Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:1182

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-01-2018
Datum publicatie
05-04-2018
Zaaknummer
5420693 / MC EXPL 16-11259
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2018:1197
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

vraag is of werkgever boete die is opgelegd in het kader van rij- en rusttijdenregeling heeft betaald. Werkgever mag dat bewijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0442
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter

locatie Almere

Vonnis van 17 januari 2018

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 5420693 / MC EXPL 16-11259 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
START PEOPLE B.V.,
gevestigd te Almere,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie, hierna ook te noemen: Start People,
gemachtigde LAVG Gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie, hierna ook te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde mr. M.G. van Westrenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie

  • -

    de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] was in 2015 als uitzendkracht werkzaam voor Start People en hij is in dat kader door Start People uitgeleend aan [bedrijfsnaam 1] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam 1] ). [gedaagde] was bij [bedrijfsnaam 1] werkzaam als vrachtwagenchauffeur.

2.2.

Op 28 april 2015 is [gedaagde] met zijn vrachtwagen (met kenteken [kenteken] ) door de Franse politie aangehouden in verband met een kapotte koplamp. De politie heeft nader onderzoek gedaan en uiteindelijk is door de Franse politie een boete opgelegd van

€ 2.520,00 in verband met overtredingen van de rij- en rusttijden.

2.3.

Nadat de boete van € 2.520,00 op 29 april 2015 aan de Franse politie is voldaan, heeft [gedaagde] zijn weg kunnen vervolgen.

2.4.

Op 29 april 2015 heeft [bedrijfsnaam 2] BVBA aan [bedrijfsnaam 1] een factuur gestuurd van € 2.680,00. Op deze factuur staat onder meer vermeld:

“[…]

Kenteken: [kenteken]

Chauffeur: onbekend

Interventie op 28/04/2015 te Frankrijk

Boete 1 2520,00 2520,00

[…]

Dossierkosten 1 160,00 160,00

[…]

TE BETALEN Euro 2680,00

[…]”

2.5.

Start People heeft een bedrag van € 2.680,00 verrekend met het salaris van

mei 2015 van [gedaagde] , waardoor een negatief saldo ontstond van € 1.422,60.

2.6.

Op 4 september 2015 heeft Start People aan [gedaagde] een factuur (factuurnummer 926001741) gestuurd van € 1.422,60. Op deze factuur staat bij de omschrijving “Verkeersboete” vermeld.

2.7.

Bij brief van 8 oktober 2015 heeft Start People [gedaagde] in gebreke gesteld en gesommeerd om het bedrag van € 1.422,60 binnen 14 dagen na dagtekening te betalen.

2.8.

Bij brief van 2 december 2015 heeft de gemachtigde van [gedaagde] aan Start People onder meer geschreven:

“[…]

Verrekening is onrechtmatig, cliënt lijdt schade en stelt u aansprakelijk onder aanzegging van de wettelijke rente. Verrekening vindt namelijk slechts steun in de wet als werknemer opzettelijk of roekeloos heeft gehandeld. Daarvan is echter geen sprake terwijl uw vordering ongegrond is.

Uiterlijk komende maandag […] verneem ik gaarne van u op welke gronden u van het tegendeel uitgaat, alsook om welke redenen u bij de verrekening de beslagvrije voet niet in acht heeft genomen.

[…]”

2.9.

Bij e-mailbericht van 7 december 2015 heeft de gemachtigde van Start People aan de gemachtigde van [gedaagde] onder meer geschreven:

“[…]

Op 28 april 2015 heeft uw cliënt een boete van € 2680,= opgelegd gekregen vanwege onder meer het overschrijden van de rijtijdenwetgeving.

Zo heeft hij een periode van 2 weken zonder de verplichte chauffeurskaart gereden, heeft hij 2x onvoldoende dagelijkse rust genomen en 2x ononderbroken doorgereden zonder een rustpauze te nemen. […]

Dit bedrag hebben wij met uw cliënt willen verrekenen, maar hierbij hebben wij per abuis de geldende beslagvrije voet niet bij in acht genomen. Uw cliënt zal derhalve alsnog met betrekking tot week 21-2015 een bedrag aan loon ontvangen.

[…]”

2.10.

Start People heeft de verrekening gecorrigeerd door alsnog rekening te houden met de geldende beslagvrije voet en heeft in dat verband op 8 december 2015 een bedrag van

€ 309,55 aan [gedaagde] uitbetaald.

2.11.

