Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:1438

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-04-2018
Datum publicatie
01-05-2018
Zaaknummer
16/659697-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie jongens die eind 2016 en begin 2017 een spoor van inbraken, diefstallen en vernielingen achter zich lieten in onder andere Amersfoort, Harderwijk en Ermelo zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot taak- en leerstraffen. Daarnaast krijgen de verdachten een voorwaardelijke jeugddetentie opgelegd. Een 18-jarige verdachte uit Hoevelaken had volgens de rechtbank een leidende rol bij de inbraken, diefstallen en vernielingen in onder andere woningen, chalets en een container. Bij de inbraken nam het drietal onder andere computerapparatuur, identiteitsbewijzen en geld mee. De verdachte uit Hoevelaken is veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van 8 maanden, een taakstraf van 200 uur en een leerstraf van 35 uur. De rechtbank veroordeelt een 18-jarige verdachte uit Bunschoten-Spakenburg tot een voorwaardelijke jeugddetentie van 5 maanden en een taakstraf van 150 uur. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan 8 strafbare feiten. De derde verdachte, een 18-jarige verdachte uit Amsterdam is veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van 3 maanden, een taakstraf van 100 uur en 34 uur leerstraf. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan 7 strafbare feiten. Bij het opleggen van de straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming. Het jeugdstrafrecht is van toepassing. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat de verdachten tussen de feiten en de zitting niet opnieuw met de politie in contact zijn geweest. Het gaat om oude feiten en de verdachten hadden nog geen strafblad. Volgens de rechtbank zou een onvoorwaardelijke jeugddetentie onder deze omstandigheden de positieve lijn die de verdachten inmiddels sinds begin 2017 hebben ingezet te niet doen en het risico op herhaling vergroten. Dat is niet in het belang van de verdachten, maar ook niet van de maatschappij, zo oordeelt de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659697-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 12 april 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats] , [adres]

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen achter gesloten deuren op 13 maart 2018 en 29 maart 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N.T.R.M. Franken en van hetgeen verdachte en mr. H.S.K. Jap a Joe, advocaat te Utrecht, alsmede [A] namens benadeelde partij [benadeelde 1] naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 in de periode van 15 december 2016 tot en met 29 december 2016 in Amersfoort samen met anderen goederen heeft vernield;

feit 2 op 13 december 2016 in Ermelo samen met anderen heeft ingebroken in een woning;

feit 3 op 14 januari 2017 in Hooglanderveen samen met anderen heeft ingebroken in een woning;

feit 4 op 23 maart 2017 in Ermelo diverse goederen heeft geheeld;

feit 5 in de periode van 11 december 2016 tot en met 12 december 2016 in Ermelo samen met anderen in een woning/chalet heeft ingebroken;

feit 6 in de periode van 11 december 2016 tot en met 21 februari 2017 in Ermelo samen met anderen in een woning/chalet heeft ingebroken;

feit 7 op 22 maart 2017 in Ermelo een fiets heeft geheeld.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de aan verdachte onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. De pleegdatum van het onder 1 tenlastegelegde kan, gelet op de beelden, worden beperkt tot 17 september 2016. Verdachte dient ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde partieel vrijgesproken te worden van de diefstal van de Xbox, omdat deze in de woning is achtergebleven. Gelet op de verklaring van verdachte kan ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde de periode beperkt worden tot 11 en 12 december 2016 en dient verdachte partieel vrijgesproken te worden voor de diefstal van diverse goederen uit het tweede chalet, met uitzondering van de diefstal van twee fietsen. Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde feit acht de officier van justitie schuldheling bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 7 ten laste gelegde feit, nu niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte dit feit heeft gepleegd. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat medeverdachte [medeverdachte] tegenover verdachte heeft verklaard dat de fiets niet gestolen was. Voorts was het niet zichtbaar dat het slot van de fiets verbroken was.

Niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte - ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde - de buitenruiten en het rolhek heeft vernield en - ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde - de Xbox heeft weggenomen, nu deze in de woning is achtergebleven.

Ten aanzien van het onder 6 tenlastegelegde kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte, samen met zijn medeverdachten, meer goederen - anders dan twee fietsen - heeft weggenomen. Verdachte dient partieel vrijgesproken te worden van deze onderdelen.

