Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:234

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24-01-2018
Datum publicatie
24-01-2018
Zaaknummer
16/660381-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 24-jarige man uit Andijk is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar voor internationale drugshandel. De man heeft in 2016 bijna een half jaar tijd ruim 60 kilogram hard- en softdrugs verkocht. Een 26-jarige vrouwelijke medeverdachte uit Utrecht is vrijgesproken betrokkenheid bij de drugshandel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/660381-16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 24 januari 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1993] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 20 december 2017 (inhoudelijke behandeling) en 10 januari 2018 (sluiting onderzoek).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N.T.R.M. Franken en van hetgeen verdachte en mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting nader omschreven. De tenlastelegging, zoals weergegeven in de nadere omschrijving van de tenlastelegging, is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat:

feit 1 primair:

verdachte in de periode van 30 mei 2016 tot en met 14 november 2016, samen met een ander, in (onder meer) Eemnes MDMA, MDA, amfetamine en cocaïne heeft verkocht (naar het buitenland);

feit 1 subsidiair:

[medeverdachte] zich, samen met een ander/anderen, in de voornoemde periode heeft schuldig gemaakt aan de verkoop van MDMA, MDA, amfetamine en cocaïne (naar het buitenland) en verdachte hierbij behulpzaam is geweest door een woning te huren in Eemnes , bestellingen van harddrugs klaar te maken, postpakketten aan te bieden voor verzending en de frankeringskosten te betalen;

feit 2 primair:

verdachte in de periode van 30 mei 2016 tot en met 14 november 2016, samen met een ander, in (onder meer) Eemnes hasjiesj en hennep heeft verkocht (naar het buitenland);

feit 2 subsidiair:

[medeverdachte] zich, samen met een ander/anderen, in de voornoemde periode heeft schuldig gemaakt aan de verkoop van hasjiesj en hennep (naar het buitenland) en verdachte hierbij behulpzaam is geweest door een woning te huren in Eemnes , bestellingen van softdrugs klaar te maken, postpakketten aan te bieden voor verzending en de frankeringskosten te betalen;

feit 3: verdachte, samen met een ander, in de periode van 14 tot en met 18 november 2016 te Eemnes een hoeveelheid MDMA, MDA, amfetamine en cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad;

feit 4: verdachte, samen met een ander, in de periode van 14 tot en met 18 november 2016 te Eemnes een hoeveelheid hennep en hasjiesj opzettelijk aanwezig heeft gehad;

feit 5: verdachte zich, samen met een ander, in de periode van 1 juli 2014 tot en met 14 november 2016 heeft schuldig gemaakt aan opzet- dan wel schuldwitwassen van een Jaguar, een horse-truck, debetcards, een geldbedrag van 501.165,38, omvattende onder andere € 21.930 aan contante stortingen en € 50.366,- aan girale bijschrijvingen, almede van totaal € 15.000,- aan waarborgsom en huur voor een woning.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft opgemerkt dat de rol van verdachte bij de handel in verdovende middelen (feiten 1 en 2) onduidelijk blijft nu verdachte heeft verklaard dat hij slechts behulpzaam is geweest bij deze handel, die door medeverdachte [medeverdachte] werd gedreven, en [medeverdachte] dit zelf ontkent.

Wat betreft de feiten 3 en 4 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor feit 5, omdat verdachte voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij rond 2012 duizend bitcoins heeft gekocht. Naar deze verklaring is onvoldoende onderzoek gedaan. Niet kan worden bewezen verklaard dat de bitcoins die door verdachte later zijn verzilverd van misdrijf afkomstig zijn.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

4.3.1

Bewijsmiddelen (feiten 1 primair, 2 primair, 3 en 4)

Op zowel 14 als 18 november 2016 vonden doorzoekingen plaats in de woning van verdachten [verdachte] en [medeverdachte] aan de [adres] in [woonplaats] . Tijdens deze doorzoekingen werden diverse hoeveelheden verdovende middelen aangetroffen.2

MDMA (xtc-pillen)

Op 16 november 2016 werd onderzoek gedaan naar een partij – vermoedelijk verdovende middelen – inbeslaggenomen op het adres [adres] in [woonplaats] . Dit betreft onder meer 461 pillen, indruk instagram (monster SIN: AAIN4435NL), 305 pillen, indruk tesla (monster SIN: AAIN4431NL) en 1969 pillen, indruk instagram (monster SIN: AAIN4430NL).3

Uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna NFI) blijkt dat de monsters met de SIN-nummers AAIN4435NL, AAIN4431NL en AAIN4430NL alle MDMA bevatten.4

Op 25 november 2016 werd door de Forensische Opsporing onderzoek gedaan naar een partij – vermoedelijk verdovende middelen – inbeslaggenomen op het adres [adres] in [woonplaats] .5 Van de stoffen is een monster genomen en verstuurd naar het NFI. Uit het onderzoek van de Forensische Opsporing en het NFI blijkt het volgende:

3,5 groene pillen (monster SIN AAKJ6394NL)6: AAKJ6394NL bevat MDMA;7

25 pillen, (monster SIN AAKJ6288NL)8: AAKJ6288NL bevat MDMA9;

5 roze pillen (monster SIN AAKJ6405NL)10: AAKJ6405NL bevat MDMA11;

24 groene pillen, indruk instagram, (monster SIN AAKJ6290NL)12: AAKJ6290NL bevat MDMA13;

5 roze pillen (monster SIN AAKJ6294NL)14: AAKJ6294NL bevat MDMA15;

23 groene pillen, indruk instagram (monster SIN AAKJ6292NL)16: AAKJ6292NL bevat MDMA17;

24 groene pillen, indruk instagram (monster SIN AAKJ6291NL)18: AAKJ6291NL bevat MDMA19;

116 ¾ groene pillen, indruk instagram (monster SIN AAKJ6392NL)20: AAKJ6392NL bevat MDMA21;

115 groene pillen, indruk instagram (monster SIN AAKJ6391NL)22: AAKJ6391NL bevat MDMA23;

115 groene pillen, indruk instagram (monster SIN AAKJ6390NL)24: AAKJ6390NL bevat MDMA25;

1 roze pil, dominosteen logo (monster SIN AAKJ6397NL)26: AAKJ6397NL bevat MDMA27.

MDMA - kristallen

Op 16 november 2016 werd onderzoek gedaan naar een partij – vermoedelijk verdovende middelen – inbeslaggenomen op het adres [adres] in [woonplaats] . Dit betreft onder meer 1.005 gram bruine kristallen (monster SIN AAIN4437NL)28, 290 gram bruine kristallen (monster SIN AAIN4434NL) en 2,77 gram bruine kristallen (monster SIN AAIN4432NL).29

Uit onderzoek van het NFI blijkt dat de monsters met de SIN-nummers AAIN4437NL, AAIN4434NL en AAIN4432NL alle MDMA bevatten.30

Op 25 november 2016 werd door de Forensische Opsporing onderzoek gedaan naar een partij – vermoedelijk verdovende middelen – inbeslaggenomen op het adres [adres] in [woonplaats] .31 Van de stoffen is een monster genomen en verstuurd naar het NFI. Uit het onderzoek van de Forensische Opsporing en het NFI blijkt het volgende:

0,97 gram crèmekleurige kristallen (monster SIN AAKJ6403NL)32: AAKJ6403NL bevat MDMA33;

4,99 gram crèmekleurige kristallen (monster SIN AAKJ6402NL)34: AAKJ6402NL bevat MDMA35;

0,92 gram crèmekleurige kristallen (monster SIN AAKJ6401NL)36: AAKJ6403NL bevat MDMA37;

30,16 gram crèmekleurige kristallen, verpakt in papieren envelop (monster SIN AAKJ6289NL)38: AAKJ6289NL bevat MDMA39;

0,70 gram crèmekleurige kristallen, verpakt in papieren envelop (monster SIN AAKJ6406NL)40: AAKJ6406NL bevat MDMA41;

20,89 gram crèmekleurige kristallen, verpakt in papieren envelop (monster SIN AAKJ6293NL)42: AAKJ6293NL bevat MDMA43;

50,03 gram crèmekleurige kristallen, verpakt in papieren envelop (monster SIN AAKJ6393NL)44: AAKJ6393NL bevat MDMA45;

50,16 gram crèmekleurige kristallen, verpakt in papieren envelop (monster SIN AAKJ6389NL)46: AAKJ6389NL bevat MDMA47;

5,09 gram crèmekleurige kristallen, verpakt in papieren envelop (monster SIN AAKJ6395NL)48: AAKJ6395NL bevat MDMA49;

1,00 gram crèmekleurige kristallen, verpakt in papieren envelop (monster SIN AAKJ6396NL)50: AAKJ6396NL bevat MDMA51;

5,22 gram crèmekleurige kristallen, verpakt in papieren envelop (monster SIN AAKJ6398NL)52: AAKJ6398NL bevat MDMA53.

