Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:6337

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-12-2017
Datum publicatie
21-12-2017
Zaaknummer
16/652549-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 21-jarige man uit Woerden heeft tijdens oudejaarsavond en de oudejaarsnacht van 31 december 2015 op 1 januari 2016 met een grote groep jongeren de straat op gegaan en heeft een auto geprobeerd in de brand te steken. Verder heeft hij geweld gepleegd tegen meerdere auto’s, door deze in brand te steken. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering van een portemonnee met inhoud.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gekeken naar de landelijke oriëntatiepunten. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte ten tijde van het plegen van de feiten, zijn persoonlijke omstandigheden en de tijd die sinds de gepleegde feiten is verstreken een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend is. De rechtbank zal daarom afwijken van de vordering van de officier van justitie en een taakstraf opleggen met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank acht, alles afwegende, een taakstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, passend en geboden. Daarnaast vindt de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken op zijn plaats, om de ernst van de gepleegde feiten tot uitdrukking te brengen en verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/652549-16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 21 december 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1996] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 december 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R. Leuven en van hetgeen verdachte en mr. R.E.H. Jager, advocaat te Amersfoort, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

onder 1 primair: in de periode tussen 30 december 2015 tot en met 31 december 2015 in Woerden (samen met anderen) heeft geprobeerd een auto in brand te steken;

onder 1 subsidiair: in de periode tussen 30 december 2015 tot en met 31 december 2015 in Woerden (samen met anderen) een auto heeft beschadigd;

onder 2: in de periode van 31 december 2015 tot en met 1 januari 2016 in Woerden openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen 5 voertuigen;

onder 3 primair: op 8 september 2015 in Woerden een portemonnee heeft gestolen;

onder 3 subsidiair: in de periode tussen 8 september 2015 tot en met 30 maart 2016 in Woerden een portemonnee heeft verduisterd.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 primair, 2 en 3 subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde is de verdediging van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken, aangezien verdachte geen significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het openlijk geweld. Verder heeft de verdediging betoogd dat verdachte ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, aangezien verdachte niet het opzet had zich de portemonnee toe te eigenen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Bewijsmiddelen 1

Ten aanzien van feit 1 primair

Verdachte heeft ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde bekend dat hij heeft geprobeerd een auto van het merk Renault, type Megane, in brand te steken. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 december 2017;

  • -

    het proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 86.

Ten aanzien van feit 2

Op oudjaarsavond en in de oudjaarsnacht van 31 december 2015 op 1 januari 2016 werd in Woerden een aantal brandstichtingen dan wel vernielingen gepleegd door een groep jongeren.2 Verdachte is die nacht ook aangehouden terwijl hij deel uitmaakte van een grote groep die vuurwerk naar de politie gooide.3

Verdachte heeft verklaard dat er die avond auto’s in brand werden gestoken, door een ruitje in te tikken en er mortieren, vuurpijlen, nitraten en/of (was)benzine in te gooien.4 Ook heeft verdachte verklaard dat er verschillende jongeren bij waren die avond, dat het in het begin een hele grote groep was en dat de groep steeds kleiner werd.5

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een rugzak bij zich had met nitraten en mortieren en dat hij flesjes met benzine bij zich had. Ook heeft verdachte verklaard dat er een groepsapp was gemaakt en dat in die groepsapp was gezegd dat hij benzine mee moest nemen.6

In de telefoon van een medeverdachte van verdachte zijn WhatsAppgesprekken aangetroffen die betrekking hebben op de brandstichtingen gepleegd tijdens de jaarwisseling 2015/2016 te Woerden. Uit de gesprekken blijkt dat deelnemer ‘ [naam] ’ actief heeft deelgenomen aan deze gesprekken. Uit onderzoek in de politiesystemen naar het telefoonnummer van deze deelnemer, zijnde [telefoonnummer] , blijkt dat dit nummer toebehoort aan verdachte.7 Verdachte heeft verklaard dat hij ‘ [naam] ’ en ‘ [naam] ’ wordt genoemd.8 Bij de doorzoeking van de woning van verdachte is een mobiele telefoon aangetroffen waarop ook WhatsAppberichten zijn gevonden die betrekking hebben op voornoemde brandstichtingen. In deze gesprekken worden door een deelnemer met de naam ‘ [naam] ’ meerdere berichten gestuurd. ‘ [naam] ’ verstuurde deze berichten met het telefoonnummer [telefoonnummer] .9 [naam] betreft [A] .10

