Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:2096

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-05-2018
Datum publicatie
29-05-2018
Zaaknummer
6822608 UT VERZ 18-8105
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Artikel 1:431 BW. Verzoek instelling beschermingsbewind afgewezen. Betrokkene heeft samen met zijn moeder een gezamelijke huishouding. Niet blijkt dat betrokkene financieel iets te kort komt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau

locatie Utrecht

zaaknummer: 6822608 UT VERZ 18-8105 en 6822609 UT VERZ 18-8106 (DAL)

Beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling en mentorschap d.d. 23 mei 2018

Ingediend door:

Officier van Justitie

Arrondissementparket Midden-Nederland

hierna te noemen: verzoeker(s).

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • -

    het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 20 maart 2018;

  • -

    de bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder(s) om tot bewindvoerder(s) te worden benoemd.

  • -

    de bereidverklaring van de voorgestelde mentor(en) om tot mentor(en) te worden benoemd.

De beoordeling

Het verzoek strekt tot instelling van een bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan, alsmede tot instelling van mentorschap ten behoeve van de rechthebbende [betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [1996] , wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] , wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand waardoor rechthebbende niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen en zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.

Uit de stukken en de behandeling ter terechtzitting is voldoende aannemelijk geworden dat betrokkene als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat zal zijn ten volle zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.

Ter zitting heeft de moeder van betrokkene gezegd het prettig te vinden als zij en haar zoon hulp krijgen bij het vinden van een goede plek waar betrokkene te zijner tijd meer zelfstandig kan gaan wonen.

Tegen de voorgestelde mentor(en) zijn geen bezwaren gerezen.

Tot nu toe verzorgt de moeder van betrokkene zijn financiën. Moeder en betrokkene voeren een gemeenschappelijke huishouding en moeder beheert op haar eigen wijze de financiën. Er zijn geen schulden en betrokkene komt in materieel opzicht niets tekort. Dat er niet wordt gespaard is geen reden om bewind uit te spreken. Volgens moeder is er nu al ruim voldoende huisraad om toekomstige woonruimte van betrokkene te kunnen meubileren en stofferen. De kantonrechter heeft geen aanleiding om te twijfelen aan deze verklaring.

Dat een professionele bewindvoerder bij het beheren van de financiën wellicht andere keuzes zou maken, is geen reden om door het instellen van bewind in te grijpen in de – gezonde - financiële situatie van betrokkene en zijn moeder.

Het verzoek tot onderbewindstelling van de (toekomstige) goederen van betrokkene zal daarom worden afgewezen.

De kantonrechter zal de jaarbeloning van de te benoemen mentor, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, vaststellen

overeenkomstig artikel 4 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.

De kantonrechter zal de beloning van de te benoemen mentor voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen op een bedrag van € 519,40

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek tot onderbewindstelling af;

- stelt een mentorschap in ten behoeve van [betrokkene] voornoemd;

- benoemt tot mentor(en): KempenBewind B.V., correspondentieadres te [postcode] [vestigingsplaats] , Postbus [postbusnummer] ;

- stelt de beloning vast op de tarieven die hiervoor zijn bepaald.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.A.M. Penders, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.