Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:1184

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-04-2018
Datum publicatie
03-04-2018
Zaaknummer
16/707111-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zes mannen zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor het witwassen van bitcoins met een waarde variërend van 1 ton tot 10 miljoen euro. In het onderzoek ‘NOCIS’ heeft de rechtbank gevangenisstraffen opgelegd variërend van 1 tot 3 jaar. De verdachten in het NOCIS-onderzoek zijn onder te verdelen in twee groepen: de bitcoinhandelaren, tevens de hoofdverdachten, en hun klanten. De hoofdverdachten, mannen van 21, 25 en 27 jaar, namen bitcoins aan van hun klanten en zetten deze via een netwerk van rechtspersonen om in grote contante geldbedragen. Hierbij werd gebruik gemaakt van een zogenaamde mixerdienst, bedoeld om de herleidbaarheid van de bitcointransacties te bemoeilijken. De hoofdverdachten garandeerden hun klanten anonimiteit.

De contante bedragen werden in openbare gelegenheden aan de klanten overhandigd. Hiervoor werd een ongebruikelijk hoge commissie in rekening gebracht. De hoofdverdachten controleerden niet waar de bitcoins vandaan kwamen en kunnen daarover ook geen uitleg geven.

De rechtbank oordeelt dat het gezien alle omstandigheden niet anders kan dan dat de bitcoins van misdrijf afkomstig waren. Hoewel de hoofdverdachten de bitcoinhandel niet zijn begonnen met een crimineel oogmerk, hebben zij welbewust risico’s genomen waarbij zij zich moesten realiseren dat het ging om bitcoins die van misdrijf afkomstig waren en dat zij hiermee de onderliggende criminaliteit faciliteerden. De 25- en 27-jarige verdachten zijn veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf, de 21-jarige man is veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf. Ook drie klanten van de hoofdverdachten zijn veroordeeld voor witwassen. Ook zij hebben geen uitleg kunnen geven over de herkomst van de door hen aangeboden bitcoins. Een van hen is daarnaast veroordeeld voor het bezit van ruim 5 kilo harddrugs en het voorbereiden van de uitvoer daarvan. Een ander is ook veroordeeld voor een hennepkwekerij. De rechtbank veroordeelt de drie mannen van 29, 39 en 44 jaar tot gevangenisstraffen van respectievelijk 12, 24 en 30 maanden. De officier van justitie is bij de strafeis uitgegaan van richtlijnen die door het Openbaar Ministerie gehanteerd worden. Deze richtlijnen wijken af van de oriëntatiepunten die door rechters gebruikt worden. Ook heeft de rechtbank gekeken naar vergelijkbare uitspraken in strafzaken over het witwassen van bitcoins. Daarom vallen de opgelegde straffen lager uit dan wat er geëist is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/707111-15 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 3 april 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen. De inhoudelijke behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 23, 24 en 30 januari 2018. Ter zitting van 20 maart 2018 is het onderzoek gesloten. Eerder is de zaak ter zitting behandeld op 24 maart 2016, 7 april 2016, 15 september 2016, 16 februari 2017 en 7 september 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van de officieren van justitie mrs. J.M. Bonnes en A.C. Schaafsma (hierna: de officier van justitie) en van hetgeen verdachte en mr. M. Hoekzema , advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting van 23 januari 2018 gewijzigd. De tenlastelegging is, met de wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: in de periode van 1 januari 2014 tot en met 29 september 2015 in de gemeente Enschede en/of elders in Nederland al dan niet samen met anderen geldbedragen en/of bitcoins ter waarde van ongeveer € 1.763.290,- heeft witgewassen en van dat witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

Feit 2: op 2 november 2015 in de gemeente Hengelo, al dan niet samen met anderen opzettelijk 907 hennepplanten heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [adres] ;

Feit 3: op 2 november 2015 in de gemeente Enschede al dan niet samen met anderen opzettelijk 2,36 gram amfetamine en/of 3,1 gram cocaïne aanwezig heeft gehad;

Feit 4: op 2 november 2015 in de gemeente Enschede een gas-/alarmpistool voorhanden heeft gehad.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS
Onder de naam Nocis is door de politie Midden-Nederland, Team Financieel-economische Criminaliteit, een onderzoek gedaan naar een aantal handelaren in bitcoins, te weten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . Daarbij is de verdenking gerezen dat verdachte van misdrijf afkomstige bitcoins aan (één van) deze handelaren heeft geleverd (feit 1). Vervolgens is de verdenking ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 ontstaan.

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de door verdachte verzilverde bitcoins uit misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dit wist. Verdachte heeft verklaard dat hij deze bitcoins heeft gewonnen bij online casino’s en heeft verdiend met de legale handel in hennepzaden en magic truffels via het darknet.

Verder heeft de raadsvrouw aangevoerd dat, mocht de rechtbank wel komen tot een bewezenverklaring van witwassen, dit hooguit een bedrag van € 82.000,- zou kunnen betreffen. Op grond van alleen het aantreffen van drie soorten verschillende administratie en wisselende verklaringen van [medeverdachte 3] , is niet vast te stellen dat de ten laste gelegde 26 trades voor een totaalbedrag € 1.763.290,- met verdachte hebben plaatsgevonden.

Ten aanzien van feit 2

De verdediging betwist iedere vorm van betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij in het pand aan de [adres] in [woonplaats] (hierna: het bedrijfspand). [A] heeft verklaard dat hij de enige eigenaar van deze hennepkwekerij is. Uit het dossier kan een nauwe en bewuste samenwerking tussen [A] en verdachte niet worden afgeleid.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4

Verdachte heeft deze feiten bekend.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis worden bij het bespreken van de bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 1 en 2 tussendoor reeds bewijsoverwegingen opgenomen.

4.3.1

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1

Trades voor een totaalbedrag € 1.763.290,-

Administratie

Ten behoeve van het onderzoek Nocis is tijdens een doorzoeking op 29 september 2015 op het adres [adres] te [woonplaats] (het kantooradres van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ) hardcopy en softcopy administratie in beslag genomen. De politie heeft op basis van deze administratie een overzicht gemaakt van de geldstromen over de periode van 8 september 2014 tot en met 28 september 2015 (totaallijst trades).2 Dit overzicht geeft inzicht op welke dag welke uitgaande geldstroom plaatsvindt, aangevuld met een omschrijving over de bestemming van de uitgaande geldstroom en de naam van degene die de geldstroom heeft uitgevoerd.3 In het overzicht komt de naam “ [verdachte] ” naar voren als bestemming van de uitgaande geldstroom (hierna: trade). Wanneer het overzicht wordt gefilterd op de naam “ [verdachte] ”, resulteert dat in de volgende trades:45

Datum

Uitgevoerd door

Bedrag

Omschrijving

18-09-2014

[medeverdachte 1]

62.600

[verdachte]

07-10-2014

[medeverdachte 1]

63.700

[verdachte]

07-11-2014

[medeverdachte 2]

80.000

[verdachte]

29-11-2014

[medeverdachte 1]

50.200

[verdachte]

11-12-2014

[medeverdachte 1]

80.000

[verdachte]

18-12-2014

[medeverdachte 2]

66.400

[verdachte]

09-01-2015

[medeverdachte 2]

56.350

[verdachte]

30-01-2015

[medeverdachte 2]

60.000

[verdachte]

14-02-2015

[medeverdachte 2]

80.250

[verdachte]

27-02-2015

[medeverdachte 3]

70.000

[verdachte]

04-03-2015

80.000

[verdachte]

07-03-2015

[medeverdachte 1]

65.000

[verdachte]

14-03-2015

[medeverdachte 1]

70.350

[verdachte]

17-04-2015

[medeverdachte 1]