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van de overige feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

feit 1

Verdachte heeft het onder 1 ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen en volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2018;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [A] namens [benadeelde 1] , pagina 7 tot en met 9 van zaakdossier zaak 5: Valuta/hennep.

Bewijsoverweging ten aanzien van het rolhek

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met zijn medeverdachte ook het rolhek heeft vernield. Voornoemd rolhek was volgens de aangever afgesloten en is volgens aangever geforceerd. Het rolhek gaf toegang tot de lift die door verdachte en zijn medeverdachte is gebruikt. Het dossier bevat geen aanknopingspunten waaruit volgt dat het rolhek eerder reeds was vernield dan wel dat anderen dan verdachte en zijn medeverdachte zich toegang tot deze lift hebben verschaft.

Partiële vrijspraak van de buitenruiten

Verdachte ontkent de buitenruiten vernield te hebben. Verdachte had met zijn medeverdachte al op een andere wijze toegang tot het gebouw verkregen. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om bewezen te achten dat verdachte samen met zijn medeverdachte de buitenruiten vernield heeft. De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

feit 2

Verdachte heeft het onder 2 ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen en volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2018;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 2] , pagina 6 en 7, met bijlagen op pagina 8 tot en met 10 van het zaakdossier, zaak 6: Ermelo.

feit 3

Verdachte heeft het onder 3 ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen en volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2018;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 3] , pagina 5 en 6, met bijlage op pagina 21 van het zaakdossier zaak 7: [zaak 7] ;

  • -

    het proces-verbaal verhoor aangever [benadeelde 3] , pagina 22 van het zaakdossier zaak 7: [zaak 7] .

Bewijsoverweging ten aanzien van de Xbox

De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie en de raadsvrouw, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook de Xbox heeft weggenomen. Verdachte heeft samen met zijn medeverdachten ingebroken in de woning. De Xbox is door hen in een meegebrachte (sport)tas gestopt met het oogmerk om deze tas mee te nemen. Verdachte en zijn medeverdachten waren daarmee heer en meester geworden over de Xbox. Dat de (sport)tas met de Xbox in de woning is achtergebleven omdat de verdachten de woning zijn uitgevlucht maakt dat niet anders.

feit 4

Verdachte heeft het onder 4 ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen en volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2018;

  • -

    de verklaringen van verdachte, pagina 26, 28 en 40, persoonsdossier [verdachte] ;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 4] , pagina 7 en 8, met bijlagen op pagina 11 tot en met 17 van zaakdossier zaak 8: [zaak 8] ;

feit 5

Verdachte heeft het onder 5 ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen en volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2018;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 5] , pagina 8, met bijlage op pagina 10 tot en met 12 van het zaakdossier zaak 11: Chalets.

feit 6

Verdachte heeft de diefstal van twee onder 6 ten laste gelegde fietsen bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit gedeelte van het feit bepleit. De rechtbank acht dit gedeelte van het feit wettig en overtuigend bewezen en volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2018;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 6] , pagina 15 van het zaakdossier zaak 11: Chalets.

Partiële vrijspraak

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat van dit feit alleen de diefstal van twee fietsen bewezen kan worden verklaard. De rechtbank spreekt verdachte derhalve vrij van de diefstal van de overige in de tenlastelegging van feit 6 genoemde goederen.

feit 7

[benadeelde 7] heeft op 13 maart 2017 aangifte gedaan van de diefstal van haar damesfiets, merk Gazelle, framenummer [framenummer] , op 13 maart 2017 bij het station Vathorst in Amersfoort.2

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij op 13 maart 2017 een fiets had gestolen bij het station Vathorst. Deze fiets had hij later naar verdachte gebracht.

