Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5869

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-11-2017
Datum publicatie
30-11-2017
Zaaknummer
C/16/381704 / HA ZA 14-925
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

arbeidsongeschiktheidsverzekering. financiële gegevens geven aanleiding kritische vragen te stellen over percentage arbeidsongeschiktheid. verzekeraar mag objectivering verlangen van gegevens die voor belangrijk deel gebaseerd worden op mededelingen van de verzekerde zelf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/6320
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/381704 / HA ZA 14-925

Vonnis van 1 november 2017

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. H.P. Verheyen te Den Burg,

tegen

de naamloze vennootschap REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

gedaagde,

advocaat mr. E.J. Wervelman te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiser] en Reaal genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    het tussenvonnis waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen en de naar aanleiding daarvan ontvangen brief van mr Wervelman;

  • -

    de conclusie van repliek tevens houdende een wijziging van eis;

  • -

    de conclusie van dupliek met producties;

  • -

    de akte uitlating producties.

1.2.

Na de comparitie is de zaak aangehouden om te bezien of partijen in onderling overleg tot een oplossing konden komen voor de tussen hen gerezen geschillen. Dat heeft niets opgeleverd.

1.3.

Reaal heeft naast deze procedure een verzoek tot het aanwijzen van een voorlopig deskundige aan de rechtbank voorgelegd. Dit verzoek is afgewezen. De beslissing van de rechtbank is in hoger beroep bekrachtigd. De stukken van deze verzoekschrift procedure zijn in deze zaak als producties in het geding gebracht.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is van beroep huisarts.

2.2.

Het risico van arbeidsongeschiktheid heeft [eiser] indertijd verzekerd bij Axa, thans Reaal. Het polisnummer van deze particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering is [polisnummer] . Het verzekerd beroep is huisarts en er wordt dekking verleend voor beroepsarbeidsongeschiktheid. Bij het afsluiten van deze doorlopende verzekering zijn de algemene voorwaarden de Beroeps-AOV 0101 van toepassing verklaard. In deze voorwaarden is onder meer het volgende bepaald:

“Artikel 1 Definities

(…)

4. Arbeidsongeschiktheid

Er is uitsluitend sprake van arbeidsongeschiktheid indien er in directe relatie tot ziekte of ongeval, objectief medisch vast te stellen stoornissen bestaan, waardoor verzekerde voor ten minste 25% beperkt is om de beroepsbezigheden, verbonden aan het laatst bij de maatschappij bekende beroep te verrichten.

(…)

Artikel 3 Uitkeringen

Aan de hand van gegevens van door de maatschappij aan te wijzen medische en/of andere deskundigen zal de maatschappij de mate van arbeidsongeschiktheid c.q. de herziening daarvan, alsmede de periode waarover zal worden uitgekeerd, vaststellen.

De verzekerde uitkering bedraagt bij een mate van arbeidsongeschiktheid van:

25 tot en met 34% 30% van de verzekerde daguitkering

35 tot en met 44% 40% van de verzekerde daguitkering

45 tot en met 54% 50% van de verzekerde daguitkering

55 tot en met 64% 60% van de verzekerde daguitkering

65 tot en met 79% 75% van de verzekerde daguitkering

80 tot en met 100% 100% van de verzekerde daguitkering

(…)

Artikel 7 samenloop van uitkeringen

Indien de verzekerde na het intreden van de arbeidsongeschiktheid naast de uitkering uit onderhavige verzekering rechten kan doen gelden op een uitkering inzake inkomstenderving ten gevolge van arbeidsongeschiktheid op grond van andere sociale en/of particuliere verzekering(en), heeft de maatschappij het recht de totale jaaruitkering uit de onderhavige verzekering zodanig te verlagen dat het totale bedrag van de inkomsten maximaal gelijk is aan het jaarinkomen van de verzekerde uit hoofde van zijn beroep in het kalenderjaar, voorafgaande aan het jaar van het intreden van de arbeidsongeschiktheid.

(…)

Artikel 16 Verplichtingen

(…)

2. In geval van arbeidsongeschiktheid is de verzekerde verplicht:

(…)

d. Aan de maatschappij of aan door haar aangewezen deskundige(n) alle, door haar nodig geoordeelde gegevens, inclusief de medische voorgeschiedenis van de verzekerde, naar waarheid te verstrekken of te doen verstrekken en geen feiten of omstandigheden te verzwijgen, die voor de vaststelling van de mate van de arbeidsongeschiktheid of van de uitkeringen van belang zijn.

(…)

Artikel 19 Herziening van de premie en de voorwaarden

De maatschappij heeft het recht de premie en/of voorwaarden van de bij haar lopende verzekeringen en bloc dan wel groepsgewijs te herzien.(…) Indien een verzekerde de herziening niet wenst te accepteren, dient hij dit de maatschappij schriftelijk mede te delen (…), waarna de verzekering beëindigd wordt op de dag voorafgaande aan de wijzigingsdatum.

(…)”

2.3.

Bij Reaal bestaan ook de algemene voorwaarden UNIM-POLIS Langlopende Verzekering Beroeps-AOV 0101-0405. Daarin staat onder meer:

“ (…)

Artikel 6 Samenloop van uitkeringen

Indien de verzekerde, na het intreden van de arbeidsongeschiktheid, uit de onderhavige verzekering rechten kan doen gelden op een uitkering terzake van inkomensderving, heeft de maatschappij het recht de totale jaaruitkering uit de onderhavige verzekering zodanig te verlagen dat het totale bedrag van het inkomen, inclusief de uitkering uit hoofde van sociale en particuliere verzekeringen, maximaal gelijk is aan het geïndexeerde inkomen van de verzekerde uit hoofde van zijn beroep in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar van intreden van de arbeidsongeschiktheid.

(…)”

2.4.

Op 19 september 2005 heeft (toen nog) AXA een nieuw polisblad afgegeven. Als reden van afgifte wordt genoemd “Actuele status”. Daarbij zijn ten opzichte van de aanvankelijke polis, de jaarpremie en de Daguitkering Langlopende verzekering verhoogd. De algemene voorwaarden waarnaar op dit polisblad wordt verwezen zijn de Beroeps-AOV 0101.

2.5.

Bij de afgifte van het nieuwe polisblad heeft AXA een brief en een informatiebrochure (handleiding) meegestuurd. In de brief staat onder meer het volgende:

“(…)

Door het verdwijnen van de WAZ kan in 2004 uw verzekering aangepast zijn aan de huidige wettelijke situatie. Daarnaast kan uw verzekerd bedrag geïndexeerd zijn. Hoe dit precies voor u heeft uitgepakt, kunt u zien op het actuele polisblad dat u bij deze brief aantreft. Tevens zenden wij u bijgaand de actuele voorwaarden toe. (…)”

2.6.

In de meegestuurde brochure staat onder meer het volgende:

“(…)

Met de AOV verzekert u het risico van het wegvallen van (een deel van) uw inkomen bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Niet iedereen die ziek is, is overigens arbeidsongeschikt. Het gaat erom dat u door een ziekte of als gevolg van een ongeval uw beroep niet meer kunt uitoefenen. Of dat bij u het geval is, wordt vastgesteld door specialisten, waaronder een onafhankelijke keuringsarts.

Wat is arbeidsongeschiktheid?

De mate van arbeidsongeschiktheid en de hoogte van een eventuele uitkering is afhankelijk van de door u gekozen dekking:

Beroepsarbeidsongeschiktheid. Hierbij wordt beoordeeld of u nog in staat bent uw huidige werk uit te oefenen. Gekeken wordt of u uw beroepswerkzaamheden redelijkerwijs kunt uitoefenen. U hoeft dus geen werk beneden uw niveau te verrichten.

(…)”

2.7.

Op 20 augustus 2008 heeft de medisch adviseur een verzoek tot medisch onderzoek gericht aan Prof. Dr. [A] , psychiater. In diens rapport van 6 januari 2009 staat onder de beschouwing onder meer het volgende:

“Betr is lijdende aan een dysthyme stoornis als verergering van een al langer bestaande burn-out, gekenmerkt door in- en doorslaapstoornissen, slechte eetlust, nervositas, interesse- en initiatiefverlies, somberheid met suïcidale ideaties, moeheid overdag, libidoverlies. Al eerder heeft betr. moderne antidepressiva (Seroxat, Efexor) voorgeschreven gekregen, maar die hielpen hem niet. De huidige dysthyme stoornis is ontstaan omdat betr. zich heeft uitgeput vanwege zijn te hoge verwachtingen van zichzelf die bij hem een neurotische basis hebben.(…)”

2.8.

In de arbeidsdeskundige rapportage van 24 juni 2008 staat onder meer het volgende:

“10. Visie van arbeidsdeskundige

(…) Verzekerde komt enigszins labiel over en ik vraag me werkelijk af of hij momenteel mentaal wel in staat is om verantwoorde keuzes voor zijn eigen toekomst kan maken. Voorts vraag ik mij af of hij momenteel mentaal wel in staat is om het beroep van huisarts uit te oefenen. Ik ben van mening dat verzekerde feitelijk volledig arbeidsongeschikt is. Het lijkt mij verstandig rekening houdend met de economische belangen van de praktijk, dat verzekerde zich niet voor 100% maar voor 50% ziek meldt en voor die 50% een waarnemer zoekt. (…)

12. Conclusie en advies

Verzekerde doet er alles aan om zijn praktijk te kunnen blijven voeren. Hij realiseert zich dat het zich ziekmelden een afbreukrisico voor zijn praktijk is. Ik denk echter dat verzekerde meer moeite heeft met het gezichtsverlies dat hij daarmee denkt te lijden. Door de gesprekken met ondergetekende, is hij nog meer tot het besef gekomen dat hij nu keuzes moet gaan maken. Hij weet alleen niet hoe en zou daar graag professioneel bij ondersteund willen worden door een personal coach. Verzekerde ziet nu ook in dat het zo niet langer gaat en is het met mij eens dat hij beter gas terug kan nemen om te herstellen. Verzekerde vindt het een goed voorstel om zich voor 50% ziek te melden en voor die 50% een waarnemer te zoeken. (…)”

2.9.

In een tweede arbeidsdeskundige rapportage van september 2008 staat onder meer het volgende:

“Datum intreden AO-heid blijft vaag en arbitrair, aangezien er geen vast punt valt aan te wijzen, waarop de arbeid substantieel is verminderd.

Omvang van de AO-heid is eveneens vrij arbitrair. [B] adviseert 50%, doch verzekerde heeft geen waarneming kunnen vinden om dit aldus te kunnen invullen. Verzekerde werkt weliswaar in een geringere omvang, doch naar inschatting zeker niet met een groter verlies dan 30%.”

2.10.

In het arbeidsdeskundig rapport van februari 2009 wordt verwezen naar de bevindingen van Prof. [A] . Ook wordt een e-mailbericht van [C] (behandelend psychiater, toevoeging rechtbank) aangehaald. Hij schrijft daarin dat hij het met de visie van Prof. [A] grotendeels eens is.

“Hierbij het rapport van [A] . Ik deel grotendeels zijn visie, maar denk dat er over de dysthyme stoornis heen, zeker sinds de herfst vorig jaar, sprake is van een depressieve stoornis ernstig.”

Verder staat in het rapport:

“5. Percentage arbeidsongeschiktheid

Naar het oordeel van de arbeidsdeskundige is verzekerde op medische gronden al lange tijd niet in staat om de aan zijn beroep verbonden taken uit te voeren. De economische noodzaak en het voorkomen van het verval van zijn praktijk, hebben verzekerde min of meer gedwongen om ver over zijn mentale en fysieke grenzen te gaan.(…)

6. Conclusie en advies

(…)

De mate van arbeidsongeschiktheid wordt geschat op 88% en valt in de klasse 80-100%. Ondergetekende adviseert u om verzekerde conform een uitkering te verlenen en het advies van psychiater [C] in overweging te nemen, om verzekerde deze uitkering voorlopig per 1 oktober 2008 toe te kennen. Een analyse van de jaarcijfers over de jaren 2005 t/m 2008 kan wellicht duidelijkheid verschaffen over het economische verval van de praktijk in relatie tot de arbeidsongeschiktheid van verzekerde. Er kan dan wellicht meer concreet een moment van het intreden van de arbeidsongeschiktheid een de mate waarin worden bepaald op basis van medische, arbeidsdeskundige en financiële aspecten. (…)”

2.11.

In een rapportage van oktober 2009 staat het volgende:

“Van verzekerde verkregen medische gegevens

Op mijn vraag hoe het nu met hem gaat, weet verzekerde aanvankelijk geen antwoord te geven. Het kost hem zichtbaar moeite om zijn gedachten te vormen en tot een oordeel te komen. Dit blijkt later in het gesprek ook een van kernknelpunten in verzekerdes huidige functioneren te zijn. Zolang hij op de automatische piloot kan draaien gaat het redelijk, maar als er meer van hem gevraagd wordt, wordt hij angstig en gaat hij erg twijfelen aan zichzelf.

(…)

Zijn grootste belemmeringen liggen momenteel op het onvermogen om zich te focussen op zaken. De concentratie kan hij haast niet vasthouden en hij maakt daardoor niets af. Lezen lukt praktisch niet; het blijft veelal bij koppen snellen. Het zelfvertrouwen is erg laag. Volgens verzekerde is er naast de depressie dan ook sprake van een angststoornis.

De situatie is nog verre van stabiel en eea wisselt ook per dag.”

2.12.

Uit financiële gegevens van de praktijk sinds de aanvang van de arbeidsongeschiktheid blijkt bij een eerste beschouwing niet van een (sterk) dalende omzet. Reaal heeft daarover op 8 mei 2013 een brief geschreven. Daarin staat onder meer:

“(…)

Uit de cijfers en de aangiften voor de Inkomstenbelasting bleek dat uw inkomen in de periode dat u claimt arbeidsongeschikt te zijn, vrijwel gelijk is aan het inkomen voordat u een claim indiende op deze arbeidsongeschiktheidsverzekering.

U gaf zelf aan niet/nauwelijks werkzaam te zijn in uw praktijk maar al uw patiënten over te laten aan een waarnemer.

In de jaarstukken treffen we inderdaad een kostenpost “Waarnemingskosten”aan. U vertelde dat de waarnemer 2,5 dag per week in de praktijk aanwezig is en in die tijd net zo veel patiënten ziet als u deed voordat u zich arbeidsongeschikt meldde.

U zou daarnaast ook geen diensten meer doen en ook diverse –extra onderzoeken – niet meer zelf verrichten, maar door derden laten doen.

Vooralsnog is dat voor Reaal geen acceptabele verklaring van het feit dat uw inkomen in de jaren dat u een volledige uitkering uit deze arbeidsongeschiktheidsverzekering ontving, vrijwel gelijk is aan het inkomen voor deze periode.

Reaal wil daarom een nader onderzoek doen naar uw praktijkvoering, inzet en kosten van waarneming en diverse kostenposten in de jaarstukken. (…)”

2.13.

In het kader van controle op de mate van arbeidsongeschiktheid heeft Reaal gevraagd om: de afsprakenagenda’s 2006 – 2013; de bij de zorgverzekeraars ingediende declaraties 2006-2013; de declaraties/facturen van alle waarnemers 2008 – 2013; de bij [naam 1] ingediende declaraties 2006 – 2013; de bij [naam 2] ingediende declaraties 2006-2013; de facturen inzake bijdrage [naam 3] 2008-2014; de facturen inzake de bijdrage [naam 1] 2008-2013. [eiser] heeft deze gegevens niet verstrekt.

2.14.

Met ingang van 1 september 2013 is Reaal met de periodieke uitkeringen uit hoofde van de afgesloten verzekering gestopt.

2.15.

Per 1 mei 2015 heeft [eiser] zijn praktijk gesloten. In de door [eiser] aan zijn patiënten gestuurde afscheidsbrief staat onder meer: “Zeer tot mijn spijt is het niet mogelijk gebleken een opvolger te vinden voor de overname en voortzetting van mijn praktijk.”

2.16.

Per 9 september 2015 is [eiser] uitgeschreven als huisarts in het BIG-register.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat – een verklaring voor recht inhoudende dat de verzekeringsovereenkomst tussen [eiser] en Reaal met polisnummer [polisnummer] een sommenverzekering is en voorts Reaal te veroordelen aan [eiser] te voldoen 100% van de verzekerde daguitkering vanaf 1 september 2013, althans vanaf 1 mei 2015 (de datum waarop hij zijn praktijk gesloten heeft), met veroordeling van Reaal in de kosten van de procedure.

3.2.

Reaal voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of [eiser] (nog) in aanmerking komt voor een uitkering onder de door hem afgesloten particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering.

4.2.

De medische informatie en de arbeidsdeskundige rapporten wijzen op volledige arbeidsongeschiktheid. Daarmee bestaat in beginsel een toereikende basis voor een uitkering onder de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

4.3.

Op basis van naderhand ontvangen financiële gegevens betwijfelt Reaal echter of van volledige arbeidsongeschiktheid sprake is. Het praktijkinkomen van [eiser] lijkt nauwelijks gedaald en dat wijst volgens Reaal op een behoorlijke mate van betrokkenheid van [eiser] zelf. Als [eiser] nog in staat is werkzaamheden te verrichten, dan is [eiser] niet arbeidsongeschikt, in elk geval niet volledig. Dit rechtvaardigt volgens Reaal een nader onderzoek naar de werkzaamheden van [eiser] en de wijze waarop het praktijkinkomen gegenereerd is. Om die reden heeft zij aanvullende informatie gevraagd, maar niet gekregen. Er is een patstelling ontstaan en Reaal heeft de uitkering per 1 september 2013 volledig stopgezet.

4.4.

[eiser] weigert zijn verdere medewerking stellende dat het door hem gegenereerde inkomen niet van belang is omdat sprake is van een sommenverzekering, waarbij ongeacht zijn (resterende) inkomen uitkering gedaan moet worden als sprake is van arbeidsongeschiktheid. [eiser] heeft aan alle onderzoeken zijn medewerking verleend en zelfs financiële stukken over de periode 2006 – 2012 laten zien. Meer kan van hem niet gevergd worden, ook omdat de door Reaal gevraagde informatie maakt dat [eiser] zijn beroepsgeheim zou moeten schenden. De arbeidsongeschiktheid is door Reaal na het inwinnen van medisch en arbeidsdeskundig advies vastgesteld, zodat Reaal volgens [eiser] gehouden is tot uitkering over te gaan.

4.5.

Partijen zijn het er over eens dat de indertijd door [eiser] afgesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering te gelden heeft als een sommenverzekering. Reaal heeft dit op de comparitie van partijen van 11 februari 2016 nadrukkelijk verklaard. Reaal stelt zich echter op het standpunt dat zij tijdens de looptijd van de verzekering de voorwaarden eenzijdig gewijzigd heeft waardoor, anders dan bij een sommenverzekering veelal het geval is, de mate van inkomensverlies wel van belang is voor de vraag of Reaal tot uitkering gehouden is. Daarvoor beroept Reaal zich op het onder de feiten aangehaalde artikel 6 uit de algemene voorwaarden UNIM-POLIS Langlopende Verzekering Beroeps-AOV 0101-0405. Volgens Reaal is geen sprake van een relevant inkomensverlies, zodat zij op basis van artikel 6 niet (langer) tot uitkering verplicht is. Daarnaast stelt Reaal zich op het standpunt dat [eiser] ook in het geval de nieuwe voorwaarden niet van toepassing zijn geworden gehouden is zijn medewerking aan een nader onderzoek te verlenen.

4.6.

De rechtbank zal gelet op het partijdebat als eerste beoordelen of Reaal zich kan beroepen op de gewijzigde voorwaarden en het nieuw ingevoerde artikel 6 en vervolgens ingaan op de vraag of van [eiser] op andere gronden medewerking aan nader onderzoek verlangd kan worden.

4.7.

Uitgangspunt is dat een verzekeraar, die zich zoals Reaal dat recht heeft voorbehouden, tijdens de looptijd van de verzekering de voorwaarden eenzijdig mag wijzigen. Voorwaarde is dat een verzekerde met die wijzigingen bekend gemaakt moet worden en de verzekering kan opzeggen als hij niet met de gewijzigde voorwaarden instemt.

4.8.

Uit de overgelegde stukken volgt dat er tijdens de looptijd van de verzekering inderdaad wijzigingen zijn doorgevoerd en dat [eiser] de verzekering niet heeft opgezegd. Het is daarom van belang of [eiser] ook bekend is gemaakt met de nieuwe voorwaarden.

4.9.

De rechtbank kan op basis van de stellingen van partijen en de in het geding gebrachte stukken niet vaststellen dat [eiser] op de invoering van de algemene voorwaarden UNIM-POLIS Langlopende Verzekering Beroeps-AOV 0101-0405 gewezen is en overigens ook niet dat hij op de invoering van die wijziging bedacht moest zijn. De rechtbank kan evenmin vaststellen dat [eiser] anderszins op de invoering van artikel 6 is gewezen.

4.10.

Reaal heeft een nieuwe polis afgegeven. Artikel 6 (nieuw) staat echter niet op de polis, maar in de (nieuwe) verzekeringsvoorwaarden. Dat die nieuwe voorwaarden zelf verstrekt zijn blijkt niet. Op het polisblad wordt namelijk niet naar de nieuwe voorwaarden verwezen, maar naar de oude (hoewel die volgens Reaal niet langer van toepassing waren). Uit de informatie die bij het toezenden van het polisblad is meegestuurd volgt ook niet dat sprake is van nieuwe voorwaarden (anders dan die op het polisblad staan). In de meegestuurde informatie staat weliswaar dat de verzekering weer up to date is, maar dat het artikel 6 waarop Reaal zich beroept is ingevoerd blijkt daaruit niet. Er wordt verder wel over actuele voorwaarden gesproken, maar welke voorwaarden dat zijn wordt niet genoemd. Op basis van de afgegeven polis kon [eiser] er van uitgaan dat de aanpassingen zagen op de hoogte van de dekking en de premie. Deze zijn namelijk gewijzigd en op het polisblad expliciet vermeld.

4.11.

Dat andere voorwaarden van toepassing zijn geworden vloeit ook niet voort uit het argument dat aanpassing van de voorwaarden nodig was door de afschaffing van de WAZ. Die afschaffing maakt het misschien wel begrijpelijk dat er wijzigingen zijn doorgevoerd, maar daarmee is niet gegeven dat de nieuwe voorwaarden zijn meegestuurd of dat [eiser] moest beseffen dat naast de kenbare wijzigingen op het polisblad nog andere wijzigingen zijn doorgevoerd. Bekendheid van [eiser] met nieuwe voorwaarden kan ook niet afgeleid worden uit interne werkinstructies bij Reaal. Die zijn immers naar hun aard bedoeld om interne werking te hebben en waarom [eiser] op grond daarvan zou moeten weten welke wijzigingen zijn doorgevoerd is op geen enkele wijze toegelicht.

4.12.

Bij het aangaan van de overeenkomst zijn de beroeps AOV 0101 van toepassing verklaard. Onderdeel daarvan is een artikel dat ziet op samenloop van verschillende uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid. De rechtbank leest in deze bepalingen geen mogelijkheid om rekening te houden met het door de verzekerde (nog) gegenereerde inkomen als zodanig. Anders dan Reaal oordeelt de rechtbank de wijziging van de algemene voorwaarden, het nieuw ingevoerde artikel 6 in het bijzonder, als wezenlijk. Waar aanvankelijk slechts samenloop met andere uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid tot verrekening kon leiden, is een artikel dat het volledige inkomen na het ontstaan van arbeidsongeschiktheid in aanmerking neemt, een bepaling die het karakter van de verzekering verandert. Over de invoering van zulk een wijziging behoort Reaal geen misverstand te laten bestaan. Op een dergelijke wijziging behoeft [eiser] ook niet zomaar bedacht te zijn. In het geval van twijfel keert dit zich dus tegen Reaal.

4.13.

De enkele stelling van Reaal in deze procedure dat de nieuwe polisvoorwaarden meegestuurd zijn is evenmin toereikend om gebondenheid daaraan aan te kunnen nemen, omdat met de enkele verzending niet vaststaat dat die voorwaarden ook daadwerkelijk door [eiser] ontvangen zijn. Relevante mededelingen of wijzigingen moeten [eiser] bereiken voordat Reaal zich daarop kan beroepen.

4.14.

Aan bewijslevering wordt niet toegekomen. Reaal heeft gesteld dat de nieuwe voorwaarden van toepassing zijn geworden en daarvan bewijs aangeboden. De rechtbank acht de stellingen van Reaal in het licht van hetgeen hiervoor is besproken echter onvoldoende, waarbij bijzondere betekenis wordt toegekend aan het feit dat Reaal zelf op de polis de oude voorwaarden is blijven noemen. Uitgangspunt bij de verdere beoordeling is dus dat de oorspronkelijk overeengekomen voorwaarden van toepassing zijn gebleven, althans voor de beoordeling van de vordering van [eiser] .

4.15.

Het vorenstaande betekent dus ook dat het oorspronkelijk karakter van de verzekering is blijven bestaan en dat de verzekering als een sommenverzekering moet worden aangemerkt.

4.16.

[eiser] heeft dus ook gelijk waar hij stelt dat Reaal tot uitkering gehouden is als arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld. Daarvoor is leidend of sprake is van objectief vast te stellen medische klachten en de wijze waarop die van invloed zijn op mogelijkheid daarmee het verzekerd beroep nog uit te oefenen. De vraag of schade is geleden is daarvoor niet relevant.

4.17.

In de verzekeringsvoorwaarden is echter wel bepaald dat [eiser] gehouden is alle informatie te verstrekken die Reaal nodig acht om het recht op uitkering te kunnen beoordelen. [eiser] is daarom gehouden op verzoeken van Reaal om informatie in te gaan, behoudens en voor zover een dergelijk verzoek geen redelijk doel dient. Die situatie kan zich voordoen als de gevraagde informatie niet van betekenis kán zijn voor de mate van arbeidsongeschiktheid.

4.18.

[eiser] miskent met zijn weigering nadere informatie te geven in dit geval dat het in zijn praktijk gerealiseerde inkomen een indicatie kan zijn voor de wijze waarop [eiser] feitelijk nog inzetbaar is of was, zodat de beschikbare financiële gegevens gebruikt kunnen worden bij de controle van de stellingen die [eiser] over zijn belastbaarheid heeft gegeven. De arbeidsongeschiktheid wordt immers voor een belangrijk deel gebaseerd op de eigen mededelingen van [eiser] aan controlerend artsen en arbeidsdeskundigen. De rechtbank acht het niet onredelijk dat Reaal daarvan enige objectivering verlangt. In dat kader kunnen de financiële gegevens, anders dan [eiser] heeft betoogd, relevant zijn. In zoverre mag ook van [eiser] verlangd worden dat een redelijke verklaring wordt gegeven voor het feit dat het praktijkinkomen slechts beperkt gedaald is, waar gelet op de stellingen van [eiser] over zijn zeer beperkte inzetbaarheid een groter inkomensverlies te verwachten viel.

4.19.

De bewijslast voor het bestaan van arbeidsongeschiktheid ligt bij [eiser] . Hij kan zich daarvoor in ieder geval beroepen op de medische en arbeidsdeskundige bevindingen, waaraan veel gewicht toegekend kan worden. Er is een duidelijke diagnose met betrekking tot de aanwezigheid van psychische klachten. Ook de beschikbare arbeidsdeskundige rapportages wijzen op de aanwezigheid en het voortduren van arbeidsongeschiktheid. Daarbij wordt overigens niet uitsluitend afgegaan op mededelingen van [eiser] zelf. In de rapportages klinken ook de opvattingen van de arbeidsdeskundigen door die ontstaan zijn tijdens hun gesprekken met [eiser] . De beschikbare rapportages zijn, gelet op de ontstane twijfel die Reaal gemotiveerd gesteld heeft, in dit geval echter niet volledig doorslaggevend. De rechtbank zal daarom een nieuwe comparitie van partijen bepalen om te bespreken op welke wijze [eiser] een nadere onderbouwing kan geven. Het is niet gegeven dat alle informatie die Reaal vraagt ook opportuun is, omdat wellicht op een andere minder bezwaarlijke wijze ook relevante informatie verstrekt kan worden. Voorstelbaar is dat met verklaringen van de praktijkmedewerkers, de waarnemers en/of een financieel adviseur een afdoende verklaring gegeven kan worden voor de vragen die Reaal thans opwerpt em dat daarmee, in combinatie met de beschikbare rapportages, een gefundeerd oordeel over de (mate van) arbeidsongeschiktheid gegeven kan worden. Indien [eiser] iedere medewerking blijft weigeren zullen de vorderingen in conventie echter afgewezen worden.

4.20.

Reaal suggereert in haar stukken ook dat zij in het verleden te veel betaald heeft en dat sprake kan zijn van fraude. Aan die suggesties heeft zij tot op heden geen consequenties verbonden. Voor zover zij dit alsnog zou doen geldt dat de bewijslast van fraude en eventuele onverschuldigde betalingen op haar rust. Daarvoor is niet genoeg dat de vordering in conventie (mogelijk) wordt afgewezen. De rechtbank zal in dat kader in ieder geval geen bijzondere betekenis toekennen aan hetgeen [eiser] in zijn fiscale aangiften heeft verklaard: voor de verplichting tot uitkering door Reaal is relevant wat de mate van arbeidsongeschiktheid is, niet of in het kader van een fiscale vrijstelling een verklaring is gegeven die wellicht niet of niet volledig juist is.

4.21.

Omdat [eiser] bij het afsluiten van de verzekering gekozen heeft voor dekking van arbeidsongeschiktheid voor het beroep van huisarts, dient Reaal bij de beoordeling van de activiteiten van [eiser] daarmee rekening te houden. De rechtbank neemt vooralsnog tot uitgangspunt dat het dan in eerste instantie gaat om het zien van patiënten, het stellen van diagnoses en alles wat daar bij hoort. In zoverre acht de rechtbank het niet zonder meer juist dat Reaal ook de werkzaamheden die [eiser] als manager van de praktijk mogelijk nog heeft verricht in aanmerking lijkt te nemen. Dat kan anders zijn als bij het sluiten van de verzekering die activiteiten apart benoemd zijn, maar bij gebreke daarvan dient het accent te liggen op de medische kant van het beroep van huisarts. Een huisarts hoeft immers geen manager te zijn.

4.22.

Tegen die achtergrond moet ook beoordeeld worden of [eiser] zijn praktijk terecht beëindigd heeft, niet op basis van het feitelijk gegeven dat de praktijk na het uitvallen van [eiser] rendabel is gebleken. Van [eiser] kan niet verwacht worden dat hij als een soort praktijk manager werkzaam blijft als hij niet in staat is feitelijk patiënten te zien, zijn BIG-registratie te behouden en zonder tuchtklachten te werken. Dat zou alleen anders zijn als hij voor zijn uitval ook voor een belangrijk deel als manager werkzaam is geweest.

4.23.

Het door Reaal in het geding gebrachte rapport van [D] onderbouwt dat er aanleiding is voor nader onderzoek, maar niet meer dan dat. Het feit dat dit rapport in opdracht van één partij is opgesteld en dat [eiser] en zijn adviseurs op geen enkele wijze bij de totstandkoming betrokken zijn geweest, maakt dat een terughoudende beoordeling op zijn plaats is. Daarbij komt dat [D] geen onderscheid lijkt te maken tussen inkomsten die [eiser] als medicus heeft gegenereerd of als manager van de praktijk. De uitsluitend cijfermatige benadering lijkt bovendien niet volledig recht te doen aan de feitelijke situatie zoals die uit de stukken naar voren komt. Het lijkt er op dat [eiser] , daarin gesteund door de arbeidsdeskundige, soms meer gedaan heeft dan goed zou zijn, in welk verband naar de onder de feiten aangehaalde arbeidsdeskundige rapportages verwezen kan worden. Naar het oordeel van de rechtbank kan dat niet tegen hem gebruikt worden bij het bepalen van de mate van arbeidsongeschiktheid. Bovendien heeft [eiser] door het late moment dat het rapport aan de processtukken is toegevoegd daarop nog niet adequaat kunnen reageren.

4.24.

De rechtbank zal dus een nieuwe comparitie bevelen om met partijen te bespreken op welke wijze de zaak een vervolg moet krijgen. Daarbij gaat het feitelijk om de vraag op welke wijze [eiser] een nadere toelichting op het gegenereerde praktijkinkomen kan geven. In het verlengde daarvan moet het gaan om de vraag of en zo ja op welke wijze nadere inlichtingen gegeven kunnen worden over de mogelijkheden die [eiser] had om als huisarts aan het werk te blijven, gegeven ook de doorhaling van de BIG-registratie op 9 september 2015, en welke taken voor het beroep van huisarts als relevante taken meegewogen moeten worden. Ook dat zal onderdeel van het debat moeten zijn op de comparitie, waarbij aandacht zal moeten zijn voor de wijze waarop de verzekering tot stand is gekomen en welke informatie daarbij gegeven is alsmede de wijze waarop [eiser] zijn praktijk heeft gevoerd.

4.25.

De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. J.O. Zuurmond in het gerechtsgebouw te Utrecht aan Vrouwe Justitiaplein 1 op 22 november 2017 om 09.30 uur,

5.2.

bepaalt dat [eiser] dan in persoon aanwezig moet zijn en dat Reaal Schadeverzekeringen N.V. dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.O. Zuurmond en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2017.1

1 type: HZ (4583) coll: nig (4123)