Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:6047

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-11-2017
Datum publicatie
12-12-2017
Zaaknummer
C/16/443447 / HA RK 17-166
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenbeschikking
Inhoudsindicatie

Geen verwijzing wegens verknochtheid van onderhavig verzoek aan de verzoeken inzake C/16/436924 / KG RK 17-357 en C/16/436929 / KG RK 17-358. Onder het begrip 'dezelfde rechter' in 285 lid 2 Rv wordt ook verstaan 'hetzelfde gerecht'.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/443447 / HA RK 17-166

Beschikking van 22 november 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[verzoekster] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verzoekster,

advocaat mr. M. de Vries te Naarden,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verweerders,

advocaat mr. F. Eikelboom te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [verzoekster] , [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

[verzoekster] heeft op 25 juli 2017 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend tot het verkrijgen van verlof voor de verkoop van in beslag genomen aandelen op naam die [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] houden in het kapitaal van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [bedrijfsnaam 1] B.V. (verder: [bedrijfsnaam 1] ) als bedoeld in artikel 474g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

1.2.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben op 24 oktober 2017 ter griffie van deze rechtbank een verweerschrift ingediend.

1.3.

De griffier van deze rechtbank heeft de heer R.J.A. Cohen de Lara, gerechtsdeurwaarder, verzoekster, verweerster en [bedrijfsnaam 1] opgeroepen voor de terechtzitting van 31 oktober 2017.

1.4.

Ter terechtzitting op 31 oktober 2017 zijn verschenen:

  • -

    mr. M. de Vries, advocaat voornoemd;

  • -

    de heer [A] , bestuurder [verzoekster] ;

  • -

    mr. F. Eikelboom, advocaat voornoemd;

  • -

    de heer [B] , bestuurder [gedaagde sub 2] ;

  • -

    de heer [C] , bestuurder [gedaagde sub 1] .

1.5.

Ten slotte is de uitspraak nader bepaald op vandaag.

2 Feiten

2.1.

De aandelen van [bedrijfsnaam 1] worden gehouden door [verzoekster] , [bedrijfsnaam 2] B.V. (verder: [bedrijfsnaam 2] ), [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .

2.2.

Bij exploot van 27 juni 2017 heeft [verzoekster] executoriaal beslag laten leggen op de aandelen op naam die [gedaagde sub 1] houdt in [bedrijfsnaam 1] .

2.3.

Bij exploot van 21 juli 2017 heeft [verzoekster] executoriaal beslag laten leggen op de aandelen op naam die [gedaagde sub 2] houdt in [bedrijfsnaam 1] .

2.4.

Deze rechtbank heeft op 12 april 2017 vonnis gewezen (hierna: het vonnis). In het vonnis zijn zowel [gedaagde sub 1] en als [gedaagde sub 2] veroordeeld om aan [verzoekster] een bedrag van € 90.000,00, vermeerderd met de contractuele rente van 5% over dit bedrag met ingang van 25 september 2008, te betalen.

2.5.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben aan het bevel tot betaling geen gehoor gegeven.

2.6.

De statuten van [bedrijfsnaam 1] bevatten een blokkeringsregeling.

2.7.

Er is geen schriftelijke opgave gedaan aan de deurwaarder van rechten die voor het beslag reeds op de in beslag genomen aandelen mochten zijn gevestigd, zoals bedoeld in artikel 474 Rv. Evenmin is medegedeeld of reeds oudere rechten op de aandelen zijn gevestigd.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster] verzoekt de rechtbank om haar bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad op grond van artikel 474g Rv verlof te verlenen voor de verkoop van de door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gehouden en in (executoriaal) beslag genomen aandelen in [bedrijfsnaam 1] .

3.2.

[A] verzoekt de rechtbank tevens te bepalen dat en op welke termijn tot executoriale verkoop van de aandelen kan worden overgegaan en op welke wijze en onder welke voorwaarden de verkoop en de overdracht dienen te geschieden.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben zich op het standpunt gesteld dat niet deze rechtbank (relatief) bevoegd is van het verzoek van [verzoekster] kennis te nemen, maar de rechtbank Rotterdam.

4.2.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] stellen dat voor de relatieve bevoegdheid met betrekking tot artikel 474g Rv de rechtbank van de plaats van de statutaire zetel van de vennootschap wiens aandelen zijn beslagen relatief bevoegd is. [bedrijfsnaam 1] is statutair gevestigd in [vestigingsplaats] , zodat de rechtbank Rotterdam bevoegd is van onderhavig verzoek kennis te nemen.

5 De beoordeling

5.1.

Gelijktijdig met onderhavig verzoek zijn, met instemming van partijen, de verzoeken van [verzoekster] op grond van artikel 3:251 lid 1 BW (C/16/436924 / KG RK 17-357 en C/16/436929 / KG RK 17-358) ter terechtzitting behandeld. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben in deze procedures ook een relatief bevoegdheidsincident opgeworpen.

5.2.

In deze procedures verklaart de voorzieningenrechter zich bij beschikking van (eveneens) 22 november 2017 bevoegd om kennis te nemen van die verzoeken.

5.3.

Ondanks de juistheid van de door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ingenomen stelling, zal de rechtbank onderhavig verzoek niet verwijzen naar de rechtbank Rotterdam. De rechtbank is namelijk van oordeel dat onderhavig verzoek verknocht is aan de verzoeken in de zaken met nummers C/16/436924 / KG RK 17-357 en C/16/436929 / KG RK 17-358. Immers, tussen het onderwerp van onderhavig verzoek en het onderwerp van de zaken met nummers C/16/436924 / KG RK 17-357 en C/16/436929 / KG RK 17-358 bestaat een zodanige samenhang dat alle verzoeken om redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling door één en dezelfde rechter rechtvaardigt. Dat de zaken met nummers C/16/436924 / KG RK 17-357 en C/16/436929 / KG RK 17-358 worden behandeld door de voorzieningenrechter van de rechtbank, vormt geen beletsel voor voeging, nu onder het begrip ‘dezelfde rechter’ in artikel 285 lid 2 Rv ook dient te worden verstaan ‘hetzelfde gerecht’.

5.4.

De rechtbank zal, op grond van artikel 285 lid 2 Rv, voeging van onderhavig verzoek bevelen met de zaken met nummers C/16/436924 / KG RK 17-357 en C/16/436929 / KG RK 17-358.

5.5.

Ter terechtzitting op 31 oktober 2017 is besproken dat [verzoekster] in de gelegenheid zal worden gesteld om bij akte nader toe te lichten op welke wijze en binnen welke termijn volgens haar de beslagen aandelen verkocht dienen te worden en of, en zo niet waarom niet, de blokkeringsregeling in onderhavig verzoek dient te worden gevolgd. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zullen vervolgens in de gelegenheid worden gesteld daarop een antwoordakte te nemen.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

beveelt de voeging van deze procedure met de zaken met nummers C/16/436924 / KG RK 17-357 en C/16/436929 / KG RK 17-358;

6.2.

verklaart zich bevoegd van het verzoek kennis te nemen;

6.3.

bepaalt dat de behandeling van het verzoek zal worden voortgezet op woensdag 20 december 2017 van 9.00 uur tot 12.00 uur, in het gebouw van deze rechtbank aan het Vrouwe Justitiaplein 1 te Utrecht;

6.4.

biedt [verzoekster] de gelegenheid uiterlijk op 4 december 2017 bij akte te reageren op de vraag zoals gesteld in rechtsoverweging 5.5. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] krijgen vervolgens de gelegenheid uiterlijk 18 december 2017 daarop bij akte te reageren;

6.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.P.H. van Driel van Wageningen en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2017.1

1 type: coll: