Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5481

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-11-2017
Datum publicatie
16-11-2017
Zaaknummer
C/16/446665 / KG ZA 17-700
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Inbreuk handelsnaamrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/446665 / KG ZA 17-700

Vonnis in kort geding van 3 november 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BROTHERS EVENEMENTEN B.V.,

gevestigd te Bunnik,

eiseres,

advocaat mr. P.A.W. Standhardt-Jonkers te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BROTHERS WEERT B.V.,

gevestigd te Weert,

gedaagde,

vertegenwoordigd door de heer [A] , aandeelhouder van gedaagde, die heeft meegedeeld dat hij bevoegd is de vennootschap te vertegenwoordigen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van eiseres.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eiseres drijft sinds 1997 een horeca-onderneming die zich bezig houdt met het organiseren en verzorgen van evenementen, partijen en (disco-)optredens. Zij is gevestigd in Bunnik en maakt gebruik van de domeinnaam www.brothers.nl. In het register van de Kamer van Koophandel staan als handelsnamen van de onderneming BROTHERS EVENEMENTEN B.V. en BROTHERS FESTIVAL DOME geregistreerd.

2.2.

In 2007, 2012 en 2015 heeft eiseres de volgende beeldmerken geregistreerd bij het Benelux Bureau voor de intellectuele eigendom:

2.3.

Op 15 juni 2017 is gedaagde opgericht. Zij houdt zich bezig met de exploitatie van een horecabedrijf alsmede het organiseren van evenementen en verhuur van een evenementenlocatie. Dat doet zij onder de handelsnaam BROTHERS WEERT B.V.

2.4.

Bij brief van 31 juli 2017 heeft de raadsvrouwe van eiseres gedaagde gesommeerd de inbreuk op de handelsnaam en merken van eiseres te staken. Aan deze sommatie heeft gedaagde niet voldaan.

3 Het geschil

3.1.

Eiseres vordert samengevat - (na wijziging van haar eis ter zitting):

- primair: dat gedaagde bevolen wordt de inbreuk op haar merkrechten te staken, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

- subsidiair: dat gedaagde bevolen wordt de inbreuk op haar handelsnaamrechten te staken, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

- primair en subsidiair: dat een termijn bepaald wordt voor het instellen van de bodemzaak, en dat gedaagde veroordeeld wordt in de proceskosten ex artikel 1019h Rv en de nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.

3.2.

Gedaagde voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kern van deze zaak is of gedaagde inbreuk maakt op de door eiseres gevoerde handelsnaam. Eiseres heeft weliswaar ook (zoals toegelicht ter zitting: primair) staking gevorderd van het gebruik van haar beeldmerken, maar zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit gebruik meer heeft omvat dan het gebruik van de handelsnaam. Dit betekent dat zij onvoldoende spoedeisend belang heeft bij toewijzing van de vordering op basis van het merkenrecht in dit kort geding, nu uit het hierna volgende zal blijken dat haar vordering op de grondslag van de Handelsnaamwet zal worden toegewezen.

Toetsingskader

4.2.

Toetsingskader voor een inbreuk op een handelsnaam is artikel 5 van de Handelsnaamwet, dat bepaalt dat het verboden is een handelsnaam te voeren die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard van beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is.

4.3.

Partijen verschillen niet van mening over het feit dat eiseres haar handelsnaam eerder is gaan voeren dan gedaagde die van haar, en dat eiseres haar handelsnaam rechtmatig voert.

4.4.

Wel betwist gedaagde dat er sprake is van verwarringsgevaar, en in het bijzonder:

a. a) dat de handelsnaam van eiseres onderscheidend vermogen heeft,

b) dat de handelsnamen van partijen slechts in geringe mate van elkaar afwijken,

c) dat het werkgebied van partijen hetzelfde is, en

d) dat de aard van de ondernemingen van partijen gelijk is.

Ad a) Onderscheidend vermogen

4.5.