In de gevonden WhatsAppgesprekken staat onder meer het volgende:

[naam] Maar boys 30-11-2015 23:11:01

[naam] Wat is de planning 30-11-2015 23:11:05

[naam] Met nieuwjaar 30-11-2015 23:11:07

[naam] Waar gaan we terroriseren 30-11-2015 23:11:12

[naam] Molotov cocktails weer? 30-11-2015 01:27:3011

en

[naam] Ik neem rugtas mee 31-12-2015 18:44:46

[naam] Ik ga als ik klaar ben ff naar huis 31-12-2015 18:44:57

[naam] Die flesjes vullen 31-12-2015 18:45:00

[naam] Dan kom ik [naam] 31-12-2015 18:45:0712

en

[naam] Ik heb nooit een steen aangeraakt 4-1-2016 17:09:59

[naam] Andere mensen deden dat 4-1-2016 17:10:02

[naam] Ik deed de rest 4-1-2016 17:10:0613

en

[naam] Ik heb 3 liter benzine gehaald en 6 flesjes water 31-12-2015 17:08:48

[naam] Die ga ik vullen straks met benzine 31-12-2015 17:08:55.14

Medeverdachte [medeverdachte ] heeft bij de politie verklaard dat het klopt dat in WhatsAppgesprekken was afgesproken dat ze met molotovcocktails en vuurwerkbommen chaos gingen veroorzaken en dat hij wist dat ze auto’s in brand gingen steken.15

Ten aanzien van de Alfa Romeo met kenteken [kenteken]

[benadeelde 1] heeft verklaard dat zij op 31 december 2015 haar auto, een Alfa Romeo met kenteken [kenteken] , omstreeks 20.30 uur had geparkeerd aan de Wilhelminaweg in Woerden. Op 1 januari 2016 omstreeks 4.00 uur zag zij dat haar auto volledig uitgebrand was.16

De getuige [getuige] heeft verklaard dat zij rond 21.47 uur een groep jongens joelend zag wegrennen. Er bleek een auto, een Alfa Romeo, in brand te staan. Het was voor [getuige] duidelijk dat de jongens de brand hadden aangestoken, omdat ze joelden en schreeuwden. Haar man had een knal gehoord.17

[A] heeft verklaard dat hij bij de brand van de Alfa Romeo was en dat verdachte deze auto in brand heeft gestoken.18

In een van de op de telefoon van verdachte aangetroffen WhatsAppgesprekken stond het volgende:

[naam] Die alfa die vuur komt er kk vet uit 4-1-2016 15:14:26

[B] Wie had die alfa gedaan 4-1-2016 15:14:54

[naam] 4-1-2016 15:15:0119

en

[naam] Welke filmpje 4-1-2016 23:17:33

[naam] Van alfa 4-1-2016 23:17:35

[naam] Hebben ze het hele filmpje? 4-1-2016 23:18:48

[naam] Eeuy 4-1-2016 23:20:19

[naam] Ik ben gone 4-1-2016 23:20:22

[naam] Hele filmpje 4-1-2016 23:20:25

[medeverdachte ] [naam] wollah me je ziet je hofd 4-1-2016 23:20:40

[medeverdachte ] Hoofd 4-1-2016 23:20:42

[naam] wollaj vind zielig voor [naam] 4-1-2016 23:20:59.20

Ten aanzien van de Renault Megane met kenteken [kenteken]

[benadeelde 2] heeft verklaard dat haar auto, een Renault Megane met kenteken [kenteken] , op 31 december 2015 geparkeerd stond voor haar woning aan [adres] in [woonplaats] en dat zij rond 23.55 uur hoorde dat haar auto helemaal uitgebrand was. Zelf had ze niets van de brand gezien, maar zij zag bij thuiskomst dat de auto volledig uitgebrand was.21

De politie zag rond 23.40 uur een Renault Megane op de oprit van de woning aan [adres] in Woerden in brand staan. De politie hoorde van een buurtbewoner dat zij omstreeks 23.30 uur een harde knal hoorde en dat zij vervolgens zag dat er op [adres] een auto in brand stond. Zij zag dat de vlammen uit de raamopening van het bijrijdersportier kwamen.22

Op de telefoon van verdachte stonden onder meer de volgende WhatsAppberichten:

