Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:692

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-02-2017
Datum publicatie
15-02-2017
Zaaknummer
16/659021-16 (strafzaak) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 46-jarige man uit Tienhoven heeft zich schuldig gemaakt aan twee oplichtingen en vier keer aan verboden wapenbezit. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van twee maanden, waarvan een maand voorwaardelijk. De man is vrijgesproken van zeven andere verdenkingen van oplichting.

Niet iedere vorm van bedrog of toerekenbare fout kan worden aangemerkt als strafbare oplichting. Om een verdachte te veroordelen voor oplichting moet er sprake zijn van een ernstige vorm van bedrieglijk handelen. De verdachte moet een onjuiste voorstelling van zaken geven met als doel daar misbruik van te maken. Bijvoorbeeld door het aannemen van een valse naam, hoedanigheid of het toepassen van listige kunstgrepen.

In vijf zaken waar de man als dakdekker werkzaamheden verrichtte heeft de rechtbank vastgesteld dat hij, of anderen namens hem, werkzaamheden heeft uitgevoerd. Op basis van het dossier kan worden getwijfeld aan de oprechte bedoelingen van de man. De rechtbank kan niet vaststellen dat hij vanaf het begin niet van plan was om de werkzaamheden uit te voeren, of dat hij gebreken heeft verzonnen. In één geval vindt de rechtbank wel dat er sprake is van oplichting, omdat hij telkens opnieuw geld vroeg, maar niet aan het werk ging.

De man heeft zich in 2015 in Loosdrecht voorgedaan als een kredietwaardige klant van een hotel. Hij heeft na aandringen van het hotel een deel van de rekening betaald. De rechtbank ziet dit als onderdeel van de oplichtingspraktijk, omdat hij dit deed om de indruk te wekken dat hij het volledige bedrag zou betalen.

De verdachte heeft in 2015 twee auto’s gehuurd. Uit verklaring van hem en een getuige blijkt dat hij een deel van de huur heeft betaald. De rechtbank kan niet vaststellen dat hij van het begin van plan was om een (gedeelte) van de huur niet te betalen. In de zaak waar de verdachte geld leende kan ook niet worden vastgesteld dat hij niet van plan was om de lening terug te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/659021-16 (strafzaak) (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 15 februari 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1971] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] , [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 2 november 2016 en 1 februari 2017. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. K.C.A.M. Oomen, advocaat te Tilburg.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. Z. Trokic en van hetgeen de raadsvrouw namens verdachte, alsmede hetgeen de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , en [benadeelde 3] namens de benadeelde partijen, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

ten aanzien van feit 1:

primair: in de periode van 23 november 2015 tot en met 6 januari 2016 te Utrecht samen met een ander, [benadeelde 4] en/of [bedrijf 1] BV en/of [bedrijf 2] BV heeft opgelicht door hen tot afgifte te bewegen van een personenauto en een bestelbus, door zich voor te doen als bonafide klant en vervolgens niet de overeengekomen betaling te voldoen;

subsidiair: in de periode van 23 november 2015 tot en met 6 januari 2016 te Utrecht een personenauto en bestelbus van [benadeelde 4] en/of [bedrijf 1] BV en/of [bedrijf 2] BV heeft verduisterd.

ten aanzien van feit 2:

in de periode van 24 oktober 2015 tot en met 8 november 2015 te Loosdrecht, samen met een ander, [benadeelde 5] en/of [hotel] heeft opgelicht door zich voor te doen als bonafide, kredietwaardige klant en vervolgens de rekeningen niet te betalen.

ten aanzien van feit 3:

in de periode van 15 oktober 2014 tot en met 3 oktober 2015, samen met een ander, [benadeelde 6] en [benadeelde 7] heeft opgelicht door hen te bewegen 7.852,00 euro en 1.400,00 euro af te geven, door zich voor te doen als bonafide ondernemer en met [benadeelde 6] en [benadeelde 7] een overeenkomt te sluiten tot het verrichten van werkzaamheden (dakdekkers- en schilderwerkzaamheden) die hij niet of niet volledig heeft uitgevoerd.

ten aanzien van feit 4:

op 7 januari 2016 te Loosdrecht twee gasbusjes traangas voorhanden heeft gehad.

ten aanzien van feit 5:

op 7 januari 2016 te Loosdrecht een stroomstootwapen voorhanden heeft gehad.

ten aanzien van feit 6:

op 7 januari 2016 te Loosdrecht een imitatiepistool en/of een ploertendoder voorhanden heeft gehad.

ten aanzien van feit 7:

op 7 januari 2016 te Loosdrecht een vlindermes voorhanden heeft gehad.

ten aanzien van feit 8:

in de periode van 22 september 2014 tot en met 7 januari 2016 te Kortenhoef, [benadeelde 1] en [benadeelde 8] heeft opgelicht door hen tot afgifte te bewegen van respectievelijk 11.750 en 4.400,00 euro door zich voor te doen als bonafide ondernemer en met [benadeelde 1] en [benadeelde 8] een overeenkomst te sluiten om dakdekkers- en andere werkzaamheden te verrichten en daartoe materialen te leveren, welke werkzaamheden hij niet of niet volledig heeft verricht en welke materialen hij niet heeft geleverd.

ten aanzien van feit 9:

in de periode van 15 september 2015 tot en met 7 januari 2016 te Kortenhoef, [benadeelde 9] heeft opgelicht door hem te bewegen tot afgifte van 1.225,00 euro door zich voor te doen als bonafide ondernemer en met [benadeelde 9] een overeenkomst te sluiten om dakdekkers- en andere werkzaamheden te verrichten, welke werkzaamheden hij niet of niet volledig heeft verricht.

ten aanzien van feit 10:

in de periode van 22 september 2015 tot en met 7 januari 2016 te Kortenhoef, [benadeelde 10] heeft opgelicht door hem te bewegen tot afgifte van 4.950,00 euro door zich voor te doen als bonafide ondernemer en met [benadeelde 10] een overeenkomst te sluiten om dakdekkerswerkzaamheden te verrichten, welke werkzaamheden hij niet of niet volledig heeft verricht.

ten aanzien van feit 11:

in de periode van 1 september 2015 tot en met 7 januari 2016 te Kortenhoef, [benadeelde 2] heeft opgelicht door hem te bewegen tot afgifte van 7.575,00 euro door zich voor te doen als bonafide ondernemer en met [benadeelde 2] een overeenkomst te sluiten om dakdekkerswerkzaamheden en andere werkzaamheden te verrichten, welke werkzaamheden hij niet of niet volledig heeft verricht.

ten aanzien van feit 12:

in de periode vaan 22 september 2015 tot en met 7 januari 2016 te Kortenhoef, [benadeelde 11] heeft opgelicht door hem te bewegen tot afgifte van 350,00 euro door zich voor te doen als bonafide ondernemer en met [benadeelde 11] een overeenkomst te sluiten om dakdekkerswerkzaamheden te verrichten, welke werkzaamheden hij niet of niet volledig heeft verricht.

ten aanzien van feit 13:

primair: in de periode van 14 januari 2015 tot en met 7 januari 2016 te Hilversum en/of Loosdrecht [benadeelde 12] en/of [bedrijf 3] BV heeft opgelicht door hem te bewegen tot afgifte van 7.865,00 euro door te zeggen dat hij krap bij kas zat en problemen had met betalingen.

subsidiair: in de periode van 14 januari 2015 tot en met 7 januari 2016 te Hilversum en Loosdrecht 7.865,00 euro van [benadeelde 12] en/of [bedrijf 3] BV heeft verduisterd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte nooit het oogmerk heeft gehad om zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen. Hij heeft zijn klanten niet bewogen tot afgifte van geld zonder de intentie te hebben de werkzaamheden te verrichten en heeft evenmin oplichtingsmiddelen aangewend. Zelfs indien verdachte had kunnen voorzien dat hij niet alle gemaakte afspraken had kunnen nakomen, dan levert dat nog niet het aannemen van een valse hoedanigheid of een listige kunstgreep in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht op. Verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten 1, 2, 3 en 8 tot en met 13. De verdediging refereert zich ten aanzien van de feiten 4 tot en met 7 aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 3 en 8 tot en met 13 (oplichting):