82.000

[verdachte]

25-04-2015

[medeverdachte 3]

72.100

[verdachte]

05-06-2015

90.000

[verdachte]

13-06-2015

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 3]

50.000

[verdachte]

23-06-2015

[medeverdachte 3]

54.560

[verdachte]

01-07-2015

[medeverdachte 3]

39.450

[verdachte]

06-07-2015

[medeverdachte 3] en [B]

45.440

[verdachte]

07-08-2015

[medeverdachte 3]

50.000

[verdachte]

14-08-2015

[medeverdachte 3]

100.000

[verdachte]

26-08-2015

61.000

[verdachte]

05-09-2015

[medeverdachte 3]

88.550

[verdachte]

12-09-2015

[medeverdachte 3]

102.040

[verdachte]

Totaal

€ 1.719.990

Verklaring verdachte

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij contante geldbedragen voor bitcoins heeft ingewisseld bij [medeverdachte 3] .6

Voor het omwisselen van de bitcoins in contanten werd afgesproken in [woonplaats] .7

Verklaring [medeverdachte 3]

had geen andere contacten in [woonplaats] dan verdachte.8

Excelbestanden laptop ‘ [medeverdachte 3] ’

Op 29 september 2015 heeft een doorzoeking plaatsgevonden op het adres [adres] te [woonplaats] (het kantooradres van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ). Daar hebben twee opsporingsambtenaren van de Belastingdienst/FIOD opsporingshandelingen verricht met betrekking tot een laptop (A.03.08.001). De laptop stond aan en er was ingelogd met een account op naam van [medeverdachte 3] . Er zijn de volgende Excelbestanden aangetroffen in de map Dropbox: “ [bestandsnaam 1] ” en “ [bestandsnaam 2] ”.

“ [bestandsnaam 1] ”

“ [verdachte] ” staat onder de kop “Vaste Guys”. Verder wordt bij deze persoon de plaats Hengelo beschreven. Er zijn geen andere personen met de plaats [woonplaats] beschreven op de lijst.9

“ [bestandsnaam 2] ”

Dit betreft een Excelbestand met negen werkbladen: januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus en september.

Elk werkblad heeft dezelfde indeling, namelijk een overzicht onder de kop “benzine” (gespecificeerd met data, begin- en eindpunten van de reis en het aantal kilometers) en een kop “externe kosten” (gespecificeerd met omschrijving en bedrag).

In de overzichten van de laatste drie maanden staat onder de kop “externe kosten” de omschrijving “ [medeverdachte 3] privé” vermeld.10

Op 27 februari worden kilometers beschreven naar Hengelo.11

Op 5 juni, 13 juni, 23 juni, 1 juli, 7 augustus, 14 augustus, 26 augustus, 5 september en 12 september worden kilometers beschreven naar [woonplaats] .12

Contacten verdachte met [medeverdachte 3]

Uit uitgewerkte telecommunicatie van [medeverdachte 3] blijkt dat [medeverdachte 3] contact heeft met de telefoonnummers:

[telefoonnummer 1] ;

[telefoonnummer 2] ;

[telefoonnummer 3] ;

[telefoonnummer 4] .13

Deze telefoonnummers zijn in gebruik bij verdachte.14

Op 5 juni, 13 juni, 23 juni, 1 juli, 7 augustus, 14 augustus, 26 augustus, 5 september en 12 september blijkt uit tapgegevens dat [medeverdachte 3] contact zoekt met verdachte en met hem afspreekt.15

Provisie

Verdachte betaalde voor de diensten van [medeverdachte 3] 8-10% van de waarde van de bitcoins op dat moment.16

De getuige [getuige] heeft verklaard dat de winst die het bedrijf (de rechtbank begrijpt: Bitonic B.V.) op een transactie pakt tussen de 0 en 1,5 procent ligt, maar vaker onder de 1 procent dan daarboven.17 Ook volgt uit zijn verklaring dat alle betalingen plaatsvinden via een bankrekening.18

Trades in het openbaar

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij afspraak met verdachte had bij een bedrijventerrein. Volgens hem was het iets met [adres] .19 Verdachte heeft verklaard dat hij bij de [adres] te [woonplaats] afsprak voor het omwisselen van bitcoins.20

Contacten verdachte met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]

Op 2 november 2015 werd bij de doorzoeking in de woning aan de [adres] te [woonplaats] in beslag genomen:21 een simkaart (A.03.01.002).

Op deze simkaart stonden 16 sms berichten opgeslagen van het tegennummer [telefoonnummer 5] , gebruikt door [medeverdachte 1] , en 1 sms bericht van het tegennummer [telefoonnummer 6] , in gebruik bij [medeverdachte 2] .22

De sms-berichten hadden de volgende inhoud:23

Partij

Datum, tijd

Status

Bericht

[telefoonnummer 5]

27-03-2014, 00.28

Lezen

Is goed. Tot morgen.

[telefoonnummer 5]

27-03-2014, 18.08

Lezen

Hey kerel. De koers is sterk dalend. Is het niet verstandig als we vandaag wat doen voordat hij verder zakt?

[telefoonnummer 5]

01-04-2014, 14.21

Lezen

Ontvangen

[telefoonnummer 5]

01-04-2014, 14.24

Lezen

K heb ze. Laat het je weten. Gr

[telefoonnummer 5]

02-04-2014, 18.29.18

Lezen

Ontvangen. Ik kom uit op exact € 3.000

[telefoonnummer 5]

04-04-2014, 11.28.01

Lezen

Is goed

[telefoonnummer 5]

04-04-2014, 16.16.08

Lezen

Hoi [verdachte] . Excuus. Ik hoorde dat mijn collega verkeerd had genavigeerd. Vandaag of morgen, waar en wanneer je wilt kunnen wij heenkomen. Gr [medeverdachte 1]

[telefoonnummer 5]

05-04-2014, 01.25.39

Lezen

Ja geen punt kerel

[telefoonnummer 6]

05-04-2014, 10.20.24

Lezen

hey gozer. nogmaals sorry van gister.. echt een domme fout. ik zou het eventueel vanmiddag kunnen langsbrengen ik moet namelijk toch in de buurt zijn? mvg [medeverdachte 2]

[telefoonnummer 5]

05-04-2014, 11.42.55

Lezen

Hey kerel. K heb hem binnen

[telefoonnummer 5]

08-04-2014, 12.03.12

Lezen

Hoi [verdachte] . De afspraak is akkoord. Groetjes

[telefoonnummer 5]

08-04-2014, 19.11.20

Lezen

ik heb ze! Gr.

[telefoonnummer 5]

11-04-2014, 12.51

Lezen

K heb ze. Groetjes

[telefoonnummer 5]

15-04-2014, 12.42

Lezen

Top. Heb t ontvangen

[telefoonnummer 5]

25-04-2014, 11.18

Lezen

Heb ze binnen. Groetjes

[telefoonnummer 5]

29-04-2014, 11.44

Lezen

Hey kerel. Klopt het dat ik nog niks heb? Groetjes

[telefoonnummer 5]

30-04-2014, 19.20

Lezen

Ontvangen. Tot morgen. Groetjes

Bewijsoverwegingen en te bespreken verweer

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang bezien, staat vast dat verdachte in 25 trades (de trade met “ [verdachte] [bijnaam] ” is niet meegenomen) in de periode 18 september 2014 tot en met 12 september 2015 bitcoins heeft ingewisseld bij [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] tegen contante uitbetalingen voor een totaalbedrag van

€ 1.719.990,-. De rechtbank licht dit als volgt toe.

