Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:2353

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-05-2018
Datum publicatie
30-05-2018
Zaaknummer
16/652368-16 (ontneming)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 63-jarige man uit Steenwijk is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 328 dagen. De man pleegde in zijn functie als predikant valsheid in geschrifte. Ook heeft hij als penningmeester van de Stichting Welzijn Senioren ruim 200.000 euro verduisterd.

De man heeft tussen 2006 en 2010 verschillende kasbewijzen vervalst die bestemd waren voor de administratie van het Diaconaal Fonds van de Doopsgezinde Gemeente Huizen-Hilversum. Vanuit het Diaconaal Fonds werd financiële steun geboden aan steunaanvragers. De bedragen werden overgemaakt op een bankrekening van de predikant. Hij heeft verklaard dat hij vervolgens zelf de bedragen contant heeft uitbetaald aan de steunaanvragers. De kasbewijzen dienden als bewijs van ontvangst van de contante bedragen. Op een aantal van deze kasbewijzen heeft de predikant een zelf bedachte handtekening gezet. De rechtbank kan niet vaststellen of de predikant dit geld daadwerkelijk uitkeerde aan de steunaanvragers. Daardoor is enkel de valsheid in geschrifte wettig en overtuigend bewezen en wordt hij vrijgesproken van verduistering.

Vanaf 2014 was de man penningmeester van de Stichting Welzijn Senioren en had hij de beschikking over de bankrekening van de stichting. In zijn periode als penningmeester heeft hij meerdere keren, zonder toestemming, bedragen overgemaakt naar een andere rekening. De bedragen werden vervolgens direct overgeboekt naar andere rekeningen, waaronder een groot deel naar een andere zakelijke rekening van de man. In totaal heeft hij op deze manier 210.536 euro van de stichting verduisterd. Hij heeft het geld onder andere gebruikt voor investeringen, vliegtickets, betalingen aan zijn ex-vrouw en salaris aan een pastorale kracht zonder dat het bestuur hiervan op de hoogte was.

Verdachte heeft het vertrouwen dat andere mensen in hem hadden ernstig beschaamd. Als predikant had hij aanzien en was het vertrouwen in hem groot. Als penningmeester van de Stichting Welzijn Senioren heeft hij zich laten leiden door zijn eigen geldelijk gewin en heeft hij zich niet bekommerd om de slachtoffers. Ook heeft hij niet uit zichzelf een einde gemaakt aan de strafbare feiten, maar is hij pas opgehouden toen hij door de politie als verdachte werd aangemerkt.

Omdat de man in 2016 al verhoord werd en de zaak pas enkele weken geleden op zitting werd behandeld is de redelijke termijn overschreden. De rechtbank vindt een gevangenisstraf van 365 dagen passend, maar vanwege het overschrijden van de termijn wordt hij veroordeeld tot 328 dagen gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/652368-16 (ontneming)

Vonnis van de meervoudige kamer van 30 mei 2018

in de ontnemingszaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen: [verdachte].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van

9 mei 2018, waarbij zijn gehoord:

  • -

    Mr. R.J.J.S. Visser, officier van justitie;

  • -

    [verdachte], bijgestaan door zijn raadsman mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken van het voorbereidend onderzoek in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer te weten:

- het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 30 mei 2018 in de onderliggende strafzaak;

- de stukken behorende tot het dossier in de strafzaak.

OVERWEGINGEN

Bij vonnis van deze rechtbank van 30 mei 2018 is [verdachte] in de onderliggende strafzaak veroordeeld ter zake:

hij op een of meer tijdstippen in de periode 30 januari 2014 tot en met 30 juli 2015 in Nederland, opzettelijk een geldbedrag van in totaal 210.536,00 euro toebehoorde aan [stichting 1] en/of [stichting 2] en welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als penningmeester van de [stichting 1] en/of [stichting 2], onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij vordering van 7 december 2017 gevorderd dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en aan [verdachte] de verplichting oplegt tot betaling aan de staat van dit voordeel, welk voordeel wordt geschat op

€ 210.536,00. Ter zitting van 9 mei 2018 heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de vordering. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het geldbedrag [verdachte] ten goede is gekomen, nu uit zijn verklaring volgt dat hij het geld heeft gebruikt voor zakelijke doeleinden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de vordering van de officier van justitie af te wijzen, dan wel de vordering toe te wijzen tot het gedeelte wat [verdachte] als voordeel heeft ontvangen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat het niet aannemelijk is dat [verdachte] daadwerkelijk voordeel heeft genoten, nu het geld zich op de rekening van de [vereniging] ([vereniging]) heeft vermengd met andere bedragen en vervolgens is verdeeld onder [B.V.], [A], [bedrijfsnaam 1], [vereniging], [bedrijfsnaam 2] en [bedrijfsnaam 3].

Het oordeel van de rechtbank

Dat [verdachte] zich een bedrag van € 210.536,00 wederrechtelijk heeft toegeëigend, blijkt uit de in het vonnis van 30 mei 2018 opgenomen bewezenverklaring van dit feit en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] van het wederrechtelijk verkregen geldbedrag ook daadwerkelijk het voordeel heeft genoten, nu [verdachte] de feitelijke beschikking had over het geld en het geld naar eigen inzicht heeft kunnen besteden. Immers heeft [verdachte] het geld van [stichting 1] overgemaakt naar de rekening van [vereniging]. Zoals de raadsman tijdens het onderzoek ter terechtzitting namens [verdachte] heeft verklaard, vormden [verdachte] en zijn toenmalige echtgenote [B] samen het bestuur van [vereniging].1 Echter, mevrouw [B] heeft bij de politie verklaard dat zij slechts op papier penningmeester van de vereniging was; er waren namelijk twee personen nodig om het bestuur te kunnen vormen. Mevrouw [B] had geen toegang tot de bankrekening en [verdachte] was de enige persoon die zich bezighield met overboekingen.2 Vanaf de bankrekening van [vereniging] werd het geld vrijwel direct werd overgemaakt naar de rekening van [B.V.] . [verdachte] was enig aandeelhouder en enig bestuurder van [B.V.]3 [verdachte] heeft het geld naar eigen zeggen gebruikt als overbruggingsfinanciering voor eigen zakelijke projecten. Tevens werd het geld van [stichting 1] door [verdachte] gebruikt voor andere doeleinden, zoals een maandelijkse bijdrage aan mevrouw [A] en een uitkering aan de ex-vrouw van [verdachte].4

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het door [verdachte] wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van € 210.536,00.

BESLISSING

De rechtbank:

- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat, vast op

€ 210.536,00;

- legt aan [verdachte] de verplichting op om ter zake van ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel aan de staat te voldoen een bedrag van € 210.536,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W.B. Beekman, voorzitter, mrs. N.E.M. Kranenbroek en M. Ferschtman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.J. van Klompenburg , griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 mei 2018.

1 Pleitnotities van mr. F.P. Slewe inzake [verdachte] voor de terechtzitting d.d. 9 mei 2018.

2 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 13 februari 2016, genummerd PL0900-2015322935, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 63, pagina 33.

3 Proces-verbaal benoemd in voetnoot 2, pagina 56.

4 De verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van 9 mei 2018.