Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:6952

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-09-2017
Datum publicatie
27-08-2018
Zaaknummer
16/652615-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordelingen ter zake twee inbraken. Medelegen w+o bewezen, verweren vwb herkenning en alternatief scenario verworpen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/652615-17; 16/135645-16 (vordering na voorwaardelijke veroordeling) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 1 september 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats]

wonende te ( [postcode] ) [woonplaats] , [adres]

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren op 18 augustus 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. B. Nitrauw en van hetgeen verdachte en mr. L.W. Plantenga, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1 op 25 november 2016 in Mijdrecht, samen met anderen, heeft geprobeerd in te breken in een woning, dan wel (subsidiair) dat verdachte anderen daarbij behulpzaam is geweest;

feit 2 op 2 mei 2017 in Uithoorn, samen met anderen, heeft ingebroken en daarbij goederen heeft weggenomen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder feit 1 primair en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten.

De camerabeelden die betrekking hebben op het onder 1 tenlastegelegde betreffen niet de handelingen van de poging inbraak zelf, maar zijn beelden afkomstig van de sporthal. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte enige uitvoeringshandeling heeft verricht. Voorts is het enkele feit dat verdachte aanwezig zou zijn geweest, evenals het verplaatsen van een kliko, onvoldoende voor het aannemen van een begin van uitvoering.

De camerabeelden die betrekking hebben op het onder 2 tenlastegelegde zijn te onduidelijk om tot een herkenning van verdachte te komen. Daarnaast is verbalisant [verbalisant 1] niet 100 procent zeker over zijn herkenning van verdachte naar aanleiding van de beelden.

Voorts is de verdediging van mening dat het alternatieve scenario - dat de inbraak is gepleegd door drie andere personen, waarvan de namen door aangever [slachtoffer 2] zijn genoemd - onvoldoende is onderzocht.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

feit 1 primair

[slachtoffer 1] had op 25 november 2016 omstreeks 11.30 uur zijn woning aan de [adres] te [woonplaats] , gemeente De Ronde Venen, verlaten. Bij terugkomst om 22.00 uur die dag zag hij dat men geprobeerd had de woning via de voorzijde binnen te komen, daarbij had men kennelijk geprobeerd met een slotentrekker een deur te openen.2 [slachtoffer 1] kreeg zijn huissleutel niet meer in het slot en zag dat er een beschadiging was aangebracht in de sleuf waar normaal gesproken de sleutel in de cilinder gaat.3 Uit de woning was niets weggenomen.4

[getuige 1] , wonende aan de [straatnaam] te [woonplaats] , kreeg op 25 november 2016 omstreeks 20.44 uur van de Whatsappgroep van de wijk de melding: “Lopen 3 Noord-Afrikaanse knaapjes met een capuchon op hun hoofd door de [straatnaam] , nabij [straatnaam] ”. [getuige 1] is vanuit zijn woning naar buiten gelopen en zag ter hoogte van nummer [nummeraanduiding] een jongen onder een verlichte lantaarnpaal staan. Vervolgens zag hij dat de papiercontainer bij nummer [nummeraanduiding] op de oprit stond.5 Deze stond normaal in de naastgelegen steeg. Vervolgens zag hij dat twee jongens vanaf de voordeur van nummer [nummeraanduiding] , vanachter de papiercontainer, te voorschijn kwamen. Hij sprak de jongens aan, maar zij liepen weg in de richting van de [straatnaam] . De jongen die onder de lantaarn stond, voegde zich bij hen.6

[getuige 2] was op 25 november 2016 in de sporthal [naam] in Mijdrecht en zag in de berichten van de Whatsappgroep dat er iets gaande was in de wijk. Het ging over drie Noord-Afrikaanse knaapjes en er was geprobeerd in te breken op de [straatnaam] . Even later kreeg hij een bericht dat de drie personen richting [naam voetbalvereniging] liepen. Hij zag dat er op dat moment drie jonge mannen de sporthal [naam] binnen kwamen lopen. Zij hadden een capuchon over hun hoofd.7 Kort nadat hij melding had gedaan van de drie jongens, werd hij gebeld door zijn dochter. Zij was na de eerste melding om 20.44 uur de wijk ingegaan. Zij vroeg aan hem of één van de jongens een zwarte trainingsbroek met witte strepen droeg en de ander een grijze broek met een grijze trui. Dit waren de signalementen van twee van de mannen die zij op de [straatnaam] had zien lopen. Hij vertelde haar dat de jongens deze kleding droegen.8

