Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:966

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-02-2017
Datum publicatie
28-02-2017
Zaaknummer
16/659296-16; 16/079596-16; 16/094459-16; 16/659786-16 (ttz. gev.) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 20-jarige man die in Lelystad in 2016 met zijn scooter met forse snelheid inreed op twee politieagenten wordt geplaatst in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel). Daarnaast heeft hij zich ook schuldig gemaakt aan een aantal bedreigingen en verboden wapenbezit. Ook had hij een gestolen scooter in zijn bezit. De rechtbank Midden-Nederland legt naast de PIJ-maatregel ook een jeugddetentie op van drie maanden.

De man heeft zich in korte tijd schuldig gemaakt aan acht strafbare feiten. De politieagenten waren een algemene verlichtingscontrole aan het uitvoeren toen de man met aanzienlijke snelheid op hen inreed. Eén van de agenten kon opzij springen, de ander werd geraakt en heeft hier maandenlang fysieke hinder van ondervonden.

Uit de rapporten van de deskundigen blijkt dat de man zwakbegaafd is en dat er sprake is van een paranoïde persoonlijkheidsstoornis. De rechtbank vindt dat de man volgens het jeugdstrafrecht berecht moet worden. Het gaat om een jonge verdachte met een verstandelijke beperking. Hij had geen strafblad, maar pleegde wel in een korte tijd een groot aantal delicten. De rechtbank vindt de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. De rechtbank ziet de noodzaak van pedagogische beïnvloeding en oordeelt dat dit alleen plaats kan vinden in het gedwongen kader van een maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad

Parketnummers: 16/659296-16; 16/079596-16; 16/094459-16; 16/659786-16 (ttz. gev.) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 28 februari 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1996] te [geboorteplaats] (Suriname),

verblijvende in Forensisch Centrum Teylingereind.

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek heeft laatstelijk plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 14 februari 2017, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. L. Noordanus, advocaat te Lelystad.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J. Zeilstra en van de standpunten door de verdachte en diens raadsvrouw naar voren gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is, na een wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Parketnummer 16/659296-16

1. primair

hij op of omstreeks 9 maart 2016 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk de opsporingsambtenaar [aangever] (werkzaam als hoofdagent bij de politie eenheid Midden-Nederland) van het leven te beroven, met dat opzet

- (een) stopteken(s) gegeven door [verbalisant 2] (hoofdagent van politie eenheid Midden-Nederland) (die zich op een afstand van (ongeveer) 50 meter van verdachte bevond) heeft genegeerd en/of (vervolgens) (veel) gas heeft (bij)gegeven en/of (met hoge snelheid) (recht) op die [aangever] is afgereden en/of

- (vervolgens) (met hoge snelheid) over/tegen die [aangever] is gereden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

1. subsidiair

hij op of omstreeks 9 maart 2016 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, aan [aangever] (werkzaam als hoofdagent bij de politie eenheid Midden-Nederland) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een fractuur van de binnenzijde enkel) heeft toegebracht, door met dat opzet

- (een) stopteken(s) gegeven door [verbalisant 2] (hoofdagent van politie eenheid Midden-Nederland) (die zich op een afstand van (ongeveer) 50 meter van verdachte bevond) te negeren en/of (vervolgens) (veel) gas bij te geven en/of (met hoge snelheid) (recht) op die [aangever] af te rijden en/of

- (vervolgens) (met hoge snelheid) over/tegen die [aangever] te rijden;

1. meer subsidiair

hij op of omstreeks 9 maart 2016 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om aan een persoon, te weten opsporingsambtenaar [aangever] (werkzaam als hoofdagent bij de politie eenheid Midden-Nederland) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- (een) stopteken(s) gegeven door [verbalisant 2] (hoofdagent van politie eenheid Midden-Nederland) (die zich op een afstand van (ongeveer) 50 meter van verdachte bevond) heeft genegeerd en/of (vervolgens) (veel) gas heeft (bij)gegeven en/of (met hoge snelheid) (recht) op die [aangever] is afgereden en/of

- (vervolgens) (met hoge snelheid) over/tegen die [aangever] is gereden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. primair

hij op of omstreeks 9 maart 2016 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om opzettelijk (de) opsporingsamten(a)r(en) [verbalisant 3] (werkzaam als hoofdagent bij de politie eenheid Midden-Nederland) en/of [verbalisant 1] (brigadier van politie Eenheid Midden-Nederland) van het leven te beroven, met dat opzet

- (een) stopteken(s) gegeven door [verbalisant 2] (hoofdagent van politie eenheid Midden-Nederland) (die zich op een afstand van (ongeveer) 50 meter van verdachte bevond) heeft genegeerd en/of (vervolgens) (veel) gas heeft (bij)gegeven en/of (met hoge snelheid) (recht) op die [verbalisant 3] en/of [verbalisant 1] is afgereden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. subsidiair

hij op of omstreeks 9 maart 2016 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om aan een of meer perso(o)n(en), te weten opsporingsambtena(a)r(en) [verbalisant 3] (werkzaam als hoofdagent bij de politie eenheid Midden-Nederland) en/of [verbalisant 1] (brigadier van politie Eenheid Midden-Nederland) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- (een) stopteken(s) gegeven door [verbalisant 2] (hoofdagent van politie eenheid Midden-Nederland) (die zich op een afstand van (ongeveer) 50 meter van verdachte bevond) heeft genegeerd en/of (vervolgens) (veel) gas heeft (bij)gegeven en/of (met hoge snelheid) (recht) op die [verbalisant 3] en/of [verbalisant 1] is afgereden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer 16/079596-16

1. (hierna: feit 3)

hij op of omstreeks 16 november 2015 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland:

- een wapen van categorie I, onder 2, te weten een opvouwbaar mes en/of

- een of meerdere wapens van categorie III, onder 1, te weten twee, in elk geval een pisto(o)l(en) en/of

- Munitie van categorie III, te weten 58, in elk geval een of meerdere

projectiel(en), voorhanden heeft gehad;

2. (hierna: feit 4)

hij op of omstreeks 16 november 2015 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, [moeder verdachte] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [moeder verdachte] dreigend de woorden toegevoegd :"Kankerhoer, ik maak je af" en/of "Ik schiet je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Parketnummer 16/094459-16 (hierna: feit 5)

hij op of omstreeks 30 april 2016 te Dronten, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een goed te weten een scooter (merk Yamaha) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Parketnummer 16/659786-16

