Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5675

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-11-2017
Datum publicatie
14-11-2017
Zaaknummer
C/16/444547 / KG ZA 17-602
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Melding kinderarts bij Veilig Thuis. Veilig Thuis start onderzoek naar de vraag of sprake is van kindermishandeling. Ouders vorderen in kort geding dat de voorzieningenrechter Veilig Thuis beveelt om het dossier onmiddellijk te sluiten en daarna te vernietigen. Voorzieningenrechter wijst vordering af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2017-0324
GJ 2018/1
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/444547 / KG ZA 17-602

Vonnis in kort geding van 6 oktober 2017

in de zaak van

[eiser] ,

en

[eiseres] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. E. Osinga te Utrecht,

tegen

de stichting SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde.

De voorzieningenrechter zal partijen hierna aanduiden als eisers of de ouders respectievelijk

Veilig Thuis (zoals partijen gedaagde aanduiden).

1 De procedure

1.1.

De voorzieningenrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • -

    de op 5 september 2017 aan Veilig Thuis betekende dagvaarding;

  • -

    het verweerschrift (met bijlage 1 tot en met 4) van de zijde van Veilig Thuis, gedateerd 12 september 2017;

  • -

    de brief van de zijde van de ouders, gedateerd 13 september 2017, met als bijlage de akte aanvulling eis en aanvulling feiten (inclusief productie 1 tot en met 6 en een usb-stick).

1.2.

De zaak is behandeld ter terechtzitting op 14 september 2017. Verschenen zijn:

  • -

    de ouders, bijgestaan door mr. Osinga;

  • -

    de heer [A] , manager bij Veilig Thuis;

  • -

    mevrouw [B] , onderzoeker bij Veilig Thuis;

  • -

    mevrouw [C] , jurist bij Veilig Thuis.

1.3.

Ter zitting heeft mr. Osinga een afschrift overgelegd van de VVAK Richtlijn voor de aanpak van: Pedriatic Condition Falsification (PCF) en Factitious Disorder bij Proxy (FDP) (Munchausen By Proxy Syndroom, MBPS), versie maart 2007 (hierna: de VVAK Richtlijn).

1.4.

Ter zitting is afgesproken dat partijen nog met elkaar in gesprek gaan om een minnelijke regeling te beproeven. Mr. Osinga heeft de rechtbank bij brief van 22 september 2017 bericht dat partijen geen schikking hebben bereikt.

1.5.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eisers zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [2016] (hierna: [minderjarige] ).

2.2.

Veilig Thuis is een onderdeel van Samen Veilig Midden-Nederland. Veilig Thuis is de naam die in de uitvoeringspraktijk wordt gegeven aan het Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (hierna: AMHK).

2.3.

Op 3 mei 2017 is [minderjarige] opgenomen in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (hierna: WKZ), dat onderdeel uitmaakt van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (hierna: UMCU).

2.4.

Op 16 juni 2017 heeft de behandelend kinderarts van [minderjarige] bij het WKZ/UMCU, dr. [D] , een melding gedaan bij Veilig Thuis (hierna: de melding). Gemeld wordt dat er sprake is van een onbegrepen failure to thrive (onvoldoende gewichtstoename) en dat (opnieuw) wordt gedacht aan PCF. In de VVAK Richtlijn wordt PCF omschreven als een gefalsificeerde/geïnduceerde aandoening bij het kind. In de melding staat onder meer het volgende:


[...] Er is sprake van een medische diagnose failure to thrive (FTT) die onbegrepen is en heel uitgebreid is geëvalueerd. Er heeft tevens een papieren second opinion in het AMC plaatsgevonden en as maandag 19-06 was een sec opinion in AMC gepland tijdens aanleren TPV thuistraject. Er heeft eveneens overleg plaatsgevonden met een collega kinderarts MDL in Toronto Sick Kids op zoek naar een oorzaak van de FTT. Er is op dit moment sprake van ongebruikelijke lijncomplicaties en uiteindelijk nu opname op de intensive care. Hij heeft 2x lijninfectie (waarvan 1 met ernstige sepsis) en lx een afgebroken lijn. Hij heeft al 13 dagen hoge koorts en lijnkweken die bij herhaling positief zijn onder antibiotica. Er is uitvoerig overleg geweest opnieuw met verschillende disciplines waaronder de infectiologie en immunologie om tot een diagnose van dit beloop te komen. Medisch volgt nog een ECHO cor en dagelijks kweken maar er moet altijd ook aan andere oorzaken denken als we het beloop niet begrijpen. Dit houdt in dat we externe instantie namelijk veilig thuis om advies moeten vragen als we ongebruikelijk beloop hebben. Ouders zeer teleurgesteld dat er dan weer naar hen wordt gekeken, en idem als in februari 2017. Zij voelen hele PCF traject toen als een ernstige vertrouwensbreuk die hersteld leek te zijn en nu weer een klap in hun gezicht. Uitgelegd dat wij altijd genoodzaakt zijn om veilig thuis in te schakelen als dingen ongebruikelijk verlopen en of er indicatie is om ook andere mogelijkheden dan medisch te onderzoeken. […]

In januari 2017 was er onbegrepen FTT en is met ouders besproken dat in deze situatie PCF niet kon worden uitgesloten en is besloten hem op zaal te leggen met gordijnen open en inlichten van verpleging dat dit uitgesloten diende te worden. Aanvankelijk is dit beleid op 1- persoons kamer geprobeerd maar vervolgens ook gedurende 4 dagen op zaal en verpleging ingelicht en alle handelingen door verpleging/artsen. Na 4 dagen was [minderjarige] 300 gram afgevallen en werd op dezelfde dag op basis van een uitslag van de scopie de werkdiagnose gesteld (CSID) waarmee PCF ook minder wrschl werd geacht aangezien diarree en verminderde groei daarbij kan passen (maar de rectale afwijkingen niet). Dit is ook zo met ouders gecommuniceerd. Na enkele weken knapte de kliniek niet op en bij nieuwe scopie werden de eerder gevonden afwijkingen van CSID niet meer gevonden en werd de diagnose verworpen. Aangezien hij nu op IC is opgenomen met een sepsis bij recidiverende lijninfecties en lijncomplicaties is opnieuw aan PCF gedacht in licht van ongebruikelijk beloop van langdurig hoge koorts onder antibiotica en eerder onbegrepen FTT beeld en gekozen om Veilig Thuis mee te laten denken en advies van hen was om een melding te doen. […]

2.5.

Veilig Thuis heeft naar aanleiding van de melding onderzoek gedaan naar de vraag of sprake is van kindermishandeling. Daarbij was onder meer betrokken mevrouw [E] , vertrouwensarts bij Veilig Thuis (hierna: de vertrouwensarts). Veilig Thuis heeft in dat kader een dossier opgebouwd (hierna: het dossier). Veilig Thuis heeft informatie uit dat dossier en haar bevindingen neergelegd in een rapport van 7 september 2017 getiteld ‘Rapportage Veilig Thuis’ (hierna: het rapport).

2.6.

In een e-mail van 20 juli 2017 heeft de vertrouwensarts medische informatie opgevraagd bij het WKZ. Deze heeft het WKZ niet verstrekt aan de vertrouwensarts. Op 24 juli 2017 is er een overleg geweest tussen het WKZ en Veilig Thuis. In het gespreksverslag dat zich in het dossier bevindt, staat daarover onder meer het volgende:

Kinderarts [D] legt uit dat op verzoek van ouders de informatie over [minderjarige] aan VT nu

sterk wordt beperkt. Zij kan wel zeggen dat er actueel een diagnostisch traject loopt

en dat ouders niet de intentie hebben [minderjarige] uit zorg te onttrekken, actueel is [minderjarige] in zorg in

het WKZ. De verpleegkundige handelingen worden niet door ouders gedaan, zoals bij

andere patiënten.

Tijdens de periode van de inzet van de video monitoring is er, na bereiken goede groei en goed verdragen van volledige enterale voeding met daarnaast TPV, een stap omlaag in TPV gedaan met gelijkblijvende calorie-inname. De daarop volgende stagnatie in groei, welke over een week is beoordeeld, maakt dat voor de kinderartsen PCF onwaarschijnlijk wordt. Veilig Thuis stelt dat vanaf 30 juni, nadat ouders het veiligheidsplan met hun netwerk wilden stoppen, er geen daadwerkelijke separatie, zoals noodzakelijk in een onderzoek naar PCF, is geweest. De kinderartsen geven aan dat de mate van toezicht zoals nu uitgevoerd het maximaal haalbare is geweest, binnen het vrijwillige kader.

VT merkt op dat de achterblijvende groei slechts een onderdeel is geweest van de zorgen, en dat de ernstige en zeldzame complicaties in mei 2017 (lijninfectie met sepsis en lijnbreuk) voor VT (en eerder ook voor de kinderartsen) nog steeds zwaar wegen in de verdenking op PCF.

Veilig Thuis vraagt aan de kinderartsen of zij conform de KNMG Meldcode willen meewerken opdat Veilig Thuis het onderzoek kan afronden (onderzoek dat is gestart na melding door het WKZ) door vragen van Veilig Thuis over [minderjarige] te beantwoorden. Dr. [D] zegt dat zij op dit moment geen conflict van plichten ervaart, zodanig dat dat zij haar beroepsgeheim, waarop de ouders van [minderjarige] haar expliciet wijzen, nu gerechtvaardigd kan doorbreken. Dr [D] verwijst Veilig Thuis naar ouders voor de benodigde informatie.

2.7.

In een brief van 25 juli 2017 van Drs. [F] , kinderarts van de afdeling kinder-MDL, namens Prof. Dr. [G] , kinderarts-MDL, aan de vertrouwensarts staat onder meer het volgende:

[...] Met toestemming en op verzoek van ouders stuur ik u de uitkomst van het diagnostisch traject Pediatric Condition Falsification tot 11-7-2017.

“ De tot nu toe uitgevoerde separatie is het maximaal realiseerbare geweest in de klinische setting binnen het UMCU. Er is een situatie geweest met toezicht van derden op afdeling Kikker en videoregistratie op afdeling Dolfijn.

“ De toezichtafspraken zijn die afspraken geweest die in het vrijwillig kader maximaal haalbaar bleken.

“ Ouders hebben afgelopen weken uitvoerig hun medewerking getoond t.a.v. toezicht en videoregistratie en aan de onder hun voorwaarden gemaakte toezichtafspraken.

“ Er zijn gedurende de periode met toezichtmaatregelen geen aanwijzingen geweest die diagnose PCF bij [minderjarige] ondersteunen. Bovendien is er een somatische diagnose die, hoewel eerder verworpen, toch in het licht van nu een stoma prolaps nadere evaluatie behoeft.

Bovenstaande maakt dat de diagnose PCF onwaarschijnlijk is geworden. [...]

2.8.

In een e-mail van de vertrouwensarts aan de ouders van 25 juli 2017 is aan de ouders gevraagd of het klopt dat de behandelend kinderartsen op verzoek van de ouders vanaf 10 juli geen medische informatie over [minderjarige] meer geven. In antwoord daarop heeft de vader in een e-mail van 26 juli 2017 onder meer het volgende geschreven:

[…] Onze mening/toestemming betreffende het delen van medische informatie is nooit gewijzigd, maar is in dit geval ook niet relevant. Het WKZ heeft zelf geoordeeld dat zij als geheimhouder geen medewerking verlenen kunnen, hoeven en mogen verlenen nu de verzochte informatie op geen enkele wijze kan bijdragen aan de reeds vaststaande conclusie dat er geen sprake is van kindermishandeling. […]

2.9.

In een e-mail van 27 juli 2017 van dr. [D] van het WKZ/MUMC aan de vertrouwensarts staat onder meer het volgende:

[...] Nav het gesprek dat wij maandagochtend gevoerd hebben over de casus [minderjarige] krijg ik de indruk dat in jouw dossier specifieke informatie ontbreekt. Deze heeft betrekking op de oorspronkelijk melding, en de opsomming van signalen die aanleiding zijn geweest voor de melding. In de melding wordt een afgebroken lijn genoemd. In de tussentijd is duidelijk geworden dat een verpleegkundige betrokken is geweest bij het barsten van de lijn, tgv toepassen van te hoge druk. Dit is een gekende complicatie voor dit type lijn. Vanwege het belang van juiste informatie in dit kader, wil ik je hierover informeren. Vader is geïnformeerd over de overdracht van deze informatie. [...]

2.10.

In een e-mail van 31 juli 2017 heeft de vertrouwensarts aan de ouders onder meer het volgende geschreven:

[…] Om het onderzoek te kunnen afsluiten behoeft Veilig Thuis van het ziekenhuis informatie over in ieder geval de volgende zaken: de groei van [minderjarige] , de vorm en hoeveelheid van de voeding, eventuele complicaties en bevindingen van een (mogelijke) second opinion. Tevens de ontslagdatum en het beleid daarna. Het ziekenhuis wil deze informatie aan ons doen toekomen met uw toestemming. […]

2.11.

Op 1 augustus 2017 is [minderjarige] overgeplaatst naar de afdeling kindergeneeskunde van het Radboud Universitair Medisch Centrum in Nijmegen (hierna: het Radboud), waar de behandeling van [minderjarige] is overgenomen. De ouders hebben Veilig Thuis hiervan op 2 augustus 2017 op de hoogte gebracht.

2.12.

In een brief van 7 augustus 2017 van dr. [H] , kinderarts bij het Radboud, aan de ouders staat onder meer het volgende:

[...] Het hoofd van de afdeling Kinder MDL in het AMC Utrecht/Wilhelmina Kinderziekenhuis Prof. Dr. [G] heeft ons verzocht om de organisatie op ons te nemen voor parenterale voeding thuis voor [minderjarige] . Zij hebben dit in hun centrum langdurig en uitvoerig overlegd. Zij zijn van mening dat dit traject veilig is.

De ziektegeschiedenis van [minderjarige] is lang en uitgebreid. De problemen zijn echter terug te voeren naar 2 knelpunten, (1) spontaan (weinig of) geen ontlasting produceren, en (2) onvoldoende groei op enterale voeding. Ook in de vele klinische opnames in Utrecht is hierin onvoldoende vordering geboekt.

Dit maakt dat ook wij van mening zijn dat parenterale voeding thuis nodig is. Nieuw medisch handelen maakt de kans op verdere complicaties alleen maar groter. Rust, adequate groei, vordering van de neuro-motore ontwikkeling is essentieel. Dit traject is eigenlijk alleen haalbaar met parenterale voeding thuis. Ook wij zijn van mening dat dit thuis veilig is uit te voeren.[...]

2.13.

De vertrouwensarts heeft op 24 augustus 2017 een telefonisch overleg gehad met dr. [H] van het Radboud. In het gespreksverslag zoals opgenomen in het rapport staat onder meer het volgende vermeld:

[…] [minderjarige] is nu thuis met parenterale en enterale voeding (enteraal 480 ml per dag, rest parenteraal) en groeit goed, en op 29 augustus komt [minderjarige] weer op de polikliniek. Met de huidige voeding, zowel parenteraal als enteraal, is geen sprake meer van failure to thrive. De problemen uit de voorgeschiedenis van [minderjarige] liggen op 2 vlakken, deels met overlap: (1) de enterale voeding wordt niet volledig verdragen, en (2) [minderjarige] is niet in staat om zelfstandig goede stoelgang te hebben. Een omschreven diagnose is daar nog niet bij gesteld. Buikoverzichtsfoto’s van Utrecht tonen veel lucht in de darmen. Het beeld doet denken aan pseudo-obstructie, aan CIPO. Verdere typering, onderverdeling van beelden van pseudo-obstructie was niet mogelijk met beoordeling van het PA-materiaal, verkregen met biopten dan wel operaties. Hirschsprung of een aganglionair colon werden uitgesloten. Antroduodenale manometrie of colonmanometrie kan helpen om de diagnose meer zeker te stellen, om differentiatie aan te brengen, doch dit onderzoek is op jonge leeftijd niet mogelijk in Nederland.

Tijdens de spoedlaparotomie van 11 juni is een colostoma aangelegd waardoor de darmlediging

voorlopig is opgelost. De complicatie met prolaps van het stoma op 18 juni, met darmresectie, en de overige complicaties hebben het algehele beeld vertroebeld en interpretatie lastiger gemaakt. De keuze voor parenterale voeding thuis, voor geen nieuwe operatie of onderzoeken vindt dr. [H] de meest juiste keuze voor de komende periode. De kwaliteit van leven dient voorrang te hebben boven academische onderzoeken die de aanpak van onderliggende problemen meer inzichtelijk kon maken zonder verandering in beleid. Dr. [H] is ervan op de hoogte dat door het WKZ en Veilig Thuis is gedacht aan PCF (pediatric condition falsification). Onder meer failure to thrive en sepsis waren daartoe de aanleiding. Het WKZ heeft naar dr. [H] toe aangegeven dat zij niet meer denken aan PCF en dat zij de thuissituatie voldoende veilig achten voor ontslag en voor gebruik van parenterale voeding thuis. Mw. [E] zegt dat zij mede door de beperkte informatie vanaf 12 juli tot nu toe onvoldoende informatie heeft om de mogelijkheid van PCF definitief uit te sluiten. Dr. [H] geeft aan dat de vele opnames en complicaties die zijn opgetreden beoordeling van het onderliggende darmprobleem meer lastig hebben gemaakt. Beelden van CIPO zijn soms lastig te duiden, lastig te omschrijven, lastig te categoriseren, doch hij denkt niet direct aan PCF. […]

2.14.

Veilig Thuis heeft op basis van de hiervoor onder 2.13. vermelde informatie in een multidisciplinair overleg op 25 augustus 2017 besloten om het dossier te sluiten, maar nog wel rappel te doen bij de behandelend kinderarts(en). In het rapport staat daarover onder meer het volgende vermeld:

[…] In het onderzoek van [minderjarige] ontbreekt de volgende informatie om PCF te kunnen bevestigen of uit te sluiten:

- er is geen volledig medisch dossier van [minderjarige] : informatie ontbreekt van de periode oktober 2016-januari 2017 (WKZ kinderarts die betrokken was voor dr. [D] ), specifieke informatie zoals ontslagbrieven ontbreekt van de periode vanaf 23 juni 2017 tot heden.

- de medische dossiers van de overige gezinsleden konden niet worden bestudeerd

- de periode waarin toezicht is geweest (“separatie”) is onvoldoende lang geweest mede omdat [minderjarige] daarvóór al vanaf begin mei was opgenomen. o.a. op de I.C en twee buikoperaties en een sepsis heeft gehad.

- het MDO van het WKZ van 15 juni 2017 vermeldt: “Daarnaast zijn er opnieuw vanuit de verpleging zorgen geuit over het psychosociaal gedeelte”. Veilig Thuis heeft deze zorgen niet kunnen bespreken met de verpleging.[…]

Conform het Handelingsprotocol 8.4.8 zijn er drie uitkomsten mogelijk:

Het vermoeden is weerlegd

Het vermoeden is niet bevestigd

Het vermoeden is bevestigd.

Veilig Thuis kan het vermoeden van kindermishandeling, te weten PCF, niet bevestigen. Door het ontbreken van daarvoor benodigde informatie kan Veilig Thuis niet tot de conclusie komen dat het vermoeden van kindermishandeling is weerlegd. […]

Welke voorwaarden stelt de medewerker aan de (leef/opgroei)situatie?

Conform het Handelingsprotocol 8.4.8. zal Veilig Thuis rappel doen bij de behandelend kinderarts(en). [...]

3 Het geschil

3.1.

De ouders vorderen na wijziging van eis, samengevat:

- primair Veilig Thuis te bevelen per onmiddellijk het dossier van [minderjarige] te sluiten en te vernietigen binnen één week na dit vonnis op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per dag(deel) dat Veilig Thuis hiermee in gebreke blijft;

  • -

    subsidiair, indien en voor zover de voorzieningenrechter meent dat vernietiging uitvoerbaar bij voorraad een (te) definitief karakter draagt niet passend bij een voorlopige voorziening: Veilig Thuis te bevelen per onmiddellijk het dossier van [minderjarige] te sluiten en te vernietigen indien zij de beroepstermijn ongebruikt voorbij laat gaan;

  • -

    Veilig Thuis te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Volgens de ouders is de handelwijze van Veilig Thuis jegens hen onrechtmatig in die zin dat hun privacy wordt geschaad zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond ex artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is. De ouders willen dat Veilig Thuis iedere verdere bemoeienis met hun gezin staakt.

3.3.

Veilig Thuis concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de ouders.

Veilig Thuis weigert om (nu al) iedere bemoeienis te staken.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Inleiding

4.1.

De onderhavige procedure betreft een kort geding procedure. Op grond van artikel 254 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan de voorzieningenrechter een onmiddellijke voorziening geven in alle spoedeisende zaken waarin deze - gelet op de belangen van partijen - wordt vereist. Het gaat om een ordemaatregel, dat wil zeggen een voorlopige maatregel in afwachting van de bodemprocedure. Daarbij moet de voorzieningenrechter een prognose maken van de uitkomst in de bodemprocedure en de belangen van partijen, waaronder de urgentie, afwegen bij het al dan niet geven van een ordemaatregel. Bij die beoordeling zal de voorzieningenrechter in deze zaak, gelet op de grondslag van de vorderingen van de ouders (zie hiervoor onder 3.2.), uitgaan van het volgende (wettelijk) kader.

4.2.

Op grond van artikel 3 van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind vormen de belangen van het kind bij alle maatregelen die kinderen betreffen de eerste overweging.

Op grond van artikel 8 EVRM heeft een ieder recht op respect voor zijn gezinsleven. Een ander mag zich daarin niet mengen. Dit is slechts anders als daarvoor een grondslag is in de wet en de inmenging noodzakelijk is voor de in artikel 8 lid 2 EVRM omschreven belangen, zoals de gezondheid van anderen, en die inmenging proportioneel is.

4.3.

De taken en bevoegdheden van Veilig Thuis staan beschreven in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Op grond van artikel 4.1.1 lid 2 sub b Wmo 2015 heeft Veilig Thuis tot taak om naar aanleiding van een melding van kindermishandeling of een vermoeden daarvan te onderzoeken of daarvan sprake is. Voor een goede vervulling van die taak is Veilig Thuis op grond van artikel 5.1.6 Wmo 2015 bevoegd tot het (zonder toestemming) verwerken van persoonsgegevens.

4.4.

Op grond van artikel 5.3.4 Wmo 2015 heeft Veilig Thuis een bewaarplicht met betrekking tot de persoonsgegevens die zij op grond van die wet onder zich heeft. Op grond van artikel 5.3.5 Wmo 2015 vernietigt Veilig Thuis de persoonsgegevens binnen drie maanden na een daartoe strekkend verzoek van degene die het betreft. Dit geldt niet voor zover het verzoek persoonsgegevens betreft waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat de bewaring van aanmerkelijk belang is voor een ander dan verzoeker alsmede voor zover het bepaalde bij of krachtens de wet zich tegen vernietiging verzet.

4.5.

Het zogenaamde VNG-model Handelingsprotocol AMHK (hierna: het Handelingsprotocol) bevat adviezen aan gemeenten over de richtlijnen die zij met betrekking tot de uitvoering van de taken kunnen meegeven aan het AMHK in hun regio.

In artikel 8.4.8 van het Handelingsprotocol staat omschreven tot welke uitkomsten het onderzoek door AMHK kan leiden: het vermoeden is weerlegd, het vermoeden is niet bevestigd of het vermoeden is bevestigd. Als het vermoeden is weerlegd, sluit het AMHK het dossier (zonder rappelmogelijkheid). Als het vermoeden niet is bevestigd, sluit het AMHK het dossier en besluit om al dan niet rappel uit te voeren en stelt daarbij vast op welke termijn, bij wie en op welke manier rappel zal worden uitgevoerd.

Vernietiging

4.6.

De voorzieningenrechter zal eerst het meest verstrekkende gedeelte van de vordering beoordelen. De ouders vorderen Veilig Thuis te bevelen om het dossier te vernietigen. Ter zitting heeft Veilig Thuis onbetwist naar voren gebracht dat er op dit moment (door ouders gestarte) klacht- en tuchtprocedures tegen (medewerkers van) Veilig Thuis lopen en dat Veilig Thuis daarom een procesbelang heeft bij instandhouding van het dossier. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit belang zich verzet tegen het geven van de door de ouders gevraagde vernietiging in kort geding. Dat geldt temeer gelet op het definitieve karakter van een dergelijke vernietiging. Reeds gelet daarop strandt de vordering tot vernietiging van het dossier. De voorzieningenrechter zal dit gedeelte van de vordering daarom afwijzen.

Sluiten dossier

4.7.

De ouders vorderen verder om Veilig Thuis te bevelen het dossier te sluiten. De voorzieningenrechter vat die vordering gelet op de toelichting op de zitting aldus op dat de ouders daarmee bedoelen dat Veilig Thuis het dossier sluit zonder uitoefening van rappel.

In de dagvaarding hebben de ouders naar voren gebracht dat de behandelend kinderartsen hebben geconcludeerd dat geen sprake is van kindermishandeling en dat Veilig Thuis zich daarom moet onttrekken aan deze kwestie. Veilig Thuis weigert dit en blijft om medische informatie vragen die zij niet kan beoordelen, aldus de ouders. Ter zitting is namens de ouders naar voren gebracht dat wat Veilig Thuis nu doet, “niet echt sluiten” is. De rappelfunctie is er alleen als mishandeling niet bewezen is, maar hier staat vast dat die mishandeling er niet is geweest, aldus de advocaat van de ouders ter zitting.

4.8.

Veilig Thuis heeft naar voren gebracht dat de conclusie van het

onderzoek is dat het vermoeden van kindermishandeling niet is bevestigd. Veilig Thuis kan nu niet tot de conclusie weerlegd komen vanwege het ontbreken van de daarvoor benodigde informatie. Aangezien de conclusie luidt dat het vermoeden niet is bevestigd, kan Veilig Thuis het besluit nemen om na sluiting van het dossier een rappel uit te voeren en dat heeft Veilig Thuis gedaan. Veilig Thuis wil op termijn rappel doen bij de behandelend kinderarts(en) over de gezondheidssituatie van [minderjarige] . Als de komende periode de werkdiagnose wordt bevestigd en het goed blijft gaan met [minderjarige] , dan zal Veilig Thuis het dossier (definitief) kunnen sluiten, aldus Veilig Thuis op zitting.

4.9.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Alleen als het rappelleren door Veilig Thuis (naar voorlopig oordeel) als onrechtmatig is te bestempelen is er grond voor het treffen van de gevorderde ordemaatregel. Zoals uit het voorgaande blijkt, baseert Veilig Thuis het rappelleren op haar conclusie dat het vermoeden van kindermishandeling (ten tijde van het sluiten van het dossier) niet is bevestigd. De voorzieningenrechter begrijpt de stellingen van de ouders aldus dat zij menen dat deze conclusie niet de juiste is en dat Veilig Thuis had moeten concluderen dat het vermoeden is weerlegd. Bij die conclusie bestaat geen mogelijkheid van rappel. Het gaat dus om de vraag of de conclusie van Veilig Thuis juist was. In deze kort gedingprocedure is er gelet op de aard van deze procedure (zie hiervoor onder 4.1.) beperkt onderzoek mogelijk naar deze vraag. Er is sprake van een beperkt feitenonderzoek en er is (in beginsel) geen ruimte voor het horen van getuigen of het inwinnen van een oordeel van deskundigen. De voorzieningenrechter zal aan de hand van wat partijen naar voren hebben gebracht moeten inschatten of de conclusie van Veilig Thuis geen stand zal houden in de bodemprocedure. Alleen dan kan aanleiding zijn voor het geven van een ordemaatregel.

4.10.

Namens de ouders is aangevoerd dat de kinderartsen hebben geconcludeerd dat er geen sprake was van kindermishandeling (onder 6 van de dagvaarding) en dat de kinderartsen de diagnose PCF hebben verworpen (onder 13 van de dagvaarding). Uit de gedingstukken blijkt echter niet van een oordeel van de kinderartsen over de vraag of al dan niet sprake was van kindermishandeling. Het was ook niet aan de kinderartsen om daarover te oordelen, maar aan Veilig Thuis (zie hierna onder 4.11.) De kinderartsen hebben wel met de vertrouwensarts hun bevindingen gedeeld over de diagnose PCF. Anders dan de ouders menen, blijkt uit de gedingstukken niet dat zij die diagnose hebben verworpen. Wel blijkt daaruit dat de behandelend artsen hadden geconcludeerd “dat de diagnose PCF onwaarschijnlijk is geworden” (2.7.) en dat “niet direct aan PCF” werd gedacht (2.13.). Ter zitting is namens de ouders in dit verband nog naar voren gebracht dat het niet te begrijpen is dat de vertrouwensarts ingaat “tegen alle diagnoses van professionals”. Ook deze stelling vindt geen steun in de stukken. Daaruit blijkt wel dat de vertrouwensarts nog nadere informatie nodig had om het onderzoek van Veilig Thuis af te kunnen sluiten (2.10.).

De ouders hebben ter zitting ook nog naar voren gebracht dat het allemaal is begonnen met de melding en dat die melding “volledig onderuit” is gehaald. Dit vindt steun in stukken, voor zover de melding de lijncomplicaties betrof (zie onder 2.9.). Met betrekking tot de in de melding omschreven onbegrepen failure to thrive blijkt dit niet uit de gedingstukken. Daaruit blijkt slechts dat aan Veilig Thuis bekend was dat op basis van de hypothese CIPO behandeling thuis is gestart (2.7. en 2.13.) en dat er (pas sinds kort) geen sprake meer is van failure to thrive (2.13.).

4.11.

Al met al was er naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, anders dan de ouders kennelijk als uitgangspunt nemen, geen sprake van een evidente situatie waarin het vermoeden van kindermishandeling was weerlegd. De vraag of het vermoeden was weerlegd of niet vergde dan ook nog een nadere beoordeling door Veilig Thuis. Daarbij is het volgende van belang. Het was aan Veilig Thuis om te onderzoeken of sprake was van kindermishandeling. Veilig Thuis heeft daartoe specifieke informatie opgevraagd (2.6.), maar deze niet (volledig) gekregen. Op het moment dat de ouders de conclusie van dr. [G] zoals verwoord in zijn brief van 25 juli 2017 hadden vernomen (kort gezegd: PCF is onwaarschijnlijk), hebben zij daaruit kennelijk afgeleid dat (ook voor Veilig Thuis) vast was komen te staan dat er geen sprake was van kindermishandeling. Om die reden hebben zij geen informatie meer willen (laten) verstrekken (zie de e-mail van de vader van 26 juli 2017 aan de vertrouwensarts, 2.8.). Het was echter aan Veilig Thuis om een oordeel te geven over de vraag of het vermoeden van kindermishandeling was weerlegd of niet en om in dat kader te bepalen welke (medische) informatie zij daartoe (nog) nodig had. Veilig Thuis heeft dan ook nogmaals, per e-mail van 31 juli 2017, om specifieke (medische) informatie gevraagd om het onderzoek te kunnen afsluiten (2.10.). Deze heeft Veilig Thuis nooit gekregen.

4.12.

Gelet op het voorgaande zal de voorzieningenrechter in deze procedure uitgaan van de juistheid van de conclusie van Veilig Thuis, inhoudende dat het vermoeden van kindermishandeling niet is bevestigd, maar (nog) niet is weerlegd. Daarvan uitgaande is de beslissing van Veilig Thuis om rappel uit te oefenen passend en zorgvuldig in het licht van de haar opgelegde wettelijke taak (zie hiervoor onder 4.3.) en dan ook niet onrechtmatig. Zoals uit de weergave van de feiten blijkt, was er ten tijde van het sluiten van het onderzoek en het dossier sprake van een nieuwe situatie in die zin dat [minderjarige] recent naar huis was gegaan (1 augustus 2017), waar de zorg voor hem weer volledig in de handen van zijn ouders was, en er recent geen sprake meer was van failure to thrive (gesprek op 24 augustus 2017). Het is in het licht van die wettelijke taak niet onlogisch dat Veilig Thuis in het belang van [minderjarige] die nieuwe situatie nog een tijdje wil monitoren en beoordelen of het goed met hem blijft gaan. Het gaat nu gelukkig goed met [minderjarige] . Dat is ook Veilig Thuis bekend, juist omdat Veilig Thuis nog contact heeft met de behandelend arts(en). Door het uitvoeren van rappel kan Veilig Thuis bovendien nader onderzoeken of het vermoeden alsnog weerlegd kan worden en alsdan het dossier definitief sluiten (en vernietigen).

4.13.

Het uitvoeren van rappel moet Veilig Thuis doen op een voor de ouders (en [minderjarige] ) minst ingrijpende wijze. De ouders hebben in deze procedure niet gesteld dat Veilig Thuis dat niet doet. Veilig Thuis is zich bewust van deze plicht, zo blijkt uit het verhandelde op de zitting. Veilig Thuis heeft namelijk ter zitting duidelijk gemaakt dat zij in overleg met de ouders over de invulling van het rappel (hoe vaak, bij wie et cetera) wil beslissen om zo de ouders zo min mogelijk te belasten.

4.14.

De voorzieningenrechter concludeert dat naar haar voorlopig oordeel Veilig Thuis niet onrechtmatig jegens de ouders handelt door rappel uit te voeren. Het is heel voorstelbaar dat de ouders dit rappelleren als een inbreuk ervaren op hun gezinsleven, zoals zij ter zitting naar voren hebben gebracht. Het is echter nog te vroeg om van Veilig Thuis, gelet op haar wettelijke taak, te vergen dat zij reeds nu iedere bemoeienis staakt. De voorzieningenrechter zal daarom ook dit gedeelte van de vordering van de ouders afwijzen.

Proceskosten

4.15.

Veilig Thuis heeft niet verzocht om de ouders in de proceskosten te veroordelen. Gelet daarop en op de familierechtelijke aard van het geschil zal de voorzieningenrechter de proceskosten compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H.M. van der Heiden, (kinder)rechter, bijgestaan door

mr. O. T. J.A. Kicken, en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2017.