Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:7052

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
07-06-2017
Datum publicatie
17-07-2020
Zaaknummer
5235013 UC EXPL 16-10459 JOZ/1378
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vermoeden van belfraude. Voldoende twijfel aan de juistheid van de administratie van Ziggo om die niet als uitganspunt te nemen voor de juistheid van de facturen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 5235013 UC EXPL 16-10459 JOZ/1378

Vonnis van 7 juni 2017

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Ziggo B.V.,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen Ziggo,

eisende partij,

gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders Groningen,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. W.K. van Briemen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- het tussenvonnis van 10 augustus 2016 waarin een comparitie is bepaald;

- de door Ziggo vóór de comparitie toegezonden stukken en het proces-verbaal van comparitie;

- de akte na comparitie tevens houdende een vermeerdering van eis;

- de antwoord akte van [gedaagde] ;

- het tussenvonnis van 7 december 2016 waarin een tweede comparitie is bepaald;

- de door Ziggo nog toegezonden stukken en de aantekeningen van de comparitie;

- de akte na comparitie van Ziggo;

- de akte na comparitie van [gedaagde] .

1.2.

Tijdens de eerste comparitie is vastgesteld dat er feitelijk sprake was van twee procedures tussen partijen over min of meer hetzelfde feitencomplex en dat in de eerste procedure al een verstekvonnis was gewezen. Het gevoerde verweer had betrekking op beide zaken. Om een verzetprocedure te voorkomen hebben partijen afgesproken het volledig debat in deze procedure te voeren, hetgeen is vastgelegd in het proces-verbaal van comparitie. Het verstekvonnis zal niet ten uitvoer gelegd worden. In deze procedure is de vordering vermeerderd met de bedragen die in het verstekvonnis zijn toegewezen. In de tweede comparitie is inhoudelijk met partijen over het hele geschil gesproken. Een regeling is niet bereikt.

1.3.

Tijdens de tweede comparitie is naar voren gekomen dat [gedaagde] onder bewind staat. De advocaat van [gedaagde] heeft op de comparitie aangegeven toestemming van de bewindvoerder te hebben om inhoudelijk verweer te voeren. De kantonrechter heeft daarop de behandeling voortgezet buiten aanwezigheid van de bewindvoerder.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] heeft een overeenkomst met Ziggo gesloten voor – kort gezegd – de levering van telefonie en aanverwante diensten.

2.2.

Op 31 augustus 2015 heeft Ziggo [gedaagde] een brief geschreven, omdat zij constateerde dat de belkosten van [gedaagde] snel waren gestegen. Zij schrijft:

“(…)

Je belkosten zijn in korte tijd snel gestegen. Op dit moment zijn de kosten € 1.022,32. Omdat deze kosten hoger zijn dan we van je gewend zijn, laten we je dit even weten. Zo ontvang je niet onverwachts een hogere factuur of een belbeperking.

(…)”

2.3.

Ziggo heeft [gedaagde] een op 28 augustus 2015 gedateerde factuur gestuurd voor € 409,46 en een factuur van 29 september 2015 voor € 1.610,09. Het betreft steeds het totaalbedrag voor zowel de vaste abonnementskosten als de feitelijke belkosten. Deze bedragen zijn eerst automatisch afgeschreven, maar door [gedaagde] gestorneerd. De facturen zijn daarna onbetaald gebleven.

2.4.

Partijen hebben contact gehad over deze facturen waarbij [gedaagde] zich steeds op het standpunt heeft gesteld dat de facturen niet kunnen kloppen.

2.5.

Mevrouw [A] heeft in een e-mail van 21 november 2016 het volgende verklaard:

“(…)

Wat nog een vraagje was uwerzijds, wij zijn, met zoon [gedaagde] , de 28e augustus 2015 s’avonds af gereisd naar Egmond. (19.30 u) 30e weer terug. (…).”

2.6.

Ziggo heeft het abonnement van [gedaagde] beëindigd en vervolgens afsluitkosten en de resterende maandtermijnen bij [gedaagde] in rekening gebracht. Ook de factuur voor deze kosten is onbetaald gebleven.

3 Het geschil

3.1.

Ziggo vordert na vermeerdering van eis bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] om aan Ziggo te voldoen € 2.518,87 , te vermeerderen met de wettelijke handels rente over € 2.019,55 vanaf 20 april 2016 en over € 312,10 vanaf 13 juni 2016, alles met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

Ter onderbouwing van die vordering stelt Ziggo dat [gedaagde] jegens Ziggo toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen ingevolge de tussen partijen gesloten overeenkomst, door twee facturen onbetaald te laten. Daarnaast vordert Ziggo de afsluitkosten die [gedaagde] op grond van de algemene voorwaarden verschuldigd is en een vergoeding voor de resterende looptijd van het 3-jarige contract dat door het uitblijven van betaling door [gedaagde] voortijdig is beëindigd.

3.3.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van Ziggo in de proceskosten. [gedaagde] stelt dat hij de gevorderde hoge belkosten niet verschuldigd is en dat sprake moet zijn van fraude.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak als eerste om de vraag of Ziggo aanspraak kan maken op de betaling van een tweetal facturen, namelijk de factuur van 28 augustus 2015 van € 409,46 en de factuur van 29 september 2015 van € 1610,09. Beide facturen zijn hoger dan de facturen die [gedaagde] normaal kreeg (en die door hem betaald zijn).

4.2.

Uit de administratie van Ziggo blijkt dat [gedaagde] veelvuldig naar het buitenland gebeld heeft. Ziggo heeft haar facturen uitgebreid gespecificeerd en belmomenten genoemd, gespecificeerd naar datum, tijdsduur en nummer.

4.3.

In de regel moet afgegaan worden op de gegevens uit de administratie van Ziggo. Er zijn geen aanwijzingen dat de registratie door Ziggo onbetrouwbaar is of op onzorgvuldige wijze tot stand komt. Anderzijds heeft [gedaagde] er wel met recht op gewezen dat er gevallen bekend zijn waarbij gebruikers van telefoniediensten slachtoffer worden van fraude en daardoor hoge rekeningen krijgen. [gedaagde] heeft onbetwist gesteld dat dit bij verschillende aanbieders van telefoondiensten voorkomt en naar publicaties en consumentenprogramma’s over dit probleem verwezen. Hij heeft ook onbetwist gesteld dat ook Ziggo bekend is met gevallen van fraude en dat er op de website van Ziggo informatie staat over hoe te handelen bij het vermoeden van fraude. In de akte na comparitie van 23 november 2016 heeft hij expliciet verwezen naar: https://www.ziggo.nl/klantenservice/bellen/telefoonfraude/

4.4.

In deze zaak valt op dat [gedaagde] vanaf het allereerste begin heeft aangegeven dat de vastlegging van belgegevens niet kan kloppen Hij heeft ook bij herhaling aan Ziggo gevraagd maatregelen te treffen en onderzoek in te stellen. Het staat vast dat [gedaagde] contact heeft gehad met Ziggo en onder andere in een winkel van Ziggo is geweest. De contactmomenten die [gedaagde] heeft genoemd corresponderen met de vastlegging in de organisatie van Ziggo.

4.5.

Daarbij komt dat [gedaagde] een verklaring heeft overgelegd van mevrouw [A] , die op de comparitie van 24 maart 2017 aanwezig was en als informant de juistheid van de verklaring bevestigd heeft. Uit haar verklaring en toelichting op de comparitie volgt dat [gedaagde] niet thuis aanwezig was op het moment dat er volgens Ziggo wel vanaf zijn huisadres met de vaste telefoon naar het buitenland gebeld is. Deze omstandigheden, namelijk het consequent handhaven dat de registratie niet kan kloppen en daarvan melding maken bij Ziggo, in combinatie met de verklaring van mevrouw [A] , dat [gedaagde] eenvoudigweg niet thuis was toen er wel belmomenten geregistreerd zijn, vormen een sterke aanwijzing dat van fraude sprake kan zijn en dat de specificatie van Ziggo niet zonder meer voor juist gehouden kan worden.

4.6.

