Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:6852

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
05-09-2017
Datum publicatie
28-03-2018
Zaaknummer
16/659516-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 voorwaardelijk, voor het voorhanden hebben van wapen. De man had in zijn slaapkamer onder zijn matras een pistool met munitie in de houder liggen. In een tas in zijn slaapkamer bevond zich een gas-alarmpistool. Verdachte verklaarde dat hij de wapens voor een ander in bewaring had. De rechtbank is van oordeel dat het dossier daar weliswaar enige aanknopingspunten voor biedt, maar dat uit de plek waar het geladen pistool werd aangetroffen zou kunnen volgen dat het wapen aan verdachte zelf toebehoorde of in ieder geval voor hem gebruiksklaar lag. Naast de gevangenisstraf zijn er ook een aantal bijzondere voorwaarden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659516-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 5 september 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1993] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats] , [adres]
gedetineerd (uit andere hoofde) in de PI te Alphen aan de Rijn.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 augustus 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. Lousberg en van hetgeen verdachte en mr. A.A. Boersma, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Op 10 mei 2017 te Utrecht samen met een ander een pistool, een gas-alarmpistool en 5 scherpe patronen voorhanden heeft gehad.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, met uitzondering van het medeplegen. Van dat onderdeel dient verdachte te worden vrijgesproken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het standpunt van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

De rechtbank acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen. De redengevende feiten en omstandigheden die tot dit oordeel leiden zijn de volgende.

Processen-verbaal van bevindingen

Op 10 mei 2017 werd binnengetreden in de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Verdachte deelde uit eigen beweging aan een verbalisant mee dat er onder zijn bed een vuurwapen lag. In de slaapkamer van verdachte werd, onder het matras, een vuurwapen aangetroffen.2 In de houder bevonden zich 5 patronen. Tijdens de doorzoeking werd in de slaapkamer in een plastic tas een tweede wapen aangetroffen. Dit betrof een gas-alarmpistool.3

Het aangetroffen vuurwapen is een pistool van het merk Tokarev, model M57, kaliber 7.62 x 25 mm, categorie III. De 5 scherpe patronen zijn van het kaliber 7.62 x 25 mm, categorie III. Het gas-alarmpistool is van het merk Walther P88 Compact, model 88-9, kaliber 9 mm P.A.K., categorie III.4

Verklaring van verdachte

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat de wapens en munitie zijn aangetroffen in zijn slaapkamer.5

Conclusie

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 10 mei 2017 de genoemde wapens en munitie voorhanden heeft gehad. Nu uit het dossier niet blijkt van een bewuste en nauwe samenwerking met een ander, zal verdachte worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 10 mei 2017 te Utrecht, wapens van categorie III, te weten

- een pistool (merk Tokarev, model M57, kaliber 7.62 x 25 mm) en

- een gas-alarmpistool (merk Walther P88 Compact, model 88-9, kaliber 9 mm.

P.A.K.)

en munitie van categorie III, te weten

- vijf scherpe patronen (kaliber 7.62 x 25 mm)

voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd,

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie .

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat met betrekking tot de strafoplegging van belang is dat uit het dossier naar voren komt dat de aangetroffen wapens niet aan verdachte toebehoorden en evenmin door hem gebruikt zijn. Verdachte bewaarde de wapens en munitie voor een ander en zijn slaapkamer diende als opslagplaats. Dit feit is door verdachte gepleegd in een periode van zijn leven waarin hij veel blowde en daardoor laks en onverschillig werd. Thans is hij voornemens na zijn detentie geen verdovende middelen meer te gebruiken. Verdachte heeft zelf om urinecontroles verzocht en is bereid zich aan reclasseringstoezicht te houden.

De verdediging heeft bepleit een gevangenisstraf op te leggen van 4 maanden, waarvan het

onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het voorarrest van 66 dagen. Aan het resterende deel kunnen de bijzondere voorwaarden gekoppeld worden, zoals door de reclassering geadviseerd. Een dergelijke straf is passend bij dit feit, aldus de verdediging.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte had in zijn slaapkamer onder zijn matras een pistool met munitie in de houder liggen. In een tas in zijn slaapkamer bevond zich een gas-alarmpistool. Verdachte verklaarde dat hij de wapens voor een ander in bewaring had. De rechtbank is van oordeel dat het dossier daar weliswaar enige aanknopingspunten voor biedt, maar dat uit de plek waar het geladen pistool werd aangetroffen zou kunnen volgen dat het wapen aan verdachte zelf toebehoorde of in ieder geval voor hem gebruiksklaar lag. Ook als verdachte de wapens voor een ander bewaarde en daarmee het bezit van wapens die gebruikt (kunnen) worden bij ernstige misdrijven faciliteerde, is sprake van een ernstig strafbaar feit.

Daar komt bij dat verdachte, zoals uit zijn strafblad volgt, in 2016 is veroordeeld ter zake van overtreding van de Wet wapens en munitie.

Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat dient te worden afgeweken van de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS en een hogere vrijheidsstraf dient te worden opgelegd.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank eveneens acht geslagen op het rapport van Reclassering Nederland d.d. 20 juli 2017. Hierin wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met bijzondere voorwaarden.

Gelet hierop zal de rechtbank verdachte nog eenmaal de kans geven te laten zien dat hij, met behulp van het reclasseringstoezicht, zijn goede voornemens kan vasthouden en op het rechte pad kan blijven. Aan het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf zullen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden opgelegd.

Alles afwegende acht de rechtbank passend en geboden aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden op te leggen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met oplegging van de hierna te noemen bijzondere voorwaarden. De rechtbank wijkt daarbij af van de eis van de officier van justitie omdat de opgelegde straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    14a, 14b, 14c, 14d, 57 van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    artikel 55 van de Wet wapens en munitie;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 3 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd:

* zich binnen twee dagen nadat verdachte in vrijheid is gesteld en/of het vonnis onherroepelijk is telefonisch meldt bij Reclassering Nederland regio Midden-Nederland op telefoonnummer 088-8041101. Hierna moet verdachte zich blijven melden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* deelneemt aan de gedragsinterventie GI-RN Arbeidsvaardigheden;

* zich onder behandeling stelt van De Waag/Topzorg, of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich houdt aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zich houdt aan onderstaande bijzondere voorwaarden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht:

- meewerken aan een traject gericht op verdachte’s softdrugsgebruik, indien geïndiceerd door de toezichthouder;

- meewerken aan urinecontroles;

- meewerken aan een traject gericht op schuldhulpverlening;

- meewerken, indien geïndiceerd, aan een traject gericht op het verkrijgen en

behouden van werk, ook als dat inhoudt meewerken aan een traject bij Stichting Regi of een soortgelijke instelling;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. van Ommeren, voorzitter, mrs. A.J.P. Schotman en

H. Koenis, rechters, in tegenwoordigheid van D.G.W. van de Haar-Kleijer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 05 september 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 mei 2017 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten

- een pistool (merk Zastava / Tokarev, model M57, kaliber 7.62 x 25 mm) en/of

- een gas-alarmpistool (merk Walther P88 Compact, model 88-99, kaliber 9 mm.

P.A.K.)

en/of munitie van categorie III, te weten

- vijf, althans een of meerdere scherpe patronen (kaliber 7.62 x 25 mm)

voorhanden heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 29 juni 2017, genummerd zaakdossier 02 Wapens en munitie AHMIZ93, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 01 tot en met 56. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant AOT MN220 van 11 mei 2017, pagina 19

3 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 1] van 19 mei 2017, pagina 21

4 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 2] van 11 mei 2017, pagina 34 en 35

5 Proces-verbaal terechtzitting van 22 augustus 2017