Strafbare oplichting

Voor een veroordeling wegens oplichting is onder meer vereist dat sprake is van het bezigen van een of meer van de in die bepaling aangeduide oplichtingsmiddelen: het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, het gebruik van listige kunstgrepen of het gebruik van een samenweefsel van verdichtsels. Niet iedere vorm van bedrog en niet iedere toerekenbare tekortkoming in civielrechtelijke zin kunnen binnen het bereik van het strafrecht gebracht worden. In niet alle gevallen waarin sprake is van bedrog kan het handelen van verdachte ook worden aangemerkt als oplichting. Zo levert een enkele leugenachtige mededeling niet het aannemen van een valse hoedanigheid of een listige kunstgreep op als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Als belangrijk gemeenschappelijk kenmerk van de verschillende oplichtingsmiddelen kan worden genoemd dat de verdachte door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen bij een ander een onjuiste voorstelling van zaken in het leven wil roepen teneinde daarvan misbruik te maken. Bij de oplichtingsmiddelen die bestaan uit het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid, gaat het er in de kern om dat het handelen van de verdachte ertoe kan leiden dat bij de ander een onjuiste voorstelling van zaken in het leven wordt geroepen met betrekking tot de ‘persoon’ van de verdachte, hetzij wat betreft diens naam, hetzij wat betreft diens hoedanigheid, waarbij de onjuiste voorstelling van zaken in het leven wordt geroepen teneinde daarvan misbruik te maken. Dat iemand zich als bonafide ondernemer voordoet, is met betrekking tot het aannemen van een valse hoedanigheid slechts relevant als zo een presentatie als bonafide (potentiële) contractspartij berust op voldoende specifieke gedragingen die in de desbetreffende context erop gericht zijn bij het beoogde slachtoffer een onjuiste voorstelling van zaken in het leven te roepen teneinde daarvan misbruik te maken.

Bij de beoordeling of een valse hoedanigheid is aangenomen kan in aanmerking genomen worden of misbruik gemaakt wordt van een in het maatschappelijk verkeer geldend patroon. Van belang is dus ook het verwachtingspatroon dat wordt gevormd door algemeen aanvaarde gebruiken in de betreffende branche of sector in het maatschappelijk verkeer. Is er op een bedrieglijke wijze gebruik gemaakt van dit verwachtingspatroon, dan kan sprake zijn van het aannemen van een valse hoedanigheid.

Bewijs van de valse hoedanigheid als dakdekker

Bij het beoordelen van de vraag of verdachte een valse hoedanigheid heeft gebruikt door zich voor te doen als bonafide dakdekker, heeft de rechtbank gelet op de volgende omstandigheden. Verdachte heeft zich aangeboden voor dakdekkerswerkzaamheden. Voor het uitvoeren van deze werkzaamheden is expertise nodig. Personen die worden geconfronteerd met de mededeling van de dakdekker dat er gebreken zijn aan hun dak, dakgoot, dakkapel of balkon, missen deze expertise meestal en zullen vertrouwen op de expertise van de dakdekker. Wordt iemand door een dakdekker verteld dat zijn dak of balkon bepaalde mankementen vertoont, dan zal het verwachtingspatroon zijn dat er een gebrek is en ook dat dit gebrek hersteld moet worden.

In één van de zaken, waarvan de bewijsmiddelen zijn uitgewerkt onder punt 4.3.2. van dit vonnis, is de rechtbank tot de vaststelling gekomen dat verdachte meerdere keren aangever heeft gewezen op gebreken aan het dak en vervolgens een aanbod heeft gedaan voor de te leveren werkzaamheden. De aangever mocht in termijnen betalen, maar moest op een gegeven moment meteen 2.000,00 euro overmaken per bank, omdat verdachte een meevaller had bij andere klussen en het dak voor een lager bedrag in één keer kon doen. Vervolgens zijn er isolatieplaten geleverd en is er een persoon van een aluminiumbedrijf langs geweest voor de levering van twee strips. De overige betaalde twaalf strips zijn niet geleverd. Verdachte is vervolgens nog meerdere keren langs geweest in verband met het niet op voorraad hebben van de juiste materialen. Hiervoor heeft de aangever wederom geld betaald. In deze periode werden er geen werkzaamheden verricht. Op grond van het hierna te noemen beschikbare bewijs stelt de rechtbank vast dat verdachte van meet af aan niet de intentie had om de werkzaamheden uit te voeren. Voor het bewijs acht de rechtbank ook van belang dat verdachte telkens weer een nieuw voorstel deed en opnieuw geld nodig had, maar dat hij vervolgens niet de materialen leverde en niet aan het werk ging. Dat een zeer beperkt deel van de materialen wel is geleverd door verdachte, beschouwt de rechtbank als een omstandigheid die heeft bijgedragen aan de door verdachte gewekte onjuiste indruk dat hij de overeengekomen werkzaamheden daadwerkelijk zou gaan verrichten. De rechtbank is tot de overtuiging gekomen dat verdachte niet van plan was om aan het werk te gaan en daarmee loog.

Bewijs van de valse hoedanigheid als hotelgast

Bij het beoordelen van de vraag of verdachte een valse hoedanigheid heeft gebruikt door zich voor te doen als betalende en/of kredietwaardige hotelgast, heeft de rechtbank gelet op de volgende omstandigheden. Naar de algemeen aanvaarde gebruiken in het maatschappelijk verkeer behoort een hotelgast na zijn verblijf, alvorens hij vertrekt, de rekening te voldoen.

In deze zaak volgt, uit het hierna onder punt 4.3.2. te noemen bewijs, dat verdachte wel betalingen heeft gedaan tijdens zijn verblijf in het hotel, op aandringen van het personeel. Verdachte heeft echter bij zijn vertrek (het restant van) de rekening niet betaald omdat hij zijn pinpas zou zijn vergeten. Vervolgens zou verdachte de volgende dag het bedrag betalen, maar is hij niet verschenen. Daarna heeft verdachte tweemaal om het rekeningnummer gevraagd maar is betaling uitgebleven. De rechtbank is tot de overtuiging gekomen dat de betalingen tijdens het verblijf zijn gedaan om de indruk te wekken dat de volledig betaling zou worden voldaan. Door tussentijds een betaling te voldoen bleef het voor verdachte mogelijk om langer in het hotel te verblijven. De rechtbank ziet deze betalingen als onderdeel van de oplichtingspraktijk. Bij zijn vertrek deed verdachte vervolgens alsof hij het nog openstaande bedrag ging betalen, maar is die belofte nooit nagekomen. De rechtbank is daarmee tot de overtuiging gekomen dat verdachte van meet af aan niet van plan was de kosten voor het verblijf in het hotel te voldoen en dat hij de aangever heeft opgelicht.

Vrijspraken

In de overige zaken waar verdachte als dakdekker werkzaamheden heeft verricht, heeft de rechtbank vastgesteld dat door verdachte, of anderen namens hem, veelal (substantiële) werkzaamheden zijn uitgevoerd. Hoewel op grond van de beschikbare stukken kan worden getwijfeld aan de oprechte bedoelingen van verdachte, kan de rechtbank niet vast stellen dat verdachte in deze zaken van meet af aan niet van plan was de werkzaamheden uit te voeren of dat hij gebreken heeft voorgewend die niet bestaan. Onder die omstandigheden kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de aangevers heeft opgelicht.

In de zaak waar verdachte auto’s heeft gehuurd heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat verdachte niet voor de huur van de auto’s heeft betaald. Hoewel op grond van de beschikbare stukken kan worden getwijfeld aan de oprechte bedoelingen van verdachte, kan de rechtbank niet vast stellen dat verdachte van meet af aan niet van plan was om huur van de auto’s niet of niet volledig te voldoen. Onder die omstandigheden kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de aangever heeft opgelicht.

In de zaak waar verdachte geld heeft geleend heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat verdachte van meet af aan niet van plan was om de lening terug te betalen. Onder die omstandigheden kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de aangever heeft opgelicht.

4.3.1.

