Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5963

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-11-2017
Datum publicatie
28-12-2017
Zaaknummer
653018-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

ISD ongewenst vreemdeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/653018-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 november 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1970] te [geboorteplaats] (Marokko),

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Ter Apel, te Ter Apel.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 november 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. F.M. van Lenthe en van hetgeen verdachte en mr. H.K. Jap A Joe, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1: op 21 augustus 2017 in Zeist met een ander heeft geprobeerd om een fiets te stelen door middel van braak of verbreking;

feit 2: op 18 augustus 2017 in Zeist met een ander een of meer verpakkingen parfum(s)/cosmetica-artikelen en/of een Gillette-scheerapparaat van Kruidvat heeft gestolen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde en heeft daartoe aangevoerd dat de fiets aan medeverdachte [medeverdachte] toebehoorde. De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen feit 1 en feit 2

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de stukken in de dossiers en het verhandelde ter terechtzitting wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten heeft begaan.

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde: 1

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 22 augustus 2017:

“Op maandag 21 augustus 2017, omstreeks 22.20 uur, was ik aan het werk in een café aan de [adres] in [vestigingsplaats] . Terwijl ik aan het werk was werd ik aangesproken door een bewoner van boven het café dat er twee mannen een fiets aan het stelen waren. Ik ben gaan kijken en zag aan de overzijde van de straat twee mannen. Ik zag deze mannen (…) met een fiets bezig. Hiermee bedoel ik dat ze een fiets uit het fietsenrek probeerde te tillen. Ik zag dat ze dit beide meerdere malen probeerden. Vervolgens zag ik dat er wat passanten langs liepen. Op dat moment deden de twee mannen niets met de fiets. Op het moment dat de passanten weer weg waren zag ik dat ze verder gingen met de fiets. Ik zag dat ze bleven trekken. (…). Ik zag (…) dat de politie ter plaatse kwam. Ik zag dat de politie de beide mannen controleerde en aanhield. De mannen die werden aangehouden door de politie waren de mannen die ik bij de fietsen had zien rommelen.”2

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 22 augustus 2017:

“Op maandag 21 augustus 2017 omstreeks 22.30 uur zat ik, samen met een vriend op het terras van het café [café] (...) op de [adres] (…) Ik zag dat een medewerkster van het café opvallend naar de overkant van de straat stond te kijken. (…) Ik keek in dezelfde richting als deze voornoemde mensen en zag dat er twee mannen bij een fiets stonden. (…). Ik zag dat de beide mannen de fiets oppakte en geheel omdraaide (…). Ik hoorde ook gekraak bij de mannen vandaan komen. (…) ik zag dat de mannen telkens stopte met hun handelingen als er mensen langs hun kwamen lopen. (…) Ik zag dus dat de mannen die aan de fiets hadden zitten wrikken nu werden aangesproken door de politie. (…)”3

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 22 augustus 2017:

“Op maandag 21 augustus 2017 (…) Omstreeks 22.30 uur hoorde ik dat er een heterdaad fietsendiefstal gaande was voor de Jumbo op de Korte Steynlaan/Slotlaan te Zeist. Binnen enkele minuten kwam ik tegelijk met diverse collega’s ter plaatse. Ik zag dat de collega’s gelijk twee personen staande hielden (…). Ik ben hierop doorgereden naar de [café] , waarvandaan de melding was gedaan. (…) Ik zag dat er (…) een jongen bij kwam staan (…). Ik hoorde hem zeggen dat hij ook had gezien wat er gebeurt was. Ik vroeg aan beiden of zij mij konden laten zien aan welke fiets gerommeld was. Ik zag dat de jongen mij meenam naar een mountainbike in het fietsenrek. Ik zag dat deze mountainbike met een kettingslot om de middenstang aan het rek was vastgemaakt. Ik hoorde de jongen mij zeggen dat hij gezien had dat beide personen die bij de collega’s staande werden gehouden de mountainbike rond hadden gedraaid om de ketting op spanning te zetten. Ik zag dat de het slot diverse keren gedraaid was en de fiets strak tegen het fietsenrek stond. Ik zag dat ter hoogte van het kettingslot om de middenstang de fiets op diverse plekken verse beschadigingen had van het strak gedraaide kettingslot. Ik zag dat dit verse schade was omdat de lak en metaalschilfers nog aan het frame zaten. (…).

Verdachte: [verdachte] , geboren op [1970] te [geboorteplaats] in Marokko.”4

Bewijsoverwegingen

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte en zijn medeverdachte een mountainbike uit het fietsenrek hebben opgepakt en deze meerdere keren rond hebben gedraaid in een poging het kettingslot te verbreken, waarmee de mountainbike aan het fietsenrek was vastgemaakt. Gelet op de uiterlijke verschijningsvorm van deze gedragingen is de rechtbank van oordeel dat deze gedragingen gericht waren op de voltooiing van het misdrijf diefstal.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij enkel bezig waren met hun eigen fiets, te weten een Gazelle herenfiets. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig alleen al nu getuige [getuige 2] heeft verklaard dat beide mannen bezig waren met een mountainbike en nu bovendien het slot van die mountainbike diverse keren gedraaid was en er verse schade op de middenstang ter hoogte van het strakgedraaide kettingslot is aangetroffen.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde: 5

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het aan hem onder 2 ten laste gelegde heeft begaan. Verdachte heeft deze feiten bekend en de verdediging heeft geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

- Een proces-verbaal van aangifte namens Kruidvat d.d. 18 augustus 2017 (dossierpagina 33 en 34);

- Een proces-verbaal van verhoor van aangeefster [aangeefster] d.d. 19 augustus 2017 (dossierpagina 39 en 40);

- Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 19 augustus 2017 (dossierpagina 43 en 44);

- De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 15 november 2017.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

ten aanzien van feit 1:

op 21 augustus 2017 te Zeist ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een fiets, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader en dat weg te nemen goed onder hun bereik te brengen door middel van verbreking, met zijn mededader:

- naar die fiets is gegaan en

- vervolgens voornoemde fiets heeft opgepakt en omgekeerd en

- aan voornoemde fiets heeft getrokken en gewrikt,

waarna de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid;

ten aanzien van feit 2:

op 18 augustus 2017 te Zeist, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen meer verpakkingen parfums en een Gillette-scheerapparaat, toebehorende aan Kruidvat.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van feit 1:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te

nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

ten aanzien van feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Verdachte heeft ten aanzien van het onder feit 2 bewezen verklaarde ter verdediging aangevoerd dat hij werd gedwongen om de diefstal te plegen.

De rechtbank verwerpt dit verweer, omdat de gestelde dwang niet aannemelijk is geworden.

Nu ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit, is verdachte strafbaar.

8 OPLEGGING VAN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van 2 jaren, zonder aftrek van voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd om, hoewel verdachte voldoet aan de criteria, geen ISD-maatregel op te leggen, maar een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. Verdachte is ongewenst vreemdeling. De ratio van de ISD-maatregel is er niet in gelegen om een verdachte te resocialiseren en vervolgens Nederland uit te zetten.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich in een korte periode samen met dezelfde medeverdachte schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal van een fiets en aan de diefstal van een aantal verzorgingsproducten. Verdachte heeft daarmee aangetoond geen enkel respect te hebben voor de eigendommen van anderen. Het handelen van verdachte veroorzaakt schade en leidt tot overlast bij de gedupeerden. De rechtbank neemt verdachte dit kwalijk.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van 7 november 2017, opgemaakt door N.E. Halma , als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland. Dit rapport houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in:

Er is sprake van een lange justitiële voorgeschiedenis die begon in 1989. De justitiecontacten kunnen in verband worden gebracht met de verslavingsproblemen van verdachte. Daarnaast kan er van grensoverschrijdend gedrag worden gesproken. Er zijn geen mogelijkheden voor het adviseren van interventies in reclasseringskader gezien de illegale status van verdachte. Het bestaande patroon van gebruik en criminaliteit is langdurig. Het opleggen van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel zal het bestaande patroon van gebruik en recidive kunnen doorbreken en de overlast voor de maatschappij kunnen beperken. Binnen de ISD-maatregel kunnen aan verdachte gedragstrainingen of –programma’s worden aangeboden. Hiervan zal verdachte kunnen profiteren.

Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van een e-mail van N.E. Halma voornoemd d.d. 15 november 2017, waarin -samengevat- is vermeld dat de ISD-maatregel in het algemeen een intramurale en een extramurale fase kent. De intramurale fase wordt ingevuld door de justitiële inrichting waar een veroordeelde wordt geplaatst en waaraan verdachte als ongewenst vreemdeling wel kan deelnemen. De extramurale fase, waarbij iemand toewerkt aan resocialisatie, kan bij verdachte niet worden ingevuld omdat hij ongewenst vreemdeling is.

De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de bewezen geachte feiten aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezenverklaard dat verdachte misdrijven heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel justitiële documentatie van 4 oktober 2017 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan 18 augustus 2017 meer dan driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf, terwijl het bewezen verklaarde is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mede moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Verdachte is onder andere door de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland op 5 april 2017 en 6 april 2016 en door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 11 mei 2015 ter zake van soortgelijke feiten veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen die zijn tenuitvoergelegd voor 18 augustus 2017. Verder eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten.

Ook is voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van de ISD-maatregel uit de Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers van het Openbaar Ministerie. Verdachte valt namelijk onder de definitie van stelselmatige dader. Hij is immers een persoon van 18 jaar of ouder die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich opgemaakt zag worden voor meer dan tien misdrijffeiten, waarvan ten minste één misdrijf in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde misdrijffeit.

Dat verdachte wegens zijn illegale status niet zal kunnen deelnemen aan een extramuraal traject en dat geen sprake kan zijn van resocialisatie in de Nederlandse samenleving brengt niet mee dat van oplegging van de ISD-maatregel moet worden afgezien. Hoewel de oplegging van de maatregel primair noodzakelijk is ter beveiliging van de maatschappij, kan de verdachte binnen de maatregel deelnemen aan verschillende behandeltrajecten die in de Penitentiaire Inrichting worden aangeboden om te werken gedragsverandering.

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 38m, 38n, 45 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging van maatregel

- legt aan verdachte op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Bos, voorzitter, mrs. S.C.A. van Kuijeren en J.W.B. Snijders Blok, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. van Twillert, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 november 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 21 augustus 2017 te Zeist ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen een fiets, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

en dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met zijn mededader(s), althans alleen:

- naar die fiets is gegaan en/of

- ( vervolgens) voornoemde fiets heeft opgepakt en/of omgekeerd en/of

- aan voornoemde fiets heeft getrokken en/of gewrikt,

waarna de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 18 augustus 2017 te Zeist, althans in het arrondissement
Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer verpakkingen parfum(s)/cosmetica-artikelen en/of een Gillette-scheerapparaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Kruidvat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en / of zijn mededader(s).

art 310 Wetboek van Strafrecht

ar 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 23 augustus 2017, genummerd PL0900-2017257110, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 58. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 22 augustus 2017, p. 44.

3 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 22 augustus 2017, p. 49.

4 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 22 augustus 2017, p. 39.

5 Wanneer hierna wordt verwezen betreft dit op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 23 augustus 2017, genummerd PL0900-2017253988, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 60. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.