Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:658

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-02-2017
Datum publicatie
14-02-2017
Zaaknummer
16/705348-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee 20-jarige mannen uit Bilthoven en Zeist zijn veroordeeld tot respectievelijk 36 en 32 maanden cel, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaar. De rechtbank Midden-Nederland oordeelt dat de mannen twee minderjarige meisjes in de prostitutie brachten en hen financieel hebben uitgebuit in 2015 en 2016.

Beide slachtoffers zijn zonder dat hun ouders het wisten van huis weggegaan en met de 20-jarige man uit Bilthoven meegegaan. Vervolgens zijn zij op verschillende locaties ondergebracht en hebben zij seksuele handelingen verricht tegen betaling. De rechtbank oordeelt dat de twee mannen allebei betrokken zijn geweest bij de uitvoering van de uitbuiting.

De 20-jarige man uit Zeist heeft seks gehad met een van de meisjes en haar gefilmd terwijl zij seks had met een vriend van hem. Ook had hij erotisch getinte foto’s van haar in een advertentie op internet geplaatst. De 20-jarige man uit Bilthoven is vrijgesproken van deze feiten.

De rechtbank neemt bij het opleggen van de straf mee dat het gaat om jonge verdachten met een vrijwel blanco strafblad. Beide mannen hebben geen inzicht gegeven in hun handelen. De voorwaardelijke straf van 10 maanden wordt gekoppeld aan een proeftijd van 5 jaar en contactverbod met de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/705348-16 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 14 februari 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1996] in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

preventief gedetineerd in PI Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 en 5 juli 2016, 20 september 2016, 14 december 2016 en 31 januari 2017. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. C.C. Polat, advocaat te Amersfoort.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , bijgestaan door mr. F. ten Berge, en [slachtoffer 2] , bijgestaan door mr. N. Stolk. De vorderingen zijn ter terechtzitting nader toegelicht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is, met toepassing van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, op de zitting van 31 januari 2017 nader omschreven.

De nader omschreven tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich – als (mede)pleger – schuldig heeft gemaakt aan:

feit 1: mensenhandel ten aanzien van de minderjarige [slachtoffer 1] , in de periode van 1 november 2015 tot en met 13 februari 2016 te Zeist en/of Utrecht ;

feit 2: onttrekking van de minderjarige [slachtoffer 1] aan het wettig gezag, in de periode van 6 februari 2016 tot en met 13 februari 2016 te Zeist en/of Utrecht ;

feit 3: het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 1] , die toen nog geen 16 jaar oud was, bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam, in de periode van 1 september 2015 tot en met 13 februari 2016 te Zeist en/of Utrecht ;

feit 4: het vervaardigen en het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal van [slachtoffer 1] , in de periode van 6 februari 2016 tot en met 21 maart 2016 te Zeist en/of Utrecht ;

feit 5: mensenhandel ten aanzien van de minderjarige [slachtoffer 2] , in de periode van 15 oktober 2015 tot en met 15 november 2015 te Rotterdam en/of Utrecht en/of Zeist en/of Amsterdam;

feit 6: onttrekking van de minderjarige [slachtoffer 2] aan het wettig gezag, in de periode van 15 oktober 2015 tot en met 15 november 2015 te Rotterdam en/of Utrecht en/of Zeist en/of Amsterdam.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vraagtekens geplaatst bij de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en stelt zich op het standpunt dat steunbewijs voor deze verklaringen ontbreekt. De raadsman heeft verzocht verdachte integraal vrij te spreken van het hem ten laste gelegde.

Wat betreft feiten 1 en 5 ontkent verdachte aangeefsters ertoe te hebben gebracht om in de prostitutie te gaan werken of hier voordeel uit te hebben getrokken. Er is geen sprake geweest van oogmerk van seksuele uitbuiting van [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] . Verdachte heeft ook geen beslissende invloed gehad op de (voortdurende) scheiding tussen aangeefsters en hun ouders. Verdachte ontkent seks te hebben gehad met [slachtoffer 1] en de foto’s en filmpjes van haar – gekwalificeerd als kinderpornografisch – zijn enkel aangetroffen op de telefoon van de medeverdachte. Verdachte heeft hier geen bijdrage aan geleverd, ook niet als medepleger.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Bewijsmiddelen
De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

[slachtoffer 1]
Op 6 februari 2016 werd door [moeder] melding gemaakt van vermissing van haar minderjarige dochter [slachtoffer 1] .2 Op 13 februari 2016 was [slachtoffer 1] weer thuis bij haar moeder.3

[slachtoffer 1] is geboren op [2000] .4 De ouders van [slachtoffer 1] bezitten het ouderlijk gezag over haar.5

Verklaringen [slachtoffer 1]
heeft over de periode van januari 2016 tot en met 13 februari 2016 het volgende verklaard.

[verdachte] nam begin januari contact met haar op omdat hij had gehoord dat ze geld wilde verdienen6 en zei tegen haar dat zij als hoer kon werken.7 Hij kwam haar samen met [medeverdachte] ophalen. [medeverdachte] vertelde dat hij een pooier was en dat hij meer dingen kon regelen dan [verdachte] . Ze legden aan [slachtoffer 1] uit hoe ze te werk gingen, dat ze foto’s van haar gingen maken en dat ze een nep identiteitsbewijs zou krijgen.8 Ze zeiden dat het handig was als [slachtoffer 1] zou weglopen van huis.9 Zij zouden een huis voor haar regelen.10 Ze zeiden dat [slachtoffer 1] zo’n 1.000 euro per dag kon verdienen door seks te hebben met jongens. [slachtoffer 1] heeft aan [medeverdachte] en [verdachte] verteld dat zij 15 jaar oud was.11

Een week voordat ze wegliep ging het thuis en op school niet goed. [slachtoffer 1] nam contact op met [verdachte] . Hij wilde wel voor haar zorgen maar dan moest [slachtoffer 1] wel voor hem werken. Hij beloofde dat ze leuke dingen zouden doen samen. Die zaterdag (de rechtbank begrijpt: 6 februari 2016) is [slachtoffer 1] weggelopen. Ze is naar [woonplaats] gegaan waar ze werd opgehaald door [verdachte] . Ze zijn samen naar zijn huis gegaan.12 Ze moest haar capuchon op doen zodat mensen haar niet zouden zien.13

Die avond werd [slachtoffer 1] naar een vriend van [verdachte] gebracht, in [woonplaats]14, genaamd “ [A] ”. Zij moest daar twee nachten slapen en mocht niet naar buiten. Tijdens die twee dagen kwamen [verdachte] en [medeverdachte] langs. [verdachte] zei tegen [slachtoffer 1] dat zij seks met [A] moest hebben. [slachtoffer 1] heeft dat gedaan.15 Ook [medeverdachte] heeft dit tegen haar gezegd.16 [slachtoffer 1] vond het niet leuk om seks met hem te hebben, maar ze was bang dat [verdachte] boos zou worden. [verdachte] had gezegd dat ze alles moest doen wat hij zei en dat ze naar hem moest luisteren. [verdachte] en [medeverdachte] hadden haar verteld dat ze gewapend waren. Op maandag kwam [verdachte] met een meisje om het haar van [slachtoffer 1] te verven; zodat zij niet herkend zou worden en om ouder te lijken voor klanten.17

Op maandagavond werd [slachtoffer 1] opgehaald en naar een vriend gebracht in [woonplaats] waar zij is blijven slapen.18 Die vriend werd ’s nachts gebeld door [verdachte] . Toen ze buiten kwam zaten [medeverdachte] en [verdachte] in de auto met een klant. [verdachte] zei tegen haar dat zij een klant had en dat ze hem moest pijpen. [medeverdachte] zei dat ze tegen de klant moest zeggen dat ze [B] heette en dat ze 17 jaar oud was.19 [slachtoffer 1] heeft de klant gepijpt in de buurt van de woning waar zij op dat moment verbleef.20 Ze hoorde de volgende dag van [medeverdachte] dat hij 20 euro had gekregen van de klant.21

Dinsdagmiddag werd ze opgehaald en naar het huis van ene [C] gebracht bij het [adres] in [woonplaats] . Daar heeft zij seks gehad met [C] .22 Ze moest boven in een kamer blijven, omdat de mensen die beneden in de woning waren niet mochten weten dat zij daar ook was.23

Op woensdag werd [slachtoffer 1] opgehaald door [medeverdachte] en naar [woonplaats] gebracht.24 [verdachte] en [medeverdachte] lieten haar achter bij een man van 43 jaar oud. De man bleek een klant te zijn. Hij belde [verdachte] op omdat [slachtoffer 1] geen seks met hem wilde hebben. Ze kreeg [verdachte] aan de telefoon en hij zei dat ze wel seks met de man moest hebben. [verdachte] is haar uiteindelijk op komen halen en heeft haar naar [woonplaats] gebracht. Daar is ze weer door [medeverdachte] opgehaald en naar [C] gebracht, waar zij samen zijn blijven slapen.25