Het woord “brothers” is de Engelse vertaling van het woord “broers”, welke naam volgens gedaagde bij beide partijen verwijst naar de oprichters van beide ondernemingen. Daarnaast bestaan er volgens gedaagde in Nederland in ieder geval 6 horeca-ondernemingen, evenementenorganisaties en/of discotheken waar het woord “brothers” deel van uitmaakt:

- “2 Brothers” in Putten

- “3 Brothers” in Doetinchem

- “ Brothers Sportcentrum” in Nieuwerkerk aan de IJssel

- “ Brothers” in Heythuysen

- “ Max Brothers” in Arnhem

- “ Pool Brothers” in Oss.

4.6.

Voor het bestaan van een handelsnaam is onderscheidend vermogen niet vereist. Wel kan een gering onderscheidend vermogen gevolgen hebben voor het al dan niet aanwezig zijn van verwarringsgevaar. Van een gering onderscheidend vermogen is naar het oordeel van de voorzieningenrechter in dit geval echter geen sprake. “Brothers” is weliswaar een gebruikelijk Engels woord, maar daarmee is dit nog niet beschrijvend voor de diensten die eiseres aanbiedt (horeca, evenementen en (disco-)optredens). Daarbij komt dat eiseres landelijk grote bekendheid geniet (dit blijkt uit de door eiseres overgelegde krantenartikelen in landelijke dagbladen en landelijke prijzen die zij heeft gewonnen), zodat aannemelijk is dat de naam landelijk is ingeburgerd. Dat het bestaan van andere ondernemingen met de naam “Brothers” het onderscheidend vermogen van de handelsnaam van eiseres heeft aangetast, heeft gedaagde niet aannemelijk gemaakt. Daarvoor is tenminste vereist dat ook deze ondernemingen een landelijk bereik hebben en een vergelijkbare bekendheid. Dat is niet gesteld of gebleken.

Ad b) Overeenstemming

4.7.

Volgens gedaagde voert eiseres niet de handelsnaam BROTHERS, maar - blijkens het uittreksel uit de Kamer van Koophandel (productie 1 van eiseres) - de handelsnamen BROTHERS EVENEMENTEN B.V. en BROTHERS FESTIVAL DOME. Bovendien hanteert eiseres inmiddels een nieuwe naam: STUDIO A12. Met haar toevoeging WEERT aan het woord BROTHERS wijkt gedaagde voldoende af van deze namen, aldus gedaagde.

4.8.

De voorzieningenrechter volgt gedaagde hierin niet. Voor de beoordeling van de handelsnaam is niet uitsluitend bepalend hoe deze is ingeschreven in de Kamer van Koophandel, maar ook hoe deze in de praktijk wordt gebruikt. Blijkens de door eiseres overgelegde reclame (productie 2), Facebookpagina (productie 20) en gebruikte website (www.brothers.nl) gebruikt eiseres voor haar discotheek de handelsnaam BROTHERS en niet de volledige ingeschreven handelsnamen of de handelsnaam STUDIO A12. Zoals eiseres ter zitting heeft toegelicht wordt de naam STUDIO A12 gebruikt naast die van BROTHERS, maar specifiek voor de zakelijke markt.

4.9.

De handelsnamen van partijen zijn gelijk als het gaat om het woord BROTHERS. De toevoeging WEERT is geen kenmerkend bestanddeel van de handelsnaam, maar alleen een verwijzing naar de plaats waar gedaagde gevestigd is.

c) Werkgebied

4.10.

Gedaagde stelt dat haar onderneming zich alleen op de regio Weert richt. Zij heeft echter niet betwist dat eiseres heel Nederland als haar werkgebied heeft, hetgeen wordt bevestigd door het als productie 19 door eiseres overgelegde overzicht van verkoop van tickets voor haar evenementen. De klanten van eiseres komen uit het hele land, en ook uit de regio waar gedaagde gevestigd is (Weert en omstreken). Dit betekent dat de werkgebieden van partijen een overlap vertonen.

d) Aard van de ondernemingen

4.11.

