Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:1016

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-03-2018
Datum publicatie
20-03-2018
Zaaknummer
16/653312-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie Utrechtse mannen zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot gevangenisstraffen voor het plegen van een bedrijfsinbraak. In november 2017 braken ze in bij een bedrijf in Utrecht. Met de gestolen bankpassen en pincodes werd later meerdere keren gepind. De mannen wisten de toegangsdeur van het bedrijf te forceren. In één van de kantoorruimtes hebben ze een kluis meegenomen waar onder andere bankpassen en mobiele telefoons in lagen. Korte tijd later wordt er met de bankpassen geld opgenomen op verschillende locaties in Utrecht. Diezelfde ochtend ziet een getuige hoe twee mannen een deel van de kluis dumpen in een bosschage, waarna hij de politie waarschuwt. De mannen gaan ervandoor in een witte auto. Mede dankzij deze getuige kan de gealarmeerde politie de verdachten aanhouden. Agenten vinden bij de dumpplaats een verse voetafdruk in een molshoop. Bij de aanhouding heeft één van de verdachten een opvallende hoeveelheid zand onder zijn linkerschoen. Ook past zijn zool in de voetafdruk die achtergelaten is in de molshoop. Volgens de rechtbank hebben de verdachten zich enkel laten leiden door hun zucht naar geldelijk gewin. Ze hebben geen enkel respect getoond voor andermans eigendommen. Doordat de verdachten allemaal al eens zijn veroordeeld en gelet op de ernst van de diefstal is een deels voorwaardelijke gevangenisstraf volgens de rechtbank een gepasseerd station. De twee 26-jarige verdachten zijn veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf, de 34-jarige verdachte tot 5 maanden gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/653312-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 20 maart 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1983] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 maart 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C. Goedegebuure en van hetgeen verdachte en mr. A.M.R. van Ginneken, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 10 november 2017 te Utrecht samen met (een) ander(en) een inbraak heeft gepleegd en daarbij een kluis met inhoud heeft weggenomen;

feit 2: op verschillende momenten op 10 november 2017 te Utrecht samen met (een) ander(en) geldbedragen heeft weggenomen van [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] B.V door middel van het gebruik van bankpassen en/of een creditcard met bijbehorende pincode, welke code niet bedoeld en/of bestemd was voor gebruik door verdachte en/of zijn mededaders;

feit 3: op 10 november 2017 te Utrecht een geldbedrag heeft witgewassen;

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 HOOFDVRAGEN

De rechtbank moet vervolgens beoordelen of bewezen is dat de ten laste gelegde feiten door de verdachte zijn begaan (rubrieken 5 en 6) en, zo ja, welk strafbaar feit het bewezenverklaarde volgens de wet oplevert (rubriek 7). Indien wordt aangenomen dat de feiten bewezen en strafbaar zijn, dan moet de rechtbank oordelen over de strafbaarheid van de verdachte (rubriek 8) en over de oplegging van straf (rubriek 9).

5 WAARDERING VAN HET BEWIJS

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat dat feit weliswaar wettig en overtuigend bewezen kan worden, maar het geen strafbaar feit oplevert in de zin van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr.) De officier van justitie heeft dan ook gevorderd verdachte van dat feit te ontslaan van alle rechtsvervolging.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde. Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat, gelet op onder meer de bekennende verklaring van verdachte, dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. Als gevolg van deze bewezen verklaring dient verdachte, overeenkomstig de motivering van de officier van justitie, met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, aldus de raadsvrouw.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

5.3.1

De bewijsmiddelen 1

T.a.v. feit 1, 2 en 3:

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 10 november 2017, dossierpagina’s 105 t/m 108, inclusief bijlage goederen, inhoudende – zakelijk weergegeven – de aangifte van [benadeelde 1] , namens [benadeelde 2] , naam rechtspersoon [benadeelde 3] B.V.:

Ik ben directeur van het bedrijf [benadeelde 2] gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Gisteren, donderdag 9 november 2017 heeft een collega omstreeks 17.55 uur het alarm erop gezet van onze afdeling. Op vrijdag 10 november 2017 omstreeks 00.30 uur en 04.30 uur werd ik gebeld door de SMC alarmcentrale. Ik hoorde van de centralist dat er meerdere alarmen waren binnen gekomen. (…) Vanochtend omstreeks 07.45 uur werd ik door collega’s [A] en [B] gebeld dat er daadwerkelijk was ingebroken. (…) Kennelijk is men binnengekomen via de normale toegangsdeur waarna men vervolgens de toegangsdeur op de eerste verdieping heeft geforceerd middels een steen en een stoeptegel. (…) ik zag dat de ruit van de toegangsdeur vernield was. (…) Ik ben met de politie meegelopen en zag dat de toegangsdeur van mijn kantoor was geforceerd. (…) Ik zag verder dat de grijze kluis (…) was weggenomen. In deze kluis zaten (…) enkele ING pinpassen met bijbehorende pincodes. (…)

Toen de politie nog ter plaatse was heb ik gebeld met de ING bank. Ik hoorde toen dat er met de weggenomen ING-bankpassen was gepind.