Op donderdag bracht [medeverdachte] haar naar het huis van [verdachte] . [medeverdachte] en [verdachte] gingen vervolgens weg en deden de deur op slot.26 [slachtoffer 1] kon niet weg en is daar twee dagen gebleven zonder eten. [verdachte] kwam de volgende dag in de ochtend en in de avond langs. Vervolgens kwam ook [medeverdachte] ’s avonds naar de woning.27 [slachtoffer 1] was die avond met [D] en [medeverdachte] in de woning van [verdachte] . [medeverdachte] heeft toen met zijn telefoon filmpjes gemaakt van [slachtoffer 1] toen zij seks had met [D] en toen zij [medeverdachte] aan het pijpen was.28

De volgende dag, op zaterdag, kwam [medeverdachte] terug naar de woning. Hij zei dat [slachtoffer 1] naar huis moest omdat de politie haar op het spoor was. [slachtoffer 1] is afgezet bij de [adres] in [woonplaats] en naar huis gegaan.29 Toen ze naar huis ging kreeg ze van [medeverdachte] een blauwe Nokia mee. Ze zouden haar op deze telefoon bellen en weer ophalen.30

[verdachte] en [medeverdachte] hadden [slachtoffer 1] beloofd dat het leuk zou worden, dat ze veel geld zou verdienen en dat ze zouden gaan shoppen. Ze zouden een identiteitsbewijs regelen voor [slachtoffer 1] waarop als haar leeftijd 18 jaar vermeld zou staan, ze zou een andere naam krijgen en ze zouden een huis regelen. [slachtoffer 1] heeft de hele week binnen gezeten.31 [medeverdachte] en [verdachte] zeiden de hele tijd dat ze niet naar buiten mocht omdat ze dan herkend zou worden door mensen of door de politie.32 [verdachte] en [medeverdachte] regelden de afspraken met klanten.33

[slachtoffer 1] herkent de achternaam “ [verdachte] ” als zijnde de achternaam van degene die zij [verdachte] noemt.34 Ze herkent medeverdachte [medeverdachte] en verdachte [verdachte] op foto’s als degenen die zij [medeverdachte] en [verdachte] noemt.35

Getuigenverklaringen
[A] bevestigt dat [slachtoffer 1] bij hem heeft geslapen. Hij wist dat zij minderjarig was.36 Een jongen had hem gebeld met de vraag of zij bij hem mocht blijven slapen.37 Ze is twee dagen bij hem thuis geweest. [A] heeft meermalen seks gehad met [slachtoffer 1] .38 Op maandag is het haar van [slachtoffer 1] geverfd.39

Hij herkent aangeefster [slachtoffer 1] als degene die hij [slachtoffer 1] noemt.40 Ook herkent hij [verdachte] op een aan hem getoonde foto.41 [A] en [verdachte] hebben 86 keer telefonisch contact gehad in de periode van 22 december 2015 tot en met 24 februari 2016 waarvan een groot deel in de week van [slachtoffer 1] vermissing.42 [A] heeft verklaard dat hij een aantal keer op [slachtoffer 1] verzoek telefonisch contact heeft opgenomen met [verdachte] toen zij bij hem verbleef.43

[E] heeft verklaard dat er bij haar thuis door jongens werd gesproken over een meisje van 14 jaar. Ze hoorde later dat het over [slachtoffer 1] ging. De jongens zeiden dat die [verdachte] een flikker was omdat hij kleine meisjes achter de ramen zette.44 Ze hadden het over [verdachte] (fonetisch).45 De getuige herkent [verdachte] als degene die zij [verdachte] noemt.46

[F] , een vriendin van [slachtoffer 1] , heeft verklaard dat zij het volgende van [slachtoffer 1] heeft gehoord. [slachtoffer 1] was door twee jongens opgehaald. Zij heeft in vier verschillende huizen verbleven en mocht niet alleen naar buiten. De jongens waren gewapend. [slachtoffer 1] was bang voor de jongens. Ze werd als hoer gebruikt. [slachtoffer 1] heeft één klant gehad en ze heeft geweigerd om met de tweede klant seks te hebben. Ze had het over ene [verdachte] .47

Woning / verblijfsadres [verdachte]
[slachtoffer 1] heeft verklaard over de looproute vanaf de plaats waar zij op 6 februari 2016 door [verdachte] werd opgehaald naar de woning van [verdachte] . Uit onderzoek is gebleken dat het gaat om het verblijfsadres van [verdachte] aan de [adres] in [woonplaats] . Het bij de wijkagent bekende telefoonnummer van [verdachte] [telefoonnummer] komt overeen met het nummer dat [slachtoffer 1] van [verdachte] had.48

[slachtoffer 1] heeft het adres [adres] in [woonplaats] later ook aangewezen als de woning van [verdachte] .49

Aanhouding verdachten
Verdachte [verdachte] en zijn medeverdachte [medeverdachte] zijn op 21 maart 2016 aangehouden op verdenking van onder meer mensenhandel.50

Aantreffen beeldmateriaal van [slachtoffer 1]
Op de telefoon van [medeverdachte] zijn drie filmfragmenten aangetroffen. Eén van de personen te zien op de filmfragmenten wordt herkend als [medeverdachte] . Hij is met zijn gezicht in beeld en het lijkt erop alsof hij de opnameapparatuur in handen heeft. Hij filmt eerst zichzelf en dan de anderen die in de kamer aanwezig zijn. Gefilmd wordt een meisje die een jongen oraal bevredigt51 en die vervolgens geslachtsgemeenschap lijkt te hebben met deze jongen.52 Het meisje op de filmfragmenten wordt herkend als [slachtoffer 1] . De woning waarin de filmpjes zijn opgenomen wordt herkend als de woning van [verdachte] op de [adres] in [woonplaats] .53

In de telefoon van [medeverdachte] zijn ook drie (deels) naaktfoto’s aangetroffen, waarover door [slachtoffer 1] en door [medeverdachte] zelf is verklaard dat dit foto’s van [slachtoffer 1] zijn.54 De foto’s hebben een creatiedatum van 11 februari 2016.55

Verklaring medeverdachte [medeverdachte]
heeft verklaard dat [slachtoffer 1] bij een vriend van hem thuis was.56 Hij heeft [slachtoffer 1] gefilmd met zijn telefoon.57 In zijn telefoon staan ook drie naaktfoto’s van [slachtoffer 1] . Deze heeft [medeverdachte] ontvangen op zijn telefoon in de periode dat [slachtoffer 1] weggelopen was.58

[slachtoffer 2]
Door de politie in [woonplaats] is in januari 2016 een aangifte opgenomen van de minderjarige [slachtoffer 2] . Gelet op de overeenkomsten tussen de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn aan [slachtoffer 2] foto’s getoond van de verdachten [medeverdachte] en [verdachte] . [slachtoffer 2] heeft hen herkend als degenen die zij [medeverdachte] en [verdachte] noemt.59

[slachtoffer 2] is geboren op [1998] .60 De ouders van [slachtoffer 2] bezitten het ouderlijk gezag over haar.61

Verklaringen [slachtoffer 2]
heeft over de periode van 29 oktober 2015 tot en met 9 november 2015 het volgende verklaard.

[slachtoffer 2] is in oktober 2015 weggelopen van huis. [verdachte] is haar op komen halen in [woonplaats] en vroeg haar met hem mee te gaan. Ze zijn met de trein naar [woonplaats] gegaan. In de trein werd [verdachte] verbaal agressief.62 Hij zei tegen [slachtoffer 2] dat ze moest luisteren. [medeverdachte] stond op hen te wachten. [slachtoffer 2] vertelde [medeverdachte] dat ze 17 jaar oud was, dat ze [G] heette en dat ze was weggelopen van huis.

[verdachte] komt uit [woonplaats] . Zijn broer kan niet meer lopen. [verdachte] heeft [slachtoffer 2] naar de woning van zijn familie in [woonplaats] gebracht. Zijn moeder was daar niet omdat de woning verbouwd werd. [medeverdachte] komt ook uit [woonplaats] . [slachtoffer 2] heeft tegen hen gezegd dat haar naam [G] was.

[verdachte] , [medeverdachte] en [slachtoffer 2] zijn met de auto naar een hotel in [woonplaats] gereden.63 Ze wachtte samen met [verdachte] buiten terwijl [medeverdachte] een kamer ging boeken. Ze hebben met zijn drieën in de hotelkamer overnacht. [verdachte] heeft haar telefoon afgepakt en de simkaart uit haar telefoon doormidden gebroken.64 Toen [slachtoffer 2] aangaf dat ze wegging zei [verdachte] dat ze dat niet kon maken omdat ze alles voor haar hadden geregeld. Ze was bang toen [verdachte] dat tegen haar zei omdat hij op een agressieve manier sprak.

