Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:6767

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
07-07-2017
Datum publicatie
22-02-2018
Zaaknummer
C/16/438538 / KG ZA 17-324
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort Geding Aanbestedingsrecht, motivering gunningsbeslissing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2018/95 met annotatie van Mr. A.C.M. Fischer-Braams
Module Aanbesteding 2018/875
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/438538 / KG ZA 17-324

Vonnis in kort geding van 7 juli 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE VIER GEWESTEN B.V.,

gevestigd te ‘t Harde, gemeente Elburg,

eiseres,

advocaten mrs. A.L. Appelman en J.F. Hoff te Zwolle,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE WOERDEN,

zetelend te Woerden,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE OUDEWATER,

zetelend te Oudewater,

gedaagden,

advocaten mrs. P.B.J. van den Oord en K.M. de Groes te Alphen aan den Rijn,

in welke zaak als tussenkomende partij is toegelaten

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WILLEMSEN-DE KONING GROEP B.V.,

gevestigd te Arnhem,

tussengekomen partij,

advocaten mrs. J.M.E. Yilmaz en C.M.C. Wagemakers te Utrecht.

Partijen zullen hierna DVG, de Gemeenten en WDKG genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

DVG heeft de Gemeenten op 15 mei 2017 gedagvaard in kort geding. Zij heeft bij akte 7 producties in het geding gebracht. WDKG heeft een incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging, ingediend.

1.2.

Bij brief van 16 juni 2017 heeft WDKG de voorzieningenrechter verzocht er bij DVG op aan te dringen om de producties 4 en 7, die door DVG aan WDKG waren onthouden, alsnog aan WDKG te verstrekken. DVG en de Gemeenten hebben zich over dit verzoek uitgelaten. Op 21 juni 2017 heeft de voorzieningenrechter partijen, kort gezegd, laten weten niet genegen te zijn op voorhand te oordelen dat de producties 4 en 7 volledig ter beschikking van WDKG moeten worden gesteld, omdat de inhoud van die producties van wezenlijk belang lijkt voor de bedrijfsvoering van DVG, terwijl WDKG ook zonder specifieke kennis van die inhoud geacht moet worden zich uit te kunnen laten over de gevolgde procedure, over de wijze van beoordelen door de Gemeenten, over de aan de Gemeenten toekomende beoordelingsvrijheid en over het beoordelingskader van de voorzieningenrechter.

1.3.

Tijdens de mondelinge behandeling, gehouden op 28 juni 2017, is de tussenkomst toegewezen. Verder is gebleken dat DVG inmiddels alsnog een deel van productie 7 aan WDKG heeft verstrekt. De voorzieningenrechter heeft ter zitting beslist dat zij verder geen stukken aan WDKG ter beschikking hoeft te stellen. Hij heeft verder beslist dat de zitting voorafgaand aan de tweede spreektermijn zou worden geschorst, opdat WDKG dan haar reactie op hetgeen DVG en de Gemeenten in hun eerste termijn naar voren hadden gebracht, zou kunnen voorbereiden. Partijen hebben zich daarmee akkoord verklaard.

1.4.

Partijen hebben hun standpunten ter zitting nader toegelicht aan de hand van pleitnota’s, en de griffier heeft aantekeningen gemaakt. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Gemeenten hebben een Europese openbare aanbesteding gehouden voor Schooltaxivervoer.

2.2.

In de Offerteaanvraag Schooltaxivervoer 2017 van 2 februari 2017 is het volgende vermeld:

1. Inleiding

(…)

Het schooltaxivervoer betreft (zittend) vervoer van leerlingen van een vast woonadres naar een school van (speciaal) basis- en (speciaal) voortgezet onderwijs in diverse plaatsen vice versa, evenals het vervoer van leerlingen in het voorgezet speciaal onderwijs naar- en van stageadressen. (…)

De opdracht bestaat uit 2 percelen en wordt per perceel gegund. De percelen zijn:

Perceel A: Gouda, Oudewater, Woerden en Utrecht c.a.

Schooltaxivervoer van leerlingen uit de gemeenten Oudewater en Woerden, naar bestemmingen gelegen in de gemeenten De Ronde Venen, Gouda, Krimpenerwaard, Lopik, Montfoort, Nieuwkoop, Oudewater, Stichtse Vecht, Woerden of Utrecht.

Perceel B: Overige bestemmingen

(…)

(…)

4 Gunningscriteria

Gunning vindt plaats aan de niet-uitgesloten inschrijver die de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs / kwaliteit heeft geoffreerd.

