Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:1871

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-04-2018
Datum publicatie
02-05-2018
Zaaknummer
6559820 UE VERZ 18-4 mc/936
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Werkgever heeft verwijtbaar gehandeld in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW door toezeggingen te doen die buiten zijn bevoegdheid liggen en door daarover geen openheid van zaken te geven. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Aangezien er geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid wordt een transitievergoeding toegekend en wordt het verzoek van de werkgever om een schadevergoeding toe te kennen afgewezen. De billijke vergoeding wordt afgewezen, aangezien de werkgever niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0546
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 6559820 UE VERZ 18-4 mc/936

Beschikking van 30 april 2018

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Mitel Netherlands B.V.,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen Mitel,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. P. Caris,

tegen:

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [verweerder] ,

verwerende partij,

gemachtigde: mr. M.A. Huisman.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift van Mitel, ter griffie ingekomen op 3 januari 2018, met in totaal 38 producties;

  • -

    het verweerschrift van [verweerder] van 14 februari 2018, met in totaal 32 producties.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 februari 2018. De griffier heeft daarvan aantekening gehouden.

1.3.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

Mitel is een groothandel in elektronische en telecommunicatieapparatuur en bijbe-horende onderdelen en houdt zich onder meer bezig met het technisch en commercieel on-dersteunen en mogelijk maken van de verkoop van telecommunicatieapparatuur door middel van training en marketingactiviteiten, consulting en implementatie op het gebied van tele-communicatieoplossingen.

Mitel werkt daarbij met zogenoemde ‘Channel Partners’, die de producten en diensten van Mitel verkopen aan de uiteindelijke eindgebruiker / eindklant. Met deze partners worden doorgaans raamovereenkomsten gesloten, op basis waarvan prijsafspraken worden gemaakt. Hierbij kunnen onder meer standaardkortingen worden toegekend. De Channel Partner ont-vangt de factuur van Mitel, waarna de Channel Partner doorgaans over de prijs van Mitel een opslag berekent, om het totaalbedrag vervolgens bij de eindgebruiker in rekening te brengen.

Bij Mitel zijn personen in de functie van ‘Channel Account Manager’ (verder: CAM) werk-zaam – zij zijn contactpersoon van één of meer Channel Partners en zijn daarbij verantwoor-delijk voor de belangen van die Channel Partners. Afspraken die afwijken van de standaard-kortingen worden door de CAM intern aangevraagd en worden door het juiste niveau goed-gekeurd of afgekeurd. De CAM doet altijd een voorstel en kan niet zelfstandig korting geven of afspraken maken of goedkeuren.

Mitel is een internationaal beursgenoteerd bedrijf dat zich dient te houden aan een aantal in-ternationale financiële richtlijnen. Ter uitvoering daarvan gelden binnen Mitel tal van richt-lijnen, regels en procedures, die strikt worden nageleefd en gehandhaafd. Eén van de richt-lijnen betreft de Mitel Code of Business Conduct (verder: CBC), die bij iedereen bekend moet zijn en nageleefd moet worden. In deze CBC is onder meer vermeld hoe medewerkers in moeilijke situaties dienen te handelen en verder geeft de CBC duidelijke richtlijnen voor denkrichtingen en oplossingen.

Verder geldt binnen Mitel de ‘Authorization Level Policy’ (verder: ALP) waarin - kort samengevat - is opgenomen dat het aangaan van elke financiële verplichting op een passend niveau wordt beoordeeld en dat er geen verplichtingen mogen worden aangegaan, alvorens daartoe door de bevoegde persoon een machtiging is verleend.

2.2.

[verweerder] is sinds 1 mei 2006 in dienst van (de rechtsvoorganger van) Mitel, laat-stelijk als Territory Channel Account Manager (verder ook: CAM). In die functie is [verweerder] verantwoordelijk voor de communicatie met en het behartigen van de belangen van Channel Partner Zetacom B.V. (verder: Zetacom). Tussen Mitel en Zetacom bestaat een raamovereenkomst, op basis waarvan Zetacom een standaardkorting wordt toegekend. [verweerder] dient in dit verband offertes en prijsberekeningen te maken ten behoeve van Zetacom. De heer [A] (verder: [A] ) is de contactpersoon bij Zetacom.