De volgende dag zijn ze in een park bij het hotel gaan zitten en hebben [verdachte] en [medeverdachte] besproken wat ze zouden gaan doen.65 Ze hebben haar telefoon afgepakt en in de sloot gegooid.66 [medeverdachte] heeft een meisje genaamd [H] gebeld waar zij die nacht kon slapen. Ze zijn met de bus naar [woonplaats] gegaan. [slachtoffer 2] moest van [medeverdachte] zeggen dat ze 18 jaar oud was. [H] woonde in een eengezinswoning in [woonplaats] .67 Ze heeft twee nachten bij [H] geslapen. Na twee dagen kwam [medeverdachte] haar weer ophalen.68

[slachtoffer 2] is toen met [medeverdachte] en [verdachte] naar de [café] gegaan. [medeverdachte] zei tegen haar dat ze hem geld kostte en vroeg hoe ze dat op konden lossen. Hij zei dat [slachtoffer 2] als hoer kon gaan werken.69 Ze zeiden tegen haar dat ze haar zouden slaan als ze het niet deed.70 [medeverdachte] gaf haar een Nokia en zei dat ze met deze telefoon alleen met klanten of met hem mocht bellen. [verdachte] stelde voor dat [slachtoffer 2] in hun nieuwe huis kon verblijven totdat zijn moeder daar zou komen. [slachtoffer 2] is door [verdachte] en [medeverdachte] naar dat huis gebracht.71 [medeverdachte] vertelde [slachtoffer 2] dat er geld nodig was voor eten. Als ze genoeg geld had verdiend hoefde ze niet meer te werken. [medeverdachte] zou haar brengen en ophalen. Klanten sms’ten voor een afspraak en [medeverdachte] en [verdachte] sms’ten terug. De jongens brachten haar vervolgens naar een klant. [medeverdachte] zei dat een klant van te voren moest betalen en dat [slachtoffer 2] het geld later aan hem moest geven. Ze heeft al het geld aan [medeverdachte] gegeven.

De volgende dag zijn [medeverdachte] , [verdachte] en [slachtoffer 2] naar drie vrienden van hen in een dorpje naast [woonplaats] gegaan. [slachtoffer 2] heeft in de woning seks gehad met één van de jongens. Ze vertelde de jongens dat ze [I] heette en dat ze 19 jaar oud was.72 [slachtoffer 2] had van [medeverdachte] condooms gekregen. Na de seks kwam [verdachte] binnen. Hij heeft haar meermalen in haar gezicht geslagen. Voor de seks met die jongen is 120 euro betaald. [medeverdachte] is het geld de volgende dag bij die jongen op gaan halen. Ze zijn teruggereden naar het huis van [verdachte] .73 Daar hebben [slachtoffer 2] en [verdachte] twee nachten geslapen.

De volgende dag heeft [slachtoffer 2] seks gehad met één van de vrienden van [medeverdachte] en [verdachte] in een auto op een parkeerplaats in [woonplaats] . Die vriend wilde dat en [medeverdachte] en [verdachte] vonden het goed omdat het voor geld was. [slachtoffer 2] denkt dat die jongen 120 euro heeft betaald. Omdat de moeder van [verdachte] in de woning was sliep ze die nacht alleen in de auto.

De volgende dag ging de telefoon. [medeverdachte] zei dat ze op moest nemen. [slachtoffer 2] heeft een afspraak gemaakt met een klant in [woonplaats] . [medeverdachte] zou haar brengen.74 Ze heeft de klant, een Nederlandse man, afgetrokken en kreeg daarvoor 120 euro betaald. [medeverdachte] kwam haar vervolgens weer ophalen en in de auto heeft ze het geld aan hem gegeven. Die avond heeft [slachtoffer 2] , samen met [medeverdachte] en [verdachte] , geslapen in de woning van [verdachte] in [woonplaats] .

De volgende dag nam een klant contact op. Hij wilde met [slachtoffer 2] overnachten in een hotel in de buurt van Amsterdam. [verdachte] heeft met de man ge-sms’t. [verdachte] en [medeverdachte] hebben haar naar een Van der Valk hotel gebracht. Ze wilde niet maar naar ze moest. [slachtoffer 2] heeft met de man geneukt. De man heeft haar 400 euro betaald. De man twijfelde over haar leeftijd maar [medeverdachte] had hem gezegd dat ze 19 jaar oud was.75 [medeverdachte] had ook tegen [slachtoffer 2] gezegd dat zij tegen klanten moest zeggen dat haar naam [I] was en dat ze 19 jaar oud was. De volgende dag kwam [medeverdachte] haar ophalen, samen met [verdachte] . Ze heeft het geld aan [medeverdachte] gegeven.76 Ze heeft die avond bij [verdachte] geslapen.

De volgende dag zei [medeverdachte] dat de Nederlandse klant haar weer wilde.77 [verdachte] , [medeverdachte] en [slachtoffer 2] zijn naar [woonplaats] gereden. Ze heeft de man afgetrokken voor 120 euro. Het geld heeft [slachtoffer 2] aan [medeverdachte] gegeven. Ze hebben haar teruggebracht naar de woning van [verdachte] in [woonplaats] . [medeverdachte] heeft de deur op slot gedaan en ging weg. [verdachte] kwam later langs en zij hebben samen overnacht in de woning.78

[medeverdachte] vertelde dat [slachtoffer 2] zondag naar een buitenlandse man zou gaan die 750 euro voor een nacht zou betalen. Tussendoor heeft [slachtoffer 2] nog een keer seks gehad met die vriend van [medeverdachte] , weer in zijn auto op een parkeerplaats in [woonplaats] . Ze heeft gezien dat die jongen geld gaf aan [medeverdachte] .

Die zondag heeft [medeverdachte] haar vanaf [woonplaats] naar Amsterdam gebracht. In plaats van naar de klant te gaan is ze naar het politiebureau gegaan. Die nacht was [slachtoffer 2] om 04:00 uur thuis (de rechtbank begrijpt: maandag 9 november 2015).79 In totaal heeft [slachtoffer 2] zes klanten gehad: de overnachting in het hotel voor 400 euro, twee keer de vriend in de auto, twee keer de Nederlandse man voor 120 euro en die ene vriend in de woning in [woonplaats] voor 120 euro. [verdachte] regelde condooms.80 De werknaam [I] had [medeverdachte] verzonnen.81

[slachtoffer 2] herkent de medeverdachte [medeverdachte] en verdachte [verdachte] op foto’s als degenen die zij [medeverdachte] en [verdachte] noemt.82 Ze heeft aan hen verteld dat ze [G] heette en 17 jaar oud was.83

[adres] in [woonplaats]
[slachtoffer 2] heeft het adres [adres] in [woonplaats] aangewezen als de woning van [verdachte] .84

De broer van verdachte [verdachte] heeft verklaard dat ook [verdachte] wel eens verbleef in de woning van hun moeder aan de [adres] in [woonplaats] . [verdachte] had de sleutel.85

De overnachting in het [hotel]
[slachtoffer 2] heeft het [hotel] herkend als het hotel waar zij de eerste nacht met [verdachte] en [medeverdachte] heeft doorgebracht.86

Uit informatie van het [hotel] blijkt dat medeverdachte [medeverdachte] op 29 oktober 2015 een kamer heeft geboekt in het hotel waarbij hij zich heeft gelegitimeerd met zijn rijbewijs. De kamer is betaald met een creditcard op naam van [medeverdachte] . Op het registratieformulier van de kamer is de naam “ [medeverdachte] ” en geboortedatum “ [1996] ” ingevuld. Het leek erop alsof meerdere mannen met één meisje de nacht hebben doorgebracht in de kamer.87

Getuige [H]

heeft verklaard dat [medeverdachte] contact met haar opnam omdat hij een slaapplek zocht voor een meisje. Ze wist dat [slachtoffer 2] was weggelopen of uit huis gezet.88 [slachtoffer 2] heeft twee nachten bij haar geslapen. Ze had een blauwe plek op haar wang. [slachtoffer 2] heeft tegen [H] gezegd dat dit door [medeverdachte] kwam. [H] heeft geprobeerd om [slachtoffer 2] een telefoontje mee te geven, maar [slachtoffer 2] zei dat dat geen zin had omdat [medeverdachte] hem zou afpakken. Op zondag kwamen [medeverdachte] en [verdachte] haar ophalen.89

[H] herkent aangeefster [slachtoffer 2] , medeverdachte [medeverdachte] en verdachte [verdachte] op haar getoonde foto’s als degenen die zij [slachtoffer 2] , [medeverdachte] en [verdachte] noemt.90

Geconfronteerd met de verklaring van [H] over de blauwe plek op haar wang heeft [slachtoffer 2] verklaard dat dit zou kunnen. Ze werd in die periode vaak geslagen door [medeverdachte] , op haar armen en benen. Ook is zij door [verdachte] in haar gezicht geslagen.91

De Nederlandse klant
Over de Nederlandse klant heeft [slachtoffer 2] verklaard dat hij op de [adres] in [woonplaats] woonde92 en dat hij hechtingen in zijn onderarm of hand had omdat hij net een ongeluk had gehad.93 [slachtoffer 2] herkent een foto van [J] als degene die zij de Nederlandse klant noemt.94

[J] , woonachtig op de [adres] in [woonplaats] , is als getuige gehoord. Tijdens dit verhoor zijn foto’s gemaakt van het litteken op zijn onderarm.95

[slachtoffer 2] heeft de woning van de klant omschreven. Door verbalisanten is de woning van [J] betreden. Geconstateerd werd dat de plattegrond gemaakt door [slachtoffer 2] geheel overeen kwam met de feitelijke situatie ter plaatse.96

De seksadvertenties op internet
Op de website [website] werd een advertentie/profiel aangetroffen op naam van [I] .97 Op 11 februari 2016 is de naam van deze advertentie gewijzigd naar [B] .