De gunningscriteria worden niet in samenhang, maar afzonderlijk van elkaar beoordeeld. De criteria kennen een wegingsfactor. Deze wegingsfactor geeft het belang tussen de criteria aan. Per gunningscriterium kunnen vervolgens punten worden gescoord op basis van de methodiek:

Gunningscriteria:

Wegingsfactor

1. Inschrijfprijs (per perceel)

75

2. Extra kwaliteit dienstverlening (per perceel)

20

3. Social return (per perceel)

5

(…)

1 Inschrijfprijs 75(wegingsfactor)

(…)

2 Extra kwaliteit communicatie 20(wegingsfactor)

De beoordeling van het onderdeel extra kwaliteit communicatie geschiedt op basis van de door de inschrijver schriftelijk aan te leveren informatie. De door de inschrijver schriftelijk aan te leveren informatie dient een uitvoerige beschrijving te bevatten van de dienstverlening die extra is ten opzichte van hetgeen in het programma van eisen voorgeschreven. Met name wordt door de opdrachtgevers gevraagd de communicatie met en door de chauffeur en het taxibedrijf op meerdere onderdelen (met de ouders en met de opdrachtgevers) te optimaliseren, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de mogelijkheden van smartphones (…). De beschrijving, toelichting en/of een communicatieplan mogen in totaal niet meer dan 4 enkelzijdige pagina’s A4 bedragen, lettertype en –grootte is Arial 10. (…)

Scoringsmethodiek extra kwaliteit dienstverlening (per perceel)

Voor het onderdeel extra kwaliteit dienstverlening zijn maximaal 5 punten te behalen.

Omschrijving:

Cijfer:

Toelichting

Uitstekend

5

Hetgeen is aangeboden voldoet naar het oordeel van de opdrachtgevers zeer goed. Het voldoet volledig aan het gestelde doel en is boven verwachting van het beoordelingsteam.

Goed

4

Hetgeen is aangeboden is naar het oordeel van de opdrachtgevers een goede aan- en invulling van hetgeen in het programma van eisen is gevraagd en is vereist. Bij hetgeen is aangeboden plaatsen de opdrachtgevers geen kanttekeningen.

Acceptabel

3

Hetgeen is aangeboden is naar het oordeel van de opdrachtgevers aan te merken als een acceptabele goede aan- en invulling van hetgeen is gevraagd en is vereist.

Matig

2

Hetgeen is aangeboden is naar het oordeel van de opdrachtgevers aan te merken als een matige goede aan- en invulling van hetgeen in het programma van eisen is gevraagd en is vereist. Bij hetgeen is aangeboden plaatsen de opdrachtgevers één of meerdere kanttekeningen.

Onvoldoende

0

Hetgeen is aangeboden voldoet naar het oordeel van de opdrachtgevers onvoldoende. Er zijn één of meerdere kritische kanttekeningen te plaatsen welke naar het oordeel van de opdrachtgevers een aanmerkelijke kans op risico(‘s) of falen inhouden.

behaald aantal punten

--------------------------------------- x 20 = score

maximaal te behalen punten (5)

(…)

3 Social return 5(wegingsfactor)

(…)

5 Programma van eisen

(…)

5.15

Communicatie

Ouders / verzorgers

Communicatie met betrekking tot het schooltaxivervoer verloopt in eerste instantie tussen opdrachtgevers en ouders / verzorgers en tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers(s).

Communicatie over het schooltaxivervoer en de uitvoering daarvan tussen ouders / verzorgers en opdrachtnemer(s) wordt niet toegestaan behoudens na goedkeuring door de opdrachtgevers of beschreven in dit programma van eisen.

De opdrachtnemer(s) dient / dienen de ouders / verzorgers van de leerling uiterlijk 3 werkdagen vóór de eerste schooldag dat gebruik gemaakt wordt van het vervoer, te informeren over de ophaaltijd.

De chauffeur dient persoonlijk kennis te maken met ouders / verzorgers en leerling uiterlijk 3 werkdagen voor start vervoer.

De opdrachtnemer(s) meldt / melden de ouders en/of verzorgers van de leerling als de vaste chauffeur niet komt.