1. (hierna: feit 6)

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 januari 2016 tot en met 12 juni 2016 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, personen werkzaam bij de Politie Midden-Nederland heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (telkens) reacties geplaatst onder berichten op de Facebook pagina van de Politie Midden-Nederland en/of via Facebook privé berichten gestuurd aan de Politie Midden-Nederland met daarin (onder meer) de teksten:

- (op 24 januari 2016) "...Nu moet ik iets van hem slope wat nooit vergoed kan worde. Ik pak en well. Ik onthou ze kop en pop erop. Copkillers Lelystad..." en/of "..Ik kom jullie enkeltje naar hel brengen. Ready for war, colkillers@@@ Als ik eentje kan kille ik kil gelijk onschuldigen ook kan nie wacht om die kale te bombarderen Kom bij mij in de buurt je krijgt gelijk 1 op j kop zeg je collega's.ik maak geen grap met jullie" en/of

- (op 8 mei 2016) "...copkiller kom je hale...kale gerru gerrut kop eraf..." en/of

- (op 20 mei 2016) "...copkiller most wanted cant stop wont stop... pas maar op op straat ready for war... als ik onschuldig vast komt te zitte . kom ik tog wel vrij dan zal ik effectief wraak nemen op politie justitie van nederland... hoop dat ik juiste pak zo niet genoeg keuzez ff honger ff varken slachte ik zie je later wel" en/of

- (op 24 mei 2016) "9 juni word ik schuldig verklaart, Ik kan niet wachte om doele in te lopen met een bom op me rug. ik kom vrij en politie gaat dan omkome jong" en/of

- (op 12 juni 2016) "Kan niet wacht tot dat ik een cop te pakke heb en hem opsluit onschuldig 18 dage Naalde door em prikje en bloed der uit zuige. Kanker verwekkende voedsel geve Wraak most wanted copkiller gaat gebeure member off. Isis... Better laat je die motor muis niet op de fietspad ander schop schiet ik em eraf... En die rechter binnenkort 1 valse beschuldiging ik klap hem . Komt er een agent tusse kil ik die cop",

althans (telkens) teksten van gelijke dreigende aard of strekking;

2. (hierna: feit 7)

hij op of omstreeks 14 juni 2016 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, [verbalisant 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant 5] dreigend de woorden toegevoegd :"ik ben een copkiller en als ik vrij kom dan maak ik jullie allemaal dood" en/of "jullie gaan er allemaal aan, wacht maar af" en/of "als ik word vervolgd en moet zitten, dan ga ik jullie allemaal straffen en gaan jullie zien wat er gaat gebeuren" en/of "ik ga wel naar Syrië en weer terug. Dan gaan jullie zien", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3. (hierna: feit 8)

hij op of omstreeks 14 juni 2016 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 5] , gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "vuile hoeren van justitie zijn jullie", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1 subsidiair (zware mishandeling jegens [aangever] ) en 2 subsidiair (poging tot zware mishandeling jegens [verbalisant 3] en [verbalisant 1] ) en alle overige ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van de onder 1, 2 en 5 ten laste gelegde feiten, nu het (voorwaardelijk) opzet ontbreekt en de verdachte met betrekking tot de heling niet wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de scooter een door misdrijf verkregen goed betrof. Ten aanzien van de andere feiten heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 (inrijden op [aangever] , [verbalisant 3] en [verbalisant 1] ) 1

Aangever [aangever] heeft als volgt verklaard. Hij is werkzaam als wijkagent in Lelystad bij de politie Midden-Nederland en deed aldaar op 9 maart 2016 rond 19.15 à 19.30 uur tijdens een groepsdag een dynamische controle. Hij stond met zijn dienstfiets net voor het viaduct bij het Woonhavenpad. Zijn collega [verbalisant 1] stond naast hem. Hij hoorde een hard geluid, afkomstig van een brommer. Hij hoorde collega’s roepen: “Houd hem staande”. Hij zag dat een collega, die onder het viaduct stond, een stopteken gaf. Daarna ging het allemaal heel snel. Hij zag een koplamp die recht op hen afkwam. Hij zag aan de koplamp dat de bestuurder van de bromfiets de collega’s onder het viaduct ontweek. Hij hoorde aan het geluid van de brommer dat de bestuurder geen gas terugnam en mogelijk zelfs de snelheid heeft opgevoerd vanaf het punt waar hij het eerste stopteken kreeg. Het laatste dat hij zich kan herinneren is dat de koplamp op hem afkwam. Het was een grote klap. Hij kwam los van de grond en viel met zijn schouder en hoofd op de grond. Daarna kwamen zijn benen neer. Hij voelde overal pijn, het meeste aan zijn linkerhand, linkerpols en linkerenkel. In het MC Zuiderzee Ziekenhuis is geconstateerd dat hij een gebroken linkerenkel had, een gekneusde linkerpols en eveneens gekneusde vingers van zijn linkerhand. Hij heeft veel pijn aan de rechterkant van zijn ribbenkast.2

Uit het Registratieformulier Spoedeisende Hulp van het MC Zuiderzee van 9 maart 2016 volgt dat aan de linkerenkel een fractuur is vastgesteld.3 Uit de letselbeschrijving van de GGD Flevoland van 9 juli 2016 volgt dat aangever nog veel pijn ervaart in de enkel bij teveel belasten, dat hij vermoeidheidsklachten heeft en dat er nog forse beperkingen zijn qua staan, lopen, fietsen etc.4 Uit een op 28 juli 2016 opgemaakte letselverklaring volgt dat uit opgevraagde medische gegevens van de orthopedisch chirurg blijkt dat op 21 april 2016 het gips bij aangever werd verwijderd, maar dat röntgenonderzoek aantoonde dat de breuk nog niet goed was geheeld. De enkel is daarom opnieuw ingegipst. Toen dit gips op 1 juni 2016 werd verwijderd, toonde röntgenonderzoek aan dat de fractuur vrijwel geheeld was. Op 19 juli 2016 heeft de orthopeed aangever voor het laatst gezien. Het gaat langzaam beter met hem. Er is nog een lichte bewegingsbeperking van de enkel aanwezig. De fractuur is volledig geheeld.5