Amfetamine

Op 25 november 2016 werd onderzoek gedaan naar een partij – vermoedelijk verdovende middelen – inbeslaggenomen op het adres [adres] in [woonplaats] .54 Dit betreft onder meer 49,38 gram poeder (monster SIN AAKJ6404NL)55, 7,14 gram poeder (monster SIN AAKJ6400NL)56 en 250 gram poeder (monster SIN AAKJ6399NL).57

Uit onderzoek van het LGC blijkt dat de monsters met de SIN-nummers AAKJ6404NL,

AAKJ6400NL en AAKJ6399NL alle amfetamine bevatten.58,59

Cocaïne

Op 16 november 2016 werd onderzoek gedaan naar een partij – vermoedelijk verdovende middelen – inbeslaggenomen op het adres [adres] in [woonplaats] . Dit betreft onder meer 13,11 gram poeder (monster SIN AAIN4436NL)60 en 1,47 gram poeder (monster SIN AAIN4433NL).61

Uit onderzoek van het NFI blijkt dat de monsters met de SIN-nummers AAIN4436NL en AAIN4433NL beide cocaïne bevatten.62

Hennep

Op 16 november 2016 werd door de Forensische Opsporing onderzoek gedaan naar een partij – vermoedelijk verdovende middelen – inbeslaggenomen op het adres [adres] in [woonplaats] . De aangeboden partij bestond uit onder meer:

  • -

    210 gram groene plantentoppen;

  • -

    415 gram groene plantentoppen;63

  • -

    155 gram groene plantentoppen;

  • -

    205 gram groene plantentoppen;

  • -

    15 gram groene plantentoppen.64

De plantentoppen werden door de verbalisanten herkend als hennep. Daarnaast werd een test uitgevoerd. Deze gaf in alle voornoemde gevallen een reactie, indicatief voor THC, de werkzame stof in hennep en hasjiesj.65

Daarnaast werd op 25 november 2016 door de Forensische Opsporing onderzoek gedaan naar een partij – inbeslaggenomen op het adres [adres] in [woonplaats] – bestaande uit onder meer:

  • -

    0,96 gram cannabis;

  • -

    1,08 gram plantentop cannabis;66

  • -

    0,40 gram groen plantentopje;

  • -

    170 gram groene plantentoppen;

  • -

    30,05 gram groene plantendelen.67

De plantendelen werden door de verbalisanten herkend als hennep. Daarnaast werd een test uitgevoerd. Deze gaf in alle voornoemde gevallen een reactie, indicatief voor THC, de werkzame stof in hennep en hasjiesj.68

Hasjiesj

Op 16 november 2016 werd door de Forensische Opsporing onderzoek gedaan naar een partij – vermoedelijk verdovende middelen – inbeslaggenomen op het adres [adres] in [woonplaats] . Het betrof onder meer een hoeveelheid van 280 gram bruine brokken en 670 gram bruine brokken.69 Deze brokken werden door de verbalisanten herkend als hasjiesj. Daarnaast werd een test uitgevoerd. Deze gaf in beide gevallen een reactie, indicatief voor THC, de werkzame stof in hennep en hasjiesj.70

Daarnaast werd op 25 november 2016 door de Forensische Opsporing onderzoek gedaan naar een hoeveelheid van 5,8 gram bruine brokken.71 De test van deze stof gaf een reactie, indicatief voor THC, de werkzame stof in hennep en hasjiesj.72

Overweging totale hoeveelheden harddrugs en softdrugs

Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen constateert de rechtbank dat er op 14 en 18 november 2016 de volgende hoeveelheden hard- en softdrugs zijn aangetroffen op de [adres] in [woonplaats] :

  • -

    MDMA (xtc-pillen): totaal 3.191 (hele) pillen;

  • -

    MDMA (kristallen): totaal 1.467,90 gram;

  • -

    Amfetamine: totaal 306,52 gram;

  • -

    Cocaïne: totaal 14,58 gram;

  • -

    Hennep: totaal 1.202,49 gram;

  • -

    Hasjiesj: totaal 955,8 gram.

4.3.2

Aanvullende bewijsmiddelen (feiten 1 primair en 2 primair)

De achterste kamer van de rechtervleugel van de woning aan de [adres] in [woonplaats] betrof een werkkamer. Hier lagen diverse doorzichtige verpakkingen harddrugs, enveloppen en drie sealapparaten voor het luchtdicht verpakken.73 In een aparte ‘opslagkamer’, welke gelegen is naast de ‘werkruimte’ op de begane grond werden diverse dozen aangetroffen met verpakkingsmaterialen en restafval van de preparatie van de verdovende middelen ten behoeve van de postorder verzendingen.74 In de opslagruimte lagen in totaal 700 enveloppen op voorraad.75 Ook werden diverse turflijsten en notities aangetroffen.76

Van de turflijsten is een overzicht gemaakt ten behoeve van een telling van het aantal verkopen. Hieruit bleken totaal 2.835 verkopen die te interpreteren zijn als postorder drugsverzendingen.77

Tijdens de huiszoeking in de woning aan de [adres] werden diverse verzendbewijzen en barcodes van verzonden pakketten/brieven aangetroffen. Het totaal aantal barcodes/verzendbewijzen dat in beslag werd genomen betrof 566 stuks. Het eerste verzendbewijs dateert van 30 mei 2016 en het laatste dateert van 10 november 2016.78 Van de barcodes/verzendbewijzen is een selectie gemaakt van 22 barcodes. Van de 22 verzendbewijzen bleek dat de poststukken werden ingeleverd op de volgende locaties: Almere, Broek op Langedijk, Nieuwegein, Alkmaar, Soest, Amersfoort en Hilversum.79 Uit de verklaringen van [medeverdachte] en [verdachte] blijkt dat zij eind mei 2016 en begin juni 2016 nog in

Schoorl woonden en dat zij halverwege juni in [woonplaats] op de [adres] zijn gaan wonen. Uit de bevraagde inleverlocaties van de poststukken bij PostNL blijkt dat deze tot begin juni in Alkmaar en omgeving werden ingeleverd en daarna in de omgeving van Eenmes (Soest, Hilversum, Amersfoort).80

Uit onderzoek naar de barcodes op de aangetroffen verzendbewijzen bij PostNL bleek dat de 566 postpakketten waren verzonden naar 48 landen.81

Op de postpakketten werden retouradressen gebruikt met namen en adressen die geen relatie hadden tot de verdachten [verdachte] en [medeverdachte] . Dit betroffen onder meer de volgende adressen:

  • -

    [bedrijf 1] , [adres] , [woonplaats] ;

  • -

    [bedrijf 2] , [adres] , [woonplaats] .

Deze adressen zijn aangetroffen op labels, stickers, etiketten, administratie en postpakketten die tijdens de doorzoekingen in beslag werden genomen.82

Op 23 februari 2017 is een rechtshulpverzoek ingediend aan de bevoegde autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika. Uit de uitgeleverde informatie blijkt onder meer dat er 55 postpakketten zijn onderschept in de Verenigde Staten van Amerika, waarvan 14 postpakketjes met verzendadres [bedrijf 2] ( [adres] , [woonplaats] ) en 41 postpakketjes met verzendadres [bedrijf 1] ( [adres] , [woonplaats] ).83 Uit de lijst van retouradres [bedrijf 2] blijkt dat er in totaal 80 stuks xtc-pillen, 170 gram MDMA en 40 gram Crystal Meth zijn verzonden. Uit de lijst van retouradres [bedrijf 1] blijkt dat er in totaal 473 stuks xtc-pillen, 84 gram hasjiesj en 469 gram MDMA zijn verzonden.84

Op 14 november 2016 werd in de woning die in gebruik is bij verdachte [verdachte] een A4-formaat papier aangetroffen met daarop afgedrukt een naam en datum. Op dit papier stond de naam “ [gebruikersnaam] ” en de datum “14-09-2016”. Beide teksten waren omgeven (links en rechts) met een afbeelding van een kroon.85

Op de Darknet Market Alphabay bleek op 14 september 2016 een profiel aangemaakt te zijn met de gebruikersnaam “ [gebruikersnaam] ”.86 Door het profiel “ [gebruikersnaam] ” waren in totaal 31 advertenties geplaatst.87 De titels van deze advertenties bevatten onder meer de volgende teksten: “50g MDMA Very High Quality”, “50x 100 Dollar Bills Green Very High Quality”, “50g Haze Very High Quality High THC %”, “250g Amphetamine Speed” en “2g Peruvian Cocaïne 93% purity”.88 In het overzicht van de advertenties bleek dat de verkoper “ [gebruikersnaam] ” gebruik maakte van foto’s van vermoedelijk verdovende middelen met op de voorgrond een papier waarop de naam “ [gebruikersnaam] ” en datum “14-09-2016” afgedrukt stond. Dit papier met opdruk vertoonde sterke gelijkenis met het papier dat werd aangetroffen bij de doorzoeking.89 Onder “ [gebruikersnaam] ” werd geadverteerd met internationale opties voor verzenden van de verdovende middelen. De producten konden in bitcoins worden afgerekend.90

4.3.3

Verklaring van verdachte (feiten 1 primair, 2 primair, 3 en 4)

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij aan de hand van de bestellijsten turflijstjes maakte. Dat gebeurde een aantal keren per week. De drugs zaten in sealbags, ze werden afgewogen en ingepakt. Twee tot drie keer per week ging verdachte naar het postkantoor om de pakketjes weg te brengen. Kleine pakketjes werden soms niet via het postkantoor verzonden, maar dat betrof maar een klein aantal.91

Overweging met betrekking tot de rol van verdachte

Verdachte heeft zowel in zijn laatste verhoor bij de politie als op de zitting verklaard dat hij slechts een ondersteunende rol heeft gehad in de drugshandel. Volgens verdachte was het [medeverdachte] die daadwerkelijk achter deze handel zat en verrichtte hij, verdachte, voor haar slechts enkele hand- en spandiensten.

De rechtbank volgt verdachte niet in dit standpunt. Verdachte heeft bij de politie wisselend verklaard over zijn rol bij de internationale drugshandel. In eerste instantie heeft hij verklaard dat hij de drugs in pakketjes deed en verzond omdat hij bedreigd werd door zigeuners. [medeverdachte] zou hiervan, zo stelt verdachte in dat verhoor, niets af geweten hebben. In zijn verhoor van 21 februari 2017 komt verdachte hierop terug en zegt hij dat [medeverdachte] volledig verantwoordelijk is voor de drugshandel en hij in eerste instantie heeft verklaard dat zij er niets mee te maken had, omdat hij haar wilde beschermen. Verder verklaart hij dat het verhaal van de zigeuners verzonnen zou zijn. Gelet op deze wisselende en tegenstrijdige verklaringen van verdachte over zijn vermeende ondersteunende rol bij de drugshandel, acht de rechtbank deze verklaring op dit punt niet betrouwbaar. Daarnaast heeft de rechtbank in het dossier geen aanknopingspunten gevonden dat de rol van verdachte slechts een ondersteunend karakter zou hebben gehad.

Partiële vrijspraak medeplegen

Uit de stukken in het dossier blijkt niet dat anderen dan verdachte betrokken zijn geweest bij de drugshandel die plaatsvond vanuit de woning aan de [adres] in [woonplaats] . Ook blijkt niet - anders dan dat verdachte stelt - dat [medeverdachte] enige betrokkenheid heeft gehad bij deze handel in verdovende middelen. Naar het oordeel van de rechtbank geldt dit evenzeer voor het aanwezig hebben van de aangetroffen hoeveelheden hard- en softdrugs. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde medeplegen.

Overweging totale hoeveelheid verhandelde drugs

Bij de doorzoeking in de woning van verdachte zijn turflijsten aangetroffen, waarvan verdachte heeft verklaard dat deze lijsten door hem werden opgemaakt aan de hand van de drugsbestellingen die werden gedaan. Daarnaast heeft de politie op Alphabay onder de naam [gebruikersnaam] informatie aangetroffen over hoeveel verkopen er plaatsvonden van bepaalde hoeveelheden drugs. Deze aantallen, van zowel de turflijsten als de lijsten op Alphabay, zijn door de politie verwerkt in een overzicht (p. 1720). In totaal hebben minimaal 2835 verkopen/bestellingen in de ten laste gelegde periode plaatsgevonden. De rechtbank constateert aan de hand van het overzicht dat tenminste de volgende hoeveelheden zijn verkocht: ruim 16 kilogram MDMA, ruim 44 kilogram amfetamine, ruim 10 kilo hennep en enkele kilo’s hasjiesj. Daarnaast is sprake geweest van verkoop van grote hoeveelheden xtc-pillen en van enkele honderden grammen cocaïne.

4.3.4

Witwassen (feit 5)

Juridisch kader

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, Sr opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp "uit enig misdrijf" afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Als uit het door het openbaar ministerie aangedragen bewijs feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid die van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp.

Indien de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de herkomst van het voorwerp, dan ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het voorwerp.

Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voorwerp waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Bewijsmiddelen

De rechtbank leidt uit de beschikbare bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden af.

Legale inkomsten

Uit inkomensgegevens van de Belastingdienst blijkt dat [verdachte] over 2014 een uitkering heeft genoten van het UWV van in totaal € 3.586,-. Tevens kreeg hij in dat jaar studiefinanciering van € 969,54. Over 2015 zijn er geen inkomensgegevens bekend bij de Belastingdienst. Uit de aangifte omzetbelasting blijkt dat [verdachte] over 2012 en 2013 een totale omzet heeft gehad van € 54.180,-. Op peildatum 31 december 2014 en 31 december 2015 hebben alle bij de Belastingdienst bekende rekeningnummers van [verdachte] geen of een negatief saldo.92

Verder blijkt uit gegevens van de Belastingdienst dat [medeverdachte] en [verdachte] vennoot waren van het bedrijf V.O.F. [rijschool] . Deze vennootschap is op 3 september 2012 opgericht en op 19 maart 2014 opgeheven. Er is geen omzet geweest in voornoemd tijdvak. Over 2014 blijkt [medeverdachte] € 1.746,- aan loon te hebben gehad bij respectievelijk [bedrijf 3] , [bedrijf 4] B.V. en [bedrijf 5] B.V. Over 2015 had [medeverdachte] geen inkomsten.93

Verzilverde bitcoins

Stichting [stichting] is opgericht op 21 januari 2015 en had vanaf de datum van de oprichting tot 6 januari 2016 [verdachte] als enige bestuurder.94 Vanaf 6 januari 2016 betrof de enige bestuurder De [verdachte] Investments Limited.95 [verdachte] was vanaf 18 december 2015 directeur van laatstgenoemde vennootschap.96

Op 16 januari 2016 werden bij het bedrijf Bitonic alle transacties gevorderd die betrekking hadden op de negen betrokken bankrekeningen op naam van Stichting [stichting] . Uit de uitgeleverde informatie bleek dat over de periode van 26 maart 2015 tot en met 14 november 2016 voor € 501.165,38 aan bitcoins waren verzilverd. Alle negen rekeningen bleken, hoewel bij Bitonic voorzien van verschillende namen, volgens de verstrekking van de ING-bank op naam te staan van rekeninghouder Stichting [stichting] .97

Van het rekeningnummer [rekeningnummer] , op naam van Stichting [stichting]98, wordt een bedrag van € 45.094,08 overgeboekt naar twee rekeningen99 op naam van [medeverdachte] . Verder wordt een bedrag van € 31.101,52 overgemaakt naar vier rekeningen100 op naam van [verdachte] . Daarnaast wordt van deze rekening een bedrag van € 270.259,90 contant opgenomen.101 Een bedrag van € 72.500,- wordt afgeschreven voor de aankoop van een Jaguar.102 Ook wordt in totaal een bedrag van € 75.352,16 afgeschreven,103 bestaande uit vaste lasten (€ 16.061,16), overige huishoudelijke uitgaven (€ 50.462,35) en overige uitgaven (€ 8.828,65).104

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat in totaal bijna zes ton aan verzilverde bitcoins is uitgekeerd op de rekeningen van Stichting [stichting] . Een deel van het geld werd door verdachte overgeboekt naar [medeverdachte] en een deel hield hij voor zichzelf. Daarnaast is er van dit geld een Jaguar gekocht. Verdachte heeft verder verklaard dat het klopt dat hij ruim € 270.000,- contant heeft opgenomen van zijn rekening. Van dit geldbedrag heeft hij naar schatting nog € 260.000,- op een veilige plaats liggen.105

Door de politie is onderzoek gedaan naar de bitcoinadressen die door verdachte werden gebruikt.106 Door middel van analyse met behulp van het programma Chainalysis blijkt dat er veel betalingen en ontvangsten van en/of naar deze adressen via zogenaamde mixers liepen. Een mixer wordt aangeboden door diverse partijen. Deze stellen een bitcoinadres ter beschikking waar men bitcoins op kan storten. De mixer betaalt vervolgens deze bitcoins terug aan de klant na aftrek van een kleine ‘fee’. De bitcoins worden op een groot aantal verschillende bitcoinadressen gestort. In totaal werden 430 bitcoinadressen ingevoerd in Chainalysis. Naast het gebruik van mixerdiensten bleek dat er een aantal transacties gelinkt was aan Darknet Markets.107

Jaguar F-Pace

Op 14 november 2016 werd door de politie een Jaguar F-Space met kenteken [kenteken] in beslag genomen. Op de kilometerteller stond 35 kilometer.108 Deze auto bleek gekocht te zijn bij Autobedrijf [autobedrijf] . Door twee medewerkers van dit bedrijf werd tegenover de politie verklaard dat de koopovereenkomst voor deze Jaguar werd gesloten op 12 juli 2016. De overeenkomst werd ondertekend door zowel [verdachte] als [medeverdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] en [medeverdachte] ). Het totaalbedrag bedroeg € 72.500,-, inclusief een ingeruilde Nissan.109 Op 22 juli 2016 werd een bedrag van € 5.000,- door [autobedrijf] ontvangen afkomstig van de bankrekening [rekeningnummer] op naam van Stichting [stichting] . Vanaf 9 tot en met 14 november 2016 werd het resterende bedrag in deelbetalingen aan [autobedrijf] overgemaakt.110

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de Jaguar heeft gekocht van het geld dat hij ontving in verband met het verzilveren van de bitcoins. [medeverdachte] heeft haar auto bij de aankoop van de Jaguar ingeleverd en ondertekende, volgens verdachte, daarom ook het koopcontract. Verdachte heeft verklaard ruim € 72.000,- voor de Jaguar te hebben betaald.111

Aanbetaling horsetruck

Op de bankafschriften van de Stichting [stichting] was een afschrijving zichtbaar van € 5.000 naar de rekening van het bedrijf [bedrijf 6] B.V. te Kiel, met omschrijving ‘aanbetaling Victorie’.112 Door [A] , werkzaam bij [bedrijf 6] B.V., werd op 17 januari 2017 een uitdraai getoond van een bankoverschrijving. Dit betrof een boeking van € 5.000,- op de rekening van [bedrijf 6] B.V. welke afkomstig was van Stichting [stichting] , rekening [rekeningnummer] . Dit betrof een aanbetaling voor een paardenvrachtwagen.113 Uit de koopovereenkomst blijkt het merk/type een “Victory 5 excel” te betreffen.114

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in oktober 2016 een horsetruck heeft besteld. De aanbetaling heeft hij betaald vanaf de rekening van Stichting [stichting] .115

Debetcards en prepaid cards

Tijdens de doorzoekingen op 14 en 18 november 2016 op het adres [adres] in [woonplaats] werden diverse goederen in beslag genomen, waaronder diverse debetcards van verschillende maatschappijen. Er werden acht Your Gift Cards aangetroffen. De kaarten zijn aangeschaft in de periode van 22 september 2016 tot en met 10 november 2016 en zijn allen bij aanschaf voorzien van een maximaal bedrag van € 250,-. De kaarten zijn alleen gebruikt voor PostNL-transacties.116

Er werden elf bonnen aangetroffen voor de aanschaf van 3V Visa Vouchers ter waarde van in totaal € 1.427,- en enkele lege verpakkingen van deze kaarten voorzien van de volgende data en bedragen:

- 26-07-2016 2 vouchers € 187,-

- 29-07-2016 2 vouchers € 310,-

- 01-08-2016 2 vouchers € 310,-

- 04-08-2016 1 voucher € 155,-117

- 08-08-2016 1 voucher € 155,-

- 15-08-2016 1 voucher € 155,-

- 21-08-2016 1 voucher € 155,-

- onbekend 1 voucher onbekend

Een 3V Card is een prepaid creditcard die online of in de winkel kan worden gekocht. De waarde van een 3V voucher is minimaal € 20,- en maximaal € 150,-.118

Betaling huur

Op 23 november 2016 heeft de officier van justitie de banktransacties gevorderd van rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van rekeninghouder [medeverdachte] .119 Uit de door de ING Bank verstrekte gegevens blijkt dat er op 21 juli 2016120, 30 augustus 2016, 23 september 2016 en 31 oktober 2016121 telkens € 2.500,- wordt overgeschreven naar [bedrijf 7] [woonplaats] met als omschrijving ‘huur [adres] [woonplaats] ’.122

[medeverdachte] heeft tegenover de politie verklaard dat [verdachte] gebruik maakt van de rekening [rekeningnummer]123 en het bankpasje bij deze rekening in zijn bezit is.124 Op de vraag van de politie op welke wijze de huur van de woning werd betaald, heeft [medeverdachte] verklaard dat [verdachte] het geld op haar rekening stortte. [medeverdachte] gebruikte deze rekening zelf niet, maar keek via internet wel ongeveer één keer per week op de rekening.125

Bewijsoverwegingen

De rechtbank overweegt dat er onvoldoende direct bewijs aanwezig is dat de voorwerpen die zouden zijn witgewassen afkomstig zijn uit een bekend brondelict. Hoewel uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte verschillende soorten drugs verhandeld heeft op het Darknet, kan met onvoldoende zekerheid worden vastgesteld dat de bitcoins die door verdachte zijn verzilverd daarvan afkomstig zijn, nu de verzilverde bitcoins niet kunnen worden herleid tot specifieke drugstransacties waar verdachte bij betrokken is geweest.

Witwasvermoeden

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn en overweegt daartoe het volgende.

Allereerst concludeert de rechtbank op basis van de verklaringen van verdachte en [medeverdachte] dat zij een gemeenschappelijke huishouding voerden en de kosten deelden. De rechtbank zal daarom bij haar beoordeling zowel de legale inkomsten van verdachte als van [medeverdachte] betrekken.

Uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt dat verdachte in 2014 en 2015 nog geen € 5.000,- aan inkomen heeft genoten. De bij de Belastingdienst bekende inkomsten van [medeverdachte] bedragen over deze periode € 1.746,-.

Door verdachte worden in de periode van 26 maart 2015 tot en met 14 november 2016 voor € 501.165,38 aan bitcoins verzilverd. Dit geldbedrag kan niet worden verklaard door de legale inkomsten die verdachte en [medeverdachte] hebben gehad, zoals hierboven is weergegeven. Zelfs al zou het legale inkomen van verdachte over 2012 en 2013, te weten € 54.180,-, hierin worden meegenomen, dan kan nog maar 10 procent van het geldbedrag dat verdachte in totaal voorhanden heeft gehad worden verklaard. Daarbij zou overigens nog geen rekening worden gehouden met alle vaste lasten en de kosten aan levensonderhoud die verdachte in die periode heeft gehad.

Nu uit het onderzoek geen legale inkomstenbronnen zijn gebleken die het geldbedrag van € 501.165,38 kunnen verklaren, is een vermoeden van witwassen zonder meer gerechtvaardigd.

Daarbij komt dat sprake is van een aantal witwastypologieën. Niet alleen staan de transacties niet in verhouding tot de inkomsten van verdachte, maar er is ook geen legale economische verklaring voor de gewisselde valutasoorten, er zijn grote geldbedragen contant opgenomen en zonder noodzaak voorhanden gehouden en er is gebruik gemaakt van bitcoinmixers. In het dossier wordt geconstateerd dat bitcoinmixers worden gebruikt om de herkomst van bitcoins te verbergen en er ook geen andere reden is om een dergelijke mixer te gebruiken.

Nu naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een vermoeden van witwassen mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het bedrag van € 501.165,38, waarmee de andere ten laste gelegde voorwerpen zijn aangeschaft/bekostigd. Deze verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn.

Bitcoins legaal aangekocht?

Verdachte heeft in de eerste plaats in zijn verhoor bij de politie naar voren gebracht dat hij enkele jaren geleden ongeveer 1.000 bitcoins heeft aangekocht voor in totaal ongeveer € 8.000,-. In de periode daarna is de waarde van de bitcoin gestegen. Verdachte stelt dat hij de bitcoins uiteindelijk heeft laten verzilveren en het uitgekeerde geldbedrag van € 501.165,38 dus het gevolg is geweest van de koerswinst van de bitcoin.

De rechtbank overweegt met betrekking tot deze verklaring het volgende.

Voorafgaand aan de regiezitting op 14 juni 2017 is door de toenmalige advocaat van verdachte, mr. Van Vliet, verzocht om onderzoek te doen naar de bankrekeningen van verdachte (Rabobank, ING en ABN AMRO) over het jaar 2012, zodat de aankoop van bitcoins zou kunnen worden bevestigd. Op de zitting van 14 juni 2017 heeft de rechtbank bepaald dat verdachte binnen één week concrete rekeningnummers en periodes in 2012 aan de officier van justitie dient te sturen, zodat de officier van justitie hiernaar onderzoek kan doen.

Vervolgens heeft de officier van justitie via de raadsman op 19 juni 2017 een handgeschreven briefje van verdachte ontvangen, waarin hij vraagt over het hele jaar 2012 onderzoek te doen naar alle rekeningen bij de Rabobank en AMB AMRO, naar één (specifieke) ING-rekening en naar alle rekeningen (ING, Rabobank en ABN AMRO) die gelieerd zijn aan het inmiddels failliete bedrijf [bedrijf 8] . Op 17 juli 2017 heeft de officier van justitie van de raadsman vernomen dat verdachte de periode en de bankrekeningen niet nader kan specificeren. De rechtbank heeft vervolgens bepaald dat het verzoek van verdachte onvoldoende specifiek is en de officier van justitie hiernaar geen onderzoek hoeft te laten verrichten.

Tussen de regiezitting in juni 2017 en de inhoudelijke behandeling van de zaak op 20 december 2017 is door verdachte geen aanvullende informatie verstrekt over de periode waarin, en de bankrekening(en) waarmee de bitcoins door hem zijn aangekocht. Pas tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak is door verdachte een lijst met rekeningnummers van Stichting [stichting] overgelegd (zoals ook opgenomen op pagina 1605 van het dossier), waarop verdachte alle rekeningnummers heeft gearceerd die zijn opgeheven. Verdachte heeft daarbij toegelicht dat de bankafschriften van deze opgeheven rekeningnummers voor hem niet meer beschikbaar zijn.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of deze verklaring van verdachte als voldoende concreet en min of meer verifieerbaar kan worden aangemerkt. Daarbij is van belang dat verdachte ruimschoots de tijd heeft gehad om zijn stelling dat hij de bitcoins heeft aangekocht, nader te onderbouwen. Dat heeft hij echter niet gedaan. Verdachte heeft geen duidelijkheid gegeven over de (exacte) periode waarin de bitcoins zijn aangekocht, of alle bitcoins gelijktijdig zijn aangekocht en bij wie of welk bedrijf hij deze bitcoins heeft gekocht en hij heeft geen inzicht gegeven in zijn wallet of wallets waardoor zou kunnen worden nagegaan welke transacties zijn verricht. Ook heeft verdachte niet onderbouwd dat hij in 2012 over voldoende legaal vermogen beschikte om de door hem gestelde uitgave te doen. Ten slotte is door verdachte geen enkel stuk overgelegd op basis waarvan de aankoop van deze bitcoins aannemelijk is geworden.

Bitcoins verdiend met cryptosticks en VPN-accounts?

Verdachte heeft in de tweede plaats naar voren gebracht dat hij bitcoins heeft verdiend met de verkoop van VPN-accounts en cryptosticks via het Darknet.

Ook deze verklaring van verdachte acht de rechtbank onvoldoende concreet en niet verifieerbaar. Verdachte heeft deze verdiensten niet onderbouwd door middel van facturen of andere stukken waaruit deze verkoop zou blijken. Het onderzoek van de politie naar de verkoop van VPN-accounts heeft evenmin iets opgeleverd. Daarbij komt dat de factuur die verdachte aan Bitonic heeft gestuurd ter onderbouwing van zijn bitcoin-verdiensten niet overeenkomt met de transacties en voorzien is van een vals c.q. onjuist adres.

Conclusie

Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden zijn de verklaringen die verdachte geeft voor de herkomst van het geldbedrag van € 501.165,38 naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concreet en onvoldoende verifieerbaar. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat de ten laste gelegde voorwerpen, te weten het geldbedrag van € 501.165,38 en de betalingen/aankopen die daarmee zijn gedaan, onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn, alsmede dat verdachte dit wist.

Witwashandelingen

De rechtbank is van oordeel dat verdachte, door het verzilveren van de bitcoins in een bedrag van € 501.165,38 en het doorstorten naar andere rekeningen van verdachte of [medeverdachte] , de (criminele) herkomst van deze bitcoins heeft verhuld. Daarnaast heeft verdachte een gedeelte van dit geldbedrag omgezet door de aankoop van een Jaguar, de aanbetaling van een horsetruck, de aanschaf van debetcards/prepaid cards en de betaling van de huur van zijn woning.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 1 primair

op tijdstippen in de periode van 30 mei 2016 tot en met 14 november 2016 te Eemnes en/of Alkmaar en/of Broek op Langedijk en/of Almere en/of Nieuwegein en/of Soest en/of Soesterberg en/of Hilversum en/of Amersfoort, meermalen

- opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en

- opzettelijk heeft verkocht,

telkens een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine en/of cocaïne, zijnde MDMA en/of amfetamine en/of cocaïne telkens (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Feit 2 primair

op tijdstippen in de periode van 30 mei 2016 tot en met 14 november 2016 te Eemnes en/of Alkmaar en/of Broek op Langedijk en/of Almere en/of Nieuwegein en/of Soest en/of Soesterberg en/of Hilversum en/of Amersfoort, meermalen

- opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en

- opzettelijk heeft verkocht,

telkens een hoeveelheid van een materiaal bevattende hasjiesj en/of hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Feit 3

in de periode van 14 november 2016 tot en met 18 november 2016 te Eemnes,

opzettelijk aanwezig heeft gehad

- 1.467,90 gram van een materiaal bevattende MDMA en ongeveer 3.191 pillen XTC

(bevattende MDMA) en

- 306,52 gram van een materiaal bevattende amfetamine en

- 14,58 gram van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde MDMA en/of amfetamine en/of cocaïne (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Feit 4

in de periode van 14 november 2016 tot en met 18 november 2016 te Eemnes,

opzettelijk aanwezig heeft gehad 955,8 gram hasjiesj en 1202,49 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Feit 5

in de periode van 01 juli 2014 tot en met 14 november 2016 in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander, van voorwerpen, te weten

- een nieuwe personenauto (merk Jaguar, F-Pace) en

- de aanbetaling van 5.000,- Euro voor de koop van een horsetruck (Victory 5 excel) aan het bedrijf [bedrijf 6] B.V. en

- acht zogeheten debetcards en prepaid cards met een gestorte (nominale) waarde variërend van 20,- tot 250,- Euro en

- een bedrag van ongeveer 501.165,- Euro (aan verzilverde bitcoins), bijgeschreven op ING-bankrekeningen ten name van Stichting [stichting] omvattende (onder andere)

  1. contante opnamen ter hoogte van 270.259,- Euro en overschrijvingen 45.094,- Euro naar de privérekeningen ten name van [medeverdachte] en

  2. overschrijvingen ter hoogte van 31.101,- Euro naar de privérekeningen ten name van [verdachte] en

  3. afschrijvingen ter hoogte van 72.500,- aankoop personenauto Jaguar en

  4. afschrijvingen ter hoogte van 75.352,- aan vaste lasten en huishoudelijke uitgaven en

- het huurbedrag van 2.500,- Euro voor de woning aan de [adres] in [woonplaats] in de maand juli 2016 en augustus 2016 en september 2016 en oktober 2016 op de bankrekening van de verhuurder,

de werkelijke aard en herkomst verhuld en/of heeft omgezet,

terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk, - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1 primair: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

en

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2 primair: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

en

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 3: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 4: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 5: medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van zeven jaren, met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft toegelicht dat zij het advies van de psycholoog, dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd, niet overneemt, nu dat advies gebaseerd lijkt op het scenario dat verdachte zou zijn beïnvloed door [medeverdachte] en de officier van justitie niet uitgaat van dat scenario.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat bij het opleggen van de straf rekening gehouden moet worden met de onduidelijkheid die bestaat over wie de initiator is van deze drugshandel, de jeugdige leeftijd van verdachte en het feit dat hij geen eerdere antecedenten heeft op dit gebied. Daarnaast dient het advies van de psycholoog met betrekking tot de verminderde toerekeningsvatbaarheid te worden overgenomen, nu dit advies slechts voor een deel gebaseerd is op mogelijke beïnvloeding door [medeverdachte] .

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna een half jaar bezig gehouden met een zeer intensieve internationale handel in harddrugs en softdrugs. Hij heeft in deze periode alleen al ruim 60 kilogram aan harddrugs verkocht, bijna 3.000 drugsbestellingen verwerkt en drugs verzonden naar ten minste 48 landen over de hele wereld. Daarbij heeft verdachte gebruik gemaakt van Darknet markets, websites waarop illegale goederen buiten zicht van politie en justitie anoniem kunnen worden verkocht. Door de drugs op deze wijze aan onbekende personen te verkopen, had verdachte geen enkel zicht op wie de drugs uiteindelijk in handen kreeg en nam hij het risico voor lief dat ook minderjarigen drugs van hem kochten.

Verdachte verhulde verder zijn drugshandel door op de postpakketten met drugs retouradressen op te nemen van personen en bedrijven die niets met deze handel te maken hadden. Deze personen en bedrijven zijn hierdoor gedupeerd. Uit het dossier blijkt zelfs dat door het handelen van verdachte één persoon in een ander land strafrechtelijk wordt vervolgd voor de invoer van drugs.

De rechtbank neemt het verdachte bijzonder kwalijk dat hij met zijn gedragingen zijn eigen gewin boven de veiligheid van de afnemers van de drugs heeft gesteld en die afnemers bloot heeft gesteld aan zeer ernstige gezondheidsrisico’s. Het is immers algemeen bekend dat met name het gebruik van harddrugs een onaanvaardbaar gevaar oplevert voor de volksgezondheid. De (psychische) gezondheid van gebruikers kan al op heel korte termijn schade worden toegebracht en op langere termijn kan de (lichamelijke en psychische) gezondheid en het welzijn van gebruikers nog verder worden geschaad, waarbij langdurige begeleiding en behandeling nodig kan zijn om de verslavende werking van sommige drugs te overwinnen, als dat al lukt.

Ook wordt de naam van Nederland in het buitenland geschaad door handelingen als die van verdachte.

Naast het aanwezig hebben van en het handelen in hard- en softdrugs heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van € 501.165,-. Verdachte heeft dit bedrag uitgekeerd gekregen van bitcoins die hij heeft laten verzilveren. Vervolgens heeft verdachte van dit geldbedrag verschillende betalingen gedaan, onder meer voor de aankoop van een Jaguar en de aanbetaling van een horsetruck.

Het witwassen van crimineel vermogen faciliteert de onderliggende criminaliteit. Het vormt een aantasting van de legale economie en is, mede vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, een bedreiging voor de integriteit van het financiële handelsverkeer. Ook worden op deze wijze inkomens en vermogens aan het zicht van de belastingdienst onttrokken.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 8 november 2017;

- een reclasseringsadvies van 27 juli 2017, opgemaakt door M. van der Horst, Reclassering Nederland;

- een psychologisch rapport van 7 juni 2017, opgemaakt door F. Jonker, GZ-psycholoog.

Uit het psychologisch rapport blijkt dat verdachte is gediagnosticeerd met een ongespecificeerde communicatiestoornis en een disharmonisch intelligentieprofiel. De gewetensontwikkeling van verdachte ligt op een jonger niveau, waardoor verdachte vooral kijkt vanuit zijn eigen perspectief en dat van nabije anderen en hij niet kijkt naar een groter perspectief zoals dat van de maatschappij. De psycholoog adviseert, onder meer op basis van het voorgaande, om het ten laste gelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank neemt, anders dan de officier van justitie, dit advies van de psycholoog over. Hoewel de deskundige haar advies mede baseert op het feit dat verdachte beïnvloed zou zijn door zijn vriendin, [medeverdachte] , en de rechtbank dit scenario niet overneemt, baseert de deskundige haar oordeel ook op andere omstandigheden. Ook de verminderde gewetensontwikkeling en het beperkte perspectief van verdachte zijn belangrijke aspecten om de ten laste gelegde feiten niet volledig aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank zal verdachte daarom verminderd toerekeningsvatbaar achten.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan voor de uitvoer van harddrugs tot 20 kilogram uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 60 maanden. Bij verdachte is echter sprake van een hoeveelheid van ten minste 60 kilogram harddrugs. Verder houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening met het feit dat verdachte de drugs heeft verhandeld via Darknet markets en daarnaast voor ruim een half miljoen euro heeft witgewassen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden, met geen andere straf worden volstaan dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren passend en geboden.

De rechtbank wijst het verzoek van de raadsman tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. De rechtbank is van oordeel dat de ernstige bezwaren en de gronden voor voorlopige hechtenis nog steeds aanwezig zijn. Het belang van de verdachte weegt niet op tegen het maatschappelijk belang bij voortduren van de voorlopige hechtenis; daarbij let de rechtbank met name op de aard en ernst van de feiten die de rechtbank bewezen heeft verklaard.

9 BESLAG

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd al het waardebeslag (met uitzondering van de motorfiets) verbeurd te verklaren, omdat niet is gebleken van legale inkomsten en alle voorwerpen daarom aan te merken zijn als geheel of grotendeels uit baten van het strafbare feit verkregen. De officier van justitie heeft gevorderd het klassieke beslag op de motorfiets op te heffen, nu niet kan worden vastgesteld dat deze motorfiets van misdrijf afkomstig is.

9.2

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank constateert dat op de volgende goederen, vermeld op de beslaglijst, zowel klassiek beslag als conservatoir beslag rust: een Land Rover, een Yamaha motorfiets, een Volvo C70, een Jaguar F-pace en een vordering op een ING-bankrekening op naam van Stichting [stichting] . Op de Volkswagen Phaeton rust, zo blijkt uit het dossier en de beslaglijst, alleen klassiek beslag.

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

  • -

    een personenauto, Jaguar F-pace ( [kenteken] ) en

  • -

    een vordering ING-rekening [rekeningnummer] o.n.v. Stichting [stichting] ,

verbeurd verklaren. Verdachte is, samen met [medeverdachte] , rechthebbende van de Jaguar. Daarnaast is verdachte (middellijk) bestuurder van Stichting [stichting] en rechthebbende van laatstgenoemde rekening. Nu met betrekking tot deze voorwerpen het onder 5 bewezen verklaarde feit is begaan, acht de rechtbank deze voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring.

Verder zijn de volgende voorwerpen onder verdachte in beslag genomen:

  • -

    een personenauto, Land Rover ( [kenteken] );

  • -

    een personenauto, Volkswagen Phaeton ( [kenteken] );

  • -

    een personenauto, Volvo C70 ( [kenteken] ).

Verdachte heeft over de Land Rover en de Volkswagen Phaeton verklaard dat hij deze auto’s heeft gekocht. Verdachte kan daarom als rechthebbende worden aangemerkt. Ook van de Volvo C70 kan verdachte als rechthebbende worden aangemerkt nu deze personenauto op naam staat van Stichting [stichting] en verdachte van deze Stichting de enige (middellijke) bestuurder is. De rechtbank overweegt dat het aannemelijk is dat deze drie voorwerpen verkregen zijn uit de baten van de bewezenverklaarde strafbare feiten. De rechtbank heeft immers vastgesteld dat verdachte geen legaal inkomen heeft, terwijl is bewezen verklaard dat verdachte zich bezighield met grootschalige handel in verdovende middelen en grote geldbedragen heeft witgewassen. Om die reden zal de rechtbank ook deze voorwerpen verbeurd verklaren.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat er van het bedrag van ruim € 270.000,- dat hij heeft opgenomen van de bankrekening eindigend op ‘6185’, op naam van Stichting [stichting] , nog in elk geval € 260.000,- over is en hij dat geld bewaart op een veilige plaats. De rechtbank stelt vast dat verdachte de rechthebbende is van dit geld, dat weliswaar niet in beslag is genomen, maar dat wel een geldbedrag betreft met betrekking tot welke het onder 5 bewezen verklaarde feit is begaan. De rechtbank zal daarom ook dit voorwerp, op grond van artikel 34 Wetboek van Strafrecht, verbeurd verklaren. De rechtbank bepaalt dat dit bedrag bij gebreke van betaling en verhaal wordt vervangen door 365 dagen hechtenis.

Opheffen beslag 94 Sv

Zowel [medeverdachte] als getuige [getuige] hebben over de Yamaha motorfiets verklaard dat deze van [getuige] is. Nu niet aannemelijk is dat deze motorfiets aan verdachte toebehoort of hij dit voorwerp ten eigen bate kan aanwenden, zal de rechtbank het klassieke beslag (ex artikel 94 Wetboek van Strafvordering) opheffen. De rechtbank stelt vast dat op dit voorwerp echter nog wel conservatoir beslag rust.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    24c, 33, 33a, 34, 47, 57, 63 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    10 en 11 van de Opiumwet;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 jaren;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

 een personenauto, Jaguar F-pace, [kenteken] (goednummer: 357643);

 een vordering op ING-rekening [rekeningnummer] o.n.v. Stichting [stichting] ;

 een personenauto, Land Rover, [kenteken] (goednummer 1876356);

 een personenauto, Volkswagen Phaeton, [kenteken] (goednummer: 935588);

 een personenauto, Volvo C70, [kenteken] , (goednummer: 357644);

- verklaart verbeurd een niet in beslag genomen geldbedrag van € 260.000,- en legt aan verdachte op de verplichting tot betaling van dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 dagen hechtenis;

- heft op het klassiek beslag (94 Sv) op een motorfiets, Yamaha (goednummer: 358573) en verstaat dat op dit voorwerp nog conservatoir beslag (94a Sv) blijft rusten;

Voorlopige hechtenis

- wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzitter, mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. E. Akkermans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Reenen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 januari 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Feit 1

Primair

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 mei 2016

tot en met 14 november 2016 te Alkmaar en/of Broek op Langedijk en/of Almere en/of

Nieuwegein en/of Eemnes en/of Soest en/of Soesterberg en/of Hilversum en/of

Amersfoort, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, meermalen

- opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of

- opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of

- in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad en/of

- in elk geval (telkens) opzettelijk heeft vervaardigd,

(telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of

amfetamine en/of cocaïne,

zijnde MDMA en/of MDA en/of amfetamine en/of cocaïne (telkens) (een)

middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1;

art 2 ahf/ond A Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 5 Opiumwet

Subsidiair

[medeverdachte] en/of een of meer (onbekend gebleven) ander(en)

op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 mei 2016 tot en

met 14 november 2016 te Alkmaar en/of Broek op Langedijk en/of Almere en/of

Nieuwegein en/of Eemnes en/of Soest en/of Soesterberg en/of Hilversum en/of

Amersfoort, althans in Nederland,

meermalen

- opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht

en/of

- opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of

- in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad en/of

- in elk geval (telkens) opzettelijk heeft vervaardigd,

(telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of

amfetamine en/of cocaïne,

zijnde MDMA en/of MDA en/of amfetamine en/of cocaïne (telkens) (een)

middel(en) vermeld op de hij de Opiumwet behorende lijst 1

- bij het plegen van welk boven omschreven feit hij, verdachte, in die periode en op die

plaatsen, opzettelijk behulpzaam is geweest door en/of

- tot het plegen van welk bovenomschreven feit hij, verdachte, in die periode en op die

plaatsen, opzettelijk middelen en/of gelegenheid en/of inlichtingen heeft verschaft door

- ( mede) een (vrijstaande) woning aan de [adres] in [woonplaats] te huren en/of

- een of meer bestellingen van dat/die MDMA en/of dat/die MDA en/of die

amfetamine en/of die cocaïne voor verzending naar (een) klant(en) buiten het

grondgebied van Nederland en/of binnen het grondgebied van Nederland in/als

postpakketten/poststukken klaar te maken en/of die postpakketten/poststukken bij

het postkantoor/de balie van post.nl aan te bieden voor frankeren en verzenden

en/of betalen van frankeringskosten van die te verzenden postpakketten/poststukken;

art 48 Wetboek van Strafrecht

art 2 ahf/ond A Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet

Feit 2

Primair

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 mei

2016 tot en met 14 november 2016 te Alkmaar en/of Broek op Langedijk en/of

Almere en/of Nieuwegein en/of Eemnes en/of Soest en/of Soesterberg en/of Hilversum

en/of Amersfoort, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, meermalen

- opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of

- opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of

- in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad en/of

- in elk geval (telkens) opzettelijk heeft vervaardigd

(telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende hasjiesj en/of hennep,

zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst II;

art 3 ahf/ond A Opiumwet

art 11 lid 4 Opiumwet

Subsidiair

[medeverdachte] en/of een of meer (onbekend gebleven) ander(en)

op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 mei 2016 tot

en met 14 november 2016 te Alkmaar en/of Broek op Langedijk en/of Almere en/of

Nieuwegein en/of Eemnes en/of Soest en/of Soesterberg en/of Hilversum en/of

Amersfoort, althans in Nederland,

meermalen

- opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of

- opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of

- in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad en/of

- in elk geval (telkens) opzettelijk heeft vervaardigd

(telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende hasjiesj en/of hennep,

zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst II,

- bij het plegen van welk boven omschreven feit hij, verdachte, in die periode en op die

plaatsen, opzettelijk behulpzaam is geweest door en/of

- tot het plegen van welk bovenomschreven feit hij, verdachte, in die periode en op die

plaatsen, opzettelijk middelen en/of gelegenheid en/of inlichtingen heeft verschaft door

- een (vrijstaande) woning aan de [adres] in [woonplaats] te huren en/of

- een of meer bestellingen van dat/die MDMA en/of dat/die MDA en/of die

amfetamine en/of die cocaïne voor verzending naar (een) klant(en) buiten het

grondgebied van Nederland en/of binnen het grondgebied van Nederland in/als

postpakketten/poststukken klaar te maken en/of die postpakketten/poststukken bij

het postkantoor/de balie van post.nl aan te bieden voor frankeren en verzenden

en/of betalen van frankeringskosten van die te verzenden postpakketten/poststukken;

art 48 Wetboek van Strafrecht

art 3 ahf/ond A Opiumwet

art 11 lid 4 Opiumwet

Feit 3

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 november

2016 tot en met 18 november 2016 te Eemnes, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad

- ongeveer 1.467,90 gram MDMA en/of MDA, in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of ongeveer 3.192 pillen XTC

(bevattende MDMA en/of MDA), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende MDMA en/of MDA en/of

- ongeveer 309,67 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende amfetamine en/of

- ongeveer 14,58 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne,

zijnde MDMA en/of MDA en/of amfetamine en/of cocaïne (telkens) (een)

middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 3 Opiumwet

Feit 4

hij op een of meer tijdstip(pen) in omstreeks de periode van 14 november 2016

tot en met 18 november 2016 te Eemnes, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad

- ongeveer 2158,29 gram hasjiesj en/of hennep, althans ongeveer 955,8 gram hasjiesj

en/of ongeveer 1202,49 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende hasjiesj en/of hennep,

zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a Opiumwet;

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

Feit 5

hij in of omstreeks de periode van 01 juli 2014 tot en met 14 november 2016,

te Eemnes en/of Schoorl (gemeente Bergen) en/of De Weere (gemeente Opmeer)

en/of Andijk (gemeente Medemblik), althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) (een)

voorwerp(en), te weten

- een (nieuwe) personenauto (merk Jaguar, F-Pace) en/of

- de aanbetaling van 5.000,- Euro voor de koop van een horsetruck (Victory 5

excel) aan het bedrijf [bedrijf 6] B.V. en/of

- dertien, althans een of meer, zogeheten debetcard(s) en/of prepaidmastercard(s)

met een volgestorte (nominale) waarde variërend van 25,- tot 250,- Euro en/of

- een bedrag van ongeveer 507.232,45 Euro, bijgeschreven op een of meer

(ING-)bankrekening(en) ten name van stichting [stichting]

(waarvan 501.165,17 Euro aan verzilverde bitcoins)

omvattende (onder andere)

* contante opnamen ter hoogte van 270.259,- Euro en/of overschrijvingen 45.094,- Euro

naar de privé rekeningen ten name van [medeverdachte] en/of

* overschrijvingen ter hoogte van 31.101,- Euro naar de privérekeningen ten name van

[verdachte] en/of

* afschrijvingen ter hoogte van 72.500,- aankoop personenauto Jaguar en/of

* afschrijvingen ter hoogte van 75.352,- aan vaste lasten en huishoudelijke uitgaven en/of

- de waarborgsom van 2.500,- Euro en/of het huurbedrag van 2.5000,- Euro voor

de woning aan de Wakkerendijk in Eemnes in de maand juni 2016 en/of juli 2016

en/of augustus 2016 en/of september 2016 en/of oktober 2016 en/of november

2016 op de bankrekening van de verhuurder,

de werkelijke aard en/of herkomst verborgen en/of verhuld, dan wel verborgen en/of

verhuld wie de rechthebbende op voornoemd(e) voorwerpen is, en/of

heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van dat/die

voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist, dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel

of gedeeltelijk, - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

art 420quater Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal in het onderzoek 032WAK (zes ordners), genummerd 2016338238.EIND, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 1935, een vertaling van de reactie van US Department of Justice van 3 oktober 2017 en het proces-verbaal van bevindingen van 7 december 2017 (met bijlagen). Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van bevindingen van 28 februari 2017, pagina 447.

3 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 21 november 2016, pagina 450.

4 Een deskundigenrapport, te weten een rapport van het NFI, van 29 november 2016, pagina 489.

5 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 462.

6 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 463.

7 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 494.

8 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 463.

9 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 493.

10 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 464.

11 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 495.

12 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 465.

13 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 493.

14 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 465.

15 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 493.

16 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 466.

17 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 494.

18 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 466.

19 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 494.

20 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 467.

21 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 494.

22 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 467.

23 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 494.

24 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 467.

25 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 493.

26 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 468.

27 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 494.

28 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 21 november 2016, pagina 450.

29 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 21 november 2016, pagina 451.

30 Een deskundigenrapport, te weten een rapport van het NFI, van 29 november 2016, pagina 489.

31 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 462.

32 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 464.

33 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 4923.

34 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 464.

35 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 492.

36 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 464.

37 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 493.

38 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 464.

39 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 494.

40 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 465.

41 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 495.

42 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 466.

43 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 494.

44 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 466.

45 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 493.

46 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 467.

47 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 493.

48 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 468.

49 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 495.

50 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 468.

51 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 495.

52 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 468.

53 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 493.

54 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 462.

55 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 464.

56 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 465.

57 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 466.

58 Een deskundigenrapport, te weten een ‘Streamlined Forensic Drugs Report’ van het LGC, van 22 december 2016, pagina 492 en 493.

59 Een geschrift, te weten een brief van het NFI van 28 december 2016, pagina 490 en 491.

60 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 21 november 2016, pagina 450.

61 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 21 november 2016, pagina 451.

62 Een deskundigenrapport, te weten een rapport van het NFI, van 29 november 2016, pagina 489.

63 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 21 november 2016, pagina 448.

64 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 21 november 2016, pagina 449.

65 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 21 november 2016, pagina 452 en 453.

66 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 462.

67 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 463.

68 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 469 en 470.

69 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 21 november 2016, pagina 449.

70 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 21 november 2016, pagina 453.

71 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 463.

72 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 25 november 2016, pagina 470.

73 Het proces-verbaal omschrijving indeling woning van 28 november 2016, pagina 362.

74 Het proces-verbaal van bevindingen van 7 juni 2017, pagina 1646.

75 Het proces-verbaal van bevindingen van 7 juni 2017, pagina 1647.

76 Het proces-verbaal van bevindingen van 7 juni 2017, pagina 1651.

77 Het proces-verbaal bevinden analyse turflijsten en notities van 12 juli 2017, pagina 1693.

78 Het proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens van 30 januari 2017, pagina 406.

79 Het proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens van 30 januari 2017, pagina 407.

80 Het proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens van 30 januari 2017, pagina 408.

81 Het proces-verbaal van bevindingen van 1 juni 2017, pagina 1814.

82 Het proces-verbaal retouradressen postpakketten van 26 juni 2017, pagina 1677.

83 Het proces-verbaal bevindingen uitlevering RHV USA van 7 december 2017, pagina 2 (aanvullend proces-verbaal, niet doorgenummerd).

84 Het proces-verbaal bevindingen uitlevering RHV USA van 7 december 2017, pagina 3 (aanvullend proces-verbaal, niet doorgenummerd).

85 Het proces-verbaal van bevindingen van 2 februari 2017, pagina 683.

86 Het proces-verbaal van bevindingen van 2 februari 2017, pagina 684.

87 Het proces-verbaal van bevindingen van 2 februari 2017, pagina 685.

88 Het proces-verbaal van bevindingen van 2 februari 2017, pagina 686.

89 Het proces-verbaal van bevindingen van 2 februari 2017, pagina 687.

90 Het proces-verbaal van bevindingen van 2 februari 2017, pagina 688.

91 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 december 2017.

92 Het proces-verbaal van bevindingen van 7 december 2016, pagina 1192.

93 Het proces-verbaal van bevindingen van 8 december 2016, pagina 898.

94 Een geschrift, te weten een Uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 juli 2016, pagina 1528.

95 Een geschrift, te weten een Uittreksel van de Kamer van Koophandel van 12 juli 2016, pagina 1527.

96 Een geschrift, een uittreksel ‘Company Register Information’ van Companies House van 1 november 2016, pagina 1532.

97 Het proces-verbaal financieel relaas van 10 mei 2017, pagina 1134.

98 Het proces-verbaal financieel relaas van 10 mei 2017, pagina 1134.

99 Bijlage 9 bij het proces-verbaal analyse bankrekeningen van 2 februari 2017, pagina 1502.

100 Bijlage 9 bij het proces-verbaal analyse bankrekeningen van 2 februari 2017, pagina 1502.

101 Het proces-verbaal analyse bankrekeningen van 2 februari 2017, pagina 1492.

102 Bijlage 9 bij het proces-verbaal analyse bankrekeningen van 2 februari 2017, pagina 1502.

103 Het proces-verbaal analyse bankrekeningen van 2 februari 2017, pagina 1492.

104 Bijlage 9 bij het proces-verbaal analyse bankrekeningen van 2 februari 2017, pagina 1502.

105 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 december 2017.

106 Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek Bitcoin Transacties van 13 september 2017, pagina 1792.

107 Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek Bitcoin Transacties van 13 september 2017, pagina 1794.

108 Het proces-verbaal financieel relaas van 10 mei 2017, pagina 1135.

109 Het proces-verbaal van bevindingen van 11 januari 2017, pagina 1524.

110 Het proces-verbaal van bevindingen van 11 januari 2017, pagina 1525.

111 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 december 2017.

112 Het proces-verbaal financieel relaas van 10 mei 2017, pagina 1137.

113 Het proces-verbaal van bevindingen van 17 januari 2017, pagina 1589.

114 Een geschrift, te weten een formulier (koopovereenkomst) van [bedrijf 6] B.V., ondertekend op 22 oktober 2016, pagina 1592.

115 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 december 2017.

116 Het proces-verbaal Debetcards van 5 januari 2017, pagina 1314.

117 Het proces-verbaal Debetcards van 5 januari 2017, pagina 1315.

118 Het proces-verbaal Debetcards van 5 januari 2017, pagina 1316.

119 Het proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens van 24 november 2016, pagina 868.

120 Een geschrift, te weten een bijlage transactiegegevens bij het proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens van 24 november 2016, pagina 873.

121 Een geschrift, te weten een bijlage transactiegegevens bij het proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens van 24 november 2016, pagina 872.

122 Het proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens van 24 november 2016, pagina 869.

123 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] van 12 januari 2017, pagina 230.

124 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] van 12 januari 2017, pagina 231.

125 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] van 12 januari 2017, pagina 226.