De opdrachtnemer(s) belt / bellen (of via WhatsApp of vergelijkbaar) de ouders en/of verzorgers op de dag zelf rond 700 uur, en als de absentie een dag eerder bekend is, tussen 18:00 uur en 20:00 uur. Later mag ook als de ouders niet eerder telefonisch (of via WhatsApp of vergelijkbaar) kunnen worden bereikt. Als de ouders een e-mailadres hebben wordt de boodschap ook rond hetzelfde tijdstip per e-mail gestuurd. De opdrachtnemer(s) geeft / geven de naam van de vervanger door en geeft als dat mogelijk is een inschatting van de duur van de absentie en vervanging (…).

Incidenten tijdens het vervoer worden binnen 2 uur na het incident door de opdrachtnemer(s) aan de opdrachtgevers gemeld. Indien melding niet meer op dezelfde dag kan plaatsvinden, dienen de opdrachtgevers uiterlijk om 09:00 op de eerstvolgende werkdag op de hoogte te zijn gebracht. Wanneer sprake is van een ongeval worden bovendien de ouders / verzorgers van de leerling direct na het ongeval door de opdrachtnemer(s) op de hoogte gesteld.

De aan de ouders / verzorgers verstrekte informatie bevat alle door de opdrachtnemer(s) noodzakelijk geachte informatie doch minimaal het ophaaltijdstip, het tijdstop waarop de leerling wordt thuisgebracht, informatie over de chauffeur, de locatie van de eventuele opstapplaatsen en telefoonnummers waarop de opdrachtnemer(s) bereikbaar zijn.

De opdrachtnemer(s) dient / dienen uiterlijk 2 weken voor aanvang van het nieuwe schooljaar de opdrachtgevers de ritplanning voor het nieuwe schooljaar toe te sturen.

De opdrachtgevers zal / zullen uiterlijk 4 weken voor aanvang van ieder schooljaar de definitieve leerlingenlijsten beschikbaar stellen.

Opdrachtgevers

De opdracht opdrachtnemer(s) heeft / hebben een vaste contactpersoon schooltaxivervoer die zowel voor de opdrachtgevers als voor de onderwijsinstellingen direct aanspreekbaar is.

De opdrachtnemer(s) en de opdrachtgevers hebben op verzoek overleg met elkaar over alles wat te maken heeft met de uitvoering van de opdracht. Voor het overleg kunnen geen kosten bij de ander in rekening worden gebracht.

Opdrachtgevers en opdrachtnemer(s) hebben een zelfde doel: goed en veilig schooltaxivervoer. Snelle communicatie tussen opdrachtgevers en opdrachtnemer(s) is een belangrijk middel om dit doel te bereiken. Dit betekent onder meer dat op telefoon, e-mailberichten of p andere communicatie – uitingen van de opdrachtgevers en opdrachtnemer(s), door de ander het liefst dezelfde werkdag of uiterlijk de volgende werkdag minimaal per e-mail inhoudelijk wordt gereageerd.

2.3.

Op 15 maart 2017 is een Nota van Inlichtingen gepubliceerd.

2.4.

Drie partijen, waaronder DVG en WDKG, hebben ingeschreven op de opdracht. Alle inschrijvers, waaronder ook DVG, hebben met betrekking tot Gunningscriterium 2, Extra Kwaliteit Dienstverlening (in het aanbestedingsdocument ook wel Extra Kwaliteit Communicatie genoemd) een Communicatieplan ingediend.

2.5.

Bij brief van 25 april 2017 hebben de Gemeenten met betrekking tot Perceel A het volgende aan DVG laten weten:

Na beoordeling van de offertes is gebleken dat uw bedrijf voor perceel A, niet de economisch meest voordelige inschrijving heeft ingediend. Voor de nadere uiteenzetting verwijzen wij u naar het proces-verbaal van (voorlopige) gunning. Ten aanzien van de gunningcriteria prijs en SROI volgt de puntenscore automatisch op basis van de ingediende stukken. Ten aanzien van “extra kwaliteit dienstverlening” is een beoordeling gemaakt. De motivatie voor de door u behaalde score staat hieronder weergegeven.

Motivatie extra kwaliteit dienstverlening:

De WEB-applicatie is een wezenlijke toevoeging voor de ouders en voor ons. De belservice en de ronde tafelgesprekken zijn nuttige toevoegingen. Hetgeen door u is aangeboden is aan te merken als een acceptabele goede aan- en invulling van hetgeen is gevraagd en is vereist. Belangrijke kanttekening is dat de extra communicatie in uw communicatieplan zich met name op de start van de opdracht richt. Verder is veel van wat u beschrijft in uw plan door ons min of meer ook als eis opgenomen. Dit leidt tot de score ‘acceptabel’.