Verbalisant [verbalisant 2] bekeek op 19 december 2016 de beelden van de camera’s van de woning aan de [adres] te [woonplaats] . De tijdsaanduiding stond op zomertijd en er moest dus een uur af van de tijdsaanduiding op de beelden. Verbalisant nam het volgende waar:

- eerste filmpje, camera achterzijde woning met zicht op de [straatnaam] , 21.43.40 uur

Vanuit de richting van de [straatnaam] liepen drie jongens over de rijbaan van de [straatnaam] .

- tweede filmpje, 2e camera achterzijde woning, 21.43.26 uur

Dezelfde drie jongens liepen in de richting van de [straatnaam] .

- derde filmpje, 3e camera achterzijde woning, 21.48.21 uur

Dezelfde drie jongens liepen de oprit van de [adres] op. De voorste twee droegen een capuchon, de achterste droeg een pet. Zij liepen links van de woning een poort in.

Om 21.49.00 uur liep de jongen met de pet van het erf af en verdween uit beeld.

Een van de jongens met een capuchon liep naar de voordeur. De derde jongen zette vanuit de poort een kliko bij de voordeur. Vervolgens waren de jongens niet meer zichtbaar.9

- vierde filmpje

Om 21.50.00 uur liepen de twee jongens met capuchon het erf af in de richting van de [straatnaam] . Vanuit de richting [straatnaam] kwam een man aanlopen, hij passeerde de jongens, keerde om en volgde hen.

- vijfde filmpje, camera aan de voorzijde [straatnaam] , zicht op voorzijde [adres]

Om 21.50.30 uur liepen de twee jongens met capuchon voor de woning langs.

  • -

    één jongen droeg donkere gympen, een lichtere broek (mogelijk spijkerbroek), een kort gewatteerd jack met capuchon, iets van een licht shirt, groot formaat schoudertas en zwarte handschoenen met iets wit op de handrug;

  • -

    één jongen droeg: een donkere trainingsbroek met op de zijkant witte strepen, vermoedelijk merk Adidas, zwarte/donkere sportschoenen met witte zool en op de zijkant schuine verticale strepen, witte sokken, kort donker jack met capuchon en een zwarte handschoen aan de linker hand;

  • -

    één jongen droeg een pet met een donkere/zwarte klep, donkere/zwarte schoenen, een iets lichtere broek, mogelijk een joggingbroek en een donkere driekwart jas met capuchon.

De jongen met de pet had een opvallende houding en loopje. Verbalisant herkende aan deze houding, aan het loopje en aan de kleding, de hem ambtshalve bekende [verdachte] . Als wijkagent spreekt en ziet hij [verdachte] geregeld.10

Op 19 december 2016 bekeek verbalisant ook de beelden van de sporthal (de rechtbank begrijpt: de sporthal [naam] te Mijdrecht) van 25 november 2016. Verbalisant nam het volgende waar:

Om 21.00.23 uur kwamen er, vanuit de richting van voetbalvereniging [naam voetbalvereniging] , drie personen aanlopen bij de sporthal. De drie personen bleven voor de deur staan en liepen vervolgens naar binnen. Verbalisant zag dat dit dezelfde personen waren als de personen die hij eerder op de beelden van de [adres] had gezien. Verbalisant zag dat [verdachte] als eerste naar binnen liep. De jongen die eerder de schoudertas had gedragen, liep als tweede, nu zonder schoudertas naar binnen. De jongen had zijn capuchon op en droeg zwarte handschoenen met iets van een wit embleem op de handrug.

De jongen met de trainingsbroek kwam als derde binnen. Hij had zijn capuchon achter op zijn hoofd. Verbalisant herkende de jongen als [medeverdachte 2] .

Vervolgens kwamen alle drie de personen verschillende keren in beeld. Verbalisant zag dat de jongen die eerst de schoudertas had gedragen zijn capuchon niet meer op had en herkende hem als [medeverdachte 1] .11

Bewijsoverweging

Medeplegen

De rechtbank leidt uit voornoemde bewijsmiddelen af dat verdachte en zijn medeverdachten kennelijk doelbewust en met een voorgenomen rolverdeling op pad zijn gegaan om in te breken.