Bij de advertentie stond vanaf 6 november 2015 het telefoonnummer [telefoonnummer] vermeld. Eerder stond bij de advertentie het telefoonnummer [telefoonnummer] vermeld.98

Op de advertentie stonden twee afbeeldingen. Eén van de afbeeldingen is tevens aangetroffen op de telefoon van [medeverdachte] . De vrouw op de foto is herkend als [slachtoffer 1] . Ze staat afgebeeld met een ontbloot bovenlichaam en draagt een rode slip.99 Op de tweede afbeelding staat een andere vrouw afgebeeld ook met een ontbloot bovenlichaam. [slachtoffer 2] heeft zichzelf herkend op deze foto. Uit onderzoek is gebleken dat eerder andere foto’s bij de advertentie hebben gestaan, waaronder de drie foto’s van [slachtoffer 1] .100

[slachtoffer 2] heeft hierover verklaard dat de foto’s zijn gemaakt door [medeverdachte] met zijn telefoon in het huis van [verdachte] .101 Zij heeft [medeverdachte] en [verdachte] horen praten over wie de advertentie op [website] ging maken. Het telefoonnummer [telefoonnummer] was het nummer van haar werktelefoon, de Nokia.102

In de periode van 6 november 2015 tot en met 29 november 2015 heeft het telefoonnummer van [medeverdachte] [telefoonnummer] 119 tot 121 keer contact gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer] dat vermeld stond op de advertentie.103

Ook op [website] is een advertentie aangetroffen, aangemaakt op 3 november 2015 met daaraan gekoppeld het e‑mailadres [e-mailadres] en het telefoonnummer [telefoonnummer] . De vrouw afgebeeld op de foto’s op de advertentie is herkend als [slachtoffer 2] .104

Analyse van telefoonverkeer
Op basis van opgevraagde historische verkeersgegevens van de telefoonnummers van verdachten [medeverdachte] en [verdachte] en aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is het volgende gebleken.105

[medeverdachte] – [verdachte]
In de periode van 25 november 2015 tot en met 31 december 2015 hebben in totaal 422 contacten plaatsgevonden tussen de telefoonnummers [telefoonnummer] van [medeverdachte] en [telefoonnummer] van [verdachte] . Vanaf 26 januari 2016 tot en met 22 februari 2016 hebben [medeverdachte] en [verdachte] in totaal 226 keer telefonisch contact gehad gebruik makend van de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Op 7 en 8 januari en 28 februari 2016 heeft het telefoonnummer [telefoonnummer] van [medeverdachte] contact gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer] van [verdachte] .

[verdachte] – [A]
In de periode van 22 december 2015 tot en met 24 februari 2016 hebben in totaal 86 contacten plaatsgevonden tussen de telefoonnummers [telefoonnummer] van [verdachte] en [telefoonnummer] van [A] .106

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat ze op 6 februari 2016 naar een vriend van [verdachte] werd gebracht waar zij twee nachten is gebleven. Op 6 februari 2016 zijn meerdere contacten geweest tussen voornoemde telefoonnummers van [verdachte] en [A] . De telefoon van [verdachte] straalde vanaf 23.17 uur tot 23.30 uur zendmasten aan gelegen in de directe omgeving van de woning van [A] . Ook op 7 en 8 februari 2016 vindt contact plaats tussen de telefoonnummers van [verdachte] en [A] , in totaal 28 keer. In de nacht van 7 op 8 februari 2016 stralen de telefoonnummers van [verdachte] en [medeverdachte] een zendmast aan gelegen in de directe omgeving van de woning van [A] .107

[medeverdachte] en [verdachte] – [slachtoffer 1]
Gebleken is van 26 contacten tussen het telefoonnummer [telefoonnummer] van [slachtoffer 1] en het telefoonnummer [telefoonnummer] van [verdachte] , op 28 en 29 december 2015, 30 en 31 januari 2016 en 3, 5 en 6 februari 2016.108 Het initiatief tot deze contacten kwam altijd van het telefoonnummer van [verdachte] .

[slachtoffer 1] is op 6 februari 2016 omstreeks 17.00 uur weggelopen.

Op 5 februari 2016 heeft twee keer contact plaatsgevonden tussen voornoemd telefoonnummer van [verdachte] en het telefoonnummer [telefoonnummer] dat op naam staat van de moeder van [slachtoffer 1] . Op 6 februari 2016 vinden er vijf contacten plaats tussen deze telefoonnummers. Opvallend is dat na het telefoongesprek op 6 februari 2016 om 15.41 uur het eerst volgende gesprek van [verdachte] gevoerd wordt met [medeverdachte] . Daarna volgen meerdere contacten tussen hun telefoonnummers. Tot 16.40 uur straalt de telefoon van [verdachte] een zendmast aan in de directe omgeving van zijn woonadres. Om 17.19 uur, omstreeks het tijdstip dat [slachtoffer 1] wegliep, straalt zijn telefoon een zendmast aan gelegen in de directe omgeving gelegen van de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Dit betreft een woning waar de moeder van [verdachte] staat ingeschreven.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij van de verdachten een Nokia telefoon mee heeft gekregen toen zij weer naar huis ging. Deze telefoon met IMEI‑nummer [IMEI-nummer] is in beslag genomen in de woning van de moeder van [slachtoffer 1] .109 Vanaf 29 januari 2016 tot en met 7 februari 2016 was deze telefoon voorzien van een simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij [medeverdachte] . In deze periode is de telefoon in combinatie met deze simkaart 399 keer gebruikt. 87 van deze contacten waren met het telefoonnummer van [verdachte] .

[medeverdachte] en [verdachte] – [slachtoffer 2]
In de periode van 28 oktober 2015 te 23.00 uur tot en met 29 oktober 2015 te 22.00 uur hebben 24 contacten plaatsgevonden tussen de telefoonnummers van [medeverdachte] en [slachtoffer 2] , respectievelijk [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Alle contacten vinden plaats op initiatief van de gebruiker van de telefoon van [medeverdachte] .110

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij door [verdachte] in [woonplaats] is opgehaald en dat zij samen met de trein naar [woonplaats] zijn gegaan. Daar zijn ze met [medeverdachte] naar het [hotel] gegaan waar [slachtoffer 2] samen met [verdachte] en [medeverdachte] bleef slapen.

Op 29 oktober 2015 te 21.05 uur straalt de telefoon van [slachtoffer 2] met het voornoemd telefoonnummer een zendmast aan te [woonplaats] . Om 22.00 uur straalt haar telefoon een zendmast aan te [woonplaats] .111 Op 30 oktober 2015 te 00.41 uur straalt haar telefoon een zendmast aan te [woonplaats] , gelegen in de directe omgeving van het [hotel] . Hierna straalt de telefoon van [slachtoffer 2] geen enkele zendmast meer aan en is niet meer actief.

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat [verdachte] haar simkaart doormidden heeft gebroken tijdens hun verblijf in het hotel.112

Het klantentelefoonnummer van [slachtoffer 2]
Bij [slachtoffer 2] is een Nokia met IMEI-nummer [IMEI-nummer] in beslag genomen. In de telefoon staan sms‑berichten die mogelijk mensenhandel gerelateerd zijn, 113 onder meer:

Inkomend op 7-11-2015: “Kun je nu? Zo nee, wanneer kun je weer? Kus [naam] ”

Inkomend op 7-11-2015: “hey 180 uurtje en heb huis”114

[slachtoffer 2] verklaarde dat zij de klantentelefoon die ze van [medeverdachte] had gekregen alleen gebruikte voor het contact met klanten en met [medeverdachte] en [verdachte] .115 Het telefoonnummer van haar werktelefoon, de Nokia, was [telefoonnummer] .116 Ook uit informatie van politie [woonplaats] blijkt dat [slachtoffer 2] tijdens haar vermissing gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] .117

Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat de simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer] geplaatst is geweest in de telefoon met IMEI‑nummer [IMEI-nummer] die onder [slachtoffer 2] in beslag is genomen.