Verdachte heeft bevestigd dat hij met [medeverdachte 3] in bitcoins heeft gehandeld, maar volgens hem ging het om zes tot acht trades voor een totaalbedrag van tussen de € 150.000,- en

€ 200.000,-. Dit zouden, zo begrijpt de rechtbank het standpunt van de verdediging, andere dan de in het trade-overzicht genoemde trades betreffen. Dit standpunt is niet aannemelijk geworden. Uit de in het Nocis-onderzoek in beslag genomen administratie volgt dat er 25 trades met ene “ [verdachte] ” hebben plaatsgevonden, dat een “ [verdachte] ” wordt genoemd als vaste klant met vermelding van de plaats Hengelo en dat er geen andere klanten aan de plaats [woonplaats] worden gekoppeld. Blijkens de [woonplaats] van verdachte vond de uitbetaling in contanten door [medeverdachte 3] plaats in [woonplaats] . Uit de tapgegevens kan worden afgeleid dat op 9 van de 25 data genoemd in het trade-overzicht (5 juni, 13 juni, 23 juni, 1 juli, 7 augustus, 14 augustus, 26 augustus, 5 september en 12 september 2015) een afspraak wordt gemaakt tussen [medeverdachte 3] en verdachte om elkaar die dag te ontmoeten. Uit het excelbestand “[bestandsnaam 2] ” volgt dat [medeverdachte 3] ook daadwerkelijk kilometers naar [woonplaats] heeft geregistreerd voor die dagen. Uit bovenstaand bewijs volgt dat verdachte vorenbedoelde 9 trades heeft gedaan. De rechtbank heeft geen reden om eraan te twijfelen dat ook de overige 16 trades met “ [verdachte] ” van 2014 en begin 2015 aan verdachte zijn te relateren. Uit de sms-berichten aangetroffen op de bij verdachte in beslag genomen simkaart blijkt dat hij al vóór 18 september 2014 (de datum van de eerste ten laste gelegde trade) in contact was met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , waarbij de sms-berichten duiden op de handel in bitcoins.

De door de verdediging geopperde mogelijkheid van een door de politie gemaakte vergissing - de naam “ [C] ” (ook een klant van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] ) zou kunnen zijn gelezen als “ [verdachte] ” - is niet aannemelijk geworden. Anders dan de verdediging meent, is de naam [verdachte] in het dossier goed leesbaar en duidelijk te onderscheiden van [C] ”. Evenmin is er een aanknopingspunt voor de door de verdediging geuite veronderstelling dat de administratie ook voorgenomen, maar uiteindelijk niet doorgezette trades zou bevatten.

Ter beoordeling staat vervolgens of verdachte zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

Witwasvermoeden

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, onder a en b van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel “afkomstig uit enig misdrijf”, niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp “uit enig misdrijf” afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is (Hoge Raad 27 september 2005, NJ 2006, 473 en Hoge Raad 28 september 2004, LJN: AP2124).

De rechtbank stelt vast dat uit het dossier en het verhandelde ter zitting geen direct bewijs voor de herkomst van de tenlastegelegde geldbedragen en bitcoins kan worden afgeleid.

Nu direct bewijs voor een criminele herkomst van het geld ontbreekt, ligt de vraag voor of op basis van de feiten en omstandigheden - zoals deze uit het onderzoek en het verhandelde ter terechtzitting naar voren zijn gekomen, bezien in samenhang met de zogenaamde typologieën van witwassen - sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen.

Op grond van de eerder genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte op meerdere momenten grote hoeveelheden bitcoins bij bitcoinhandelaren [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] heeft gewisseld tegen (aanzienlijke) contante geldbedragen. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] vroegen bij de inkoop van deze bitcoins een veel hogere commissie (8% tot 10%) dan de reguliere bitcoinexchanger Bitonic B.V. (maximaal 1,5%), bij wie de uitbetaling plaatsvindt via een bankrekening in plaats van in contanten. De transacties vonden plaats op een bedrijventerrein.

Voorgaande feiten en omstandigheden in onderling verband en in samenhang bezien, rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank een vermoeden van witwassen.

Alsdan mag van verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring geeft voor de herkomst van de bitcoins en de geldbedragen.

Legale herkomst van de bitcoins?

Verdachte heeft verklaard dat hij de bitcoins heeft gewonnen bij online casino’s en heeft verdiend met de - legale - handel in hennepzaadjes en magic truffels via het darknet.

Casino

Verdachte heeft tijdens zijn verhoor verklaard dat hij via [website] in bitcoins uitbetaald heeft gekregen. Naar aanleiding van de verklaring van verdachte heeft onderzoek plaatsgevonden aan de in beslag genomen laptop en tablet. De site [website] is echter niet aangetroffen op deze gegevensdragers. Nu verdachte niet heeft uitgelegd op welke wijze (via welke gegevensdrager), op welke data en hoeveel bitcoins hij heeft gewonnen bij [website] , kan zijn verklaring niet worden aangemerkt als een voldoende concrete en verifieerbare verklaring.

Hennepzaden en magic truffels

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij bitcoins heeft verdiend met de handel in hennepzaden en magic truffels via het darknet. De raadsvrouw heeft aan haar pleitnota stukken gehecht waaruit blijkt dat verdachte hennepzaden heeft ingekocht.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat uit de inkoopbonnen van hennepzaad niet blijkt dat verdachte inkomsten heeft gehad uit deze handel. Uit deze bonnen blijkt slechts dat verdachte hennepzaad heeft ingekocht, hetgeen in het licht van zijn betrokkenheid bij hennepkwekerijen (zie feit 2 en zijn eerdere veroordeling) geen bevreemding wekt. Ter onderbouwing van de handel in magic truffels zijn geen stukken overgelegd.

Verder valt op dat verdachte pas ter zitting voor het eerst verklaart over (legale) inkomsten uit de handel in hennepzaden en magic truffels. Ten slotte is uit onderzoek gebleken dat er na 2011 geen salaris- en loonheffingsgegevens van verdachte bekend zijn, zodat ook langs die weg niet blijkt van enige legale inkomsten.

Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank de verklaring van verdachte, dat hij bitcoins heeft verdiend met handel in hennepzaden en magic truffels, onvoldoende concreet, onvoldoende verifieerbaar en bovendien volstrekt onaannemelijk.

Conclusie

Nu verdachte geen concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de legale herkomst van de bitcoins en een mogelijke legale herkomst evenmin uit het dossier blijkt, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat deze bitcoins en het totale contante geldbedrag van

€ 1.719.990,- - middellijk of onmiddellijk - afkomstig zijn uit enig misdrijf, alsmede dat verdachte dit wist.

Gewoontewitwassen

Gelet op de omvang van het bedrag dat door verdachte is witgewassen, de periode waarin dit is gebeurd en het feit dat dit is gebeurd in 25 transacties, acht de rechtbank bewezen dat sprake is van gewoontewitwassen.

