Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:783

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-02-2017
Datum publicatie
17-02-2017
Zaaknummer
16/652557-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie mannen uit Roemenië, zonder vaste woon- of verblijfplaats, zijn veroordeeld tot respectievelijk 2 en 5 maanden cel. De rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de mannen meerdere malen bij tankstations de koffie- en geldwisselautomaten openbraken en geldcassettes weg namen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling straf-, familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/652557-16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 17 februari 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1988] te [geboorteplaats]

zonder vaste woon-/ of verblijfplaats in Nederland

verblijvende te [adres] , [woonplaats] (Roemenië)

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 18 november 2016 en 3 februari 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1:

op 20 augustus 2016 in Breukelen , samen met anderen, door middel van braak geld en/of goederen heeft gestolen;

feit 2:

op 20 augustus 2016 in Amstelveen , samen met anderen, door middel van braak geld en/of goederen heeft gestolen;

feit 3:

op 5 maart 2016 in Geleen , samen met anderen, door middel van braak geld en/of goederen heeft gestolen;

feit 4:

op 6 maart 2016 in Breukelen , samen met anderen, geprobeerd heeft door middel van braak geld en/of goederen te stelen;

feit 6:

op 6 maart 2016 in Zaltbommel, samen met anderen, door middel van braak geld en/of goederen heeft gestolen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

Op de tenlastelegging staan in totaal 5 feiten, genummerd 1, 2, 3, 4 en 6.

De officier van justitie acht het onder 1, 2, 3 en 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie baseert zich daar bij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen en de onderlinge overeenkomsten tussen de feiten.

De officier van justitie acht het onder 4 ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte dient daarvan vrijgesproken te worden.

4.2

Het oordeel van de rechtbank 1

feit 1 en feit 2

[getuige 1] was op 20 augustus 2016 omstreeks 19.20 uur aan het werk in het tankstation van [tankstation 1] te [vestigingsplaats] . Hij zag dat een groepje van vijf mannen en één vrouw op een kluitje voor de koffieautomaten stond. Hij liep er naar toe en zag dat ze schrokken. Hij zag dat ze met twee handen in een scheppende beweging iets meepakten. Ze liepen daarna naar buiten. Hij zag vervolgens dat de deurtjes van twee koffiemachines open waren.2 Hij liep achter hen aan en zag dat de groep naar een blauwe auto rende. In de shop zag hij dat de deurtjes van de twee koffiemachines opengebroken waren en de geldlades er uit genomen waren.3

[aangever 1] , werkzaam bij [tankstation 1] , heeft aangifte gedaan van de diefstal van twee geldcassettes met wisselgeld uit de koffieautomaten, die eigendom waren van [naam] .4

[getuige 2] was op 20 augustus 2016 aan het werk in het tankstation [tankstation 3] in [vestigingsplaats] . Een groep mensen kwam de shop binnen. Het betroffen vier mannen en één vrouw. Ze waren langere tijd in de shop en keken aandachtig naar de twee koffiemachines aan de voorzijde van de shop en de automaat van het toiletpoortje. Omstreeks 18.55 uur liepen de vijf personen de shop uit. Kort hierna constateerde [getuige 2] dat het betaalsysteem van de koffiemachine achter in de shop was opengebroken. De borgpen van het slotje bleek gebroken waarna de machine geopend kon worden. De geldwisselaar, een cassette met wisselgeld, was uit het apparaat verdwenen. Buiten op het terrein werd de geldcassette leeg terug gevonden in een vuilcontainer.5

Op 20 augustus 2016 ontving verbalisant [verbalisant 1] een melding dat een aantal verdachten een koffieautomaat had opgebroken in [tankstation 1] te [vestigingsplaats] .6 De vermoedelijke daders (vijf mannen en één vrouw) zouden zijn weggereden in een Audi met het kenteken [kenteken] .7 Op 21 augustus 2016 zagen verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] dat er bij het [tankstation 2] te [vestigingsplaats] een Audi A4 met het kenteken [kenteken] geparkeerd stond.8 Ter plaatse werden zes personen, behorende bij de Audi met het kenteken [kenteken] , aangetroffen en aangehouden. Verbalisant [verbalisant 4] herkende deze personen voor 100% als de personen die op de foto’s van de beveiligingscamera’s van tankstation [tankstation 1] van 20 augustus 2016 stonden, die hem waren toegestuurd.9 De zes aangehouden verdachten waren genaamd: [A] , [medeverdachte 1] , [verdachte] , [B] , [C] en [medeverdachte 2] .10

Verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 3] troffen in de kofferbak van voornoemde Audi een zwarte plastic bak/geldcassette geheel gevuld met euro muntstukken.11

Tijdens het doorzoeken van voornoemde Audi werd door verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] onder andere aangetroffen:

  • -

    een grote hoeveelheid munten in de armsteun van de achterbank;

  • -

    een zakje met vijf cent munten in de armsteun van de achterbank;

  • -

    een tas vol met kleingeld, rechts achterin op de hoedenplank.12

Verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] zagen tijdens het verhoor van [verdachte] dat verdachte gelijkend was op en dezelfde kleding droeg als de persoon die te zien was op de foto gemaakt op 20 augustus 2016 in de shop van het tankstation [tankstation 1] te [vestigingsplaats] . Verdachte droeg een grijs t-shirt, een oranje/bruin kleurige driekwart broek en zwarte schoenen.13

Verbalisant [verbalisant 10] herkende op de foto’s behorende bij de aangifte van [getuige 2] dezelfde groep verdachten als de verdachten die te zien waren op de foto’s betreffende de diefstal bij het [tankstation 1] station te [vestigingsplaats] . Het betrof de zes verdachten die in [vestigingsplaats] waren aangehouden.14

[verdachte] heeft verklaard dat hij samen met vijf anderen in de auto zat.15 Hij zat rechts achterin.16 Zij waren op 20 augustus 2016 een keer gestopt, dat was waar een man achter hen aan liep omdat zij een koffieautomaat stuk hadden gemaakt.17 (De rechtbank begrijpt dat verdachte hier het tankstation [tankstation 1] bedoeld).

Op 20 augustus 2016 waren zij allemaal bij het tankstation [tankstation 3] in [vestigingsplaats] naar binnen gegaan. Hij had naast ze gestaan toen ze de automaat stuk maakten. [verdachte]18 (De rechtbank begrijpt, gelet op de inhoud van het dossier en de verklaring van de verdachte, dat verdachte hier [B] bedoeld.19) maakte de machines open en haalde het geld er uit.20 Hij kon zich herinneren dat er bij twee of drie pompstations geld uit de koffiemachines was gehaald.21

Bewijsoverwegingen

In het dossier bevindt zich een DVD met daarop camerabeelden van het tankstation [tankstation 1] van 20 augustus 2016. De rechtbank en de officier van justitie hebben kennis genomen van deze beelden.

Op de beelden is te zien dat twee mannen bij de koffieautomaten gaan staan. Een derde persoon gaat naast hen staan. De personen kijken voortdurend om zich heen. Vervolgens voegen nog twee personen, een man en een vrouw, zich bij de drie mannen. Drie mannen gaan vervolgens naast elkaar en tegen elkaar aan voor de middelste koffieautomaat staan en blokkeren het zicht op de automaat. Te zien is dat er handelingen bij de koffieautomaat worden verricht. De vierde man en de vrouw, bevinden zich vlak achter de drie mannen en kijken voortdurend om zich heen. Vervolgens voegt zich een vijfde man bij het groepje. Na enige tijd verplaatst het groepje zich naar de linker koffieautomaat, gaat uit elkaar en blijft gedurende enige tijd in de buurt van de koffieautomaat. Dan is op de beelden te zien dat veel andere personen door de shop en langs de automaat lopen. Op het moment dat het rustiger wordt, laat het groepje hetzelfde beeld zien, als bij de middelste koffieautomaat. Wanneer de groep op enig moment iets uit elkaar gaat is te zien dat een man nu een voorwerp in zijn handen heeft. Op het moment dat een medewerker van het tankstation op hen afloopt, loopt de groep weg van de koffieautomaten.

Op de beelden uit het bestand “beelden uitgang shop” is te zien dat zes personen, vijf mannen en een vrouw, achter elkaar het tankstation verlaten, waarbij de derde persoon een met een doek of kledingstuk afgedekt voorwerp in beide handen houdt. De zes personen vertonen, qua signalement en kleding, zeer grote overeenkomsten met de personen die zich kort daarvoor bij de koffieautomaten ophielden. Vervolgens is te zien dat de laatste personen van de groep beginnen te rennen, als een medewerker van het tankstation achter hen aankomt.

