Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:6256

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24-11-2017
Datum publicatie
10-01-2018
Zaaknummer
6387842 AV EXPL 17-46
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vonnis in kort geding. Verhuurster vraagtontruiming van het gehuurde, omdat huurster zich niet als goed huurster zou gedragen. Kantonrechter wijst gevraagde ontruiming af. Uitspraak in klare taal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2018/40
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 6387842 AV EXPL 17-46 T/31668

Kort geding vonnis van 24 november 2017

inzake

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen: ‘ [eiseres] ’,

eisende partij,

gemachtigde: mr. R. Boekhoff,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen: ‘ [gedaagde] ’,

gedaagde partij,

gemachtigde: aanvankelijk mr. G.A.E.M. van Zinnicq Bermann, nu mr. P.G.F.M. van Oss.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De oproep om voor de rechter te verschijnen van 19 oktober 2017, met bijlagen.

1.2.

De fax van 7 november 2017 van de gemachtigde van [gedaagde] , met bijlage.

1.3.

De zitting heeft op 10 november 2017 plaatsgevonden. [eiseres] is zelf verschenen, samen met haar kleinzoon, en haar gemachtigde. [gedaagde] is ook zelf verschenen samen met haar gemachtigde. De gemachtigde van [eiseres] heeft tijdens de zitting een verklaring van [eiseres] voorgelezen. De gemachtigde van [gedaagde] heeft zijn standpunten op schrift gezet en deze tijdens de zitting voorgelezen. De rechter heeft partijen de gelegenheid gegeven om te reageren op elkaars standpunten. De griffier heeft bijgehouden wat ter zitting is besproken.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] (78 jaar) heeft sinds 1 mei 2009 aan [gedaagde] (76 jaar) verhuurd, de in haar achtertuin gelegen (geschakelde) studio. Deze studio bestaat uit een woonkamer, slaapkamer, badkamer, keuken, terras en een deel van de berging. De aanvangshuurprijs is bepaald op

€ 850,00 inclusief servicekosten per maand.

2.2.

[eiseres] heeft in haar brief van 2 mei 2013 het volgende aan [gedaagde] geschreven:

“(…)

Een andere zaak is dat ik al enige tijd merk ik dat er tuingereedschap (hark, bezem, gieter enz.) en meubilair (krukje en bankje) verplaatst worden in de tuin. Vorige week nog vond ik mijn bankje verzet en het krukje op z’n kop op een heel andere plek in de tuin. Ook mijn handschoenen, knipschaar en mijn nieuw gekochte plantjes lagen verspreid in de tuin.

(…)

Tenslotte nog een opmerking over jouw fiets in de garage. We hadden hierover afgesproken dat je de fiets met de fietstassen links tegen de muur zou zetten, met de tassen aan de straatkant. Helaas constateer ik de laatste tijd dat de fiets weer met het stuur naar de straatkant staat, waardoor er minder plaats is. Graag je fiets weer plaatsen op de manier zoals we hebben afgesproken.

[voornaam van gedaagde] , je ziet dat ik er alles aan doe om het jou naar de zin te maken. Ik vertrouw er dan ook op dat hiermee je klachten, c.q. ergernissen zijn opgelost.

(…)”

2.3.

[eiseres] heeft in haar brief van 14 januari 2016 aan [gedaagde] geschreven dat de huur vanaf het begin van de huurovereenkomst niet is verhoogd, wat op grond van de huurovereenkomst wel is toegestaan. [eiseres] schrijft verder dat de huurprijs per 1 april 2016 daarom wordt verhoogd van € 850,00 naar € 935,00 per maand.

2.4.

[gedaagde] heeft naar aanleiding van de door [eiseres] aangezegde huurverhoging de Huurcommissie ingeschakeld. [gedaagde] heeft de Huurcommissie gevraagd om te beoordelen of het (huurverhogings)voorstel van [eiseres] redelijk is.

2.5.

De Huurcommissie heeft het voorstel van [eiseres] beoordeeld. Volgens de Huurcommissie is ten eerste sprake van een all-in huurprijs. De Huurcommissie heeft deze huurprijs met ingang van 1 december 2016 gesplitst in een kale huurprijs en een voorschot voor de servicekosten. De hoogte van de kale huurprijs heeft de Huurcommissie per 1 december 2016 vastgesteld op € 467,50 per maand. De hoogte van het voorschotbedrag aan servicekosten heeft de Huurcommissie bepaald op € 212,50 per maand. Zowel [eiseres] als [gedaagde] heeft de uitspraak van de Huurcommissie niet voorgelegd aan de (kanton)rechter. Dat betekent dat wat de Huurcommissie heeft beslist tussen hen geldt.

2.6.

Op 18 februari 2017 heeft [eiseres] bij de politie aangifte gedaan van mishandeling. De politie heeft van die aangifte een proces-verbaal opgemaakt. [eiseres] heeft het proces-verbaal bij haar stukken gevoegd. Na lezing blijkt dat [eiseres] aangifte heeft gedaan omdat zij op 9 februari 2017 in haar hand zou zijn gebeten door [gedaagde] .