De vrijspraken

De rechtbank is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de volgende feiten:

ten aanzien van feit 1 [benadeelde 4] / [bedrijf 1] B.V.:

Op grond van het beschikbare dossier stelt de rechtbank vast dat door verdachte een Volkswagen Polo en een bestelbus merk Ford, type Transit zijn gehuurd bij [benadeelde 4] / [bedrijf 1] B.V. Met collega [A] is overeengekomen dat de huurprijs niet direct bij levering afgerekend hoefde te worden. [A] en verdachte hebben verklaard dat verdachte deels heeft betaald voor de gehuurde auto’s. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat verdachte van meet af aan niet van plan was om huur van de auto’s niet of niet volledig te voldoen. Onder die omstandigheden kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de aangever heeft opgelicht.

ten aanzien van feit 3 [benadeelde 6] en [benadeelde 7] :

Op grond van het beschikbare dossier stelt de rechtbank vast dat door verdachte of namens verdachte werkzaamheden aan de dakgoot, de dakkapel aan de achterzijde van de woning en het balkon van mevrouw [benadeelde 6] zijn verricht. De werkzaamheden zijn niet naar tevredenheid verricht. De werkzaamheden aan het balkon zijn niet afgerond en de werkzaamheden aan de serre zijn niet verricht. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte tot 22 oktober 2014 heeft gewerkt. Hoewel op grond van de beschikbare stukken kan worden getwijfeld aan de oprechte bedoelingen van verdachte om de werkzaamheden naar behoren te verrichten of af te ronden, kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte van meet af aan niet van plan was de werkzaamheden naar behoren uit te voeren. Onder die omstandigheden kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de aangeefster heeft opgelicht.

Op grond van het beschikbare dossier stelt de rechtbank vast dat door verdachte werkzaamheden aan de dakgoot van mevrouw [benadeelde 7] heeft verricht. Deze werkzaamheden zijn niet naar tevredenheid verricht. Aangeefster verklaart dat zij op 28 november 2014 voor het laatst contact heeft gehad met verdachte. Hoewel op grond van de beschikbare stukken kan worden getwijfeld aan de oprechte bedoelingen van verdachte om de werkzaamheden naar behoren te verrichten, kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte van meet af aan niet van plan was de werkzaamheden naar behoren uit te voeren. Onder die omstandigheden kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de aangeefster heeft opgelicht.

ten aanzien van feit 8 [benadeelde 1] en [benadeelde 8] :

Op grond van het beschikbare dossier stelt de rechtbank vast dat door verdachte een deel van de afgesproken werkzaamheden - de isolatie en de onderlaag van het dak van de privé ark - met [benadeelde 1] zijn uitgevoerd. De dakbedekking en de boei- en trimdelen zijn niet geplaatst. Voor de aanvullende werkzaamheden zijn wel betalingen voor onder meer materialen gedaan maar deze werkzaamheden zijn niet verricht en de materialen niet geleverd. Hoewel op grond van de beschikbare stukken kan worden getwijfeld aan de oprechte bedoelingen van verdachte om de werkzaamheden af te ronden, kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte van meet af aan niet van plan was de werkzaamheden af te ronden. Onder die omstandigheden kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de aangever heeft opgelicht.

Op grond van het beschikbare dossier stelt de rechtbank vast dat verdachte ten aanzien van de woonark van [benadeelde 8] verplichtingen aangaat in een periode waarin hij werkzaamheden verricht op de [adres] te [woonplaats] . Aangever verklaart dat hij in oktober in drie termijnen geld heeft betaald, maar de werkzaamheden zijn niet verricht. Hoewel op grond van de beschikbare stukken kan worden getwijfeld aan de oprechte bedoelingen van verdachte om de werkzaamheden uit te voeren, kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte van meet af aan niet van plan was de werkzaamheden uit te voeren. Onder die omstandigheden kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de aangever heeft opgelicht.

ten aanzien van feit 9 [benadeelde 9] :

Op grond van het beschikbare dossier stelt de rechtbank vast dat door verdachte werkzaamheden aan het dak van het tuinhuis en het dak van de woonark naar tevredenheid zijn verricht. De daktrimmen en de roestvrijstalen regenpijpen heeft verdachte niet geleverd. Hoewel op grond van de beschikbare stukken kan worden getwijfeld aan de oprechte bedoelingen van verdachte om de werkzaamheden af te ronden, kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte van meet af aan niet van plan was de werkzaamheden af te ronden. Onder die omstandigheden kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de aangever heeft opgelicht.

ten aanzien van feit 11 [benadeelde 2] :

Op grond van het beschikbare dossier stelt de rechtbank vast dat verdachte op 2 november 2015 is begonnen met de werkzaamheden aan het dak. Vervolgens is er geld bijbetaald voor de aanschaf van materialen. De omlijsting en de onderlaag van het dak zijn geleverd, al zijn de werkzaamheden niet naar tevredenheid verricht. Het bitumen en de koperen regenpijpen zijn niet geleverd. Hoewel op grond van de beschikbare stukken kan worden getwijfeld aan de oprechte bedoelingen van verdachte om de werkzaamheden af te ronden, kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte van meet af aan niet van plan was de werkzaamheden af te ronden. Onder die omstandigheden kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de aangever heeft opgelicht.

ten aanzien van feit 12 [benadeelde 11] :

Op grond van het beschikbare dossier stelt de rechtbank vast dat verdachte ten aanzien van de woonark van [benadeelde 11] – die hij huurt van [benadeelde 8] - verplichtingen aangaat in een periode waarin hij werkzaamheden verricht op de [adres] te [woonplaats] . Aangever verklaart dat hij in oktober 2015 geld heeft betaald voor de isolatie en dat dit materiaal twee weken later wordt geleverd. Er zijn geen werkzaamheden uitgevoerd. Hoewel op grond van de beschikbare stukken kan worden getwijfeld aan de oprechte bedoelingen van verdachte om de werkzaamheden uit te voeren, kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte van meet af aan niet van plan was de werkzaamheden uit te voeren. Onder die omstandigheden kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de aangever heeft opgelicht.

ten aanzien van feit 13 [benadeelde 12] :

Op grond van het beschikbare dossier stelt de rechtbank vast dat [benadeelde 12] aan verdachte een bedrag van € 7.865 heeft geleend. Verdachte verklaart dat hij dit bedrag heeft geleend en een groot deel daarvan al heeft terugbetaald. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen of verdachte van meet af aan niet van plan was om de lening terug te betalen. Onder die omstandigheden kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de aangever heeft opgelicht.

4.3.2.

Het bewijs

Ten aanzien van het onder feiten 2, 4, 5, 6, 7 en 10 tenlastegelegde gaat de rechtbank op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Ten aanzien van feit 2:

Op 17 november 2015 doet [aangever] namens [benadeelde 5] te [woonplaats] (hierna: aangever) aangifte. Op 24 oktober 2015 kwam een onbekende man informeren of er een kamer vrij was voor hem. De man legitimeerde zich met behulp van een op zijn naam staand Nederlands rijbewijs met daarop de volgende gegevens: [verdachte] (hierna: verdachte). Verdachte is uiteindelijk gebleven tot 8 november 2015. Gedurende de periode dat verdachte in het hotel verbleef rezen steeds meer twijfels over hem en zijn vrouw.2 Dit omdat hij vertelde op de [adres] in [woonplaats] te wonen, terwijl aangever hem tijdens zijn verblijf tegen een ander hoorde zeggen dat hij in Tienhoven woonachtig was. Bij vertrek gaf verdachte als adres op de [adres] te [woonplaats] . Verdachte maakte gebruik van twee auto’s, beide niet van hem had hij gezegd. Vooral omdat hij verschillende adressen opgaf en omdat hij gebruik maakte van auto’s die niet op zijn naam staan, heeft aangever verdachte tijdens zijn verblijf twee keer gevraagd een deel van de kosten voldoen. Verdachte heeft toen volgens aangever een keer 200 euro en een keer 300 euro betaald.