Verbalisant [verbalisant 2] , hoofdagent van politie eenheid Midden-Nederland, heeft als volgt geverbaliseerd. Hij bevond zich onder het tunneltje en was net in gesprek geweest met een meisje, omdat zij zonder fietsverlichting had gefietst. Hij zag en hoorde een bromfiets aankomen, die met hoge snelheid op hem afkwam. Hij is midden op het fietspad gaan staan en zag dat de bromfiets op ongeveer 50 meter afstand van hem was. Hij gaf de bestuurder een stopteken, maar zag dat de bestuurder geen vaart minderde en om hem heen stuurde. Hij zag dat een vijftal collega’s op een afstand van ongeveer dertig meter van hem stond. Hij zag en hoorde aan de toeren van de bromfiets, dat de bestuurder geen vaart minderde. Hij zag ook geen remlichten oplichten. Hij zag dat de bestuurder met hoge snelheid op zijn collega’s inreed. Hij zag dat de bestuurder tegen de fietsen en zijn collega’s reed en dat de bromfiets over het fietspad gleed waarbij de vonken ervan afkwamen. Hij zag vervolgens dat collega [aangever] op de grond lag.6

Verbalisant [verbalisant 1] , brigadier van politie eenheid Midden-Nederland, heeft in zijn proces-verbaal van bevindingen het volgende verklaard. Op het moment van de controle was het donker, maar de locatie was goed verlicht door de aanwezige straatverlichting. Hij zag dat er een bromfiets aan kwam rijden die onder het viaduct afremde. Hij zag dat de bestuurder in hun richting keek, en een korte stuurbeweging maakte om zijn balans te houden. Het kwam op hem over als dat de bestuurder twijfelde of hij hun richting op zou rijden. Hij hoorde dat de bestuurder werd aangeroepen door een collega. Direct daarop zag en hoorde hij dat de bestuurder de bromfiets versnelde door het gas vol open te gooien. De bestuurder kwam met grote snelheid op hem en zijn collega’s afrijden. Hij had te weinig tijd om weg te stappen en door het slingeren was hem niet duidelijk waar hij veilig zou kunnen staan. Hij sprong van het fietspad af op het gras aan de rechterkant van het fietspad. Hij zag en voelde dat de bromfiets rakelings langs hem reed. Voor zover hij het kon zien heeft de bestuurder niet afgeremd en verhoogde hij zijn snelheid tot aan het moment dat hij hem voorbij reed. Hij zag dat zijn collega [aangever] door de bromfiets geraakt werd, door de klap de lucht invloog, 180 graden draaide en op zijn hoofd en rug op de grond terechtkwam.7

Verbalisant [verbalisant 4] heeft als volgt geverbaliseerd. Hij zag een bromfiets onder de onderdoorgang komen. Hij zag dat de bromfiets een vrouw op de fiets aan de linkerzijde van de onderdoorgang passeerde. Het viel hem op dat de bromfiets geen snelheid minderde. Het geluid van de bromfiets verminderde namelijk niet. Ook zag hij geen remactie van de bromfiets en bleef de koplamp op gelijke hoogte. Hij zag dat de bromfiets plotseling naar de voor hem linkerkant van het fietspad bewoog. Hij zag daar een collega staan die opzij sprong om een klap met de bromfiets te voorkomen (de rechtbank begrijpt dat dit [verbalisant 1] moet zijn geweest). Ineens hoorde hij een harde klap en direct daarop zag hij een collega door de lucht vliegen die vervolgens op zijn hoofd en rug op de grond terechtkwam.8

Getuige [getuige] heeft als volgt verklaard. Zij zag bij de onderdoorgang bij de Westerdreef een groepje van ongeveer vijf agenten staan. Een agent kwam naast haar staan en sprak haar aan op haar fietsverlichting die niet werkte. Zij hoorde opeens een heel hard geluid, vermoedelijk van een scooter of brommer. De scooter passeerde haar en zij zag dat het groepje agenten verderop de weg blokkeerde. Tussen haar en het groepje agenten zat een afstand van ongeveer vijftig tot honderd meter. Zij hoorde dat de scooter geen snelheid minderde en zij zag ook geen remlicht branden. Toen de scooter dichtbij de agenten was, zag zij dat een aantal agenten opzij sprong. Opeens hoorde zij een harde klap en zag zij dat de scooter tegen een agent aanreed, waarna de agent op de grond lag.9

De verdachte heeft ter terechtzitting van 14 februari 2017 verklaard dat hij het gas opengooide om weg te komen.10

De rechtbank is van oordeel dat de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot doodslag niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat de verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat niet, dan wel onvoldoende kan worden vastgesteld wat de exacte snelheid is waarmee de verdachte op [aangever] is ingereden. De subsidiair ten laste gelegde zware mishandeling acht de rechtbank evenmin wettig en overtuigend bewezen, nu zij het letsel bij aangever, gelet op de aard en ernst daarvan en het volledige herstel dat heeft plaatsgevonden, niet kwalificeert als zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank acht de meer subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling op grond van voornoemde bewijsmiddelen wel bewezen. Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het met een scooter, met onverminderde, hoge snelheid inrijden op een persoon een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel oplevert. Gezien zijn handelwijze heeft de verdachte die kans ook bewust aanvaard.

De onder 2 ten laste gelegde poging tot doodslag op [verbalisant 3] en [verbalisant 1] acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen. Ook de onder 2 subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling jegens verbalisant [verbalisant 3] acht de rechtbank, anders dan de officier van justitie, niet bewezen. [verbalisant 3] heeft namelijk verklaard dat zij zag dat de bestuurder van de bromfiets haar ontweek en langs haar reed en daarmee een aanrijding heeft voorkomen. De onder 2 subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling jegens [verbalisant 1] acht de rechtbank op grond van voornoemde bewijsmiddelen wel bewezen. De verdachte heeft hem, nadat hij aan de kant was gesprongen, rakelings gepasseerd. Het was deze actie van [verbalisant 1] en niet enig handelen van de bromfietsbestuurder die een aanrijding heeft voorkomen. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bij [verbalisant 1] heeft aanvaard.