Op basis van de uitkomst van deze aanbesteding zijn wij voornemens de opdracht voor perceel

A te gunnen aan Willemsen – de Koning Groep B.V.

2.6.

In het proces-verbaal van (voorlopige) gunning is met betrekking tot Perceel A het volgende opgenomen:

Gunningscriteria na weging:

Inschrijver:

De Vier Gewesten (…)

(…)

Inschrijver: Willemsen – de Koning Groep (…)

1. Inschrijfprijs, Wegingsfactor 75

75 punten

(…)

68,13 punten

2. Extra kwaliteit dienstverlening wegingsfactor 20

12 punten

(…)

20 punten

3. Social Return

wegingsfactor 5

5 punten

(…)

5 punten

Totaal aantal punten:

92 punten

(…)

93,13 punten

2.7.

Bij e-mailbericht van 26 april 2017 schreef DVG met betrekking tot Perceel A het volgende aan de Gemeenten:

(…) Willemsen de Koning heeft uitstekend gescoord op het communicatieplan. Om van dit traject te leren zou ik van u een nadere motivering wensen van de redenen waarom de inschrijving van Willemsen de Koning aanzienlijk beter scoort dan de inschrijving van DVG.

2.8.

Bij e-mailbericht van 1 mei 2017 reageerden de Gemeenten als volgt:

Waarom wij uw plan een acceptabele goede aan- en invulling vinden van wat wij hebben gevraagd en is vereist, hebben wij u in onze motivatie bij de voorlopige gunning reeds geschreven. U heeft daar geen nadere vragen over gesteld, dus wij gaan er vanuit dat dit duidelijk was.

Hoewel wij geen concurrentiegevoelige informatie mogen delen, geven wij u met dit bericht op hoofdlijnen toch nader inzicht in de motivatie van de score die Willemsen-de Koning heeft gekregen. Willemsen de Koning biedt naast dezelfde extra’s als u (bijvoorbeeld de ICT-toepassingen) een veel uitgebreider pakket aan. Twee zaken waren daarin zeer bepalend voor de uitstekende communicatie. Deze lichten wij hieronder kort toe.

Willemsen de Koning past consequent een eigen ontwikkelde en bewezen communicatieprocedure toe. De procedure omvat de beschrijving en borging van communicatie met alle betrokkenen. Deze communicatieprocedure is ISO9001 gecertificeerd. De procedure wordt jaarlijks door externen beoordeeld. Het geeft ons vertrouwen dat een externe partij met het bedrijf meekijkt en specifiek aandacht heeft voor de communicatie. Gedurende de gehele looptijd van de overeenkomst worden waar nodig verbetervoorstellen gedaan. informatie en suggesties om daarmee de communicatie te verbeteren wordt continu opgehaald bij alle betrokkenen.

In de communicatie van Willemsen de Koning is er bijzonder veel extra aandacht voor de chauffeur als spil in het schooltaxivervoer en de wijze waarop hij of zij communiceert met alle betrokkenen. Voor deze spil biedt Willemsen de Koning uitgebreide ontwikkelingsmogelijkheden, zodat ze continu verbeteren.

Beide punten zijn door Willemsen-de Koning goed beschreven in hun offerte, waardoor hun aanbieding boven verwachting van het beoordelingsteam is.

2.9.

In reactie hierop schreef DVG bij e-mailbericht van 3 mei 2017 het volgende aan de Gemeenten:

Het verbaast ons dat Willemsen de Koning op basis van deze beschreven elementen een “uitstekende” score heeft gekregen. De beschrijving van een communicatieprocedure is namelijk een verplichting voor het behalen en behouden van bijvoorbeeld een ISO 9001 certificaat. Dit is een certificaat dat DVG en de meeste gerenommeerde taxibedrijven ook hebben. Dat een externe partij meekijkt, is een gegeven wanneer een bedrijf ISO gecertificeerd is, aangezien er regelmatig een audit plaatsvindt door de certificerende instantie. Voorgaande heeft blijkens uw schrijven tezamen met de extra aandacht voor de chauffeur geleid tot een “uitstekende” score (= boven verwachting). Wij vinden dit een zeer groot verschil met de (slechts) “acceptabele score” van DVG, te meer daar wij uw motivering in uw brief d.d. 25 april jl. na uw toelichting in uw voornoemde e-mail niet goed kunnen volgen.