Bij e-mailbericht van 10 december 2015 heeft de gemachtigde van [gedaagde] aan de gemachtigde van Start People onder meer geschreven:

“[…]

Cliënt heeft nooit zonder chauffeurskaart […] gereden. Voorzover ik zie is hem dit ook niet door de Franse justitie verweten. […]

Was cliënt niet aangehouden dan was er geen boete geweest. Directe aanleiding voor aanhouding was – zoals bekend – een defecte rechter voorlamp (geen reservelampjes noch gereedschap aan boord van een vrachtauto die volledig voor rekening en risico van inlener komt). Eerst nader onderzoek door de politie deed vermoeden dat de rijtijdenwet was overschreden. Als dit al zo was, dan is dat te verklaren uit het feit dat inlener [bedrijfsnaam 1] van cliënt verwachtte dat hij op de meest efficiënte en snelle wijze haar vrachten vervoert […]. Daarbij komt dat in- en uitlener verder onderzoek naar de waarheidsvinding onmogelijk hebben gemaakt door geen rechtsmiddelen aan te wenden tegen de boete, althans mij is niet bekend dat dit is geprobeerd. […]

Start People is wettelijke rente verschuldigd vanaf datum inhouding, alsook de maximale vertragingsverhoging ex artikel 7:625 BW. Dit betreft de gehele inhouding.

[…]”

2.12.

Bij e-mailbericht van 16 december 2015 heeft de gemachtigde van [gedaagde] aan de gemachtigde van Start People onder meer geschreven:

“[…]

Uw mailbericht van 14 december jl. heb ik ontvangen.

Korte tijd voordien is cliënt telefonisch benaderd door ene [A] – naar diens zeggen optredend namens Startpeople – met de vraag of clients tachograafkaart aldaar kon worden uitgelezen. Aangenomen wordt dat deze vraag deel uitmaakt van het onderzoek waarvan u melding maakt, […]

Kennelijk zijn Startpeople de ritgegeven onbekend. Reeds daarmee staat vast dat zij zonder grond is overgegaan tot verrekening van een deel van de boete en betreffend het andere deel inmiddels zelfs een incassobureau op cliënt heeft afgestuurd.

[…]”

2.13.

Bij brief van 18 december 2015 heeft de gemachtigde van Start People aan de gemachtigde van [gedaagde] onder meer geschreven:

“[…]

U geeft aan dat Start People niet gerechtigd zou zijn om boetes te verrekenen. Dit is niet juist. Ik verwijs u naar de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 13 juni 2008 (LJN BC8791) waarin is geoordeeld dat er in het geval van verkeersboetes sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de hoofdregel van artikel 7:661 BW niet geldt. Verkeersboetes kunnen dus wel degelijk worden verhaald op werknemers.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat dit slechts in bijzondere omstandigheden niet kan, bijvoorbeeld als de werkgever uitdrukkelijk instrueert om rij- en rusttijden te overtreden. Hier is in de onderhavige situatie geen sprake van geweest. [bedrijfsnaam 1] geeft aan dat zij uw cliënt niet onder druk hebben gezet en zeker geen opdracht hebben gegeven om de rij- en rusttijden te overtreden. U stelt dit ook niet in uw e-mail en uw cliënt heeft dit ook nooit ter berde gebracht bij Start People.

Gezien het voorgaande is Start People dus wel degelijk terecht overgegaan tot verrekening van de verkeersboetes. Per abuis is geen rekening gehouden met de beslagvrije voet. Echter dit is zo spoedig mogelijk na uw beklag daarover in orde gemaakt. […]

Uw cliënt is thans nog een bedrag van EUR 1.732,15 te vermeerderen met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten aan Start People verschuldigd. […]”

2.14.

Op 18 december 2015 heeft Start People aan [gedaagde] een factuur (factuurnummer 926001833) gestuurd van € 309,55. Op deze factuur staat bij de omschrijving “aanvulling fact 926001741” vermeld.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Start People vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 2.003,27, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van

€ 1.732,15 vanaf 9 september 2016 tot de dag van algehele voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

Aan haar vordering legt Start People het navolgende ten grondslag.

Op 28 april 2015 zijn door [gedaagde] in Frankrijk diverse verkeersovertredingen begaan, zijnde het ononderbroken doorrijden alsmede het overslaan van de dagelijkse verplichte rustmomenten. Voor deze overtredingen is door de Franse politie een boete opgelegd van

€ 2.520,00. Deze boete is ter plaatse voldaan door [bedrijfsnaam 2] BVBA. Zij hebben dit boetebedrag, vermeerderd met dossierkosten van € 160,00, doorbelast aan [bedrijfsnaam 1] en [bedrijfsnaam 1] heeft het totaalbedrag van € 2.680,00 vervolgens doorbelast aan Start People. Start People heeft dit bedrag aan [bedrijfsnaam 1] voldaan en heeft dit vervolgens verrekend met het salaris van [gedaagde] .