Op 22 maart 2017 troffen verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 4] in de tuin van de woning van verdachte [verdachte] een damesfiets, merk Gazelle, framenummer [framenummer] aan.3

Bewijsoverweging

Verdachte heeft meerdere keren goederen aangenomen van medeverdachte [medeverdachte] terwijl hij wist dat deze goederen van diefstal afkomstig waren. [medeverdachte] kwam op enig moment met voornoemde Gazelle bij verdachte en liet deze fiets bij hem achter. Het slot van deze fiets was verbroken. Verdachte had daarom kunnen vermoeden dat ook deze fiets van diefstal afkomstig was.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

in of omstreeks de periode van 28 december 2016 tot en met 29 december 2016 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, meermalen (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk goederen, te weten

-een goederenlift en

-een rolhek voor de liftdeuren en

-een beveiligingscamera en

-twee deuren en

-twintig hanglampen en

-airco's, inclusief de bediening en buitendelen,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , heeft vernield en/of beschadigd;

2.

op 13 december 2016 te Ermelo, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen goederen (te weten diverse multimediasystemen, iPads, golfartikelen, sieraden, computer(apparatuur), fotocamera's en autosleutels), toebehorende aan [benadeelde 2] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

3.

op 14 januari 2017 te Hooglanderveen (gemeente Amersfoort), tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres] , heeft weggenomen goederen (te weten diverse camera's en een Xbox One) toebehorende aan [benadeelde 3] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

4.

hij op 23 maart 2017 te Ermelo, goederen, te weten een fotocamera (merk Panasonic) en een fotocamera (merk Sony) en sieraden en horloges (onder andere van het merk van Lacroix en Omega), heeft voorhanden gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5.

in de periode van 11 december 2016 tot en met 12 december 2016 te Ermelo, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een chalet gelegen aan de [adres] , chaletnummer [nummer] , heeft weggenomen goederen (te weten gereedschappen en professionele boren), toebehorende aan [benadeelde 5] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

6.

in de periode van 11 december 2016 tot en met 12 december 2016, te Ermelo, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schuur, gelegen aan [adres] , behorende bij chaletnummer [nummer] , heeft weggenomen goederen (te weten fietsen), toebehorende aan [benadeelde 6] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

7.

hij op 22 maart 2017 te Ermelo een goed, te weten een fiets (merk Gazelle), heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of gedeeltelijk aan een ander toebehoort, vernielen en beschadigen;

feit 2, feit 3, feit 5, feit 6

telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 4

opzetheling;

feit 7

schuldheling.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een jeugddetentie van 12 weken, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 8 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde één jaar jeugdreclasseringstoezicht;

- een leerstraf van 35 uur, bestaande uit de gedragsinterventie TOOLS4U Verlengd Plus;

- een werkstraf van 80 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 40 dagen jeugddetentie.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat een onvoorwaardelijke jeugddetentie buitenproportioneel is, nu verdachte van het begin af aan openheid van zaken heeft gegeven en het inmiddels oude feiten betreft. Het uitgangspunt van het jeugdstrafrecht is dat er lik-op-stukbeleid wordt gevoerd, hetgeen hier niet is gebeurd. Voorts moet bij de strafoplegging worden meegenomen dat een van de chalets niet als woning maar als klushut in gebruik was. De raadsvrouw heeft verzocht een werkstraf en een leerstraf op te leggen zoals deze door de Raad voor de Kinderbescherming zijn geadviseerd.

Ten aanzien van de vraag of er toezicht door de jeugdreclassering nodig is refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich in een relatief korte periode schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten zoals hiervoor bewezen is verklaard. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee woninginbraken, inbraken in een schuur en een chalet, opzet- en schuldheling en een vernieling. Verdachte heeft enkel gehandeld vanuit zijn behoefte aan geld en spullen en heeft laten zien geen enkel respect voor de eigendommen van anderen te hebben. Dergelijke feiten zorgen voor (financiële) schade, overlast en ergernis bij de benadeelden. De rechtbank rekent verdachte in het bijzonder de inbraken in de woningen zwaar aan. Inbraken in woningen zorgen voor gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers en in de maatschappij. Het is voor de slachtoffers vaak bijzonder onaangenaam om te moeten leven met de wetenschap dat een ander in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. Woningen zijn bij uitstek de plaats waar men zich veilig moet kunnen voelen. Door zijn handelen heeft verdachte dit gevoel van veiligheid aangetast.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS voor minderjarigen gaan voor een woninginbraak in vereniging uit van een taakstraf van 120 uren of dienovereenkomstige jeugddetentie. Voor overige inbraken is het oriëntatiepunt voor minderjarigen 80 uren taakstraf of dienovereenkomstige jeugddetentie. Voor schuld- dan wel opzetheling wordt uitgegaan van taakstraffen vanaf 15 dan wel 20 uren of een overeenkomstige geldboete. Bij een vernieling met geringe dan wel aanzienlijke schade gaat men uit van respectievelijk 20 en 30 uur taakstraf of een overeenkomstige geldboete.