2.3.

In 2013/2014 heeft Mitel samen met Zetacom een opdracht ter waarde van

€ 1.750.000,00 gekregen bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht (verder: UMCU). Deze opdracht had betrekking op het vervangen van het telecommunicatiesysteem binnen UMCU. Het aandeel van Mitel bedroeg circa € 1.000.000,00. Zetacom had ten aanzien van het eveneens tot deze opdracht behorende gedeelte ‘mobiel bellen’ een beter aanbod liggen (van RadioAccess), maar heeft Mitel aangeboden om haar het totale project te gunnen, indien Mitel een zelfde prijs zou kunnen garanderen. Mitel heeft ervoor gekozen om daarmee in te stemmen en heeft de producten/diensten met betrekking tot mobiel bellen zelf ingekocht en aan Zetacom doorverkocht. Er zou één totaaloplossing komen, waarbij het mobiel bellen geïntegreerd zou worden in de Mitel telefooncentrale.

Doorgaans worden bij dergelijke projecten ook onderhoudscontracten met betrekking tot software afgesloten (de zogenaamde “Software Assurance and Support”, hierna SWAS). Mitel heeft terzake dit UMCU-project ingestemd om ook de verantwoordelijkheid te dragen voor een onderhoudscontract van de afwijkende producten en diensten. Er zijn twee SWAS overeenkomsten afgesloten: één ten behoeve van de Mitelproducten en één ten behoeve van

de mobiele telefonie.

2.4.

Bij de uitvoering van deze opdracht is men op problemen gestuit. Deze problemen zijn uiteindelijk opgelost door middel van het verlenen van kortingen tot een totaalbedrag van € 120.000,00. Bij het maken van deze afspraak, die diende ter ‘final discharge UMCU project’, is [B] , ‘Country Manager Netherlands’ en leidinggevende van [verweerder] (verder: [B] ), betrokken geweest.

2.5.

Bij e-mailbericht van 1 juni 2017 heeft [A] aan [verweerder] onder meer de volgende vragen bij het opgestelde overzicht ter zake de “korting UMCU” voorgelegd:

“• Ingediende en door jou verwerkte gegevens waar we nog geen factuur van ontvangen hebben

• hoe gaan we verder om met de toegezegde kortingsregelingen voor swas 2014 (is afge-handeld) 2015 zou gecompenseerd worden is nog niet gedaan) 2016 nog een tegoed van 35 k en welke afspraken gaan er voor 2017 gelden”.

2.6.

Op 19 juni 2017 heeft [A] aan [verweerder] meegedeeld dat de ‘UMCU’ pas is afgerond na de betaling van ‘UMCU’ en dat is volgens [A] nog niet gebeurd. Verder heeft [A] aan [verweerder] meegedeeld dat het kortingsbedrag van € 120.000,00 aan kre-dietnota’s nog niet is bereikt en dat er ‘nog wat open staat’ aan te ontvangen kredietnota’s voor de SWAS over de jaren 2015 tot en met 2017.

2.7.

Op 26 juni 2017 heeft [C] , ‘Vice President Sales Northern Europe’ bij Mitel (verder: [C] ), aan wie [B] verantwoording dient af te leggen, aan [B] en [verweerder] een vraag gesteld ter zake een achterstallige betaling van Zetacom, die nog steeds een ‘obstakel’ is. De aanleiding voor deze vraag was een melding van [D] , Office Manager bij Mitel, dat een order van Zetacom ‘on hold’ was gegaan vanwege het overschrijden van de kredietlimiet. [verweerder] heeft dienaangaande aan [C] en [B] meegedeeld dat hij hiermee ‘al aan het schakelen is’ met Zetacom.

2.8.

Bij e-mailbericht van 15 augustus 2017 om 14:27 uur heeft [A] aan [verweerder] het volgende vermeld:

“Graag akkoord op de genoemde bedragen die leiden tot het bedrag van 184.5 k”

2.9.

Bij e-mailbericht van 15 augustus 2017 om 14:43 uur heeft [verweerder] aan [A] (onder meer) het volgende vermeld:

“De genoemde bedragen met een totaal van 184,5K zijn correct per 31-7.