Ten aanzien van feit 3 (voorhanden hebben van wapens en munitie) 11

De politie trof op 16 november 2015 in de woning van de verdachte te Lelystad twee zelfgemaakte pistolen, een zakmes en een zakje met luchtdrukkogels aan.12 Onderzoek naar deze wapens en munitie wees uit dat het opvouwbaar mes, waaraan niet fabrieksmatig een tweede snijkant is aangebracht, een wapen van categorie I onder 2 betreft, de pistolen wapens van categorie III onder 1 en de 58 projectielen, die gebruikt worden in één van voornoemde vuurwapens, munitie van categorie III.13

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij de luchtbukskogels in het zelfgemaakte wapen heeft gedaan en daarmee gaten in de achterkant van zijn kledingkast heeft geschoten. Hij heeft aan het zakmes nog een tweede snijkant gemaakt.14

De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde voorhanden hebben van wapens en munitie op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 4 (bedreiging [moeder verdachte] )

Door [moeder verdachte] , de moeder van de verdachte, is aangifte gedaan. Zij heeft verklaard dat zij op 16 november 2015 thuis was in Lelystad met haar twee zoons [verdachte] (verdachte) en [D] . Zij had de verdachte aangesproken op het feit dat hij niet naar school ging, waarna hij gelijk begon te schelden. Hij is naar zijn slaapkamer gegaan en zij hoorde hem daar met van alles gooien. Haar zoon [D] liep naar boven om de verdachte te kalmeren, maar dat lukte niet. Zij hoorde de verdachte naar haar schreeuwen: “Kankerhoer, ik maak je af!”. Zij voelde zich erg bedreigd door deze woorden, mede omdat haar andere zoon haar vertelde dat de verdachte een zelfgemaakt pistool op zijn kamer had liggen.15

Getuige [D] heeft als volgt verklaard. Zijn moeder had de verdachte gevraagd of hij een pizza had gemaakt. De verdachte ging door het lint en begon te schreeuwen. Toen zijn moeder ook nog vroeg waarom hij niet naar school ging, was het klaar. De verdachte rende naar boven en ondertussen riep hij van alles en nog wat. Dat ging van: “Kankerhoer dit, kankerhoer dat”.16

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij scheldwoorden heeft geroepen, en dat hij tegen zijn moeder gezegd heeft dat ze klappen nodig heeft en hij haar dood zou wensen.17

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen de onder 4 ten laste gelegde bedreiging worden bewezen.

Ten aanzien van feit 5 (heling scooter) 18

Uit het proces-verbaal van bevindingen volgt dat twee verbalisanten op 30 april 2016 te Dronten twee scooters zagen passeren met daarop twee lichtgetinte jongens, waarvan er één een rode muts op had. De verbalisanten keerden hun voertuig en troffen beide jongens verderop aan. Eén persoon zat nog op zijn scooter en de ander stond drie meter bij een draaiende scooter (de rechtbank leest: een scooter met draaiende motor) vandaan. Deze laatste persoon had een rode muts op en bleek later de verdachte te zijn. De verbalisant zag dat er geen sleutel in het slot van de scooter (een Yamaha) zat, dat het slot er half uithing en dat de kappen aan de voorzijde los zaten. De motor van de scooter liep nog steeds, terwijl er geen sleutel aanwezig was. Het kenteken stond op naam van [A] .19

Door [A] is aangifte gedaan van diefstal van haar scooter. Zij heeft haar scooter op 29 april 2016 om ongeveer 19.30 uur geparkeerd in de fietsenstalling bij het treinstation in Dronten. Zij heeft de scooter op het stuurslot gezet en heeft de sleutel nog in haar bezit. Haar scooter was toen in goede staat, er was geen schade aan het slot.20

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij weet dat de meeste scooters zonder sleutel zijn gestolen en dat hij had gezien dat de motor van de scooter draaide zonder dat er zich een sleutel in het contactslot bevond.21

Gelet op het gegeven dat er geen sleutel in het slot zat, het slot er half uithing en de motor liep zonder dat er een sleutel in het contactslot zat en gelet op voornoemde verklaring van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de scooter wist dat dit een door misdrijf verkregen goed betrof. De rechtbank acht de onder 5 ten laste gelegde opzetheling wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 6 (bedreiging via Facebook) 22

Door [B] , chef basiseenheid Lelystad/Zeewolde en tevens beheerder van de Facebookpagina van politie Lelystad, is namens de politie Midden-Nederland aangifte gedaan van bedreigingen via Facebook. Het is mogelijk om met hem als beheerder van de Facebookpagina een privégesprek te voeren. Op 15 januari 2016 is hem op deze manier een privébericht gestuurd. Bij het bericht stond de accountnaam [verdachte] . Deze persoon heeft hem meerdere privéberichten gestuurd. De volgende berichten zijn door hem verstuurd:

- op 24 januari 2016: "...Nu moet ik iets van hem slope wat nooit vergoed kan worde. Ik pak en well. Ik onthou ze kop en pop erop. Copkillers Lelystad...". "…ik kom Jullie enkeltje naar hel brengen. Ready for war, colkillers@@@ Als ik eentje kan kille ik kil gelijk onschuldigen ook kan nie wacht om die kale te bombarderen Kom bij mij in de buurt je krijgt gelijk 1 op j kop zeg je collega's.ik maak geen grap met jullie".

- op 8 mei 2016: "...copkiller kom je hale...kale gerru gerrut kop eraf...".

- op 20 mei 2016: "...copkiller most wanted cant stop wont stop... pas maar op op straat ready for war... als ik onschuldig vast komt te zitte . kom ik tog wel vrij dan zal ik effectief wraak nemen op politie justitie van nederland... hoop dat ik juiste pak zo niet genoeg keuzez ff honger ff varken slachte ik zie je later wel".

- op 24 mei 2016: "9 juni word ik schuldig verklaart, Ik kan niet wachte om doele in te lopen met een bom op me rug. ik kom vrij en politie gaat dan omkome jong".

- op 12 juni 2016: "Kan niet wacht tot dat ik een cop te pakke heb en hem opsluit onschuldig 18 dage Naalde door em prikje en bloed der uit zuige. Kanker verwekkende voedsel geve Wraak most wanted copkiller gaat gebeure member off. Isis... Better laat je die motor muis niet op de fietspad ander schop schiet ik em eraf... En die rechter binnenkort 1 valse beschuldiging ik klap hem . Komt er een agent tusse kil ik die cop".