In de periode van 3 tot en met 10 november 2015 hebben 197 contacten plaatsgevonden tussen deze werktelefoon en het telefoonnummer van [medeverdachte] .118

Op 3 november 2015 te 22.33 uur vond er contact plaats tussen het telefoonnummer [telefoonnummer] van [J] en dit klantentelefoonnummer van [slachtoffer 2] .119

4.3.2

Bewijsoverwegingen

Door de verdediging is de betrouwbaarheid van de aangiften van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] betwist. De rechtbank acht deze evenwel bruikbaar voor het bewijs en overweegt hierover het volgende.

De verklaringen van zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] zijn gedetailleerd en voldoende consistent. Dat zich in de verklaringen hier en daar tegenstrijdigheden of een enkele onjuistheid bevinden doet in de visie van de rechtbank niet af aan de betrouwbaarheid van de verklaringen als geheel. Daarbij komt dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] elkaar niet kennen en beiden aangifte hebben gedaan van vrijwel identiek strafbaar handelen. Beiden verklaren over twee mannen die zij [verdachte] en [medeverdachte] noemen en zij herkennen de verdachten. Zij zijn naar woningen in [woonplaats] en [woonplaats] gebracht, waaronder het verblijfsadres van verdachte [verdachte] op de [adres] in [woonplaats] . Ook zijn van beide aangeefsters foto’s gemaakt die vervolgens zijn aangetroffen bij dezelfde advertentie op het internet. Ten slotte vinden de verklaringen van aangeefsters ook op wezenlijke punten verankering in andere bewijsmiddelen.

De rechtbank gaat dan ook uit van de verklaringen van aangeefsters en leidt uit de gebezigde bewijsmiddelen het volgende af.

De aangeefsters zijn zonder medeweten van hun ouders van huis weggegaan. Beide aangeefsters zijn op diezelfde dag met verdachte meegegaan. De verdachten hebben hen vervolgens – anders dan verdachten zelf hebben verklaard – niet slechts onderdak verleend. De aangeefster zijn op verschillende locaties ondergebracht zonder contact te hebben met hun ouders. Op momenten was de deur op slot gedraaid door de verdachten waardoor aangeefsters ook niet weg konden. Aangeefsters zijn in die perioden als vermist opgegeven. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachten wisten dat de aangeefsters jonger waren dan 18 jaar en dat zij van huis waren weggelopen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn mededader tezamen en in vereniging de minderjarigen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben onttrokken aan het wettig gezag, zoals onder feiten 2 en 6 ten laste gelegd.

Gelet op de gedragingen van verdachten voorafgaand en tijdens de perioden van onttrekking hadden zij ook het oogmerk van seksuele uitbuiting van aangeefsters. Zij hebben de aangeefsters ertoe gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met derden tegen betaling en hebben hier ook voordeel uit getrokken. De verdachte en de medeverdachte zijn allebei betrokken geweest bij de gezamenlijke feitelijke uitvoering van deze uitbuiting en worden gekwalificeerd als medeplegers.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van de minderjarigen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zoals onder feiten 1 en 5 ten laste gelegd.

Wat betreft het medeplegen van seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1] , ten laste gelegd onder feit 3, overweegt de rechtbank dat sterke aanwijzingen bestaan voor het hebben van geslachtsgemeenschap met [slachtoffer 1] door verdachte. Voor de verklaring van [slachtoffer 1] dat zij meermalen seks heeft gehad met [verdachte] is echter geen steunbewijs voorhanden. Daarom wordt niet aan het bewijsminimum voldaan en dient verdachte vrijgesproken te worden wegens gebrek aan wettig bewijs. De rechtbank spreekt de verdachte daarom hiervan vrij.

Ten slotte spreekt de rechtbank verdachte ook vrij van de onder feit 4 ten laste gelegde handelingen met betrekking tot kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer 1] . Het dossier bevat geen bewijs voor directe betrokkenheid van verdachte en tevens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het vaststellen van een nauwe en bewuste samenwerking van de verdachten wat betreft dit handelen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3.1 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Feit 1:
in de periode van 1 januari 2016 tot en met 13 februari 2016 te Zeist en Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander,

A) een ander, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2000] ), telkens

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en

- ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en

B) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die ander, te weten die [slachtoffer 1] , met en/of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt,

immers is en/of heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader,

- die [slachtoffer 1] aangemoedigd van huis weg te lopen en

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd:

“Ik zal voor je zorgen als jij voor me gaat werken” en

“We gaan leuke dingen doen” en

“Je gaat veel geld verdienen en dan gaan we shoppen” en

“We gaan foto's van je maken en een nep-id / 18+id voor je regelen en een andere naam en een huis voor je regelen (zodat je meer tijd hebt om te werken)” en

“ik ben/wij zijn gewapend”

althans telkens woorden van soortgelijke aard en/of strekking en

- die [slachtoffer 1] opgehaald toen zij van huis wegliep en

- het haar van die [slachtoffer 1] laten verven door een meisje/vrouw en

- die [slachtoffer 1] ondergebracht en laten verblijven in meerdere woningen en

- klanten voor de prostitutiewerkzaamheden geregeld en

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat ze tegen klanten moet zeggen dat ze 17 jaar oud is en

- die [slachtoffer 1] naar die klanten gebracht en na de prostitutiewerkzaamheden weer opgehaald en

- het geld dat deze klanten betaalden voor die prostitutiewerkzaamheden geïnd (en dat nimmer aan die [slachtoffer 1] doorgegeven);

Feit 2:

in de periode van 6 februari 2016 tot en met 13 februari 2016 te Zeist en Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2000] ), heeft onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag (te weten haar ( [slachtoffer 1] ) ouders), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader zonder medeweten en/of toestemming van haar ( [slachtoffer 1] ) ouders

- die [slachtoffer 1] aangemoedigd van huis weg te lopen en

- tegen die [slachtoffer 1] gezegd:

“Ik zal voor je zorgen als jij voor me gaat werken” en

“We gaan leuke dingen doen” en

“Je gaat veel geld verdienen en dan gaan we shoppen” en

“We gaan foto's van je maken en een nep-id / 18+id voor je regelen en een andere naam en een huis voor je regelen (zodat je meer tijd hebt om te werken)”

althans telkens woorden van soortgelijke aard en/of strekking en

- die [slachtoffer 1] opgehaald toen zij van huis wegliep en

- die [slachtoffer 1] ondergebracht en laten verblijven in meerdere woningen en

en aldus voornoemde minderjarige telkens buiten het bereik en/of de invloedssfeer van haar ( [slachtoffer 1] ) ouders gebracht en gehouden;

Feit 5:
in de periode van 15 oktober 2015 tot en met 15 november 2015 te Rotterdam en Utrecht en Zeist en Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander,

A) een ander, te weten [slachtoffer 2] (geboren [1998] ), telkens

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 2] , terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, en

- ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, en

B) telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die ander, te weten die [slachtoffer 2] , met en/of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, immers is en/of heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader,

- die [slachtoffer 2] opgehaald toen zij van huis was weggelopen en

- tegen die [slachtoffer 2] gezegd:

“dat ze moest luisteren” en

“dat ze tegen derden moest zeggen dat ze 18 en/of 19 jaar oud was” en

“dat ze hem/hun geld kostte en dat dat ze dat kon oplossen als zij als hoer ging werken” en

“dat er geld voor eten nodig was, en dat als ze genoeg geld had verdiend ze niet meer hoefde te werken” en

“dat ze de klant vooraf moest laten betalen” en

“dat ze haar zouden slaan als ze niet zou gaan werken (als prostituee)”

althans telkens woorden van soortgelijke aard en/of strekking en

- die [slachtoffer 2] meermalen geslagen en

- belet dat die [slachtoffer 2] met haar eigen telefoon belde en

- de simkaart van de telefoon van die [slachtoffer 2] vernield en vervolgens haar telefoon weggegooid en

- die [slachtoffer 2] ondergebracht en laten verblijven in meerdere woningen en een hotel en

- aan die [slachtoffer 2] een werktelefoon gegeven en

- ( middels sms-verkeer op die werktelefoon) klanten voor de prostitutiewerkzaamheden geregeld en

- aan die [slachtoffer 2] condooms gegeven en

- die [slachtoffer 2] naar die klanten gebracht en na de prostitutiewerkzaamheden weer opgehaald en

- het geld dat deze klanten betaalden voor die prostitutiewerkzaamheden door die [slachtoffer 2] laten afgeven aan hem, verdachte en/of zijn mededader;