Het doet mij deugt te melden dat we de 120K ten behoeve van verrekening UMCU hebben bereikt en dat we nu reeds ruim 13K van het UMCU SWAS verrekening hebben aangevraagd middels de extra korting.

In samenwerking met jou zijn we bezig om een volledig overzicht te krijgen van de reeds door Zetacom ontvangen creditnota’s.

Ik ben in overleg met de financieel verantwoordelijken om te kijken of we het openstaande saldo van de totale verrekening kunnen afdoen met een eenmalige betaling/creditnota.”

2.10.

Op 4 oktober 2017 heeft [verweerder] het volgende aan [B] meegedeeld:

“De andere bedragen betreffen een verschil van mening over de SWAS over de pGSM op-lossing. Bij het UMCU zijn de onderhoudsprijzen voor de gehele configuratie voor 5 jaar

vastgelegd

Dick is van mening dat Mitel aangegeven heeft dat de aanbieding die wij voor de PGSM omgeving gemaakt hebben prijstechnisch volledig gelijk zou zijn aan die van RadioAccess.

RadioAccess had geen SWAS voor de basestations opgenomen en dit heeft Zetacom ook niet

doorberekend aan het UMCU: Echter IP-Access stelde SWAS wel verplicht.

Ik heb in 20145 aangegeven dat ik dat verschil van 30K zou verrekenen met orders.

Ik heb na de onderstaande mail [het e-mailbericht van 15 augustus 2017 om 14:43 uur] in een gesprek aangegeven dat mij nieuwe informatie is aangeleverd door [E] waardoor het uit-gangspunt dat wij dat wij Zetacom niet hadden ingelicht over de verplichte IP-Access niet juist was en dat ik de toezegging dus niet kan nakomen.

Als vervolg op dit gesprek is de afspraak voor aanstaande vrijdag gemaakt.”

2.11.

Op 4 oktober 2017 heeft [verweerder] aan [B] meegedeeld dat hij naast voormelde regeling ad € 120.000,00 nog een korting van € 75.000,00 aan Zetacom heeft toegezegd. Op 6 oktober 2017 heeft [verweerder] desgevraagd aan [B] meegedeeld dat hij ook nog een additionele korting van circa € 70.000,00 aan Zetacom heeft toegezegd.

2.12.

Bij brief van 26 oktober 2017 heeft Mitel [verweerder] geschorst. Daartoe is het vol-gende gesteld:

“Following on from our conversation we hereby confirm the matters discussed.

Recently we have discovered that you have been offering partners large credit notes without authorization and that when confronted about this, you were not entirely honest with us. You have provided us with emails and information with regard to this matter but have left out at least one crucial email.

It seems you have caused Mitel damage in not only revenue but also to the Group’s good name. In what matter and to what extent, is still under investigation.

We have concluded that we need to undertake an investigation in order to better understand the facts in this matter, and to then conclude on the further steps to be taken. We have reason to believe that your acting in this matter qualifies as a reason for terminating your employ-ment contract for cause, or at least qualifies as (seriously) culpable behavior, and that your employment contract with Mitel may need to be terminated.

As you can imagine we take this matter very seriously. We must investigate this matter appropriately and take due note of all the facts before we conclude on the measures to be taken. To enable us to carry out our investigation, we are therefore suspending you from work. The suspension is hereby confirmed.

This means that until further notice, your access to your place of work, email, telephone etc. is blocked. You are exempt from the obligation to perform work, but you will continue to receive your salary.

(…)”

2.13.

Bij brief van 6 november 2017 is aan [verweerder] meegedeeld dat het onderzoek heeft uitgewezen dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, hetgeen reden is voor een ont-slag op staande voet, en dat Mitel [verweerder] in de gelegenheid wil stellen om een toelichting te geven op zijn gedragingen.

2.14.

Op 16 november 2017 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen [B] en

[C] namens Mitel en de heer [F] van Zetacom. Naar aanleiding van dat ge-sprek heeft Zetacom een overzicht aan Mitel gestuurd, waarin is vermeld dat Zetacom een claim op Mitel heeft van € 314.829,00.

2.15.

Bij brief van 20 november 2017 is [verweerder] naar aanleiding van de constateringen door Mitel uitgenodigd voor een gesprek op 22 november 2017, waarbij [verweerder] een toe-lichting kan geven “op de achtergronden die ertoe hebben geleid dat u zonder overleg en/of de benodigde toestemming van het senior management en in strijd met duidelijke en u be-kende afspraken en derhalve zonder daartoe bevoegd te zijn een (aantal) omvangrijke kor-ting(en) hebt toegezegd aan onze channel partner Zetacom en dat u daarover niet volledig eerlijk bent geweest op het moment dat de heer [B] u heeft verzocht om openheid te geven over hetgeen zich had voorgedaan”.

2.16.

Bij brief van 30 november 2017 heeft Mitel de conclusies van het door haar inge-stelde onderzoek aan [verweerder] meegedeeld. Mitel heeft hierin geconcludeerd dat [verweerder] grovelijk de plichten heeft veronachtzaamd die de arbeidsovereenkomst hem oplegt, dat hij (ernstig) verwijtbaar heeft gehandeld en dat in redelijkheid niet van Mitel gevergd kan wor-den dat de arbeidsovereenkomst nog wordt voortgezet. Mitel is ieder vertrouwen in een ver-dere samenwerking met [verweerder] verloren en zal derhalve overgaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. “Het handelen van [verweerder] op zich zelf staand, rechtvaardigt reeds de conclusie dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. Echter alle feiten en om-standigheden daarbij genomen, ieder voor zich en in onderling verband beschouwd, recht-vaardigen deze conclusie eens te meer.”, aldus Mitel.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Mitel verzoekt de kantonrechter om voor recht te verklaren dat [verweerder] ernstig ver-wijtbaar heeft gehandeld en om op grond van het bepaalde in artikel 7:671b lid 1 onder a en artikel 7:669 lid 3 sub e, althans sub g, Burgerlijk Wetboek (BW) de arbeidsovereenkomst tussen partijen op de kortst mogelijke termijn te ontbinden. Verder verzoekt Mitel om voor recht te verklaren dat [verweerder] tekort is geschoten in de nakoming van de arbeidsovereen-komst en dat hij op die grond gehouden is om de door Mitel geleden schade te vergoeden. In aanvulling hierop verzoekt Mitel om [verweerder] te veroordelen tot betaling van een schade-vergoeding, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze schadevergoeding. Ten slotte verzoekt Mitel om [verweerder] te veroordelen in de proceskosten en in de nakosten.

3.2.

Mitel voert daartoe aan dat [verweerder] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, aangezien hij in de periode vanaf 2014 op verschillende manieren oneerlijk, niet integer en niet transpa-rant, en daarmee in strijd met de CBC en de ALP heeft gehandeld, door belangrijke feiten met betrekking tot financiële informatie voor Mitel achter te houden en verkeerd weer te ge-ven. Anders dan in de CBC is vermeld, heeft [verweerder] de richtlijn om ‘altijd advies te vra-gen als je niet zeker bent van je zaak’ niet nageleefd. Verder is eind 2017 bekend geworden dat [verweerder] vóór december 2016 toezeggingen met betrekking tot SWAS aan Zetacom heeft gedaan, die Mitel niet heeft kunnen betrekken bij het bereiken van een oplossing. In het

op 4 augustus 2017 opgestelde overzicht is dienaangaande een bedrag van € 184.500,00

- naast voormeld bedrag van € 120.000,00 - vermeld. Gelet hierop hoeft geen rekening te worden gehouden met de opzegtermijn en is Mitel geen transitievergoeding aan [verweerder] verschuldigd.

3.3.