Aangever is bang dat de persoon die deze bedreigingen heeft geuit ook in staat is om ze uit te voeren en maakt zich ernstig zorgen om de veiligheid van alle medewerkers op zijn basiseenheid.23

Bij de politie24 en ook ter terechtzitting van 14 februari 2017 heeft de verdachte verklaard dat hij de berichten heeft verstuurd om zijn boosheid te uiten.25

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank de onder 6 ten laste gelegde bedreiging wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van de feiten 7 en 8 (bedreiging en belediging van [verbalisant 5] )

Uit het door verbalisant [verbalisant 5] opgemaakte proces-verbaal van bevindingen volgt dat hij op 14 juni 2016 ter aanhouding van de verdachte bij zijn woning in Lelystad was. [verbalisant 5] hoorde de verdachte zeggen: “Ik ben een copkiller en als ik vrij kom dan maak ik jullie allemaal dood, vuile hoeren van justitie zijn jullie”. [verbalisant 5] zei de verdachte daarop dat hij normaal moest praten, waarop de verdachte reageerde met: “jullie gaan er allemaal aan, wacht maar af”.26 [verbalisant 5] heeft daarop aangifte gedaan van belediging, nu hij zich in zijn hoedanigheid als uitvoerend politieambtenaar in zijn eer en goede naam voelde aangetast.27

Uit het door verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] opgemaakte proces-verbaal van bevindingen volgt dat de verdachte, toen hij door de verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 5] naar het dienstvoertuig werd begeleid en zij aldaar stonden te wachten, meerdere keren heeft gezegd: “Stelletje kankerlijers, copkillers, jullie gaan zien wat er gaat gebeuren”.28

Ter terechtzitting van 14 februari 2017 heeft de verdachte ten aanzien van deze feiten verklaard dat hij boos was en dan dit soort dingen zegt.29 Bij de politie heeft de verdachte nog verklaard dat hij heeft gezegd: “Politie, politie, hoeren van justitie”.30

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat ook de onder 7 en 8 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht ten aanzien van de verdachte wettig en overtuigend bewezen dat:

1. meer subsidiair

hij op 9 maart 2016 te Lelystad, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om aan een persoon, te weten opsporingsambtenaar [aangever] (werkzaam bij de politie eenheid Midden-Nederland) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- een stopteken gegeven door [verbalisant 2] , hoofdagent van politie eenheid Midden-Nederland, die zich op een afstand van ongeveer 50 meter van verdachte bevond, heeft genegeerd en vervolgens gas heeft bijgegeven en met hoge snelheid recht op die [aangever] is afgereden en

- vervolgens met hoge snelheid tegen die [aangever] is gereden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. subsidiair

hij op 9 maart 2016 te Lelystad, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om aan een persoon, te weten opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , brigadier van politie eenheid Midden-Nederland, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

- een stopteken gegeven door [verbalisant 2] , hoofdagent van politie eenheid Midden-Nederland, die zich op een afstand van ongeveer 50 meter van verdachte bevond, heeft genegeerd en vervolgens gas heeft bijgegeven en met hoge snelheid recht op die [verbalisant 1] is afgereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3.

hij op 16 november 2015 te Lelystad,

- een wapen van categorie I, onder 2, te weten een opvouwbaar mes en

- meerdere wapens van categorie III, onder 1, te weten twee pistolen en

- munitie van categorie III, te weten 58 projectielen,

voorhanden heeft gehad;

4.

hij op 16 november 2015 te Lelystad, [moeder verdachte] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [moeder verdachte] dreigend de woorden toegevoegd: "Kankerhoer, ik maak je af".

5.

hij op 30 april 2016 te Dronten, een goed te weten een scooter, merk Yamaha, voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

6.

hij op tijdstippen in de periode van 15 januari 2016 tot en met 12 juni 2016 te Lelystad, personen werkzaam bij de Politie Midden-Nederland heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend telkens via Facebook privéberichten gestuurd aan de Politie Midden-Nederland met daarin (onder meer) de teksten:

- op 24 januari 2016 "...Nu moet ik iets van hem slope wat nooit vergoed kan worde. Ik pak en well. Ik onthou ze kop en pop erop. Copkillers Lelystad..." en "..Ik kom jullie enkeltje naar hel brengen. Ready for war, colkillers@@@ Als ik eentje kan kille ik kil gelijk onschuldigen ook kan nie wacht om die kale te bombarderen Kom bij mij in de buurt je krijgt gelijk 1 op j kop zeg je collega's.ik maak geen grap met jullie" en

- op 8 mei 2016 "...copkiller kom je hale...kale gerru gerrut kop eraf..." en

- op 20 mei 2016 "...copkiller most wanted cant stop wont stop... pas maar op op straat ready for war... als ik onschuldig vast komt te zitte . kom ik tog wel vrij dan zal ik effectief wraak nemen op politie justitie van nederland... hoop dat ik juiste pak zo niet genoeg keuzez ff honger ff varken slachte ik zie je later wel" en

- op 24 mei 2016 "9 juni word ik schuldig verklaart, Ik kan niet wachte om doele in te lopen met een bom op me rug. ik kom vrij en politie gaat dan omkome jong" en

- op 12 juni 2016 "Kan niet wacht tot dat ik een cop te pakke heb en hem opsluit onschuldig 18 dage Naalde door em prikje en bloed der uit zuige. Kanker verwekkende voedsel geve Wraak most wanted copkiller gaat gebeure member off. Isis... Better laat je die motor muis niet op de fietspad ander schop schiet ik em eraf... En die rechter binnenkort 1 valse beschuldiging ik klap hem . Komt er een agent tusse kil ik die cop".

7.

hij op 14 juni 2016 te Lelystad, [verbalisant 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [verbalisant 5] dreigend de woorden toegevoegd :"ik ben een copkiller en als ik vrij kom dan maak ik jullie allemaal dood" en "jullie gaan er allemaal aan, wacht maar af".

8.

hij op 14 juni 2016 te Lelystad, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant 5] , gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "vuile hoeren van justitie zijn jullie", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

De rechtbank verbetert in de bewezenverklaring een aantal kennelijke schrijffouten. De verdachte wordt daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6 KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

Ten aanzien van feit 1 meer subsidiair en feit 2 subsidiair:

telkens poging tot zware mishandeling.

Ten aanzien van feit 3:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Ten aanzien van de feiten 4 en 7:

telkens bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Ten aanzien van feit 5:

opzetheling.

Ten aanzien van feit 6:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 8:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

7 STRAFBAARHEID

De feiten en de verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte volgens het jeugdstrafrecht wordt berecht en dat hij ter zake van de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van drie maanden en dat hij in een inrichting voor jeugdigen zal worden geplaatst (PIJ-maatregel).

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van een op te leggen straf bepleit dat het bevreemdt dat door de psycholoog in eerste instantie werd geadviseerd het volwassenstrafrecht toe te passen met als bijzondere voorwaarde een klinische behandeling en dat zij na overleg met de psychiater in een aanvullend rapport, aan welk onderzoek de verdachte niet heeft meegewerkt, stelt tot geen andere conclusie te kunnen komen dan een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. De raadsvrouw heeft voorts opgemerkt dat de verdachte niet openstaat voor de PIJ-maatregel en de rechtbank verzocht een (al dan niet deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden die het mogelijk maken dat de verdachte klinisch wordt behandeld.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De ernst van de feiten

De verdachte heeft zich in korte tijd schuldig gemaakt aan een achttal strafbare feiten. Twee van deze feiten betreffen een poging tot zware mishandeling op twee verbalisanten door met zijn scooter met een aanzienlijke snelheid op hen in te rijden. Eén van de verbalisanten kon tijdig opzij springen, maar de ander is daadwerkelijk geraakt door de scooter en heeft als gevolg van het opgelopen letsel maandenlang hier fysiek de nodige hinder van ondervonden. Verbalisanten waren een algemene verlichtingscontrole aan het uitvoeren en niet bezig met een gerichte actie tegen de verdachte. Hoewel politiemensen in hun werk meer risico lopen dan anderen en zij over het algemeen adequater in gevaarlijke situaties kunnen handelen dan burgers, staat de gevaarlijke situatie die verdachte voor verbalisanten heeft veroorzaakt, in geen verhouding tot de ‘normale’ beroepsrisico’s. De verdachte heeft met zijn handelwijze de verbalisanten de nodige schrik aangejaagd en geen enkel respect getoond voor hun lichamelijke integriteit en gezondheid. Het is niet aan het handelen van de verdachte te danken dat het letsel, relatief, beperkt is gebleven tot een gebroken enkel.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een aantal bedreigingen. Deze waren gericht tegen zijn moeder en tegen een aantal verbalisanten. Door aldus te handelen heeft de verdachte bij degenen die hier het slachtoffer van zijn geworden gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt en op geen enkele manier rekening gehouden met het effect dat zijn woorden op hen kon hebben. De angst bij zijn moeder werd versterkt doordat zij wist dat de verdachte in het bezit was van vuurwapens. Behalve vuurwapens heeft de verdachte ook een mes en munitie voorhanden gehad. Het onbevoegd voorhanden hebben van dergelijke wapens en munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich.

Ten slotte heeft de verdachte een scooter voorhanden gehad die van diefstal afkomstig was. Door het bezit van deze scooter heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van een crimineel circuit, waarin het voor de stelers van deze goederen lucratief blijft dergelijke misdrijven te plegen.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 18 oktober 2016 betreffende de verdachte. Daaruit blijkt dat de verdachte geen relevante documentatie heeft.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van een tweetal Pro Justitia rapportages psychologisch onderzoek van 9 mei 2016 en 8 februari 2017, uitgebracht door E.C. Aarnink, GZ-psycholoog. In eerstgenoemde rapportage stelt de psycholoog dat bij de verdachte sprake is van zwakbegaafdheid, een paranoïde persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken en cannabisafhankelijkheid. In hoeverre sprake is van verdergaande problematiek in de zin van schizofrenie is in het huidige onderzoek niet duidelijk geworden, omdat de verdachte zich terughoudend heeft opgesteld met betrekking tot het geven van informatie over zijn belevingen en emoties. Voornoemde problematiek was ook ten tijde van het ten laste gelegde aanwezig en de zwakbegaafdheid en paranoïde persoonlijkheidsstoornis hebben het handelen van de verdachte beïnvloed. De psycholoog adviseert de verdachte het ten laste gelegde verminderd toe te rekenen. Factoren die uit de stoornissen voortkomen en de kans op recidive vergroten zijn het zich moeilijk kunnen inleven in anderen, moeite om situaties te begrijpen en te overzien en zijn gewelddadige opvattingen over anderen. De verdachte kan in de toekomst grensoverschrijdend gedrag laten zien, mogelijk als gevolg van misinterpretatie of verdraaiing van de werkelijkheid doordat hij zich snel verongelijkt voelt, de bedoelingen van anderen wantrouwt en snel het gevoel heeft dat hij tekort wordt gedaan. De achterdocht waarvan sprake is, kan snel omslaan in dreiging naar anderen. De combinatie met andere persoonlijkheidstrekken, namelijk zijn roekeloze onverschilligheid voor de veiligheid van zichzelf of anderen en zijn beperkte gewetensontwikkeling, maakt de kans op recidive groot. Andere factoren zijn instabiliteit in relaties, verkeerde vrienden en cannabisafhankelijkheid. Het is zeer wenselijk dat behandeling in een gestructureerde omgeving plaatsvindt. In haar rapportage van 9 mei 2016 merkt de psycholoog op dat een klinische behandeling is geïndiceerd en dat die in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijke straf kan plaatsvinden. In haar rapport van 8 februari 2017, waar zij nieuwe ontwikkelingen rondom de verdachte in mee heeft genomen (de rechtbank gaat ervan uit dat hier gedoeld wordt op de onttrekkingen van de verdachte uit de kliniek), komt zij tot een ander advies. Zij adviseert toepassing van het jeugdstrafrecht. Zij is van mening dat, gezien de bij de verdachte bestaande gecompliceerde problematiek, het hoge recidiveniveau, de toename van incidenten gedurende de afgelopen jaren, het ontbreken van ziektebesef en ziekte-inzicht, het escalatiegevaar op een ernstig agressief incident in de toekomst, zijn neiging om zich te onttrekken aan de invloed van anderen, zijn negatieve houding ten aanzien van medicatiegebruik en de afwezigheid van behandelmotivatie, behandeling niet in een voorwaardelijk kader zal kunnen plaatsvinden, zodat ook een voorwaardelijke PIJ-maatregel geen optie is. Het wantrouwen van de verdachte zal snel de overhand krijgen en hij zal zich aan behandeling onttrekken om zijn eigen gang te kunnen gaan. Alleen van een behandeling in een gedwongen en voor de verdachte onontkoombaar kader zal de verdachte mogelijk kunnen profiteren. Daarom rest als advies slechts een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het Pro Justitia rapport psychiatrisch onderzoek van 5 december 2016 van H.A. Gerritsen, forensisch psychiater, en van zijn aanvullend rapport van 10 februari 2017. De psychiater concludeert dat bij de verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van zwakbegaafdheid en een paranoïde persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken en een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van cannabisafhankelijkheid. Een zich ontwikkelende schizofrenie van het paranoïde type kan niet worden aangetoond, maar ook niet honderd procent worden uitgesloten. Deze ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling waren ook ten tijde van het ten laste gelegde aanwezig en hebben de gedragingen van de verdachte beïnvloed, op grond waarvan de psychiater adviseert de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten. Voor de kans op recidive spelen vooral de zwakbegaafdheid (beperkt overzicht in complexe situaties) en de paranoïde persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken (vooral de achterdocht, de gebrekkige gewetensfunctie, het zwakke zelfbeeld gepaard gaande met een hoge mate van krenking en het niet tegen onrecht kunnen, zwakke ‘ik-functies’ waaronder een beperkte agressieregulatie en een beperkt vermogen tot relatievorming) de belangrijkste rol. De psychiater adviseert een langdurige (minstens één à twee jaar) en intensieve klinische behandeling in het SGLVG-circuit met aansluitend langer durende (diverse jaren) intensieve ambulante behandeling (gedurende diverse jaren) toewerkend naar beschermd wonen, in het kader van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. De psychiater komt tot dit advies gelet op de ernst van de psychopathologie, de onrijpe persoonlijkheidsontwikkeling van de verdachte, de ernst van het ten laste gelegde, het veronderstelde substantiële verband tussen stoornis en delict, de toename van incidenten gedurende de afgelopen jaren, het escalatiegevaar op een ernstig agressief incident in de toekomst, het ernstige gebrek aan ziektebesef en ziekte-inzicht, de ontkenning van het ten laste gelegde en de volstrekte afwezigheid van behandelmotivatie. De psychiater adviseert het jeugdstrafrecht toe te passen. De verdachte is meer een adolescent dan een volwassene. In zijn aanvullend rapport komt de psychiater niet tot andere conclusies.

De rechtbank neemt de conclusies van de psycholoog en psychiater waar het gaat om de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte over en maakt die tot de hare.

In het reclasseringsadvies van 9 februari 2017 meldt de rapporteur dat de verdachte geen problemen ziet en ervaart, niet open staat voor hulpverlening en behandeling en volledig zijn eigen plan wil trekken. Er is sprake van een zeer hoog recidiverisico. Gezien deze overwegingen en het verloop van het toezicht ziet de rapporteur geen enkel aanknopingspunt om een voorwaardelijke straf met een bijzondere voorwaarde te adviseren en geeft hij de rechtbank in overweging een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel aan de verdachte op te leggen.

Uit het ‘Advies aan opdrachtgever toezicht’ van 19 januari 2017 van de toezichthouder van de verdachte, [C] , dat in het kader van de geschorste voorlopige hechtenis is opgemaakt, volgt dat de verdachte zich tweemaal aan de klinische opname in FPA Stevig heeft onttrokken, namelijk op 31 december 2016 en op 16 januari 2017. Toen de verdachte op 17 januari 2017 terugkeerde, was hij fors onder invloed van cannabis. Sinds zijn terugkeer weigert de verdachte om structureel mee te werken aan urinecontroles en is hij voortdurend onder invloed van cannabis. De verdachte heeft als reden voor zijn vertrek op 31 december 2016 opgegeven dat hij het onzin vond dat zijn verlof met kerst was ingetrokken vanwege cannabisgebruik en het niet volgen van blokken. De verdachte is van mening dat hij geen verslaving heeft en dat het roken van cannabis geen probleem is. Behandeling van de verslaving is tot op heden niet mogelijk gebleken. De verdachte is niet te overtuigen tot het innemen van medicatie. Ook werkt de verdachte sinds de zitting van 6 december 2016 nog nauwelijks mee aan behandeling. Het advies van de psychiater, namelijk het opleggen van de PIJ-maatregel, heeft bij de verdachte voor veel onrust gezorgd. Hij doet uitspraken als: “Wanneer ze mij veroordelen voor TBS terwijl ik onschuldig ben, dan zal ik ervoor zorgen dat ik een delict pleeg waarvoor TBS wel terecht wordt opgelegd”.

De sanctie

De rechtbank vindt in de persoonlijkheid van de verdachte, namelijk zijn jonge leeftijd, zijn verstandelijke beperking – hooguit zwakbegaafd – het gegeven dat de verdachte geen relevante documentatie heeft maar wel in korte tijd een groot aantal delicten pleegt en de noodzaak en mogelijkheid van pedagogische beïnvloeding, reden om recht de doen overeenkomstig het jeugdstrafrecht.

Uit genoemde rapporten van de psycholoog en de psychiater blijkt dat bij de verdachte ten tijde van het plegen van het bewezen verklaarde sprake was, en ook thans nog sprake is, van een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en dat hij daarvoor behandeling behoeft. Uit deze rapporten blijkt eveneens dat er veel zorgen zijn en dat een intensieve en langdurige behandeling noodzakelijk is. De rechtbank is van oordeel dat een behandeling van de verdachte ook in zijn eigen belang is, dat wil zeggen het belang dat hij zich zo gunstig mogelijk verder kan ontwikkelen. Om het met de woorden van de psychiater te zeggen: het is van groot belang dat de zich ontwikkelende paranoïde persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken wordt omgebogen richting een gezonde persoonlijkheidsontwikkeling, dat de verdachte leert omgaan met zijn intellectuele beperkingen en hij zijn overmatig cannabisgebruik reduceert dan wel stopt.

De rechtbank is van oordeel dat deze behandeling, gelet op de adviezen van de psychiater, psycholoog en de reclassering, slechts plaats kan vinden in het gedwongen kader van een (onvoorwaardelijke) maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de maatregel van plaatsing van de verdachte in een inrichting voor jeugdigen eist, zodat aldaar de noodzakelijke behandeling van de verdachte in een gesloten setting plaats kan vinden. Uit de rapportages blijkt dat er een hoog recidiverisico is. Voorts blijkt dat de verdachte geen ziekte-inzicht heeft en niet gemotiveerd is om behandeling te ondergaan – hetgeen de rechtbank ook ter zitting van 14 februari 2017 is gebleken. Bovendien heeft de verdachte zich tot tweemaal toe onttrokken aan behandeling door te vluchten uit de kliniek waar hij in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis verbleef. Het is de rechtbank ter zitting ook gebleken dat de verdachte een zeer groot wantrouwen heeft naar de omgeving, niet alleen naar de hulpverlening maar ook naar bijvoorbeeld de politie die hij ervan verdenkt het op hem te hebben gemunt. De rechtbank is daarom, anders dan de raadsvrouw, van oordeel dat een klinische behandeling in de vorm van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel dan wel een voorwaardelijke PIJ-maatregel ontoereikend is. De rechtbank verwacht dat de verdachte zich aan een klinische behandeling zal onttrekken, hetgeen tot gevolg zal hebben dat de bij hem bestaande problematiek aanwezig blijft en zich mogelijk verergert waardoor het recidivegevaar onaanvaardbaar hoog blijft.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het hiervoor overwogene en gelet op de inhoud van de rapporten, tevens is voldaan aan de overige wettelijke vereisten voor het opleggen van de maatregel. Hoewel alleen de twee pogingen tot zware mishandeling de oplegging van een PIJ-maatregel mogelijk maken (nu dit feiten betreffen waarop een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld) en niet het onder 3 tot en met 8 bewezen verklaarde, onderstrepen deze laatstgenoemde feiten, en dan met name het wapen- en munitiebezit en de bedreigingen, voor de rechtbank wel de ernstige psychiatrische problematiek en (delict-)gevaarlijkheid van de verdachte. Zijn forse verstandelijke beperking maakt dit gevaar alleen maar groter.

De rechtbank merkt op dat artikel 77s lid 7 van het Wetboek van Strafrecht vermeldt dat de maatregel geldt voor de tijd van drie jaar. Na twee jaar eindigt de maatregel voorwaardelijk, tenzij de maatregel wordt verlengd op de wijze als bedoeld in artikel 77t. De termijn gaat in nadat de rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden.

Ten slotte overweegt de rechtbank dat de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten telkens poging tot zware mishandeling. De termijn van de maatregel zou daarom, gelet op het bepaalde in artikel 77t, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, kunnen worden verlengd, voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaar niet te boven gaat.

Gelet op de ernst van de feiten acht de rechtbank, naast de oplegging van de PIJ-maatregel, een onvoorwaardelijke jeugddetentie van na te melden duur passend en geboden. De rechtbank zal de duur van de onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk stellen aan de duur van de voorlopige hechtenis. Gelet op de ernstige problematiek is het van belang dat zo snel mogelijk met de PIJ-maatregel kan worden begonnen.

9 BESLAG

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de op de beslaglijst onder 1 genoemde boksbeugel te onttrekken aan het verkeer en de onder 2 genoemde bromfiets verbeurd te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich niet uitgelaten over de inbeslaggenomen goederen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde boksbeugel moet worden onttrokken aan het verkeer, omdat dit aan de dader of verdachte toebehorende voorwerp bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdachte, is aangetroffen, terwijl het voorwerp kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde bromfiets moet worden verbeurdverklaard, omdat met betrekking tot dit aan de verdachte toebehorende voorwerp de onder 1 meer subsidiair en 2 subsidiair bewezen verklaarde feiten zijn begaan;

10 DE BENADEELDE PARTIJ

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [A] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan de verdachte onder 5 ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 237,50 en zou bestaan uit de kosten van herstel van het contactslot en beenschild van haar scooter.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in haar vordering nu er onvoldoende verband bestaat tussen de geleden schade en de ten laste gelegde heling.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft eveneens de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in haar vordering bepleit, omdat de verdachte volgens de raadsvrouw van de heling moet worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank dient de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu uit het dossier noch de vordering blijkt dat er voldoende verband bestaat tussen de helingshandeling en de door de benadeelde partij gestelde schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door die helingshandeling rechtstreekse schade heeft geleden.

11 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 77c, 77i, 77s, 77gg, 91, 285, 302 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart niet bewezen hetgeen onder 1 primair en subsidiair en 2 primair (parketnummer 16/659296-16) aan de verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 meer subsidiair en 2 subsidiair (parketnummer 16/659296-16), het onder 3 en 4 (parketnummer 16/079596-16), het onder 5 (parketnummer 16/094459-16) en het onder 6, 7 en 8 (parketnummer 16/659786-16) ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt de verdachte vrij van wat onder voornoemde feiten meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar;

- verklaart de verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 3 MAANDEN;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- legt aan de verdachte op de maatregel van Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer het op de “Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen” d.d. 8 november 2016 onder 1 vermelde voorwerp, te weten 1.00 STK Wapen Boksbeugel – Zelf gefabriceerd van stalen kram;

- verklaart verbeurd het op de “Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen” d.d. 8 november 2016 onder 2 vermelde voorwerp, te weten 1.00 STK Bromfiets Yamaha BW50;

Benadeelde partij

- bepaalt dat de benadeelde partij [A] in haar vordering niet-ontvankelijk is;

- compenseert de kosten van partijen aldus dat elke partij zijn eigen kosten draagt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.L. Beljaars, voorzitter, mr. K.G. van de Streek, en mr. G. van de Beek, rechter, in tegenwoordigheid van mr. T.M. van Zwet, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 februari 2017.

Mr. M.J.A.L. Beljaars is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL0900-2016073358, doorgenummerd p. 1 t/m 115.

2 Proces-verbaal van aangifte door [aangever] , p. 19 t/m 20.

3 Registratieformulier Spoedeisende Hulp, p. 23.

4 Letselverklaring GGD Flevoland d.d. 9 juni 2016.

5 Letselverklaring GGD Flevoland d.d. 28 juli 2016.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 31.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 35.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 38.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 27 t/m 28.

10 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 februari 2017.

11 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL0900-2015346812, doorgenummerd p. 1 t/m 98.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 50 t/m 51.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 77 t/m 81.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 24.

15 Proces-verbaal van aangifte door [moeder verdachte] , p. 41.

16 Proces-verbaal van verhoor getuige [D] , p. 43.

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 23.

18 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL0900-2016131689, ongenummerd.

19 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 april 2016.

20 Proces-verbaal van aangifte door [A] .

21 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 1 mei 2016.

22 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL0900-2016180891, doorgenummerd p. 1 t/m 108.

23 Proces-verbaal van aangifte door [B] , p. 3 t/m 4.

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 15 juni 2016, p. 102 t/m 106.

25 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 februari 2017.

26 Proces-verbaal van bevindingen, p. 10.

27 Proces-verbaal van aangifte, p. 7.

28 Proces-verbaal van bevindingen, p. 31.

29 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 februari 2017.

30 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 15 juni 2016, p. 107.