Op 8 november checkte verdachte uit en gaf aan dat zijn pas op de zaak lag en dat hij niet genoeg contant geld bij zich had. Hij zou het geld de volgende dag komen brengen. Het openstaande bedrag was op dat moment 1224,60 euro. Op 9 november 2015 is verdachte niet verschenen. Op 10 november 2015 belde verdachte met de vraag wat het rekeningnummer was, zodat hij het geld over kon maken. Hij heeft hierop het bankrekeningnummer gekregen en beloofde het geld dezelfde dag over te maken. Tot heden is er nog geen geld door verdachte overgemaakt. In de tijd gelegen tussen 10 november 2015 en 17 november 2015 heeft aangever diverse malen geprobeerd telefonisch contact met verdachte op te nemen via het bij hem bekende mobiele telefoonnummer. Dit telefoonnummer was steeds niet te bereiken. Op 17 november 2015 werd aangever weer gebeld door verdachte. Verdachte vertelde dat het rekeningnummer niet klopte en vroeg nogmaals het rekeningnummer zodat hij direct het bedrag van 1224,60 euro over kon maken. Het geld is nog steeds niet overgemaakt.3

Tijdens de insluitingsfouillering van verdachte op 8 januari 2016 werden diverse losse papieren inbeslaggenomen, waaronder een kassabon van [hotel] . Op de bon staat een bedrag vermeld van 1224,60 euro en de datum 8 november 2015.45

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van [benadeelde 5] . De rechtbank is tot de overtuiging gekomen dat verdachte in eerste instantie gedeeltes van de openstaande rekening heeft betaald, hoewel enkel na aandringen van het hotel, om de indruk te wekken dat hij als bonafide en kredietwaardige klant van het hotel gebruik maakte en het volledige bedrag voor zijn verblijf zou betalen. Op grond van het weergegeven bewijs stelt de rechtbank vast dat verdachte van meet af aan niet van plan was de rekening (volledig) te betalen.

Ten aanzien van feit 10:

Op 19 januari 2016 doet [benadeelde 10] (hierna: aangever) aangifte. Op 9 oktober 2015 was aangever bezig met het opruimen van zijn hardhout dat door een ander bedrijf op de parkeerplaats was geleverd. Aangever is meerdere keren heen en weer gelopen om het hardhout naar zijn woonark te brengen. Aangever liep toen elke keer langs de woonark van zijn buurman. Daar was de firma Dak EHBO werkzaamheden aan het verrichten aan het dak. Aangever hoorde dat hij meerdere keren werd geroepen door de man, die later bleek te zijn [verdachte] (hierna: verdachte), dat hij even moest komen kijken bij het dak. Na het aanhoudend aandringen is aangever uiteindelijk toch overstag gegaan en is verdachte op het dak van de buurman gaan kijken. Verdachte gaf aan dat het dak van de woonark van aangever toch wel hier en daar was uitgedroogd en dat de dakbedekking losliet.6 Uiteindelijk deed verdachte aangever een aanbod om voor 8.000,00 euro zijn gehele dak te renoveren. Aangever heeft toen gelijk aangegeven dat hij dat te veel geld vond.

In de loop van de middag werd er bij aangever aangebeld en stond verdachte voor de deur en gaf aan een nieuw aanbod te kunnen geven voor de dakrenovatie van aangevers woonark. Verdachte gaf aan dat het wel voor 6.500,00 euro kon en het bedrag kon dan over drie termijnen betaald worden en het werk zou dan ook in drie termijnen gedaan worden. In oktober 2015 het eerste deel, in april 2016 het tweede deel en in de zomer van 2016 het laatste deel.

Aangever heeft op 12 oktober 2015 verdachte telefonisch laten weten dat hij akkoord ging met het aanbod van de drie termijnen. Hierop gaf verdachte gelijk aan dat hij de eerste betaling van 2.500 euro over moest maken naar rekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. van [B] . Aangever heeft het geld die dag op bovengenoemde rekening gestort.78 Een dag later op 13 oktober 2015 werd er gelijk een partij isolatieplaten geleverd. Verdachte gaf aan dat hij bij aangever gelijk zou beginnen als zijn werk van de woonark 196a en 196b klaar zou zijn.

Op 27 oktober 2015 werd aangever benaderd door verdachte met een nieuw voorstel. Hij gaf aan dat hij een meevaller had bij andere klussen dat hij het dak van aangever voor 4.500,00 euro in een keer kon doen. Wel moest aangever de overige 2.000,00 euro gelijk overmaken per bank op hetzelfde rekeningnummer als voorheen. Aangever vond dit een mooi aanbod en heeft gelijk het resterende bedrag overgemaakt van 2.000,00 euro.910

Inmiddels was er ook een persoon van een aluminiumbedrijf langs geweest voor het opmeten van de strips die langs het dak bevestigd zaten. Aangever geeft ook twee van de strips geleverd gekregen, maar de overige 12 strips tot op heden niet.

Op 3 november 2015 kwam verdachte met de melding dat de schroeven die hij gebruikte niet geschikt waren voor de dakplaten die op aangevers woonark lagen en aangever moest maar andere dakplaten aanschaffen, een kostenplaatje van 1.000,00 euro. Dit heeft aangever geweigerd. Verdachte bleef volhouden dat er andere dakplaten op moesten en noemde in dat verband weer een ander bedrag, namelijk 750 euro. Later die dag kwam verdachte terug met weer een ander voorstel, namelijk 450 euro.11 Aangever heeft ’s avonds gebeld en zijn akkoord gegeven voor nieuwe dakplaten van 450 euro. Hij heeft wel gezegd dat hij de betaling hiervan na oplevering zou overmaken. Verdachte zei: ‘ik kan het niet voorfinancieren’. Aangever heeft toen besloten om toch het bedrag van 450 euro diezelfde avond over te maken.1213

Gedurende de periode van 9 oktober 2015 tot 3 november 2015 had aangever inmiddels betalingen gedaan voor een totaalbedrag van 4.950,00 euro en was er nog geen werk verricht aan zijn woonark en had hij nog geen schriftelijke opdrachtbevestiging ontvangen.14

Verdachte verklaarde dat hij dakwerkzaamheden zou uitvoeren bij aangever. Een deel van voor de materialen is betaald en het restant zou aangever later betalen in termijnen.15 De werkzaamheden zijn nog niet verricht omdat verdachte nog bezig was met een andere ark. Aangever moest 4.500,00 euro betalen omdat de andere woonboten erbij kwamen. Dat was een mazzel voor hem. De 450 euro is betaald voor materialen. Aangever was als laatste aan de beurt. Hij kon meeliften met de rest van de materialen. Die zijn wel geleverd bij de anderen.16

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van [benadeelde 10] . Verdachte heeft aangever ongevraagd benaderd, waarna aangever aanzienlijke geldbedragen betaald heeft terwijl hij geen werkzaamheden heeft verricht. Verdachte is vervolgens nog meerdere keren langs geweest in verband met het niet op voorraad hebben van de juiste materialen. Hiervoor heeft de aangever wederom geld betaald, nog steeds zonder ook maar iets te doen. Daarnaast heeft verdachte iemand langs gestuurd met een heel klein deel van de materialen. De rechtbank heeft de overtuiging dat verdachte dit deed om de indruk te weken dat de werkzaamheden uitgevoerd zouden worden. Op grond van het weergegeven bewijs stelt de rechtbank vast dat verdachte van meet af aan niet van plan was de werkzaamheden uit te voeren.

Ten aanzien van feit 4 t/m feit 7:

Op 7 januari 2016 betraden verbalisanten de woning gelegen aan de [adres] , huisje [woonplaats] . Er werden diverse (vuur)wapens aangetroffen. In het tuinhuisje lag een zwart vuurwapengelijkend voorwerp op het tv-kastje. In de keuken, bovenop de afzuigkap, lag een zilverkleurig vlindermes. In de woonkamer van de caravan lag een zaklamp. Verbalisant zag dat het een stungun betrof. Er stonden twee busjes pepperspray in de keuken. Er lag een zwarte ploertendoder op de bank in de woonkamer.17

Door de forensische opsporing werden alle in beslag genomen wapens onderzocht. Hieruit bleek dat het vlindermes, de pepperspray, het stroomstootwapen, het veerdrukpistool en de ploertendoder zijn strafbaar gesteld in de Wet Wapens en munitie.18

Verdachte heeft verklaard dat hij in de woning aan de [adres] , huisje [woonplaats] woont.19

De rechtbank constateert dat uit het voorgaande blijkt dat alle in de woning aangetroffen wapens voor iedereen, dus ook voor verdachte, zichtbaar waren.

