Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:2467

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-06-2018
Datum publicatie
06-06-2018
Zaaknummer
652170-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Criminele organisatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/652170-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 1 juni 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] , (Polen),

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Rijnmond, HvB De IJssel.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 mei 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. C.E. Hok-A-Hin, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: op 2 februari 2018 te Amersfoort samen met anderen 27 fietsen heeft geheeld;

Feit 2: op 2 februari 2018 te Amersfoort heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van fietsendiefstallen en/of het helen van fietsen en/of het omkatten van fietsen en/of het naar Polen vervoeren van die fietsen en/of het verkopen/verhandelen van die fietsen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Verdachte heeft niet als heer en meester over de fietsen kunnen beschikken. Daarnaast blijkt hooguit uit het procesdossier dat verdachte één fiets bij de opslagruimte van [bedrijfsnaam] naar binnen heeft gebracht, waarvan verdachte niet hoefde te vermoeden dat het om een fiets ging die van diefstal afkomstig was.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

De rechtbank gaat op basis van de hierna te noemen bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Op 2 februari 2018 kregen verbalisanten de melding om te gaan naar de [adres] te [vestigingsplaats] , alwaar [bedrijfsnaam] gevestigd is. Het personeel van de [bedrijfsnaam] had gemeld dat zij veel verdachte activiteiten hadden waargenomen op de camera's. Zij hadden op de camera's gezien dat er vier mannen met fietsen aan het slepen waren en dat deze in ruimte [nummer] werden opgeslagen. Uit het huurcontract van de genoemde opslagruimte blijkt een ingangsdatum van 1 februari 2018. Verbalisanten hebben vervolgens een Mobeye geplaatst.2

Op 2 februari 2018 te 19.44 uur is het Mobeye alarm in opslagruimte [nummer] af gegaan. Verbalisanten zijn direct ter plaatse gegaan en zagen bij het betreden van het pand, een grote witte bestelauto staan, voorzien van een Poolse kentekenplaat ( [kenteken] ). In de laadruimte bevond zich een man, die later bleek medeverdachte [medeverdachte 1] te zijn. Verbalisanten zagen in de gang waar de opslagruimte zich bevond drie mannen staan. Zij zagen dat er diverse fietsen om hen heen stonden en dat het rolluik van de opslagruimte open stond. Zij zagen verder dat er diverse gereedschappen, waaronder een stanleymes, om hen heen op de grond lagen. De achterste verdachte, naar later bleek medeverdachte [medeverdachte 2] , maakte aanstalten om te vluchten. De twee overige verdachten bleken medeverdachte [medeverdachte 3] en verdachte te zijn.3 Verdachte is vervolgens aangehouden.4 Verbalisanten zagen dat er in het voorste compartiment van het genoemde voertuig diverse fietssloten lagen en allerlei gereedschap. Ook zagen zij dat er diverse gereedschappen in de opslagruimte lagen. Zij zagen ook dat er diverse trappers en fietstassen los op en om de fietsen heen lagen.5 Dit blijkt uit de foto’s zoals deze zijn gevoegd achter het proces-verbaal van bevindingen.6

In de opslagbox met nummer [nummer] werden 27 dames- en herenfietsen aangetroffen.7 Bij 15 fietsen bleken de trappers te zijn verwijderd en bij 16 fietsen bleek het stuur 90 graden te zijn verdraaid. Bij 6 fietsen was de sticker met daarop het originele framenummer verwijderd en bij 7 fietsen was de sticker van de fietsenmaker weggekrabd dan wel getracht om deze weg te branden.8 Vermoedelijk is een brander (KVI 2018.033756-21) of een andere hitte bron (KVI 2018.033756-43) gebruikt om de sticker te verwarmen waardoor de lijm oplost/loslaat en het makkelijk wordt om een sticker weg te krabben dan wel te verwijderen. In opslagbox [nummer] werd een gasbus, met een passende branderkop aangetroffen. In de witte bestelbus van de verdachten werd een verfstripper (andere hitte bron) aangetroffen.9

