Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:1390

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-03-2018
Datum publicatie
16-04-2018
Zaaknummer
UTR 17/3169
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning milieuneutrale wijziging voor een biologische diervoederfabriek. Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat bij de aanvraag onvoldoende gegevens zijn verstrekt om deze te kunnen beoordelen. Verder heeft verweerder het geluidsrapport bij de besluitvorming mogen betrekken. Geen inhoudelijke beroepsgronden tegen de omgevingsvergunning aangevoerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 17/3169

uitspraak van de meervoudige kamer van 29 maart 2018 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: B. Lowijs),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, verweerder

(gemachtigde: mr. B. Wolff)

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde-partij] B.V., te [vestigingsplaats] , vergunninghouder

(gemachtigde: mr. R. van Eck).

Procesverloop

Bij besluit, verzonden op 6 februari 2017, (het primaire besluit) heeft verweerder aan [derde-partij] B.V. ( [derde-partij] ) een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verleend voor het milieuneutraal veranderen van de inrichting op het perceel [adres] te [vestigingsplaats] .

Bij besluit van 26 juni 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

[derde-partij] heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 februari 2018. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn echtgenote [A] en zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en ing. [B] , werkzaam bij de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht. Namens [derde-partij] is [C] , directeur, verschenen, bijgestaan door de gemachtigde en [D] , akoestisch adviseur bij [naam adviesbureau] B.V.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. [derde-partij] heeft een biologische diervoederfabriek op het perceel [adres] te [vestigingsplaats] . Eiser woont op het naastgelegen perceel [adres] . Bij besluit van 20 juni 2011 is aan [derde-partij] een revisievergunning als bedoeld in de Wet milieubeheer verleend. Op 22 december 2016 heeft [derde-partij] bij verweerder een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het milieuneutraal veranderen van de inrichting ingediend. Het gaat om een aantal activiteiten zoals vermeld in de bij de aanvraag behorende bijlage, waaronder het vervangen van twee bestaande geluidsdempers. Verweerder heeft de omgevingsvergunning verleend met het primaire besluit. Aan de besluitvorming heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de aangevraagde veranderingen niet leiden tot andere of nadelige gevolgen voor het milieu.

2. Eiser kan zich niet verenigen met de verleende omgevingsvergunning. Eiser ervaart al lange tijd overlast van de fabriek. Hij voert aan dat verweerder de aanvraag niet in behandeling had mogen nemen, omdat deze niet voldoet aan de indieningsvereisten uit de ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor). Omdat informatie over de aangevraagde dempers, geluidisolatie van daken en wanden en onderdelen van de aanwezige cyclonen en plattegrondtekeningen ontbreekt, is het volgens eiser niet inzichtelijk op welke delen van de geldende vergunning wordt afgeweken.

3. In artikel 4.21 van de Mor is bepaald wat moet worden vermeld in een aanvraag om een vergunning voor een verandering van een inrichting of de werking daarvan, die niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende omgevingsvergunning is toegestaan.

4. Eiser heeft terecht opgemerkt dat in het advies van de bezwaarschriftencommissie ten onrechte is gesteld dat artikel 4.21 van de Mor ziet op een aanvraag voor het oprichten en inwerking hebben van een inrichting. In het bestreden besluit heeft verweerder daarom ter verduidelijking aangegeven dat hij het bezwaar over de strijdigheid met artikel 4.21 niet gegrond acht, omdat de aanvraag alle vereiste gegevens bevatte om tot een weloverwogen beslissing te kunnen komen. Op dit punt heeft verweerder dus gemotiveerd afgeweken van het advies van de bezwaarschriftencommissie, zodat het aangevoerde niet tot een vernietiging van het bestreden besluit kan leiden.

5. Ter zitting is met partijen naar situatietekeningen van de inrichting gekeken. Het gaat om situatietekeningen behorende bij de eerdere revisievergunning. [derde-partij] heeft op de situatietekeningen aangewezen waar de cyclonen van de twee perslijnen zich bevinden en toegelicht dat op de uitlaten van deze cyclonen in het verleden geluiddempers zijn geplaatst die in 2015 of 2016 zijn vervangen. Op basis hiervan heeft eiser ter zitting verklaard dat hij nu duidelijkheid heeft gekregen over de locatie van de cyclonen en dempers in de inrichting en dat zijn beroepsgrond in zoverre wordt ingetrokken. Eiser heeft zijn standpunt over het ontbreken van informatie over de geluidisolatie van daken en wanden niet verder toegelicht, zodat de rechtbank in dit standpunt geen aanleiding ziet om te oordelen dat verweerder om die reden de aanvraag niet in behandeling had mogen nemen.

6. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanvraag voldoende informatie bevatte om deze te kunnen beoordelen. In het verweerschrift is uiteengezet dat de locatie en de indeling van de inrichting sinds de aanvraag om een revisievergunning niet zijn veranderd. Bij de beoordeling van de aanvraag is uitgegaan van gegevens behorende bij de revisievergunning. Op basis daarvan was het verweerder voldoende duidelijk op welke locaties binnen de inrichting de aangevraagde activiteiten plaatsvinden. Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat bij de aanvraag onvoldoende gegevens zijn verstrekt om deze te kunnen beoordelen. De stelling van eiser dat te weinig informatie over de dempers beschikbaar is acht de rechtbank daarvoor onvoldoende, omdat er geen rechtsregel is op grond waarvan het verplicht is om alle gegevens, waaronder technische gegevens over de (vervangende) dempers, bij de aanvraag te voegen. Het gaat erom of voldoende gegevens beschikbaar zijn om te kunnen beoordelen of sprake is van een milieuneutrale wijziging. In wat eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat verweerder de aanvraag niet in behandeling heeft mogen nemen.

7. Eiser brengt verder naar voren dat verweerder het rapport van het akoestisch onderzoek van [naam adviesbureau] B.V. van maart 2016 (hierna: het geluidsrapport) niet bij het bestreden besluit had mogen betrekken, omdat dit onderzoek geen deel uitmaakt van de aanvraag. Daarbij komt dat het geluidsrapport een conceptversie betreft en niet is goedgekeurd door het bevoegd gezag.

8. Uit het primaire besluit blijkt dat de gevolgen van de aangevraagde veranderingen voor het milieu, waaronder het aspect geluid, zijn getoetst. In het advies van de bezwaarschriftencommissie is vastgesteld dat verweerder bij de beoordeling van de aanvraag onder meer is uitgegaan van informatie die voorhanden was uit andere procedures. Het gaat om een akoestisch onderzoek van maart 2016, dat naar aanleiding van de revisievergunning is opgesteld. Volgens de bezwaarschriftencommissie had het op de weg van verweerder gelegen om in het primaire besluit te vermelden dat dit onderzoek is gebruikt, maar dat dit niet is gedaan betekent niet dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid.

9. Vast staat dat in de aanvraag en het primaire besluit niet wordt gerept over het geluidsrapport. In de bezwaarfase is duidelijk geworden dat verweerder dit geluidsrapport wel heeft betrokken bij de beoordeling van de aanvraag. De aard van de heroverweging in bezwaar brengt met zich dat gebreken hersteld kunnen worden. Verweerder heeft deze omissie in bezwaar hersteld door in het bestreden besluit op te nemen dat het geluidsrapport deel uitmaakt van de verleende omgevingsvergunning. Eiser is bekend met dit rapport en heeft dit in bezwaar en beroep ook kunnen bestrijden. In het navolgende zal de rechtbank ingaan op wat eiser in dit verband heeft aangevoerd.

10. In het geluidsrapport staat ‘versie concept 3’ vermeld. In de inleiding van het geluidsrapport staat dat in deze versie 3, naast de opmerkingen van omwonenden, ook de opmerkingen van het bevoegd gezag zijn verwerkt en dat alle vorige versies komen te vervallen. Ter zitting heeft de adviseur van [naam adviesbureau] B.V. toegelicht dat het geluidsrapport is opgesteld naar aanleiding van geluidmetingen vanwege het plaatsen van twee nieuwe dempers en dat dit rapport is beoordeeld door het bevoegd gezag en akkoord is bevonden. Het geluidsrapport is volgens de adviseur, hoewel dit niet in de tekst van het rapport is aangepast, een definitieve versie. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank in het door eiser aangevoerde geen grond om te oordelen dat verweerder het geluidsrapport niet bij de beoordeling van de milieugevolgen heeft mogen gebruiken.

11. Ter zitting heeft eiser onder verwijzing naar voorschrift 4.5 van de revisievergunning gesteld dat uit het geluidsrapport niet kan worden afgeleid of aan dit voorschrift is voldaan, omdat naar de gehele inrichting is gekeken en niet alleen naar het effect van de nieuwe dempers. In voorschrift 4.5 van de revisievergunning is bepaald dat binnen drie maanden na het onherroepelijk worden van deze vergunning de bronnen in tabel 5.1 van het akoestisch onderzoek worden gedempt met minimaal de in die tabel vermelde waarde. Het geluidsrapport is opgesteld om aan te tonen dat met de nieuwe dempers aan de vereiste geluideisen wordt voldaan. De rechtbank is van oordeel dat de vraag of aan voorschrift 4.5 van de revisievergunning is voldaan, een handhavingskwestie is die buiten de omvang van deze procedure valt. Deze zaak gaat immers over de verleende vergunning voor het milieuneutraal wijzigen van de inrichting, en niet over de vraag of [derde-partij] zich aan de geldende revisievergunning houdt. Dit betekent dat dit punt hier niet door de rechtbank beoordeeld zal worden. Omdat eiser het geluidsrapport verder inhoudelijk niet heeft bestreden, ziet de rechtbank voor het oordeel dat verweerder het geluidsrapport niet bij de besluitvorming heeft mogen betrekken geen aanleiding.

12. Eiser heeft in beroep alleen formele gronden aangevoerd, zodat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de verleende omgevingsvergunning.

13. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, voorzitter, en mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen en mr. K. de Meulder, leden, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2018.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.