(…)

Het verschil tussen een “goede” en “acceptabele” score is (…) dat er geen kanttekeningen wordt geplaatst. De kanttekening die u plaatst bij het plan van DVG is dat deze zich met name richt op de start van het vervoer. In deze kanttekening kunnen we ons niet vinden.

Uiteraard vindt een belangrijk deel van de communicatie plaats tijdens de start van het vervoer. Een goede start is immers cruciaal voor de klantbeleving en het verdere verloop van het vervoer. We hebben hier ongeveer één pagina aan besteed. Het merendeel van het plan betreft echter activiteiten en communicatie die gedurende de looptijd van het vervoerscontract plaatsvinden (adviesraad, webapplicatie ouders, belservice, klanttevredenheidsonderzoek, facebookpagina, klantenportaal gemeente en frequent overleg gemeente/scholen). Daarnaast geven we inzicht in hoe we communiceren tijdens calamiteiten in de uitvoering.

U geeft voorts zelf ook in uw brief aan dat u deze activiteiten ziet als wezenlijke en nuttige toevoegingen aan de dienstverlening en communicatie. We begrijpen dan ook niet dat u tot de score “acceptabel” bent gekomen. Een score “goed” zou in deze gerechtvaardigd en passend zijn. We verzoeken u dan ook om de score te herzien, danwel om – indien u niet bereid zou zijn on onze score te herzien – nader toe te lichten hoe het beoordelingsteam tot de score “acceptabel” is gekomen.

2.10.

Bij e-mailbericht van 8 mei 2017 antwoordden de Gemeenten als volgt:

U geeft aan dat DVG net als Willemsen de Koning ook een ISO 9001 certificaat heeft. U heeft daarover echter niet in de extra kwaliteit communicatie beschreven. Aanbestedingsrechtelijk mogen wij alleen de stukken inhoudelijk beoordelen, zoals deze door de inschrijvers zijn ingediend.

(…)

Bij de voorlopige gunning hebben wij in onze motivering van de score geschreven dat en belangrijke kanttekening is dat de extra communicatie in uw communicatieplan zich met name op de start van de opdracht richt. Daarnaast staat in onze motivering weergegeven dat veel van wat u beschrijft in uw plan door ons min of meer ook als eis is opgenomen. Het programma van eisen hebben wij geschreven vanuit onze verantwoordelijkheid voor het vervoer van kwetsbare kinderen, en dat het schooltaxivervoer op een passende wijze plaats vindt. Optimale communicatie (en dus vertrouwen) tussen alle belanghebbenden – kinderen, ouders, scholen, chauffeurs, taxibedrijf en gemeente – is hierbij van wezenlijk belang. In het programma van eisen hebben wij dit geborgd en daarnaast hebben wij in de offerteaanvraag aan de inschrijvers om de extra communicatie gevraagd die extra is ten opzichte van het programma van eisen. Uw extra kwaliteit communicatie maakt de uitvoeringen van onze eisen op een aantal punten concreter en geeft daarmee een invulling van hetgeen gevraagd en geëist is. Het geeft echter beperkte extra’s (aanvullingen) en opzichte van het programma van eisen. Daarmee is uw inschrijving een “acceptabele goede aan- en invulling” en geen “goede aan- en invulling”. Dit leidt, zo schreven wij, tot de score ‘acceptabel.’

(…)

Wij vinden dat de score en motivatie die wij voor de extra kwaliteit communicatie hebben gegeven passend en juist. Wij zien dan ook geen aanleiding om de beoordeling te herzien.

3 Het geschil

3.1.

DVG vordert dat de voorzieningenrechter de Gemeenten bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad,

primair zal verbieden om Perceel A van de opdracht Schooltaxivervoer te gunnen aan een ander dan DVG, op straffe van verbeurte van een eenmalige dwangsom van € 500.000,00, met veroordeling van de Gemeenten in de proceskosten, waaronder de nakosten, en

subsidiair zal gebieden om binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis hun gunningsvoornemen aan WDKG wat betreft Perceel A van de opdracht Schooltaxivervoer in te trekken en over te gaan tot herbeoordeling van de ingediende inschrijvingen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00 per dag dat de Gemeenten in gebreke blijven hieraan uitvoering te geven, met een maximum van € 500.000,00, met veroordeling van de Gemeenten in de proceskosten, waaronder de nakosten.

3.2.

