Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:324

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-01-2018
Datum publicatie
08-02-2018
Zaaknummer
C/16/425989 / HA ZA 16-818
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2017:6777
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

restitutierisico, aansprakelijkheidsverzekering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2018/66 met annotatie van mr. Y. Bosschaart
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/425989 / HA ZA 16-818

Vonnis in vrijwaring van 31 januari 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[partij X] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. N.P.H. Borm te Deventer,

tegen

1. de naamloze vennootschap

REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[partij Y] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. H. Lebbing te Rotterdam,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRIGION ALARMCENTRALE B.V.,

gevestigd te Schiedam ,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. H.M. Kruitwagen te Arnhem.

Partijen zullen hierna [partij X] , Reaal, [partij Y] en Trigion genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 7 juni 2017;

  • -

    de aktes van Reaal, [partij Y] en Trigion van 27 september 2017;

  • -

    de akte uitlating in reconventie en in conventie van [partij X] van 27 september 2017;

  • -

    de akte overleggen producties van [partij X] van 1 november 2017;

  • -

    de akte uitlating in conventie en in reconventie van [partij Y] van 8 november 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

In conventie en in reconventie

2.1.

Bij vonnis van 7 juni 2017 is de vordering van Front Runner jegens [partij X] in de hoofdzaak afgewezen. De rechtbank heeft partijen in de vrijwaringszaak in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten ten aanzien van de vorderingen die [partij X] heeft ingesteld in het geval de vordering van Front Runner in de hoofdzaak zou worden afgewezen. Daarnaast zijn partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de voorwaardelijke vordering in reconventie van [partij Y] , die zij heeft ingesteld voor het geval de vordering van [partij X] op [partij Y] zou worden afgewezen.

Restitutierisico

2.2.

[partij X] heeft naar aanleiding van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 6 januari 2016 een bedrag van € 200.000,-- betaald aan Front Runner. [partij Y] heeft naar aanleiding van het kort geding vonnis van 9 maart 2016 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland een bedrag van € 200.000,-- betaald aan [partij X] . Nu de vordering van Front Runner jegens [partij X] in de hoofdzaak is afgewezen, heeft [partij X] het bedrag van € 200.000,-- onverschuldigd aan Front Runner betaald. Dit betekent dat zij aanspraak kan maken op terugbetaling van dit bedrag. [partij Y] heeft het bedrag van € 200.000,-- vermeerderd met de proceskosten van € 4.804,25 eveneens onverschuldigd betaald aan [partij X] , immers is hier achteraf geen grondslag voor, nu aan beoordeling van deze vordering in de hoofdzaak niet wordt toegekomen.

2.3.

Uit het faillissementsverslag van 15 mei 2017 dat door [partij X] is ingevoegd in haar akte van 27 september 2017 kan geconcludeerd worden dat Front Runner op dit moment geen verhaal biedt. [partij X] zal het bedrag van € 200.000,-- dus niet meer op Front Runner kunnen verhalen. Vraag die in deze procedure dan ook speelt is wie het restitutierisico dient te dragen. De vraag over vergoeding van de kosten van verweer speelt in dit geval – ondanks de stelling van [partij X] hierover in haar akte van 27 september 2017 -niet meer, nu deze vordering onderdeel uitmaakte van de primaire vordering van [partij X] in het geval de vordering van Front Runner in de hoofdzaak zou worden toegewezen. Thans ligt alleen nog ter beoordeling voor de subsidiaire vordering in het geval de vordering van Front Runner in de hoofdzaak wordt afgewezen, hetgeen het geval is.

2.4.

De rechtbank is van oordeel dat het restitutierisico in ieder geval niet bij Trigion kan liggen. Aan beoordeling van de vraag of zij jegens [partij X] aansprakelijk is wordt immers niet toegekomen, zodat grondslag voor die vordering ontbreekt. Ook de grondslag voor de vordering van [partij X] jegens [partij Y] ontbreekt omdat niet aan beoordeling wordt toegekomen van hetgeen daaraan ten grondslag is gelegd. Er is echter wel gehandeld alsof [partij Y] jegens [partij X] aansprakelijk is op basis van het vonnis van de voorzieningenrechter Midden-Nederland. Vaststaat dat [partij Y] aan [partij X] een bedrag heeft betaald. [partij Y] kan daarom ook aanspraak maken op terugbetaling van het bedrag van € 200.000,-- van [partij X] , nu dit bedrag onverschuldigd is betaald. Het verweer van [partij X] dat zij dan in feite ‘opdraait’ voor het restitutierisico kan haar in dit geval niet baten.

Dit betekent dat de vordering in reconventie tot betaling van [partij X] van een bedrag van € 204.804,25 aan [partij Y] kan worden toegewezen evenals de hierover gevorderde wettelijke rente. De rente zal worden toegewezen vanaf de datum van indiening van de eis in reconventie.

2.5.

Vraag die vervolgens beantwoord dient te worden is of [partij X] deze geleden schade op basis van haar aansprakelijkheidsverzekering kan verhalen op Reaal. Dit betreft het restitutierisico en dit is de vraag die in conventie speelt. [partij X] heeft immers subsidiair, in het geval de vordering van Front Runner in de hoofdzaak wordt afgewezen, gevorderd dat Reaal wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 200.000,--.

