Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2018:1003

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-03-2018
Datum publicatie
19-03-2018
Zaaknummer
16/660214-17 en 16/174582-16 (vordering tenuitvoerlegging) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee mannen van 21 en 23 jaar uit Huizen zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot gevangenisstraffen tot zes maanden voor de diefstal van een kluis uit een woning in Hoogland. Door gebruik te maken van een breekijzer wisten de mannen de deur van de woning te forceren. Op 1 december 2017 zagen meerdere getuigen hoe de mannen de kluis in een klaarstaande auto tilden. Volgens de rechtbank was er sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten. De gealarmeerde politie wist de auto met drie inzittenden staande te houden. Op de achterbank lagen twee breekijzers. De 21-jarige man is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden. De rechtbank weegt strafverzwarend mee dat de man geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Ook is hij eerder veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten. Vanwege deze eerdere veroordeelding moet de man een voorwaardelijk opgelegde straf van twee maanden alsnog uitzitten. De 23-jarige man is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 90 dagen, waarvan 56 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast moet hij een taakstraf van 120 uur uitvoeren. De derde verdachte staat later terecht voor de woninginbraak en diefstal van de kluis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/660214-17 en 16/174582-16 (vordering tenuitvoerlegging) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 19 maart 2018

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1994] te [geboorteplaats] (Slowakije),

wonende te [adres] , [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 5 maart 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie, mr. drs. T. van Haaren-Paulus, en van hetgeen verdachte en mr. T.J. Roest Crollius, advocaat te Woerden, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 1 december 2017 te Hoogland, gemeente Amersfoort, samen met anderen een kluis uit een woning heeft weggenomen, waarbij zij zich de toegang tot die woning hebben verschaft door middel van braak.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Verdachte heeft het tenlastegelegde feit bekend en door de raadsman van verdachte is geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van
artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met onderstaande opsomming van de bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte door [verbalisant 1] , gedaan namens [benadeelde] , d.d. 1 december 2017;2

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 5 maart 2018.3

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op of omstreeks 01 december 2017 te [woonplaats] , gemeente Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/ uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een kluis, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) , waarbij verdachte en /of zijn mededader ( s ) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/ hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking .

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 56 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren;

- een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

De officier van justitie heeft gevorderd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op te

heffen.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verklaard dat de door de officier van justitie geëiste straf redelijk is.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Woninginbraken leveren niet alleen schade, overlast en een ernstige inbreuk op de privacy voor de slachtoffers op, maar leiden ook tot onrust en gevoelens van onveiligheid in de buurt. Verdachte heeft zich enkel laten leiden door eigen financieel gewin en heeft zich niet bekommerd om de gevolgen die zijn handelen heeft op de slachtoffers en de maatschappij. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij op zitting openheid van zaken heeft gegeven.

Persoonlijke omstandigheden

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van verdachte rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 24 januari 2018;

- een advies van de reclassering d.d. 28 februari 2018, opgesteld door J. Hoekstra.

Uit het uittreksel justitiële documentatie is gebleken dat verdachte niet eerder is veroordeeld

wegens het plegen van vermogensdelicten.

Uit het advies van de reclassering blijkt dat verdachte een nuttige dagbesteding in de vorm van werk heeft, zich financieel goed kan redden en geen problemen heeft op het gebied van middelengebruik en emotioneel welzijn. Verdachte is goed in staat zijn leven op een positieve wijze vorm te geven en ziet in dat zijn persoonlijke doelen, zoals vast werk met een geregeld inkomen en zelfstandig wonen, moeilijker te realiseren zullen zijn wanneer hij strafbare feiten pleegt. De reclassering adviseert om een voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf op te leggen. Er worden geen bijzondere voorwaarden geadviseerd.

LOVS-oriëntatiepunten

De oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) schrijven voor een inbraak in een woning door een first offender een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voor. Deze straf kan worden verhoogd indien sprake is van een samenwerkingsverband.

Conclusie

Gelet op de ernst van het feit en met het oog op de oriëntatiepunten, acht de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden passend. De rechtbank is, gelet op het feit dat verdachte werk heeft en het goed met hem lijkt te gaan, echter met de officier van justitie en de raadsman van verdachte van oordeel dat het niet wenselijk is dat verdachte terug naar de gevangenis moet. De rechtbank acht de door de officier van justitie geëiste straf daarom passend en geboden. Aan verdachte zal een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 56 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, worden opgelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals door de officier van justitie is gevorderd, een proeftijd voor de duur van 3 jaren op te leggen. Aan verdachte zal daarnaast een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, worden opgelegd. De rechtbank zal het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

9 BENADEELDE PARTIJ

De heer [benadeelde] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 14.510,00. Dit bedrag bestaat uit € 1.935,00 aan materiele schade, € 12.000,00 aan immateriële schade en € 575,00 aan proceskosten, ten gevolge van het aan verdachte tenlastegelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, gelet op het feit dat de vordering van de benadeelde partij niet met stukken is onderbouwd, gevorderd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft, gelet op het feit dat de vordering van de benadeelde partij niet met stukken is onderbouwd, verzocht de vordering van de benadeelde partij af te wijzen.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk verklaren, omdat de vordering niet met stukken is onderbouwd. Aanhouding van de zaak om de benadeelde partij zijn vordering te laten onderbouwen zou een onevenredige belasting van het strafgeding vormen. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De proceskosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

10 VORDERING TENUITVOERLEGGING

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 16/174582-16 toe te wijzen en de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf voor de duur van 112 uren, subsidiair 28 dagen hechtenis.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft, gelet op het feit dat verdachte werk heeft en waarschijnlijk een forse taakstraf opgelegd zal krijgen, verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal, mede gelet op het feit dat feit dat verdachte werk heeft en daarnaast een forse taakstraf uit zal moeten voeren, de proeftijd van de bij vonnis van de politierechter te Midden-Nederland d.d. 15 november 2016 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf met een jaar verlengen.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 56 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarde dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 60 dagen hechtenis;

Voorlopige hechtenis

- heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;

Benadeelde partij [benadeelde]

- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering;

- bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts aan kan brengen bij de burgerlijke rechter;

- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;

Vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 16/174582-16

- verlengt de bij vonnis van de politierechter te Midden-Nederland d.d. 15 november 2016 aan de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf verbonden proeftijd met één jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, voorzitter, mr. E.H.M. Druijf en mr. E.J.W. Verhaagh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.Z. Schoppink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 maart 2018.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 01 december 2017 te [woonplaats] , gemeente Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een kluis, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 23 januari 2018, genummerd BVH PL0900-2017363544, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 269. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte, opgemaakt door [verbalisant 2] , hoofdagent van politie Eenheid Midden-Nederland, en gesloten op 1 december 2017, p. 90-93.

3 Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 5 maart 2018.