-10-11-2014 4.04 uur pintransactie van 130,- euro op het Hammerskjoldhof te Utrecht van rekeningnummer ** [rekeningnummer] ;

-10-11-2014 05.13 uur 180,- euro gepind op de Oudegracht (automaat 427) van rekeningnummer ** [rekeningnummer] .2

Bijlage goederen: 10 (…) mobiele telefoons.3

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 10 november 2017, dossierpagina’s 183 t/m 185, inhoudende – zakelijk weergegeven – de verklaring van [getuige] :

Op vrijdag 10 november 2017 omstreeks 07.05 uur liep ik door het park Krommerijn. (…) Ik hoorde een hele harde plons. Ik keek op en zag aan de overkant van de Krommerijn twee personen staan. (…) Ik zag dat zij net naast de bosschages stonden, bij een grote boom. Dit was vlak naast de Prinsebrug. (…) Ik zag dat zij opkeken en naar een witte Volkswagen Golf of Polo toe renden. Ik liep snel naar de brug toe om dichterbij te komen om het beter te kunnen zien. Ik zag toen dat er een man met een stevig/fors postuur iets uit de achterbak van de witte golf/polo pakte. Ik zag dat het iets groots was. Ik zag dat hij dat in de bosschages naast de Prinsebrug gooide en snel in de witte auto stapte en dat de auto weg reed in de richting van de Koningsweg. Ik ben bij de bosschages gaan kijken. (…) Het was een kluisdeur (…).4

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 november 2017, dossierpagina’s 109 en 110, inhoudende – zakelijk weergegeven – de bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :

(…) Op (…) 10 november 20175 (…) Ik, [verbalisant 1] , heb via de telefoon (…) een foto van de aangetroffen kluisdeur ontvangen. Ik toonde hierop de foto aan de aangever (…). Ik [verbalisant 1] , hoorde de aangever zeggen dat bijna zeker was dat het zijn kluisdeur betrof. Hierop gaf de aangever ons de kluissleutel (…). (…) Hierop pasten wij de verkregen sleutel op de kluisdeur. Wij zagen dat de sleutel omgedraaid kon worden en van het slot ging. Hieruit maakten wij op dat de kluisdeur afkomstig is van de [adres] te [vestigingsplaats] .6

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 november 2017, dossierpagina’s 137 t/m 139, inhoudende – zakelijk weergegeven – de bevindingen van [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :

Omstreeks 07:20 uur, hoorden wij van het Operationele Centrum dat er zojuist een kluis in het water was gedumpt in de Krommerijn en dat hierbij een witkleurig voertuig was weggereden in de richting van de Koningslaan. Wij hoorden dat het voertuig een Volkswagen betrof, vermoedelijk type Golf of Polo. Hierop zijn wij direct in die richting gereden. Toen ik, [verbalisant 3] , over de Catherijnesingel reed, zag ik ter hoogte van de Martinusbrug een witkleurige Volkswagen Polo aan komen rijden. (…) Op de Adelaarsstraat heb ik, [verbalisant 3] , het voertuig een zogenaamd “stopteken” gegeven. Wij zagen dat de inzittenden de volgende posities hadden:7

-bestuurder [medeverdachte 1]

-bijrijder [medeverdachte 2]

-achter bestuurder [verdachte]

(…)

(…) Hierop werd ik, [verbalisant 3] , gebeld door collega [verbalisant 5] , welke op dat moment bij de melder stond op de plaats waar de kluis mogelijk gedumpt was. Ik hoorde [verbalisant 5] tegen mij zeggen dat één van de verachten in een molshoop was getrapt, waarbij een zeer duidelijke schoenafdruk was achtergebleven in het zand. Ik hoorde [verbalisant 5]8 [verbalisant 5] zeggen dat hij een foto van de schoenzool had verzonden. Ik heb hierna de foto bekeken. Ik zag dat het inderdaad een zeer duidelijke schoenzool betrof van een linkerschoen. Ik zag dat er duidelijke honingraten te zien waren met daarbij een diagonale streep en een “nike” teken. (…) Wij zagen dat de schoenzolen van [medeverdachte 1] exact overeenkwamen met als hierboven omschreven. (…) Tevens zagen wij dat er een opvallende hoeveelheid zand onder de linkerschoen van [medeverdachte 1] zat.(…) Tijdens de insluitingsfouillering viel het ons op dat de verdachten allemaal vrij nieuwe briefjes van 50 euro in het bezit hadden.9