2.7.

In de brief van [eiseres] van 22 februari 2017 aan [gedaagde] staat dat [eiseres] de ruimte die in gebruik is als wasruimte voor [gedaagde] zal gaan afsluiten, dat zij de directe kabelverbinding met de woning van [gedaagde] zal gaan verbreken en dat zij maatregelen zal nemen om te zorgen dat [gedaagde] niet meer bij de stoppenkast kan.

2.8.

In een brief op naam van [J] , werkzaam bij [bedrijfsnaam] BV, staat het volgende:

“(…)

Enkele jaren geleden, toen ondergetekende met [bedrijfsnaam] BV nog een winkel had op het [adres] [vestigingsplaats] kwam op een dag een dame binnenlopen (mevrouw [gedaagde] ) met de vraag of we ook kamers in de verhuur hadden.

(…)

Mevrouw [gedaagde] is in de maanden en jaren daarna nog een aantal malen op kantoor langs geweest om te vragen of we misschien andere huurruimte hadden, want de situatie op de [straatnaam] was volgens haar ‘onhoudbaar’. Ze ging echter nooit in op het voorstel om een opdracht tot aanhuurdienstverlening met [bedrijfsnaam] BV aan te gaan.

Lange tijd later nam mevrouw [eiseres] contact met me op over de gespannen situatie met huurster. Na haar te hebben aangehoord zelfs melding gemaakt bij de politie om de situatie op de [straatnaam] [nummeraanduiding] (en [nummeraanduiding] ) in de gaten te houden omdat ondergetekende de situatie gevaarlijk achtte voor mevrouw [eiseres] door gedrag van huurster.

(…)

2.9.

In een brief van 31 augustus 2017, die niet is voorzien van een handtekening, schrijven de bewoners van de [straatnaam] [nummeraanduiding] het volgende:

“(…)

Graag voldoe ik aan jouw verzoek om onze ervaringen met mevrouw [gedaagde] te beschrijven.

Mijn man en ik hebben mevrouw [gedaagde] een paar keer ontvangen toen ze bij ons aan de deur kwam. Zij sprak over haar verhouding met mevrouw [eiseres] . Wat opviel was:

- dat zij achterdochtig was over de bedoelingen van mevrouw [eiseres]

- dat zij zich beklaagde over de huissleutel die niet op de goede plek lag

- zij vroeg of wij woonruimte voor haar wisten; zij vertelde dat zij wel weg wilde, maar dat dat allemaal moeilijk was. Dit heeft zij zeker 4 jaar geleden al gezegd.

In 2013 hebben wij gezien dat plantjes en een krukje door de tuin waren gegooid, iets wat onze buurvrouw nooit zou doen.

(…)

Verder hebben wij de bijtwonden gezien die mevrouw [gedaagde] heeft veroorzaakt bij onze buurvrouw. Mevrouw [gedaagde] heeft haar fysiek aangevallen, naast alle verbale agressie naar mevrouw [eiseres] toe.

(…)

De auto van mevrouw [gedaagde] staat geparkeerd door de hele wijk heen en als we haar tegenkomen, zal ze ons niet groeten, ze doet of ze ons niet ziet. Wat overlast betreft het volgende: een paar weken geleden nog zaten wij buiten onder onze overkapping en ik wist dat onze buurvrouw, mevrouw [eiseres] , in de tuin bezig was. Opeens hoorde ik een vreemde stem heel hard “bèh, bëh” roepen. Dit was absoluut niet de stem van mevrouw [eiseres] , maar hij kwam van dichtbij, dus dit moet mevrouw [gedaagde] geweest zijn, hetgeen door mevrouw [eiseres] werd bevestigd. Het was een bizarre ervaring.

Ca. 2 weken geleden op een zondagavond hoorden we ineens enorm harde muziek uit de tuin van de buren komen, het was een galmende soort klassieke muziek,waarbij de volumeknop voluit stond. Het duurde zeker zo’n anderhalf uur tot het stopte. Voordat de muziek begon, waren 2 kleinzoons van mevrouw [eiseres] aan het tafeltennis spelen in de tuin. Wij zaten buiten en we hoorden slechts het tik-tak van het balletje en af en toe spraken de jongens met elkaar; ze waren heel rustig bezig en maakten zeker geen lawaai.

(…)

Wij betreuren het zeer dat mevrouw [eiseres] al jarenlang geterroriseerd wordt door mevrouw [gedaagde] . Het heeft een verwoestende invloed op haar gezondheid en de terreur

lijkt steeds erger te worden. Mevrouw [eiseres] is bang voor haar, hetgeen mij niet onterecht lijkt, gelet op de nare ervaringen in het verleden.

(…)”

2.10.

In een brief van 3 september 2017, die niet is voorzien van een handtekening, schrijven [voorletter] en [voorletter] [I] , bewoners [straatnaam] [nummeraanduiding] , het volgende:

“(…)

Ik woon zelf al twee en twintig jaar in de [straatnaam] en in die tijd heb ikje leren kennen als een sociale vrouw een persoon die altijd geïnteresseerd is in andere mensen klaar staat voor anderen. Ik vindt het verschrikkelijk wat jou wordt aangedaan door je huurster, zelfs tijdens je ziek zijn informeerde je altijd nog hoe het met een ander ging.

Wat ontzettend jammer dat je in deze situatie bent terecht gekomen dit verdien je niet en kan het haast niet geloven dat er nog zulken ondankbare mensen bestaan In de eerste instantie wist ik niet dat deze Dame bij je de studio had gehuurd, maar ik heb haar een keer aangesproken over haar parkeer gedrag, toen kwam ze met een verhaal wat je haar allemaal aandeed ik stond verbaasd en vroeg of we het over de zelfde persoon spraken, en weet noemde ze jou naam.

Ik heb haar verteld dat ik al 20 jaar hier woon en [voornaam van eiseres] heb leren kennen als een sociale vrouw met een warm en behulpzaam hart en zoiets nooit zou doen, haar auto vernielen, planten uit de tuin trekken, schelden dat doet [voornaam van eiseres] niet. Ik heb haar toen geadviseerd naar een andere woning via de makelaar uit te kijken voor ieders woongenot.

(…)”

2.11.

In een brief van 6 september 2017, die niet is voorzien van een handtekening, schrijft [K] , het volgende:

“(…)

Ik ben de laatste twee jaar geregeld bij [eiseres] geweest om klusjes te doen in

en om het huis. Haar huurster mevrouw [gedaagde] heb ik vaak vreemde en rare dingen zien doen. Mevrouw [eiseres] is telkens gepest en is ten einde raad, ze kan er niet meer tegen. Mevrouw [eiseres] heeft meer dan een halfjaar in de huiskamer moeten slapen, omdat ze haar heup had gebroken en zodoende niet de trap meer op kon. Ze moet ook met een rollator lopen. Hieronder wat zaken, die ik persoonlijk heb meegemaakt:

Mevrouw [gedaagde] heeft tot twee keer toe een grote pot met planten van [eiseres] omgegooid in de tuin, zonder dat daar aanleiding voor was. Mevrouw [gedaagde] heeft 3 maanden lang haar wasgoed in de droogtrommel van [voornaam van eiseres] laten zitten. Heel erg vreemd. Waarom? Mevrouw [gedaagde] heeft [voornaam van eiseres] in haar hand gebeten, tot bloedens toe. foto,s zijn door de politie gemaakt. Mevrouw [gedaagde] heeft achter het huis zo hard tegen de schutting aan getrapt, dat er een plantenbak aan diggelen is gevallen op de voet van [voornaam van eiseres] . Verschillende keren heeft mevrouw [gedaagde] , zonder reden, [voornaam van eiseres] toegeschreeuwd met de woorden: Heks. Mevrouw [gedaagde] zet haar auto niet voor de deur, want daar zitten aardstalen. Ook in haar huiskamer zitten veel plakgeeltjes tegen het plafond, omdat daar ook aardstralen vandaan komen. Mevrouw [gedaagde] is niet dom, maar ze spoort niet! Tientallen brieven van mevrouw [gedaagde] , die ik mocht lezen, bevatten allemaal aantijgingen en leugens en suggesties. Volgens mij gelooft ze in haar eigen leugens.

(…)”

2.12.

Op 7 september 2017 heeft [A] een e-mail gestuurd aan de gemachtigde van [eiseres] . [A] werkt als […] bij de gemeente Soest. In zijn e-mail schrijft [A] het volgende:

“(…)

Ik zal een korte schets van de situatie beschrijven van het proces vanaf het moment dat wij bij de gemeente Soest de melding binnen kregen via het MBZO overleg. (Meldpunt bijzondere zorg en overlast, GGD, (…)

Zoals u weet is heeft mevrouw [eiseres] al enige tijd overlast van mevrouw [gedaagde] in de vorm van pesterijen. Mevrouw [gedaagde] heeft ook bij mij aangegeven overlast in de vorm van pesterijen van mevrouw [eiseres] te ervaren. Vanuit het Sociaal team hebben wij geprobeerd tot een oplossing te komen door met hen beide in gesprek te gaan. We hebben buurtbemiddeling ingeschakeld vanuit Stichting Welzin ( [B] ). Helaas stond alleen mevrouw [eiseres] open voor deze oplossing wat ervoor heeft gezorgd dat de bemiddeling niet tot stand heeft kunnen komen. Mevrouw [B] heeft daarom op ons verzoek besloten mevrouw [eiseres] wel te blijven ondersteunen in de vorm van Maatschappelijk werk.

Ook heb ik voorgesteld om GGZ centraal eens mee te laten kijken. De reden hiervan was dat beide dames elkaar als gek/niet goed bij het hoofd hebben bestempelt. Ik heb toen gezegd dat alleen een psychiater dat kan bepalen. In eerste instantie wilde mevrouw [gedaagde] hier aan meewerken op de voorwaarde dat mevrouw [eiseres] eerst een afspraak ging maken. Mevrouw [eiseres] heeft de afspraak gemaakt en is ook voor een intake geweest bij GGZ centraal. Mevrouw [gedaagde] heeft naar mijn weten deze actie niet uitgevoerd. De gemoederen waren niet bedaard en ik heb daarom voorgesteld dat de beide dames elkaar zo weinig tegen moesten komen in en rond het huis om zo escalatie te voorkomen. Ik heb gevraagd aan mevr [eiseres] of mevrouw [gedaagde] een andere mogelijkheid heeft om haar was te doen zodat mevrouw [gedaagde] niet meer door de tuin van mevrouw [eiseres] hoeft te komen. We hebben een loodgieter gevraagd een offerte te maken voor een wasmachine aansluiting op een andere plek. Mevrouw [gedaagde] wilde helaas de loodgieter niet binnenlaten om te laten kijken wat de opties waren.

Ik heb het advies gegeven om een schutting te plaatsen rondom het terras van mevrouw [gedaagde] om zo de privacy van beide dames als zij buiten in de tuin zijn wat beter te garanderen. Wel heb ik gezegd dat er een opening in moest blijven zodat mevrouw [gedaagde] op afgesproken tijden haar was kon blijven doen. De was doen op afgesproken tijden was een idee van mevrouw [eiseres] . De reden hiervan was dat mevrouw [eiseres] dan wist wanneer zij elkaar tegen het lijf zouden kunnen lopen en op deze manier escalatie probeert te voorkomen. Helaas hebben alle interventies er nog niet toe kunnen komen dat de rust is weergekeerd.

(…)”

2.13.

In een brief van 11 september 2017, die niet is voorzien van een handtekening, schrijft [C] , wonende aan de [straatnaam] [nummeraanduiding] , het volgende:

“(…)

Enkele ervaringen van [C] met mevrouw [gedaagde] , huurster van mevrouw [eiseres] , geschreven op verzoek van mw. [eiseres] . Mw. [eiseres] is mijn buurvrouw en mw. [gedaagde] woont in een appartement dat vlak tegen mijn achtertuin ligt. Mw. [eiseres] verhuurt dit appartement al geruime tijd aan verschillende mensen. De laatste jaren is dat mw. [gedaagde] . De kontakten met eerdere huurders beperkten zich tot groeten en af en toe een kort praatje over het weer zoals dat meestal met buren gaat. Met mevrouw [gedaagde] is dat anders. Terugkijkend is dat vooral anders geworden in de loop van de tijd.

(…)”

2.14.

[gedaagde] heeft op 14 september 2017 [eiseres] opgeroepen om (in kort geding) te verschijnen voor de rechter van de Rechtbank Midden Nederland. [gedaagde] heeft de rechter, onder meer, gevraagd om te bepalen dat [eiseres] haar weer toegang verleent tot de wasruimte, dat [eiseres] de schutting verwijdert, dat [eiseres] de tv kabelaansluiting herstelt en dat [eiseres] aanpassingen doet aan de electriciteitsinstallatie, dit alles op straffe van een dwangsom. De mondelinge behandeling stond gepland op 13 oktober 2017, maar [gedaagde] heeft kort daarvoor haar verzoeken ingetrokken.

2.15.

In een brief, zonder datum en zonder handtekening, schrijven [D] en

[E] , het volgende:

“(…)

Wij wonen als buren al jaren met jou op de [straatnaam] .

(…)

Bij de huidige huurster, zien we jou veranderen in een niet begrijpende wat er nu gebeurt en ook verdrietige vrouw. Die niet meet in staat is om van het leven en vooral van je huis en je tuin te genieten. Het belemmerd tevens je genezingsproces.,

Onze ervaring met de huidige huurster van jou is een aanvaring omdat ze de auto bij ons voor de oprit parkeert en niet weg wilde halen. Ik ben bij mw langs gegaan om te vragen haar auto weg te halen zij wilde dit in de eerste instantie niet, had als argument niet voor de eigen deur te kunnen parkeren ivm stralingen en het bekrassen van haar auto. Ik ben er niet op ingegaan en na veel woorden heeft ze uiteindelijk toch haar auto weggehaald, en elders geparkeerd. Het andere incident is dat Mw in de late avond harde klassieke muziek heeft gedraaid.

(…)”

2.16.

In een brief, zonder datum en zonder handtekening, heeft een medewerkster van TSN Thuiszorg het volgende geschreven:

“(…)

Vaak trof ik u de laatste tijd zeer overstuur en huilend aan. Ik weet dat u echt gepest wordt door uw achterbuurvrouw en zij u van alles beschuldigd. Dat vind ik echt naar voor u. Ik merk dat u er lichamelijk en geestelijk doorheen zit, en ik wou dat ik u hiermee kon helpen. Zelf heb ik al een paar keer het gekrijs van haar gehoord, en geconstateerd dat ze uit pesterij uw spulletjes die aan de schutting hangen er expres vanaf gooit. Jammer dat dit gebeurt, want u was altijd zo vrolijk, positief en gezellig.

(…)”

2.17.

In een brief, zonder datum en zonder handtekening, heeft “ [F] ” het volgende geschreven:

“(…)

Je hebt mij gevraagd, te bevestigen dat [G] en ik jou een bezoekje brachten op een zondag voor de koffie. We zaten net gezellig in het gras in de tuin, met ons eerst kopje koffie, toen jouw huurster ons weg joeg, door met de tuinstoelen hard over het terras te schuren en de radio met vreselijke muziek zo hard te zetten, dat wij elkaar niet meer konden verstaan. Ik vind het heel erg voor je, dat je zo gepest wordt.

(…)”

2.18.

In een notitie van 3 oktober 2017 van de huisarts van [eiseres] staat het volgende:

“(…)

ad 3) consulten mbt huurster/stress die dat oplevert:

08-09-17 S Huurster heeft haar proces aangedaan, wordt steeds

S heviger, huurster scheidt, bedreigt haar, laat

S haar schrikken, keiharde muziek. Heeft intussen een advocaat in de S hand genomen, politie en gemeente zijn op de hoogte. Heeft soms S oxazepam nodig, gebruikt nu voornamelijk Valeriaan

(…)

12-06-17 S Situatie loopt uit de hand met onderhuurster, zij ziet het, volgens S thuiszorg TSN, het niet meer zitten. Kleinzoon is tijdelijk uit huis, S dus is nu alleen. Heeft contact met [voornaam van B] van buurtpreventie, S echter zij kunnen niets (onderhuurster ontwijkt alle contact)

P gesprek met thuiszorg; evt naar dochter tijdelijk?

P Thuiszorg gaat contact opnemen met [voornaam van B] van politie

(…)

10-02-17 S Mevr is gisteren twee keer door de buurvrouw in de hand gebeten.

S Politie heeft foto’s gemaakt van de hand.

O Wond; Tanden niet door de huid heen, alleen tandafdrukken te O zien. Hand is ook helemaal blauw volgens mevr.

P Geen tetanus nodig omdat huid niet kapot is, ook geen beoordeling

P door de huisarts. (…)

10-01-17 S Overstuur: de buurvrouw (woont in studio in de tuin) beschuldigt S haar van alles: zij zou dingen van haar kapot maken. Ze scheldt S haar uit voor heks, het gaat te ver. Is er helemaal verdrietig van.

S Kleinzoon [H] woont bij haar en is er ook overstuur van.

O Huilend aan de telefoon

P Is al bij de politie geweest, makelaar, advocaat, buurtbeveiliging

22-03-16 S Is helemaal overspannen aan het worden van de vrouw met S bipolaire stoornis die al 7 jaar het huis bij haar in de tuin huurt en S haar het leven zuur maakt, bedreigt, uitscheldt, de buurt langsgaat

S om haar zwart te maken (wat niet lukt omdat iedereen pte kent).

S Buurtbemiddeling al ingeschakeld, hebben met haar gepraat, niet

S veel effect

E Burenruzie/lawaaioverlaat van huurster tuinhuis

(…)

Ik heb patiënte met enige regelmaat gezien ihkv stress tgv de overlast die huurster bij haar veroorzaakt. Bij diabetes en hartinfarct in de voorgeschiedenis is bekend dat stress de lichamelijke gesteldheid negatief kan beïnvloeden. De situatie levert zeker meer stress op dan goed is voor haar dus hoe eerder de situatie tot een voor haar acceptabel einde komt des te beter.

Voor de gevallen waarbij de stress voor haar niet te hanteren is, gebruikt zij oxazepam, wat een sterk middel is en zeker niet raadzaam om vaak of langdurig te gebruiken, dus hoe eerder de situatie opgelost is, des te beter is het wederom voor haar gezondheid.

ad 4) Ik zie een grote lijdensdruk en verdriet bij patiënte. Verder zie ik een verhoogd stressniveau bij haar als ze in de spreekkamer is, wat steeds moeilijker door haar kan worden gehanteerd en wat gezien haar ziektegeschiedenis niet wenselijk is.

(…)”

2.19.

De kleinzoon van [eiseres] schrijft in een brief, zonder datum of handtekening, het volgende:

“(…)

De eerste paar jaren kwam ik zelf dagelijks tot wekelijks bij mijn oma, de laatste twee jaar is dat enkel wekelijks, maar ik heb de gehele situatie dus van dichtbij meegemaakt. Acht jaar geleden is mevrouw [gedaagde] als huurster van de studio in onze achtertuin komen wonen. Waar de eerste paar jaren er vrijwel geen problemen waren, kreeg ik al snel het idee dat mevrouw erg hield van haar privacy en erg op zichzelf leefde, iets waar op zich niets mis mee is. Na een aantal jaren begonnen er wat akkefietjes te ontstaan tussen mevrouw en mijn oma, wat ik erg vervelend vond voor mijn oma, maar verder niet alarmerend was. Deze akkefietjes zijn echter uitgedraaid op serieuze problemen.

(…)

Waar eerst tuingereedschap om de hoek werd gezet door mevrouw, waarschijnlijk omdat mevrouw er uitkijk op had en dit vervelend vond, werd niet veel later al het gereedschap, inclusief potten en plantjes, de tuin ingesmeten. Als mijn oma mevrouw hierop aansprak, haalde zij nonchalant haar schouders op. Ook nadat mijn oma per brief nadrukkelijk gevraagd heeft aan mevrouw om haar spullen met rust te laten, is dit nog een aantal keren gebeurd. Ik ben hier zelf getuige van geweest. Ook waren spullen in de tuin, die nota bene niet eens in de buurt van haar terras stonden, ineens verschoven als mijn oma even weg was

met de auto bij terugkomst. Wat de reden hiervan geweest is, is voor ons een raadsel. (…)

Dit jaar hebben twee ernstige incidenten plaatsgevonden. Na een zeer redelijke vraag vanuit mijn oma of mevrouw haar matras uit de garage kon halen in januari ji., die schriftelijk en meerdere malen gesteld is, gaf mevrouw geen gehoor, waarna iemand van de thuiszorg het matras voor de garage heeft gezet. Toen mevrouw [gedaagde] dit zag, heeft zij het matras direct teruggeplaatst in de garage. Toen mijn oma mevrouw hierop aansprak, heeft zij mijn oma tot twee keer toe hard in de hand van mijn oma gebeten. Ik ben destijds direct gekomen en heb de hand, die zeer gehavend was, bekeken. De politie is toen ook gekomen om de aangifte op te nemen.

Een paar weken geleden was mijn oma de plantjes water aan liet geven in de tuin, toen mevrouw [gedaagde] plots dwars door de schutting zeer luid begon te schreeuwen richting mijn oma. Ze maakte een zeer apart geluid, de buren kunnen dit ook beamen. Mijn oma schrok zich werkelijk helemaal kapot. Later begon mevrouw ook nog met een object hard op een tafel te slaan. Bizar.

Tot slot heb ik zelf een aantal weken meegemaakt dat ik een potje tafeltennis wilde spelen met mijn broertje in de achtertuin. Mevrouw [gedaagde] heeft na verloop van tijd haar schuifpui wagenwijd opengezet en heeft vervolgens hele harde klassieke muziek staan afspelen, wat de buren ook kunnen beamen. Nou laat ik me niet zo snel wegpesten, maar een gezellig tafeltennispotje is het niet geworden, en uiteindelijk zijn we toch maar weggegaan, omdat het gewoon onaangenaam hard was.

(…)”

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vraagt de rechter om (1) [gedaagde] te veroordelen om binnen zeven dagen na overhandiging van dit schriftelijk vonnis of op een door de rechter te bepalen tijdstip, de woning c.a. aan de [straatnaam] [nummeraanduiding] te [woonplaats] te verlaten, met al haar spullen, zodat [eiseres] weer zelf over de studio kan beschikken, (2) [gedaagde] te veroordelen om aan haar te betalen een bedrag van € 236,90 aan huurachterstand, (3) met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

3.2.

[gedaagde] is het niet eens met wat [eiseres] vraagt aan de rechter. De redenen waarom [gedaagde] het daarmee niet eens is zal de rechter hierna bespreken.

4 De beoordeling

Spoedeisendheid

4.1.

De rechter gaat ervan uit dat [eiseres] er groot belang bij heeft dat in deze zaak zo snel mogelijk uitspraak wordt gedaan over wat zij vraagt.

Huurachterstand

4.2.

[gedaagde] heeft tijdens de zitting gezegd dat de huurachterstand van € 236,90 juist is. Ook heeft [gedaagde] gezegd dat zij de huurachterstand zal gaan betalen. De rechter zal [gedaagde] daarom veroordelen om dit bedrag aan huurachterstand aan [eiseres] te betalen.

Ontruiming

4.3.

[eiseres] verzoekt de rechter om te beslissen dat [gedaagde] de woonruimte die zij huurt van haar per direct moet verlaten. Een dergelijk verzoek is zeer ingrijpend want [gedaagde] zal dan geen woonruimte meer hebben en op zoek moeten gaan naar nieuwe woonruimte. Daar komt bij dat het hier gaat om een zogenaamde kort geding procedure. Dat is een procedure waarbij de rechter zijn beslissing moet nemen op basis van de uit de stukken en op de zitting verkregen informatie van partijen. De rechter kan, anders dan in een zogenaamde bodemprocedure, in deze procedure dus geen getuigen horen en kan een partij ook niet opdragen om meer bewijs te leveren van een standpunt. Voor toewijzing is dan ook alleen plaats wanneer de rechter voldoende zekerheid heeft dat de rechter in een (bodem)procedure tot het oordeel komt dat [gedaagde] zich als een dermate slechte huurder heeft gedragen en wel zodanig dat om die reden de huurovereenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] moet eindigen. Is die zekerheid er dan kan in deze procedure op die beslissing worden vooruitgelopen.

4.4.

[eiseres] heeft ter toelichting het volgende naar voren gebracht. Vanaf het begin bestaat tussen haar en [gedaagde] een gespannen relatie. In de loop van de jaren is deze alleen maar erger geworden, en wel zodanig dat er nu een onhoudbare situatie is ontstaan. In het begin beperkte het zich tot pesterijtjes van [gedaagde] , zoals het vernielen van plantjes en het verplaatsen van meubels in de tuin. Begin 2017 heeft zich een woordenwisseling met [gedaagde] voorgedaan. [gedaagde] heeft haar toen in haar buik gestompt en in haar hand gebeten. Van dit incident heeft zij bij de politie aangifte gedaan. Het voorval heeft haar diepgeraakt en sinds die tijd durft zij niet meer in haar tuin te zitten en is zij bang voor [gedaagde] . Dagelijks heeft zij last van huilbuien en haar arts heeft haar oxazepam voorgeschreven. Er is geprobeerd om met behulp van buurtbemiddeling de relatie tot rust te brengen, maar hieraan wilde [gedaagde] niet meewerken. Het wangedrag van [gedaagde] is volgens [eiseres] alleen maar toegenomen. [gedaagde] uit onterechte beschuldigingen, schreeuwt (krijst) en scheldt haar uit en schopt/slaat op schuttingen en tafels. De situatie is voor haar onhoudbaar geworden. Zij is 78 jaar oud, is hartpatiënt, heeft suikerziekte en een hoog cholesterolgehalte. Hiervoor slikt zij per dag meerdere medicijnen. Door het gedrag van [gedaagde] ervaart zij veel stress en de stress is zo erg dat ogenblikkelijk ingegrepen moet worden, in de vorm van ontruiming van het gehuurde door [gedaagde] . Volgens [eiseres] kan haar verzoek tot ontruiming ook worden toegewezen, omdat sprake is van onvoorziene omstandigheden. Zij en [gedaagde] kunnen blijkbaar niet met elkaar over weg, en dat wisten ze niet toen [gedaagde] de woning ging huren.

4.5.

Volgens [gedaagde] wordt ten onrechte een beeld van haar geschetst waaruit zou blijken dat zij zich agressief zou uitten of zelfs geweld zou gebruiken. [gedaagde] ontkent dit met klem. Het is onduidelijk of de schriftelijke verklaringen wel door die personen zijn opgesteld. Op een groot deel van de verklaringen staat bijvoorbeeld geen handtekening. Ook wordt in de verklaringen heel veel beweerd, maar dat is door die personen niet zelf waargenomen. Dat hebben zij van [eiseres] zelf gehoord. De politie heeft tegen haar gezegd dat [eiseres] haar aangifte zou hebben ingetrokken. De verklaring van [eiseres] over het incident in de garage is ook niet waar. [eiseres] heeft haar aangevlogen en heeft haar twee klappen in het gezicht gegeven. [eiseres] schreeuwde vervolgende dat zij in haar vinger werd gebeten, maar dat is niet gebeurd. Van onvoorziene omstandigheden is volgens [gedaagde] geen sprake.

4.6.

Bij de beoordeling van de vraag of [gedaagde] het gehuurde per direct moet verlaten geldt het volgende als uitgangspunt. Iedere huurder is verplicht om wat betreft het gebruik van hetgeen hij/zij huurt zich als goed huurder te gedragen. Dat houdt bijvoorbeeld in dat een huurder geen overlast aan de verhuurster of omwonende mag veroorzaken. Doet een huurder dat toch, dan komt de huurder zijn verplichting om zich als goed huurder te gedragen niet na. De verhuurder kan in dat geval de rechter vragen om de huurovereenkomst met de huurder te beëindigen. Wanneer de huurder feitelijk overlast heeft veroorzaak, dan beëindigt de rechter in het algemeen de huurovereenkomst, tenzij blijkt dat aan de kant van de huurder sprake is van bijzondere omstandigheden, die maken dat in dit specifieke geval het beëindigen van de huurovereenkomst en de gevolgen daarvan niet gerechtvaardigd is.

4.7.

De rechter kan op basis van de tot nu toe van partijen verkregen informatie niet met voldoende zekerheid vaststellen of [gedaagde] zich niet als een goed huurder gedraagt en wel zodanig dat het in het belang van [eiseres] is dat [gedaagde] per direct het gehuurde verlaat. Waarom dat niet kan worden vastgesteld wordt hierna uitgelegd.

4.8.

Volgens [eiseres] bestaat de overlast van [gedaagde] uit pesterijen, het incident in de garage, krijsen, uitschelden en schoppen en slaan, maar [gedaagde] weerspreekt dit met klem. De verklaringen lezend lijkt het erop dat (naaste) buren ooit een keer een negatieve ervaring met [gedaagde] hebben gehad. Het hebben van een negatieve ervaring met [gedaagde] betekent nog niet dat [gedaagde] daarom ook meteen een slecht huurder is. In een groot deel van de verklaringen wordt door bepaalde personen wel iets gezegd over bepaalde (overlast)gedragingen van [gedaagde] . Het probleem is dat die personen de gedraging(en) van [gedaagde] niet zelf hebben gezien of gehoord. Het lijkt er op dat die personen over iets verklaren wat zij op enig moment van [eiseres] zelf hebben gehoord, maar dat wil nog niet zeggen dat het ook waar is.

Voor zover er wel iets wordt verklaard over wat is waargenomen of gehoord, dan is dat niet voldoende voor de conclusie dat [gedaagde] zich als slecht huurster gedraagt. Voor wat betreft het incident in de garage verklaart [eiseres] dat zij in haar hand is gebeten door [gedaagde] , terwijl [gedaagde] verklaart dat [eiseres] haar is aangevlogen en haar twee klappen in haar gezicht heeft gegeven. De verklaring van [eiseres] staat dus lijnrecht tegenover de verklaring van [gedaagde] . De rechter was er niet bij, dus kan aan de hand van de beide verklaringen niet worden vastgesteld wat er nu precies is gebeurd. Dat [eiseres] aangifte bij de politie heeft gedaan en dat de politie een proces-verbaal heeft opgemaakt, wil nog niet zeggen dat de verklaring van [eiseres] de juiste is. Zowel de aangifte als het proces-verbaal bevat namelijk alleen de verklaring zoals die bij de politie door de aangever ( [eiseres] ) is afgelegd. Dat [gedaagde] strafrechtelijk is vervolgd voor mishandeling van [eiseres] is de rechter niet gebleken. Voor de notitie van de huisarts geldt hetzelfde, omdat het een samenvatting bevat van wat [eiseres] aan haar huisarts vertelt.

4.9.

Voordat dus met een voldoende mate van zekerheid kan worden gezegd dat [gedaagde] zich niet als goed huurster gedraagt of heeft gedragen, zal [eiseres] meer bewijs moeten leveren. Zoals gezegd is deze procedure daar niet voor geschikt. Dat betekent dat nu niet kan worden vastgesteld of [gedaagde] zich niet als een goed huurster gedraagt. De gevraagde ontruiming, voor zover [eiseres] dat baseert op slecht huurdersschap van [gedaagde] , wordt daarom afgewezen.

4.10.

Volgens [eiseres] kan de ontruiming ook worden toegewezen vanwege onvoorziene omstandigheden. De rechter oordeelt dat in dit geval geen sprake is van onvoorziene omstandigheden en wel om het volgende. Onvoorziene omstandigheden zijn omstandigheden die niet bij het sluiten van de overeenkomst voorzien zijn of hadden kunnen worden voorzien. Dat [eiseres] en [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst niet hadden voorzien dat hun relatie op den duur zo zou verslechteren neemt de rechter aan. Maar dat een aanvankelijk goede relatie tussen mensen op enig moment kan verslechteren, is niet nieuw en geldt in zoverre voor alle relaties die mensen aangaan. Daarom kan niet worden gezegd dat hier sprake is van een onvoorziene omstandigheid. De gevraagde ontruiming is dan ook op deze grond niet toewijsbaar.

4.11.

[eiseres] is in deze procedure grotendeels in het ongelijk gesteld. Zij zal daarom een deel van de proceskosten van [gedaagde] moet betalen. Deze kosten stelt de rechter vast op

€ 400,00 aan salaris voor haar gemachtigde.

4.12.

De rechter merkt tot slot op dat het in het belang van zowel [eiseres] als [gedaagde] lijkt te zijn dat op korte termijn een einde aan deze situatie komt. Uit de notitie van de huisarts van [eiseres] blijkt dat de situatie, wat daar ook verder van zij, een negatieve invloed heeft op haar gezondheid. Op de zitting bleek dat ook [gedaagde] last heeft van de situatie en graag weg wil. Het advies aan partijen is dan ook om te onderzoeken, al dan niet met behulp van derden, of er mogelijkheden zijn om op een andere manier dan door het middel van het voeren van een procedure een einde kan worden gemaakt aan deze situatie.

5 De beslissing

De kantonrechter geeft de volgende onmiddellijke voorziening:

 veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 236,90 aan huurachterstand;

  • -

    veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op € 400,00 aan salaris voor haar gemachtigde;

  • -

    verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

 wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 november 2017.