Op de beelden uit het bestand “beelden auto” is te zien dat een groep van zes personen vanaf het tankstation naar een gereed staande blauwe auto rent en instapt. Vlak achter de groep rent een medewerker van het tankstation. De persoon die uiteindelijk links voor in de auto instapt, maakt tot tweemaal toe een beweging richting de medewerker die daarop terugdeinst.

Medeplegen

De rechtbank is op grond van voornoemde bewijsmiddelen en beelden van oordeel dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de leden van de groep. De handelingen van verdachte en zijn medeverdachten vertonen naar hun uiterlijke verschijningsvorm het beeld van een vooraf besproken en georganiseerd handelen van de groep, waarbij de verschillende leden van de groep, zonder dat er ter plaatse kennelijk overleg plaatsvindt, ieder een eigen taak en rol vervullen.

Dat een of meer de leden van de groep niet op de hoogte zou zijn van hetgeen er gebeurt acht de rechtbank gelet op de wijze waarop men te werk gaat niet aannemelijk.

feit 3, feit 4 en feit 6

feit 3

[aangever 2] is manager bij [naam] en werkzaam bij het tankstation [tankstation 4] te [vestigingsplaats] . Op 5 maart 2016 omstreeks 21.00 uur zag een kassamedewerker drie vrouwen en drie mannen van buitenlandse afkomst het tankstation binnen komen lopen. De vrouwen hielden de kassamedewerker aan de praat, de mannen liepen naar de geldwisselaar achter in de winkel. Op 7 maart 2016 zag [aangever 2] dat het slot van de geldwisselaar beschadigd was en de sleutel22 scheef in het slot zat. Op de camerabeelden zag hij dat de drie mannen tussen 21.07 uur en 21.15 uur met een griptang het slot van de wisselaar hadden ontzet. De mannen pakten het geld uit de wisselaar. Ze deden het muntgeld in een damestas en een van de mannen deed het briefgeld in zijn zak.23 Er was een bedrag van € 1.800,00 weggenomen, eigendom van [naam] .24

Verbalisant [verbalisant 11] heeft op 2 september 2016 de camerabeelden van 5 maart 2016 van het tankstation [tankstation 4] bekeken. Zij zag dat een groep van zes personen het tankstation binnen kwam lopen. Zij herkende twee personen in de groep: [verdachte] en [B] .

Verbalisant herkende [verdachte] , die zij op maandag 29 augustus 2016 had gehoord als verdachte. [verdachte] had het volgende signalement: blanke huidskleur, ongeveer 35 jaar oud, kort donker haar en een grijze jas met zwarte mouwen en een zwarte kraag. [B] had een blanke huidskleur, kort donker haar en droeg een grijskleurige broek, een roodkleurig shirt en een zwartkleurige jas.25

Zij zag dat [B] met een onbekend voorwerp de geldwisselautomaat openmaakte. [verdachte] stond achter [B] en achter [verdachte] stond een onbekende vrouw met de rug naar de geldwisselautomaat. [B] haalde vervolgens iets uit de geopende geldwisselautomaat. Kort daarop verlieten [B] en [verdachte] het benzinestation.26

feit 4

[aangever 3] , heeft namens [tankstation 1] te [vestigingsplaats] aangifte gedaan.

Op 6 maart 2016 zag zijn collega [D] dat geprobeerd was de geldwisselaar in het tankstation open te breken. Zij zag braaksporen op het slot en een kras aan de bovenkant van de geldwisselaar.27 Op de camerabeelden zag [aangever 3] dat op 6 maart 2016 om 00.40 uur zes personen de shop in kwamen lopen. Het waren drie mannen en drie vrouwen. Twee mannen liepen met één vrouw naar de geldwisselaar. Eén van de mannen probeerde de geldwisselaar open te breken. Hij zag dat de man met zijn rechterhand een beweging maakte waarbij zijn elleboog op en neer ging. Tijdens deze handeling waren één van de mannen en één van de vrouwen goederen bij de kassa aan het afrekenen. Hij zag dat de man met zijn handeling stopte en dat de drie mannen en de drie vrouwen naar buiten liepen.28

Verbalisant [verbalisant 10] heeft de foto’s behorende bij de aangifte PL2000-201610746 bekeken.29 (De rechtbank begrijpt dat hier, gelet op het proces-verbaalnummer boven de foto’s op pagina 258 en de omschrijving van de uiterlijke kenmerken van de twee mannen op de foto’s, wordt bedoeld de aangifte van [aangever 3] onder proces-verbaalnummer PL0900-2016079276-1).

