Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:1847

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
26-04-2018
Datum publicatie
04-05-2018
Zaaknummer
C/16/454640 / FO RK 18-256
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beëindiging gezamenlijk gezag en zorgregeling. Verzoek vader om zijn gezag te beëindigen en moeder te belasten met het eenhoofdig gezag, en zorgregeling stop te zetten. Geen contact meer tussen vader en kinderen. Toewijzing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2018-0132
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/454640 / FO RK 18-256

Wijziging gezag

Beschikking van 26 april 2018

in de zaak van

[de man] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen ‘de vader’,

advocaat mr. E.S. van Bon,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen ‘de moeder’.

1 Verloop van de procedure

1.1.

De vader heeft op 6 februari 2018 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend.

1.2.

De hierna te noemen minderjarige [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. [voornaam van minderjarige 1] heeft hiervan gebruikt gemaakt en zijn mening kenbaar gemaakt bij brief van 25 maart 2018, met bijlagen. [voornaam van minderjarige 2] heeft de rechtbank bij brief van 25 maart 2018 kenbaar gemaakt hier geen gebruik van te willen maken.

1.3.

De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 30 maart 2018. Verschenen zijn de vader met zijn advocaat, de moeder en mevrouw [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

2 Vaststaande feiten

2.1.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad.

2.2.

De minderjarige kinderen van partijen zijn:

- [minderjarige 1], geboren op [2001] te [geboorteplaats] ;

- [minderjarige 2], geboren op [2003] te [geboorteplaats] .

De vader heeft [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] erkend.

2.3.

Uit de aantekening in het gezagsregister blijkt dat partijen gezamenlijk het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] uitoefenen.

2.4.

[voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] wonen bij de moeder.

2.5.

Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 13 juni 2012 is een zorgregeling vastgelegd waarbij de kinderen in de even weken van woensdag uit school tot de daarop volgende maandagochtend en in de oneven weken van woensdagmiddag uit school tot donderdagochtend, alsmede gedurende de helft van de vakanties en feestdagen, bij de vader verblijven.

3 Beoordeling van het verzochte

3.1.

De vader heeft de rechtbank verzocht het gezamenlijk gezag van partijen te beëindigen en de moeder te belasten met het eenhoofdig gezag over [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] . Voorts heeft de vader de rechtbank verzocht de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 13 juni 2012 te wijzigen in die zin dat er tussen de vader en de kinderen geen zorgregeling meer zal bestaan. Hiertoe heeft de vader gesteld dat hij de juridische situatie in overeenstemming wenst te brengen met de feitelijke situatie. Volgens de vader willen [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] geen contact met hem en wordt de huidige zorgregeling daarom niet uitgevoerd.

Ter zitting heeft de vader verklaard dat hij graag had gezien dat de co-ouderschapsregeling zou worden uitgevoerd, maar dat zowel de moeder als de kinderen hier niet aan mee wilden werken. Ook wilden zij volgens de vader niet meewerken aan de uitvoering van de afspraken die tijdens de mediation zijn gemaakt. Voorts heeft de vader verklaard dat hij [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] inmiddels al twee jaar niet heeft gezien en hij vervreemd is geraakt van hen. Volgens de vader kreeg hij veel stress van de situatie en zal toewijzing van zijn verzoeken hem rust geven omdat dit hem duidelijkheid biedt.

3.2.

De moeder heeft ter zitting ingestemd met de verzoeken van de vader. Volgens de moeder heeft zij het contact tussen de kinderen en de vader nooit in de weg gezeten, maar weten de vader en de kinderen niet meer hoe zij met elkaar om moeten gaan. Zelfs met hulp van een psycholoog is het niet gelukt om de relatie tussen de vader en de kinderen te herstellen. Voorts heeft de moeder verklaard dat de vader in het verleden geen toestemming wilde verlenen voor het aanvragen van paspoorten voor de kinderen, en loopt zij ook tegen praktische problemen aan met betrekking tot vakanties en het overschrijven van de kinderen naar een andere huisarts.

3.3.

