Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:2810

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-01-2018
Datum publicatie
22-06-2018
Zaaknummer
6075758 / LC EXPL 17-2192
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Is American Airlines op grond van de Verordening gehouden om aan eisers compensatie te betalen ter zake van een vertraging van meer dan vier uur bij aankomst te Amsterdam ten opzichte van de in het vluchtschema vermelde aankomsttijd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2018/70
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter

locatie Lelystad

Vonnis van 10 januari 2018

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 6075758 / LC EXPL 17-2192 van

1 [eiseres sub 1] ,
2. [eiser sub 2] ,
3. [eiser sub 2] en [eiseres sub 1] , in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers

van [A] ,
4. [eiser sub 4] ,

5. [eiseres sub 5] ,
allen wonende te [woonplaats] ,
eisers, hierna afzonderlijk [eiseres sub 1] , [eiser sub 2] , de wettelijk vertegenwoordigers van [A] , [eiser sub 4] en [eiseres sub 5] en gezamenlijk [eisers c.s.] te noemen,
gemachtigde ARAG Flight Claim Services,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht
AMERICAN AIRLINES, INC.,
statutair gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten) en kantoorhoudende te Schiphol,
gedaagde, hierna American Airlines te noemen,
gemachtigde mr. M. Lustenhouwer.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisers c.s.] heeft bij American Airlines een ticket geboekt voor het vliegtraject Fort-de France-Miami (Martinique)/Londen/Amsterdam, bestaande uit de volgende vluchten:

- vlucht AA 4393 vertrek op 5 maart 2016 om 16.25 uur (lokale tijd) vanaf Fort-de-France, aankomst op 5 maart 2016 om 19.08 uur (lokale tijd) in Miami;

- vlucht AA 38: vertrek op 5 maart 2016 om 21.00 uur (lokale tijd) vanaf Miami, aankomst op 6 maart 2016 om 10:30 uur (lokale tijd) in Londen;

- vlucht BA 448: vertrek op 6 maart 2016 om 12.50 uur (lokale tijd) vanaf Londen, aankomst op 6 maart 2016 om 15.05 uur (lokale tijd) in Amsterdam.

2.2.

De vlucht van Fort-de-France naar Miami is conform de planning uitgevoerd.

2.3.

De vlucht van Miami naar Londen, welke werd uitgevoerd door American Airlines, met een vertraging van 64 minuten in Londen aangekomen. Hierdoor heeft [eisers c.s.] de vlucht gemist van Londen naar Amsterdam.

2.4.

[eisers c.s.] is vervolgens (na een omboeking) met een andere vlucht naar Amsterdam gereisd en daar met een vertraging van meer dan vier uur ten opzichte van de geplande aankomsttijd aangekomen.

3 Het geschil

3.1.

[eisers c.s.] vordert samengevat - dat de kantonrechter bij vonnis,

uitvoerbaar bij voorraad, American Airlines veroordeelt tot betaling van:

  • -

    € 600,00 aan [eiseres sub 1] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

  • -

    5 maart 2016 tot de dag der algehele voldoening;

- € 600,00 aan [eiser sub 2] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2016 tot de dag der algehele voldoening;

- € 600,00 aan de wettelijk vertegenwoordigers van [A] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2016 tot de dag der algehele voldoening;

- € 600,00 aan [eiser sub 4] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2016 tot de dag der algehele voldoening;

- € 600,00 aan [eiseres sub 5] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2016 tot de dag der algehele voldoening;

- de buitengerechtelijke kosten van € 544,50 aan [eisers c.s.] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2016 tot de dag der algehele voldoening;

- de proceskosten aan [eisers c.s.] alsmede de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente indien voldoening van deze bedragen niet binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis plaatsvindt.

3.2.

[eisers c.s.] legt, onder verwijzing naar de vaststaande feiten, aan haar vordering ten grondslag dat American Airlines op grond van de Verordening (EG) nummer 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (de Verordening) en de daaraan gegeven uitleg in de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) gehouden is om aan haar de gevorderde financiële compensatie van € 600,00 per persoon te voldoen.