Volgens vaste rechtspraak (onder andere Hoge Raad 13 juni 2008, LJN: BC8791) valt het verrekenen van een verkeersboete niet onder artikel 7:661 BW, tenzij de werkgever uitdrukkelijk aan de werknemer heeft geïnstrueerd de verkeersregels te overtreden. Daarvan is echter geen sprake geweest.

Start People vordert in deze procedure het deel van de boete dat niet via verrekening voldaan kon worden.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

Volgens [gedaagde] blijkt niet of en zo ja door wie de boete is betaald. Er is aldus geen grond om een vordering naar [gedaagde] te verleggen.

Start People heeft, door vijf maanden te wachten voordat zij aan [gedaagde] te kennen gaf dat zij de boete op hem wenste te verhalen, het vertrouwen gewekt dat zij [gedaagde] niets verweet en geen verhaal op hem zou zoeken.

Het arrest van de Hoge Raad komt pas aan de orde als vast staat dat de boetebeschikking rechtsgeldig tot stand is gekomen en de overtreding werkelijk door [gedaagde] is begaan.

Volgens [gedaagde] is volstrekt onzeker of de boetebeschikking op de juiste manier tot stand is gekomen.

Er zijn geen bijzonderheden bekend over de feitelijke gebeurtenissen die tot oplegging van de boete hebben geleid, zodat de aard en de ernst van de overtredingen en de omstandigheden waaronder die zijn begaan niet duidelijk zijn. [gedaagde] betwist verder de overtredingen te hebben begaan.

Start People had de boetebeschikking in zijn geheel moeten vertalen naar het Nederlands, had deze moeten controleren op juistheid aan de hand van de processen-verbaal van politie, de bevoegdheid van de betreffende politieambtenaren, de geldigheid van de gebruikte onderzoeksinstrumenten, de chauffeurskaart, de omstandigheden waaronder de (mogelijke) overtreding is begaan en de zienswijze van [gedaagde] . Dit heeft Start People echter nagelaten. Dat is in strijd met goed werkgeverschap, levert wanprestatie op dan wel is onrechtmatig.

Subsidiair betoogt [gedaagde] dat de boete in redelijkheid niet op hem kan worden verhaald. Zo hij de overtreding zou hebben begaan, dan houdt deze dermate rechtstreeks verband met de uitoefening van zijn werk dat hem dit niet verweten kan worden.

Verder voert [gedaagde] aan dat de verrekening onrechtmatig is geweest. De arbeidsovereenkomst tussen hem en Start People is nooit beëindigd en hij heeft geen toestemming gegeven voor verrekening.

Ten slotte doet [gedaagde] een beroep op matiging van de boete, door deze in overeenstemming te brengen met de onderlinge welstand van partijen en rekening houdend met de zwakke financiële toestand van [gedaagde] .

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5.

[gedaagde] vordert - na eiswijziging - om Start People bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

te verplichten de verrekening van de boete met het salaris ongedaan te maken;

- te veroordelen om het bedrag van de boete dat is verrekend met het salaris van mei 2015 aan [gedaagde] te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van verrekening tot de datum van algeheel voldoening;

  • -

    te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging van € 473,93 op grond van artikel 7:625 BW;

  • -

    te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 259,82;

  • -

    te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover voor zover deze niet zijn voldaan binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis alsmede tot betaling van het nasalaris.

3.6.

Aan zijn vorderingen legt [gedaagde] het navolgende ten grondslag.

Nu de boete door Start People ten onrechte aan [gedaagde] is doorberekend en aldus ook ten onrechte is verrekend met het salaris van mei 2015, dient het bedrag dat middels verrekening door Start People is ingehouden (zijnde een bedrag van € 947,85) door haar te worden terugbetaald aan [gedaagde] . Start People heeft tegen beter weten in geweigerd om het ingehouden salaris terug te betalen, zodat zij de wettelijke verhoging van 50% van artikel 7:625 BW (zijnde een bedrag van € 473,93) verschuldigd is.

[gedaagde] maakt tevens aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van

€ 259,82.

3.7.

Start People voert verweer.

Start People heeft de boete terecht verrekend met het salaris van [gedaagde] . Indien echter in deze procedure zou worden geoordeeld dat Start People niet tot verrekening van de boete met het loon van [gedaagde] had mogen overgaan, dan ligt de vordering van [gedaagde] voor toewijzing gereed.