Feit 6:
in de periode van 29 oktober 2015 tot en met 15 november 2015 te Rotterdam en Utrecht en Zeist en Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer 2] (geboren [1998] ), heeft onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag (te weten haar ( [slachtoffer 2] ) ouders), immers heeft verdachte en/of zijn mededader zonder medeweten en/of toestemming van haar ( [slachtoffer 2] ) ouders,

- die [slachtoffer 2] opgehaald toen zij van huis was weggelopen en

- belet dat die [slachtoffer 2] met haar eigen telefoon belde en

- de simkaart van de telefoon van die [slachtoffer 2] vernield en vervolgens haar telefoon weggegooid en

- die [slachtoffer 2] ondergebracht en laten verblijven in meerdere woningen en een hotel

en aldus voornoemde minderjarige telkens buiten het bereik en/of de invloedssfeer van haar ( [slachtoffer 2] ) ouders gebracht en gehouden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:

feit 1 en feit 5: telkens: Mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;

feit 2 en feit 6: telkens: Medeplegen van onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaar en oplegging van een contactverbod met beide aangeefsters als bijzondere voorwaarde.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat – indien wordt gekomen tot strafoplegging – volstaan zou kunnen worden met de duur van het reeds ondergane voorarrest. Eventueel in combinatie met een onvoorwaardelijke taakstraf en/of een voorwaardelijke gevangenisstraf, mogelijk met oplegging van bijzondere voorwaarden. De raadsman heeft hierbij aandacht gevraagd voor de relatief korte ten laste gelegde periode wat betreft de mensenhandel, de jonge leeftijd van verdachte, zijn vrijwel blanco strafblad en de zorg die hij draagt voor zijn familie.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft samen met een ander twee minderjarige en kwetsbare meisjes onttrokken aan het wettig gezag, in de prostitutie gebracht en financieel van hen geprofiteerd. Dit zijn ernstige feiten. Mensenhandel waarbij iemand in de prostitutie wordt gebracht is een vergaande en ontluisterende manier van uitbuiting, waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt wordt gemaakt aan de zucht naar geldelijk gewin van de uitbuiters. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijk handelen gedurende lange tijd de psychische gevolgen hiervan (kunnen) ondervinden. Dit blijkt ook uit de verklaring van [slachtoffer 1] ter zitting.

Op grond van in het bijzonder de ernst van het bewezen verklaarde acht de rechtbank in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van langere duur gerechtvaardigd. Oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf of een taakstraf geeft onvoldoende uitdrukking aan de ernst van het feit.

Als strafverzwarende factoren weegt de rechtbank mee dat sprake is van niet één maar twee minderjarige slachtoffers waar de verdachten misbruik van hebben gemaakt. Zij zijn telkens berekenend en geraffineerd te werk gegaan. Door de proceshouding van verdachte – hij heeft zich tot en met de zitting beroepen op zijn zwijgrecht – heeft hij geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden noch heeft hij zijn verantwoordelijkheid genomen in de richting van de slachtoffers. Ook heeft verdachte niet willen meewerken aan het opstellen van rapportages omtrent zijn persoon. Hierdoor is ook geen inzicht verkregen in een eventueel verband tussen de persoonlijkheid van verdachte en het bewezen verklaarde.

De rechtbank ziet evenwel aanleiding om in enigszins matigende zin af te wijken van de eis van de officier van justitie nu wordt gekomen tot een andere bewezenverklaring en gelet op de jonge leeftijd van verdachte, zijn vrijwel blanco strafblad en de relatief korte duur van het bewezen verklaarde.

Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Ter voorkoming van recidive wordt een deel van 10 maanden voorwaardelijk opgelegd met als bijzondere voorwaarde een contactverbod met de aangeefsters. Nu sprake is van meerdere slachtoffers en verdachte geen enkel inzicht heeft gegeven in zijn beweegredenen houdt de rechtbank er ernstig rekening mee dat hij wederom een misdrijf zal begaan gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. De proeftijd bij dit voorwaardelijk strafdeel wordt daarom conform de eis van de officier van justitie gesteld op een termijn van vijf jaar.

9 Het beslag

9.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft ter zitting een beslaglijst overgelegd en gevorderd tot teruggave van de in beslaggenomen voorwerpen aan de rechthebbenden, met uitzondering van de niet ontgrendelde Iphone en bijbehorende simkaart van verdachte. Gelet op de aard van het bewezen verklaarde acht de officier van justitie het aannemelijk dat deze voorwerpen materiaal bevatten gerelateerd aan mensenhandel of kinderporno en heeft verzocht de voorwerpen verbeurd te verklaren.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht tot teruggave van de telefoon en simkaart van verdachte genoemd onder nrs. 10 en 11 op de beslaglijst nu niet vastgesteld is dat deze dergelijk materiaal bevatten. Voor het overige is geen verweer gevoerd met betrekking tot het beslag.

9.3

Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de op de beslaglijst met nrs. 1 tot en met 14 en 20 aangeduide voorwerpen onder verdachte in beslag zijn genomen.

Al deze voorwerpen zijn vatbaar voor teruggave aan de rechthebbenden. Deze beslissing is per voorwerp nader uitgewerkt in het dictum. Het enkele vermoeden van gebruik bij criminele activiteiten is onvoldoende voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.

De rechtbank stelt ook vast dat het op de beslaglijst met nr. 21 aangeduide voorwerp onder aangeefster [slachtoffer 2] in beslag is genomen en beveelt de teruggave hiervan aan haar.

10 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

Door de benadeelde partijen zijn vorderingen tot schadevergoeding ingediend. Namens [slachtoffer 1] is door haar wettelijk vertegenwoordiger een bedrag van in totaal € 10.000,- gevorderd als schadevergoeding voor de feiten waarvan verdachte wordt beschuldigd. Ook heeft zij verzocht tot het opleggen van een contactverbod. Door [slachtoffer 2] wordt in totaal € 12.100,- gevorderd als schadevergoeding voor de feiten waarvan verdachte wordt beschuldigd. De benadeelde partijen zijn ter terechtzitting bijgestaan door respectievelijk mr. F. ten Berge en mr. N. Stolk.

10.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft verzocht de ingediende vorderingen grotendeels toe te wijzen met toepassing van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Wat betreft de materiële schade gevorderd door [slachtoffer 2] heeft de officier van justitie verzocht tot matiging en aansluiting bij het bedrag genoemd in de berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van € 1.000,-. Een contactverbod gevorderd door [slachtoffer 1] heeft de officier van justitie reeds gevorderd in het kader van de strafoplegging.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de vorderingen af te wijzen dan wel niet‑ontvankelijk te verklaren gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair is verzocht de gevorderde immateriële schade te matigen tot een bedrag van € 2.500,- onder verwijzing naar jurisprudentie op dit punt. De raadsman stelt zich subsidiair op het standpunt dat wat betreft de materiële schade aansluiting moet worden gezocht bij de berekening van de verdiensten van [slachtoffer 2] zoals weergegeven in het dossier van € 1.000,-.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat behandeling van de ingediende vorderingen geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Het is komen vast te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van de hiervoor bewezen geachte feiten rechtstreeks schade hebben geleden.

Wat betreft de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat het een feit van algemene bekendheid is dat het ondergaan van dergelijk (seksueel) misbruik psychische schade veroorzaakt. Mede gelet hierop en de feiten en omstandigheden van het geval wordt de immateriële schade voor beide benadeelde partijen op minimaal € 5.000,- gewaardeerd. De rechtbank waardeert de door [slachtoffer 2] geleden materiële schade op basis van het dossier op € 1.000,- (pagina 845 van het proces-verbaal). De vorderingen worden in zoverre hoofdelijk toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade. Dit moment is bepaald op het midden van de bewezen verklaarde periode van feiten 1 en 4, te weten 23 januari 2016 voor [slachtoffer 1] en 31 oktober 2015 voor [slachtoffer 2] .

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen maken.

In het belang van de benadeelde partijen voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Dat het bewezen verklaarde tot meer schade heeft geleden acht de rechtbank op dit moment niet voldoende onderbouwd. De vorderingen worden wat betreft het meerdere gevorderde daarom niet‑ontvankelijk verklaard.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 47, 57, 273f en 279 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak
Verklaart het onder feit 3 en feit 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bewezenverklaarde
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1 en feit 5: telkens: Mensenhandel, gepleegd door twee of meer verenigde personen ten aanzien van een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;

feit 2 en feit 6: telkens: Medeplegen van onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag.