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 november 2017, dossierpagina’s 140 en

141 , inhoudende – zakelijk weergegeven – de bevindingen van [verbalisant 5] en [verbalisant 6] :

Op 10 november 2017 (…). (…) omstreeks 07:20, kregen wij de melding om te gaan naar de Krommerijn. (…) Ik hoorde de melder zeggen dat we ter hoogte van de Prinsebrug moesten zijn. (…) De mannen hadden voor ze wegreden nog snel iets in de struiken gegooid. Ik hoorde de melder zeggen dat hij was gaan kijken en dat hij toen een deur van een kluis had aangetroffen. (…) Vanaf onze kant gezien zagen wij dat er rechts van de brug, aan de waterkant een kluisdeur lag. De kluisdeur lag ter hoogte van de bosschages en een grote boom. Wij zagen dat er, ongeveer 5 meter naar rechts, een verse voetafdruk in een hoop modder stond. Ik, [verbalisant 5] , heb een foto gemaakt van het voetspoor en ik heb deze naar collega [verbalisant 3] gestuurd.10 Wij hoorden de melder zeggen dat de mannen in het gebied ter hoogte van de bosschages en de boom hadden gestaan.11

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 november 2017, dossierpagina 182, inhoudende – zakelijk weergegeven – de bevindingen van [verbalisant 7] :

(…) Ik heb uit de fouillering van verdachte [medeverdachte 1] het volgende gehaald:

7 maal een bankbiljet van 50 euro.

1. maal een bankbiljet van 20 euro.

(…) totaal 370 euro.

(…)

Ik heb uit de fouillering van verdachte [medeverdachte 2] het volgende gehaald:

6 maal een bankbiljet van 50 euro.

(…) totaal 300 euro

Ik heb uit de fouillering van verdachte [verdachte] het volgende gehaald:

8 maal een bankbiljet van 50 euro.

2 maal een bankbiljet van 20 euro.

(…) totaal 420 euro.12

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 november 2017, dossierpagina 255 t/m 261, inhoudende – zakelijk weergegeven – de bevindingen van [verbalisant 8] :

Op 10 november 2017, vond er een diefstal uit een geldautomaat plaats op het Smaragdplein te Utrecht. Op het Smaragdplein, is een pinautomaat van de Rabobank gevestigd. In en om de pinautomaat van de Rabobank zijn bewakingscamera’s aanwezig. (…) Op de beelden was een datum en tijdstip te zien.

Door mij werd het navolgende bevonden:

03:55:16 Er komt een klein witte auto voorbij rijden.13

03:55:38 De personenauto wordt op de hoek geparkeerd en er stappen een aantal personen uit (…) Het blijken 3 verdachten te zijn (…).14

03:56:08 Verdachte 1 komt aangelopen bij de pinautomaat, hij heeft een pleister op zijn rechterwijsvinger en een zilverkleurig bandje om zijn linkerpols (…)15

03:56:14 Verdachte 2 is erbij komen staan. Hij heeft een horloge om zijn linkerpols.

03:56:37 Er wordt een bedrag van € 750 gepind.16

03:56:34 Ook verdachte 3 is bij de pinautomaat komen staan.

03:56:36 Verdachte 2 pakt het geld aan en stopt dit in zijn binnenzak.17

03:58:11 De 3 verdachten lopen weg richting de witte auto. Hierbij kijkt verdachte 3 even om en is zijn gezicht gedeeltelijk zichtbaar.18

03:58:50 Alle 3 stappen ze in de witte auto die vervolgens met gedoofde lichten uit beeld wegrijdt.19

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 november 2017, dossierpagina 264, inhoudende – zakelijk weergegeven – de bevindingen van [verbalisant 7] :

Op (…) 15 november 2017 heeft verbalisant [verbalisant 8] camerabeelden bekeken van een pintransactie aan het Smaragdplein te Utrecht. Deze transactie is gedaan met een creditcard welke is weggenomen bij een inbraak aan de [adres] , gepleegd op vrijdag 10 november 2017. (…)

Er wordt in het proces-verbaal gesproken over verdachte 1. Gezien het kledingsignalement, de pleister om de rechtervinger en het zilverkleurige bandje om de linkerpols komt het overeen met de aangehouden verdachte genaamd:

Naam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Er wordt in het proces-verbaal gesproken over verdachte 2. Gezien het kledingsignalement en het horloge om de linkerpols komt het overeen met de aangehouden verdachte genaamd:

Naam: [medeverdachte 1]

Voornamen: [medeverdachte 1]

Er wordt in het proces-verbaal gesproken over verdachte 3. Gezien het kledingsignalement en herkenning van het gezicht komt dit overeen met de aangehouden verdachte genaamd:

Naam: [medeverdachte 2]

Voornamen: [medeverdachte 2]

In het proces-verbaal is om 03:55:16 een kleine witte auto te zien. Ik kan zeggen dat dit een witte Volkswagen Polo betreft.20

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 november 2017, dossierpagina 267, inhoudende – zakelijk weergegeven – de bevindingen van [verbalisant 9] :

Op (…) 13 november 2017 (…) heb ik verbalisant [verbalisant 9] telefonisch gesproken met aangever [benadeelde 1] . Daarnaar gevraagd verklaarde hij:

-dat er inderdaad 750 euro was afgeschreven van de Rabo-bankrekening: ** [rekeningnummer] met een Rabo-creditcardnummer ** [rekeningnummer] .

-dat dit was gebeurd op 10 november 2017 te 03.57 uur.21

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 november 2017, dossierpagina 163 t/m 167, inhoudende – zakelijk weergegeven – de bevindingen van [verbalisant 7] :

Op (…) 10 november 2017, vond er een inbraak bedrijf plaats op de [adres] te [vestigingsplaats] . (…) Bij deze inbraak zijn diverse pinpassen weggenomen. Deze pinpassen zijn op vrijdag 10 november 2017 gebruikt bij pintransacties bij een ING betaalautomaat aan het Hammerskjoldhof (…) in Utrecht. Op de beelden was datum en tijdstip te zien. Door mij werd het navolgende bevonden:

04:03:38 Verdachte 1 komt de hoek om en loopt richting pinautomaat. Man draagt een zwarte The North Face jas met capuchon, zwarte trainingsbroek en lichtkleurige sneakers.22

04:03:42 Verdachte 1 begint pintransactie.

04:03:51 Verdachte 2 komt de hoek om. Verdachte 2 draagt een donkerkleurige pet met een klein wit logo in het midden, een gewatteerde jas, een zwarte trainingsbroek met strepen aan de zijkant en daaronder zwarte sneakers met een witte zool.

04:03:56 Verdachte 2 roept de pincode naar verdachte 1 welke aan het pinnen is. (…)

04:04:04 Verdachte 2 loopt richting verdachte 1 welke nog steeds aan het pinnen is. Hierop heeft verdachte 2 een papiertje vast met daarop kennelijk de code van de pinpas.23

04:04:12 Verdachte 3 komt de hoek om en voegt zich bij verdachte 1 en 2. Verdachte 3 draagt een ¾ jas met capuchon, een lichtkleurige broek met daaronder lichtkleurige schoenen.

04:04:15 De drie verdachten staan bij de pinautomaat. Hierbij wordt gesproken over het feit dat er maar 130 euro gepind kan worden. (…)24

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 november 2017, dossierpagina 168 en 169, inhoudende – zakelijk weergegeven – de bevindingen van [verbalisant 7] :

Op (…) 12 november 2017 (…) heb ik, verbalisant [verbalisant 7] , de camerabeelden bekeken van de pintransacties bij de ING pinautomaat gelegen aan het Hammerskjoldhof in Utrecht. (…) In mijn proces-verbaal van de camerabeelden heb ik het over verdachte 1. Deze verdachte draagt op de camerabeelden een zwarte The North Face jas met capuchon, een zwarte trainingsbroek, met daaronder lichtkleurige sneakers. Ik heb deze verdachte gezien bij de insluiting en bij het verhoor voor zijn inverzekeringstelling. Ik heb het over de volgende verdachte: [medeverdachte 1] . (…)

In mijn proces-verbaal van de camerabeelden heb ik het over verdachte 2. Deze verdachte draagt een donkerkleurige pet met wit logo in het midden, een gewatteerde jas, een zwarte trainingsbroek met strepen aan de zijkant en daaronder zwarte sneakers met witte zool. Ik zag dat de verdachte een fors postuur had. Ik heb deze verdachte gezien tijdens het verhoor voor inverzekeringstelling. Ik heb het over de volgende verdachte: [medeverdachte 2] . (…)