De wettelijke verhoging dient volgens Start People op nihil te worden gesteld. Van absolute onwil om te betalen is geen sprake, maar Start People meent dat zij met recht tot verrekening kon overgaan. Bovendien heeft [gedaagde] er zelf voor gekozen om de door Start People te entameren procedure af te wachten. Door deze afwachtende houding, is geen plaats voor de wettelijke verhoging.

De buitengerechtelijke werkzaamheden hebben niet meer omvat dan het versturen van een enkele aanmaning, het voorbereiding van de gedingstukken en de instructie van de zaak en deze kunnen de dubbele redelijkheidstoets dan ook niet doorstaan.

3.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie

4.1.

[gedaagde] heeft primair betoogd dat Start People, door vijf maanden te wachten voordat zij aan [gedaagde] te kennen gaf dat zij de boete op hem wenste te verhalen, het vertrouwen heeft gewekt dat zij [gedaagde] niets verweet en geen verhaal op hem zou zoeken. Voor zover [gedaagde] met dit betoog een beroep heeft willen doen op rechtsverwerking, geldt het volgende.

Voor het aannemen van rechtsverwerking is nodig dat de rechthebbende zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van zijn recht of bevoegdheid. Een enkel tijdsverloop of stilzitten levert geen toereikende grond op voor het aannemen van rechtsverwerking.

Er moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden op grond waarvan bij de wederpartij gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de rechthebbende zijn aanspraak niet meer geldend zal maken, of waardoor de positie van de schuldenaar onredelijk zou worden verzwaard of benadeeld indien de schuldeiser zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. Een beroep op rechtsverwerking kan dus enkel in uitzonderlijke omstandigheden slagen.

4.2.

Het enkele gegeven dat Start People vijf maanden heeft gewacht voordat zij aan [gedaagde] te kennen gaf dat zij de boete op hem wenste te verhalen, levert geen grond op voor het aannemen van rechtsverwerking. Een enkel stilzitten is immers zonder nadere toelichting – die door [gedaagde] niet is gegeven – geen grond voor het aannemen van rechtsverwerking. Van bijzondere omstandigheden zoals hiervoor omschreven, is naar het oordeel van de kantonrechter evenmin sprake geweest. Daartoe is niets gesteld en evenmin is dit anderszins gebleken.

4.3.

Door [gedaagde] is verder betoogd dat niet duidelijk is of de boete is betaald en zo ja, door wie. Start People heeft volgens [gedaagde] niet aannemelijk gemaakt dat zij kosten heeft gemaakt die zij nu op [gedaagde] wil verhalen. Naar de kantonrechter begrijpt betoogt [gedaagde] hiermee dat niet is komen vast te staan dat Start People rechthebbende is op een eventuele vordering jegens [gedaagde] .

4.4.

Vooropgesteld wordt dat vast staat dat door de Franse politie op 28 april 2015 een boete is opgelegd van € 2.520,00 betreffende een voertuig met het kenteken [kenteken] , waarbij [gedaagde] bestuurder van het voertuig was.

Start People heeft gesteld dat de boete ter plaatse contant is betaald namens [bedrijfsnaam 1] middels het bedrijf [bedrijfsnaam 2] BVBA (hierna: [bedrijfsnaam 2] ) te [vestigingsplaats] (België). [gedaagde] heeft betoogd dat uit productie 1 bij de dagvaarding alleen maar blijkt dat hij € 2.520,00 heeft betaald, maar dat hij daartoe in staat is gesteld blijkt volgens [gedaagde] nergens uit. Daarin kan [gedaagde] niet worden gevolgd. Uit de door Start People als productie 13 overgelegde communicatie van rit 3 van 3 blijkt dat [gedaagde] zelf op 28 april 2015 bericht dat het geld is ontvangen en dat dit is bezorgd door een Fransman in een Jaguar. Uit de als productie 2 bij dagvaarding overgelegde factuur van [bedrijfsnaam 2] blijkt dat deze factuur ziet op een boete van € 2.520,00 betreffende een interventie in Frankrijk op 28 april 2015 en dat deze betrekking had op een voertuig met kenteken [kenteken] , zijnde het voertuig waarmee [gedaagde] op dat moment in Frankrijk reed. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook komen vast te staan dat het bedrijf [bedrijfsnaam 2]

op 28 april 2015 de boete van € 2.520,00 ter plaatse heeft voldaan aan [gedaagde] , die het bedrag vervolgens aan de Franse politie heeft gegeven. Tevens blijkt uit de voornoemde factuur dat [bedrijfsnaam 2] deze betaalde boete, vermeerderd met dossierkosten van € 160,00 vervolgens in rekening heeft gebracht bij [bedrijfsnaam 1] .

4.5.

[gedaagde] heeft verder betoogd dat bewijs ontbreekt van betaling van deze factuur door [bedrijfsnaam 1] aan [bedrijfsnaam 2] , dat ook de doorbelasting door [bedrijfsnaam 1] aan Start People niet is gebleken en dat niet is komen vast te staan dat Start People een bedrag van

€ 2.520,00 aan [bedrijfsnaam 1] heeft voldaan.

Uit het door Start People overgelegde rekeningafschrift (productie 17 bij de conclusie van repliek in conventie) kan worden afgeleid dat op 7 augustus 2015 een totaalbedrag van

€ 318.007,50 is afgeschreven. Verder kan uit de specificatie behorende bij dit bankafschrift worden afgeleid dat van dat bedrag een bedrag van € 2.680,00 ten gunste is gekomen van [bedrijfsnaam 1] . Anders dan [gedaagde] heeft betoogd is de kantonrechter van oordeel dat voldoende duidelijk blijkt dat de specificatie hoort bij het bankafschrift. Zowel het bankafschrift als de specificatie vermelden de boekingsdatum van 7 augustus 2015 en het totaalbedrag van de bedragen op de specificatie, die onderaan de specificatie is genoemd, is gelijk aan het totaal op 7 augustus 2015 afgeboekte bedrag van € 318.007,50. Uit het bankafschrift en de daarbij behorende specificatie kan evenwel niet worden afgeleid waarop de betreffende betaling van € 2.680,00 betrekking heeft. Een omschrijving van waarop de betaling betrekking heeft, ontbreekt immers. Uit de door Start People overgelegde stukken blijkt derhalve niet dat [bedrijfsnaam 1] een eventueel door haar aan [bedrijfsnaam 2] gedane betaling (van de factuur van 29 april 2015) aan Start People heeft doorbelast en dat Start People dit bedrag vervolgens aan [bedrijfsnaam 1] heeft voldaan. Evenmin blijkt uit de door Start People overgelegde stukken dat de factuur van [bedrijfsnaam 2] van 29 april 2015 door [bedrijfsnaam 1] is voldaan.

Gelet op het voorgaande is voorshands niet komen vast te staan dat Start People de kosten, waarvan zij in deze procedure betaling vordert van [gedaagde] , daadwerkelijk heeft gemaakt.

Nu Start People een uitdrukkelijk bewijsaanbod heeft gedaan, zal aan haar het leveren van bewijs van haar stellingen worden opgedragen. Op de rolzitting kan Start People bewijsmiddelen opgeven waarvan gebruik zal worden gemaakt.

4.6.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De kantonrechter

In conventie

5.1.

draagt Start People op om te bewijzen hetgeen is weergegeven onder 4.5., te weten: dat [bedrijfsnaam 1] de factuur van [bedrijfsnaam 2] van 29 april 2015 heeft voldaan, dat [bedrijfsnaam 1] deze betaling heeft doorbelast aan Start People en dat Start People dit bedrag vervolgens aan [bedrijfsnaam 1] heeft voldaan;

5.2.

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 31 januari 2018 te 11.00 uur teneinde Start People in de gelegenheid te stellen bij akte aan te geven op welke wijze zij bewijs wil leveren;

5.3.

bepaalt dat, indien Start People (mede) bewijs willen leveren door middel van schriftelijke bewijsstukken, zij die stukken op die rolzitting in het geding moet brengen;

5.4.

bepaalt dat, indien Start People bewijs wil leveren door middel van het horen van getuigen, zij op die rolzitting:

- de namen en woonplaatsen van de getuigen dient op te geven;

- moet opgeven op welke dagen alle partijen, hun (eventuele) advocaten/gemachtigden en de getuigen in de drie maanden nadien verhinderd zijn;

- zij bij die opgave ten minste vijftien dagdelen vrij dient te laten waarop het getuigenverhoor zou kunnen plaatsvinden;

5.5.

bepaalt dat:

- voor het opgeven van verhinderdata geen uitstel zal worden verleend;

- indien partijen geen gebruik maken van de mogelijkheid om verhinderdata op te geven de rechter eenzijdig een datum zal bepalen waarvan dan in beginsel geen wijziging meer mogelijk is;

- het getuigenverhoor zal kunnen worden bepaald op een niet daarvoor opgegeven dagdeel, indien bij de opgave minder dan het hiervoor verzochte aantal dagdelen zijn vrijgelaten;

5.6.

bepaalt dat de datum van het getuigenverhoor in beginsel niet zal worden gewijzigd nadat daarvoor dag en tijdstip zijn bepaald;

In conventie en reconventie

5.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op

17 januari 2018.