[naam] Heeft die [C] aangifte gedaan? 3-1-2016 4:20:41

[naam] gooi eens een foto 3-1-2016 4:20:45

[naam] [medeverdachte ] 3-1-2016 4:21:21

[naam] Gooi eens een foto 3-1-2016 4:21:24

[naam] Wil weten van wie ik die auto gepakt heb  3-1-2016 4:21:3223

en

[medeverdachte ] Mijn vader is gebeld door politie over die 4-1-2016 0:53:27

van [C] hoor

[naam] [symbool poppetje met arm omhoog] 4-1-2016 0:53:35

[naam] was ik ook 4-1-2016 0:53:38.24

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2

Verdachte heeft aangegeven ‘ [naam] ’ te worden genoemd en hij niet heeft weersproken dat hij in de appgroep onder de naam ‘ [naam] ’ berichten heeft verstuurd. Het telefoonnummer dat bij de naam ‘ [naam] ’ hoort is hetzelfde als het telefoonnummer dat in dezelfde periode ook bij de naam ‘ [naam] ’ wordt gebruikt. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat het ook verdachte is die onder de naam ‘ [naam] ’ berichten heeft gestuurd.

De rechtbank overweegt dat van het "in vereniging" plegen van geweld sprake is, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte actief betrokken was bij het maken van de plannen in de WhatsAppgroep(en) om met oud en nieuw auto’s in brand te gaan steken. Hij heeft hiervoor de nodige materialen zoals benzine en mortieren verzameld en deze meegenomen toen hij de straat opging op de bewuste oudejaarsavond. Vervolgens heeft hij zich bij de groep jongeren gevoegd die zich met de brandstichtingen hebben bezig gehouden en blijkt uit de verklaring van [A] en de appberichten dat hij de Alfa Romeo en de Renault Megane in brand heeft gestoken dan wel heeft ‘gepakt’. Ten aanzien van de Renault Megane is daarbij van belang dat uit het dossier volgt dat de dochter van de aangeefster [C] is genaamd. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bij het in brand steken van de Alfa Romeo en de Renault Megane aanwezig was en daarbij ook een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd, zodat feit 2 bewezen is voor zover het deze twee auto’s betreft.

Ten aanzien van feit 3

[benadeelde 4] heeft verklaard dat hij op 8 september 2015 zijn portemonnee bovenop de kluisjes in zijn school in Woerden had gelegd. Nadat hij erachter kwam dat hij zijn portemonnee had laten liggen, is hij teruggegaan naar de kluisjes en zag hij dat zijn portemonnee er niet meer lag.25 In de portemonnee zaten geld, een zorgpas en een bankpas.26

Tijdens een doorzoeking op 30 maart 2016 in de woning van verdachte zijn in zijn slaapkamer een bankpas op naam van [benadeelde 4] en een zorgpas op naam van [benadeelde 4] aangetroffen.27

Verdachte heeft verklaard dat hij op school op de kluisjes een portemonnee heeft gevonden. Hij heeft verklaard dat hij de portemonnee naar de conciërge wilde brengen, maar dat er niemand meer was en dat hij de portemonnee toen maar mee naar huis heeft genomen.28

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 3

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte de portemonnee met inhoud heeft gestolen. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het onder 3 primair tenlastegelegde.

De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte de portemonnee heeft verduisterd. Van belang hiervoor is allereerst de tijd die is verstreken tussen het meenemen van de portemonnee door verdachte en het aantreffen van de pasjes van aangever in de slaapkamer van verdachte door de politie, te weten bijna zeven maanden. Gelet op dit tijdverloop acht de rechtbank het niet geloofwaardig dat verdachte de portemonnee nog mee terug wilde nemen naar school om deze aan de conciërge te geven. De rechtbank wordt in deze overtuiging gesterkt door de omstandigheid dat de pasjes van aangever los in de slaapkamer van verdachte zijn aangetroffen en kennelijk dus uit de portemonnee zijn gehaald, terwijl niet is gebleken waar de portemonnee zelf en het geld dat daarin volgens aangever zat, zijn gebleven. Hieruit maakt de rechtbank op dat verdachte zich de portemonnee opzettelijk en wederrechtelijk heeft toegeëigend.

4.3.2

Partiële vrijspraak feit 2

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook een dergelijke wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het openlijk geweld dat die nacht gepleegd is tegen de volgende voertuigen:

- een personenauto van het merk Hyundai, type Tucson, met kenteken [kenteken] ;

- een vrachtwagen van het merk Mitsubishi, type Canter, met kenteken [kenteken] ;

- een personenauto van het merk Toyota, type Aygo, met kenteken [kenteken] .

Verdachte wordt dan ook van die onderdelen van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

Primair

in of omstreeks de periode gelegen tussen 30 december 2015 tot en met 31 december 2015 te Woerden, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk brand te stichten in een auto (merk: Renault, type Megane), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met dat opzet een fles met benzine heeft gevuld en een nitraatbom aan die fles heeft vastgemaakt en (vervolgens) die fles in die auto heeft gegooid, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

2.

op 31 december 2015 te Woerden, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, namelijk op of aan de hieronder genoemde wegen, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen meerdere voertuigen:

- een personenauto (merk: Alfa, type Romeo, met kenteken: [kenteken] ) aan de

Wilhelminaweg

- een personenauto (merk: Renault, type Megane, met kenteken: [kenteken] ) aan de [adres]

welk geweld bestond uit het gooien van (bak)ste(e)n(en) door/op/tegen één of meerdere ruit(en) van de voertuigen en (vervolgens) het gooien van vuurwerk in de voertuigen, terwijl dit door hem gepleegde geweld vernieling ten gevolge heeft gehad;

3.

Subsidiair

in de periode gelegen tussen 8 september 2015 en 30 maart 2016 te Woerden, opzettelijk een portemonnee met daarin een zorgpas en een bankpas, toebehorende aan [benadeelde 4] , welke goederen verdachte anders dan door misdrijf, te weten als houder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Voor zover in het bewezenverklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

onder 1 primair: Medeplegen van poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

onder 2: Openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen, meermalen gepleegd;

onder 3 subsidiair: Verduistering.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat het vreemd is dat de officier van justitie op de dagvaarding heeft vermeld dat hij voornemens is toepassing van het jeugdstrafrecht te vorderen en dat hiervan in de vordering van de officier van justitie ter zitting niets blijkt. De verdediging heeft verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om een reclasseringsrapport op te laten maken, waarin onder meer de vraag of een gevangenisstraf wenselijk is wordt onderzocht.

Subsidiair is de verdediging van mening dat bij het opleggen van een straf rekening gehouden moet worden met de leeftijd en de proceshouding van verdachte. Een werkstraf is een passende straf en verdachte is ook bereid een werkstraf te verrichten.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank wijst het verzoek de behandeling van de zaak aan te houden voor het laten opmaken van een reclasseringsrapport, af, aangezien de rechtbank zich voldoende voorgelicht acht over de persoon van verdachte.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte is tijdens oudejaarsavond en de oudejaarsnacht van 31 december 2015 op 1 januari 2016 met een grote groep jongeren de straat op gegaan en heeft een auto geprobeerd in de brand te steken. Verder heeft hij geweld gepleegd tegen meerdere auto’s, door deze in brand te steken. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het geweld en de poging brandstichting van de auto’s onderdeel was van een reeks autobranden die gedurende die avond en nacht in Woerden hebben plaatsgevonden. Uit het dossier volgt immers dat verdachte samen met de groep jongeren kennelijk tot gezamenlijk doel hadden om autobranden te plegen en dat zij in verschillende samenstellingen verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het geweld door meerdere auto’s in de brand te steken. Een (deel van de) jongeren had van tevoren plannen beraamd en voorbereidingen getroffen. Dit om chaos te creëren en de politie te pakken zoals verdachte zelf tegenover de politie heeft verklaard. Het geweld met de brandstichtingen heeft een grote impact gehad op de bewoners van de wijken in Woerden die hierdoor geteisterd zijn en hebben gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving als geheel opgeleverd. Tevens heeft verdachte het eigendomsrecht aangetast en eigenaren beroofd van een vervoermiddel en hen financieel leed berokkend. Uit de slachtofferverklaring van de eigenaar van een van de auto’s komt ook naar voren dat het voorval veel impact heeft gehad op het gezin en dat het angst, boosheid, verdriet en slapeloosheid teweeg heeft gebracht.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering van een portemonnee met inhoud. Dit vermogensdelict veroorzaakt financiële schade en overlast voor eigenaar van de portemonnee.