Tijdens het onderzoek in de bestelbus met het Poolse kenteken [kenteken] zijn er, nog nieuwe, ringsloten, een föhn, verschillend gereedschap en een stickervel met stickers aangetroffen. Daarnaast bleken er onder het zitgedeelte van de passagiersstoel nog nieuwe ringsloten te liggen en in het portiervak van de bestuurdersdeur verschillende fietssleutels.10

Op de bagagedrager van een fiets werd een zogenaamde ‘jammer’ aangetroffen. Bij het aantreffen van deze jammer stond de aan/uit knop op: aan.11 Daarnaast is er een jammer aangetroffen in de Volkswagen bestelbus van medeverdachte [medeverdachte 1] en deze is inbeslaggenomen12 en onderzocht, waaruit volgt dat het een jammer is.13 Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft op 4 februari 2018 verklaard dat een deel van de goederen die in de bus lagen van hem waren en een deel van [medeverdachte 2] (De rechtbank begrijpt verdachte [medeverdachte 2].)14

Op 5 februari 2018 worden door verbalisant [verbalisant] de camerabeelden van de gang van de [bedrijfsnaam] vestiging te [vestigingsplaats] uitgekeken,, waarbij de verdachten toegang hebben tot een box aan het einde van de gang.15 Op deze camerabeelden is te zien dat op 2 februari 2018 omstreeks 19:06 uur medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in beeld komen.16 Medeverdachte [medeverdachte 1] opent de deur van een opslagbox en medeverdachte [medeverdachte 2] laat zijn fiets staan en loopt terug.17 Medeverdachte [medeverdachte 1] draait het stuur van de fiets een kwartslag en rijdt de fiets in de opslagruimte.18 Vervolgens verschijnen om 19:08 uur verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] in beeld.19 Om 19:09 uur is te zien dat medeverdachte [medeverdachte 3] en verdachte hun fietsen in de opslag hebben gezet.20

Alle inbeslaggenomen fietsen zijn onderzocht. Uit dit onderzoek zijn in totaal 27 aangiften van diefstal naar voren gekomen. Deze aangiften zijn in het dossier opgenomen.21

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat de twee jongens die de fietsen, naar het magazijn van [bedrijfsnaam] hebben gebracht, dit deden op bestelling van [A] uit Polen. Deze man had contacten gelegd met Poolse mensen hier en die zouden fietsen regelen. Deze [A] heeft aan medeverdachte [medeverdachte 2] het voorstel gedaan dat hij hem € 500,00 zou geven als de medeverdachte de opslagruimte zou huren en vervolgens de fietsen zou vervoeren naar Polen en daar heeft medeverdachte [medeverdachte 2] mee ingestemd.22 Aan medeverdachte [medeverdachte 2] werd verteld dat het een mix betrof van legale en illegale fietsen.23 De stickervellen met framenummers waren gebracht door een vriend van [A] uit [woonplaats].24

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verder verklaard dat hij met [medeverdachte 1] (De rechtbank begrijpt medeverdachte [medeverdachte 1] ) in een hotel zat en als een van die twee jonge jongens (de rechtbank begrijpt verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 3] ) belde, dat ze fietsen hadden, dan moesten hij en medeverdachte [medeverdachte 1] naar de opslagbox om de fietsen er in te brengen.25 Die jongens brachten een voor een de fietsen naar de opslagbox.26 Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft ook verklaard dat de twee jongens, die tegelijkertijd met hem zijn aangehouden en die hem aan het helpen waren om de fietsen voor te bereiden om te vervoeren, de twee jongens waren waar hij het eerder over had.