[verweerder] voert verweer. Hij stelt zich primair op het standpunt dat er geen redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst bestaat en dat Mitel veroordeeld moet worden om hem weer in staat te stellen om zijn functie als CAM op de gebruikelijke en on-belemmerde wijze te verrichten. Voor het geval de arbeidsovereenkomst zou worden ontbon-den, verzoekt [verweerder] om bij het bepalen van de einddatum rekening te houden met de gel-dende opzegtermijn zonder aftrek van de periode die is gelegen tussen ontvangst van het verzoekschrift en de datum van deze beschikking. Verder verzoekt [verweerder] om hem een transitievergoeding van € 88.898,00 bruto toe te kennen en een billijke vergoeding van

€ 350.000,00 wegens ernstig verwijtbaar handelen door Mitel, beide te vermeerderen met de wettelijke rente. Tevens verzoekt [verweerder] om afgifte van een positief getuigschrift en om te bepalen dat Mitel geen rechten kan ontlenen aan het relatiebeding, dan wel dit beding te vernietigen, dan wel Mitel te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 94.969,04.

Ten slotte verzoekt [verweerder] om de door Mitel verzochte verklaringen voor recht en de schadevergoeding, nader op te maken bij staat, af te wijzen, met veroordeling van Mitel in de kosten van de procedure.

3.4.

[verweerder] voert daartoe aan dat zijn functie als CAM uitdagend en zeer commercieel is, waarbij hij veel ruimte heeft om zijn werkzaamheden vorm te geven. Van de jaaromzetten over de jaren 2014 tot en met 2017 realiseerde [verweerder] gemiddeld 35% en de jaaromzet van Zetacom zag in de afgelopen vijf jaren gemiddeld ongeveer € 2.000.000,00. In de loop van de jaren heeft [verweerder] een belangrijke bijdrage geleverd aan de verdere groei van Mitel in de Nederlandse markt, hetgeen in de jaren 2015 en 2016 heeft geleid tot het toeken-nen van een commissiebedrag van € 44.779,01 respectievelijk € 43.567,00. Over 2017 is een commissiebedrag van € 51.119,30 bruto toegekend. [verweerder] heeft verder aangegeven dat hij bij Mitel de vrijheid kreeg om aanzienlijke kortingen te verstrekken, zonder dat hiervoor uitvoerige afstemming met het management plaatsvond.

Ten aanzien van het project UMCU, bestaande uit het vervangen van het telecommunicatie-systeem en een Private GSM systeem ten behoeve van het interne gebruik in het UMCU, heeft [verweerder] aangevoerd dat Mitel heeft aangeboden om het Private GSM project onder dezelfde condities als de concurrent RadioAccess aan te bieden. Gelet hierop heeft Zetacom ook dit project aan Mitel gegund. [verweerder] is deze afspraak, inhoudende dat er geen verschil zou zijn tussen de aanbieding van RadioAccess en Mitel ook nagekomen, in de veronderstel-ling dat hij daartoe ook bevoegd was. Vervolgens is er mede ten gevolge van problemen met de Private GSM en de onduidelijkheid met betrekking tot de SWAS een geschil gerezen tus-sen Mitel en Zetacom, dat ook in de jaren 2015 en 2016 heeft voortgeduurd. In 2015 heeft Zetacom vervolgens extra commitment aan Mitel gevraagd. Dat heeft er uiteindelijk toe ge-leid dat Mitel een korting in de vorm van creditnota’s aan Zetacom zou verlenen totdat het afgesproken bedrag van € 120.000,00 zou zijn bereikt.

In augustus 2017 is er een misverstand ontstaan, aangezien Zetacom van mening was dat er los van de afspraak ter zake de € 120.000,00 nog SWAS-bedragen over 2015 tot en met 2017 verrekend moesten worden, terwijl [B] meende dat de afspraak ter zake het bedrag van € 120.000,00 een finale kwijting inhield. Vervolgens heeft [verweerder] dit op 8 september 2017 met Zetacom besproken, waarna [B] op 6 oktober 2017 met Zetacom heeft gespro-ken. In de terugkoppeling van dit gesprek heeft [B] aan [verweerder] meegedeeld dat Zeta-com vasthoudt aan haar standpunt dat de door [verweerder] gedane toezeggingen over de ver-rekening van de SWAS nagekomen dienen te worden. Na deze terugkoppeling is [verweerder] geschorst, waartegen hij op 6 november 2017 bezwaar heeft gemaakt.