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in bezit hebben van wapens die strafbaar zijn gesteld in de artikelen 13 en 26 van de Wet wapens en munitie.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

ten aanzien van feit 2:

in de periode van 24 oktober 2015 tot en met 8 november 2015 te Loosdrecht, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid [benadeelde 5] heeft bewogen tot de afgifte van

- ( alcoholische) dranken en maaltijden en

- inschulden (door het ter beschikking stellen van hotelkamers),

hebbende verdachte (telkens) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk

- zich tegenover voornoemd hotel en medewerkers van voornoemd hotel voorgedaan als een betalende en kredietwaardige klant en

- zich in bovengenoemd hotel (als gast) laten inschrijven en

- tegen medewerkers van voornoemd hotel gezegd dat hij woonachtig was op de [adres] te [woonplaats] en op de [adres] te [woonplaats] en

- tegen medewerkers van voornoemd hotel gezegd dat hij zijn betaalpas op de zaak had laten liggen en dat hij niet genoeg contant geld bij zich had en dat hij het geld de volgende dag zou komen brengen en dat hij het openstaande bedrag (per bank) zou overmaken en dat het door of namens die [hotel] gegeven bankrekeningnummer niet juist was,

waardoor [benadeelde 5] en een of medewerkers van voornoemd hotel werden bewogen tot bovenomschreven afgiften, terwijl verdachte de overeengekomen betaling niet volledig heeft uitgevoerd.

ten aanzien van feit 4:

op 7 januari 2016 te Loosdrecht twee gasbusjes, traan(CS)gas, merk Klever, model CS KO, (telkens) zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met een traanverwekkende stof van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad.

ten aanzien van feit 5:

op 7 januari 2016 te Loosdrecht, een wapen van categorie II onder 5°, te weten een handwapen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht (voorzien van het opschrift "POLICE 20000W"), niet zijnde een wapenstok voorhanden heeft gehad.

ten aanzien van feit 6:

op 7 januari 2016 te Loosdrecht, (telkens) een wapen van Categorie I onder 7°, te weten: een imitatiepistool, althans een nabootsing van een vuurwapen, voorzien van de aanduiding "v-863", zijnde een voorwerp vermeld op lijst b van de bij de Regeling Wapens en Munitie behorende bijlage I, dat een ernstige bedreiging voor personen kan vormen of zodanig op een wapen gelijkt, dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is

en

een wapen van categorie I onder 3°, te weten een ploertendoder, voorhanden

heeft gehad.

ten aanzien van feit 7:

op 7 januari 2016 te Loosdrecht, een wapen van categorie I, onder 1 te weten een vlindermes (als bedoeld in artikel 2 onder c van de Regeling Wapens en Munitie) van de Regeling Wapens en Munitie, voorhanden heeft gehad.

ten aanzien van feit 10:

in de periode 22 september 2015 tot en met 7 januari 2016, te Kortenhoef (gemeente Wijdemeren), met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid, [benadeelde 10] heeft bewogen tot de afgifte van 4.950,00 euro,

hebbende verdachte, met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk (telkens) zich voorgedaan als:

- een bonafide ondernemer en een kredietwaardige ondernemer en

- een ondernemer die bereid was en de intentie had en in staat was (binnen de overeengekomen, althans een redelijke termijn) de (overeengekomen) werkzaamheden te verrichten en af te ronden en (vervolgens) (daarbij)

- met die [benadeelde 10] een of meerdere (mondelinge) overeenkomsten gesloten, waarbij verdachte zich verplichtte tot het verrichten van dakdekkerswerkzaamheden en

- die [benadeelde 10] medegedeeld dat er - voorafgaand aan het verrichten van de

werkzaamheden en voorafgaand aan de hervatting van de werkzaamheden -

(aan)betalingen verricht moesten worden voor het kopen van materialen,

waardoor die [benadeelde 10] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

terwijl verdachte de overeengekomen werkzaamheden niet heeft uitgevoerd;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:

ten aanzien van feit 2: oplichting

ten aanzien van feit 4 en feit 5: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

ten aanzien van feit 6: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 7: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

ten aanzien van feit 10: oplichting.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte vastberaden is om zijn bedrijf en zijn passie voor het vak door te zetten. De smet die over hem heen is komen te hangen door de verhalen op internet belasten verdachte en zijn gezin nog steeds. Deze aandacht werkt negatief op de toekomstige werkzaamheden van verdachte. Verdachte werkt hard als kostwinner van het gezin. Indien de rechtbank tot een veroordeling komt verzoekt de verdediging rekening te houden met het feit dat verdachte in de afgelopen vijf jaren niet onherroepelijk veroordeeld is. De verdediging verzoekt verdachte een werkstraf op te leggen met hooguit een voorwaardelijke gevangenisstraf. Op grond van de LOVS-oriëntatiepunten behoort dit tot de mogelijkheden. Een werkstraf is in geval van een bewezenverklaring de aangewezen strafmodaliteit. Ten aanzien van de feiten 4, 5, 6 en 7 geldt conform de LOVS-oriëntatiepunten dat er een geldboete kan worden opgelegd.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een sanctie en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee oplichtingen.

Verdachte heeft de slachtoffers doen geloven dat hij spoedig zijn afspraken zou nakomen. Ten aanzien van [benadeelde 5] heeft verdachte door tussentijds betalingen te doen de schijn gewekt dat hij een bonafide en kredietwaardige klant was. Na zijn vertrek werd het hotel afgescheept met steeds wisselende (niet verifieerbare) excuses of smoezen. Ten aanzien van de heer [benadeelde 10] geldt dat verdachte hem forse aanbetalingen laat verrichten, waarmee verdachte het vertrouwen wekte ook spoedig aan de slag te gaan. Na meerdere aanbetalingen voor de door verdachte geconstateerde gebreken of nieuwe aanbiedingen, zijn er geen werkzaamheden verricht. Vervolgens stuurde verdachte iemand langs om een zeer beperkt deel van de materialen te leveren. Door op een dergelijke wijze te handelen heeft verdachte doelbewust misbruik gemaakt van de door de slachtoffers in hem gestelde vertrouwen met als doel eigen financieel gewin. Daarbij heeft verdachte tevens het vertrouwen van potentiële klanten in de dakdekkersbranche schade toegebracht. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Daarnaast heeft de verdachte zes voorwerpen voorhanden gehad die vallen onder de Wet wapens en munitie. Het voorhanden hebben van wapens vormt vanzelfsprekend een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op het feit dat door verdachte allerlei excuses en smoezen worden gegeven voor het niet afronden dan wel uitblijven van werkzaamheden en betalingen. Verdachte wisselt van adressen en telefoonnummers, waardoor klanten hem niet kunnen bereiken. Verdachte neemt telkens opdrachten aan maar kan deze vervolgens niet voltooien of verrichten. Daarnaast is verdachte nog allerlei mensen geld verschuldigd. De rechtbank merkt daarbij ook op dat verdachte wederom in aanraking is gekomen met justitie vanwege oplichtingspraktijken. De rechtbank ziet hierin een patroon dat redengevend is voor de na te noemen straf.

De rechtbank is – anders dan door de raadsvrouw bepleit – van oordeel dat een taakstraf niet passend en geboden is. Verdachte heeft tijdens schorsing van zijn voorlopige hechtenis zijn enkelband afgeknipt. De rechtbank vindt dit zeer verwerpelijk en ziet dan ook geen meerwaarde in het opleggen van reclasseringstoezicht. Daarnaast acht de rechtbank een geldboete niet passend, omdat verdachte nog aan allerlei mensen geld verschuldigd is.

De rechtbank is van oordeel dat, nu zij enkel tot een bewezenverklaring komt voor de feiten 2, 4, 5, 6, 7 en 10, aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. Gelet op de ernst van de feiten en de strafmaat in soortgelijke zaken acht de rechtbank passend en geboden oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank zal geen bijzondere voorwaarden opleggen.

9 Het beslag

9.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft -met betrekking tot de zich in het dossier bevindende beslaglijst- ter terechtzitting gevorderd tot onttrekking aan het verkeer van alle voorwerpen.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte ter terechtzitting afstand doet van de voorwerpen. Indien de rechtbank dit niet als een afstandsverklaring beschouwd kunnen de voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat het op de beslaglijst aangeduide voorwerpen onder verdachte in beslag zijn genomen.

