Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5647

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-11-2017
Datum publicatie
13-11-2017
Zaaknummer
16/660082-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie mannen zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor ontuchtige handelingen met een minderjarig meisje in Amersfoort. De mannen hadden op verschillende momenten seks met het meisje. Een 22-jarige man uit Amersfoort is vrijgesproken.

Het verrichten van seksuele handelingen met minderjarigen is strafbaar. Hier kan van worden afgeweken als de handelingen vrijwillig plaatsvonden, het leeftijdsverschil klein is en er eventueel sprake is van een relatie. De rechtbank oordeelt dat de drie mannen niet stil stonden bij de gevolgen voor het meisje en hun eigen lustgevoelens voor lieten gaan. De drie mannen hebben na hun aanhouding 2 dagen vastgezeten.

Een 20-jarige verdachte uit Hoogland is veroordeeld voor meerdere incidenten over een periode van anderhalf jaar. Toen de seksuele handelingen begonnen was hij 16 en zij 12. Uit de verklaringen van het meisje komt naar voren dat de seks deels vrijwillig was. Maar ook dat hij haar respectloos behandelde en gebruik maakte van haar ogenschijnlijke bereidwilligheid. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie van 92 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 180 uur.

Een 22-jarige verdachte uit Amersfoort heeft meerdere keren seks gehad met het meisje van 14 jaar. De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 92 dagen, waarvan 90 voorwaardelijk en een taakstraf van 180 uur.

Een 21-jarige man uit Almere heeft zich schuldig gemaakt aan twee incidenten met het toen 14-jarige meisje. Hij heeft bij de politie en tijdens de zitting volledige openheid van zaken gegeven. Ook heeft hij spijt betuigd. De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 2 dagen en een taakstraf van 150 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/660082-16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 13 november 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1996] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren op 30 oktober 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. Kamper en van hetgeen verdachte en mr. C.N. Noordzee, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode 1 januari 2013 tot en met 8 augustus 2015 te Amersfoort ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer] (geboren op [2000] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, welke handelingen mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] .

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Daarbij heeft de raadsvrouw - kort gezegd - betoogd dat [slachtoffer] tegenstrijdig heeft verklaard over het vrijwillige karakter van de seks met verdachte, dat [slachtoffer] zich tegenover verdachte ouder heeft voorgedaan dan zij was en dat een affectieve relatie tussen [slachtoffer] en verdachte niet uit te sluiten valt. Op basis daarvan kan naar het oordeel van de raadsvrouw worden aangenomen dat het seksueel contact tussen verdachte en [slachtoffer] niet als ontuchtig kan worden aangemerkt.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

[slachtoffer] , geboren op [2000]2, heeft verklaard dat zij verdachte, die zij [verdachte] noemt, heeft leren kennen via zijn broertje [broer] en dat zij hem 3 jaar kent.3 Zij heeft voorts verklaard dat als zij ging chillen met [verdachte] , zij meestal seks hadden4. Als hij haar appte wist ze dat het om seks ging, anders appte hij haar niet.5 Zij heeft nooit echt een relatie met [verdachte] gehad6. Zij heeft wel zeven keer seks met hem gehad7, dat het een keer leuk was omdat zij voor een spiegel seks hadden8, in doggy-stijl9. Eén of twee keer was de seks met [verdachte] niet leuk, toen zij werd neergezet als iets neukbaars.10 Zij heeft tegen [verdachte] niet duidelijk nee gezegd, maar zij heeft gezegd “ik heb nu geen zin” maar dan heeft ze het uiteindelijk wel gedaan.11 Een keer toen ze met [verdachte] had geneukt en zij zich aan het aankleden was, kwamen er nog twee personen binnen bij [verdachte] thuis en zei hij “ga je hun ook even doen?”. Ze zei dat ze geen zin had, maar hij zei “doe nou gewoon eventjes” en toen heeft zij het gedaan.12

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij 16 jaar was toen hij voor de eerste keer seks had met [slachtoffer] en dat zij hem toen alleen gepijpt had.13 Voorts heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij voor het laatst seks met [slachtoffer] heeft gehad toen hij 18 jaar was.14

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij geen verkering had met [slachtoffer] , dat zij wel goed met elkaar konden opschieten en dat hij meerdere keren met haar heeft geneukt.15

[getuige] heeft verklaard dat hij via [verdachte] in contact was gekomen met [slachtoffer] , dat [verdachte] hem had geappt of hij kwam chillen, dat [slachtoffer] , [verdachte] en hij op enig moment met zijn drieën in de kamer zaten en dat [verdachte] hem op enig moment een condoom had gegeven, dat [verdachte] het daarvoor ook met [slachtoffer] had gedaan, dat [verdachte] tegen hem had gezegd “doe je ding” en dat [verdachte] toen was weggegaan16, waarna hij, [getuige] , toen seks met [slachtoffer] had gehad, namelijk dat hij met zijn geslachtsdeel in haar vagina ging en heen en weer ging.17

Bewijsoverwegingen

De rechtbank acht op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode meerdere keren ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer] die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] .

Artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) strekt tot bescherming van de seksuele integriteit van personen die gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht moeten worden niet of onvoldoende in staat te zijn zelf die integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. Dat artikel beschermt deze jeugdige personen ook tegen de verleiding die mede van henzelf kan uitgaan.

Blijkens vaste jurisprudentie kan bij seksuele handelingen met een persoon tussen de twaalf en zestien jaren het ontuchtige karakter ontbreken. Dat kan het geval zijn indien die handelingen vrijwillig plaatsvinden tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen en eventueel een affectieve relatie hebben.

Gelet op het leeftijdsverschil tussen verdachte en [slachtoffer] van bijna 4 jaren, het ontbreken van een affectieve relatie tussen beiden, en de zeker niet altijd respectvolle houding van verdachte jegens [slachtoffer] waarbij verdachte gebruik heeft gemaakt van de ogenschijnlijke bereidheid van [slachtoffer] , is de rechtbank van oordeel dat de seksuele handelingen in strijd zijn met de sociaal-ethische norm en als ontuchtig dienen te worden aangemerkt.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2013

tot en met 8 augustus 2015 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, met [slachtoffer] , geboren op [2000] , die de

leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten

echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd die (telkens)

bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens)

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een jeugddetentie van 92 dagen, met aftrek van het voorarrest (van 2 dagen), waarvan een gedeelte van 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- een taakstraf van 120 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 60 dagen hechtenis.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

Mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring komen, dan heeft de raadsvrouw verzocht om af te zien van een straf. Mocht de rechtbank toch tot een straf komen, dan is verzocht verdachte een volledig voorwaardelijke straf op te leggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met de minderjarige [slachtoffer] . De rechtbank acht bewezen dat er meerdere incidenten hebben plaatsgevonden over een periode van ruim anderhalf jaar waarbij ontuchtige handelingen zijn gepleegd en dat deze handelingen telkens mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] . Uit de verklaringen van [slachtoffer] komt naar voren dat het seksuele contact weliswaar deels vrijwillig heeft plaatsgevonden, maar dat verdachte haar (ook) respectloos heeft behandeld en gebruik heeft gemaakt van haar ogenschijnlijke bereidwilligheid. Het had op de weg van verdachte gelegen [slachtoffer] tegen zichzelf in bescherming te nemen, te meer nu hij wist dat zij ook seksueel contact had met andere jongens en mannen die zij niet of nauwelijks kende. Verdachte heeft zijn eigen lustgevoelens laten prevaleren en heeft niet stil gestaan bij de gevolgen voor het - gelet op haar leeftijd - kwetsbare slachtoffer. Dergelijke feiten doorkruisen een normale seksuele ontwikkeling en kunnen voor minderjarigen ernstige gevolgen hebben die zij nog lange tijd met zich dragen.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 25 september 2017, waaruit blijkt dat verdachte geen documentatie heeft op het gebied van zedendelicten;

- een uitgebreid advies van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 21 juli 2017, waarin onder meer is vermeld dat de Raad geen zorgen heeft over het functioneren van verdachte op dit moment, dat (jeugd)reclasseringstoezicht dan wel een gedragsinterventie niet aangewezen zijn en dat wordt geadviseerd bij schuldigverklaring een taakstraf op te leggen.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van 180 uren passend en geboden is, alsmede jeugddetentie voor de duur van 92 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren, en met aftrek van het voorarrest van 2 dagen.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 27, 63,77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg en 245 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 92 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 90 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 180 uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 90 dagen jeugddetentie;

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F. Koenis, voorzitter, mrs. H.A. Gerritse en M.P. Glerum, rechters en tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 november 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2013

tot en met 8 augustus 2015 te Amersfoort, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, met [slachtoffer] , geboren op [2000] , die de

leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten

echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd die (telkens)

bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens)

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd;

art 245 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal genummerd PL0900-2015239935 (Onderzoek 09Spreeuw), opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 829. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 27 augustus 2015, pagina 62-73, in het bijzonder pagina 62.

3 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 19 februari 2016, pagina 137-223, in het bijzonder pagina 158.

4 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 19 februari 2016, pagina 137-223, in het bijzonder pagina 159.

5 Het proces-verbaal van bevindingen pagina 50 en het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 12 november 2015, pagina 78-131, in het bijzonder pagina 114.

6 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 19 februari 2016, pagina 137-223, in het bijzonder pagina 164.

7 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 12 november 2015, pagina 78-131, in het bijzonder pagina 127.

8 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 19 februari 2016, pagina 137-223, in het bijzonder pagina 164.

9 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 19 februari 2016, pagina 137-223, in het bijzonder pagina 165.

10 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 19 februari 2016, pagina 137-223, in het bijzonder pagina 166 en 167.

11 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 3 maart 2016, pagina 243-303, in het bijzonder pagina 296.

12 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 3 maart 2016, pagina 243-303, in het bijzonder pagina 291.

13 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 23 maart 2016, pagina 391-399, in het bijzonder pagina 394.

14 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 23 maart 2016, pagina 391-399, in het bijzonder pagina 396.

15 Het proces-verbaal van de zitting van 30 oktober 2017.

16 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige] d.d. 24 maart 2016, pagina 449-462, in het bijzonder pagina 459.

17 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [getuige] d.d. 24 maart 2016, pagina 449-462, in het bijzonder pagina 460.