De rechtbank heeft kennis genomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 7 maart 2018. [vertegenwoordiger van de raad] heeft ter terechtzitting het rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming toegelicht. Zij heeft geadviseerd, mede gelet op het aantal feiten en de ernst van de feiten, verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie, met daarbij reclasseringstoezicht door de jeugdreclassering, een onvoorwaardelijke werkstraf en de leerstraf Tools4U Verlengd Plus op te leggen.

Verdachte heeft, zoals volgt uit voornoemd rapport en hetgeen besproken is terechtzitting, sinds zijn aanhouding zijn leven een andere, positieve wending gegeven. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven oprecht spijt te hebben van zijn handelen en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers.

De rechtbank houdt voorts ten voordele van verdachte rekening met het tijdsverloop tussen de feiten en de terechtzitting van heden. Verdachte heeft in de tussenliggende periode geen nieuwe politiecontacten gehad en is ook niet eerder veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Een onvoorwaardelijke jeugddetentie zou de positieve lijn die verdachte inmiddels heeft ingezet te niet doen en het risico op recidive vergroten, hetgeen niet in het belang is van verdachte, maar ook niet in het belang van de maatschappij.

Gelet hierop acht de rechtbank het niet wenselijk dat verdachte gedetineerd komt te zitten.

De rechtbank wijkt daarmee af van de eis van de officier van justitie, maar zal verdachte wel een hogere werkstraf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een jeugddetentie van 3 maanden, met aftrek van het voorarrest, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, passend en geboden is. Daarnaast zal de rechtbank verdachte een werkstraf van 100 uren, bij niet-verrichten te vervangen door 50 dagen jeugddetentie, opleggen. De rechtbank zal verdachte ook de leerstraf Tools4U Verlengd Plus van 35 uren en begeleiding door de jeugdreclassering voor de duur van één jaar opleggen. Verdachte heeft nog geen concrete toekomstplannen voor werk en/of opleiding. De rechtbank acht begeleiding en toezicht door de jeugdreclassering noodzakelijk, zodat zij verdachte kunnen begeleiden om de ingezette positieve ontwikkeling voort te zetten.

9 BENADEELDE PARTIJEN

9.1

[benadeelde 1]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 2.500,00. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.

9.1.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij geheel en hoofdelijk toe te wijzen met daarbij de gevorderde wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.1.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering dient te worden verklaard. In het pand zijn op meerdere momenten personen aanwezig geweest. De eerder ontstane schade is niet geclaimd door de aangever. Daarom is niet duidelijk welke schade aan verdachte is toe te rekenen. Voorts gaat de vordering uit van de nieuwwaarde van de vernielde goederen. Onbekend is wat de werkelijke waarde van de betreffende goederen was. Deze zal in ieder geval minder dan de opgegeven schade zijn, in welk geval de aangever zijn geleden schade ruimschoots vergoed heeft gekregen.

9.1.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt het volgende.

De heer [A] heeft namens de benadeelde partij aangegeven dat eerder veroorzaakte schades steeds zijn hersteld. Deze schades zijn niet aangemeld bij de verzekering omdat deze schades het eigen risico van € 2.500,00 per gebeurtenis niet te boven gingen.

De gevorderde schade wordt onderbouwd met een bij de vordering gevoegd expertiserapport. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van de uitkomsten in voornoemd rapport.

Voorts volgt uit de inhoud van het rapport dat dit rapport betrekking heeft op de vernielingen zoals die door verdachte en zijn medeverdachte zijn gepleegd.

Op basis van de overgelegde stukken en het dossier is voldoende duidelijk is dat deze betrekking hebben op de door [benadeelde 1] geleden schade aan de [adres] en dat [A] , die ook namens de benadeelde partij aangifte van vernieling heeft gedaan, gemachtigd is namens deze vennootschap op te treden.