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft ook verklaard dat hij als deel van de opdracht had om de fietsen die inbouwsloten, hadden deze te vervangen door nieuwe sloten. Hij heeft samen met medeverdachte [medeverdachte 1] sloten gekocht bij de [naam winkel] .27

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1

Op basis van bovengenoemde bewijsmiddelen kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich omstreeks 2 februari 2018 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van opzetheling van een groot aantal fietsen. De rechtbank verwerpt het verweer dat verdachte slechts een fiets gebracht zou hebben. De opslagbox is op 1 februari 2018 gehuurd en op 2 februari 2018 zijn er 27 gestolen fietsen aangetroffen die volgens de hiervoor genoemde aangiftes kort ervoor waren gestolen. Uit de camerabeelden en de verklaring van de medeverdachte blijkt dat het verdachte is die de fietsen heeft gebracht.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2

Aan verdachte is onder feit 2 tenlastegelegd dat hij zich op of omstreeks 2 februari 2018 schuldig heeft gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie, die tot oogmerk had het plegen van verschillende soorten misdrijven, zoals opgesomd in de tenlastelegging.

De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling terzake deelneming aan een criminele organisatie dient te worden vastgesteld dat sprake is geweest van een organisatie, dat die organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven en dat de verdachte aan die organisatie heeft deelgenomen. Voor een criminele organisatie moet er sprake zijn van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen twee of meer personen.28 Voor de deelneming is van belang dat betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en dat hij een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt met gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.29 Deelneming impliceert opzet, dat wil zeggen dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.30

Zoals hierna wordt toegelicht is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , gericht op, kort gezegd, het plegen van fietsendiefstallen, het helen van fietsen, het omkatten van fietsen, het naar Polen vervoeren van die fietsen en het verkopen/verhandelen van die fietsen. Zij hebben een gestructureerd samenwerkingsverband gevormd waarbij ieder een eigen aandeel heeft gehad, dan wel ondersteunende gedragingen heeft verricht, die rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie.

De rechtbank overweegt daartoe dat de samenwerking tussen verdachten blijkt uit het volgende. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft de opdracht vanuit Polen aangenomen en is met verdachte [medeverdachte 1] naar Nederland gekomen. Zij hebben een opslagbox gehuurd. De gestolen fietsen werden gebracht naar deze opslagbox door verdachten en medeverdachte [medeverdachte 3] . Gezamenlijk hebben zij zich bezig gehouden met het verwijderen van de framenummers.

Het aandeel van verdachte blijkt uit het volgende.

Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2] blijkt dat verdachte de fietsen heeft aangeleverd. Verdachte is te zien op de camerabeelden en is ter plaatse aangehouden. Hoewel deze omstandigheden schreeuwen om een uitleg, is een plausibele verklaring van verdachte hieromtrent uitgebleven.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Ten aanzien van feit 1

op 2 februari 2018 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander, een groot aantal te weten 27 fietsen, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze fietsen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Ten aanzien van feit 2

omstreeks 2 februari 2018 te Amersfoort, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten

onder meer en voor zover bekend [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het plegen van fietsendiefstallen en het helen van fietsen en het omkatten van die fietsen en het naar Polen vervoeren van die fietsen en het verkopen/verhandelen van die fietsen.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 1: medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd;

Feit 2: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, gelet op de rol van verdachte, ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat als er wel een veroordeling zou volgen van belang is dat verdachte al ruim drie maanden in voorarrest zit, wat zeer fors is. Om die reden dient hooguit een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest te volgen, want een langere straf is niet billijk.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de heling van een groot aantal dure fietsen en het deelnemen aan een criminele organisatie. Hij heeft zo bewust bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen fietsen. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij met deze delicten te kennen heeft gegeven geen enkel respect voor de eigendommen van anderen te hebben en zijn eigen financiële gewin hierboven heeft geplaatst.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 3 april 2018. Verdachte is eerder in Nederland veroordeeld wegens vermogensdelicten, waaronder diefstal door middel van braak. Tevens is verdachte eerder in aanraking geweest met justitie in Polen wegens diefstal en heling. Dit weegt in het nadeel van verdachte mee.

De rechtbank heeft in haar oordeel over de strafmaat tevens betrokken dat de verdachte zowel bij de politie als ter terechtzitting geen openheid van zaken heeft willen geven, ondanks dat er veel belastend bewijs tegen hem was. Hij heeft daardoor geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn daden willen nemen.

De rechtbank acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek van de tijd door de verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, passend en geboden.

9 BESLAG

De rechtbank heeft geen beslaglijst van de officier van justitie ontvangen. Ter terechtzitting heeft de raadsman van verdachte de rechtbank gevraagd om een beslissing te nemen inzake een geldbedrag ad € 580,- dat bij verdachte in beslag is genomen. De officier van justitie heeft ter terechtzitting toegezegd ervoor zorg te dragen dat het geldbedrag teruggaat naar verdachte en om die reden is de rechtbank van oordeel dat hierover geen beslissing meer hoeft te worden genomen.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 57, 140 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het ten laste gelegde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in
verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mrs. E. Akkermans en J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.H. Batavier, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 juni 2018.

Mr. J. Wiersma is buiten staat mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan M.M. Gurdziel is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 2 februari 2018 te Amersfoort, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een groot aantal (te

weten 27) fietsen, althans meerdere fietsen, in elk geval een fiets, heeft

verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij

ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze fiets(en) wist,

althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het door (een) misdrijf

verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 2 februari 2018 te Amersfoort, althans in Nederland, heeft

deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van

natuurlijke personen, te weten (onder meer en/of voor zover bekend) [medeverdachte 1]

en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het

plegen van misdrijven, te weten het plegen van fietsendiefstallen en/of het

helen van fietsen en/of het omkatten van (die) fietsen en/of het (naar Polen)

vervoeren van (die) fietsen en/of het verkopen/verhandelen van (die) fietsen.

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 5 februari 2018, genummerd PL0900-2018035299 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 489. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2018, pagina 69.

3 Een proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2018, pagina 70.

4 Een proces-verbaal van aanhouding van 2 februari 2018, pagina 178.

5 Een proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2018, pagina 71.

6 Foto’s, pagina 80 tot en met pagina 87.

7 Een proces-verbaal van bevindingen van 4 februari 2018, pagina 112.

8 Een proces-verbaal van bevindingen van 4 februari 2018, pagina 121.

9 Een proces-verbaal van bevindingen van 4 februari 2018, pagina 112.

10 Een proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2018, pagina 94.

11 Een proces-verbaal van bevindingen van 11 februari 2018, pagina 346.

12 Een kennisgeving van inbeslagneming van 5 februari 2018, pagina 361.

13 Een geschrift, inhoudende een rapport van bevindingen van technisch onderzoek van 20 maart 2018, pagina 468.

14 Een proces-verbaal van verhoor van 4 februari 2018, pagina 239.

15 Een proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2018, pagina 141.

16 Een proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2018, pagina 142.

17 Een proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2018, pagina 143.

18 Een proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2018, pagina 144.

19 Een proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2018, pagina 145.

20 Een proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2018, pagina 146.

21 Een proces-verbaal van relaas van 8 maart 2018, pagina 402.

22 Een proces-verbaal van verhoor van 3 februari 2018, pagina 209.

23 Een proces-verbaal van verhoor van 3 februari 2018, pagina 211.

24 Een proces-verbaal van verhoor van 4 februari 2018, pagina 214.

25 Een proces-verbaal van verhoor van 4 februari 2018, pagina 214.

26 Een proces-verbaal van verhoor van 4 februari 2018, pagina 213.

27 Een proces-verbaal van verhoor van 4 februari 2018, pagina 214.

28 HR 26 oktober 1993, ECLI:NL:HR:1993:AD1974, NJ 1994/161.

29 HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5132.

30 HR 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5651.