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen die aan verdachte toebehoren onttrekken aan het verkeer, nu met betrekking tot dit voorwerp het onder feit 4, 5, 6 en 7 bewezen geachte is begaan en het van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, te weten:

  • -

    Vlindermes (161121);

  • -

    Peperspray twee spuitbusjes (1615127);

  • -

    Stroomstootwapen (1615130);

  • -

    Imitatie vuurwapen (1615133);

  • -

    Ploertendoder (1615134).

Het onder verdachte in beslag genomen survival mes (1615134) acht de rechtbank vatbaar voor teruggave aan verdachte.

10 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 5] (feit 2)

[benadeelde 5] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.224,60. Dit bedrag bestaat uit materiele schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering geheel toe te wijzen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en verzoekt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat het strafproces niet dezelfde procedurele waarborgen biedt als een civielrechtelijke procedure en dat de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring dient te komen als beide partijen niet in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om hun standpunten ter staving van de vordering of tot verweer tegen de vordering aan te voeren en daarvan bewijs te leveren.

De rechtbank stelt vast dat door verdachte twee betalingen zijn verricht van respectievelijk

€ 350,00 en € 400,00. Door de benadeelde partij wordt niet betwist dat twee betalingen zijn verricht. De rechtbank kan de hoogte van die bedragen niet vaststellen en gaat daarom in het voordeel van verdachte ervan uit dat hij de door hem genoemde bedragen heeft betaald en zal daarom de vordering tot het bedrag van € 474,60 toewijzen. Dit is het totaalbedrag van de vordering minus de aanbetalingen van verdachte. Het toegewezen bedrag zal worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 8 november 2015 tot de dag van volledige betaling.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De behandeling van de vordering levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 5] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 474,60, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 8 november 2015 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden vervangen door 9 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 5] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 6] (feit 3)

[benadeelde 6] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 7.838,00. Dit bedrag bestaat uit materiele schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 3 ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering geheel toe te wijzen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en verzoekt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat het strafproces niet dezelfde procedurele waarborgen biedt als een civielrechtelijke procedure en dat de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring dient te komen als beide partijen niet in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om hun standpunten ter staving van de vordering of tot verweer tegen de vordering aan te voeren en daarvan bewijs te leveren.

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 6] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de verdachte van het onder feit 3 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 7] (feit 3)

[benadeelde 7] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.000,00. Dit bedrag bestaat uit materiele schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 3 ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering geheel toe te wijzen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en verzoekt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat het strafproces niet dezelfde procedurele waarborgen biedt als een civielrechtelijke procedure en dat de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring dient te komen als beide partijen niet in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om hun standpunten ter staving van de vordering of tot verweer tegen de vordering aan te voeren en daarvan bewijs te leveren.

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 7] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de verdachte van het onder feit 3 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 1] (feit 8)

[benadeelde 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 11.750,00. Dit bedrag bestaat uit materiele schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 8 ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering geheel toe te wijzen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en verzoekt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat het strafproces niet dezelfde procedurele waarborgen biedt als een civielrechtelijke procedure en dat de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring dient te komen als beide partijen niet in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om hun standpunten ter staving van de vordering of tot verweer tegen de vordering aan te voeren en daarvan bewijs te leveren.

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de verdachte van het onder feit 8 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 8] (feit 8)

[benadeelde 8] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 4.400,00. Dit bedrag bestaat uit materiele schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 8 ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering geheel toe te wijzen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en verzoekt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat het strafproces niet dezelfde procedurele waarborgen biedt als een civielrechtelijke procedure en dat de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring dient te komen als beide partijen niet in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om hun standpunten ter staving van de vordering of tot verweer tegen de vordering aan te voeren en daarvan bewijs te leveren.

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 8] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de verdachte van het onder feit 8 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 9] (feit 9)

[benadeelde 9] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 750,00. Dit bedrag bestaat uit materiele schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 9 ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering geheel toe te wijzen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en verzoekt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat het strafproces niet dezelfde procedurele waarborgen biedt als een civielrechtelijke procedure en dat de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring dient te komen als beide partijen niet in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om hun standpunten ter staving van de vordering of tot verweer tegen de vordering aan te voeren en daarvan bewijs te leveren.

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 9] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de verdachte van het onder feit 9 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 10] (feit 10)

[benadeelde 10] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 4.900,00. Dit bedrag bestaat uit materiele schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 10 ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering geheel toe te wijzen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en verzoekt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat het strafproces niet dezelfde procedurele waarborgen biedt als een civielrechtelijke procedure en dat de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring dient te komen als beide partijen niet in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om hun standpunten ter staving van de vordering of tot verweer tegen de vordering aan te voeren en daarvan bewijs te leveren.

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder feit 10 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 4.900,00 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen. Verdachte heeft dit bedrag ook niet betwist. Het toegewezen bedrag zal worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente. Deze wordt berekend over het bedrag van € 2.500,00 vanaf 12 oktober 2015, over het bedrag van € 2.000,00 vanaf 27 oktober 2015 en over het bedrag van € 450,00 vanaf 3 november 2015, tot de dag van volledige betaling.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 10] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 4.900,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 2.500,00 vanaf 12 oktober 2015, over het bedrag van € 2.000,00 vanaf 27 oktober 2015 en over het bedrag van € 450,00 vanaf 3 november 2015, tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden vervangen door 59 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 10] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 2] (feit 11)

[benadeelde 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 12.575,00. Dit bedrag bestaat uit materiele schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 11 ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering geheel toe te wijzen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en verzoekt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat het strafproces niet dezelfde procedurele waarborgen biedt als een civielrechtelijke procedure en dat de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring dient te komen als beide partijen niet in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om hun standpunten ter staving van de vordering of tot verweer tegen de vordering aan te voeren en daarvan bewijs te leveren.

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de verdachte van het onder feit 11 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 11] (feit 12)

[benadeelde 11] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 350,00. Dit bedrag bestaat uit materiele schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 12 ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering geheel toe te wijzen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en verzoekt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat het strafproces niet dezelfde procedurele waarborgen biedt als een civielrechtelijke procedure en dat de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring dient te komen als beide partijen niet in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om hun standpunten ter staving van de vordering of tot verweer tegen de vordering aan te voeren en daarvan bewijs te leveren.

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 11] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de verdachte van het onder feit 12 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 12] (feit 13)

[benadeelde 12] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 7.865,00. Dit bedrag bestaat uit materiele schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 13 ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering geheel toe te wijzen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit en verzoekt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat het strafproces niet dezelfde procedurele waarborgen biedt als een civielrechtelijke procedure en dat de strafrechter tot niet-ontvankelijkverklaring dient te komen als beide partijen niet in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest om hun standpunten ter staving van de vordering of tot verweer tegen de vordering aan te voeren en daarvan bewijs te leveren.

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 12] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de verdachte van het onder feit 13 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 24c, 36f, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

Verklaart het onder feit 1, 3, 8, 9, 11, 12 en 13 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 2: oplichting

ten aanzien van feit 4 en feit 5: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

ten aanzien van feit 6: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 7: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

ten aanzien van feit 10: oplichting.

Strafbaarheid

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelte, te weten één maand van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2(twee) jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Beslissingen ten aanzien van het beslag:

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

  • -

    Vlindermes (161121);

  • -

    Peperspray twee spuitbusjes (1615127);

  • -

    Stroomstootwapen (1615130);

  • -

    Imitatie vuurwapen (1615133);

  • -

    Ploertendoder (1615134).

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- Survival mes (1615134).