DVG stelt daartoe dat zij zich niet kan verenigen met de beoordeling van haar inschrijving, en de motivering daarvan, tenminste voor zover het Gunningscriterium 2 betreft. De Gemeenten hebben in hun brief van 25 april 2017 geschreven dat de door DVG aangeboden extra communicatie met name zou zien op de start van het traject en dat veel van de door DVG als extra aangeboden communicatie feitelijk niet extra was, maar al min of meer geëist. Daarom heeft DVG op dit punt een 3 gescoord, maar dat is haars inziens onjuist. Ter onderbouwing daarvan heeft DVG de producties 4 en 7 in het geding gebracht: productie 4 is het Communicatieplan waarmee zij heeft ingeschreven op de opdracht, en productie 7 is een ter behoeve van de onderhavige procedure door haarzelf gefabriceerd stuk, waarin zij het Programma van Eisen heeft vergeleken met haar eigen Communicatieplan, overzichtelijk gerubriceerd en gearceerd [productie 4 is geheel aan WDKG onthouden, productie 7 deels]. Volgens DVG blijkt hieruit dat het merendeel van wat DVG heeft aangeboden niet slechts op de start van de opdracht ziet, maar op de gehele looptijd ervan, en dat het bovendien additioneel is ten opzichte van hetgeen is geëist. DVG erkent dat de aanbestedende dienst veel vrijheid heeft, maar die reikt niet zo ver dat nooit zou kunnen worden ingegrepen, en dit geval noopt tot dergelijk ingrijpen: DVG meent namelijk dat haar inschrijving op het punt van de extra kwaliteit communicatie dient te worden beoordeeld met tenminste een 4. Gelet op het geringe puntenverschil tussen de inschrijvingen van WDKG (93,13) en DVG (92), alsmede op de wegingsfactor, is de inschrijving van DVG dan de economisch meest voordelige inschrijving, zodat de opdracht met betrekking tot Perceel A dus aan DVG moet worden gegund, aldus DVG.

3.3.

De Gemeenten voeren verweer. Zij concluderen tot afwijzing van de vorderingen van DVG, met veroordeling van DVG in de proceskosten. De Gemeenten voegen hieraan toe dat zij het vonnis van de voorzieningenrechter hoe dan ook zullen respecteren, zodat de gevorderde dwangsomveroordelingen in ieder geval moeten worden afgewezen, ook indien de voorzieningenrechter (een deel van) de vorderingen van DVG zou toewijzen. Overigens zijn de gevorderde bedragen naar de mening van de Gemeenten hoe dan ook te hoog, zij staan niet in verhouding tot de omvang van de opdracht.

3.4.

WDKG concludeert, nadat haar is toegestaan tussen te komen, dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad,

  • -

    DVG niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans die vorderingen zal afwijzen,

  • -

    de Gemeenten zal gebieden om, voor zover zij de opdracht nog wensen te vergeven, de opdracht overeenkomstig de gunningsbeslissing van 25 april 2017 te gunnen aan WDKG, en over te gaan tot het sluiten van een overeenkomst met WDKG, en

  • -

    DVG zal veroordelen in de proceskosten, waaronder de nakosten, en daarbij zal bepalen dat de proceskosten binnen twee weken na de datum van dit vonnis aan WDKG moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan DVG over die kosten wettelijke rente zal zijn verschuldigd.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in het incident

4.1.

De vordering van WDKG om in dit kort geding te mogen tussenkomen is tijdens de mondelinge behandeling toegewezen. Over de proceskosten in het incident is nog niet geoordeeld. Deze zullen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in de hoofdzaak

4.2.

Een aanbestedende dienst is verplicht om bij de mededeling van een voorlopige gunningsbeslissing aan iedere inschrijver de relevante redenen voor die beslissing te vermelden. Een verliezende inschrijver moet uit de motivering van die beslissing immers kunnen begrijpen waarom zijn inschrijving niet als winnend uit de bus is gekomen.

4.3.

In de onderhavige zaak trekt DVG de beoordeling van haar inschrijving en de motivering daarvan in twijfel. In de jurisprudentie wordt echter – dat wordt ook door DVG onderkend – breed gedragen dat het in beginsel aan de aanbestedende dienst is om inschrijvingen te beoordelen en te waarderen, en dat de aanbestedende dienst daarbij een ruime vrijheid toekomt, ook omdat de door haar aangewezen beoordelaars geacht mogen worden juist te zijn aangewezen vanwege hun specifieke deskundigheid. Enige mate van subjectiviteit is daarbij onvermijdelijk. De voorzieningenrechter dient zich terughoudend op te stellen. Hij mag niet op de stoel van de aanbestedende dienst gaan zitten, maar slechts marginaal toetsen of de door de beoordelaars uitgevoerde beoordeling – score en motivering daarvan – voldoende grondslag vindt in de aanbestedingsstukken. Het is dus niet aan de voorzieningenrechter om zelf kwalificaties als “acceptabel” of “goed” aan onderdelen van een inschrijving te hechten. Slechts indien sprake is van procedurele of inhoudelijke onjuistheden, dan wel onduidelijkheden die zouden kunnen meebrengen dat de voorlopige gunningsbeslissing niet deugt, in die zin dat de aanbestedende dienst in redelijkheid niet het toegekende puntenaantal had kunnen toekennen, is er plaats voor ingrijpen door de voorzieningenrechter.

4.4.

In de onderhavige zaak gaat het om de beoordeling van de inschrijving op Gunningscriterium 2, Extra Kwaliteit Dienstverlening (door de aanbestedende dienst ook wel Extra Kwaliteit Communicatie genoemd). Blijkens de in het aanbestedingsdocument opgenomen scoringsmethodiek wordt een 4 (“goed”) gegeven als de aanbestedende dienst geen kanttekeningen plaatst bij dat wat is aangeboden, en een 3 (“acceptabel”) als dat wel het geval is. Omdat DVG meent dat de door haar gescoorde 3 tenminste een 4 zou moeten zijn, hoeft de voorzieningenrechter nu dus alleen te beoordelen of de Gemeenten in redelijkheid kanttekeningen bij de inschrijving van DVG hebben kunnen plaatsen. Wat partijen overigens over en weer nog hebben gesteld, kan en zal onbesproken blijven.

4.5.

De voorzieningenrechter overweegt dat bij de beoordeling van de redelijkheid van de geplaatste kanttekeningen alleen het Communicatieplan waarmee DVG heeft ingeschreven, relevant is, omdat dat destijds ook is beoordeeld door de Gemeenten. De ten behoeve van de onderhavige procedure door DVG opgemaakte vergelijking tussen het Programma van Eisen en het Communicatieplan is door de Gemeenten niet bij de beoordeling betrokken en kan nu niet als onderdeel van de inschrijving worden gezien. Productie 7 kan verschillen of overeenkomsten illustreren maar niet zelfstandig in de beoordeling worden betrokken.

4.6.

Voorts overweegt de voorzieningenrechter dat bij iedere inschrijving wel een kanttekening is te plaatsen, al naar gelang het door de aanbestedende dienst gelegde accent. Zo blijkt bijvoorbeeld uit het e-mailbericht van de Gemeenten van 1 mei 2017 dat de Gemeenten in casu het accent hebben gelegd bij de chauffeur als spil in het schooltaxivervoer. Om die reden heeft de inschrijving van WDKG nu een 5 (“uitstekend”) gescoord. Als de Gemeenten echter een ander accent hadden gelegd, hadden zij bij de inschrijving van WDKG echter gemakkelijk de kanttekening kunnen plaatsen dat de aandacht in die inschrijving voor de chauffeur logischerwijs leidde tot minder aandacht voor bijvoorbeeld de leerlingen, of hun ouders. Of de beoordelaars van de aanbestedende dienst al dan niet een kanttekening plaatsen, vloeit dus voort uit het door hen gelegde accent. Dat maakt de gekozen wijze van beoordeling zeer subjectief, maar is, gelet op de hen toekomende beoordelingsvrijheid, niet per definitie ontoelaatbaar. En omdat gesteld noch gebleken is dat in de onderhavige aanbestedingsprocedure voorafgaand aan de inschrijving vragen zijn gesteld over deze scoringsmethodiek, moet het ervoor worden gehouden dat in deze zaak alle inschrijvers daarmee hebben ingestemd. De voorzieningenrechter neemt deze methodiek daarom ook tot uitgangspunt bij de door hem uit te voeren marginale toets ten aanzien van de geplaatste kanttekeningen bij de inschrijving van DVG.

4.7.