[verweerder] heeft gesteld dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan ‘oneerlijk, niet integer en niet transparant gedrag’ of allerlei vormen van ‘fraud and abuse’ – hij heeft zich juist altijd met volle inzet en loyaliteit van zijn taken gekweten. Hierbij is van belang, aldus [verweerder] , dat hij als CAM in de praktijk de ruimte en de bevoegdheid heeft om problemen binnen een lopend project door middel van verrekeningen of extra kortingen op te lossen. [verweerder] heeft verder betwist dat hij belangrijke feiten met betrekking tot financiële informatie voor Mitel heeft achtergehouden. Ook zijn er geen klachten ingediend ter zake een overtreding van de CBC.

Ten slotte heeft [verweerder] gesteld dat hij ervan overtuigd was dat hij de SWAS-kortingen in het verleden al met [C] had besproken, te meer omdat hij de al jaren bestaande relatie met Zetacom in stand wilde houden. Wat betreft de vermeende schade heeft [verweerder] er nog op gewezen dat dit niet ziet op een bedrag van ruim € 300.000,00 maar op € 154.000,00. Er is volgens [verweerder] geen enkele redelijke grond voor opzegging van de arbeidsovereen-komst, aangezien er geen sprake is van verwijtbaar handelen. Van een verstoorde arbeidsver-houding is evenmin sprake, aldus [verweerder] , en hij is ook niet toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen ingevolge de arbeidsovereenkomst.

3.5.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Uitgangspunt bij de beoordeling van het verzoek van Mitel is dat de werkgever op grond van het bepaalde in artikel 7:671b BW de kantonrechter kan verzoeken de arbeids-overeenkomst te ontbinden op basis van een redelijke grond. Mitel heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] in de zin van artikel 7:671b lid 1, aanhef en onder a BW juncto artikel 669 lid 3, aanhef en onder e BW. Verder heeft Mitel gesteld dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, die zodanig is dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd dat zij de arbeidsovereen-komst laat voortduren, als bedoeld in artikel 7:671b lid 1, aanhef en onder a BW juncto artikel 669 lid 3, aanhef en onder g BW. Op grond van artikel 7:671b lid 2 BW dient de kantonrechter te onderzoeken of aan de voorwaarden voor opzegging van de arbeidsover-eenkomst is voldaan en - daarmee - of deze redelijke grond de verzochte ontbinding kan dragen.

4.2.

Ingevolge het bepaalde in artikel 7:671b lid 2 BW is onderzocht of een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:670 BW of enig ander opzegverbod geldt. Dit is niet het geval.

4.3.

Over de vraag of de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden, wordt het vol-gende overwogen.

4.4.

Uit het e-mailbericht van 14 december 2016 (productie 15 dagv.) leidt de kanton-

rechter af dat de met Zetacom gemaakte afspraak ter zake de korting van € 120.000,00 op het vereiste niveau conform de ALP is gesloten. Daartoe wordt overwogen dat [B] aan [verweerder] heeft meegedeeld dat de termijn om tot dit bedrag te komen wordt opgerekt. Hieruit blijkt dat [B] op de hoogte was van deze afspraak.

4.5.

Onder verwijzing naar de e-mailberichten uit de maand juni 2017 - zie r.o. 2.5 tot en met 2.7 - is de kantonrechter van oordeel dat [verweerder] de CBC en de ALP heeft overtreden door de inhoud van deze berichten niet te delen met [B] en/of [C] . Daartoe wordt overwogen dat uit deze berichten genoegzaam kan worden afgeleid dat [verweerder] wist dat er naast de afspraken inzake de korting tot een bedrag van € 120.000,00 nog een of meer af-spraken met Zetacom waren gemaakt, waarvan [C] en/of [B] niet op de hoogte waren. In dit verband wijst de kantonrechter er voorts op dat Mitel onweersproken heeft ge-steld dat zij pas in oktober 2017 bekend is geworden met deze e-mailberichten. Het e-mail-bericht van [verweerder] aan [C] en [B] van 26 juni 2017, inhoudende dat hij al ‘aan het schakelen is’ met Zetacom, maakt dit niet anders. Het had op de weg van [verweerder] gelegen om hieromtrent op dat moment volledige openheid van zaken te geven, zoals in de CBC is voorgeschreven.

4.6.