Beslissingen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen:

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 5] (feit 2)

wijst de vordering van [benadeelde 5] toe tot een bedrag van € 474,60;

veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 5] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 november 2015 tot de dag van volledige betaling;

verklaart [benadeelde 5] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 5] aan de Staat € 474,60 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 november 2015 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling te vervangen door 9 dagen hechtenis, met dien verstande dat dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd voor zover hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 6] (feit 3)

verklaart [benadeelde 6] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

Compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 7] (feit 3)

verklaart [benadeelde 7] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

Compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 1] (feit 8)

verklaart [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

Compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 8] (feit 8)

verklaart [benadeelde 8] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

Compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 9] (feit 9)

verklaart [benadeelde 9] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

Compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 10] (feit 10)

wijst de vordering van [benadeelde 10] toe tot een bedrag van € 4.900,00;

veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 10] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 2.500,00 vanaf 12 oktober 2015, over het bedrag van € 2.000,00 vanaf 27 oktober 2015 en over het bedrag van € 450,00 vanaf 3 november 2015, tot de dag van volledige betaling;

veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 10] aan de Staat € 4.900,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van € 2.500,00 vanaf 12 oktober 2015, over het bedrag van € 2.000,00 vanaf 27 oktober 2015 en over het bedrag van € 450,00 vanaf 3 november 2015, tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling te vervangen door 59 dagen hechtenis, met dien verstande dat dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd voor zover hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 2] (feit 11)

verklaart [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

Compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 11] (feit 12)

verklaart [benadeelde 11] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

Compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 12] (feit 13)

verklaart [benadeelde 12] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

Compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Ebbens, voorzitter,

mrs. G.A. Bos en O.P. van Tricht, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. Völkers, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 februari 2017.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt, na wijziging van de tenlastelegging, die hierna cursief is weergegeven, ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij in of omstreeks de periode 23 november 2015 tot en met 6 januari 2016, te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 4] en/of [bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V., althans een of meer (rechts)perso(o)n(en), heeft bewogen tot de afgifte van

- een personenauto (merk: Volkswagen, type: Polo, kenteken [kenteken] ) en/of

- een bestelbus (merk: Ford, type: Transit, kenteken [kenteken] ), in elk geval van enig goed, althans tot het aangaan van een schuld, te weten het (tegen de reguliere bedrijfsvoering in) akkoord gaan met (een) uitgestelde betaling(en) terzake het verhuren/leasen van (die) twee motorvoertuigen, hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en / of listiglijk en / of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als:

- een bonafide klant en/of een kredietwaardige klant en/of

- een klant die bereid was en/of de intentie had en/of in staat was (binnen de overeengekomen, althans een redelijke termijn) de (overeengekomen) huurprijs te betalen, te weten door te zeggen dat het wel goed zou komen met de betaling en/of dat hij de volgende dag zou komen betalen en/of dat hij die week zou komen betalen en/of (vervolgens) (daarbij) met die [benadeelde 4] en/of die [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] een

overeenkomst gesloten, waarbij verdachte zich verplichtte tot het verrichten van een (tijdige) betaling waardoor die [benadeelde 4] en/of die [bedrijf 1] en/of die [bedrijf 2]

(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte, terwijl verdachte de overeengekomen betaling niet, althans niet naar behoren en/of niet volledig, heeft uitgevoerd;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 23 november 2015 tot en met 6 januari 2016, te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, opzettelijk

- een personenauto (merk: Volkswagen, type: Polo, kenteken [kenteken] ) en/of

- een bestelbus (merk: Ford, type: Transit, kenteken [kenteken] ), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4] en/of [bedrijf 1] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als huurder/lessee, althans als gebruiker, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode 24 oktober 2015 tot en met 8 november 2015 te Loosdrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 5] en/of [hotel] en/of medewerkers van voornoemd hotel, althans een of meer

(rechts)perso(o)n(en), heeft bewogen tot de afgifte van

- ( alcoholische) dranken en/of maaltijden, althans etenswaren en/of drinkwaren

en/of

- inschulden (door het ter beschikking stellen van hotelkamers (totale waarde 1.224,60 euro), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich tegenover voornoemd hotel en/of medewerkers van voornoemd hotel voorgedaan als een betalende en/of kredietwaardige klant en/of

- zich in bovengenoemd hotel (als gast) laten inschrijven en/of

- tegen medewerkers van voornoemd hotel gezegd dat hij woonachtig was op de [adres] te [woonplaats] en/of op de [adres] te [woonplaats] en/of

- tegen medewerkers van voornoemd hotel gezegd dat hij zijn betaalpas op de zaak had laten liggen en/of dat hij niet genoeg contant geld bij zich had en/of dat hij het geld de volgende dag zou komen brengen en/of dat hij het openstaande bedrag (per bank) zou overmaken en/of dat het door of namens die [hotel] gegeven bankrekeningnummer niet juist was waardoor [benadeelde 5] en/of [hotel] en/of een of medewerkers van voornoemd hotel werden bewogen tot bovenomschreven afgiften, terwijl verdachte de overeengekomen betaling niet, althans niet naar behoren en/of niet volledig, heeft uitgevoerd;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode 15 oktober 2014 tot en met 3 oktober 2015, tezamen en in vereniging, althans alleen, te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in ieder geval in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het

aannemen van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] , heeft bewogen tot de afgifte van 7.852,00 euro en/of (respectievelijk) 1.400,00 euro, althans (telkens) van een geldbedrag, hebbende verdachte, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) zich voorgedaan als:

- een bonafide ondernemer en/of een kredietwaardige ondernemer en/of

- een ondernemer die bereid was en/of de intentie had en/of in staat was (binnen de overeengekomen, althans een redelijke termijn) de (overeengekomen) werkzaamheden te verrichten en/of af te ronden en/of (vervolgens) (daarbij)

- met die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] een (mondelinge) overeenkomst gesloten, waarbij verdachte zich verplichtte tot het verrichten van werkzaamheden (dakdekkerwerkzaamheden en/of schilderwerkzaamheden en/of werkzaamheden voor het plaatsen van dakkapellen en/of werkzaamheden aan een of meer dakgo(o)t(en)) en/of

- die [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] medegedeeld dat er - voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden en/of voorafgaand aan de hervatting van de werkzaamheden

- ( aan)betalingen verricht moesten worden (voor het kopen van materialen) waardoor die [benadeelde 6] en/of die [benadeelde 7] , werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte; terwijl verdachte en/of een van zijn mededaders de overeengekomen werkzaamheden niet, althans niet naar behoren en/of niet volledig, heeft/hebben uitgevoerd;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 7 januari 2016 te Loosdrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland twee gasbusjes, traan(CS)gas, merk Klever, model CS KO, (telkens) zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

5.

hij op of omstreeks 7 januari 2016 te Loosdrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland (een) wapen van categorie II onder 5°, te weten een handwapen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht (voorzien van het opschrift "POLICE 20000W"), niet zijnde een wapenstok voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

6.

hij op of omstreeks 7 januari 2016 te Loosdrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, (telkens) een wapen van Categorie I onder 7°, te weten: een imitatiepistool, althans een nabootsing van een vuurwapen, voorzien van de aanduiding "v-863", zijnde een voorwerp vermeld op lijst b van de bij de Regeling Wapens en Munitie behorende bijlage I, dat een ernstige bedreiging voor personen kan vormen of zodanig op een wapen gelijkt, dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is

en/of

een wapen van categorie I onder 3°, te weten een ploertendoder, voorhanden

heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

7.

hij op of omstreeks 07 januari 2016 te Loosdrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, een wapen van categorie I, onder 1 te weten een vlindermes (als bedoeld in artikel artikel 2 onder c van de Regeling Wapens en Munitie ) van de Regeling Wapens en Munitie, voorhanden heeft gehad

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet Wapens en Munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

8.

hij in of omstreeks de periode 22 september 2014 tot en met 7 januari 2016, tezamen en in vereniging, althans alleen, te Kortenhoef, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in ieder geval in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 1] en/of [benadeelde 8] , heeft bewogen tot de afgifte van 11.750,00 euro en/of (respectievelijk) 4.400,00 euro, althans (telkens) van een geldbedrag, hebbende verdachte, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid (telkens) zich voorgedaan als:

- een bonafide ondernemer en/of een kredietwaardige ondernemer en/of

- een ondernemer die bereid was en/of de intentie had en/of in staat was (binnen de overeengekomen, althans een redelijke termijn) de (overeengekomen) werkzaamheden te verrichten en/of af te ronden en/of (vervolgens) (daarbij)

- met die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 8] een (mondelinge en/of schriftelijke) overeenkomst gesloten, waarbij verdachte zich verplichtte tot het verrichten van werkzaamheden (dakdekkerwerkzaamheden en/of werkzaamheden aan (houten) onderdelen van de woonark(en) van die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 8] ) en/of zich verplichtte tot het leveren van materialen (zonnepanelen, terrasdelen, dakonderdelen en boeidelen)

- die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 8] medegedeeld dat er - voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden en/of voorafgaand aan de hervatting van de werkzaamheden - (aan)betalingen verricht moesten worden (voor het kopen van materialen)

waardoor die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 8] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

terwijl verdachte en/of een van zijn mededaders

- de overeengekomen werkzaamheden niet, althans niet naar behoren en/of niet volledig, heeft/hebben uitgevoerd en/of