2.6.

Daarom zal de rechtbank de vraag dienen te beantwoorden of Reaal zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat zij hiervoor geen dekking verleent. Reaal heeft in haar akte van 27 september 2017 aangevoerd dat op basis van de verzekeringsvoorwaarden voor het evenement dat onderwerp is van deze procedure geen dekking bestaat onder de AVB verzekering.

2.7.

[partij X] is met Reaal een aansprakelijkheidsverzekering bedrijven (AVB) overeengekomen. In artikel 3 van de Algemene Voorwaarden is het volgende bepaald:

“3 Omschrijving van de dekking
Verzekerd is de aansprakelijkheid van verzekerden, voor schade van derden (…)”

In artikel 4.17 van de polisvoorwaarden staat het volgende vermeld:

“Verdwijning, vermissing, verwisseling van zaken
Niet verzekerd is de aansprakelijkheid voor schade verband houdend met verdwijning, vermissing, verwisseling of diefstal van zaken.”

Op de polis is de volgende clausule opgenomen:

“Dekking clausulenummer: 1734 Geleverde of geïnstalleerde zaken
Niet verzekerd is de aansprakelijkheid verband houdend met het niet- of niet-deugdelijk functioneren van geleverde of geïnstalleerde zaken.”

2.8.

Reaal heeft de dekking van de verzekering afgewezen, omdat clausule 1734 de dekking in dit geval volgens haar uitsluit evenals artikel 4.17 van de polisvoorwaarden. De clausule is volgens haar van toepassing op zaken of diensten die onder verantwoordelijkheid van de verzekerde zijn geleverd of verricht. Volgens [partij X] brengt echter een redelijke uitleg van de polisvoorwaarden met zich dat het risico dat de benadeelde geen verhaal biedt in het geval door de bodemrechter anders wordt geoordeeld dan de kort geding rechter bij de aansprakelijkheidsverzekeraar rust. Zij verwijst daarbij naar artikel 3 van de algemene voorwaarden.

2.9.

Vaststaat dat [partij X] schade heeft geleden en dat dit een restitutierisico betreft. Zij lijdt schade omdat Front Runner geen verhaal biedt, maar [partij X] haar als gevolg van het oordeel van de voorzieningenrechter wel een bedrag van € 200.000,-- heeft betaald. De rechtbank stelt vast dat voor een situatie als de onderhavige niet specifiek iets in de polis van Reaal is geregeld. Dekking voor dit evenement is in elk geval niet uitgesloten. De rechtbank is van oordeel dat Reaal voor dit specifieke geval geen beroep kan doen op de clausule waarmee zij dekking heeft afgewezen voor de schade die is ontstaan als gevolg van het niet-functioneren van de alarminstallatie. Dit betreft immers een andere schade. Nu algemeen uitgangspunt is dat de aansprakelijkheidsverzekering dekking biedt bij aansprakelijkheid voor schade van derden, is de rechtbank dan ook van oordeel dat Reaal in dit geval op grond van de AVB-verzekering dekking dient te verlenen voor de schade die [partij X] in dit geval lijdt als gevolg van haar verplichting naar [partij Y] , zijnde een bedrag van € 200.000,00.

2.10.

Dit betekent dat de subsidiaire vordering van [partij X] tot betaling van het bedrag van € 200.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente, zal worden toegewezen.

Proceskosten

In conventie

2.11.

Reaal zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [partij X] worden begroot op:

- dagvaarding € 77,75

- griffierecht € 939,00

- salaris gemachtigde € 5.000,00 (2,5 punten x tarief € 2.000,00)

Totaal € 6.016,75

2.12.

De nakosten, waarvan [partij X] betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot. De gevorderde wettelijke rente over de nakosten zal als volgt worden toegewezen.

In reconventie

2.13.

[partij X] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [partij Y] worden begroot op € 3.000,-- (1,5 punten x tarief € 2.000,00).

2.14.

De nakosten, waarvan [partij Y] betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot. De gevorderde wettelijke rente over de nakosten zal als volgt worden toegewezen.

3 De beslissing

De rechtbank

In conventie:

veroordeelt Reaal om aan [partij X] tegen bewijs van kwijting te betalen € 200.000,00 met de wettelijke rente hierover vanaf 21 oktober 2016 tot de voldoening;

veroordeelt Reaal tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [partij X] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 6.016,75, waarin begrepen € 5.000,00 aan salaris gemachtigde;

veroordeelt Reaal, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [partij X] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 131,00 aan salaris advocaat,
- te vermeerderen, indienbetekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

In reconventie:

veroordeelt [partij X] om aan [partij Y] tegen bewijs van kwijting te betalen € 204.804,25 met de wettelijke rente hierover vanaf 22 maart 2017 tot de voldoening;

veroordeelt [partij X] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [partij Y] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 3.000,00 aan salaris gemachtigde;

veroordeelt [partij X] , onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [partij Y] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 131,00 aan salaris advocaat,
- te vermeerderen, indienbetekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P. Killian en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2018.