Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:1531

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-04-2018
Datum publicatie
20-04-2018
Zaaknummer
C/16/456499 / HA RK 18/87
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

De vordering wordt namens een onder bewind gesteld persoon door de bewindvoerder, zijnde een B.V., ingediend. Aangezien het te betalen griffierecht zal worden doorbelast aan de onder bewind gestelde, is de bewindvoerder het griffierecht voor natuurlijke personen verschuldigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

Rekestnummer: C/16/456499 / HA RK 18/87

Beschikking van 11 april 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster] B.V.,

gevestigd te [vestiginsplaats] ,

handelend in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van mevrouw [A] ,

verzoekster,

advocaat: mr. C.G.A. Mattheussens

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

de griffier van de rechtbank,

zetelend te Utrecht,

verweerder.

Partijen zullen hierna ook de verzoekster en de griffier genoemd worden.

1 De beoordeling

1.1.

Verzoekster heeft op 7 maart 2018 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend. Bij dat verzoekschrift komt verzoekster overeenkomstig artikel 29 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) in verzet tegen het door de griffier in rekening gebrachte griffierecht in de procedure met kenmerknummer 6677355 UC EXPL 18-1978 (hierna te noemen ‘de dagvaardingsprocedure’).

1.2.

De rechtbank constateert dat het geheven griffierecht van € 952,00 op 28 februari 2018 door verzoekster is betaald. Het verzoekschrift van 7 maart 2018 is derhalve binnen de daartoe van toepassing zijnde termijn van één maand na betaling van het griffierecht ingediend.

1.3.

Verzoekster stelt met betrekking tot de verschuldigdheid van het griffierecht het volgende. Verzoekster is van oordeel dat ten onrechte het griffierecht behorende bij een niet-natuurlijke persoon is geheven. [verzoekster] B.V. is weliswaar een ven-nootschap (niet-natuurlijke persoon) doch zij handelt, zoals in de dagvaarding is omschre-ven, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van mevrouw [A] .

1.4.

De griffier heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

1.5.

De rechtbank stelt vast dat de vordering in de dagvaardingsprocedure weliswaar is ingediend door een niet-natuurlijke persoon, maar dat deze vordering is ingediend namens de onder bewind gestelde [A] . Aangezien het te betalen griffierecht zal worden door-belast aan de onder bewind gestelde, ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat [verzoekster] B.V. het griffierecht voor natuurlijke personen verschuldigd is. Nu voorts een toevoeging is overgelegd, zal het griffierecht voor onvermogenden ten bedrage van

€ 79,00 worden geheven.

1.6.

Het vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank het verzet gegrond zal verklaren en de griffier zal opdragen om een bedrag van € 873,00 (€ 952,00 -/- € 79,00) aan verzoekster te retourneren.

2 De beslissing

De rechtbank

2.1.

verklaart het verzet gegrond;

2.2.

draagt de griffier van deze rechtbank op om het teveel in rekening gebrachte griffierecht ten bedrage van € 873,00 aan verzoekster te retourneren.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J. Reitsma en in het openbaar uitgesproken op 11 april 2018.