In mijn proces-verbaal camerabeelden heb ik het over verdachte 3. Deze verdachte draagt op de camerabeelden een ¾ jas met capuchon, een lichtkleurige broek met daaronder lichtkleurige schoenen. Ik zag dat de verdachte een slank postuur had. Ik heb deze verdachte gezien bij zijn verhoor inverzekeringstelling. Ik heb het over de volgende verdachte: [verdachte] .25

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 november 2017, dossierpagina 238 t/m 240, inhoudende – zakelijk weergegeven – de bevindingen van [verbalisant 7] :

Bij de pintransactie gedaan bij de ING pinautomaat aan het Hammerskjoldhof zijn ook camerabeelden van een wit voertuig. Dit voertuig, een witte Volkswagen Polo, is kort voor de pintransactie gezien op het hoekje Bernadottelaan met de Trumanlaan. (…) Op de beelden was datum en tijdstip te zien. Door mij werd het navolgende bevonden:

04:01.45 Witte Volkswagen Polo komt vanaf de Trumanlaan aangereden.26

04:01.47 Witte Volkswagen Polo slaat rechtsaf naar de Bernadottelaan

04:03:36 Een schim komt vanaf de Bernadottelaan voorbij lopen richting het Hammerskjoldhof in de richting van de ING pinautomaat.

04:03:45 Een tweede schim komt vanaf dezelfde locatie aangelopen en loopt ook richting het Hammerskjoldhof in de richting van de ING pinautomaat

04:04:09 Een derde schim komt vanaf dezelfde locatie aangelopen en loopt ook in de richting van het Hammerskjoldhof in de richting van de ING pinautomaat.27

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 november 2017, dossierpagina 174 t/m 176, inhoudende – zakelijk weergegeven – de bevindingen van [verbalisant 7] :

Op (…) 10 november 2017, vond er een inbraak plaats bij een bedrijf gevestigd aan de [adres] te Utrecht. Bij deze inbraak bedrijf zijn diverse pinpassen weggenomen. Deze pinpassen zijn op (…) 10 november 2017 gebruikt bij pintransacties bij een ING pinautomaat aan de Oudegracht 427 (…) te Utrecht. (…) Op de beelden was datum en tijdstip te zien. Door mij werd het navolgende bevonden:

05:13:07 Verdachte 1 komt in beeld. Te zien is dat verdachte 1 een lichtkleurige broek draagt met lichtkleurige sneakers.28

05:13:08 Verdachte 1 heeft een oranjekleurige pinpas in zijn hand en begint de pintransactie. Verder draagt verdachte 1 een groenkleurige jas.

05:13:13 Verdachte 1 krijgt gezelschap van verdachte 2. Dit is de verdachte met het zwarte The North Face jas met capuchon.

05:13:45 Verdachte 3 komt in beeld en gaat links achter verdachte 1 staan. Verdachte 3 heeft een pet op en draagt een donker gewatteerde jas met hoge kraag. Op de pet is een lichtkleurig symbool te zien in het midden.

05:13:55 Verdachte 1 geeft de pinpas over aan verdachte 3.29

05:14:03 Als verdachte 1 wegdraait van de pinautomaat is er op zijn rechterhand een pleister te zien. Deze pleister zit om de wijsvinger van verdachte 1.

05:14:05 Tijdens de pintransactie is te zien dat verdachte 1 een zilverkleurig horloge draagt om zijn linkerpols. Dit is op beide foto’s goed te zien.30

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 november 2017, dossierpagina 177, inhoudende – zakelijk weergegeven – de bevindingen van [verbalisant 7] :

Op (…) heb ik, verbalisant [verbalisant 7] , de camerabeelden bekeken van de pintransactie bij de ING pinautomaat gelegen aan de Oudegracht 427 te Utrecht. (…)

In mijn proces-verbaal heb ik het over verdachte 1. Deze draagt een groene jas met daaronder een lichtkleurige broek en lichtkleurige sneakers. Verder is op de beelden te zien dat verdachte 1 een pleister draagt om zijn rechterwijsvinger, en om zijn linkerpols een zilverkleurig horloge. Ik heb deze verdachte gehoord voor zijn inverzekeringstelling. Ik heb het over: [verdachte] (…).

In mijn proces-verbaal heb ik het over verdachte 2. Van verdachte 2 is alleen zijn jas te zien. Dit betreft een zwarte The North Face jas met capuchon. Deze verdachte heb ik gezien tijdens zijn insluiting. Ik heb het over de volgende verdachte: [medeverdachte 1] (…).