De door verdachte en zijn medeverdachte veroorzaakte schade overstijgt in ieder geval het door de benadeelde te betalen eigen risico.

De rechtbank acht de vordering, gelet op de aard, ernst en omstandigheden van het feit en de in de vordering gegeven toelichting, voldoende onderbouwd.

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 5 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 2.500,00 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 29 december 2016.

De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededader hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

De rechtbank zal in het belang van voornoemde benadeelde partij als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opleggen, omdat verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die het bewezen geachte feit heeft toegebracht.

9.2

[benadeelde 2]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.750,00. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit.

9.2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij geheel en hoofdelijk toe te wijzen met daarbij de gevorderde wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij afgewezen dient te worden nu de vordering niet onderbouwd is met rekeningen. Subsidiair betreft de aanschaf van extra camera’s geen rechtstreekse schade.

9.2.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu niet, althans onvoldoende, is gebleken van een direct verband tussen de gestelde schade en het onder 2 bewezen verklaarde feit. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering, zullen kosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder zijn eigen kosten draagt.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 57, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311, 350, 416 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

veroordeelt verdachte tot:

- een jeugddetentie van 3 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat de jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

* zich gedurende het eerste jaar van de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die in het kader van Toezicht en Begeleiding zoals die worden gegeven door Samen Veilig Midden-Nederland;

- geeft aan genoemde instelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan de begeleiden;

- een taakstraf van 100 uren, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 50 dagen jeugddetentie;

- een taakstraf van 35 uren, bestaande uit een leerstraf te weten de gedragsinterventie Tools 4U Verlengd Plus;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 17 dagen jeugddetentie;

Benadeelde partijen

[benadeelde 1]

- wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van

€ 2.500,00, bestaande uit materiële schade;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 december 2016 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 2.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 december 2016 tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 35 dagen jeugddetentie, met dien verstande dat dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed;

[benadeelde 2]

- verklaart [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. A.R. Creutzberg en D. Riani el Achhab, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 april 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 15 december 2016 tot en met 29 december 2016 te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk goederen, te weten

-een goederenlift en/of

-een rolhek voor de liftdeuren en/of

-een beveiligingscamera en/of

-twee, althans een of meer, deuren en/of

-twintig, althans een of meer, hanglampen en/of

-een of meer airco's, inclusief de bediening en buitendelen en/of

-twee, althans een of meer, buitenruiten

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , althans aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft/hebben vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 13 december 2016 te Ermelo, althans in het arrondissement Oost-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ), heeft weggenomen goederen (te weten diverse multimediasystemen, IPads, golfartikelen, sieraden, computer(apparatuur), fotocamera en/of autosleutels), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 14 januari 2017 te Hooglanderveen (gemeente Amersfoort), althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan [adres] ), heeft weggenomen goederen (te weten diverse camera's en/of een Xbox One), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 23 maart 2017 te Ermelo, althans in het arrondissement Oost-Nederland, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal een of meer goederen, te weten een fotocamera (merk Panasonic) en/of een fotocamera (merk Sony) en/of sieraden en/of horloges (onder andere van het

merk van Lacroix en/of Omega), heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 11 december 2016 tot en met 12 december 2016, te Ermelo, althans in het arrondissement Oost-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning/chalet (gelegen aan de [adres] , chaletnummer [nummer] ), heeft weggenomen goederen (te weten gereedschappen en/of professionele boren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] ,

in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van 11 december 2016 tot en met 21 februari 2017, te Ermelo, althans in het arrondissement Oost-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning/chalet en/of de daarbij horende schuur (gelegen aan [adres] , chaletnummer [nummer] ), heeft weggenomen goederen (te weten diverse multimediasystemen, multimedia koffiezetapparatuur en/of fietsen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 22 maart 2017 te Ermelo, althans in het arrondissement Oost-Nederland, in elk geval in Nederland, een goed, te weten een fiets (merk Gazelle), heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal in het onderzoek 031 VALUTA, dossiernummer 2017110683, opgemaakt door politie Midden-Nederland. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Afschrift aangifte [benadeelde 7] , pagina 5, zaakdossier, zaak 10: Fiets.

3 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 10, zaakdossier, zaak 10: Fiets.