Strafbaarheid
Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 32 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte van 10 maanden van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 5 jaar vast. De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  • -

    dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd van vijf jaar op geen enkele wijze – direct of indirect – contact mag opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] (geboren op [2000] ) en [slachtoffer 2] (geboren op [1998] ), zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft aan Reclassering Nederland opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beslag
Gelast de teruggave aan [K] van:

  1. A.02.01.001 Mobiele telefoon Huawei Ascend G510

  2. A.02.01.001.000 SanDisk SD uit Huawei

Gelast de teruggave aan de uitgevende instanties van:

3. A.02.01.002 ID bewijzen / pasjes op naam van [L] [1992]

5. A.02.02.003 Paspoort op naam van [M]

6. A.02.02.004 Paspoort op naam van [N]

13. A.05.01.001 Identiteitskaart op naam van [O]

20. C.03.01.001 Bladzijde uit paspoort [verdachte]

Gelast de teruggave aan verdachte van:

10. A.04.01.002 Mobiele telefoon Apple IPhone 5

10. A.04.01.002.000 Sim Lycamobile uit IPhone

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

4. A.02.02.001 Mobiele telefoon LG E610

7. A.03.02.001 Mobiele telefoon LG H320

8. A.03.02.001.000 Lebara Sim uit LG

12. A.04.02.002 Laptop Lenovo

14. A.05.02.001 Mobiele telefoon Nokia RM-832

Gelast de teruggave aan [slachtoffer 2] van:

21. ZZPankb98 Mobiele telefoon Nokia RM-908

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

9. A.04.01.001 Mobiele telefoon LG E400

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]
Wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 5.000,- (zegge: vijfduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] een bedrag van € 5.000,- (zegge: vijfduizend euro) aan de Staat te betalen, bestaande uit immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 60 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of zijn mededader aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]
Wijst de vordering van [slachtoffer 2] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 6.000,- (zegge: zesduizend euro), bestaande uit € 5.000,- immateriële schade en € 1.000,- materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] een bedrag van € 6.000,- (zegge: zesduizend euro) aan de Staat te betalen, bestaande uit € 5.000,- immateriële schade en € 1.000,- materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 65 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of zijn mededader aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E. Akkermans, voorzitter,

mrs. A.J.P. Schotman en E.M. de Stigter, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. mr. K.M. Strijbos, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 februari 2017.

BIJLAGE: de tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van ongeveer 01 november 2015 tot en met 13

februari 2016 te Zeist en/of Utrecht en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

A) een ander, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2000] ),

(telkens)

(sub 2°)

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen,

met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1]

terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van zestien jaren, in elk geval van achttien

jaren,

nog niet had bereikt,

en/of

(sub 5°)

- ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van

seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling

dan wel ten aanzien van [slachtoffer 1] (telkens) enige handeling(en) heeft

ondernomen

waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van

die seksuele handelingen

terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van zestien jaren, in elk geval van achttien

jaren,

nog niet had bereikt,

en/of

B)

(sub 8°)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen

van die ander, te weten die [slachtoffer 1] , met en/of voor een derde tegen betaling,

terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van zestien jaren, in elk geval van achttien

jaren,

nog niet had bereikt,

immers is en/of heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),

een relatie aan gegaan met die [slachtoffer 1] en/of

die [slachtoffer 1] aangemoedigd van huis weg te lopen en/of

tegen die [slachtoffer 1] gezegd:

"Ik zal voor je zorgen als jij voor me gaat werken"en/of

"We gaan leuke dingen doen" en/of

"Je gaat veel geld verdienen en dan gaan we shoppen" en/of

"We gaan foto's van je maken en/of een nep-id/18+id voor je regelen en/of een

andere naam en/of een huis voor je regelen (zodat je meer tijd hebt om te

werken)" en/of

"ik ben/wij zijn gewapend"

(althans telkens woorden van soortgelijke aard en/of strekking) en/of

die [slachtoffer 1] opgehaald toen zij van huis wegliep en/of

het haar van die [slachtoffer 1] laten verven door een meisje/vrouw en/of

die [slachtoffer 1] ondergebracht en/of laten verblijven in een of meerdere woning(en)

en/of

klanten voor de prostitutiewerkzaamheden geregeld en/of

tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat ze tegen klanten moet zeggen dat ze 17 jaar oud

is en/of

die [slachtoffer 1] naar die klanten gebracht en/of na de prostitutiewerkzaamheden weer

opgehaald en/of

het geld dat deze klanten betaalden voor die prostitutiewerkzaamheden geïnd

(en dat nimmer aan die [slachtoffer 1] doorgegeven);

art 273f lid 1 ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 5° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 8° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 3 ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van ongeveer 06 februari 2016 tot en met 13

februari 2016 te Zeist en/of Utrecht en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of een meer anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk een minderjarige,

te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2000] )

heeft onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde

gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over

voornoemde minderjarige uitoefende,

(te weten haar ( [slachtoffer 1] ) ouders, in elk geval haar vader en/of haar moeder),

immers heeft verdachte en/of zijn/haar mededader(s)

(in strijd met de afspraken en/of zonder medeweten en/of toestemming van haar

( [slachtoffer 1] ) ouders, in elk geval haar vader en/of haar moeder)

die [slachtoffer 1] aangemoedigd van huis weg te lopen en/of

tegen die [slachtoffer 1] gezegd:

"Ik zal voor je zorgen als jij voor me gaat werken"en/of

"We gaan leuke dingen doen" en/of

"Je gaat veel geld verdienen en dan gaan we shoppen" en/of

"We gaan foto's van je maken en/of een nep-id/18+id voor je regelen en/of een

andere naam en/of een huis voor je regelen (zodat je meer tijd hebt om te

werken)"

(althans telkens woorden van soortgelijke aard en/of strekking) en/of

die [slachtoffer 1] opgehaald toen zij van huis wegliep en/of

die [slachtoffer 1] ondergebracht en/of laten verblijven in een of meerdere woning(en)

en/of

(en aldus voornoemde minderjarige (telkens) buiten het bereik en/of de

invloedssfeer van haar ( [slachtoffer 1] ) ouders/vader/moeder gebracht en/of gehouden);

art 279 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van ongeveer 01 september 2015 tot en met 13

februari 2016 te Zeist en/of Utrecht en/of elders in Nederland,

(meermalen althans eenmaal)

met [slachtoffer 1] (geboren op [2000] )

die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd

die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen

van het lichaam,

immers heeft hij verdachte zijn penis (telkens) in de vagina en/of de mond van

die [slachtoffer 1] gebracht;

art 245 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van ongeveer 06 februari 2016 tot en met 21

maart 2016 te Zeist en/of Utrecht en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal (telkens)

afbeelding(en), te weten foto('s) en/of video('s) en/of film(s),

en/of (een) gegevensdrager(s)

(te weten in elk geval één smartphone met een foto- of filmfunctie)

bevattende (een) afbeelding(en)) althans (bevattende voormelde afbeelding(en))

heeft verspreid en/of

aangeboden en/of

openlijk tentoongesteld en/of

vervaardigd en/of

ingevoerd en/of

doorgevoerd en/of

uitgevoerd en/of

verworven en/of

in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of

met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien

jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken

(te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2000] ))

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal penetreren met de penis van het lichaam van een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (te weten het lichaam

van die [slachtoffer 1] )

(filmfragment 1: [bestandsnaam] 13 februari 2016 om 03.30.21 uur)

en/of

het vaginaal (en/of anaal) penetreren met de penis van het lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (te weten

het lichaam van die [slachtoffer 1] )

(filmfragment 2: [bestandsnaam] 13 februari 2016 om 04.00.33 uur

en/of

filmfragment 3: [bestandsnaam] 13 februari 2016 om 04.02.13

uur)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren

van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had

bereikt (te weten die [slachtoffer 1] ),

waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert

in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen

en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of

de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de

foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten

en/of billen in beeld gebracht worden

(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

(foto 1: [bestandsnaam] en/of

foto 2: [bestandsnaam] en/of

foto 3: [bestandsnaam] );

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van ongeveer 15 oktober 2015 tot en met 15

november 2015 te Rotterdam en/of Utrecht en/of Zeist en/of Amsterdam en/of

elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

A) een ander, te weten [slachtoffer 2] (geboren [1998] ),

(telkens)

(sub 2°)

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het

oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 2] ,

terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

(sub 5°)

- ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van

seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling

dan wel ten aanzien van die [slachtoffer 2] (telkens) enige handeling(en) heeft

ondernomen

waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs

moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot

het verrichten van die seksuele handelingen

terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

(sub 8°)