Voor dit oordeel wordt steun gevonden in voormeld e-mailbericht van 15 augustus 2017, waarin [verweerder] aan [A] bevestigt dat de door [A] berekende korting, leidende tot een bedrag van € 184.500,00, correct is. Gesteld noch gebleken is dat [verweerder] de inhoud van dit bericht op of kort na 15 augustus 2017 aan [C] en/of [B] heeft meegedeeld. Ook hier heeft [verweerder] derhalve de CBC overtreden.

4.7.

[verweerder] heeft als verweer aangevoerd dat zijn collega [E] met [F] , CEO bij Zetacom, al had afgesproken om de korting ten aanzien van de SWAS te com-penseren met een andere klant. De kantonrechter verwerpt dit verweer. Daartoe wordt erop gewezen dat [verweerder] de verklaring van [E] (productie 33 van Mitel), waarin onder meer is gesteld dat [E] meerdere keren aan [verweerder] heeft verteld dat de SWAS altijd achteraf wordt berekend en nooit onderdeel van de initiële aanbieding kan zijn, niet heeft weersproken. Hieruit volgt dan ook dat [verweerder] zonder overleg met en zonder toestem-ming van het seniormanagement en zonder ook de afdeling ‘Finance/Legal’ erin te kennen, besloten heeft om een en ander zelf met Zetacom af te handelen.

4.8.

De volgende vraag is dan of [verweerder] bevoegd was om aan Zetacom extra korting te geven. Die vraag wordt ontkennend beantwoord. Uit de gedingstukken en de daarbij ter zit-ting gegeven toelichting is genoegzaam gebleken dat [verweerder] weliswaar kortingen mocht verlenen, maar dat hij daarvoor, en derhalve ook voor de door hem verleende kortingen aan Zetacom, toestemming nodig had van [B] of [C] . Vast staat dat die toestemming niet is gegeven. De mededeling van [verweerder] aan Zetacom op 15 augustus 2017, waarbij [verweerder] akkoord is gegaan met het door [A] genoemde bedrag van € 184.500,00 aan kortingen, is dan ook onbevoegdelijk gedaan. De stelling van [verweerder] dat hij (nagenoeg) altijd goedkeuring kreeg als hij daarom vroeg, kan niet tot een ander oordeel leiden. Uit de ALP volgt immers dat het aangaan van elke financiële verplichting op een passend niveau wordt beoordeeld. Gesteld noch gebleken is dat [verweerder] op basis van in het verleden ver-leende toestemmingen zelfstandig (extra) kortingen mocht verlenen. Ook de stelling van [verweerder] dat hij in het belang van de klantrelatie (met Zetacom) handelde, door “Mitel’s com-mitment te tonen en haar verantwoordelijkheid te nemen voor de uiterst ongelukkige situ-atie” (# 44, verweerschrift) kan hem niet baten, nu hij ook daarvoor niet geautoriseerd was. [verweerder] heeft de kantonrechter in dit verband onvoldoende duidelijk gemaakt waarom hij die stap, en met name het volgen van Zetacom in haar stellingen ter zake de verleende kor-ting(en), heeft gezet zonder enige vorm van consultatie, afstemming en goedkeuring binnen zijn eigen bedrijf, en met name met [B] en [C] . De aard van de door [verweerder] zelf geschetste situatie noopte juist meer dan ooit tot het vragen van goedkeuring en afstem-ming. De door [verweerder] genoemde omstandigheid dat hij in eerste instantie te maken had met een te verrekenen bedrag van € 20.000,00 per jaar, maar dat er al in 2015 door een in-middels collectief doorgevoerde prijsverhoging sprake was van € 47.000,00 op jaarbasis, hetgeen [verweerder] begin 2014 naar eigen mening niet kon voorzien, legt in dit verband onvoldoende gewicht in de schaal.

4.9.

Gelet op het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat [verweerder] verwijtbaar heeft gehandeld in de zin van artikel 7:669 lid 3 sub e BW. Van Mitel kan in redelijkheid niet worden gevergd dat zij de arbeidsovereenkomst met [verweerder] laat voortduren. De verwijt-baarheid van het gegeven dat [verweerder] toezeggingen heeft gedaan die - ver - buiten zijn be-voegdheid liggen, als ook dat [verweerder] daarover geen openheid van zaken heeft verschaft, ook niet toen hem daarom werd gevraagd, staat hieraan in de weg. Met Mitel wordt geoor-deeld dat hierbij niet relevant is hoe [verweerder] overigens heeft gefunctioneerd.