4.3.2

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2

4.3.2.1 Feiten en omstandigheden

Doorzoeking

Op 2 november 2015 werd verdachte voorafgaand aan de doorzoeking van het bedrijfspand aan de [adres] te [woonplaats] aangehouden. Bij verdachte werden sleutels aangetroffen. Met behulp van één van de bij verdachte aangetroffen sleutels werd toegang verschaft tot het bedrijfspand. Tijdens de doorzoeking bleek dat vóór en strak tegen een - vermoedelijk oorspronkelijke - muur een tweede muur was gemetseld. Achter deze muren werd door de politie aangetroffen:

- een in werking zijnde hennepkwekerij van twee verdiepingen, verdeeld in vier verschillende kweekruimten, met in totaal 941 hennepplanten en diverse stekjes;

- een aggregaat op een aanhangwagen.24

Tevens werd in het bedrijfspand aangetroffen:

- een aanhangwagen met blauwe huif. Deze aanhanger was voorzien van het kenteken [kenteken] en gevuld met hennep gerelateerde goederen zoals zakken aarde, elektriciteitssnoeren en afvoerbuizen;

- een groene brandstoftank met hieraan gekoppeld een brandstofslang;

- een kartonnen doos gevuld met zwarte plastic bloempotten. Op deze doos was een witte sticker geplakt waarop stond te lezen:

[bedrijfsnaam] , [verdachte] , [adres] , [woonplaats]

Contact: [verdachte] .25

- een bouwsteiger van het bedrijf [bedrijfsnaam] .26

Verklaring van [A]

heeft verklaard dat hij het pand waar de hennepkwekerij in zat huurt.27 heeft een muur gebouwd en daar achter was de hennepkwekerij gesitueerd. [A] heeft het zelf gebouwd en heeft daar enige hulp bij gehad.28

Gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 7] (* [telefoonnummer 7] )

Op 2 november 2015 vond een doorzoeking plaats in de woning van verdachte en [D] . Bij deze doorzoeking werd een zwarte Samsung telefoon aangetroffen (A.09.03.001). Uit onderzoek bleek dat deze telefoon was voorzien van een simkaart met nummer [telefoonnummer 7] .29

[D] heeft verklaard dat [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) een Samsung telefoon heeft en dat zijn telefoonnummer [telefoonnummer 7] is.30

Gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 8] (* [telefoonnummer 8] )

Uit onderzoek is naar voren gekomen dat verdachte gebruikmakend van het telefoonnummer [telefoonnummer 7] (hierna: * [telefoonnummer 7] ) contact had met een man die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] (hierna: * [telefoonnummer 8] ).

De politie heeft [A] (hierna: [A] ) gevraagd wie gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 8] .31 [A] heeft hierop geantwoord dat dit zijn eigen nummer is.32

Bewijsoverweging

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte de gebruiker is van telefoonnummer + [telefoonnummer 7] (* [telefoonnummer 7] ) is en dat [A] de gebruiker was van het telefoonnummer + [telefoonnummer 8] (* [telefoonnummer 8] ). Wanneer in de hierna volgende bewijsmiddelen wordt verwezen naar dit telefoonnummer, zal hierachter telkens “( [A] )” worden vermeld.

Aanhanger met huif, [kenteken]

Op 19 oktober 2015 bellen verdachte [verdachte] en [A] ( [A] ) over het ophalen van een aanhanger met een huif:

[verdachte] : “ja, dan moet je later nog een aanhanger ophalen bij iemand anders… we hebben zo’n ding nodig… zelf”33

[A] : “een aanhanger?”

[verdachte] : “ja tuurlijk”

(…)

[verdachte] : “je hebt zelf gewoon een nodig voor vast”

[A] : “voor vast?”

[verdachte] : “ja wat denk je, als je dat vat op moet halen, dat vat wat dat ding drinkt (…)”.

(…)

[verdachte] : “ja anders moet je met 10 litertjes heen en weer”

(…)

[verdachte] : “en dan moet je er ook nog een (1) met een huif hebben”

(…)

[verdachte] : “oh… ik heb er al een (1) gevonden”

(…)

[verdachte] : “misschien dat je die vanavond al kunt ophalen, of straks of na de middag”

Op 20 oktober 2015 bellen verdachte en de gebruiker van het telefoonnummer * [telefoonnummer 8] ( [A] ) met elkaar.

In het eerste gesprek vraagt verdachte of hij hem heeft meegenomen.

[A] bevestigt dit en zegt dat het druk is in [plaats] , dat het nog wel een uur duurt voor hij er is en dat hij naar [plaats] rijdt.

Verdachte zegt dat hij hem zo ziet.

In een tweede gesprek zegt [A] tegen verdachte dat hij voor de deur staat.34

Op 20 oktober 2015 omstreeks 18.01 uur werd door observerende politieagenten gezien dat een grijze aanhangwagen met blauwe huif voorzien van het kenteken [kenteken] geparkeerd stond op het [adres] te [plaats] .

Omstreeks 18.59 uur werd gezien dat voornoemde aanhanger was gekoppeld aan een grijze Renault Laguna voorzien van het kenteken [kenteken] en over het [adres] voornoemd reed.

Er werd gezien dat de Renault Laguna werd bestuurd door [A] .35

Uit het onderzoek in het register van de Rijksdienst Wegverkeer naar de tenaamstelling van de aanhanger, voorzien van het kenteken [kenteken] bleek het volgende:

- tot en met 23 oktober 2015: [E] , [adres] te [plaats] ;

- vanaf 23 oktober 2015: [D] , [adres] te [plaats] .

De politie heeft [A] voorgehouden dat op 20 oktober (de rechtbank begrijpt: 20 oktober 2015) een aanhanger met dichte huif is aangeschaft. [A] heeft hierop verklaard dat hij die heeft opgehaald. Hij gaat er vanuit dat [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) deze betaald heeft.36

Brandstoftank

Op de in de woning van verdachte aangetroffen laptop staat een link naar een marktplaats advertentie opgeslagen met de omschrijving “Dieseltank 1.500 liter”. De foto die bij de advertentie hoort trof de politie aan op voornoemde laptop.37

De dieseltank die werd aangeboden in de marktplaats advertentie vertoont sterke overeenkomsten met de brandstoftank die werd aangetroffen in het bedrijfspand. Dit blijkt uit:

- de rechthoekige bak met hierin een cilindervormige tank;

- kleur groen;

- het formaat;

- het driehoekje met hierin een ronde opening, zichtbaar op één van de lange randen van de bak en bovenop de tank;

- de aan de bovenzijde van de tank bevestigde pompunit. Deze pomp bestaat uit een rode motor met hierop een zwart blokje. Aan de zijkant zit een witte / doorzichtige cilinder met een horizontale grijze streep;

- dikke lange slang in de kleur donkergrijs / zwart.38

Kweekpotten

Op 18 september 2015 belt verdachte naar het telefoonnummer [telefoonnummer 9] :

- ene [F] neemt op;

- het gesprek gaat over de aankoop van potten;

- verdachte wil 1.000 potten afnemen voor een totale kostprijs van 900 euro;

- verdachte en [F] spreken verder nog over 30 liter potten en hoeveel [F] er nog van heeft.39

De politie heeft onderzoek gedaan naar het telefoonnummer [telefoonnummer 9] . Vanuit CIOT-bevraging bleek dat dit telefoonnummer een abonnement betrof op naam van [F] , [adres] te [plaats] . De personen die op dat adres staan ingeschreven hebben een zoon genaamd [F] . In het GBA staat vermeld dat [F] woonachtig is aan de [adres] , [postcode] te [plaats] . De politie heeft onderzoek gedaan via het Internet Research Network op www.marktplaats.nl. De politie heeft op postcode [postcode] gezocht en zag verschillende advertenties aan de [adres] en aan de [adres] te [plaats] . De politie zag één advertentie met als onderwerp “vierkante 14 liter potten/kweekpotten”. De aanbieder van deze advertentie was genaamd [F] . Er werden ongeveer 1.000 stuks aangeboden. Ook werd er geadverteerd met vierkante 30 liter potten.40

De kweekpotten die op marktplaats werden aangeboden vertonen grote gelijkenissen met de (kweek)potten die werden aangetroffen in de hennepkwekerij in het bedrijfspand.41

Verdachte wordt bij de politie voorgehouden dat uit tapgegevens blijkt, dat hij bij ene [F] 1.000 potjes heeft gekocht voor 900 euro. Verdachte heeft hierop verklaard dat [A] en [G]42 die potjes hebben opgehaald. Verdachte had de bus geleend aan [A] . Ze reden naar de woning van verdachte omdat hij die potjes had gekocht en aan [A] had gevraagd om ze op te halen.43

Pallets met stenen en bouwmateriaal

Op 6 oktober 2015 belt verdachte naar de gebruiker van het telefoonnummer * [telefoonnummer 8] ( [A] ). Verdachte vraagt aan [H] of hij nog twee pallets kan bestellen van die stenen.