De Raad heeft de rechtbank ter zitting geadviseerd de verzoeken toe te wijzen. Volgens de Raad kan de vader thans geen beslissingen meer nemen in het belang van de kinderen, nu hij hun ontwikkeling al voor langere periode niet meer volgt. Voorts is het volgens de Raad in het belang van de kinderen om te bepalen dat er geen contact meer zal zijn tussen de vader en de kinderen, nu dit in overeenstemming is met de feitelijke gang van zaken. De Raad heeft de moeder ter zitting geadviseerd de vader te (blijven) informeren over belangrijke zaken aangaande [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] , zodat als de vader of (één van de) de kinderen contactherstel wensen, de vader kan aansluiten op hun ontwikkeling.

3.4.

Ten aanzien van het gezag overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen de rechtbank het gezamenlijk gezag beëindigen indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Het verzoek kan worden toegewezen op grond van artikel 1:253n, tweede lid, juncto artikel 1:251a, eerste lid van het BW als (a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of (b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

3.5.

Ouderlijk gezag is bedoeld om beslissingen te nemen over kinderen. Uit de ingediende stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de moeder in de praktijk al meer dan twee jaar alleen de beslissingen neemt over [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] . Ook is er geen contact meer tussen vader en de kinderen, en dit wensen zij over en weer ook niet. Het voorgaande brengt met zich mee dat de vader niet (meer) op de hoogte is van het leven van [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] , en onvoldoende geïnformeerd is om van zijn bevoegdheid gebruik te maken. Bovendien heeft de moeder onweersproken gesteld dat zij in de praktijk soms moeite heeft met het verkrijgen van diverse toestemmingen. Onder deze omstandigheden is het niet meer in het belang van [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] dat partijen gezamenlijk het gezag uitoefenen over hen. De rechtbank weegt hierbij voorts mee dat de vader van deze bevoegdheid geen gebruik meer wenst te maken en de moeder daarmee heeft ingestemd. De rechtbank zal het verzoek van de vader daarom toewijzen en het gezamenlijk gezag beëindigen.

3.6.

Ten aanzien van het verzoek van de vader betreffende de zorgregeling overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank begrijpt dat de vader heeft verzocht te bepalen dat er geen door de rechter vastgestelde regeling omtrent het contact tussen hem en de kinderen meer zal zijn. In de wet is niet duidelijk bepaald wat er gebeurt met een rechterlijke zorgregeling indien het gezamenlijk gezag van de ouders wordt beëindigd en één van de ouders met het gezag wordt belast. Zowel een zorgregeling als een omgangsregeling hebben betrekking op de contacten tussen kinderen en hun ouder.

3.7.

In beginsel heeft iedere ouder recht op (en zelfs de plicht heeft tot) omgang met zijn kinderen. Ter zitting is duidelijk geworden dat contact tussen vader en de kinderen op dit moment door geen van de betrokkenen haalbaar wordt geacht en dat over de zorgregeling dus ook geen geschil is waar de rechtbank over hoeft te beslissen. De rechtbank zal daarom de beschikking van de rechtbank Amsterdam wijzigen in die zin dat de zorgregeling wordt beëindigd, zodat er geen zorgregeling meer bestaat tussen de vader en de kinderen.

3.8.

De rechtbank hecht er aan op te merken dat het recht op en de verplichting tot omgang blijft bestaan en dat de onderhavige beslissing het mogelijk maakt dat alle betrokkenen op enig moment kunnen proberen contactherstel te bewerkstelligen.

3.9.

Daarnaast wenst de rechtbank op te merken dat de moeder op grond van de wet een informatie- en consultatieverplichting heeft ten aanzien van de vader. De vader heeft niet verzocht om deze in rechte vast te leggen. De rechtbank gaat er in ieder geval van uit dat alle betrokkenen (vader, moeder en de kinderen) hun contactgegevens zullen blijven uitwisselen, zodat de moeder de vader kan blijven informeren over belangrijke aangelegenheden betreffende [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] , en op termijn mogelijk contactherstel - in welke vorm dan ook - mogelijk is.

4 Beslissing

De rechtbank:

4.1.

beëindigt het gezamenlijk gezag van partijen over [minderjarige 1], geboren op [2001] te [geboorteplaats] en [minderjarige 2], geboren op [2003] te [geboorteplaats] en bepaalt dat het gezag voortaan alleen aan de moeder toekomt;

4.2.

wijzigt de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 13 juni 2012;

4.3.

beëindigt de zorgregeling tussen de vader en [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] ;

4.4.

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in aanwezigheid van de griffier, mr. S.M. Geerding, en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2018.