Blijkens de voorlopige gunningsbeslissing hebben de Gemeenten twee kanttekeningen geplaatst bij die inschrijving. In de eerste plaats menen de Gemeenten dat niet alle als extra aangeboden communicatie ook daadwerkelijk extra is. Een deel ervan zou al min of meer als eis zijn opgenomen. Dat argument overtuigt de voorzieningenrechter niet. Gelet op de formulering van Gunningscriterium 2 (“een uitvoerige beschrijving (…) van de dienstverlening die extra is ten opzichte van (…) het programma van eisen (…). Met name wordt (…) gevraagd de communicatie (…) te optimaliseren”), in combinatie met wat is geëist in paragraaf 5.15 van het aanbestedingsdocument, kan het immers niet anders dan dat de aangeboden extra communicatie steeds in meer of mindere mate ziet op de reeds geëiste communicatie. Wat daar verder ook van zij, de tweede kanttekening, namelijk dat de als extra aangeboden en ook als extra erkende communicatie met name ziet op de start van de opdracht, houdt wel stand. Dat wordt als volgt toegelicht.

4.8.

DVG heeft in haar e-mailbericht van 3 mei 2017 erkend dat een deel van de aangeboden extra communicatie ziet op de start van de opdracht: “Uiteraard vindt een belangrijk deel van de communicatie plaats tijdens de start van het vervoer. Een goede start is immers cruciaal voor de klantbeleving en het verdere verloop van het vervoer”. DVG betwist dat de omvang van die start-communicatie voldoende is om de geplaatste kanttekening te rechtvaardigen: “We hebben hier ongeveer één pagina aan besteed”. De voorzieningenrechter overweegt dat dit bij uitstek behoort tot de beoordelingsvrijheid van de aanbestedende dienst, en het door haar gelegde accent, waarbij de aanbestedende dienst in beginsel ook vrij is in de keuze van het te leggen accent. Het is daarom niet aan de voorzieningenrechter om in die discussie te treden en een oordeel te geven over welk percentage wel en welk percentage niet toelaatbaar zou zijn.

4.9.

Nu erkend is dat in ieder geval een deel van de door DVG aangeboden, en door de Gemeenten ook als zodanig erkende, extra communicatie ziet op de start van de opdracht, kan dus niet worden geoordeeld dat de Gemeenten zich in redelijkheid niet op het standpunt hebben kunnen stellen dat de extra communicatie met name zag op de start van de opdracht. Aldus waren de Gemeenten gerechtigd tot de geplaatste kanttekening. En als gevolg daarvan kan ook niet worden geoordeeld dat de Gemeenten tot een onbegrijpelijke waardering zijn gekomen, die niet in stand zou kunnen blijven. Aldus moeten de vorderingen van DVG worden afgewezen.

4.10.

De vordering van WDKG, inhoudend een gebod aan de Gemeenten om, voor zover zij de opdracht nog wensen te gunnen, deze overeenkomstig de voorlopige gunningsbeslissing van 25 april 2017 aan WDKG te gunnen, zal worden toegewezen, met dien verstande dat daaraan wordt toegevoegd dat het gaat om Perceel A. Omstandigheden die zich daartegen zouden verzetten zijn immers niet aangevoerd. Ook het gevorderde gebod om over te gaan tot het sluiten van een overeenkomst met WDKG zal worden toegewezen, met dien verstande dat ook daaraan de voorwaarde wordt verbonden dat de Gemeenten Perceel A van de opdracht nog wensen te gunnen.

4.11.

DVG zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Gemeenten respectievelijk WDKG worden begroot op:

- griffierecht € 618,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.434,00

4.12.

De nakosten, waarvan WDKG betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot. De gevorderde rente over de proceskosten, waaronder de nakosten, zal op de in het dictum weergegeven wijze worden toegewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in het incident

5.1.

compenseert de kosten, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

5.2.

wijst de vorderingen van DVG af,

5.3.

gebiedt de Gemeenten om, voor zover zij Perceel A van de opdracht nog wensen te gunnen, de opdracht met betrekking tot Perceel A overeenkomstig de gunningsbeslissing van 25 april 2017 te gunnen aan WDKG, en gebiedt de Gemeenten om, voor zover zij Perceel A van de opdracht nog wensen te gunnen, over te gaan tot het sluiten van een overeenkomst met WDKG ter zake Perceel A van de opdracht,

5.4.

veroordeelt DVG in de proceskosten, aan de zijde van de Gemeenten tot op heden begroot op € 1.434,00,

5.5.

veroordeelt DVG in de proceskosten, aan de zijde van WDKG tot op heden begroot op € 1.434,00, te voldoen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis,

5.6.

veroordeelt DVG, onder de voorwaarde dat zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving door WDKG volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

  • -

    € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

  • -

    te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening,

5.7.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.O. Zuurmond en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2017.1

1 type: coll: