Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5764

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-11-2017
Datum publicatie
24-11-2017
Zaaknummer
16/660089-16
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Omdat in het onderhavige geval sprake is geweest van genitale penetratie, is de rechtbank van oordeel dat verdachte een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer heeft gemaakt. Artikel 22b Sr van toepassing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/660089-16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 14 november 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1991] te [geboorteplaats] (Afghanistan),

wonende aan de [adres] , te ( [adres] ) [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 31 oktober 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. Kamper en van hetgeen verdachte en mr. C.C. Polat, advocaat te Breukelen, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlagen aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode 23 augustus 2013 tot en met 4 augustus 2015 te Amersfoort en/of Houten ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer] (geboren op [2000] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, welke handelingen mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] .

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich voor wat betreft de vraag of de rechtbank tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde kan komen, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen1:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 31 oktober 2017;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 27 augustus 20152;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer] d.d. 3 maart 20163.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 augustus

2013 tot en met 4 augustus 2015 in de gemeente Amersfoort en/of Houten, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, met [slachtoffer] , geboren op [2000]

, die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had

bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd die

(telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen

van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens)

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van zes maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- een taakstraf van 240 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het volgende aangevoerd.

Verdachte behoorde tot de groep mannen/jongens waaraan [slachtoffer] positieve herinneringen heeft. De seks heeft steeds een vrijwillig karakter gehad, verdachte dacht dat [slachtoffer] 17 jaar was, ook doordat [slachtoffer] dat zelf had gezegd, en [slachtoffer] vindt niet dat verdachte een straf moet krijgen.

Voorts heeft de verdediging gewezen op het taakstrafverbod in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht (Sr), waarin artikel 245 Sr niet expliciet is opgenomen. Om vast te stellen of in het onderhavige geval dat verbod van toepassing is, dient de vraag te worden beantwoord of er sprake is van ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Deze vraag dient volgens de verdediging ontkennend te worden beantwoord. De verdediging heeft verzocht om, ook indien de rechtbank van oordeel is dat sprake is van een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit, geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich meermalen en op verschillende momenten schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met de minderjarige [slachtoffer] . De rechtbank acht bewezen dat er meerdere incidenten hebben plaatsgevonden waarbij ontuchtige handelingen zijn gepleegd en dat deze handelingen bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] . Uit de verklaringen van [slachtoffer] komt naar voren dat het seksuele contact weliswaar vrijwillig heeft plaatsgevonden, maar het had, gelet op het leeftijdsverschil (van ruim 9 jaar), op de weg van verdachte gelegen [slachtoffer] tegen zichzelf in bescherming te nemen. Verdachte heeft zijn eigen lustgevoelens laten prevaleren en heeft niet stil gestaan bij de gevolgen voor het - gelet op haar leeftijd van veertien jaar - kwetsbare slachtoffer. Dergelijke feiten doorkruisen een normale seksuele ontwikkeling en kunnen voor minderjarigen ernstige gevolgen hebben die zij nog lange tijd met zich dragen.

Verder heeft de rechtbank het bepaalde in artikel 22b Sr en de parlementaire geschiedenis van dat artikel bij haar beoordeling betrokken. Naar het oordeel van de rechtbank gaat het bij de toepassing van artikel 22b Sr en het daarin neergelegde taakstrafverbod uitdrukkelijk over de ernst van de inbreuk op de lichamelijke en niet de geestelijke integriteit. Redengevend hiervoor is dat deze laatste maatstaf te weinig objectief is voor de beoordeling of een taakstraf mag worden opgelegd. In de MvT wordt een handeling als bijvoorbeeld een tongzoen niet als een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit gezien. Anders ligt dat als sprake is van genitale penetratie. Omdat in het onderhavige geval sprake is geweest van genitale penetratie, is de rechtbank van oordeel dat verdachte een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer heeft gemaakt. Om die reden acht de rechtbank artikel 22b Sr van toepassing.

Gelet op het voorgaande kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 19 september 2017, waaruit blijkt dat verdachte geen documentatie heeft op het gebied van zedendelicten;

- een reclasseringsadvies van 11 april 2017, uitgebracht door Reclassering Nederland. Daarin staat vermeld dat het niet mogelijk is gebleken het recidiverisico in te schatten en dat geen uitspraken gedaan kunnen worden over problemen bij verdachte, waarvoor reclasseringsbemoeienis geïndiceerd zou kunnen zijn.

De rechtbank houdt er bij het opleggen van de straf voorts rekening mee dat verdachte ter terechtzitting alsnog volledige openheid van zaken heeft gegeven en spijt heeft betuigd voor zijn keuzes.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van 210 uren passend en geboden is, alsmede een gevangenisstraf voor de duur van 1 dag.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 245 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 1 dag;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 210 uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 105 dagen hechtenis;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. Glerum, voorzitter, mrs. H.A. Gerritse en H.F. Koenis, rechters, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 november 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt na wijziging ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 augustus

2013 tot en met 4 augustus 2015 in de gemeente Amersfoort en/of Houten, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, met [slachtoffer] , geboren op [2000]

, die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had

bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd die

(telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen

van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens)

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht;

Artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal genummerd PL0900-2015239935 (Onderzoek 09Spreeuw), opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 829. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 27 augustus 2015, pagina 62-73, in het bijzonder pagina 62.

3 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 3 maart 2016, pagina 243-303, in het bijzonder pagina 271-279.