Verbalisant zag op die foto’s twee mannen die gelijkenis vertoonden met twee aangehouden verdachten. Op de foto zag verbalisant een wat gezette jongeman met een grijze jas met zwarte mouwen. De man vertoonde gelijkenis met de verdachte [verdachte] .30

feit 6

Op 6 maart 2016 hoorde [E] van een medewerker dat de wisselautomaat in de shop van het tankstation [tankstation 5] in [vestigingsplaats] open was gebroken en leeggehaald. Op de camerabeelden zag [E] dat op 5 maart 2016 omstreeks 23.38 uur twee mannen en drie vrouwen binnen kwamen lopen. Allen hadden een Oost-Europees uiterlijk. Zij hielden zich op bij de wisselautomaat. De mannen waren druk bezig met de wisselautomaat en de vrouwen bleven er omheen staan. Om ongeveer 23.50 uur liepen de personen naar buiten.31 De wisselautomaat bestaat uit een zak waar het te wisselen geld in valt. Links daarvan zitten zogenaamde hoppers met het wisselgeld.32 De hoppers zelf zijn niet stuk, maar na de inbraak was de zak kapot, waardoor je zowel het te wisselen geld als het wisselgeld krijgt.33

Verbalisant [verbalisant 10] heeft de foto’s behorende bij de aangifte van [E] bekeken. Verbalisant zag op die foto’s twee mannen die gelijkenis vertoonden met twee aangehouden verdachten. Op de foto zag verbalisant een wat gezette jongeman met een grijze jas met zwarte mouwen. De man vertoonde gelijkenis met de verdachte [verdachte] .34

Bewijsoverwegingen

[verdachte]

Verdachte is door verbalisant [verbalisant 11] op de beelden van het tankstation [tankstation 4] (feit 3) te [vestigingsplaats] herkend als de door haar gehoorde verdachte [verdachte] .

De rechtbank is van oordeel dat verdachte, gelet over de overeenkomsten in de kleding, het korte tijdbestek tussen de delicten gepleegd in Geleen (feit 3) en Breukelen (feit 4) en Zaltbommel (feit 6) en de herkenningen door verbalisant [verbalisant 10] , eveneens de persoon is die te zien is op de foto’s van het tankstations in Breukelen en Zaltbommel, gekleed in een grijze jas met donkere mouwen. Voorts is verdachte op voormelde foto’s telkens in het gezelschap van een en dezelfde man en vrouw.

Medeplegen

De rechtbank overweegt dat op de screenshots van feit 3 en feit 6, telkens twee mannen en één vrouw te zien zijn, die qua postuur, uiterlijke kenmerken en kleding een zeer grote gelijkenis vertonen. Ook de wijze waarop deze drie personen zich telkens gedragen vertoont een grote gelijkenis.

De twee mannen staan zeer dicht bij elkaar vlak voor de betreffende automaat, blokkeren het zicht op de automaat en voeren handelingen uit. De vrouw staat telkens met haar rug naar de twee mannen en blokkeert deels het zicht op de twee mannen.

Op de screenshots van feit 4 zijn eveneens twee mannen en één vrouw te zien die qua postuur, uiterlijke kenmerken en kleding een zeer grote gelijkenis vertonen met de personen op de screenshots van feit 3 en feit 6.

De rechtbank is op grond van voornoemde bewijsmiddelen en screenshots van oordeel dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de leden van de groep. De handelingen van verdachte en zijn medeverdachten vertonen naar hun uiterlijke verschijningsvorm het beeld van een vooraf besproken en georganiseerd handelen van de groep, waarbij de verschillende leden van de groep, zonder dat er ter plaatse kennelijk overleg plaatsvindt, ieder een eigen taak en rol vervullen.

Dat een of meer de leden van de groep niet op de hoogte zou zijn van hetgeen er gebeurt acht de rechtbank gelet op de wijze waarop men te werk gaat niet aannemelijk.