[eisers c.s.] betoogt dat de vluchten één vliegtraject vormden en dat Amsterdam als eindbestemming moet worden aangemerkt. Volgens [eisers c.s.] heeft zij ingevolge het Folkerts-arrest recht op de gevorderde compensatie omdat zij vanaf een EU-lidstaat gelegen luchthaven (Fort-de-France) is vertrokken en met meer dan drie uur vertraging op haar eindbestemming in Amsterdam is aangekomen. De overstap buiten de EU is volgens [eisers c.s.] niet van belang.

3.3.

American Airlines concludeert primair tot afwijzing van het gevorderde en verzoekt [eisers c.s.] in de proceskosten te veroordelen inclusief de nog te maken nakosten. American Airlines voert, samengevat, als verweer aan dat er sprake was van drie individuele vluchten. Zij betwist dat de Verordening op de vertraagde vlucht van Miami naar Londen van toepassing is. De vlucht vertrok immers niet van een in een lidstaat gelegen luchthaven en werd niet uitgevoerd door een communautaire luchtvaartonderneming. Op grond van artikel 3 lid 1 aanhef en onder b van de Verordening is de Verordening dan niet van toepassing, aldus American Airlines. Subsidiair voert American Airlines verweer tegen de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak om (het antwoord op) de vraag of American Airlines op grond van de Verordening gehouden is om aan [eisers c.s.] compensatie te betalen ter zake van een vertraging van meer dan vier uur bij aankomst te Amsterdam ten opzichte van de in het vluchtschema vermelde aankomsttijd.

4.2.

De Verordening houdt, voor zover relevant, in:

(…)

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(…)

h) "eindbestemming": de bestemming die vermeld staat op het bij de incheckbalie aangeboden ticket of, in geval van rechtstreeks aansluitende vluchten, de bestemming van de laatste vlucht; indien de geplande aankomsttijd is gerespecteerd, wordt er geen rekening gehouden met haalbare alternatieve aansluitende vluchten;

(…)

Artikel 3

Werkingssfeer

1. Deze verordening is van toepassing

a. a) op passagiers die vertrekken vanaf een luchthaven die gelegen is op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag van toepassing is;

b) op passagiers die vertrekken vanaf een in een derde land gelegen luchthaven naar een luchthaven op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag van toepassing is, tenzij zij bepaalde voordelen of compensatie hebben ontvangen en bijstand hebben gekregen in dat derde land, indien de luchtvaartmaatschappij die de vlucht in kwestie uitvoert, een communautaire luchtvaartmaatschappij is.

(…)

Artikel 5

Annulering

1. In geval van annulering van een vlucht:

(…)

c) hebben de betrokken passagiers recht op de in artikel 7 bedoelde compensatie door de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, tenzij

i. i) de annulering hun tenminste twee weken voor de geplande vertrektijd wordt meegedeeld, of

ii) de annulering hun tussen twee weken en zeven dagen voor de geplande vertrektijd wordt meegedeeld en hun een andere vlucht naar hun bestemming wordt aangeboden die niet eerder dan twee uur voor de geplande vertrektijd vertrekt en hen minder dan vier uur later dan de geplande aankomsttijd op de eindbestemming brengt, of

iii) de annulering hun minder dan zeven dagen voor de geplande vertrektijd wordt meegedeeld en hun een andere vlucht naar hun bestemming wordt aangeboden die niet eerder dan één uur voor de geplande vertrektijd vertrekt en hen minder dan twee uur later dan de geplande aankomsttijd op de eindbestemming brengt.