- de toegezegde materialen niet, althans niet volledig, heeft/hebben geleverd;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

9.

hij in of omstreeks de periode 15 september 2015 tot en met 7 januari 2016, te Kortenhoef (gemeente Wijdemeren), althans in het arrondissement Midden-Nederland, in ieder geval in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 9] heeft bewogen tot de afgifte van 1.225,00 euro, althans (telkens) van een geldbedrag, hebbende verdachte, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens)

zich voorgedaan als:

- een bonafide ondernemer en/of een kredietwaardige ondernemer en/of

- een ondernemer die bereid was en/of de intentie had en/of in staat was (binnen de overeengekomen, althans een redelijke termijn) de (overeengekomen) werkzaamheden te verrichten en/of af te ronden en/of (vervolgens) (daarbij)

- met die [benadeelde 9] een (mondelinge en/of schriftelijke) overeenkomst gesloten, waarbij verdachte zich verplichtte tot het verrichten van werkzaamheden (dakdekkerwerkzaamheden en/of werkzaamheden aan een of meer regenpijp(en)) en/of

- die [benadeelde 9] medegedeeld dat er - voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden en/of voorafgaand aan de hervatting van de werkzaamheden

- ( aan)betalingen verricht moesten worden (voor het kopen van materialen)

waardoor die [benadeelde 9] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

terwijl verdachte de overeengekomen werkzaamheden niet, althans niet naar behoren en/of niet volledig, heeft uitgevoerd;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

10.

hij in of omstreeks de periode 22 september 2015 tot en met 7 januari 2016, te Kortenhoef (gemeente Wijdemeren), althans in het arrondissement Midden-Nederland, in ieder geval in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 10] heeft bewogen tot de afgifte van 4.950,00 euro, althans (telkens) van een geldbedrag, hebbende verdachte, met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) zich voorgedaan als:

- een bonafide ondernemer en/of een kredietwaardige ondernemer en/of

- een ondernemer die bereid was en/of de intentie had en/of in staat was (binnen de overeengekomen, althans een redelijke termijn) de (overeengekomen) werkzaamheden te verrichten en/of af te ronden en/of (vervolgens) (daarbij)

- met die [benadeelde 10] een of meerdere (mondelinge) overeenkomst(en) gesloten, waarbij verdachte zich verplichtte tot het verrichten van dakdekkerwerkzaamheden en/of

- die [benadeelde 10] medegedeeld dat er - voorafgaand aan het verrichten van de

werkzaamheden en/of voorafgaand aan de hervatting van de werkzaamheden -

(aan)betalingen verricht moesten worden (voor het kopen van materialen)

waardoor die [benadeelde 10] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

terwijl verdachte de overeengekomen werkzaamheden niet, althans niet naar behoren en/of niet volledig, heeft uitgevoerd;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

11.

hij in of omstreeks de periode 01 september 2015 tot en met 7 januari 2016, te Kortenhoef (gemeente Wijdemeren), althans in het arrondissement Midden-Nederland, in ieder geval in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 2] heeft bewogen tot de afgifte van 7.575,00 euro, althans (telkens) van een geldbedrag, hebbende verdachte, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) zich voorgedaan als:

- een bonafide ondernemer en/of een kredietwaardige ondernemer en/of

- een ondernemer die bereid was en/of de intentie had en/of in staat was (binnen de overeengekomen, althans een redelijke termijn) de (overeengekomen) werkzaamheden te verrichten en/of af te ronden en/of (vervolgens) (daarbij)

- met die [benadeelde 2] een of meerdere (mondelinge en/of schriftelijke) overeenkomst(en) gesloten, waarbij verdachte zich verplichtte tot het verrichten van werkzaamheden (dakdekkerwerkzaamheden en/of werkzaamheden aan een of meer regenpijp(en)) en/of

- die [benadeelde 2] medegedeeld dat er - voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden en/of voorafgaand aan de hervatting van de werkzaamheden

-(aan)betalingen verricht moesten worden (voor het kopen van materialen) waardoor die [benadeelde 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

terwijl verdachte de overeengekomen werkzaamheden niet, althans niet naar behoren en/of niet volledig, heeft uitgevoerd;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

12.

hij in of omstreeks de periode 22 september 2015 tot en met 7 januari 2016, te Kortenhoef (gemeente Wijdemeren), althans in het arrondissement Midden-Nederland, in ieder geval in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 11] heeft bewogen tot de afgifte van 350,00 euro, althans (telkens) van een geldbedrag, hebbende verdachte, met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) zich voorgedaan als:

- een bonafide ondernemer en/of een kredietwaardige ondernemer en/of

- een ondernemer die bereid was en/of de intentie had en/of in staat was (binnen de overeengekomen, althans een redelijke termijn) de (overeengekomen) werkzaamheden te verrichten en/of af te ronden en/of (vervolgens) (daarbij)

- met die [benadeelde 11] een (mondelinge) overeenkomst gesloten, waarbij verdachte zich verplichtte tot het verrichten van dakdekkerwerkzaamheden en/of

- die [benadeelde 11] medegedeeld dat er - voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden en/of voorafgaand aan de hervatting van de werkzaamheden

- ( aan)betalingen verricht moesten worden (voor het kopen van materialen) waardoor die [benadeelde 11] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

terwijl verdachte de overeengekomen werkzaamheden niet, althans niet naar behoren en/of niet volledig, heeft uitgevoerd;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

13.

Primair

hij in of omstreeks de periode 14 januari 2015 tot en met 7 januari 2016, te Hilversum en/of te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in ieder geval in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het

aannemen van een valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 12] en/of [bedrijf 3] B.V. heeft bewogen tot de afgifte van 7.865,00 euro, althans van een geldbedrag, hebbende verdachte, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid tegen die

[benadeelde 12] gezegd dat hij krap bij kas zat en problemen had met betalingen, waardoor die [benadeelde 12] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode 14 januari 2015 tot en met 7 januari 2016, te Hilversum en/of te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in ieder geval in Nederland, opzettelijk een geldbedrag van 7.865,00 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 12] en/of [bedrijf 3] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als lener, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossiers bevinden, te weten: PL0900-2016010908, pagina 1 tot en met 116 en PL0900-2016161379, pagina 1 tot en met 125. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, sub vijf, van het Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 PL0900-2016010908: proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens [benadeelde 5] , 17 november 2015, p. 62.

3 PL0900-2016010908: proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens [benadeelde 5] , 17 november 2015, p. 63.

4 PL0900-2016010908: proces-verbaal van bevindingen onderzoek documenten, 8 januari 2016, p. 51.

5 PL0900-2016010908: proces-verbaal van bevindingen onderzoek documenten, 8 januari 2016, p. 57.

6 PL0900-2016161379: proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 10] , 19 januari 2016, p. 38.

7 PL0900-2016161379: proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 10] , 19 januari 2016, p. 39.

8 PL0900-2016161379: bijlage 1 bij de aangifte inhoudende het rekeningafschrift van 2500 euro, p. 42.

9 PL0900-2016161379: proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 10] , 19 januari 2016, p. 39.

10 PL0900-2016161379: bijlage 2 bij de aangifte inhoudende het rekeningafschrift van 2000 euro, p. 43.

11 PL0900-2016161379: proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 10] , 19 januari 2016, p. 39.

12 PL0900-2016161379: proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 10] , 19 januari 2016, p. 40.

13 PL0900-2016161379: bijlage 3 bij de aangifte inhoudende het rekeningafschrift van 450 euro, p. 44.

14 PL0900-2016161379: proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 10] , 19 januari 2016, p. 40.

15 PL0900-2016161379: proces-verbaal van verhoor verdachte, 20 mei 2016, p. 120.

16 PL0900-2016161379: proces-verbaal van verhoor verdachte, 20 mei 2016, p. 121.

17 PL0900-2016010908: proces-verbaal van bevindingen doorzoeking woning, 7 januari 2016, p. 30.

18 PL0900-2016010908: proces-verbaal voor-categorisering, 11 januari 2016, p. 40 en 41.

19 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 1 februari 2017.