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen

van die ander, te weten die [slachtoffer 2] , met en/of voor een derde tegen betaling,

terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt,

immers is en/of heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),

die [slachtoffer 2] opgehaald toen zij van huis was weggelopen en/of

tegen die [slachtoffer 2] gezegd:

dat ze moest luisteren en/of

dat ze tegen derden moest zeggen dat ze 18 (en/of 19) jaar oud was

dat ze hem/hun geld kostte en dat dat ze dat kon oplossen als zij als hoer

ging werken en/of

dat er geld voor eten nodig was, en dat als ze genoeg geld had verdiend ze

niet meer hoefde te werken en/of

dat ze de klant vooraf moest laten betalen en/of

dat ze haar zouden slaan als ze niet zou gaan werken (als prostitutee),

(althans telkens woorden van soortgelijke aard en/of strekking) en/of

die [slachtoffer 2] (meermalen) geslagen en/of

belet dat die [slachtoffer 2] met haar eigen telefoon belde en/of

de simkaart van de telefoon van die [slachtoffer 2] vernield en/of (vervolgens) haar

telefoon weggegooid en/of

die [slachtoffer 2] ondergebracht en/of laten verblijven in een of meerdere

woning(en) en/of hotel(s) en/of

aan de [slachtoffer 2] een werktelefoon gegeven en/of

(middels sms-verkeer op die werktelefoon) klanten voor de

prostitutiewerkzaamheden geregeld en/of

aan die [slachtoffer 2] condooms gegeven en/of

die [slachtoffer 2] naar die klanten gebracht en/of na de prostitutiewerkzaamheden

weer opgehaald en/of

het geld dat deze klanten betaalden voor die prostitutiewerkzaamheden door die

[slachtoffer 2] laten afgeven aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), althans dat

geld van de [slachtoffer 2] afgepakt;

art 273f lid 1 ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 5° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 8° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van ongeveer 15 oktober 2015 tot en met 15

november 2015 te Rotterdam en/of Utrecht en/of Zeist en/of Amsterdam en/of

elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of een meer anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk (een) minderjarige(n),

te weten [slachtoffer 2] (geboren [1998] ),

heeft onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde

gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over

voornoemde minderjarige uitoefende,

(te weten haar ( [slachtoffer 2] ) ouders, in elk geval haar vader en/of haar moeder),

immers heeft verdachte en/of zijn/haar mededader(s)

(in strijd met de afspraken en/of zonder medeweten en/of toestemming van haar

( [slachtoffer 2] ) ouders, in elk geval haar vader en/of haar moeder)

die [slachtoffer 2] opgehaald toen zij van huis was weggelopen en/of

belet dat die [slachtoffer 2] met haar eigen telefoon belde en/of

de simkaart van de telefoon van die [slachtoffer 2] vernield en/of (vervolgens) haar

telefoon weggegooid en/of

die [slachtoffer 2] ondergebracht en/of laten verblijven in een of meerdere

woning(en) en/of hotel(s) en/of

(en aldus voornoemde minderjarige (telkens) buiten het bereik en/of de

invloedssfeer van haar ( [slachtoffer 2] ) ouders/vader/moeder gebracht en/of

gehouden);

art 279 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nr. 2016040238 (onderzoek 03BURTON), bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 1280). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, sub vijf, van het Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. De weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

2 Het proces-verbaal van relaas, p. 1.

3 Het proces-verbaal van relaas, p. 2.

4 Een geschrift, zijnde een akte van geboorte van [slachtoffer 1] , p. 852.

5 Het proces-verbaal vaststellen ouderlijk gezag [slachtoffer 1] , p. 851.

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 22.

7 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 29.

8 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 26.

9 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 22.

10 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 27.

11 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 14 maart 2016, p. 44.

12 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 22.

13 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 27.

14 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 30.

15 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 22.

16 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 14 maart 2016, p. 57.

17 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 30.

18 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 31.

19 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 14 maart 2016, p. 62.

20 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 23.

21 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 24.

22 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 31.

23 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 23.

24 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 31.

25 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 32.

26 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 29.

27 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 23.

28 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 14 maart 2016, p. 63.

29 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 23.

30 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 29.

31 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 23.

32 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 14 maart 2016, p. 56.

33 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 32.

34 Het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 24.

35 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 1] op 17 feb 2016, p. 27-28.

36 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [A] op 11 april 2016, p. 363.

37 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [A] op 11 april 2016, p. 364.

38 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [A] op 11 april 2016, p. 365.

39 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [A] op 11 april 2016, p. 371.

40 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [A] op 11 april 2016, p. 363.

41 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [A] op 11 april 2016, p. 368.

42 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [A] op 12 april 2016, p. 380.

43 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [A] op 11 april 2016, p. 381.

44 Het proces-verbaal van verhoor getuige [E] op 1 april 2016, p. 471.

45 Het proces-verbaal van verhoor getuige [E] op 1 april 2016, p. 474.

46 Het proces-verbaal van verhoor getuige [E] op 1 april 2016, p. 476.

47 Het proces-verbaal van verhoor getuige [F] op 17 maart 2016, p. 149.

48 Het proces-verbaal van relaas, p. 5.

49 Het proces-verbaal bevindingen aanwijzen panden en woningen [slachtoffer 1] , p. 823.

50 De processen-verbaal van aanhouding van [medeverdachte] , p. 166, en van [verdachte] , p. 216.

51 Het proces-verbaal van bevindingen beschrijving videobeelden, p. 614.

52 Het proces-verbaal van bevindingen beschrijving videobeelden, p. 615.

53 Het proces-verbaal van bevindingen herkenning [D] en woning, p. 616.

54 Het proces-verbaal van bevindingen aantreffen foto’s telefoon [medeverdachte] , p. 618.

55 Het proces-verbaal kinderpornografisch materiaal, p. 622.

56 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] op 22 maart 2016, p. 255.

57 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] op 22 maart 2016, p. 256.

58 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] op 22 maart 2016, p. 258.

59 Het proces-verbaal van relaas, p. 6.

60 Een geschrift, zijnde een akte van geboorte van [slachtoffer 2] , p. 854.

61 Het proces-verbaal vaststellen ouderlijk gezag [slachtoffer 2] , p. 853.

62 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] op 28 jan 2016, p. 107.

63 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] op 28 jan 2016, p. 108.

64 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] op 28 jan 2016, p. 109.

65 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] op 28 jan 2016, p. 110.

66 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 7 maart 2016, p. 126.

67 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] op 28 jan 2016, p. 110.

68 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] op 28 jan 2016, p. 111.

69 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] op 28 jan 2016, p. 112.

70 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 7 maart 2016, p. 129.

71 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] op 28 jan 2016, p. 112.

72 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] op 28 jan 2016, p. 113.

73 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] op 28 jan 2016, p. 114.

74 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] op 28 jan 2016, p. 115.

75 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] op 28 jan 2016, p. 116.

76 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] op 28 jan 2016, p. 117.

77 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 8 feb 2016, p. 119.

78 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 8 feb 2016, p. 120.

79 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 8 feb 2016, p. 121.

80 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 8 feb 2016, p. 123.

81 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 4 april 2016, p. 454.

82 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 7 maart 2016, p. 126 en 127.

83 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 7 maart 2016, p. 127.

84 Het proces-verbaal bevindingen van het aanwijzen van panden door [slachtoffer 2] , p. 141.

85 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] bij de RC op 25 aug 2016.

86 Het proces-verbaal bevindingen van het aanwijzen van panden door [slachtoffer 2] , p. 141.

87 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek hotel [hotel] , p. 855.

88 Het proces-verbaal van verhoor getuige [H] op 1 april 2016, p. 505.

89 Het proces-verbaal van verhoor getuige [H] op 1 april 2016, p. 509.

90 Het proces-verbaal van verhoor getuige [H] op 1 april 2016, p. 509 en 510.

91 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 25 mei 2016, p. 672.

92 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 7 maart 2016, p. 131.

93 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 7 maart 2016, p. 132.

94 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 25 mei 2016, p. 671.

95 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [J] op 25 mei 2016, p. 810 en 813.

96 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek [adres] te [woonplaats] , p. 702.

97 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek advertentie [website] , p. 740.

98 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek [website] advertentie, p. 903.

99 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek [website] advertentie, p. 905.

100 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek [website] advertentie, p. 906.

101 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 14 juni 2016, p. 677.

102 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 14 juni 2016, p. 679.

103 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek historische verkeersgegevens, p. 842.

104 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek [website] , p. 908 en 909.

105 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek historische verkeersgegevens, p. 835.

106 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek historische verkeersgegevens, p. 836.

107 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek historische verkeersgegevens, p. 838.

108 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek historische verkeersgegevens, p. 836.

109 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek historische verkeersgegevens, p. 840.

110 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek historische verkeersgegevens, p. 837.

111 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek historische verkeersgegevens, p. 839.

112 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek historische verkeersgegevens, p. 840.

113 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek telefoon [slachtoffer 2] , p. 728.

114 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek telefoon [slachtoffer 2] , p. 729.

115 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 4 april 2016, p. 455.

116 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] op 14 juni 2016, p. 679.

117 Het proces-verbaal van relaas, p. 644.

118 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek historische verkeersgegevens, p. 841.

119 Het proces-verbaal bevindingen onderzoek historische verkeersgegevens, p. 842.