3. Een luchtvaartmaatschappij die een vlucht uitvoert, is niet verplicht compensatie te betalen als bedoeld in artikel 7 indien zij kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

(…)

Artikel 7

Recht op compensatie

1. Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, krijgen de passagiers compensatie ten belope van:

a. a) 250 EUR voor alle vluchten tot en met 1500 km;

b) 400 EUR voor alle intracommunautaire vluchten van meer dan 1500 km, en voor alle andere vluchten tussen 1500 en 3500 km;

c) 600 EUR voor alle niet onder a) of b) vallende vluchten.

Bij de bepaling van de afstand wordt gekeken naar de laatste bestemming waar de passagier als gevolg van de instapweigering of annulering na de geplande tijd zal aankomen.

2. Indien de passagiers een andere vlucht naar hun eindbestemming wordt aangeboden overeenkomstig artikel 8, en de aankomsttijd niet meer dan hieronder vermeld afwijkt van de geplande aankomsttijd van de oorspronkelijk geboekte vlucht:

a. a) twee uur voor alle vluchten van 1500 km of minder, of

b) drie uur voor alle vluchten binnen de Gemeenschap van meer dan 1500 km en voor alle andere vluchten tussen 1500 en 3500 km, of

c) vier uur voor alle vluchten die niet onder a) of b) vallen,

kan de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert de compensatiebedragen vermeld in lid 1 met 50 % verlagen.

4.3.

In verband met de compensatie als bedoeld in artikel 7 Verordening heeft het HvJ EU overwogen dat passagiers van vertraagde vluchten daarop aanspraak kunnen maken wanneer zij drie uur of meer na de door de luchtvaartmaatschappij oorspronkelijk geplande aankomsttijd hun eindbestemming bereiken (HvJ EU 19 november 2009 in de gevoegde zaken van Sturgeon c.s. versus Condor en Bock c.s. versus Air France, nummers C-402/07 en C-432/07 (het Sturgeon-arrest) en zijn arrest van 23 oktober 2012 in de gevoegde zaken TUI versus CAA en Nelson versus Lufthansa, nummers C-629/10 en C-581/10 (het TUI & Nelson-arrest).

4.4.

In het Emirates-arrest van 10 juli 2008 (C-173/07) heeft het HvJ EU overwogen dat het begrip ‘vlucht’ in de zin van de Verordening aldus dient te worden uitgelegd (r.o. 40), “dat deze in wezen bestaat in een luchtvervoershandeling – en dus in zekere zin een ‘onderdeel’ van dit vervoer vormt, die wordt uitgevoerd door een luchtvaartmaatschappij die het traject ervan vaststelt.” Daaraan heeft het HvJ EU toegevoegd (r.o. 41), dat het begrip ‘reis’ daarentegen samenhangt met de persoon van de passagier, die zijn bestemming kiest en zich met gebruikmaking van “de door de luchtvaartmaatschappijen uitgevoerde vluchten daarnaar toe begeeft.” (r.o. 41). Op basis hiervan oordeelt de kantonrechter dat de door [eisers c.s.] geboekte reis heeft bestaan uit drie onafhankelijke vluchten, te weten een vlucht van Fort-de-France naar Miami, een vlucht van Miami naar Londen en een vlucht van Londen naar Amsterdam. Dat deze vluchten onderdeel uitmaken van één boeking, laat onverlet dat van afzonderlijke vluchten sprake is in de zin van de Verordening.

4.5.

Het beroep van [eisers c.s.] op het Folkerts-arrest kan haar niet baten. In het Folkerts-arrest ging het om vervoer van Bremen naar Asunción via Parijs en Sao Paulo, waarbij de passagier met een vertraging van circa 11 uur ten opzichte van de oorspronkelijk geplande aankomsttijd in Asunción aankwam doordat zij als gevolg van een vertraging van minder dan drie uur bij vertrek uit Bremen de aansluitende vlucht van Parijs naar Sao Paulo en vervolgens ook de aanvankelijk geplande aansluiting van Sao Paulo naar Asunción had gemist. Het HvJ EU heeft in antwoord op de desbetreffende hem voorgelegde vraag beslist dat artikel 7 Verordening aldus moet worden uitgelegd, “dat op basis van dit artikel compensatie is verschuldigd aan de passagier van een vlucht met rechtstreekse aansluitingen die bij vertrek een vertraging heeft opgelopen [onderstreping kantonrechter] die de in artikel 6 van die verordening neergelegde drempels niet overschrijdt, maar zijn eindbestemming heeft bereikt met een vertraging van drie uur of meer ten opzichte van de geplande aankomsttijd, aangezien deze compensatie niet afhankelijk is van het bestaan van een vertraging bij vertrek en dus evenmin van de vraag of de voorwaarden van voornoemd artikel 6 van die verordening vervuld zijn.” (r.o. 47). Met andere woorden, beslissend voor het antwoord op de vraag of er aanspraak kan worden gemaakt op de in artikel 7 van de Verordening bedoelde compensatie is of de passagier van een vlucht met rechtstreekse aansluitingen als gevolg van een vertraging bij vertrek van de eerste of eerdere daaraan voorafgaande vlucht op een of meer deeltrajecten als onderdelen van dezelfde boeking, met een vertraging van meer dan drie uur ten opzichte van de geplande aankomsttijd is aangekomen op zijn eindbestemming.

4.6.

Weliswaar was in het onderhavige geval sprake van een vlucht vanaf Fort-de-France met rechtstreekse aansluitingen en is de Verordening (volgens artikel 3 lid 1 aanhef en onder a van de Verordening) van toepassing op de vlucht van Fort-de-France naar Miami (nu die is begonnen vanaf een luchthaven op het grondgebied van een lidstaat, te weten Frankrijk), maar vaststaat dat die vlucht niet van invloed is geweest op de vertraging van de vlucht van Miami naar Londen. De vlucht van Fort-de-France naar Miami is conform de planning uitgevoerd; de vertraging vindt zijn oorsprong in Miami. Uit de overgelegde stukken maakt de kantonrechter op dat het toestel daar niet tijdig vertrokken.

4.7.

Op de vertraagde vlucht van Miami naar Londen (die ertoe heeft geleid dat [eisers c.s.] de aansluitende vlucht van Londen naar Amsterdam heeft gemist) is de Verordening niet van toepassing nu de vlucht niet is genomen vanaf een luchthaven op het grondgebied van een lidstaat (artikel 3 lid 1 aanhef en onder a van de Verordening). Wel is de vlucht genomen vanaf een in een derde land gelegen luchthaven naar een luchthaven op het grondgebied van een lidstaat, maar aan de voorwaarde dat in dat geval de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, een communautaire luchtvaartmaatschappij moet zijn, is niet voldaan (artikel 3 lid 1 aanhef en onder b van de Verordening) nu de vlucht is uitgevoerd door American Airlines.

4.8.

De kantonrechter is gelet op de voorgaande overwegingen van oordeel dat de Verordening geen grondslag biedt voor toewijzing van compensatie aan [eisers c.s.] De vordering van [eisers c.s.] zal derhalve worden afgewezen.

4.9.

De onderhavige beslissing is in overeenstemming met jurisprudentie in andere

EU-lidstaten. De kantonrechter verwijst op dit punt naar zijn vonnis van 30 maart 2016 (ECLI:NL:RBMNE:2016:2498).

4.10.

[eisers c.s.] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De nakosten, waar American Airlines om heeft verzocht, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst de vorderingen van [eisers c.s.] af;

5.2.

veroordeelt [eisers c.s.] in de kosten van het geding, aan de zijde van American Airlines tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 350,00 voor salaris van de gemachtigde;

5.3.

veroordeelt [eisers c.s.] , onder de voorwaarde dat zij niet binnen

14 dagen na aanschrijving door American Airlines aan voormelde proceskostenveroordeling voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op

- € 87,50 aan gemachtigdensalaris;

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

5.4.

verklaart voormelde proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Manuel en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2018.