Volgens de eigen gegevens van Ziggo stelt zij bij vermoeden van fraude een onderzoek in. Dit is op de comparitie ook met partijen besproken en aan Ziggo is gevraagd nader uiteen te zetten, wat zij precies gecontroleerd heeft en wat die controle precies inhoudt. Daarop heeft Ziggo op dat moment – begrijpelijk – niet gedetailleerd kunnen antwoorden. Om die reden is Ziggo in de gelegenheid gesteld in een akte nader uit te leggen wat zij onderzocht heeft. In de akte na comparitie heeft Ziggo niet meer gesteld dan dat intern onderzoek heeft plaatsgevonden en dat op afstand lijn en modem gecontroleerd zijn. Deze algemeenheden geven de kantonrechter echter geen enkele informatie. Feitelijk zegt Ziggo niet veel meer dan dat haar administratie klopt. Daar voegt zij aan toe dat als [gedaagde] zelf niet thuis was, mogelijk een ander gebruik heeft gemaakt van zijn telefoon hetgeen volgens Ziggo voor zijn rekening moet komen. Deze stellingen zijn onvoldoende. Zeker als ook in ogenschouw genomen wordt dat Ziggo op haar website meldt dat zij nummers kan controleren en uit kan zoeken of het om een telefoonnummer van fraudeurs gaat, moet geoordeeld worden dat Ziggo hier met het uitvoeren van deugdelijk onderzoek in gebreke is gebleven. Zou zij een dergelijk onderzoek wel gedaan hebben, dan had zij daarover meer informatie kunnen geven en was er minder reden geweest om aan het gespecificeerde overzicht van Ziggo te twijfelen.

4.7.

Thans is de vaststelling dat Ziggo niet verder komt dan haar overzicht, hetgeen gemotiveerd betwist is. Tegenover die betwisting zijn de stellingen van Ziggo onvoldoende en moet de vordering worden afgewezen. Aan verdere bewijslevering wordt niet toegekomen.

4.8.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] de afgeschreven bedragen voor de facturen die in geschil zijn terecht laten storneren. Ziggo had dus ook geen reden om vanwege die openstaande nota’s over te gaan tot het afsluiten van de aansluiting van [gedaagde] en de resterende termijn van het contract (als schade) te declareren. De daarop betrekking hebbende vordering wordt eveneens afgewezen.

4.9.

Ziggo heeft wel met recht gesteld dat er geen reden is om de kosten van het abonnement over de periode dat [gedaagde] daarvan gebruik heeft kunnen maken, onbetaald te laten. Die stelling is juist. Als de belkosten onverklaarbaar hoog zijn door fraude, waarvan thans moet worden uitgegaan omdat het vermoeden onvoldoende is weerlegd, is er nog geen reden de vaste kosten onbetaald te laten. Dit betekent dat de abonnementskosten van de beide facturen in geschil van steeds € 46,00 exclusief btw zullen worden toegewezen. De wettelijke handelsrente daarover kan worden toegewezen vanaf 13 juni 2016, zoals gevorderd. Omdat het gaat om een zakelijk afgesloten abonnement is de wettelijke handelsrente van toepassing.

4.10.

Formeel was er op het moment van afsluiting dus wel sprake van een openstaand bedrag, maar gelet op de gevoerde discussie en het feit dat de belkosten en de vaste kosten in één keer zijn afgeschreven en de vaste kosten slechts een fractie zijn van het afgeschreven bedrag, kan toch niet geoordeeld worden dat [gedaagde] terecht is afgesloten. Ziggo heeft ook nimmer op betaling van alleen de vaste kosten aangedrongen.

4.11.

De bewindvoerder is niet opgeroepen en formeel niet verschenen, maar omdat deze volgens opgaaf van de gemachtigde van [gedaagde] met de procedure heeft ingestemd en daarmee bekend is geraakt zal [gedaagde] zelf veroordeeld worden tot het betalen van de abonnementskosten en gaat de kantonrechter er van uit dat de bewindvoerder zal bezien op welke wijze aan de veroordeling voldaan kan worden.

4.12.

Ziggo wordt dus grotendeels in het ongelijk gesteld, maar een klein deel van de vordering wordt toegewezen. De kantonrechter ziet in de uitkomst van de procedure en het feitelijk verloop daarvan aanleiding om de kosten van de procedure te compenseren en wel zo dat ieder de eigen kosten heeft te dragen.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Ziggo tegen bewijs van kwijting te betalen € 111,32 met de wettelijke handelsrente vanaf 13 juni 2016 tot de voldoening;

compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.O. Zuurmond, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2017.