Volgens gedaagde is eiseres een mega-evenementenorganisatie, terwijl zij zelf slechts een café exploiteert met een feestzaal erachter. Ook daar gaat de voorzieningenrechter niet in mee. Beide ondernemingen exploiteren een horecagelegenheid waarbij ook (disco-)optredens plaatsvinden. De ondernemingen zijn derhalve wel gelijk van aard. Dat de omvang van de activiteiten verschilt doet in dat kader niet ter zake.

Conclusie

4.12.

Gelet op:

- de grote landelijke bekendheid van de handelsnaam van eiseres,

- de gelijke aard van de ondernemingen van partijen

- de overlap in werkgebied en

- de volledige overeenstemming van de kenmerkende onderdelen van de handelsnamen van partijen,

acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat het publiek zal denken dat gedaagde een nevenvestiging is van eiseres, en in zoverre beide ondernemingen met elkaar zal verwarren. Dat gevaar voor verwarring wordt nog versterkt door het feit dat partijen landelijk reclame maken via hetzelfde medium (Facebook), voor vergelijkbare evenementen (beide organiseren een Halloween-party en nodigen soms dezelfde artiesten uit) en gebruik maken van hetzelfde ticketburo. Als gedaagde een ander ticketburo zou nemen, zoals zij ter zitting heeft aangeboden, zou dat slechts een klein deel van het verwarringsgevaar wegnemen, maar niet voldoende om dat gevaar te laten verdwijnen. Hetzelfde geldt voor de door gedaagde aangevoerde omstandigheid dat het door haar gehanteerde logo verschilt van dat van eiseres. Het publiek zal vooral letten op de handelsnaam, en minder op de vormgeving daarvan.

4.13.

Op grond van het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat gedaagde inbreuk maakt op het handelsnaamrecht van eiseres. De vordering tot staking van deze inbreuk is dan ook toewijsbaar. Dit geldt ook voor de vordering tot staking van het gebruik van de domeinnaam www.brothersweert.nl, ondanks dat deze domeinnaam op dit moment nog niet actief is, omdat de domeinnaam wel is vermeld op de Facebookpagina van gedaagde, en er in zoverre dus sprake is van een dreigende inbreuk.

4.14.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

Proceskosten en nakosten

4.15.

Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Eiseres heeft proceskostenveroordeling gevorderd op de voet van artikel 1019h Rv, en wel (na eisvermindering ter zitting) tot een bedrag van € 4.780,60 aan salaris advocaat. De voorzieningenrechter acht deze kosten op deze voet toewijsbaar, nu de vordering wordt toegewezen op een IE-grondslag, voor de afgewezen vordering geen extra kosten zijn gemaakt en het bedrag ruim onder het indicatietarief blijft voor een eenvoudig IE-kort geding. De kosten aan de zijde van eiseres worden dan ook begroot op:

- dagvaarding € 91,42

- griffierecht 619,00

- salaris advocaat 4.780,60

Totaal € 5.491,02

4.16.

De nakosten worden toegewezen op de wijze als in het dictum is vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gebiedt gedaagde om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis ieder gebruik van de handelsnamen BROTHERS, BROTHERS WEERT en BROTHERS WEERT BV, en gebruik van elke andere handelsnaam die identiek is aan of slechts in geringe mate afwijkt van de handelsnamen van eiseres te staken en gestaakt te houden, waaronder begrepen het gebruik van de domeinnaam www.brothersweert.nl,

5.2.

veroordeelt gedaagde om aan eiseres een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 20.000,-- is bereikt,

5.3.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 5.491,02, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt gedaagde, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door eiseres volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

bepaalt de termijn waarbinnen de bodemzaak aanhangig moet worden gemaakt ex artikel 1019i Rv op 6 maanden na de datum van dit vonnis,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Burgers, bijgestaan door mr. W.A. Visser als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2017.1

1 type: Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. coll: