Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:6129

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24-10-2017
Datum publicatie
18-12-2017
Zaaknummer
16.706321.17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling diefstal. Niet gebleken dat sprake is van medeplegen of dat verdachte geweldshandelingen heeft gepleegd. Vrijspraak voor dit deel van de tenlastelegging. Vordering benadeelde niet onderbouwd, gedeeltelijke toewijzing na redelijke schatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummers: 16/706321-17, 16/002976-16 (TUL) en 16/659429-15 (TUL) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 24 oktober 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1997] te [geboorteplaats]

wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats]

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J. Zeilstra, van hetgeen verdachte en mr. M.N. de Bruijn, advocaat te Almere, naar voren hebben gebracht, en van hetgeen de benadeelde partij [slachtoffer] naar voren heeft gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1. op 5 juni 2017 in Lelystad tezamen en in vereniging een mobiele telefoon, een portemonnee (met inhoud) en/of autosleutels, toebehorende aan [slachtoffer] , heeft gestolen,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld;

2. in de periode van 5 juni 2017 tot en met 6 juni 2017 in Lelystad tezamen en in vereniging een Volkswagen Caddy, toebehorende aan [slachtoffer] , heeft gestolen met behulp van een valse sleutel.

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 VRIJSPRAAK

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en zal hem hiervan vrijspreken. Nu de officier van justitie dit ook heeft gevorderd en dit eveneens is bepleit door de raadsvrouw, zal dit oordeel niet nader worden gemotiveerd.

5 WAARDERING VAN HET BEWIJS

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft naar voren gebracht dat niet ter discussie staat dat aangever [slachtoffer] is mishandeld en dat zijn mobiele telefoon, portemonnee en autosleutels zijn gestolen. De aangever heeft verklaard dat hij, nadat hij was geslagen en geschopt, [voornaam van medeverdachte 1] hoorde zeggen: ‘Oja, nog wat, ik wil je telefoon’, waarna hij verdachte hoorde zeggen: ‘die heb ik al’. Dat duidt op een vooropgezet plan, zodat het medeplegen van de diefstal met geweldpleging, dat onder feit 1 is ten laste gelegd, wettig en overtuigend kan worden bewezen.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 1 ten laste gelegde medeplegen van diefstal met geweldpleging. Er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, aangezien verdachte zowel materieel als intellectueel geen wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de diefstal met geweldpleging: verdachte is niet uit de auto is geweest en wist niet dat er een plan bestond om aangever met geweld te bestelen en heeft ook anderszins geen bijdrage eraan geleverd. De verklaring van getuige [getuige] is onbetrouwbaar en kan niet voor het bewijs worden gebezigd, omdat aangever hem had verzocht om een verklaring af te leggen en hij alleen heeft verklaard op basis van horen zeggen.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Ten aanzien van feit 1:

[slachtoffer] heeft in zijn aangifte onder meer verklaard dat hij op 5 juni 2017 op een parkeerterrein in Lelystad werd mishandeld, waarna [medeverdachte] [voornaam van medeverdachte 1] , één van de daders, zei: ‘Oja, nog wat, ik wil je telefoon’, waarop [voornaam van verdachte] zei: ‘die heb ik al’. Hij zag dat [voornaam van verdachte] met zijn ( [slachtoffers] ) telefoon in zijn handen stond.2 Ook zijn autosleutels en portemonnee zijn weggenomen.3

Getuige [getuige] heeft onder meer verklaard: ‘[bijnaam van medeverdachte 2] vertelde dat hij met twee andere jongens was. Ze hebben [voornaam van slachtoffer] samen getimmerd. Geslagen dus. En 1 van die jongens, die in de auto zat ofzo heeft die spullen van [voornaam van slachtoffer] gepakt (..) Ik weet alleen dat die [voornaam van verdachte] (naar de rechtbank begrijpt, mede gezien de afwijkende namen van de andere verdachten: [voornaam van verdachte] ) dus [voornaam van slachtoffer] zijn telefoon en portemonnee enzo heeft gepakt’.

Verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van het door aangever beschreven incident op voornoemd parkeerterrein aanwezig is geweest.4

Bewijsoverwegingen

Verdachte heeft ontkend dat hij goederen van aangever heeft weggenomen en verklaard dat hij op het parkeerterrein niet uit de auto is geweest. Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen blijkt echter anders. Bovendien is verdachte wisselend in zijn verklaringen over op welk moment hij de goederen van aangever voor het eerst zou hebben gezien. Zo heeft hij tijdens het onderzoek ter terechtzitting eerst verklaard dat hij de autosleutels en portemonnee van aangever niet heeft gezien. Het rijbewijs van aangever heeft hij los in de auto zien liggen en vervolgens naar buiten gegooid. Vervolgens heeft verdachte tijdens de terechtzitting verklaard dat hij in de auto de portemonnee van aangever in zijn handen had en heeft geopend, het rijbewijs van aangever hieruit heeft gehaald en naar buiten heeft gegooid. Verdachte heeft niet willen verklaren door wie de portemonnee in de auto is neergelegd. De rechtbank acht gelet hierop wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de mobiele telefoon, portemonnee en autosleutels van aangever heeft weggenomen.

Dat [medeverdachte 1] , één van de medeverdachten, zou hebben gezegd: ‘Oja, nog wat, ik wil je telefoon’, waarna verdachte zou hebben geantwoord: ‘die heb ik al’, is onvoldoende om te concluderen dat er sprake was van een vooropgezet plan van verdachte om met de medeverdachte(n) aangever te beroven. Deze uitspraken zijn naar het oordeel van de rechtbank voor meerdere uitleg vatbaar. Aangezien andere bewijsmiddelen voor betrokkenheid van verdachte bij een dergelijk plan ontbreken, kan het medeplegen daarvan niet worden bewezen. Uit het dossier blijkt verder evenmin dat verdachte enig geweld tegen aangever heeft gepleegd. Van deze gedeelten van de tenlastelegging wordt verdachte dan ook vrijgesproken.

De raadsvrouw heeft het verweer gevoerd dat de verklaring van getuige [getuige] niet betrouwbaar is omdat aangever hem heeft verzocht een verklaring af te leggen en de verklaring van horen zeggen is, waardoor deze moet worden uitgesloten van het bewijs. Naar het oordeel van de rechtbank valt echter niet in te zien waarom die omstandigheden met zich meebrengen dat de verklaring van [getuige] als onbetrouwbaar terzijde moet worden geschoven. Van enige beïnvloeding door aangever is niet gebleken. Bovendien verklaart [getuige] over hetgeen hij heeft gehoord van zijn neef [bijnaam van medeverdachte 2] , één van de medeverdachten die aangever zouden hebben mishandeld. Naar het oordeel van de rechtbank is de verklaring van [getuige] betrouwbaar. Het verweer van de raadsvrouw wordt dan ook verworpen.

6 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

hij op 5 juni 2017 te Lelystad, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, een portemonnee (met inhoud) en autosleutels, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer] ;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

7 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

diefstal

8 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9 OPLEGGING VAN STRAF

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 137 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Hij gaat daarbij uit van een bewezen verklaarde beroving. De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met de 17 dagen die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarna zijn voorlopige hechtenis is geschorst. Tot op heden verloopt die schorsing zonder veel problemen.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair betoogd verdachte vrij te spreken en subsidiair betoogd verdachte geen langere onvoorwaardelijke straf op te leggen dan de tijd die hij in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, maar hooguit een voorwaardelijke straf, omdat het nu goed gaat met verdachte..

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van de genoemde goederen. De slinkse wijze waarop hij misbruik heeft gemaakt van de situatie dat aangever werd mishandeld, rekent de rechtbank hem zwaar aan. Diefstal is een feit dat financiële schade en onrustgevoelens voor en bij de benadeelde en in de samenleving veroorzaakt.

Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank kennis genomen van de reclasseringsrapportage van 4 oktober 2017. Hieruit blijkt dat er zorgen zijn over de gebrekkige gewetensfunctie van verdachte en het ontbreken van probleembesef. Verdachte heeft een nuttige dagbesteding en werkt in zijn vrije tijd een aantal uren bij zijn stagebedrijf. Hij zit in de laatste fase van zijn begeleid wonen traject en is in afwachting van een eigen woning. Dit zijn beschermende factoren. Tegenover de reclassering heeft verdachte ontkent een aandeel in het delict te hebben gehad, waardoor de reclassering zich onthoudt van advies over de sanctie. Bij een veroordeling wordt geadviseerd het toezicht in de zaak met parketnummer 16/659429-15 voort te zetten. De rechtbank neemt de conclusies van de reclassering over en maakt deze tot de hare.

Anders dan waarvan de officier van justitie bij zijn strafeis is uitgegaan, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal met geweld in vereniging. Dat maakt dat de rechtbank een lagere straf zal opleggen dan door de officier van justitie is geëist.

Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd als uitgangspunt genomen. In strafverzwarende zin weegt de slinkse wijze waarop verdachte de goederen van aangever heeft weggenomen op het moment dat hij door anderen werd mishandeld, evenals zijn strafrechtelijk verleden. Uit het uittreksel van zijn justitiële documentatie van 24 augustus 2017 blijkt immers dat verdachte reeds meermalen is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Alles afwegende is een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen passend en geboden, waarvan een deel als voorwaardelijke straf zal worden opgelegd. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de 17 dagen die hij reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal het voorwaardelijke deel worden bepaald op 73 dagen met een proeftijd van twee jaren.

Door de reclassering is geadviseerd het toezicht in de zaak met parketnummer 16/659429-15 voort te zetten. Nu van deze voorwaardelijke straf waaraan het toezicht is gekoppeld tenuitvoerlegging is gevorderd ziet de rechtbank aanleiding om de aan dat parketnummer gekoppelde voorwaarden als bijzondere voorwaarden te verbinden aan de in de hoofdzaak op te leggen voorwaardelijke gevangenisstraf.

10 BESLAG

De rechtbank zal teruggave gelasten van de op de beslaglijst vermelde voorwerpen, te weten:

- sigaretten (voorwerpnummer: PL0900-2017169628-G1978092);

- een telefoon (voorwerpnummer: PL0900-2017169628-G1991194);

- een jas (voorwerpnummer: PL0900-2017169628-G1982582);

- een telefoon (voorwerpnummer: PL0900-2017169628-G1991185);

- een telefoon (voorwerpnummer: PL0900-2017169628-G1991748).

aan degene(n) die redelijkerwijs als rechthebbende(n) van deze voorwerpen kan/kunnen worden aangemerkt.

11 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 6.505,-, ten gevolge van de aan verdachte onder 1 en onder 2 ten laste gelegde feiten. Dit bedrag bestaat uit materiële schade voor weggenomen goederen, ten aanzien van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde voor een Iphone 5S (€ 250,-) en een Hugo Boss portemonnee (€ 150,-). [slachtoffer] vordert zijn schade te vermeerderen met de wettelijke rente.

11.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd de vordering geheel toe te wijzen en de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht toe te passen.

11.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, nu deze niet is onderbouwd.

11.3

Het oordeel van de rechtbank

Omdat verdachte van het onder 2 ten laste gelegde feit wordt vrijgesproken is de benadeelde partij van rechtswege niet-ontvankelijk in zijn vordering ten aanzien van dit feit. Ten aanzien van deze schade kan hij zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat [slachtoffer] rechtstreekse schade heeft geleden door de diefstal van zijn mobiele telefoon en portemonnee.

Er bevinden zich geen stukken ter onderbouwing bij de vordering van de benadeelde partij. De rechtbank acht voor de Iphone 5s een bedrag van € 100,- als redelijke schatting toewijsbaar, mede gelet op het gebarsten scherm waarover de benadeelde partij in zijn aangifte heeft verklaard. Ten aanzien van de Hugo Boss portemonnee acht de rechtbank een bedrag van € 50,- als redelijke schatting voor toewijzing vatbaar. De benadeelde partij is voor het overige niet-ontvankelijk, nu bij gebreke van een voldoende nadere onderbouwing van de vordering op dit punt één en ander een nader onderzoek zou vereisen en dit tot een onevenredige belasting van het strafproces zou leiden.

De rechtbank zal het toe te wijzen bedrag, in totaal € 150,-, vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 5 juni 2017 tot de dag van volledige betaling.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 150,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 5 juni 2017 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met drie dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

12 VORDERINGEN TENUITVOERLEGGING

12.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd beide vorderingen tenuitvoerlegging toe te wijzen.

12.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair bepleit de vorderingen af te wijzen, subsidiair de proeftijd van beide voorwaardelijke straffen met één jaar te verlengen.

12.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich voor het einde van beide proeftijden schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. Daarmee heeft verdachte de algemene voorwaarde overtreden van de voorwaardelijk opgelegde straffen.

Dat betekent dat de vorderingen tenuitvoerlegging in beginsel kunnen worden toegewezen.

In de hiervoor onder 9.3 genoemde persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank echter aanleiding om de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak met parketnummer 16/002976-16 (2 weken gevangenisstraf) met één jaar te verlengen en de voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak met 16/659429-15 (96 dagen jeugddetentie) om te zetten in een taakstraf. Conform de afspraken van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) zal de rechtbank een taakstraf voor de duur van 192 uren gelasten.

13 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14g, 24c, 36f, 77n, 77dd, en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

14 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 7 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 90 dagen;

- bepaalt dat de 17 dagen, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 73 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd:

* zich zal houden aan de aanwijzingen van of namens de reclassering;

* zal verblijven bij […] van het Leger des Heils, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zal meewerken aan elektronische controle, uit te voeren door de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zal meewerken aan het realiseren van een positief ingevulde dagbesteding;

* zal meewerken aan behandeling, ook indien dit inhoudt verdiepingsdiagnostiek, bij De Waag of soortgelijke instelling;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;

Beslag

- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de volgende voorwerpen:

 sigaretten (voorwerpnummer: PL0900-2017169628-G1978092);

 een telefoon (voorwerpnummer: PL0900-2017169628-G1991194);

 een jas (voorwerpnummer: PL0900-2017169628-G1982582);

 een telefoon (voorwerpnummer: PL0900-2017169628-G1991185);

 een telefoon (voorwerpnummer: PL0900-2017169628-G1991748).

Benadeelde partij

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag (te weten € 150,-), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2017 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 150,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met drie dagen hechtenis;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/002976-16

- verlengt de bij vonnis van de door de politierechter in deze rechtbank bij vonnis van 4 april 2016 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken verbonden proeftijd, met één jaar;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/659429-15

- wijst toe de vordering tot tenuitvoerlegging van de door de meervoudige kamer in deze rechtbank bij vonnis van 29 december 2015 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 96 dagen;

- gelast in plaats van de vrijheidsstraf het verrichten van een taakstraf voor de duur van 192 uren;

- beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 96 dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mrs. H. Vegter en A.A. Renken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen als griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 oktober 2017.

Mr. H. Vegter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 5 juni 2017 te Lelystad, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, op de openbare weg de [straatnaam] , tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of een

portemonnee (met inhoud) en/of autosleutels, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en

/ of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen

die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en

/ of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte en/of zijn medader(s)

- die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) heeft/hebben

geduwd en/of geslagen/gestompt op/tegen het hoofd en/of elders op/tegen het

lichaam ten gevolge waarvan hij op de grond is gevallen en/of

- bovenop die [slachtoffer] is/zijn gaan zitten en/of

- die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) heeft/hebben

geschopt/getrapt en/of

- die [slachtoffer] (dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Oja, nog

wat, ik wil je telefoon", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

2.

hij in of omstreeks de periode van 5 juni 2017 tot en met 6 juni 2017 te

Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een bedrijfsauto (Volkswagen

Caddy gekentekend [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

oor middel van een valse sleutel, te weten de (eerder met geweld) weggenomen

sleutels van die bedrijfsauto;

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal met daarop vermeld nummer MD2R017569, doorgenummerd tot en met pagina 651.

2 Pagina 501 en 502.

3 Pagina 511.

4 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 oktober 2017.