Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5713

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-11-2017
Datum publicatie
15-11-2017
Zaaknummer
16/706448-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee 24-jarige mannen uit Utrecht en Amsterdam zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor grootschalige drugshandel en witwassen van bitcoins in 2014 en 2015. De verdachte die als drijvende kracht het grootste aandeel had in het witwassen, een 24-jarige Utrecht, is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar. De medeverdachte uit Amsterdam krijgt een celstraf opgelegd van 4,5 jaar.

De twee mannen hebben ruim een half jaar grote hoeveelheden harddrugs naar verschillende landen opgestuurd, waaronder Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Japan. In totaal is er 10 kilo aan drugs verhandeld, met name speed en XTC-pillen. De harddrugs werden verkocht op het darknet in ruil voor bitcoins. De mannen verhulden de herkomst van deze bitcoins via een bitcoin mixing service. Via zo’n service werden de ontvangen bitcoins gemengd en weer uitgedeeld.

Nadat de drugshandel stilviel, is één van de verdachten zich toe gaan leggen op bitcoinhandel. De 24-jarige man uit Utrecht heeft op grote schaal bitcoins ingekocht waarvan is gebleken dat een groot deel ervan door derden op het darknet is verdiend. In totaal gaat het daarbij om ruim 20.000 bitcoins. De geschatte waarde in 2015 (het jaar waarin dit zich voordeed) van de verzilverde bitcoins is ruim 5 miljoen euro. De bitcoins werden contant ingekocht en via bitcoinbeurzen verkocht, waarbij de verdachte een hoge provisie ontving. De 24-jarige Utrechter verzocht zijn medeverdachten om te helpen het door hem per bank voor de bitcoins ontvangen bedrag te pinnen, zodat hij opnieuw contant bitcoins kon inkopen.

In deze zaak stonden nog vier andere verdachten terecht. Een 28-jarige vrouw uit Utrecht en een 25-jarige vrouw uit Rotterdam hebben zich schuldig gemaakt aan witwassen. Zij zijn veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een taakstraf van 180 uur. Een 51-jarige vrouw uit Utrecht krijgt voor haar aandeel in het witwassen en het bezit van tien scherpte patronen een geldboete opgelegd van 30.000 euro. De rechtbank spreekt een 49-jarige man uit Utrecht vrij van witwassen, omdat niet kan worden vastgesteld dat hij wist dat het door hem gepinde geld uit een misdrijf afkomstig was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/706448-15 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 14 november 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1993] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , op het adres [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen. De inhoudelijke behandeling ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 19 en 20 september 2017. Ter zitting van 31 oktober 2017 is het onderzoek gesloten. Eerder is de zaak ter zitting behandeld op 22 januari 2016, 14 april 2016, 23 juni 2016, 8 september 2016, 17 november 2016 en 6 februari 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen verdachte en mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zittingen van 8 september 2016 en 19 september 2017 gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: in de periode van 22 juni 2014 tot en met 13 oktober 2015 te Utrecht en/of Amsterdam, al dan niet samen met anderen een geldbedrag en/of bitcoins ter waarde van in totaal € 5.075.169,-, een personenauto Mercedes A180 voorzien van kenteken [kenteken] , een personenauto Mercedes C350 voorzien van kenteken [kenteken] , een personenauto Volkswagen Polo Blue Motion voorzien van kenteken [kenteken] , een contant geldbedrag van € 12.390,57, banktegoeden ter hoogte van een bedrag van € 65.482,40 en een hoeveelheid van 5,22 bitcoins ter waarde van € 1.515,44 heeft witgewassen en van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

Feit 2: in de periode van 24 juni 2014 tot en met 12 oktober 2015 te Utrecht en/of Amsterdam al dan niet samen met anderen opzettelijk (grote) hoeveelheden amfetamine, MDMA, 2-CB en LSD heeft verkocht, in elk geval aanwezig heeft gehad;

Feit 3 primair: in de periode van 24 juni 2014 tot en met 12 oktober 2015 te Utrecht en/of Amsterdam al dan niet samen met anderen opzettelijk (grote) hoeveelheden amfetamine, MDMA, 2-CB en LSD buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht;

dan wel

subsidiair: in dezelfde periode en plaatsen voorbereidingshandelingen daartoe heeft verricht;

Feit 4: op 13 oktober 2015 te Amsterdam al dan niet samen met anderen opzettelijk 1.597,4 gram amfetamine, 828,68 gram MDMA, 715 pillen MDMA, 30 pillen 2-CB en 38 zegels LSD aanwezig heeft gehad;

Feit 5: in de periode van 22 juni 2014 tot en met 13 oktober 2015 te Utrecht en/of Amsterdam heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gericht op witwassen en/of handel in verdovende middelen en/of uitvoer van verdovende middelen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat het geldbedrag van € 5.075.169,- in zijn totaliteit van misdrijf afkomstig is. Immers is niet gebleken dat alle bitcoins die zijn verzilverd een criminele herkomst hadden. Bovendien had verdachte geen opzet, ook niet in voorwaardelijke vorm, op het witwassen van het geldbedrag. Dit blijkt onder meer uit het feit dat hij geen handelingen heeft verricht om de herkomst van de bitcoins of zijn betrokkenheid daarbij te verhullen. Ook is niet gebleken dat verdachte wist dat de verzilverde bitcoins van darknet markets afkomstig waren. Er is wel voldoende bewijs dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen, aldus de raadsman.

Ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 heeft de verdediging zich voor wat betreft een bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft tot slot vrijspraak bepleit van het onder 5 ten laste gelegde en daartoe aangevoerd dat verdachte geen opzet had op deelname aan een criminele organisatie. Ook kan een gestructureerd samenwerkingsverband niet worden bewezen, omdat de winst niet werd verdeeld en er was geen sprake van een zekere bestendigheid.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Feiten en omstandigheden 1

De rechtbank gaat op grond van wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit, welke bewijsmiddelen telkens slechts worden gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

Ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis worden bij het bespreken van de bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 tussendoor reeds bewijsoverwegingen opgenomen. Deze tussentijdse bewijsoverwegingen worden cursief weergegeven.

Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 2, 3 primair en 4:

De feiten zijn door verdachte begaan. Verdachte heeft het onder 2, 3 primair en 4 ten laste gelegde bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor deze feiten bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 19 september 2017;

  • -

    de verklaring van getuige [medeverdachte 1] (hierna aan te duiden als: [medeverdachte 1] ) ter terechtzitting van 19 september 2017;

  • -

    de bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 15 oktober 2015;2

- de bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 2 maart 2016;3

- de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] van 15 oktober 2015;4

- de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van 23 oktober 2015;5

- de bevindingen van de NFI-deskundige A.G.A. Sprong van 6 november 2015;6

- de bevindingen van de NFI-deskundige A.G.A. Sprong van 6 november 2015;7

- de bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] van 16 december 2015.8

Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1:

Witwassen bitcoins uit eigen drugshandel

Volgens [medeverdachte 1] ging 100% van de door hem en verdachte met de drugshandel verdiende bitcoins de Bitcoin Fog in. Daarna werden de bitcoins omgezet in contanten.9 Verdachte heeft verklaard dat de met de drugshandel verkregen bitcoins deels zijn omgezet in contanten via een persoon die adverteerde op de website localbitcoins.net en dat een ander deel van deze bitcoins door hem aan Bitonic is verkocht op naam van [A] .10 Een totaal aantal bitcoins van 347,83730001 is door de service van Bitcoin Fog gehaald.11 [medeverdachte 1] heeft, nadat hij is geconfronteerd met het bestaan van 4 Bitcoin Fog accounts op zijn naam, en hem is gevraagd of dit de enige accounts zijn die door hem zijn gebruikt of dat er meer zijn, het volgende verklaard: De Bitcoin Fog accounts die de politie heeft ontdekt zijn de enige accounts die er zijn, meer zijn er niet.12

Bitcoin Fog betreft een bitcoin mixing service. Dit zijn services die bitcoins ontvangen, deze met transacties opdelen en door elkaar mengen en het resultaat weer uitdelen. Op die wijze wordt de herkomst van de bitcoin versluierd.13

Bewijsoverweging:

Gelet op deze bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de bitcoins die door verdachte en zijn medeverdachte werden verkregen uit de door hen tot eind december 2014 gedreven drugshandel zijn witgewassen door de herkomst van de bitcoins te verhullen (middels Bitcoin Fog) en de vanuit de service van Bitcoin Fog terugontvangen bitcoins vervolgens om te zetten in chartaal (via localbitcoins.net) dan wel giraal geld (via Bitonic).

Ter beoordeling staat vervolgens of ook de door verdachte ná 1 januari 2015 ingekochte bitcoins - de door hem genoemde bitcoinhandel – een (gedeeltelijk) criminele herkomst hebben en of hij deze bitcoins vervolgens heeft witgewassen. Voor de beoordeling hiervan acht de rechtbank de volgende bewijsmiddelen van belang.

Witwassen bitcoins uit bitcoinhandel

Criminele herkomst

De deskundige R.S. van Wegberg heeft verklaard dat een eigenschap van het TOR-netwerk is dat als een gebruiker surft naar een website, de IP-adressen worden afgeschermd voor beide partijen. De websites op het TOR-netwerk, met vraag en aanbod van producten en diensten, worden dark markets genoemd. 80% van wat daar wordt aangeboden betreft drugs. 20% betreft goederen en diensten. 90% van alle producten zijn illegale producten, zo is gebleken uit onderzoek.14 Tot nu toe vereist alles op die dark markets een betaling met bitcoins.15

Het overgrote deel van de bitcoins dat bij verdachte en [medeverdachte 1] is terechtgekomen, was afkomstig van bronclusters die direct werden gevoed met betaling uit darknet markets.16 De bitcoinstromen tussen de darknet markets en bitcoinclusters die werden beheerd door de verdachten zijn in kaart gebracht. De clusters waar de meeste bitcoins in en uit zijn gegaan, zijn clusters A, B en C.17

Deze clusters bestaan uit bitcoinadressen die afkomstig zijn van Anycoin (clusters A en B) dan wel Anycoin en Bitonic (Cluster C). Anycoin en Bitonic ontvangen vanaf de in deze clusters vermelde bitcoinadressen bitcoins op de accounts van verdachte, [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] .18

In cluster A zijn in totaal ruim 9.263 bitcoins ontvangen en 9.263 verzonden. De bitcoinadressen waar bitcoins vanuit cluster A naartoe gezonden zijn, zijn adressen die hoorden bij de Krakenaccounts van verdachten verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Vanuit cluster A werden ook bitcoins overgemaakt naar accounts op naam van verdachte en [medeverdachte 1] , aangehouden bij Anycoin. Van de 9.263 bitcoins die binnenkwamen, zijn 5.504 bitcoins afkomstig uit 9 bronclusters die voor het grootste deel direct bitcoins ontvingen uit darknet markets. Dit betekent dat de beheerder(s) van deze bronclusters producten of diensten heeft verkocht op een darknet market.19

In cluster B zijn in totaal ruim 8.860 bitcoins ontvangen en 8.860 verzonden. De bitcoinadressen van Kraken waar bitcoins vanuit cluster B naartoe gezonden zijn, zijn adressen die hoorden bij Krakenaccounts van verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Vanuit cluster B werden ook bitcoins overgemaakt naar accounts op naam van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , aangehouden bij Bitonic. Bijna alle bitcoins die in cluster B terechtkwamen, zijn afkomstig uit darknet markets. Van 8.860 bitcoins die in totaal binnenkwamen, zijn 6.148 bitcoins afkomstig uit 7 bronclusters die direct bitcoins ontvingen uit darknet markets.20

In cluster C zijn in totaal ruim 5.412 bitcoins ontvangen en 5.412 verzonden. De bitcoinadressen waar bitcoins vanuit cluster C naartoe zijn gezonden, zijn adressen die hoorden bij Krakenaccounts van verdachte en [medeverdachte 1] . Vanuit cluster C werden ook bitcoins overgemaakt naar accounts op naam van [medeverdachte 2] , verdachte en [medeverdachte 1] , aangehouden bij Anycoin. Ook werden bitcoins overgemaakt naar een account op naam van [medeverdachte 1] , aangehouden bij Bitonic. Van de 5.412 bitcoins die in cluster C binnenkwamen, zijn er 3.364 afkomstig uit 7 bronclusters, die direct bitcoins ontvangen uit darknet markets.21

De clusters A, B en C hebben in totaal 23.535 bitcoins ontvangen, waarvan 21.007 naar Krakenaccounts van verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn doorgeboekt. De geschatte waarde van deze bitcoins benadert het op de bankrekeningen verzilverde bedrag van ongeveer € 5.000.000,-.22

Bewijsoverweging:

Uit de hiervoor genoemde verklaring van de deskundige Van Wegberg volgt dat uit onderzoek is gebleken dat op darknet markets vrijwel uitsluitend in illegale goederen wordt gehandeld en op die markets een betaling in bitcoins is vereist. Op grond van die verklaring gaat de rechtbank ervan uit dat nagenoeg alle bitcoins die van darknet markets afkomstig zijn, een criminele herkomst hebben. Uit bovenstaande clusteranalyse kan worden afgeleid dat een groot deel van de door verdachte op zijn naam dan wel op naam van [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] bij Kraken, Anycoin of Bitonic aangeboden bitcoins indirect afkomstig is van dergelijke darknet markets. In veel gevallen houdt de indirecte besmetting met darknet markets in dat er slechts één transactie zit tussen de ontvangst uit darknet markets en het aanbieden van de betreffende bitcoins bij exchanges als Kraken, te weten de transactie van de ontvanger van de bitcoins uit darknet markets naar een door verdachte beheerd bitcoinadres. Op basis van deze omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat in ieder geval een groot deel van de door verdachte via zijn eigen bankrekeningen en die van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] verzilverde bitcoins een criminele herkomst heeft.

De rechtbank wijst verder op het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2010 (NJ 2011, 44). Hieruit volgt dat uit de wetgeschiedenis bij artikel 420bis en 420quater van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) als bedoeling van de wetgever moet worden afgeleid dat deze met het oog op een effectieve bestrijding van het witwassen het noodzakelijk achtte om niet alleen voorwerpen onder het bereik van de witwasbepalingen te brengen die onmiddellijk of middellijk van misdrijf afkomstig zijn, maar ook voorwerpen die gedeeltelijk van misdrijf afkomstig zijn. Voorts kan uit de wetsgeschiedenis worden afgeleid dat in het geval dat van misdrijf afkomstige vermogensbestanddelen zijn vermengd met vermogensbestanddelen die zijn verkregen door middel van legale activiteiten, het aldus vermengde vermogen kan worden aangemerkt als mede of deels uit misdrijf afkomstig.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat door vermenging van de grote hoeveelheid van darknet markets afkomstige bitcoins met bitcoins met mogelijk wel een legale herkomst, het gehele verzilverde bedrag aan bitcoins als geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - van misdrijf afkomstig moet worden aangemerkt.

De volgende vraag die aan de rechtbank ter beoordeling voorligt, is of verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat (een groot gedeelte van) de bitcoins van enig misdrijf afkomstig waren. Hierbij acht de rechtbank de volgende bewijsmiddelen van belang.

Wetenschap criminele herkomst

Verdachte heeft verklaard dat hij tot eind december 2014 verdovende middelen heeft verhandeld op verschillende darknet markets en daarbij werd uitbetaald in bitcoins. Vervolgens is hij aansluitend, te weten in januari 2015, gestart met het in- en verkopen van bitcoins. Volgens verdachte verkocht hij de bitcoins na aankoop direct door.23

Op de site LocalBitcoins is de volgende advertentie geplaatst: “I’m [naam] , the Bank of Bitcoin, and I’m fully back in business. My margins are between 5%-8%, it depends on the volume!”.24 Verdachte heeft verklaard dat dit zijn advertentie is.25 Het wisselkantoor Kraken hanteert een provisie van 0,1% tot 0,2%.26

Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij een advertentie had op Local Bitcoin. Hij kocht bitcoins onder de marktprijs in, bijvoorbeeld de prijs van bitstamp. Hij ging ongeveer € 2,- per bitcoin onder de prijs zitten. Volgens verdachte verkochten zijn klanten bitcoins onder de marktprijs aan hem, omdat zij ze zelf niet konden verkopen via bitstamp. Dat mocht niet van de banken. Het lukte verdachte wel op het moment dat hij het via zijn zakelijke rekening deed.27

Op 22 april 2015 heeft ING een aangetekende brief gestuurd aan verdachte, met als onderwerp ‘derde verzoek om informatie Betaalrekening’. Onder verwijzing naar eerdere brieven van ING van 16 maart en 1 april 2015 wordt verdachte gewezen op de vraag naar informatie over een aantal bijschrijvingen en contante opnames van zijn particuliere betaalrekening. ING heeft de informatie nog niet ontvangen.28

Bij e-mailbericht van 13 mei 2015 heeft verdachte aldus antwoord gegeven op de vragen: “Eens in de zoveel tijd investeer ik mijn geld in bitcoins. Deze bitcoins koop ik contant in met een kleine winst. Daarvoor heb ik een advertentie op localbitcoins.com. De bitcoins probeer ik in een lage koers in te kopen, met een marge van -1%. Ik koop de bitcoins dus in voor een goedkopere prijs en verkoop ze op kraken.com”.29

Op de telefoon van [B] (hierna aan te duiden als: [B] ) wordt een chatsessie aangetroffen met een gebruiker met de naam “ [naam] ”, die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: [telefoonnummer] ). Op 28 september 2015 heeft via Telegram het volgende berichtenverkeer plaatsgevonden:30

[telefoonnummer] : Een inside tip. Morgen landelijke controle.

[B] : Voor wat?

[telefoonnummer] : Alles. Popo. Belasting. Heb het echt van de grote boys.

Verdachte heeft over dit bericht verklaard dat hij in meerdere chatgroepen zat, dat hij iets had gehoord en dat hij toen dit bericht heeft gestuurd. Ook heeft hij verklaard dat [B] een klant van hem was.31

Op 29 september 2015 vond een telefoongesprek plaats tussen het telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: [telefoonnummer] ) en het telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: [telefoonnummer] ) van [C] . Dit telefoongesprek hield onder meer het volgende in:32

[telefoonnummer] : Ze zijn invallen aan het doen bij eeh [B] enzo. [D] huis, kantoor.

[telefoonnummer] : Ik heb hem gister gewaarschuwd he?

[telefoonnummer] : Ja waarom waar was dat gebeurd dan?

[telefoonnummer] : Ja ik heb gister eeh tip gekregen dat ze overal eeh dingen gaan gebeuren

[telefoonnummer] : Hoe bedoel je?

[telefoonnummer] : Ik heb gisteren tip gekregen dat overal dingen gaan gebeuren

[telefoonnummer] : Wat dan?

[telefoonnummer] : Ja overal door heel Nederland

[telefoonnummer] : Bij mij ook?

[telefoonnummer] : Ja weet ik veel! Door heel Nederland gaan dingen gebeuren vandaag. Meen je dit nou echt broer?

[telefoonnummer] : Ja 100% broer. Ik heb ze zelf net zelfs gezien voor ze deur, ik heb net gehoord van m’n matti dat ze ook bij hun eeeh, dat ze ook bij zijn kantoor langs zijn gegaan, en [E] reageert niet meer.

[telefoonnummer] : Zo das wel heel toevallig man, ik had gister nog gewaarschuwd hem.

[telefoonnummer] : Wat bedoel je met iedereen?

[telefoonnummer] : Gewoon hij heeft tegen mij gezegd, luister ‘s, morgen, door heel Nederland, gaan acties gebeuren

[telefoonnummer] : Tegen wat?

[telefoonnummer] : Tegen alles, tegen iedereen.

[telefoonnummer] : Ik ga gelijk effe alles weghalen man, zo.

Verdachte heeft verklaard dat het telefoonnummer dat eindigt op [telefoonnummer] van hem is en dat [C] een klant van hem is.33

Het bedrag van € 5.075.169,11

Uit de verstrekte bankgegevens van 1 juli 2014 tot en met 16 oktober 2015 blijkt dat een bedrag van € 5.075.169,11 aan bitcoins is verzilverd op de bankrekeningen van verdachte, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] .34 Volgens verdachte zijn alle geldbedragen die in de periode van januari 2015 tot en met 13 oktober 2015 op verschillende bankrekeningen op zijn naam en op naam van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] zijn verzilverd, van zijn bitcoinhandel afkomstig.35

De personenauto’s

In de woning op de [adres] is een Duits kentekenbewijs aangetroffen waarin is vermeld dat het kenteken [kenteken] op 13 juli 2015 ten name van verdachte is afgegeven voor een Mercedes C350 CDI. Ook het verzekeringsbewijs van die auto is afgegeven op naam van verdachte.36

De personenauto Mercedes Benz A180, voorzien van kenteken [kenteken] , stond op naam van [medeverdachte 2] . Over dit voertuig had verdachte de beschikking.37

De personenauto Volkswagen Polo, voorzien van kenteken [kenteken] , stond tot 7 november 2015 op naam van verdachte. De verkoop van deze auto vond plaats ten tijde van de detentie van verdachte. De verkoop werd kennelijk uitgevoerd door [medeverdachte 2] .38

Verdachte heeft verklaard dat de hiervoor genoemde personenauto’s van hem waren en dat hij deze heeft aangeschaft met de opbrengsten van de bitcoinhandel.39

De 5,22 bitcoins

Op de Lenovo Thinkpad laptop werd een programma aangetroffen ten behoeve van het beheer van Bitcoin wallet(s) en MultiBit Bitcoin Wallet. In dat programma werden drie bitcoinwallets aangetroffen.40 Verdachte heeft verklaard dat deze laptop door hem is aangeschaft.41 Er is beslag gelegd op de saldi van de bitcoinadressen. In totaal werden er 5,22487726 bitcoins overgemaakt naar het bitcoinadres van het Openbaar Ministerie.42

Verdachte heeft verklaard dat de opbrengst van de drugshandel uit de periode september-oktober 2015 door de politie in beslag is genomen.43 Het feit dat de saldi van deze wallets ná de aanhouding nog zijn aangegroeid, is volgens [medeverdachte 1] te verklaren doordat de bitcoins na een geplaatste order niet direct worden uitgekeerd door de darknet market.44

Gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van feit 5:

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij samen met verdachte drugs verhandelde op darknet markets. Verdachte heeft de drugs ingekocht. [medeverdachte 1] heeft de enveloppen geprint, de bestanden op de usb-stick gezet en de advertenties op internet geplaatst. Samen hebben ze de verdovende middelen verpakt. Beiden hebben de foto’s geschoten waarop het kaartje van de Flying Dutchmen en de drugs te zien waren. Volgens [medeverdachte 1] is hij degene geweest die de met de drugshandel verdiende bitcoins door de Bitcoin Fog heeft gehaald. Verdachte heeft de bitcoins omgezet in contant geld.45 Verdachte heeft verklaard dat hij samen met [medeverdachte 1] verdovende middelen verkocht. Verdachte heeft hiertoe drugs ingekocht en verpakt. Hij heeft ook een aandeel gehad in het plaatsen van de advertenties, het maken van de foto’s en het bepalen van de verkoopprijs van de drugs. Ook heeft hij verklaard dat hij uit de Bitcoin Fog afkomstige bitcoins heeft omgezet in contant geld.46

4.3.2

Verdere bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1:

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van € 5.075.169,11 en de personenauto’s en dat hij van dit witwassen een gewoonte heeft gemaakt. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

Wetenschap criminele herkomst bitcoinhandel

Op grond van de bewijsmiddelen wordt vastgesteld dat verdachte wist dat de door hem verkregen en verzilverde bitcoins uit enig misdrijf afkomstig waren. Bij de beoordeling van de wetenschap en het opzet wordt met name het volgende in aanmerking genomen.

Allereerst heeft verdachte verklaard dat hij direct voorafgaand aan de door hem gedreven bitcoinhandel samen met [medeverdachte 1] op darknet markets verdovende middelen heeft verkocht, waarbij zij in bitcoins werden betaald. Deze drugshandel vond tot eind december 2014 plaats, aldus direct voorafgaand aan de bitcoinhandel. Gelet daarop staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte wist dat bitcoins een veelgebruikt betaalmiddel zijn voor de aanschaf van illegale goederen.

Daarnaast heeft verdachte wisselende verklaringen afgelegd over de marge die hij hanteerde bij de inkoop van de bitcoins. In zijn schriftelijke verklaring die hij in een eerder stadium van de procedure aan de rechtbank heeft doen toekomen, heeft verdachte verklaard dat hij de bitcoins inkocht voor 3 tot 5% onder de marktwaarde en daarbij altijd om een legitimatiebewijs van de verkopers vroeg. In de door hem op LocalBitcoins geplaatste advertentie vraagt verdachte echter een marge van 5 tot 8%. Ter zitting heeft hij verklaard dat hij, na onderhandeling, een marge van ongeveer 4% hanteerde. Op grond van het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte een gemiddelde marge van 5% hanteerde bij de inkoop van de bitcoins. Reguliere bitcoinexchanges, waaronder het wisselkantoor Payward Kraken, hanteren een aanzienlijk lagere provisie, te weten 0,1 tot 0,2%. Gelet daarop staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat een legaal economisch motief ontbreekt voor het verkopen van bitcoins tegen een marge als door verdachte gehanteerd. Voor het verkrijgen van legale inkomsten ontbreekt derhalve een verdienmodel in de bitcoinhandel van verdachte. Daarbij komt dat verdachte zich in zijn e-mailbericht aan ING tegenover ING voordoet als een betrouwbare verkoper die handelt tegen een marge van 1%. Uit het feit dat verdachte aan de bank een andere, veel lagere marge noemt als door hem in werkelijkheid werd gehanteerd, leidt de rechtbank af dat verdachte wist dat het hanteren van een marge van rond de 5% niet gebruikelijk is voor legale transacties.

Tot slot heeft verdachte verklaard dat [B] en [C] klanten van hem waren die handelden in bitcoins. Hij heeft [B] gewaarschuwd voor de politieacties die zouden worden gehouden. Ook met [C] heeft hij gesproken over die politie-invallen en [C] spreekt in reactie daarop over het verbergen van verschillende goederen. Gelet hierop staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte wist dat deze klanten zich met illegale activiteiten bezig hielden.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen - in onderling verband en samenhang bezien - is de rechtbank van oordeel dat verdachte minst genomen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat (in ieder geval een deel van) zijn klanten bitcoins aan hem aanboden die een criminele herkomst hadden. Het verweer van de verdediging dat verdachte geen handelingen heeft verricht om te verhullen dat de bitcoins van darknet markets afkomstig waren, hoeft niet te worden besproken nu dat verweer uitgaat van opzet en de rechtbank voorwaardelijk opzet bewezen acht.

Het bedrag van € 5.075.169,11

De rechtbank acht (mede gelet op het voorgaande) wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een bedrag van in totaal € 5.075.169,11 heeft witgewassen. Dit bedrag betreft de verzilvering van bitcoins uit zowel de eigen drugshandel als uit de door hem gedreven bitcoinhandel.

De personenauto’s

Vastgesteld is dat verdachte een deel van het geldbedrag dat door het verzilveren van de bitcoins is verkregen, heeft besteed aan de aanschaf van een drietal personenauto’s. Door het aanschaffen van deze personenauto’s heeft verdachte het middellijk uit enig misdrijf afkomstige geldbedrag omgezet en daarmee een volgende witwashandeling verricht. Het witwassen van de personenauto’s acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Gewoontewitwassen

Gelet op de omvang van het bedrag dat door verdachte is witgewassen, de periode waarin dit is gebeurd en het feit dat dit (zoals reeds uit zijn eigen verklaring volgt) is gebeurd in meerdere transacties, acht de rechtbank bewezen dat sprake is van gewoontewitwassen.

Het geldbedrag van € 12.390,57

Op 13 oktober 2015 is de woning aan de [adres] in [woonplaats] doorzocht. In verschillende kamers wordt in meubels, kledingstukken, een tas en een vaas een geldbedrag van in totaal € 12.390,57 aangetroffen. In deze woning zijn naast verdachte vier andere personen woonachtig. Gelet hierop en de wijze waarop het geldbedrag verspreid in de woning is aangetroffen, kan niet worden vastgesteld dat dit geldbedrag afkomstig is uit de drugs- of bitcoinhandel van verdachte. Evenmin kan uit het dossier worden afgeleid dat dit geldbedrag een andere criminele herkomst heeft.

Concluderend acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat het in de woning aangetroffen geldbedrag van enig misdrijf afkomstig is en zal zij verdachte partieel vrijspreken van de verdenking van het witwassen van dit bedrag.

Banktegoeden ter waarde van € 65.482,40

De rechtbank heeft vastgesteld dat in totaal een bedrag van € 5.075.169,11 aan bitcoins is verzilverd. Het banktegoed ter waarde van € 65.482,40 waarop beslag is gelegd, is in dat totale bedrag aan verzilverde bitcoins inbegrepen. Om die reden zal verdachte partieel worden vrijgesproken van het witwassen van het (nogmaals) ten laste gelegde bedrag van € 65.482,40.

Ten aanzien van feit 5:

Van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr is sprake indien het een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen betreft dat als oogmerk heeft het plegen van misdrijven. In het algemeen is vereist dat verdachten een aandeel hebben in het samenwerkingsverband, dan wel de gedragingen ondersteunen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Voor opzettelijke deelneming is voldoende dat verdachten in algemene zin weten dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft.

Ten aanzien van de handel in verdovende middelen

Aan de hand van de door verdachte en [medeverdachte 1] afgelegde verklaringen wordt vastgesteld dat sprake is geweest van een gestructureerde samenwerking tussen hen, met een vaste taakverdeling, waarbij ieder zijn eigen rol had. Het oogmerk van de organisatie was gericht op de handel en uitvoer van verdovende middelen. Zowel verdachte als [medeverdachte 1] heeft niet alleen wetenschap gehad van het oogmerk van de organisatie, maar zij hebben ook een aandeel gehad in de gedragingen die strekten tot verwezenlijking hiervan.

Concluderend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en [medeverdachte 1] hebben deelgenomen aan een criminele organisatie die als oogmerk had de handel en uitvoer van verdovende middelen als bedoeld in de Opiumwet.

Ten aanzien van het witwassen

De rechtbank begrijpt de tenlastelegging aldus dat het hier gaat om het witwassen van de bitcoins afkomstig uit de door verdachte vanaf januari 2015 gedreven bitcoinhandel.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat sprake is geweest van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband ten aanzien van het witwassen. Verdachte kan worden aangemerkt als de initiator en drijvende kracht inzake de bitcoinhandel die anderen heeft geïnstrueerd om bepaalde handelingen te verrichten. Hoewel deze personen ieder afzonderlijk kunnen worden gerelateerd aan verdachte, is niet gebleken dat zij op de hoogte waren van elkaars handelen en dat zij met verdachte en/of met elkaar een gestructureerd samenwerkingsverband vormden.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen dat ten aanzien van de gepleegde witwashandelingen sprake was van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr, zodat verdachte hiervan partieel dient te worden vrijgesproken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 1:

in de periode van 22 juni 2014 tot en met 13 oktober 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, voorwerpen, te weten:

- bitcoins ter waarde van € 5.075.169,00 en

- een auto Mercedes A180, voorzien van het kenteken [kenteken] en

- een auto Mercedes C350, voorzien van het kenteken [kenteken] en

- een auto Volkswagen Polo, Blue Motion, voorzien van het kenteken [kenteken] en

- een hoeveelheid van 5,22 bitcoins

heeft verworven en voorhanden heeft gehad en/of heeft omgezet en/of van een of meer van bovengenoemde voorwerpen de werkelijke aard en de herkomst heeft verhuld en/of van een of meer van bovengenoemde voorwerpen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

Feit 2:

in de periode van 24 juni 2014 tot en met 31 december 2014 en in de periode van 20 september 2015 tot en met 12 oktober 2015 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft verkocht en verstrekt en vervoerd, grote hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en grote hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en hoeveelheden van een materiaal bevattende 2-CB, zijnde 2-CB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Feit 3 primair:

in de periode van 24 juni 2014 tot en met 31 december 2014 en in de periode van 20 september 2015 tot en met 12 oktober 2015 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, grote hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en grote hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en hoeveelheden van een materiaal bevattende 2-CB, zijnde 2-CB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Feit 4:

op 13 oktober 2015 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1597,4 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en ongeveer 828,68 gram van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en ongeveer 715 pillen van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en ongeveer 30 pillen van een materiaal bevattende 2-CB, zijnde 2-CB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Feit 5:

in de periode van 22 juni 2014 tot en met 13 oktober 2015 te Amsterdam heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van twee natuurlijke personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten handel van verdovende middelen als bedoeld in de Opiumwet en uitvoer van verdovende middelen als bedoeld in de Opiumwet.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

6.1

Partieel ontslag van alle rechtsvervolging

Met betrekking tot de strafbaarheid van het witwassen van 5,22 bitcoins, zoals onder 1 bewezen is verklaard, overweegt de rechtbank als volgt.

Deze bitcoins waren direct afkomstig uit de door verdachte en [medeverdachte 1] (in de periode september-oktober 2015) gedreven handel in verdovende middelen, zij werden immers door hun afnemers in bitcoins betaald. Ten aanzien van deze bitcoins is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat verdachte en/of [medeverdachte 1] handelingen hebben verricht die erop neerkomen dat zij de aard, herkomst of vindplaats van de bitcoins hebben verhuld. Dat verdachte of [medeverdachte 1] deze bitcoins door een bitcoinmixer zouden hebben gehaald, zoals de officier van justitie heeft gesteld, is niet gebleken. Ten aanzien van deze 5,22 bitcoins is dat zelfs uiterst onwaarschijnlijk, omdat deze bitcoins grotendeels na de aanhouding van verdachte en [medeverdachte 1] zijn ontvangen in de bitcoinwallet genaamd “van market naar multibit”, zijnde de wallet (met daarin één bitcoinadres) waarin bitcoins door verdachte en [medeverdachte 1] werden ontvangen afkomstig uit darknet markets en van waaruit de bitcoins vervolgens werden overgeheveld naar bitcoinadressen behorend bij de bitcoinfog-accounts van verdachten.

Nu niet is gebleken dat verdachte of [medeverdachte 1] verhullingshandelingen hebben verricht ten aanzien van de uit eigen misdrijf afkomstige 5,22 bitcoins, zal de rechtbank verdachte in zoverre partieel ontslaan van alle rechtsvervolging.

6.2

Strafbaarheid van het overige

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het overig bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 1:

Medeplegen van gewoontewitwassen.

Feit 2:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Feit 3 primair:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Feit 4:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Feit 5:

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van zes jaren, met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de door de officier van justitie gevorderde straf aanzienlijk te matigen. Daartoe heeft de raadsman gewezen op de nog jeugdige leeftijd van verdachte, de omstandigheid dat hij first offender is en dat hij openheid van zaken heeft gegeven. Ook dient rekening te worden gehouden met de omstandigheid dat bitcoinhandel een nieuw fenomeen is. Tot slot heeft de raadsman erop gewezen dat het aanwezig hebben van verdovende middelen en de handel daarin bij het bepalen van de op te leggen straf als één feit dienen te worden gezien.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Bij de keuze tot het opleggen van een voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan is in het bijzonder het volgende meegewogen.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft zich samen met [medeverdachte 1] gedurende een (totale) periode van ruim een half jaar schuldig gemaakt aan de handel in verdovende middelen. Zij hebben harddrugs naar verschillende landen opgestuurd, waaronder Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Japan. Ook binnen Nederland hebben verdachte en [medeverdachte 1] harddrugs verkocht en verstrekt. Deze harddrugs werden verkocht op anonieme TOR-netwerken. Bij de straftoemeting gaat de rechtbank ervan uit dat in de bewezen verklaarde periode in totaal 10 kilogram harddrugs is verzonden. Na een eerste periode van drugshandel van juli 2014 tot en met december 2014, heeft verdachte er samen met zijn medeverdachte [medeverdachte 1] in september 2015 voor gekozen opnieuw, onder een andere vendor naam, drugs te gaan verhandelen via het darknet. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat de drugshandel geen eenmalig, tijdelijk incident was, maar dat hij bewust de keuze heeft gemaakt om zich opnieuw in die wereld te begeven. Verdachte heeft meegewerkt aan de instandhouding van de internationale handel in harddrugs. Het is algemeen bekend dat het gebruik van harddrugs een onaanvaardbaar gevaar oplevert voor de volksgezondheid. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Om te bevorderen dat landelijk door gerechten in gelijke gevallen gelijke straffen worden opgelegd heeft het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS) oriëntatiepunten voor straftoemeting opgesteld. Bij de uitvoer van verdovende middelen van een hoeveelheid van 9 tot 10 kilogram wordt als oriëntatiepunt 46 tot 48 maanden gevangenisstraf gehanteerd. De rechtbank zal dit oriëntatiepunt bij de bepaling van de straf als uitgangspunt nemen.

Daarnaast heeft verdachte een gewoonte gemaakt van het witwassen van de met de drugshandel verkregen bitcoins. Ook heeft hij bitcoins die van enig misdrijf afkomstig waren, witgewassen. Daardoor heeft verdachte de onderliggende criminaliteit gefaciliteerd. De door anderen gepleegde misdaden lonen enkel en alleen door de witwashandelingen van verdachte. De handel in drugs via darknet markets zou immers niet zo aantrekkelijk zijn als de daders er niet in slaagden wegen te vinden om de opbrengsten ervan (bitcoins) aan het zicht van justitie te onttrekken. Het gaat om een ernstig feit dat de integriteit van het financiële handelsverkeer schaadt alsmede het vertrouwen dat daarin moet kunnen worden gesteld. Bovendien heeft verdachte bij zijn bitcoinhandel een groot aantal personen, waaronder familieleden, betrokken en hen geïnstrueerd bepaalde handelingen te verrichten. De rechtbank rekent dit hem zwaar aan. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf voor dit feit rekening gehouden met de ontwikkelde oriëntatiepunten voor de straftoemeting bij fraude, de hoogte van het witgewassen bedrag en de bewezenverklaarde periode en overweegt op grond daarvan dat voor dit feit een gevangenisstraf van 2 jaren op zijn plaats zou zijn.

De rechtbank zal bij de bepaling van de strafmaat geen zelfstandige betekenis toekennen aan feit 5, de deelname aan een criminele organisatie, nu het in het onderhavige geval gaat om een criminele organisatie tussen twee personen en met dat organisatieverband al rekening is gehouden bij de feiten 2 en 3 primair en 4, waar medeplegen bewezen is verklaard.

Het bovenstaande in aanmerking nemend, kan op de door verdachte gepleegde strafbare feiten niet anders worden gereageerd dan met oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De jeugdige leeftijd, het blanco strafblad en de proceshouding van verdachte maken dit niet anders. Het enkele feit dat eerst ter zitting - dus na kennisname van het einddossier - door verdachte een gedeeltelijk bekennende verklaring is afgelegd, wordt voor de op te leggen straf niet in zijn voordeel meegenomen.

Alles afwegende ziet de rechtbank - anders dan de raadsman - geen aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie. Zij zal aan verdachte een gevangenisstraf van zes jaren, met aftrek, opleggen. De rechtbank zal voorts het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen.

9 BESLAG

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de onder verdachte inbeslaggenomen geldbedragen, de personenauto Mercedes C350, de personenauto Mercedes A180 en de personenauto Volkswagen Polo, Blue Motion, verbeurd te verklaren. Wat betreft de Volkswagen Polo dient dit plaats te vinden ingevolge het bepaalde in artikel 34 Wetboek van Strafrecht, aldus de officier van justitie.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht dat indien de voorwerpen verbeurd worden verklaard, de waarde hiervan in mindering wordt gebracht op het te ontnemen bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de op de beslaglijst aangeduide voorwerpen waarop strafrechtelijk beslag ligt onder verdachte in beslag zijn genomen.

De inbeslaggenomen geldbedragen op de bankrekeningen [rekeningnummer] en [rekeningnummer] worden verbeurd verklaard, nu deze geldbedragen door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit zijn verkregen. De personenauto Mercedes Benz C350, voorzien van kenteken [kenteken] , en de personenauto Mercedes Benz A180, voorzien van kenteken [kenteken] , worden eveneens verbeurd verklaard, nu deze voorwerpen uit baten van feit 1 zijn verkregen.

De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van administratieve bescheiden, een geldbedrag van € 310,05 en een geldbedrag van € 5,-. Deze geldbedragen zijn bij de aanhouding van verdachte in beslag genomen. Nu geen verband kan worden vastgesteld tussen deze inbeslaggenomen geldbedragen en administratieve bescheiden enerzijds en de strafbare feiten anderzijds, dienen deze voorwerpen te worden teruggegeven.

De rechtbank stelt vast dat de op de beslaglijst onder nummer 5 tot en met 17 vermelde voorwerpen de geldbedragen betreffen die in de woning aan de [adres] zijn aangetroffen. Niet kan worden vastgesteld dat deze geldbedragen zijn verkregen door middel van het strafbare feit. Verdachte stelt niet de rechthebbende te zijn. In de woning aan de [adres] te [woonplaats] wonen meerdere personen, met vader [medeverdachte 4] en moeder [medeverdachte 5] als hoofdbewoners. Nu zij aanvoeren rechthebbende te zijn van de in de woning aangetroffen gelden en de rechtbank geen feiten en omstandigheden bekend zijn die op het tegendeel wijzen, zal de rechtbank bepalen dat de gelden (goederen 5-17 op de beslaglijst) aan de rechthebbenden [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] moeten worden teruggegeven.

De rechtbank ziet geen aanleiding de niet in beslag genomen Volkswagen Polo verbeurd te verklaren en zal het verzoek daartoe afwijzen.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    33, 33a, 47, 57, 63, 140, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    2 en 10 van de Opiumwet;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1, vijfde gedachtestreepje, bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte ten aanzien van het voorhanden hebben van de 5,22 bitcoins partieel van alle rechtsvervolging;

- verklaart het onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) jaren;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- heft op het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

  • -

    2.00 STK Vorderingen ter waarde van € 53.201,68, ING betaalrekening [rekeningnummer] ;

  • -

    2.00 STK Vorderingen ter waarde van € 995,-, ING betaalrekening [rekeningnummer] ;

  • -

    1.00 STK personenauto met kenteken [kenteken] , Mercedes Benz C350 (1558837);

  • -

    1.00 STK personenauto met kenteken [kenteken] , Mercedes Benz A180 (294223);

- gelast de teruggave aan de rechthebbenden [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] van de volgende voorwerpen:

  • -

    een geldbedrag van € 0,57 (294694);

  • -

    een geldbedrag van € 6.520,- (292846);

  • -

    een geldbedrag van € 30,- (292797);

  • -

    een geldbedrag van € 500,- (292850);

  • -

    een geldbedrag van € 930,- (292851);

  • -

    een geldbedrag van € 2.000,- (292939);

  • -

    een geldbedrag van € 200,- (292833);

  • -

    een geldbedrag van € 450,- (292838);

  • -

    een geldbedrag van € 1.600,- (292839);

  • -

    een geldbedrag van € 70,- (292840);

  • -

    een geldbedrag van € 0,03 (294181);

  • -

    een geldbedrag van € 30,- (294280);

  • -

    een geldbedrag van € 60,- (292949);

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:

  • -

    4.00 STK Administratieve bescheiden (292890);

  • -

    een geldbedrag van € 310,05 (293210);

  • -

    een geldbedrag van € 5,- (293192);

- wijst af het verzoek tot verbeurdverklaring van de personenauto Volkswagen Polo, Blue Motion met kenteken [kenteken] .

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen, voorzitter, mrs. A.R. Creutzberg en J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Rigter, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 november 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt, na wijzigingen, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 22 juni 2014 tot en met 13 oktober 2015 te Utrecht en/of te Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een of meer) voorwerp(en), te weten:

- ( in totaal) een geldbedrag en/of bitcoins ter waarde van € 5.075.169,00, in elk geval een (groot) geldbedrag en/of een (groot) aantal bitcoins, en/of

- een auto (Mercedes A180, voorzien van het kenteken [kenteken] ) en/of

- een auto (Mercedes C350, voorzien van het kenteken [kenteken] ) en/of

- een auto (Volkswagen Polo, Blue Motion, voorzien van het kenteken [kenteken] ) en/of

- een contant geldbedrag van (in totaal) € 12.390,57, althans een (groot) contant geldbedrag;

- banktegoeden ter hoogte van (in totaal) een bedrag van € 65.482,40, althans een of meerdere banktegoeden, en/of

- een hoeveelheid van 5,22 bitcoins ter waarde van €1.515,44,

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of

van (een of meer van) bovengenoemde voorwerpen de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of

van (een of meer van) bovengenoemde voorwerpen gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,

en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij in of omstreeks de periode van 24 juni 2014 tot en met 12 oktober 2015 te Utrecht en/of te Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een of meer (grote) hoeveelheden amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

een of meer (grote) hoeveelheden MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

een of meer (grote) hoeveelheden 2-CB, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2-CB, zijnde 2-CB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

een of meer (grote) hoeveelheden LSD, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD, zijnde LSD een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij in of omstreeks de periode van 24 juni 2014 tot en met 12 oktober 2015 te Utrecht en/of te Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet,

een of meer (grote) hoeveelheden amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

een of meer (grote) hoeveelheden MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

een of meer (grote) hoeveelheden 2-CB, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2-CB, zijnde 2-CB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

een of meer (grote)hoeveelheden LSD, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD, zijnde LSD een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 24 juni 2014 tot en met 12 oktober 2015 te Utrecht en/of te Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter voorbereiding van het/de te plegen misdrijf/misdrijven:

opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, van:

een of meer (grote) hoeveelheden amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

een of meer (grote) hoeveelheden MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

een of meer (grote) hoeveelheden 2-CB, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2-CB, zijnde 2-CB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

een of meer (grote) hoeveelheden LSD, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD, zijnde LSD een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

opzettelijk een of meer voorwerp(en) en/of stof(fen), te weten:

(een of) meerdere hoeveelheden (van de hiervoor beschreven) verdovende middelen en/of (een of) meerdere enveloppen, met daarin luchtdicht verpakte en/of gesealede (meerdere) hoeveelheden verdovende middelen, welke enveloppen waren voorzien van een adressering in het buitenland en/of een of meer (internationale) postzegel(s),

welke voorwerp(en) en/of stof(fen), al dan niet in combinatie met elkaar, kennelijk bestemd waren tot het in vereniging, althans alleen, begaan van dat/die misdrijf/misdrijven, heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad;

4.

hij op of omstreeks 13 oktober 2015 te Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1597,4 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

ongeveer 828,68 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

ongeveer 715 pillen/eenheden MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

ongeveer 30 pillen 2-CB, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2-GB, zijnde 2-CB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

ongeveer 38 zegels/eenheden LSD, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD, zijnde LSD een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

hij in of omstreeks de periode van 22 juni 2014 tot en met 13 oktober 2015 te Utrecht en/of te Amsterdam, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van een of meer natuurlijke personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten witwassen en/of handel van verdovende middelen als bedoeld in de Opiumwet en/of uitvoer van verdovende middelen als bedoeld in de Opiumwet.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd MDRBB15014/BVH 2015 297549 (onderzoek 09Roepie), opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 0001 tot en met 4115. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, sub vijf, van het Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 2037-2038 en de bijlage bij dat proces-verbaal, p. 2043-2045.

3 Het proces-verbaal sinnummers drugs- en dactysporen, p. 1874-1877.

4 Het proces-verbaal uitslag sporenonderzoek, p. 2212-2214.

5 Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 2209-2211.

6 Een geschrift, zijnde een NFI-rapport identificatie van drugs en precursoren, p. 2216-2218.

7 Een geschrift, zijnde een NFI-rapport identificatie van drugs en precursoren, p. 2219-2220.

8 Het proces-verbaal van bevindingen totaallijst drugbestellingen, p. 1545-1546.

9 De verklaring van getuige [medeverdachte 1] ter zitting op 19 september 2017.

10 De verklaring van verdachte ter zitting op 19 september 2017.

11 Het proces-verbaal van bevindingen Bitcoin Fog, p. 1331.

12 De verklaring van getuige [medeverdachte 1] ter zitting op 19 september 2017.

13 Het proces-verbaal van bevindingen bitcoin mixers, p. 1255.

14 De verklaring van de deskundige R.S. van Wegberg bij de rechter-commissaris, p. 8.

15 De verklaring van de deskundige R.S. van Wegberg bij de rechter-commissaris, p. 13-14.

16 Het proces-verbaal van bevindingen criminele herkomst BTC, p. 3178.

17 Het proces-verbaal van bevindingen criminele herkomst BTC, p. 3175.

18 Het proces-verbaal van bevindingen Blockchain Analyse Bitcoinadressen, p. 1896 en 1897.

19 Het proces-verbaal van bevindingen criminele herkomst BTC, p. 3175-3176.

20 Het proces-verbaal van bevindingen criminele herkomst BTC, p. 3176-3177.

21 Het proces-verbaal van bevindingen criminele herkomst BTC, p. 3177-3178.

22 Het proces-verbaal van bevindingen criminele herkomst BTC, p. 3178.

23 De verklaring van verdachte ter zitting op 19 september 2017.

24 De bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen LocalBOB 31645153267, p. 722.

25 De verklaring van verdachte ter zitting op 19 september 2017.

26 Het proces-verbaal van bevindingen provisie, p. 946.

27 Het proces-verbaal van 2e verhoor van de verdachte [verdachte] , p. 128.

28 Bijlage 6 bij het proces-verbaal verstrekking correspondentie rekeninggebruik ING, p. 1769-1776.

29 Bijlage 7 bij het proces-verbaal verstrekking correspondentie rekeninggebruik ING, p. 1777.

30 Het proces-verbaal van bevindingen Telegram [naam] , p. 2062 en 2064.

31 De verklaring van verdachte ter zitting op 19 september 2017.

32 Het geschrift, te weten uitwerking van het tapgesprek van 29 september 2015 om 15:21 uur, p. 2086-2087.

33 De verklaring van verdachte ter zitting op 19 september 2017.

34 Het proces-verbaal van bevindingen bankrekeningen, p. 3211.

35 De verklaring van verdachte ter zitting op 19 september 2017.

36 Het proces-verbaal van bevindingen aangetroffen stukken mbt Mercedes C350, p. 1160 en 1161.

37 Het proces-verbaal van bevindingen gebruik voertuigen en telefonie, p. 1535.

38 Het proces-verbaal van bevindingen gebruik voertuigen en telefonie, p. 1538.

39 De verklaring van verdachte ter zitting op 19 september 2017.

40 Het proces-verbaal van bevindingen inbeslagname Bitcoins, p. 1501.

41 De verklaring van verdachte ter zitting op 19 september 2017.

42 Het proces-verbaal van bevindingen inbeslagname Bitcoins, p. 1502.

43 De verklaring van verdachte ter zitting op 19 september 2017.

44 De verklaring van getuige [medeverdachte 1] ter zitting op 19 september 2017.

45 De verklaring van getuige [medeverdachte 1] ter zitting op 19 september 2017.

46 De verklaring van verdachte ter zitting op 19 september 2017.