Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:1891

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-03-2018
Datum publicatie
07-05-2018
Zaaknummer
C/16/406222 / HA ZA 15-1019
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2017:5186
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onbehoorlijke taakvervulling penningmeester vereniging. Vervolg op ECLI:NL:RBMNE:2017:5186.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2018-0084
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/406222 / HA ZA 15-1019

Vonnis van 28 maart 2018

in de zaak van

de vereniging

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. H. Versluis te Enschede,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. J. Witvoet te De Bilt.

Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 27 oktober 2017

  • -

    het rolbericht waaruit blijkt dat [gedaagde] afziet van het nemen van een akte.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie

2.1.

De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 25 oktober 2017 op alle punten in conventie een eindbeslissing genomen en blijft daarbij. Dit betekent dat de vorderingen in conventie als volgt worden toegewezen:

  • -

    de rechtbank wijst de verklaring voor recht toe dat [gedaagde] zich schuldig heeft gemaakt aan een onbehoorlijke taakvervulling tegenover [eiseres] als bedoeld in artikel 2:9 BW en dat [gedaagde] de als gevolg hiervan door [eiseres] geleden schade en de nog te lijden schade aan [eiseres] dient te vergoeden (zie overweging 4.11 van het tussenvonnis). De rechtbank heeft in 4.11 overwogen dat ook de verwijzing naar de schadestaat wordt toegewezen, maar dat is een kennelijke vergissing van de rechtbank. [eiseres] heeft immers geen verwijzing naar de schadestaatprocedure gevorderd en de rechtbank kan dat dan ook niet toewijzen.

  • -

    De rechtbank wijst de volgende bedragen als schadevergoeding toe:

€ 50.000,- (post B, overweging 4.12 van het tussenvonnis)

€ 12.150,- (post F, overweging 4.14 van het tussenvonnis)

€ 26.365,- (post E, overweging 4.16 van het tussenvonnis)

€ 7.122,- (post I, overweging 4.16 van het tussenvonnis)

€ 2.000,- (post I, overweging 4.16 van het tussenvonnis)

€ 97.637,- totaal, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 april 2009.

De rechtbank wijst erop dat in overweging 4.15 en 4.16 niet expliciet is benoemd dat deze overwegingen ook gaan over de tweede post I (€ 2.000,-), maar dat deze overwegingen ook voor die post opgaan. [gedaagde] heeft immers voor posten E en I hetzelfde verweer gevoerd en dat verweer is door de rechtbank in die overwegingen verworpen.

2.2.

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 96,16

- griffierecht 1.909,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 3.793,16

in reconventie

2.3.

[eiseres] heeft verweer gevoerd tegen de (resterende) vorderingen in reconventie (zie 4.21 van het tussenvonnis). In het tussenvonnis heeft de rechtbank [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om te reageren op dit verweer, waarna [eiseres] een antwoordakte zou mogen nemen. [gedaagde] heeft echter geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te reageren op de verweren van [eiseres] . De rechtbank zal de vorderingen in reconventie tegen die achtergrond beoordelen.

2.4.

[gedaagde] stelt dat [eiseres] hem een bedrag van € 5.670,15 en € 33.430,90 moet betalen. Die bedragen hebben [naam vereniging] respectievelijk SNB tegoed uit hoofde van onbetaalde facturen (van 28 december 2003 tot en met 31 december 2009) en deze rechtspersonen hebben hun vordering op [eiseres] aan [gedaagde] gecedeerd. [eiseres] heeft onder andere als verweer gevoerd dat de vorderingen zijn verjaard (artikel 3:307 BW) omdat stuiting van de verjaring niet heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar nadat deze opeisbaar zijn geworden. Immers, tot aan het instellen van de vordering in reconventie (7 december 2016) heeft [gedaagde] (of [naam vereniging] respectievelijk SNB) [eiseres] niet aangesproken tot betaling van deze facturen, aldus [eiseres] . De rechtbank constateert dat [gedaagde] deze stelling en de feiten waarop deze is gebaseerd, niet heeft weersproken. Dat betekent dat de rechtbank aanneemt dat [gedaagde] (dan wel [naam vereniging] of SNB) de verjaring van de vorderingen niet heeft gestuit binnen vijf jaar nadat deze opeisbaar waren. De vorderingen van [gedaagde] moeten dan ook worden afgewezen.

2.5.

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in reconventie veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- salaris advocaat 894,00 (2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 894,00)

Totaal € 894,00

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1.

verklaart voor recht dat [gedaagde] zich schuldig heeft gemaakt aan een onbehoorlijke taakvervulling tegenover [eiseres] als bedoeld in artikel 2:9 BW en dat [gedaagde] de als gevolg hiervan door [eiseres] geleden en nog te lijden schade aan [eiseres] moet vergoeden,

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 97.637,00 (zevennegentigduizend zeshonderdzevenendertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 29 april 2009 tot de dag van volledige betaling,

3.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 3.793,16,

3.4.

verklaart dit vonnis in conventie uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

3.5.

wijst de vorderingen af,

3.6.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 894,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Brouwer en in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2018.1

1 type: HAB (4727) coll: RS (4234)