In mijn proces-verbaal heb ik het over verdachte 3. Deze draagt een donkerkleurige gewatteerde jas met hoge kraag. Ook draagt verdachte 3 een petje met een lichtkleurig symbool. Deze verdachte heb ik gehoord voor zijn inverzekeringstelling. Ik heb het dan over de volgende verdachte: [medeverdachte 2] (…).31

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 november 2017, dossierpagina 242, inhoudende – zakelijk weergegeven – de bevindingen van [verbalisant 7] :

Op (…) 13 november 2017 (…) heb ik verbalisant, een onderzoek ingesteld naar de betrokken Volkswagen Polo, kleur wit, kenteken [kenteken] (…) Onder de achterbank is een set textiel handschoenen grijs van kleur aangetroffen (…) Onder een opbergruimte onder de bijrijdersstoel trof ik de volgende goederen aan: (…) een set leren handschoenen, (…) een apparaat gemaand Laser C308+. Dit apparaat detecteert camera’s als deze zich in de omgeving bevinden. (…) In het dashboardkastje: een werkhandschoen zwart van kleur (…) een werkhandschoen met een grijze bovenkant. In een vakje onder het dashboardkastje werd een bivakmuts zwart van kleur aangetroffen.32

De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 maart 2018, inhoudende

– zakelijk weergegeven – als volgt:

Op 10 november 2017 was ik in Utrecht aanwezig bij de pintransacties aan het Smaragdplein om ongeveer 03.56 uur, de Hammerskjoldhof om ongeveer 04.03 uur en de Oudegracht om ongeveer 05:13 uur. Ik was daar samen met anderen. U, jongste rechter, toont mij een foto van de pintransactie op het Smaragdplein. Ik herken mezelf op de beelden en ik word door de verbalisant verdachte 1 genoemd.

5.3.2

Overwegingen van de rechtbank

5.3.2.1 Overwegingen ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde

De raadsvrouw heeft – kort gezegd – aangevoerd dat verdachte weliswaar het onder 2 ten laste gelegde heeft bekend, maar dat er onvoldoende bewijsmiddelen voorhanden zijn om verdachte te koppelen aan het onder 1 ten laste gelegde. Hierbij heeft zij er op gewezen dat verdachte pas een paar uur na de inbraak in het bezit was van de bankpassen/creditcard.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank acht op grond van de hiervoor genoemde verklaringen van de aangever, de camerabeelden met betrekking tot de pintransacties aan het Smaragdplein (ongeveer 03.56 uur), de Hammerskjoldhof (ongeveer 04.03 uur) en de Oudegracht (ongeveer 05:13 uur), de herkenningen van de verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] door de verbalisanten, het aantreffen van een totaal geldbedrag bij de verdachten (waaronder vrij veel nieuwe briefjes van € 50,--) dat nagenoeg gelijk is aan het totaal gepinde bedrag en de bekennende verklaring van verdachte wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 2 ten laste is gelegd.

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde zal moeten worden vastgesteld of verdachte, al dan niet in vereniging, onder meer de bankpassen/creditcard en bijbehorende pincodes, die hij voorhanden heeft gehad en waarmee is gepind, ook zelf heeft gestolen. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (vgl. HR 19 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK2880) kan aan het enkele voorhanden hebben van de gestolen goederen niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat verdachte en zijn mededaders de betreffende goederen daadwerkelijk hebben gestolen en in casu de bedrijfsinbraak zouden hebben gepleegd. Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat voorhanden hebben moet worden gehecht zijn de feiten en omstandigheden van het geval van belang.

Uit vorenstaande bewijsmiddelen blijkt van de navolgende feiten en omstandigheden:

  • -

    op 10 november 2017 omstreeks 00.30 uur en 04.30 uur hoorde aangever van de centralist dat er in het bedrijfspand aan de Kanaalweg te Utrecht was ingebroken;

  • -

    bij deze inbraak is een kluis weggenomen, met daarin onder meer bankpassen en een creditcard met bijhorende pincodes;

  • -

    om ongeveer 03.56 uur (Smaragdplein), 04.03 uur (Hammerskjoldhof) en 05.13 uur (Oudegracht) wordt, zoals door de rechtbank reeds hiervoor is vastgesteld, door [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] met de weggenomen bankpassen/creditcard en bijbehorende pincodes geld opgenomen bij de genoemde pinautomaten in Utrecht;

  • -

    op de beelden met betrekking tot de geldopname aan het Smaragdplein en de Hammerskjoldhof is te zien dat de daders gebruik maken van een witte Volkswagen Polo;

  • -

    even na 07.00 uur wordt door een melder/getuige gezien dat mannen iets in het water gooien bij de Krommerijn en dat mannen iets in de bosschages gooien. Als de melder gaat kijken blijkt dit een kluisdeur te zijn;

  • -

    de mannen zouden volgens de melder/getuige in een witte Volkswagen Golf of Polo zijn weggereden in de richting van de Koningsweg te Utrecht;

  • -

    de aangetroffen kluisdeur blijkt afkomstig uit het bedrijfspand aan de Kanaalweg;

  • -

    na de melding zijn verbalisten direct in de richting van melder gereden en zagen vanuit de richting van de Koningsweg een witte Volkswagen Polo rijden;

  • -

    in de auto zaten onder meer [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] ;

  • -

    in de auto werden meerdere handschoenen, een cameradetector en een bivakmuts aangetroffen.

Op grond van de vorenstaande feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel, dat gelet op het korte tijdsverloop tussen de alarmmeldingen van de inbraak, waarbij de rechtbank er gelet op het eerste moment van pinnen vanuit gaat dat deze inbraak rond 00.30 uur heeft plaatsgevonden, en het pinnen met de bij de inbraak weggenomen bankpassen/creditcard, het ervoor wordt gehouden dat verdachte de inbraak samen met zijn mededaders heeft gepleegd, tenzij hij voor de aanwezigheid van die bankpassen/creditcard en het pinnen daarmee een aannemelijke verklaring heeft. Verdachte heeft verklaard dat hij door iemand was benaderd voor een klusje en dat dat klusje enkel bestond uit het pinnen van geld met de bankpassen/creditcard. Met de inbraak had hij niets te maken. De rechtbank acht deze verklaring in het licht van de vorenstaande bewijsmiddelen ongeloofwaardig en acht het onder 1 en 3 ten laste gelegde op grond van de bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien wettig en overtuigend bewezen.

6 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

hij op 10 november 2017 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

kluis, inhoudende onder andere meerdere mobiele telefoons, bankpassen en een

creditcard, toebehorende aan [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] B.V., waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

2.

hij op tijdstippen, op 10 november 2017 te Utrecht, tezamen en in vereniging met

anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geldbedragen, toebehorende aan [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] B.V., waarbij verdachte en zijn mededaders die weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten meer bankpassen en een creditcard met bijbehorende pincode welke code niet bedoeld en/of bestemd was voor gebruik door verdachte en zijn mededader;

3.

hij op 10 november 2017, te Utrecht, een voorwerp, te weten een geldbedrag, heeft verworven en voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, wist dat dat

voorwerp onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder de feiten 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

7 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

De rechtbank overweegt omtrent het onder feit 3 bewezen verklaarde als volgt.

Het onder 3 bedoelde geldbedrag heeft verdachte verworven en voorhanden gehad door het plegen van het onder 2 bewezen verklaarde, namelijk door het pinnen van geld met gestolen bankpassen en een creditcard. Niet is gebleken dat verdachte gedragingen heeft verricht om de criminele herkomst van het geldbedrag te verbergen of te verhullen. Het bewezenverklaarde kan daarom niet als witwassen in de zin van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht worden gekwalificeerd. De kwalificatie-uitsluitingsgrond, zoals ontwikkeld in de jurisprudentie, is van toepassing. De rechtbank zal, overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie en de verdediging, verdachte dan ook ten aanzien van dat feit ontslaan van alle rechtsvervolging.

Met betrekking tot het onder 1 en 2 bewezen verklaarde is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

8 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9 OPLEGGING VAN STRAF

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar onder 1 en 2 bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 4 maanden, met aftrek van het voorarrest.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, in geval de rechtbank tot bewezenverklaring komt van de feiten, bepleit aan verdachte geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de duur van het ondergane voorarrest, naar berekening van de raadsvrouw 57 dagen. In het geval de rechtbank dat aangewezen acht zou hiernaast nog een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd kunnen worden met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. De raadsvrouw heeft echter verzocht de bijzondere voorwaarde van – kort gezegd –Electronisch Toezicht niet op te leggen. De raadsvrouw heeft verzocht het bevel tot voorlopige hechtenis bij uitspraak op te heffen.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak. Met de bij deze inbraak weggenomen bankpassen en de daarbij bijbehorende pincodes hebben zij driemaal een bedrag opgenomen. Verdachte heeft met zijn handelswijze aangetoond geen enkel respect te hebben voor andermans eigendommen, geen oog gehad voor de schade die hij heeft veroorzaakt en zich kennelijk enkel laten leiden door zijn zucht naar geldelijk gewin.

Verdachte heeft weliswaar het pinnen van geld met de gestolen bankpassen/creditcard bekend, maar geen volledige openheid gegeven omtrent de door hem gepleegde misdrijven en geenszins aangetoond het laakbare van zijn handelen in te zien.

Uit het strafblad van verdachte van 23 januari 2018 is gebleken dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten en dat de laatste onherroepelijke veroordeling dateert van 11 oktober 2013. Verdachte is toen ter zake van onder meer een diefstal met braak en inklimming veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Aan verdachte zijn toen ook bijzonder voorwaarden opgelegd, waaronder een reclasseringstoezicht. Deze eerdere veroordelingen en aan hem opgelegde bijzondere voorwaarden hebben verdachte kennelijk niet weerhouden opnieuw misdrijven te plegen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op de ernst van de feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Bij de hoogte van de op te leggen straf neemt de rechtbank als uitgangspunt de rechterlijke (LOVS) oriëntatiepunten. In deze oriëntatiepunten wordt bij een inbraak in een bedrijfspand, waarbij sprake is van recidive, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 weken genoemd. In deze zaak houdt de rechtbank in strafverzwarende zin er rekening mee dat de bedrijfsinbraak in vereniging is gepleegd. Daarnaast heeft de verdachte zich nog schuldig gemaakt aan het meermalen in vereniging stelen van geld door gebruikmaking van gestolen bankpassen/creditcard en bijbehorende pincodes.

Gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de proceshouding van verdachte en rekening houdend met hetgeen hiervoor is weergegeven over verdachtes strafrechtelijke verleden acht de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, met eventueel daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden, een gepasseerd station. De eerder aan hem geboden kansen heeft verdachte kennelijk niet of niet voldoende aangegrepen. Het feit dat de voorlopige hechtenis is geschorst met oplegging van bijzondere voorwaarden en verdachte zich aan de voorwaarden heeft gehouden, maakt het oordeel over het niet opleggen van een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf niet anders.

Alles afgewende acht de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

De rechtbank zal het bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

10 BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde [benadeelde 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. De schriftelijk ingediende vordering is nauwelijks ingevuld en er wordt geen schadebedrag genoemd. Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in zijn vordering.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart het onder 1, 2 en 3 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 7 is vermeld;

- verklaart het onder 3 bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging ten aanzien van dat feit;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Benadeelde partij

- verklaart [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;

Voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. Schotman, voorzitter, mrs. L.C, Michon en C. van de Lustgraaf, rechters, in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 maart 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 november 2017 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

kluis, inhoudende onder andere meerdere mobiele telefoons, bankpassen en een

creditcard, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1]

, [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] B.V., in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen, of omstreeks 10 november 2017 te Utrecht,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen geldbedragen, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3]

B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die

weg te nemen geldbedragen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van een valse sleutel, te weten één of meer bankpassen en/of een

creditcard met bijbehorende pincode welke code niet bedoeld en/of bestemd was

voor gebruik door verdachte en/of zijn mededaders;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 10 november 2017, te Utrecht,

althans in Nederland,

een voorwerp, te weten een geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden heeft

gehad

terwijl hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat

voorwerp onmiddellijk afkomstig was uit enig eigen misdrijf;

art 420bis.1 Wetboek van Strafrecht

art 420qtr.1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal met registratienummer PL0900-2017344339 Z (pagina 1 t/m 285) bevinden, volgens de in dat proces-verbaal toegepaste nummering. Wanneer paginanummers verwijzen naar andere processen-verbaal, dan wordt dit expliciet vermeld. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal die op ambtseed of ambtsbelofte en in de wettelijke vorm zijn opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Proces-verbaal van verhoor van aangever [benadeelde 1] , pag. 106.

3 Goederenbijlage bij voornoemde aangifte, pag. 108.

4 Proces-verbaal van verhoor van [getuige] , pag. 183.

5 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pag. 109.

6 Idem, pag. 110.

7 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , pag. 137.

8 Idem, pag. 138.

9 Idem, pag. 139.

10 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 5] en [verbalisant 6] , pag. 140.

11 Idem, pag. 141.

12 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] .

13 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 8] , pag. 255.

14 Idem, pag. 256.

15 Idem, pag. 257.

16 Idem, pag. 258.

17 Idem, pag. 259.

18 Idem, pag. 260.

19 Idem, pag. 261.

20 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] , pag. 264.

21 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 9] , pag. 267.

22 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] , pag. 163.

23 Idem, pag. 164.

24 Idem, pag. 165.

25 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] , pag. 168.

26 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] , pag. 238.

27 Idem, pag. 239.

28 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] , pag. 174.

29 Idem, pag. 174

30 Idem, pag. 176.

31 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] , pag. 177.

32 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7] , pag. 242.