Verdachten zijn de betreffende wijk ingegaan terwijl zij daar niet wonen. Uit het dossier is niet gebleken dat verdachten, of één van hen enige reden had om daar op dat tijdstip te zijn. Verdachten zijn alle drie het terrein van de woning opgelopen en hebben daar de woning/ het terrein verkend. Verdachte is vervolgens op straat op de uitkijk gaan staan terwijl zijn medeverdachten geprobeerd hebben het slot van de voordeur te forceren en een papiercontainer bij de voordeur hadden geplaatst. Nadat wijkbewoners alert waren en in de omgeving rondliepen, zijn de medeverdachten, die zich bij de woning bevonden, weggelopen en heeft verdachte zich bij hen gevoegd en is samen met hen weggelopen. Korte tijd later betraden alle drie de verdachten tegelijk de nabij gelegen sporthal [naam] .

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten.

De rechtbank acht, gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

feit 2

[slachtoffer 2] had op 2 mei 2017 omstreeks 18.00 uur zijn woning aan de [adres] in [woonplaats] verlaten. Op 2 mei 2017 omstreeks 22.30 uur kwam hij thuis en zag dat de gehele woning overhoop gehaald was. Op de beelden van de beveiligingscamera’s was te zien dat omstreeks 22.06 uur drie daders voor het eerst in de woning waren.12 Uit de woning waren onder andere de navolgende goederen weggenomen: twee videocamera’s, twee groothoeklenzen, twee zoomlenzen, motorsleutels, ongeveer € 2.000,00 aan muntgeld, ongeveer € 300,00 aan briefgeld en een scheerapparaat.13

Uit het sporenonderzoek aan de woning aan de [adres] te [woonplaats] volgt dat zich in het houten kozijn van het uitzetraam aan de achterzijde van de woning, in- en tegendruk sporen van een breekvoorwerp bevonden. De daders waren via dit raam de woning binnengekomen.14

Verbalisant [verbalisant 3] bekeek op 4 mei 2017 de beelden afkomstig uit de woning aan de [adres] te [woonplaats] , naar aanleiding van de diefstal uit de woning op 2 mei 2017. De tijd op de camerabeelden betrof de wintertijd, de daadwerkelijke tijd was een uur vooruit.15 Verbalisant nam het volgende waar:

camera buitenzijde woning d.d. 2 mei 2017 tussen 20.56.48 uur en 21.02.25 uur

Verbalisant zag 3 personen in beeld verschijnen, NN1, NN2 en NN3. Zij liepen voor de woning langs. Verbalisant zag dat de drie personen vanaf de brug naar de woning liepen. Zij liepen de tuin in en liepen over het pad aan de zijkant van de woning.

camera entree d.d. 2 mei 2017 tussen 21.07.16 uur en 21.12.17 uur

Verbalisant zag NN1, NN2 en NN3 in beeld verschijnen. NN1 en NN2 openden kasten en doorzochten deze. NN3 legde een plastic tas bij de trap. NN1, NN2 en NN3 liepen naar boven en kwamen weer naar beneden. NN2 pakte de plastic tas en stopte deze in een sporttas. NN3 had een groot mes in zijn handen en stopte spullen in een sporttas. NN1 opende de voordeur en NN2 en NN3 droegen een sporttas. NN1, NN2 en NN3 verlieten alle drie de woning via de voordeur.16

Verbalisant [verbalisant 2] bekeek op 4 mei 2017 de beelden afkomstig uit de woning aan de [adres] te [woonplaats] , naar aanleiding van de diefstal uit de woning op 2 mei 2017.17 Verbalisant herkende verdachte 2 als [verdachte] . Verbalisant herkende [verdachte] aan zijn kleding, zijn postuur, zijn gezicht, zijn houding en zijn manier van lopen en bewegen. [verdachte] hield op de beelden een aantal keren zijn hand niet voor zijn gezicht. Hij was daardoor een aantal keren goed in beeld met zijn gezicht, met name vlak voor het moment dat in de hal het licht aanging. Verbalisant herkende [verdachte] aan zijn houding omdat hij met een gebogen rug loopt. De bijnaam van verdachte was daarom ook [bijnaam van verdachte] . Verder herkende verbalisant de jas die [verdachte] aan had, een jas met knopen aan de voorzijde en grote zakken met knoopsluiting. [verdachte] was op 18 maart 2017 staande gehouden in Mijdrecht. Van verdachte werd toen een foto gemaakt. Verdachte droeg op die foto een jas met dezelfde uiterlijke kenmerken als de jas die op deze beelden te zien was.18

Bewijsoverwegingen

Alternatief scenario

De rechtbank is van oordeel dat het dossier geen enkel aanknopingspunt biedt op basis waarvan het aannemelijk is dat de drie door aangever genoemde personen mogelijk de daders zijn.

De rechtbank overweegt daartoe dat aangever stills van de camerabeelden uit zijn woning op facebook heeft gezet en dat naar aanleiding daarvan door verschillende personen drie namen van mogelijke verdachten zouden zijn genoemd. Echter geen van deze personen die de namen hebben genoemd, wenst een verklaring af te leggen. De enige persoon die wel een verklaring wilde afleggen, heeft tegenover de politie verklaard dat zij niemand had herkend op de stills van de camerabeelden die zij van aangever had ontvangen.

Verbalisant [verbalisant 2] relateert dat hij ambtshalve bekend is met twee personen die door aangever [slachtoffer 2] zijn genoemd en dat hij deze twee personen erg goed kent. Echter verbalisant herkende deze twee jongens niet als de personen die te zien waren op de camerabeelden van de inbraak. [verbalisant 2] is ook zeer goed bekend met verdachte en een medeverdachte en deze twee personen herkende hij wel op de beelden.

Herkenning

De verdediging heeft gesteld dat de camerabeelden onvoldoende scherp zijn om tot een herkenning van verdachte te komen.

De rechtbank acht de door verbalisant [verbalisant 2] gedane herkenning betrouwbaar en zal deze gebruiken voor het bewijs. Het dossier bevat naar het oordeel van de rechtbank geen aanknopingspunten waaruit volgt dat er eventueel vraagtekens geplaatst kunnen worden bij de door verbalisant gedane herkenning. Verbalisant kent verdachte ambtshalve goed en heeft gedetailleerd beschreven waaraan hij verdachte op de beelden herkende. Bovendien zijn de beelden voldoende helder en duidelijk om deze herkenning hierop te kunnen baseren.

De rechtbank acht, gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen het onder 2 ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

6 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1 primair

op 25 november 2016 te [woonplaats] , gemeente De Ronde Venen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] weg te nemen geld en/of goederen van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met zijn mededaders,

- naar die woning is toegegaan en vervolgens;

- het erf van die woning is opgelopen en vervolgens;

- de poort van die woning is ingegaan en vervolgens;

- rondom die woning is gelopen en vervolgens;

- een container heeft verplaatst teneinde de voordeur aan het zicht te onttrekken en vervolgens;

- heeft getracht het slot van de voordeur te verbreken en;

- op korte afstand op de uitkijk heeft gestaan;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2

op 02 mei 2017 te Uithoorn, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen fotoapparatuur en sleutels en een geldbedrag van ongeveer 2300 euro en een scheerapparaat, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 primair en 2 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1 primair

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 2

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een jeugddetentie van 120 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 96 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als (bijzondere) voorwaarden ITB Criem en, indien de jeugdreclassering dat nodig acht, elektronisch toezicht en een contactverbod met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ;

- een taakstraf van 60 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 30 dagen jeugddetentie;

- een geldboete van € 2.300,00.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd om te bevelen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaarheid zijn.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht rekening te houden met het gegeven dat verdachte over het algemeen goed heeft meegewerkt aan de voorwaarden die hem zijn opgelegd in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis. Het door de officier van justitie gevorderde voorwaardelijke deel van de jeugddetentie dient gematigd te worden. Een geldboete is niet aan de orde. Daarmee krijgt het slachtoffer zijn geld niet terug. Het slachtoffer had zich kunnen voegen als benadeelde partij, maar heeft dit niet gedaan.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft samen met zijn medeverdachten ingebroken in een woning en eenmaal geprobeerd met anderen in te breken in een woning. Inbraken in woningen zorgen voor gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers en in de maatschappij. Het is voor de slachtoffers vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een ander in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. Woningen zijn bij uitstek de plaats waar men zich veilig zou moeten kunnen voelen. Door zijn handelen heeft verdachte dit gevoel van veiligheid aangetast. Daarbij zorgen dergelijke feiten voor financiële schade en overlast bij de slachtoffers.