Verdachte vraagt of [H] het kan betalen als het komt en het even wil voorschieten. [H] gaat bestellen.44

Op 9 oktober 2015 werden luchtfoto’s gemaakt van de woning van verdachte. Hierop is te zien dat tegen voornoemde woning en naast een bestelbus van het bedrijf [bedrijfsnaam] een groot wit pakket staat.

Op 12 oktober 2015 omstreeks 11.35 uur werd door observerende politieagenten gezien dat tegen de woning van verdachte een lege pallet stond.

Op 28 oktober 2015 om 18.22 uur wordt verdachte (* [telefoonnummer 7] ) gebeld door [A] (* [telefoonnummer 8] ).

[A] vraagt of er nog lijm moest komen vanavond.

Verdachte zegt ja en ook Rotband, 2 zakjes.

[A] vraagt welke lijn, quick finish of blokkenlijm.

Verdachte zegt dat het niet uitmaakt als het maar plakt.45

[A] heeft verklaard dat hij met verdachte een bus heeft opgehaald bij [bedrijfsnaam] in [plaats] . Hij heeft een paar stenen met deze bus opgehaald. Die stenen waren bedoeld om de muur op te bouwen.46 [A] heeft de stenen voor de te metselen muur in het bedrijfspand besteld en afgehaald.47

Toestemming voor en aansturing van werkzaamheden

Op 23 oktober 2015 te 19.55 uur belt verdachte [verdachte] (* [telefoonnummer 7] ) met het telefoonnummer * [telefoonnummer 8] ( [A] ) ( [A] ).

[verdachte] : ja, doen jullie nog wat of niet? ben je al binnen

[A] : ja wij zijn nu binnen ja

[verdachte] : ja, ga dan zelf maar wat aan het knutselen

[A] : ja, is goed

(…)

[A] : moet je die er nu inboren

[verdachte] : ja, doe maar dan

[A] : nou, dan ga ik die er even voorzichtig inboren

[verdachte] : ja, dat maakt niet zoveel lawaai, zet de radio aan, gewoon dicht doen aan de binnenkant.. maar je kunt precies zien, die drie die liggen daar, voor die drie moet je het even doen… die moet je verdelen over het hele stuk die drie, over die vier meter.48

Bouwsteiger

In het dossier Pyro zit een contract waarop staat vermeld dat [verdachte] , [adres] te [woonplaats] , van 3 oktober 2015 tot en met 25 november 2015 een aluminium snelbouwsteiger 4,2 meter van [bedrijfsnaam] heeft gehuurd.49

Verdachte heeft verklaard dat hij de bouwsteiger die bij de doorzoeking in het bedrijfspand is aangetroffen heeft gehuurd bij [bedrijfsnaam] .50

Laptop Toshiba

Op 2 november 2015 vond een doorzoeking plaats op het adres [adres] te [woonplaats] . Hierbij is een laptop van het merk Toshiba (A.01.06.009) in beslag genomen. De informatie die op deze laptop staat opgeslagen is doorzocht. De laptop bevat slechts enkele programma’s en documenten. De sporen die het internetgebruik op deze laptop heeft achtergelaten zijn gevonden in cookies, de favorieten en de opgeslagen geschiedenis van diverse internetbrowsers:

- bedrijfs- opslagruimte;

- ruimte geluidsdicht maken;51

- aggregaat.52

Van het in de hennepkwekerij aangetroffen aggregaat zijn foto’s gemaakt. Op deze foto’s is het aggregaat te zien in een geluidsdichte ruimte.53

4.3.2.2 Nadere bewijsoverweging

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, kunnen de volgende feiten en omstandigheden worden vastgesteld, die leiden tot de conclusie dat verdachte wel degelijk betrokken is geweest bij de hennepkwekerij, en dat zijn rol zodanig was dat hij kan worden aangemerkt als medepleger.

1) Tijdens de aanhouding van verdachte heeft de politie een sleutel van het bedrijfspand bij hem aangetroffen.

2) In het bedrijfspand is een doos aangetroffen met daarop een sticker van het bedrijf van verdachte. Op die sticker stond ook zijn naam en woonadres aan de [adres] in [woonplaats] vermeld.

3) In het bedrijfspand is in een geluidsdichte ruimte een aggregaat op een aanhangwagen aangetroffen. Op de Toshiba laptop, die werd aangetroffen in de woning van verdachte, is gezocht naar het geluidsdicht maken van een ruimte en gezocht op het woord “aggregaat”.

4) In het bedrijfspand is een groene brandstoftank aangetroffen, die is te zien op de foto bij de advertentie waarnaar gelinkt was op de laptop van verdachte.

5) De kweekpotten die in het bedrijfspand zijn aangetroffen, zijn door [A] in opdracht van verdachte opgehaald.

6) De in het bedrijfspand aangetroffen aanhanger, voorzien van het kenteken [kenteken] en gevuld met hennep gerelateerde goederen, is door [A] in opdracht van verdachte opgehaald.

7) De in het bedrijfspand aangetroffen bouwsteiger is door verdachte gehuurd.

8) De muur in het bedrijfspand waarachter de hennepkwekerij stond, is gebouwd met stenen, lijm en Rotband die in opdracht van verdachte zijn besteld en opgehaald.

9) In een telefoongesprek van 23 oktober 2015 zegt verdachte tegen [A] dat hij het goed vindt dat ze zelf aan de gang gaan, geeft verdachte aanwijzingen over het boren en zegt hij dat er niet teveel lawaai mag worden gemaakt.

De rechtbank leidt uit het (opdracht geven tot het) aanschaffen/huren van de diverse goederen die benodigd zijn voor het opbouwen van de hennepkwekerij, het geven van instructies tijdens de bouw en het beschikken over de sleutel van het bewuste pand af dat verdachte een initiërende en sturende rol heeft gehad bij het inrichten van de hennepkwekerij in het bedrijfspand en dat hij samen met [A] de op 2 november 2015 aangetroffen hennep heeft geteeld. De rechtbank oordeelt dat sprake is geweest van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [A] bij het plegen van het onder 2 ten laste gelegde feit, dat dit kan worden gekwalificeerd als medeplegen.

4.3.3

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 3 en 4

Verdachte heeft de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor deze feiten bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

Ten aanzien van feit 3:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 januari 2018;

  • -

    een kennisgeving van inbeslagneming artikel 94 Wetboek van Strafvordering (Sv), genummerd PL0900-2015244930-8, doorgenummerde pagina 792 e.v. (Pyro);

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 6 november 2015, genummerd PL0900-2015244930-9, doorgenummerde pagina 299 e.v. (Pyro);

  • -

    een rapport identificatie van drugs en precursoren van 18 november 2015, genummerd 2015.11.11.014, opgemaakt door NFI-deskundige A.B.M. van Esch -de Bruin, doorgenummerde pagina 305 e.v. (Pyro);

Ten aanzien van feit 4:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 januari 2018;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 3 november 2015, genummerd 20150311.1535.AMB, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 620 (Pyro);

  • -

    een proces-verbaal van bevindingen van 23 november 2015, genummerd PL0900-2015244930-11, doorgenummerde pagina 621 e.v. (Pyro).