4.10.

Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat sprake is van een redelijke grond voor opzegging, en daarmee voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst van partijen. Het verzoek wordt daarom ingewilligd. De verzochte verklaringen voor recht zullen worden toegewezen voor zover die verzoeken zien op de tekortkoming in de nako-ming van de arbeidsovereenkomst. Voor het overige zullen deze verzoeken worden afge-wezen. Hetgeen Mitel heeft aangevoerd met betrekking tot de verstoorde arbeidsverhouding (artikel 7:669, lid 3 sub g BW) behoeft dan ook geen verdere bespreking meer.

4.11.

Nu het verzoek tot ontbinding wordt ingewilligd, dient het einde van de arbeidsover-eenkomst te worden bepaald. De kantonrechter bepaalt dit einde op grond van artikel 7:671b lid 8 aanhef en sub a BW op 31 mei 2018.

4.12.

De vordering om [verweerder] te veroordelen tot betaling van een nader bij staat op te maken schadevergoeding zal worden afgewezen. Onder verwijzing naar het bepaalde in ar-tikel 7:661 BW is de kantonrechter van oordeel dat de door Mitel geleden schade niet het ge-volg is van opzet, in de zin van een vooropgezet plan om Mitel schade te berokkenen, of be-wust roekeloos handelen van [verweerder] . Onvoldoende is komen vast te staan dat [verweerder] zich onmiddellijk voorafgaand aan het doen van de toezeggingen daadwerkelijk bewust was van het feit dat dit tot schade aan de zijde van Mitel zou leiden. Veeleer is hij zich gaande-weg gaan realiseren wat de gevolgen waren van zijn handelen in de richting van Zetacom.

4.13.

Gelet op de stellingen over en weer wordt geoordeeld dat er geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van [verweerder] . Dat betekent dat de door hem verzochte transitievergoeding zal worden toegewezen, met dien verstande dat deze wordt berekend op € 88.892,00. De hierover verzochte rente zal worden toegekend, zoals hieronder is vermeld. Het tegenverzoek van [verweerder] ter zake de billijke vergoeding zal worden afgewezen, om-dat onvoldoende gebleken is dat Mitel ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten je-gens [verweerder] . Ten aanzien van het relatiebeding wordt nog overwogen dat Mitel ter zitting heeft aangegeven dat de veronderstelling van [verweerder] dat zij hem onverkort aan het relatie-beding zal houden niet juist is en dat Mitel graag bereid is om daaromtrent nadere afspraken te maken. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om thans te bepalen dat Mitel geen rechten kan ontlenen aan het relatiebeding. Het is aan partijen om hierover - in voorkomend geval - nadere afspraken te maken.

4.14.

Nu [verweerder] verwijtbaar heeft gehandeld en het verzoek van Mitel wordt toege-kend, zal [verweerder] in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Mitel worden tot de uitspraak van deze beschikking begroot op € 519,00 (€ 119,00 aan griffierecht en € 400,00 aan salaris gemachtigde).

De nakosten, waarvan Mitel betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart voor recht dat [verweerder] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen ingevolge de arbeidsovereenkomst;

5.2.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen Mitel en [verweerder] ;

5.3.

bepaalt het einde van de arbeidsovereenkomst op 31 mei 2018;

5.4.

veroordeelt Mitel om aan [verweerder] een transitievergoeding van € 88.892,00 bruto te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 juni 2018 tot de dag der algehele voldoening;

5.5.

veroordeelt [verweerder] in de proceskosten aan de zijde van Mitel, tot deze beschik-king begroot op € 519,00;

5.6.

veroordeelt [verweerder] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aan-schrijving door Mitel volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de exploot-kosten van betekening van het vonnis;

5.7.

wijst af het meer of anders verzochte;

5.8.

wijst de tegenverzoeken van [verweerder] af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2018.