de vagina en/of de schaamlip(pen), althans de schaamstreek, van die [slachtoffer 1]

met zijn, verdachtes, vinger(s) betastte, althans aanraakte en/of

- zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer 1] duwde / bracht, en/of

- zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] duwde / bracht;

art 246 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20

november 2015 tot en met 19 januari 2016 te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, door geweld en / of een andere feitelijkheid

en / of door bedreiging met geweld en /of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2]

heeft gedwongen tot het plegen en / of dulden van een of meer ontuchtige

handelingen, immers heeft hij, verdachte, door een of meermalen (telkens)

- die [slachtoffer 2] te vertellen (zakelijk weergegeven) dat hij, verdachte, een

massage-opleiding deed en graag wilde oefenen, althans woorden van gelijke

strekking, en/of

- tegen die [slachtoffer 2] te zeggen "kleed je maar helemaal uit", althans woorden van

gelijke strekking, en/of

- ( bij het masseren van de schouders) onverhoeds de borst(en) van die [slachtoffer 2]

aan te raken, en/of

- ( onverhoeds) de billen van die [slachtoffer 2] te masseren (terwijl zij had

aangegeven dat zij dat niet wilde), en/of

- ( bij het masseren van de bovenbenen) onverhoeds de lies en/of de

schaamlip(pen) en/of de vagina, althans de schaamstreek, van die [slachtoffer 2] aan

te raken,

die [slachtoffer 2] gedwongen te dulden dat hij, verdachte,

- de vagina en/of de schaamlip(pen), althans de schaamstreek, van die [slachtoffer 2]

met zijn, verdachtes, vinger(s) betastte, althans aanraakte en/of

- de borst(en) van die [slachtoffer 2] met zijn, verdachtes, vinger(s) betastte,

althans aanraakte en/of

- de bil(len) van die [slachtoffer 2] met zijn, verdachtes, handen betastte, althans

aanraakte;

art 246 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 11 november 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door

bedreiging met geweld en / of een andere feitelijkheid, namelijk door een of

meermalen (telkens)

- [slachtoffer 4] te vertellen (zakelijk weergegeven) dat hij, verdachte, een

massage-opleiding deed en graag wilde oefenen, althans woorden van gelijke

strekking, en/of

- die [slachtoffer 4] te zeggen (zakelijk weergegeven) dat de massage zonder ondergoed

werd gedaan, althans woorden van gelijke strekking, en/of

- ( bij het masseren van de bovenbenen) onverhoeds de lies en/of de

schaamlip(pen), althans de schaamstreek, van die [slachtoffer 4] aan te raken, en/of

- onverhoeds de borst(en) van die [slachtoffer 4] te masseren, en/of

- onverhoeds zijn hand(en) op de vagina, in elk geval op de schaamstreek, van

die [slachtoffer 4] te leggen en/of

- onverhoeds zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 4] te steken,

die [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben

bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het

lichaam, immers heeft verdachte een of meermalen (telkens)

- de vagina en/of de schaamlip(pen), althans de schaamstreek, van die [slachtoffer 4]

met zijn, verdachtes, vinger(s) en/of tong, betast en/of gelikt, althans

aangeraakt en/of

- de borst(en) van die [slachtoffer 4] betast, althans aangeraakt, en/of

- de clitoris van die [slachtoffer 4] gemasseerd, althans aangeraakt en/of betast,

en/of

- zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 4] geduwd / gebracht;

art 242 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 24 januari 2017 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, door geweld en / of een andere feitelijkheid en / of door

bedreiging met geweld en /of een andere feitelijkheid [slachtoffer 3]

heeft gedwongen tot het plegen en / of dulden van een of meer ontuchtige

handelingen, immers heeft hij door een of meermalen (telkens)

- die [slachtoffer 3] te vertellen dat hij, verdachte, een personal trainer was

en/of dat zij voor 25 euro bij hem een pakket kon kopen van een training met

een sportmassage, en/of dat zij (anders) erg veel spierpijn zou krijgen,

althans (telkens) woorden van gelijke strekking, en/of

- onverhoeds de lie(s)(zen) en/of de vagina, in elk geval de

schaamstreek, van die [slachtoffer 3] (over de kleding) te masseren,

die [slachtoffer 3] gedwongen te dulden dat hij, verdachte,

de vagina, althans de schaamstreek, van die [slachtoffer 3] betastte, althans

aanraakte;

art 246 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15

november 2015 tot en met 8 maart 2017 te [woonplaats] , althans in het

arrondissement Midden-Nederland,

gebruik makende van een technisch hulpmiddel, waarvan de aanwezigheid niet op

duidelijke wijze kenbaar was gemaakt,

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk

van een of meer perso(o)nen, te weten

- [slachtoffer 1] , en/of

- [slachtoffer 2] , en/of

- [slachtoffer 4]

die (telkens) aanwezig was/waren in een woning en/ of op een andere niet voor

het publiek toegankelijke plaats, te weten de woning van verdachte, althans in

gebruik bij verdachte, gelegen aan de [adres] aldaar, (een)

afbeelding(en) en/of filmopname(n) heeft vervaardigd;

art 139f ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van in wettelijke vorm op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 1 juni 2017, genummerd PL0900-2016322838Z, onderzoek 09HAÏTI, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 708..

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 19 februari 2016, pagina 376.

3 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] van 3 maart 2016, pagina 395.

4 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] van 3 maart 2016, pagina 396.

5 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 19 februari 2016, pagina 377.

6 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 19 februari 2016, pagina 378.

7 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 19 februari 2016, pagina 380.

8 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 19 februari 2016, pagina 381.

9 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 21 november 2016, pagina 86.

10 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 21 november 2016, pagina 96.

11 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 november 2016, pagina 132.

12 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 november 2016, pagina 138.

13 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 november 2016, pagina 143.

14 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 8 maart 2016, pagina 411.

15 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 16 februari 2017, pagina 440.

16 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 16 februari 2017, pagina 441.

17 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 16 februari 2017, pagina 444.

18 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 16 februari 2017, pagina 442.

19 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 16 februari 2017, pagina 444.

20 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 23 mei 2017, pagina 452.

21 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 23 mei 2017, pagina 453.

22 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 23 mei 2017, pagina 454.

23 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 23 mei 2017, pagina 453.

24 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 8 maart 2017, pagina 189.

25 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 8 maart 2017, pagina 195.

26 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 12 januari 2016, pagina 204.

27 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 12 januari 2016, pagina 205.

28 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 november 2016, pagina 108.

29 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 november 2016, pagina 122.

30 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 november 2016, pagina 132.

31 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] van 13 december 2016, pagina 309.

32 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 4] van 16 december 2016, pagina 408.

33 De processen-verbaal van doorzoeking ter beslagneming van 20 april 2016 en 16 maart 2017, pagina 51 en 62.

34 Het proces-verbaal sporenonderzoek van 26 mei 2016, pagina 626 tot en met 636.