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

in de periode van 1 januari 2014 tot en met 29 september 2015, in de gemeente Enschede en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen

a.

voorwerpen, te weten geldbedragen en bitcoins heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl verdachte en zijn mededader(s) telkens wisten dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf en verdachte van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt en

b.

van voorwerpen, te weten geldbedragen en bitcoins de herkomst verborgen en/of verhuld terwijl verdachte en zijn mededader(s) wisten dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk -afkomstig waren uit enig misdrijf en verdachte van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft verdachte telkens de volgende handelingen verricht:

- een afspraak gemaakt met een afnemer van bitcoins, tegen een bovengemiddeld commissietarief,

- waarbij verdachte naar de afgesproken plaats kwam om voornoemde bitcoins om te ruilen voor contante geldbedragen tot een totaal van 1.719.990,00 euro;

2.

op 2 november 2015 in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft geteeld in een pand aan [adres] een hoeveelheid van 907 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

op 2 november 2015 in de gemeente Enschede opzettelijk aanwezig heeft gehad 2,36 gram van een materiaal bevattende amfetamine en 3,1 gram cocaïne, zijnde amfetamine en cocaïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

op 2 november 2015 in de gemeente Enschede een wapen van categorie III, te weten een gas-/alarmpistool, merk Röhm, model RG3, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder de feiten 1 tot en met 4 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 1:

Medeplegen van gewoontewitwassen.

Feit 2:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Feit 3:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Feit 4:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van vier jaren met aftrek van het voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd het bevel waarbij de voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst, op te heffen, nu sprake is van herhalingsgevaar en vluchtgevaar.

8.2

Het standpunt van de verdediging

Met betrekking tot het witwassen dient een lagere straf te worden opgelegd dan door de officier van justitie is gevorderd indien de rechtbank tot bewezenverklaring van een lager bedrag (€ 82.000,-) komt. Niet de gehele ten laste gelegde periode is te bewijzen. De rechtbank dient hiermee rekening te houden bij het bepalen van de strafmaat. Verdachte is niet een van de hoofdverdachten. Hij is geen bitcoinhandel gestart, maar is slechts een afnemer van contante gelden. Bij een strafoplegging dient rekening te worden gehouden met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Voor het voorhanden hebben van cocaïne en amfetamine (feit 3) en een gas-/alarmpistool (feit 4) dienen volgens de LOVS-oriëntatiepunten geldboetes te worden opgelegd van respectievelijk € 750,- en € 550,-.

Het is in het nadeel van verdachte dat zijn zaak is meegenomen in het omvangrijke onderzoek Nocis. De verdediging had niet veel onderzoekswensen en het dossier was vanaf de eerste zitting vrijwel compleet. Verdachte heeft zijn leven op orde sinds zijn voorlopige hechtenis is geschorst. Hij heeft een webshop in kinderspeelgoed en is als enige verantwoordelijk voor deze onderneming.

De raadsvrouw verzoekt de rechtbank het verzoek van de officier van justitie tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis af te wijzen. Na twee jaren in vrijheid te hebben doorgebracht, dient het maatschappelijk belang niet te prevaleren boven het persoonlijk belang. Er is geen enkele aanleiding om aan te nemen dat sprake is van vluchtgevaar, zoals gesteld door de officier van justitie.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft gedurende een periode van een jaar en negen maanden een gewoonte gemaakt van witwassen. Hij heeft bitcoins ingewisseld voor grote contante geldbedragen, in totaal een bedrag van € 1.719.990,-. Door het witwassen van crimineel vermogen wordt de onderliggende criminaliteit gefaciliteerd. Verder brengen de door verdachten gepleegde feiten schade toe aan het vertrouwen dat moet kunnen worden gesteld in de integriteit van het financiële handelsverkeer. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Voorts heeft verdachte zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het in werking hebben van een hennepkwekerij met in ieder geval 907 hennepplanten en diverse hennepstekken. In de hoeveelheid hennepplanten ziet de rechtbank een indicatie dat de te oogsten hennep bedoeld was om te worden verhandeld. Hennep is een stof die bij langdurig gebruik kan leiden tot schade voor de gezondheid. Verdachte heeft zijn eigen financieel gewin boven de volksgezondheid laten prevaleren. De handel in hennep gaat bovendien vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit, veroorzaakt overlast en levert schade op voor de maatschappij. Daarnaast heeft verdachte in strijd met de wet 2,36 gram amfetamine en 3,1 gram cocaïne in zijn woning aanwezig gehad, alsmede een gas- /alarmpistool.

Om te bevorderen dat landelijk door gerechten in gelijke gevallen gelijke straffen worden opgelegd heeft het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht van de gerechtshoven en de rechtbanken (hierna: LOVS) oriëntatiepunten voor straftoemeting opgesteld. Deze oriëntatiepunten gaan voor fraude bij een benadelingsbedrag van € 1.000.000,- en hoger uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden tot de maximum op te leggen gevangenisstraf. Zoals blijkt uit de toelichting op deze oriëntatiepunten wordt onder fraudedelicten tevens geschaard witwassen, mits de gedragingen in een frauduleuze context hebben plaatsgevonden. Hoewel bij witwassen niet (direct) kan worden gesproken van een benadelingsbedrag zoals bij fraudedelicten, ziet de rechtbank toch aanleiding om aan te haken bij het oriëntatiepunt fraude. De rechtbank volgt bij de straftoemeting anders dan de officier van justitie niet de ‘Richtlijn voor strafvordering witwassen’ van het Openbaar Ministerie, aangezien de daarin opgenomen straffen te zeer afwijken van de door rechtbanken en hoven opgelegde straffen.

De rechtbank houdt rekening met onder meer de navolgende straffen. Aan een van de andere afnemers van de Nocis- verdachten is voor het witwassen van onder meer bitcoins ter waarde van € 5.075.169,- een gevangenisstraf van 2 jaren opgelegd.54 In het onderzoek Air Holland werden aan de hoofdverdachten voor het gedurende een periode van ruim een jaar in georganiseerd verband (gewoonte)witwassen van tientallen miljoenen guldens gevangenisstraffen van 28 tot 36 maanden opgelegd.55 Tot slot heeft de rechtbank acht geslagen op de straffen die aan twee verdachten in het IJsberg onderzoek werden opgelegd. In deze zaken werd voor het witwassen van 367 bitcoins en grote geldbedragen, respectievelijk het witwassen van ruim 1.000 bitcoins en grote geldbedragen gevangenisstraffen van respectievelijk 3 en 6 maanden opgelegd.56

Voor het telen van 907 hennepplanten gaan de oriëntatiepunten van het LOVS uit van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een taakstraf van 180 uren voor een first offender. Voor het voorhanden hebben van 0 tot 10 gram harddrugs geeft de LOVS een oriëntatiepunt van € 750,- voor het voorhanden hebben van een gas- /alarmpistool een geldboete van € 550,-.

De rechtbank heeft ook acht geslagen op het strafblad van verdachte waarop staat vermeld dat hij op 19 december 2012 is veroordeeld tot een werkstraf van 80 uren wegens hennepteelt. Dit vonnis is onherroepelijk. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij ondanks deze veroordeling het onder feit 2 bewezen verklaarde feit heeft gepleegd.

Tot slot heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van 23 maart 2016 waarin de reclassering zich onthoudt van het geven van een advies.