Uit het strafblad van verdachte van 27 juni 2017 volgt dat hij op 15 november 2016 door de kinderrechter eveneens is veroordeeld voor een poging tot diefstal met braak, in vereniging gepleegd tot een deels voorwaardelijke taakstraf Deze veroordeling heeft verdachte er kennelijk niet van kunnen weerhouden zich opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een rapportage JR-maatregel ITB Criem van 5 juli 2017 van Samen Veilig Midden-Nederland en een uitgebreid advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 18 augustus 2017.

Ter terechtzitting hebben de heer [A] , Raad voor de Kinderbescherming, en de heer [B] , Samen Veilig Midden-Nederland, voornoemde rapportages en adviezen toegelicht.

Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming volgt dat het afgelopen jaar sprake is geweest van schoolverzuim. Daarnaast had verdachte geen gestructureerde dagbesteding en gaat hij om met jongeren die politiecontacten hebben. Zowel verdachte als zijn ouders bagatelliseren de zorgen die er zijn. Verdachte liep in een proeftijd en wordt verdachte van nieuwe strafbare feiten. Sinds zijn schorsing uit de voorlopige hechtenis zijn de risicofactoren beperkt middels het strakke kader van de ITB Criem. Voortzetting van deze maatregel is nodig om aan de genoemde aandachtspunten te werken en de kans op herhaling te beperken. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert aan verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, met als bijzondere voorwaarde ITB Criem. Daarnaast adviseert de Raad voor de Kinderbescherming verdachte een werkstraf op te leggen en de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde werkstraf te gelasten. De heer [A] heeft geadviseerd verdachte, ter controle op de ITB Criem, elektronische controle op te leggen.

De heer [B] heeft verklaard dat verdachte het op een aantal gebieden wel goed heeft gedaan en goed doet. Echter verdachte heeft zich niet aan alle afspraken gehouden, heeft de afgesproken tijden overtreden en heeft – tegen de afspraken in – geen stage gelopen. Verdachte heeft een strak kader nodig en heeft laten zien dat hij zich met elektronisch toezicht wel aan de afspraken kan houden. De jeugdreclassering adviseert verdachte de ITB Criem maatregel op te leggen, met daarbij het middel van elektronische controle.

De rechtbank houdt er bij het opleggen van de straf rekening mee dat verdachte na het plegen van het onder feit 1 bewezenverklaarde op 16 februari 2017 een strafbeschikking heeft ontvangen van € 115,00 voor het rijden zonder rijbewijs. De rechtbank heeft de voorschriften toegepast die gelden voor de situatie waarin verdachte een straf zou zijn opgelegd voor alle feiten tegelijk.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan – bij een first offender - voor een inbraak in een woning uit van 120 uur taakstraf, dan wel een dienovereenkomstige jeugddetentie van 60 dagen.

De rechtbank overweegt dat verdachte naast een voltooide inbraak in een woning een poging daartoe heeft gepleegd en dat hij eerder is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk feit.

De rechtbank ziet geen reden aan verdachte een geldboete op te leggen. De rechtbank acht dit geen passende sanctie, gelet op de ernst van de gepleegde feiten, en het slachtoffer krijgt hiermee ook geen compensatie voor de gestolen goederen.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een jeugddetentie van 120 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, te weten 15 dagen, passend en geboden is. De rechtbank zal hiervan 105 dagen jeugddetentie voorwaardelijk opleggen, met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd en controle op de ITB Criem door middel van Elektronische Controle voor de duur van maximaal 6 maanden, of zoveel korter als de jeugdreclassering wenselijk en noodzakelijk acht.

Daarnaast zal de rechtbank verdachte een contactverbod met zijn medeverdachten opleggen voor de eerste 6 maanden van de proeftijd.

Daarnaast zal de rechtbank verdachte een taakstraf opleggen, in de vorm van een werkstraf van 60 uren, indien verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, te vervangen door een jeugddetentie van 30 dagen.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de artikelen 77za en 77w de dadelijke uitvoerbaarheid van de opgelegde bijzondere voorwaarden niet aan de orde is.

9 SCHADEMAATREGEL

Vaststaat dat [slachtoffer 2] als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 2.300,00.

De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

De rechtbank zal daarom, op grond van artikel 77h van het Wetboek van Strafrecht, aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 2.300,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 2 mei 2017 tot de dag van volledige betaling.

10 VORDERING TENUITVOERLEGGING

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de gehele tenuitvoerlegging gevorderd van de door de kinderrechter op 15 november 2016 voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 20 uren.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de vordering na voorwaardelijke veroordeling alleen ziet op het onder 2 ten laste gelegde feit. Gelet op de bepleite vrijspraak dient de vordering afgewezen te worden.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij vonnis van de kinderrechter van deze rechtbank van 15 november 2016 is aan verdachte onder andere een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen jeugddetentie, waarvan 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie voorwaardelijk, opgelegd. Verdachte heeft zich voor het einde van de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Om die reden zal deze voorwaardelijke straf alsnog volledig ten uitvoer gelegd worden.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77dd, 77gg, 45, 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1 primair en 2 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot:

- een jeugddetentie van 120 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekeringen voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 105 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

Algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd in het kader van de maatregel Toezicht en Begeleiding houdt aan de aanwijzingen van Samen Veilig Midden-Nederland te [vestigingsplaats] . Daarin is besloten de Intensieve Traject Begeleiding (ITB Criem) voor de duur van zes maanden, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De controle op de binnen de ITB Criem te maken afspraken zal plaatsvinden door middel van elektronische controle voor de duur van maximaal 6 maanden, of zoveel korter als de jeugdreclassering wenselijk en noodzakelijk acht;

- gedurende de eerste 6 maanden van de proeftijd op geen enkele wijze contact zal hebben en/of opnemen met zijn medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] ;

- geeft opdracht aan Samen Veilig Midden-Nederland om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

- een taakstraf van 60 uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 30 dagen jeugddetentie;

voorlopige hechtenis

- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis;

schademaatregel

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat

€ 2.300,00 te betalen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 2 mei 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling te vervangen door 1 dag jeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed;

vordering na voorwaardelijke veroordeling

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de door de kinderrechter van deze rechtbank bij vonnis van 15 november 2016 opgelegde voorwaardelijke taakstraf groot 20 uren toe;

- beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 10 dagen jeugddetentie.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. S.C.A. van Kuijeren en H.F. Koenis, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 september 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1

primair

hij op of omstreeks 25 november 2016 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, in elk geval in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met één of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- naar die woning is toegegaan en/of (vervolgens);

- het erf van die woning is opgelopen en/of (vervolgens);

- de poort van die woning is ingegaan en/of (vervolgens);

- rondom die woning is gelopen en/of (vervolgens);

- een container heeft verplaatst teneinde de voordeur aan het zicht te onttrekken en/of (vervolgens);

- ( met een slotentrekker) heeft getracht het slot van de voordeur te verbreken en/of (vervolgens);

- op korte afstand op de uitkijk heeft gestaan;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] , althans één of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en)

op of omstreeks 25 november 2016 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, in elk geval in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] , althans één of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres] ) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met één of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- naar die woning is toegegaan en/of (vervolgens);

- het erf van die woning is opgelopen en/of (vervolgens);

- de poort van die woning is ingegaan en/of (vervolgens);

- rondom die woning is gelopen en/of (vervolgens);

- een container heeft verplaatst teneinde de voordeur aan het zicht te onttrekken en/of (vervolgens);

- ( met een slotentrekker) heeft getracht het slot van de voordeur te verbreken en/of (vervolgens);

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door op de uitkijk te staan;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 02 mei 2017 te Uithoorn, althans in het arrondissement Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen fotoapparatuur en/of sleutels en/of een portemonnee met inhoud en/of een geldbedrag van ongeveer 2300 euro, in elk geval enig geldbedrag, en/of een scheerapparaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen fotoapparatuur en/of scheerapparaat en.of sleutels en/of portemonnee met inhoud en/of geldbedrag en/of scheerapparaat onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 18 mei 2017, genummerd PL0900-2017017572 A en de onder dit nummer opgemaakte aanvullende processen-verbaal B, C, D en E, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland], doorgenummerd pagina 1 tot en met 909. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , pagina 117.

3 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 898.

4 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , pagina 118.

5 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] , pagina 119.

6 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] , pagina 120.

7 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , pagina 128.

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , pagina 129.

9 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 2] , pagina 135.

10 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 2] , pagina 136.

11 Proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 2] , pagina 137.

12 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , pagina 511.

13 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , pagina 512.

14 Proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 516.

15 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 518.

16 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 519.

17 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 554.

18 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 557.