De rechtbank acht op grond van voornoemde feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen de onder 1, 2, 3, 4 en 6 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1

op 20 augustus 2016 te Breukelen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen meerdere geldbakken en/of geldcassettes en een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan tankstation [tankstation 1] ) en/of [naam] , waarbij verdachte en zijn mededaders die/dat weg te nemen geld en goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

feit 2

op 20 augustus 2016 te Amstelveen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbak en/of geldcassette en een hoeveelheid geld, toebehorende aan tankstation [tankstation 3] ,,waarbij verdachte en zijn mededaders die/dat weg te nemen geld en goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

feit 3

op 5 maart 2016 te Geleen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en zijn mededaders dat weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

feit 4

op 6 maart 2016 te Breukelen , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een tankstation ( [tankstation 1] ), gevestigd aan de [adres] , weg te nemen (enig(e)) geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededader(s), waarna de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid;

feit 6

omstreeks 6 maart 2016 te Zaltbommel, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geldbak(ken) en/of geldcassette(s) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan tankstation [tankstation 5] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder feit 1, 2, 3, 4 en 6 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1, feit 2, feit 3 en feit 6:

- telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 4:

- poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 4 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

8.2

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft samen met anderen meerdere malen in tankstations koffie-/geldwisselautomaten opengebroken en het in de automaten aanwezig kleingeld weggenomen. Daarnaast heeft men ook éénmaal geprobeerd op een dergelijke wijze geld weg te nemen. Men is daarbij brutaal en georganiseerd te werk gegaan. Dergelijke feiten veroorzaken financiële schade en overlast bij de benadeelden. Verdachte heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij en zijn medeverdachten met een bepaalde reden in Nederland waren, anders dan voor het plegen van strafbare feiten.

Verdachte is niet ter terechtzitting verschenen en heeft op geen enkel moment getoond inzicht te hebben in het kwalijke van zijn handelen en heeft alleen gehandeld vanuit zijn eigen financiële gewin.

Gelet op het vorenstaande kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 1 december 2016, waaruit volgt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

De rechtbank wijkt – nu zij ook ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit tot een bewezenverklaring komt – bij de straftoemeting af van de eis van de officier van justitie. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat gevangenisstraf van 5 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden is.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder feit 1, feit 2, feit 3, feit 4 en feit 6 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1, feit 2, feit 3 en feit 6:

- telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 4:

- poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mrs. C.E.M. Nootenboom-Lock en N. Schapendonk, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 februari 2017.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op of omstreeks 20 augustus 2016 te Breukelen , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meerdere geldbak(ken) en/of geldcassette(s) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan tankstation [tankstation 1] ) en/of [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 20 augustus 2016 te Amstelveen , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meerdere geldbak(ken) en/of geldcassette(s) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan tankstation [tankstation 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 5 maart 2016 te Geleen , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meerdere geldbak(ken) en/of geldcasset(tes) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan tankstation [tankstation 4] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 6 maart 2016 te Breukelen , in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een tankstation ( [tankstation 1] ), gevestigd aan de [adres] , weg te nemen (enig(e)) geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met zijn mededader(s), althans alleen een geldwisselautomaat open te breken, waarna de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 06 maart 2016 te Zaltbommel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen geldbak(ken) en/of geldcassette(s) en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan tankstation [tankstation 5] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte eindproces-verbaal, genummerd PL2600-2016059251, opgemaakt door de Landelijke Eenheid, dienst infrastructuur, afdeling Opsporing Zuid-Oost, doorgenummerd pagina 1 tot en met 560. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] , pagina 164.

3 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] , pagina 165.

4 Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] , pagina 158.

5 Proces-verbaal van aangifte | [getuige 2] , pagina 182.

6 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1] , pagina 36.

7 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 1] , pagina 37.

8 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 48.

9 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 55.

10 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 56.

11 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 50

12 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 345.

13 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 172, met bijlage pagina 178.

14 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 189.

15 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] , pagina 452.

16 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] , pagina 453.

17 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] , pagina 456.

18 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] , pagina 457.

19 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] , pagina 472 en 478.

20 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] , pagina 457.

21 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] , pagina 457.

22 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] , pagina 209.

23 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] , pagina 210.

24 Proces-verbaal van aangifte [aangever 2] , pagina 211.

25 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 220.

26 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 221.

27 een geschrift, te weten een afschrift van het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , pagina 255.

28 een geschrift, te weten een afschrift van het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , pagina 256.

29 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 259.

30 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 259.

31 Proces-verbaal van aangifte [E] , pagina 190.

32 Proces-verbaal van aangifte [E] , pagina 191; bijlagen proces-verbaal van aangifte, pagina 195 t/m 197.

33 Handgeschreven/concept aangifte [E] , pagina 193.

34 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 204.