Het bovenstaande in aanmerking nemend, kan op de door verdachte gepleegde strafbare feiten niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. Gelet echter op de oriëntatiepunten van het LOVS en op de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd, zal de rechtbank bij de straftoemeting aanzienlijk afwijken van de strafeis van de officier van justitie.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van twee jaren, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Redelijke termijn

Tot slot ziet de rechtbank zich ambtshalve voor de vraag gesteld of in de onderhavige zaak de redelijke termijn is overschreden. De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak - waartoe ook de omvang van het verrichte onderzoek en de gelijktijdige berechting van zaken tegen medeverdachten wordt gerekend, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. De rechtbank beschouwt het moment van de doorzoekingen in de woning van verdachte en het bedrijfspand op 2 november 2015 als het moment waarop de redelijke termijn een aanvang heeft genomen. De uitspraak vindt plaats op 3 april 2018. De vervolging van verdachte heeft daarmee twee jaar en vijf maanden in beslag genomen. Gelet op de ingewikkeldheid van de zaak, de omvang van het door de politie verrichte onderzoek waarbij meerdere onderzoekswensen in het buitenland zijn uitgezet, het feit dat de justitiële autoriteiten de strafzaak voortvarend hebben opgepakt, het mede op verzoek van de verdediging horen van diverse getuigen en het belang van de gelijktijdige berechting van de verschillende terechtstaande verdachten, oordeelt de rechtbank dat de redelijke termijn niet is overschreden, zodat de duur van de onderhavige procedure niet leidt tot strafvermindering.

Opheffing bevel tot (schorsing van de) voorlopige hechtenis

Ten aanzien van de vordering van de officier van justitie tot opheffing van het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte overweegt de rechtbank het volgende.

Een bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis kan op grond van artikel 82 lid 1 Sv te allen tijde worden opgeheven zelfs als de verdachte zich aan de hem gestelde voorwaarden houdt, aangezien het gaat om een aan de rechter toekomende discretionaire bevoegdheid. Deze discretionaire bevoegdheid brengt echter ook met zich dat de rechter evenmin verplicht is de schorsing op te heffen. De rechtbank dient bij het nemen van die beslissing de belangen van de samenleving, het slachtoffer en de verdachte tegen elkaar af te wegen en na te gaan of een bevel tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis wenselijk is. Daarbij gaat het om de specifieke omstandigheden van het geval, die afzonderlijk en in onderling verband bezien, de grondslag vormen voor het in voorlopige hechtenis stellen van een verdachte.

Verdachte is op 2 november 2015 in verzekering gesteld. Het bevel tot voorlopige hechtenis is op 31 december 2015 door de rechtbank onder voorwaarden geschorst. Uit het reclasseringsadvies van de Reclassering Nederland van 10 maart 2016 blijkt dat verdachte zich aan de afspraken met de toezichthouder heeft gehouden. Gelet daarop ziet de rechtbank niet in welk doel op dit moment is gebaat bij een bevel tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis. De enkele veroordeling in deze zaak volstaat daarvoor in het onderhavige geval niet. Bovendien is, anders dan de officier van justitie heeft gesteld, niet gebleken van enig vluchtgevaar.

Op grond van het voorgaande wordt de vordering tot opheffing van het bevel waarbij de voorlopige hechtenis is geschorst, afgewezen.

9 BESLAG

9.1

De vordering van de officier van justitie

Met betrekking tot de voorwerpen die op de beslaglijst worden vermeld, heeft de officier van justitie het volgende gevorderd:

- onttrekking aan het verkeer van de aangetroffen drugs, de droogmachine en de wapens;

- verbeurdverklaring van het aggregaat, de laptops, de tablet, de mobiele telefoon en de geldbedragen;

- teruggave aan verdachte van de afschriften / rekeningen / bonnen kwitanties, de betaalpas ING, de betaalpas VISA, de creditcard, de stapel kwitanties van Mybet.com, de simcard, de enveloppen met Mybet-bonnen, de enveloppe met kwitanties Mybet.com.

9.2

Het standpunt van de verdediging

Gelet op de door de verdediging bepleite vrijspraak van feit 1, heeft de verdediging de rechtbank verzocht de in beslag genomen geldbedragen aan verdachte terug te geven.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de op de beslaglijst aangeduide voorwerpen waarop strafrechtelijk beslag ligt onder verdachte in beslag zijn genomen.

De aangetroffen aggregaat, laptop Packard Bell, laptop Toshiba en mobiele telefoon Samsung zullen verbeurd worden verklaard.

Met behulp van deze voorwerpen zijn de onder 2 bewezen verklaarde feiten begaan.

Het aangetroffen tablet Samsung zal verbeurd worden verklaard.

Met behulp van dit voorwerp zijn de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten begaan.

De aangetroffen amfetamine en cocaïne en het alarmpistool (feit 4) zullen worden onttrokken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Met betrekking tot genoemde verdovende middelen is het onder 3 bewezen verklaarde feit begaan. Met betrekking tot genoemd wapen is het onder 4 bewezen verklaarde feit begaan.

De aangetroffen hennep(toppen), de droogmachine en het mes in creditcard formaat zullen ook worden onttrokken aan het verkeer.

Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. De voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de door verdachte begane feiten aangetroffen. Deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven (feit 2 en 4).

De rechtbank zal teruggave aan verdachte gelasten van de goederen, waarvan de officier van justitie dit heeft gevorderd.

De rechtbank zal teruggave gelasten van de in beslag genomen geldbedragen, nu niet kan worden vastgesteld dat deze door middel van het strafbare feit zijn verkregen, noch dat die feiten daarmee zijn voorbereid of begaan. De last tot teruggave van deze bedragen laat onverlet het conservatoire beslag dat op deze geldbedragen is gelegd op voet van artikel 94a Sv en de daaruit voortvloeiende bevoegdheid van de officier van justitie om deze geldbedragen onder zich te (doen) houden zolang dat beslag voortduurt.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 47, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10, 11 en 13a van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1 tot en met 4 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 tot en met 4 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 jaren;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- wijst af de vordering tot opheffing van het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

  • -

    aggregaat gemonteerd op aanhangwagen (294725);

  • -

    laptop Packard Bell (lv11hr-3145nl8) (294933);

  • -

    laptop Toshiba (c70-c-10t) (294935);

  • -

    tablet Samsung (294957);

  • -

    mobiele telefoon Samsung (294995);

- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:

  • -

    onversneden drugs (2,36 gram amfetamine) (1563185);

  • -

    drugs (6,58 gram cocaïne) (1563188);

  • -

    gele jumbozak met henneptoppen (70,90 gram) (1563168);

  • -

    henneptoppen (12,10 gram) (1563171);

  • -

    mes in creditcardformaat (294940);

  • -

    zakje met hennep (1563178);

  • -

    vuurwapen / alarmpistool (1562787);

  • -

    henneptoppen (12,71 gram) (1563180);

  • -

    droogmachine (294954);

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:

  • -

    afschriften, rekeningen, bonnen kwitanties (294918);

  • -

    1x betaalpas ING-pas verlopen (294927);

  • -

    1x betaalpas Visa (308370);

  • -

    creditcard ( [nummer] (294928);

  • -

    stapel kwitanties van Mybet.com (294929);

  • -

    simcard Lebara (59 130 619 iqpp) (294946);

  • -

    diverse enveloppen met Mybet bonnen (294980);

  • -

    enveloppe met kwitanties Mybet.com (295006);

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen, zodra het daarop rustende conservatoire beslag (artikel 94a Sv) is beëindigd:

€ 500,- (294916);

€ 1.355,- (294901);

€ 16.400,- (294936);

€ 14.660,- (294958);

€ 500,- (294959);

€ 50,- (294985);

€ 509,95 (294987);

€ 100,- (294991);

€ 2.300,- (294996);

€ 65,- (303906);

€ 178,21 (294945).