Verdachte heeft weliswaar gedeeltelijk verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen door een bekentenis af te leggen voor de poging brandstichting van één auto, maar hij ontkent een aandeel te hebben gehad bij de geweldplegingen door meerdere auto’s in de brand te steken en hij spiegelt een ander beeld voor dan de rechtbank uit de bewijsmiddelen afleidt.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS, waaruit volgt dat het uitgangspunt voor verduistering 20 uur taakstraf is. Met betrekking tot openlijk geweld tegen goederen door een reeks auto’s te beschadigen is het uitgangspunt volgens de oriëntatiepunten 60 uur taakstraf. De rechtbank overweegt dat in deze zaak geen sprake is van beschadiging maar van vernieling van meerdere auto’s door middel van brandstichting. Ook is nog sprake van een poging tot brandstichting. Met betrekking tot (openlijk geweld door middel van) brandstichting heeft het LOVS geen oriëntatiepunten vastgesteld; een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 23 oktober 2017, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke misdrijven. In september 2016 heeft hij een transactie aanvaard voor geweld tegen de politie.

De rechtbank weegt ten aanzien van het bewezenverklaarde genoemd onder feit 2 in strafverzwarende zin mee de ernst van de schade en het georganiseerde karakter van de groep.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte ten tijde van het plegen van de feiten, zijn persoonlijke omstandigheden en de tijd die sinds de gepleegde feiten is verstreken een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend is. De rechtbank zal daarom afwijken van de vordering van de officier van justitie en een taakstraf opleggen met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank acht, alles afwegende, een taakstraf voor de duur van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis, passend en geboden. Daarnaast vindt de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken op zijn plaats, om de ernst van de gepleegde feiten tot uitdrukking te brengen en verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

9 BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 753,-. Dit bedrag bestaat uit € 553,- materiële schade en € 200,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2, vierde gedachtestreepje, ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk wordt toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente, en dat de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de vordering van de benadeelde partij niet voor toewijzing in aanmerking komt, nu verdachte moet worden vrijgesproken. Subsidiair is de verdediging van mening dat de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen, aangezien de materiële schade niet is onderbouwd en bovendien in de verklaring van de benadeelde op pagina 89 van het Dossier Bijlagen andere goederen en andere bedragen worden genoemd dan vermeld in de vordering. Ten aanzien van de immateriële schade is de verdediging van mening dat de vordering moet worden afgewezen, aangezien een wettelijke grondslag voor de gevorderde schadevergoeding ontbreekt.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de vordering van [benadeelde 2] , gelet op de aard, ernst en omstandigheden van het feit en de in de vordering gegeven toelichting, voor een deel voldoende onderbouwd en toewijsbaar.

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 550,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 31 december 2015 tot de dag van volledige betaling.

De materiële schade komt voor vergoeding in aanmerking tot een bedrag van € 350,-. De rechtbank acht voldoende onderbouwd dat als gevolg van de brand in de auto twee (zonne)brillen en een windscherm zijn verwoest. De hoogte van de schade schat de rechtbank op genoemd bedrag. De immateriële schade komt in zijn geheel voor vergoeding in aanmerking, nu voldoende is onderbouwd dat sprake is van een aantasting van de persoon in de zin van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek en het gevorderde bedrag redelijk is in het licht van de ernst van het gepleegde feit en de aantasting van de persoon.

De benadeelde partij heeft meer gevorderd dan de rechtbank zal toewijzen. De behandeling van de vordering levert voor dat deel een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht met zijn mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde 2] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 550,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 31 december 2015 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden vervangen door 11 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 47, 57, 63, 141, 157 en 321 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 2, eerste, tweede en vijfde gedachtestreepje, en 3 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 primair, 2, derde en vierde gedachtestreepje, en 3 subsidiair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 weken;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;

Benadeelde partij

- wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 550,-, bestaande uit € 350,- materiële schade en € 200,- immateriële schade;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2015 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- verklaart [benadeelde 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 550,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2015 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling te vervangen door 11 dagen hechtenis, met dien verstande dat dat toepassing van deze hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. van den Boogaard, voorzitter, mrs. H.F. Koenis en D. Riani el Achhab, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 december 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

Primair

hij in of omstreeks de periode gelegen tussen 30 december 2015 tot en met 31

december 2015 te Woerden, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het

door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk brand te stichten in/aan een auto (merk:

Renault, type Megane), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten

was, (namelijk één of meerdere auto's, geparkeerd op/aan de openbare weg, te

weten op/aan de Irisstraat) tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met dat opzet een fles met benzine heeft/hebben gevuld en/of

een nitraatbom/rotje, in ieder geval een stuk vuurwerk, aan die fles

heeft/hebben vastgemaakt en/of (vervolgens) die fles in die auto heeft/hebben

gegooid/gedaan, in elk geval met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft

gebracht met de inventaris van die auto, althans met (een) brandbare

stof(fen), zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode gelegen tussen 30 december 2015 tot en met 31

december 2015 te Woerden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een

personenauto (merk: Renault, type Megane, met kenteken: [kenteken] ) in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] en/of [benadeelde 3]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), heeft/hebben vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar

gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode gelegen tussen 31 december 2015 tot en met 1

januari 2016 te Woerden, in elk geval in Nederland, openlijk, te weten op of

aan de openbare weg, namelijk op of aan de hieronder genoemde weg(en), in

vereniging geweld heeft gepleegd tegen één of meerdere voertuig(en):

- een personenauto (merk: Hyundai, type Tucson, met kenteken: [kenteken] {) op/aan

de Iepenlaan

- een vrachtwagen (merk: Mitsubishi, type Canter, met kenteken: [kenteken] )

op/aan de Johan de Wittlaan

- een personenauto (merk: Alfa, type Romeo, met kenteken: [kenteken] ) op/aan de

Wilhelminaweg

- een personenauto (merk: Renault, type Megane, met kenteken: [kenteken] ) op/aan

[adres]

- een personenauto (merk: Toyota, type Aygo, met kenteken: [kenteken] ) op/aan

de Kievitstraat

welk geweld bestond uit het eenmaal of meermalen gooien van één of meerdere

(bak)ste(e)n(en) door/op/tegen één of meerdere ruit(en) van het/de

voertuig(en) en/of (vervolgens) het eenmaal of meermalen gooien van vuurwerk

in het/de voertuig(en), terwijl dit door hem gepleegde geweld vernieling ten

gevolge heeft gehad;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 141 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

Primair

hij op of omstreeks 08 september 2015 te Woerden, in elk geval in Nederland,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

portemonnee met daarin een zorgpas en een bankpas, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij in of omstreeks de de periode gelegen tussen 8 september 2015 tot en met

30 maart 2016 te Woerden, in elk geval in Nederland, opzettelijk een

portemonnee met daarin een zorgpas en een bankpas, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door

misdrijf, te weten als houder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft

toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte Algemeen Dossier van 8 maart 2017 in het onderzoek 09Roof, genummerd 2016158915 A, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 120. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van bevindingen nr. PL0900-2016000885-4, pagina 7 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

3 Proces-verbaal van bevindingen nr. PL0900-2016000885-4, pagina 10 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

4 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte nr. PL0900-2016000885-11, pagina 226 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

5 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte nr. PL0900-2016000885-16, pagina 235 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

6 Proces-verbaal ter terechtzitting van 7 december 2017.

7 Proces-verbaal van verdenkingen, doorgenummerde pagina’s 22 en 23.

8 Proces-verbaal ter terechtzitting van 7 december 2017.

9 Proces-verbaal van verdenkingen, doorgenummerde pagina 23.

10 Een geschrift, te weten een weergave van WhatsAppberichten, pagina 186 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

11 Een geschrift, te weten een weergave van WhatsAppberichten, pagina 275 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

12 Een geschrift, te weten een weergave van WhatsAppberichten, pagina 289 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

13 Een geschrift, te weten een weergave van WhatsAppberichten, pagina 284 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

14 Een geschrift, te weten een weergave van WhatsAppberichten, pagina 324 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

15 Proces-verbaal van bevindingen nr. PL0900-2015368381-52, pagina 200C van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

16 Proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 95.

17 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 98.

18 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte, doorgenummerde pagina 103.

19 Een geschrift, te weten een weergave van WhatsAppberichten, pagina 303 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

20 Een geschrift, te weten een weergave van WhatsAppberichten, pagina 315 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

21 Proces-verbaal aangifte nr. PL0900-2016000561-1, pagina 86 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

22 Proces-verbaal van bevindingen nr. PL0900-2016000561-4, pagina 91 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

23 Een geschrift, te weten een weergave van WhatsAppberichten, pagina’s 277 en 278 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

24 Een geschrift, te weten een weergave van WhatsAppberichten, pagina 299 van het Dossier Bijlagen behorend bij Onderzoek 09Roof.

25 Proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 118.

26 Bijlage goederen bij proces-verbaal aangifte, doorgenummerde pagina 120.

27 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, doorgenummerde pagina 116.

28 Proces-verbaal ter terechtzitting van 7 december 2017.