Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:6659

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-12-2017
Datum publicatie
08-01-2018
Zaaknummer
6472067 UC EXPL 17-14589 mc/936
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verstek
Inhoudsindicatie

Sportabonnement. Contributie wordt niet betaald. Eisende partij mag haar verplichting uit de overeenkomst opschorten. De uitoefening van deze bevoegdheid mag evenwel niet het karakter krijgen van een boete, doordat de eisende partij haar prestatie voor onbepaalde tijd opschort zonder na een redelijke termijn over te gaan tot ontbinding van de overeenkomst. De kantonrechter acht hierbij een opschortingstermijn van drie maanden redelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2018/38
AR 2018/102
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 6472067 UC EXPL 17-14589 mc/936

Verstekvonnis van 13 december 2017

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Angel's Gym B.V.,

gevestigd te Veenendaal,

eisende partij,

gemachtigde: Van Arkel,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij.

De overwegingen van de kantonrechter

De eisende partij heeft een vordering ingesteld.

De gedaagde partij heeft niet (tijdig) geantwoord en evenmin uitstel gevraagd, zodat tegen deze verstek is verleend.

Op 11 juli 2016 heeft de gedaagde partij een sportabonnement bij de eisende partij afgeslo-ten, inhoudende dat hij gedurende twee jaar onbeperkt mag sporten tegen een maandelijks te betalen contributie van € 19,95.

Bij brief van 12 september 2016 heeft de eisende partij aan de gedaagde partij meegedeeld dat hij zijn openstaande termijnen niet tijdig heeft voldaan, met daarbij het verzoek om uiterlijk binnen 14 dagen, gerekend vanaf twee dagen na dagtekening van deze brief, een bedrag van € 98,31 te voldoen. Verder is de gedaagde partij erop gewezen dat bij niet-betaling een bedrag van € 594,85 (€ 517,26 aan abonnementskosten en € 77,59 aan incassokosten) verschuldigd zullen worden.

Bij brief van 30 januari 2017 heeft de gemachtigde van de eisende partij aan de gedaagde partij verzocht om het bedrag van € 517,26 aan de eisende partij te voldoen, uiterlijk binnen 18 dagen na dagtekening van deze brief.

De eisende partij vordert thans veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van een bedrag van € 598,90, bestaande uit de hoofdsom van € 517,26, de incassokosten van € 77,59 en de wettelijke rente vanaf 26 september 2016 tot 16 februari 2017 ten bedrage van € 4,05.

Ter onderbouwing van haar vordering heeft de eisende partij gesteld dat de gedaagde partij de termijnen niet tijdig heeft voldaan. Op grond van artikel 3 sub h van de algemene voorwaarden is de eisende partij dan bevoegd om het contract eenzijdig te beëindigen, waarbij de openstaande termijnen opeisbaar worden en waarbij het volledige bedrag tot het einde van de contributieperiode direct opeisbaar wordt.

De kantonrechter stelt in de eerste plaats vast dat de algemene voorwaarden waarop de eisende partij zich beroept niet zijn overgelegd. Gelet hierop zal de kantonrechter voorbij gaan aan de stellingen die zijn gebaseerd op deze algemene voorwaarden.

Ten aanzien van de gevorderde hoofdsom wordt het volgende overwogen. Vast staat, want niet weersproken, dat de gedaagde partij de verschuldigde contributie niet heeft betaald.

Op grond van de wet is de eisende partij gerechtigd om haar verplichting uit de overeen-komst op te schorten vanwege het niet betalen van de contributie. De uitoefening van deze bevoegdheid mag evenwel niet het karakter krijgen van een boete, doordat de eisende partij haar prestatie voor onbepaalde tijd opschort zonder na een redelijke termijn over te gaan tot ontbinding van de overeenkomst. De kantonrechter acht hierbij een opschortingstermijn van drie maanden redelijk.

Dit leidt ertoe dat de gedaagde partij, naast de periode tot 12 september 2016 (de datum waarop de eerste herinneringsbrief is verzonden), nog drie maanden gehouden is om de contributie te voldoen. Dat leidt ertoe dat de gedaagde partij € 98,31 + € 59,85 (3 x € 19,95) – totaal € 158,16 – aan de eisende partij dient te betalen. De vordering zal, nu deze de kan-tonrechter in zoverre niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente hierover zal eveneens worden toegewezen, zoals in het dictum vermeld.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, aangezien de overge-legde aanmaningen niet voldoen aan de eisen die worden gesteld in artikel 6:96 lid 6 BW.

De gedaagde partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroor-deeld. De kosten aan de zijde van de eisende partij worden begroot op:

- dagvaarding € 86,65

- griffierecht € 117,00

- salaris gemachtigde € 30,00 (1 punt x tarief € 30,00)

Totaal € 233,65

Nu een gedeelte van de vordering wordt afgewezen, dient het griffierecht voor zover dit een bedrag van € 117,00 te boven gaat, als nodeloos veroorzaakt voor rekening van de eisende partij te blijven.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen € 158,16, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 98,31 vanaf 28 september 2016 tot de dag der algehele voldoening en over € 59,85 vanaf 8 november 2017 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de eisende partij, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 233,65, waarin begrepen € 30,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 13 december 2017.