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mrs. G.A. Bos en E. van den Brink, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. J.M.T. Bouwman-Everhardus en M. Rigter, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 3 april 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2014 tot en met 29 september 2015, in de gemeente Enschede en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

a.

voorwerpen, te weten een of meerdere geldbedrag(en) en/of bitcoin(s) heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van voorwerpen, te weten een of meerdere geldbedrag(en) en/of bitcoin(s) gebruik heeft gemaakt, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat die/dat voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddelijk of middelijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf en verdachte en/of verdachte(s) mededader(s) van het plegen van dit feit een gewoonte heeft/hebben gemaakt

en/of

b.

van voorwerpen, te weten een of meerdere geldbedrag(en) en/of bitcoin(s) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op voorwerpen, te weten voornoemde geldbedrag(en) en/of bitcoin(s), was/waren en/of heeft verborgen en/of verhuld wie voorwerpen, te weten een of meer geldbedrag(en) en/of bitcoins, voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl verdachte en/of verdachte's mededader(s) wist(en) dat die/dat voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddelijk en/of middelijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, en verdachte en/of verdachte(s) mededader(s) van het plegen van dit feit een

gewoonte heeft/hebben gemaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) een of meerdere van de volgende handelingen verricht:

- ( een) afspra(a)k(en) gemaakt met een of meer afnemer(s) van bitcoins, tegen een (bovengemiddeld) commissietarief,

- waarbij verdachte naar de afgesproken plaats kwam om voornoemde bitcoins om te ruilen voor contante geldbedrag(en) (tot een totaal van ongeveer 1.763.290,-- Euro);

2.

hij op of omstreeks 02 november 2015 in de gemeente Hengelo (O), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van ongeveer 907, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 02 november 2015 in de gemeente Enschede tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,36 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of ongeveer 3,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde amfetamine en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij op of omstreeks 02 november 2015 in de gemeente Enschede een wapen van categorie III, te weten een gas-/alarmpistool,(merk Röhm, model RG3), voorhanden heeft gehad.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal: *genummerd 2015288539 160113.1107.EIND (onderzoek 09TFCNocis), opgemaakt door politie Midden-Nederland, bestaande uit: - het einddossier, 22 ordners, pagina 1 tot en met 10.396; - aanvulling 1 op het einddossier NOCIS, 1 ordner, pagina 1 tot en met 555; - aanvulling 2 op het einddossier NOCIS, 1 ordner, pagina 557 tot en met 1057; - aanvulling 3 op het einddossier NOCIS, 1 ordner, pagina 1058 tot en met 1554; - aanvullend dossier 2, 4 ordners, pagina 1 tot en met 1351; - derde aanvullend einddossier NOCIS, pagina 1 tot en met 462; - vierde aanvullend einddossier NOCIS, pagina 1 tot en met 99; - vijfde aanvullend einddossier NOCIS, pagina 1 tot en met 96; - zesde aanvullend einddossier NOCIS, pagina 1 tot en met 213;. *genummerd 160104.1343.REL (onderzoek MDRBB15017 Pyro), opgemaakt door politie Midden-Nederland, bestaande uit het einddossier, 3 ordners, pagina 1 tot en met 1.137, alsmede een – niet genummerd - aanvullend proces-verbaal opgesteld naar aanleiding van op 21 maart 2016 door M. Hoekzema ingediende onderzoekswensen. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, sub vijf, van het Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Proces-verbaal inzake trades [verdachte] , pagina 128 (Pyro) en Proces-verbaal bevindingen inzake totaallijst trades, pagina 1677 (Nocis)

3 Proces-verbaal inzake trades [verdachte] , pagina 129 (Pyro).

4 Proces-verbaal inzake trades [verdachte] , pagina 128 (Pyro).

5 Proces-verbaal inzake trades [verdachte] , pagina 129 (Pyro).

6 Verklaring van [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting van 23 januari 2018.

7 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 1094 (Pyro)

8 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] , pagina 989 (Pyro).

9 Proces-verbaal bevindingen bestanden op laptop A.03.08.001 mbt [verdachte] , pagina 1427 (Nocis).

10 Proces-verbaal bevindingen, pagina 1428 (Nocis).

11 Proces-verbaal bevindingen, pagina 1428 en 1429 (Nocis).

12 Proces-verbaal bevindingen, pagina 1429 (Nocis).

13 Proces-verbaal bevindingen, pagina 1429 (Nocis).

14 Proces-verbaal bevindingen, pagina 1429 en de hierbij behorende bijlage 4, pagina 1444 (Nocis).

15 Proces-verbaal bevindingen, pagina 1430 en 1431 (Nocis).

16 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , pagina 1095.

17 Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige] , pagina 14 (Nocis).

18 De verklaring van de getuige [getuige] bij de rechter-commissaris op 1 juni 2016, pagina 3.

19 Proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] , pagina 990 (Pyro).

20 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , pagina 1094 (Pyro).

21 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 173 (Pyro).

22 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 174 (Pyro).

23 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 174 en 175 (Pyro).

24 Proces-verbaal van bevindingen ( [adres] , [plaats] ), pagina 410 (Pyro).

25 Proces-verbaal van bevindingen ( [adres] , [plaats] ), pagina 411 (Pyro).

26 Proces-verbaal van bevindingen ( [adres] , [plaats] ), pagina 412 (Pyro).

27 Proces-verbaal van verhoor van [A] , pagina 318 (Pyro).

28 Proces-verbaal van verhoor van [A] , pagina 319 (Pyro).

29 Proces-verbaal van bevindingen stemherkenning [verdachte] , pagina 70 (Pyro).

30 Proces-verbaal van verhoor van [D] , pagina 1019 (Pyro).

31 Proces-verbaal van verhoor van [A] , pagina 323 (Pyro).

32 Proces-verbaal van verhoor van [A] , pagina 324 (Pyro).

33 Proces-verbaal van bevindingen ( [adres] , [plaats] ), pagina 414 (Pyro).

34 Proces-verbaal van bevindingen ( [adres] , [plaats] ), pagina 415 en pagina 432 en 433 (Pyro).

35 Proces-verbaal van bevindingen ( [adres] , [plaats] ), pagina 416, en het hierbij als bijlage opgenomen proces-verbaal van observatie dinsdag 20 oktober 2015, pagina 434 (Pyro). en de hierbij behorende bijlage 4, pagina 1444 (Nocis).

36 Proces-verbaal van verhoor van [A] , pagina 323 (Pyro).

37 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 487-488 (Pyro).

38 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 488-490 (Pyro).

39 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 440 (Pyro).

40 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 441 (Pyro).

41 Proces-verbaal van relaas, pagina 19 (Pyro).

42 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , pagina 1088 (Pyro).

43 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , pagina 1089 (Pyro).

44 Proces-verbaal van bevindingen ( [adres] , [plaats] ), pagina 416 (Pyro).

45 Proces-verbaal van bevindingen ( [adres] , [plaats] ), pagina 417 en 437 (Pyro).

46 Proces-verbaal van verhoor van [A] , pagina 322 (Pyro).

47 Proces-verbaal van verhoor van [A] , pagina 324 (Pyro).

48 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 211 en 225 (Pyro).

49 Geschrift, inhoudende een contract, pagina 479 (Pyro).

50 Proces-verbaal van verhoor van [verdachte] , pagina 1091 (Pyro).

51 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 497 (Pyro).

52 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 498 (Pyro).

53 Proces-verbaal van relaas, pagina 21 (Pyro).

54 Rechtbank Midden-Nederland d.d. 14 november 2017 (ECLI:NL:RBMNE:2017:5713).

55 Rechtbank Rotterdam d.d. 7 december 2006 (ECLI:NL:RBROT:2006:AZ4159) en rechtbank Rotterdam d.d. 7 december 2006 (ECLI:NL:RBROT:2006:AZ4394).

56 Rechtbank Rotterdam d.d. 8 november 2017 (ECLI:NL:RBROT:2017:8989) en rechtbank Rotterdam d.d. 8 november 2017 (ECLI:NL:RBROT:2017:8992).