Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5473

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-10-2017
Datum publicatie
31-10-2017
Zaaknummer
16/707126-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 39-jarige man uit Utrecht heeft in 2016 zeer ernstige bedreigingen geuit tegen zijn ex- schoonmoeder. Ook handelde hij in drugs en had hij wapens in zijn bezit. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 2 jaar. Twee medeverdachten zijn eveneens veroordeeld voor wapenbezit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/707126-16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 31 oktober 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1978] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare

terechtzittingen van 15 maart 2017, 7 juni 2017, 16 augustus 2017 en 17 oktober 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. Lousberg en van hetgeen verdachte en mr. K. Lans, advocaat te IJmuiden, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

onder 1: in de periode van 28 september 2016 tot en met 30 november 2016 in Doorn en/of Utrecht, al dan niet samen met anderen, een pistoolmitrailleur en onderdelen daarvan, scherpe patronen en een busje traangas voorhanden heeft gehad

en

dat hij een gewoonte heeft gemaakt van het vervoeren, overdragen, voorhanden hebben, uitwisselen, anderszins ter beschikking stellen of verhandelen van wapens en munitie;

onder 2: op 21 november 2016 in Utrecht en/of Harmelen, [slachtoffer] heeft bedreigd;

onder 3 primair: in de periode van 5 augustus 2016 tot en met 30 november 2016 in Utrecht en/of Harmelen verdovende middelen heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd, althans aanwezig heeft gehad;

onder 3 subsidiair: in de periode van 5 augustus 2016 tot en met 30 november 2016 in Utrecht en/of Harmelen voorbereidingshandelingen heeft verricht om verdovende middelen te telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen;

onder 4: op 30 november 2016 in Utrecht een geldbedrag van € 36.350,49 heeft witgewassen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1, 2, 3 primair en 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde acht de officier van justitie niet bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het vervoeren, overdragen, voorhanden hebben, uitwisselen, ter beschikking stellen of verhandelen van wapens en/of munitie.

De officier van justitie acht ten aanzien van het onder 3 primair tenlastegelegde bewezen dat verdachte xtc-pillen voorhanden heeft gehad en deze heeft verwerkt en verkocht. De overige in de tenlastegelegde vermelde middelen heeft hij voorhanden gehad.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde acht de officier van justitie bewezen dat verdachte een geldbedrag voorhanden heeft gehad dat uit enig misdrijf afkomstig was of (middellijk) uit eigen misdrijf van verdachte.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat het onder 1 tenlastegelegde kan worden bewezen verklaard voor zover het betreft het voorhanden hebben van de wapens en munitie. Voor de wapens en munitie die in de woning in [woonplaats] zijn aangetroffen geldt dit in de periode van 28 november 2016 tot en met 30 november 2016. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde kan medeplegen niet bewezen worden. Ook kan niet bewezen worden dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het vervoeren, overdragen, voorhanden hebben, uitwisselen, ter beschikking stellen of verhandelen van wapens en/of munitie. Ten aanzien van het gasbusje refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde is de verdediging van mening dat niet alle in de tenlastelegging opgenomen uitlatingen bedreigingen zijn en dat sommige uitlatingen niet gericht zijn tegen [slachtoffer] .

Voorts is de verdediging van mening dat ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde slechts bewezen kan worden dat verdachte op 30 november 2016 de in de tenlastelegging opgenomen verdovende middelen opzettelijk aanwezig heeft gehad. Niet bewezen kan worden dat verdachte die verdovende middelen heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd. Ook kan niet bewezen worden dat verdachte het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen Nederland brengen van verdovende middelen heeft voorbereid.

De verdediging is verder van mening dat niet bewezen kan worden dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft gepleegd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde wat betreft voorhanden hebben

Verdachte heeft dit feit bekend. De verdediging heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 17 oktober 2017;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 22 augustus 2017, genummerd 170717.1000.VER, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 2436;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van 30 november 2016, met bijlagen, genummerd 1611301440.DZK Pand B, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 481 e.v.;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van 30 november 2016, genummerd 1611301136, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 460 e.v., met als bijlage een lijst van inbeslaggenomen goederen, doorgenummerde pagina 466 e.v.;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, van 4 januari 2017, genummerd PL0900-2016369533-86, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 851 e.v.;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, van 27 december 2016, genummerd PL0900-2016369533-87, opgemaakt door de politie Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 781 e.v..

De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 17 oktober 2017 dat hij twee dagen voor de inval in de woning van medeverdachte [medeverdachte 1] de pistoolmitrailleur in handen heeft gehad, dat hij ervan schrok en in paniek boven op de kast heeft gelegd, acht de rechtbank niet aannemelijk. Te meer nu hij op dezelfde terechtzitting heeft verklaard dat hij altijd al geïnteresseerd is geweest in wapens en er daarom zoveel foto’s van wapens in het dossier zitten.

Vrijspraak ten aanzien van een gewoonte maken van vervoeren, overdragen, voorhanden hebben, uitwisselen, ter beschikking stellen of verhandelen van wapens en/of munitie

Wat betreft de verdenking dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het voorhanden hebben of verhandelen van wapens en munitie overweegt de rechtbank als volgt.

Het dossier bevat concrete aanwijzingen die deze verdenking onderbouwen. Zo spreekt verdachte zelf over het bewapend zijn2, zijn er sterke aanwijzingen dat celmateriaal van verdachte aanwezig is ook op de revolver die bij medeverdachte [medeverdachte 2] is gevonden3 en lijkt hij bewapend als hij bij medeverdachte [medeverdachte 1] in de auto zit4.

De rechtbank heeft derhalve de indruk dat verdachte vaker wapens voorhanden heeft gehad, maar acht niet wettig en overtuigend bewezen dat dit als een gewoonte valt aan te merken. Verdachte zal hiervan dan ook worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde

In een telefoongesprek op 21 november 2016 zegt verdachte tegen [slachtoffer]

…”…voor mijn dochter knal ik jullie allemaal af…

… ik schiet jullie helemaal de kanker…ik trek je hele kop uit elkaar…

… ik ben tbs motherfucker he. Ik … snijd ze helemaal de kanker dan he dat is geen grap want ik sterf zonder moed voor mijn dochter maar jullie gaan met me mee…”.5

Getuige [slachtoffer] heeft op 8 december 2016 verklaard dat ze bang is voor [verdachte] en dat ze altijd op haar hoede is. Hij dreigt haar kapot te maken en hij dreigt hen kapot te schieten. Ze vertelt de dreigementen serieus te nemen. Ze is gewoon bang.6

Gelet op de bewoordingen en de context waarin deze zijn gedaan, staat voor de rechtbank vast dat bij het slachtoffer de vrees kon ontstaan dat verdachte de dreigementen uit zou uitvoeren.

Het feit is bewezen wat betreft de onderdelen die onder 5 zijn opgenomen.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde

Op 30 november 2016 zijn in de woning van verdachte aangetroffen7 in totaal 80,5 pillen, 1,27 gram wit poeder, 0,54 gram bruin poeder en 3,47 gram witte brokken.8 (Monsters van) deze pillen en poeders zijn onderzocht door het NFI, dat heeft vastgesteld deze respectievelijk MDMA, cocaïne, MDMA en 2-PEA bevatten, middelen op lijst 1 behorende bij de Opiumwet, met uitzondering van 2-PEA.9

Verdachte heeft verklaard dat de drugs in zijn woning lagen omdat er in december een feestje zou zijn.10

Op die dag is in Harmelen in de woning van de ex-vriendin van verdachte een sealapparaat gevonden en 3 bigshoppers met sealbags.11 Verdachte heeft aangegeven dat dit apparaat van hem was.12 Op het sealapparaat zijn poederresten aangetroffen. Door het NFI is vastgesteld dat hierin amfetamine, MDMA en cocaïne is aangetroffen.13

In de auto van verdachte zijn gesprekken tussen hem en medeverdachte [medeverdachte 1] opgenomen. Verdachte zegt hierin in de periode vanaf 8 november 2016 onder andere;

… als het goed komt, heb ik een mooie deal gesloten, de mensen gaan weer voor mij aan het werk. Ik koop iets in voor 25 cent en verkoop het voor 4 euro in aantallen……en dan heb ik iets te koop voor 80 cent en dat verkoop ik ook voor 4 euro. Dat heb ik vaker gedaan hoor…14

… jij wil al die shit nog proberen… ik zit in een fase dat ik er geld aan het verdienen ben…15

…ze zeggen ze hadden een pilletje gevonden, die kinderen… in huis daar..

… dat is dezelfde tijd dat ze zelf die pillen heeft geteld. Grappig he, dat is van de week geweest… Tussendoor zegt medeverdachte [medeverdachte 1] : …dat is [A] ’s eigen schuld, jij (verdachte) bergt toch alles daar boven op.16

…dat meissie is met alles gestopt, [A] …. Dan moet jij maar gaan wegen toch? Dan pak je toch 300 euro in de maand standaard.17

Op 9 november 2016 wordt verdachte gebeld door een man die aan verdachte vraagt of hij nog rondjes heeft. Verdachte zegt ja.. waarop de man zegt: een paar duizend. Verdachte antwoordt: Ja, dat kan altijd geregeld worden. 18

In een telefoongesprek met [slachtoffer] zegt verdachte over [A] : “Jouw dochter… zat met drugs, zat met alles, jouw dochter is niet vrij, ja want ze pakte het geld ook aan. What the fuck hoeveel ruggen ik die kant heb opgegooid, ze werd betaald ja.19

Ten overstaan van de rechter-commissaris heeft [A] verklaard er dingen werden gewogen en dat zij in de zomer van 2016 met betrekking tot het wegen door verdachte werd bedreigd.20

Overweging ten aanzien van bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken dan wel vervoeren van verdovende middelen

Naar het oordeel van de rechtbank duidt de hoeveelheid van 80 pillen MDMA in zijn woning erop dat verdachte handelde in die pillen, die MDMA bevatten. Dit was ook in poedervorm in zijn woning aanwezig. De indicatie voor handel wordt ondersteund door zijn uitlatingen dat hij in- en verkoopt, dat de medeverdachte kan gaan wegen, hij “er” geld aan verdient en duizenden “rondjes” kan leveren. Gezien de context van deze gesprekken ging het hierbij om drugs. Ook de aanwezigheid van het sealapparaat bij de ex-partner met daarop resten MDMA in combinatie met de mededelingen dat deze ex-partner mededader is, zij heeft gewogen en hij er (daarom) geld naartoe heeft gebracht, duiden op het verwerken van en handelen in drugs. Het verwerken en handelen in MDMA staat naar het oordeel van de rechtbank hiermee vast.

De uiteindelijke verklaring van verdachte dat het hierbij om eiwitten zou gaan of andere prestatiebevorderende middelen acht de rechtbank niet aannemelijk, reeds gelet op hetgeen in de woning van verdachte en op het sealapparaat is aangetroffen.

De rechtbank komt tot de slotsom dat verdachte in de desbetreffende periode MDMA heeft voorhanden gehad, verwerkt en verkocht en op 30 november 2017 cocaïne voorhanden heeft gehad.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde

In de woning van verdachte is op 30 november 2016 € 36.710 aan contant geld aangetroffen, waarvan € 12.000 in het vriesvak van de koelkast, € 8.730 in een snoeptrommel op een bureau in de woonkamer en € 9.960 in een tasje op de bank in de woonkamer.21

Verdachte heeft verklaard dat dit geld van hem is en afkomstig van of bestemd voor de autohandel.22

Gezien het bewezenverklaarde onder feit 3 acht de rechtbank aannemelijk dat een gedeelte van dit geld rechtstreeks afkomstig is uit misdrijf, te weten de handel in MDMA. Nu het een eigen misdrijf van verdachte betreft, kan feit 4 weliswaar worden bewezen, maar niet gekwalificeerd als witwassen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op tijdstippen in de periode van 28 september 2016 tot en met 30 november 2016 te Doorn en Utrecht,

- een wapen van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur (merk CZ, model 61, type Scorpion, kaliber 7.65 mm) (te Doorn) en

- een wapen van categorie II, te weten een onderdeel pistoolmitrailleur (patroonmagazijn) (te Doorn) en

- munitie van categorie III, te weten honderd scherpe patronen (van uiteenlopende merken (waaronder CBC) en kalibers (waaronder .32 auto/7.65 mm, .25 auto/6.35 mm) (te Doorn) en

- munitie van categorie III, te weten onderdeel munitie (patroonhuls) (te Doorn) en

- munitie van categorie III, te weten twaalf scherpe patronen (te Utrecht) en

- een wapen van categorie II, te weten een gasbusje (traan(CS)gas) (te Utrecht),

voorhanden heeft gehad;

2.

op 21 november 2016 in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd:

- " Heel simpel zo of we gaan een zware oorlog voeren en echt serieus slachtoffers gaan er vallen. Honderd procent dat garandeer ik je." en

- " Wat een flinke jongens voor mijn dochter knal ik jullie allemaal af. Die me dochter afpakken, ik ruim jullie, je hele kankerfamilie." en

- " Jullie praten toch stoer tegen mij. Ik schiet jullie helemaal de kanker, niemand zit aan mijn dochter en als ik nog een keer hoor iets over mijn dochter, ik kom naar je huis en trap je voordeur eruit en trek je hele kop uit elkaar." en

- " Ik ben tbs motherfucker. Ik snijd ze allemaal de kanker dan he. Dat is geen grap he want ik sterf zonder enige moed voor mijn dochter. Maar jullie gaan met me mee. Nooit meer praten tegen mij op deze manier.";

3. Primair

in de periode van 5 augustus 2016 tot en met 30 november 2016 te Utrecht en Harmelen, (telkens) opzettelijk heeft verwerkt en verkocht (ongeveer) tachtig pillen bevattende mdma, zijnde mdma een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

en

op 30 november 2016 te Utrecht opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van (ongeveer) 0,54 gram poeder bevattende mdma en een hoeveelheid van (ongeveer) 1,72 gram bevattende cocaïne zijnde mdma en cocaïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

op 30 november 2016 te Utrecht, van een voorwerp, te weten een contant geldbedrag van 36.350,49 Euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat voorwerp gedeeltelijk - onmiddellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is wat betreft de feiten 1 tot en met 3 geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1 handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd,

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

feit 2 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

en

bedreiging met zware mishandeling;

feit 3 opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod,

en

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

De rechtbank acht het onder 4 bewezenverklaarde niet strafbaar.

De rechtbank is van oordeel dat ten minste een deel van het geld dat bij verdachte is aangetroffen, afkomstig is van eigen misdrijf, te weten de handel in drugs zoals onder feit 3 bewezen is verklaard. Gelet op de bestendige jurisprudentie hierover, levert een dergelijke situatie (in ieder geval tot 1 januari 2017) naast het grondfeit niet tevens de kwalificatie witwassen op, tenzij hiervoor een nadere motivering is te geven.

Dat is hier niet aan de orde. Er is onvoldoende bewijs om aan te nemen dat een deel van de gelden middellijk uit eigen misdrijf afkomstig waren, in die zin dat eerst nog een verhullingshandeling is verricht. Verder is niet uitgesloten dat een deel van het geld een legale herkomst kan hebben als door verdachte bedoeld. De voorwaarde voor het verzoek tot het horen van de bedoelde getuigen is dan ook niet vervuld, zodat dit voorwaardelijk gedane verzoek wordt afgewezen.

De rechtbank komt tot de conclusie dat verdachte voor feit 4 dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

Over verdachte zijn de volgende rapporten opgemaakt:

  • -

    een rapport van 16 maart 2017, opgemaakt door H.A. Gerritsen, psychiater;

  • -

    een rapport van 29 januari 2017, opgemaakt door F.C.P. Zuidhof, psycholoog.

Het rapport, opgemaakt door psychiater H.A. Gerritse, houdt onder meer het volgende in.

Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit van het gecombineerde type en verslavingsproblematiek. De rapporteur heeft, ondanks de aanwezigheid van antisociaal gedrag, niet zelf kunnen vaststellen of er sprake is van een gebrekkige ontwikkeling in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en psychopathie, ook al zijn daar - zeker op grond van het dossier - wel aanwijzingen voor. Aannemelijk is dat er ten tijde van het plegen van de feiten sprake was van een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit van het gecombineerde type. Vanwege de beperkte onderzoekbaarheid van betrokkene weet rapporteur niet of verdachte op dat moment zijn medicatie slikte en of hij onder invloed was van middelen. De deskundige kan geen uitspraak doen over het al dan niet aanwezig zijn van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en psychopathie ten tijde van het ten laste gelegde en kan ook geen uitspraak doen of deze van invloed was op het handelen van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde.

De psychiater verwijst naar een rapportage van psychiater Schouten, waarin wordt geconcludeerd dat sprake is van psychopathie (score 32) en waarin er een basaal hoog risico op terugval in crimineel en/of gewelddadig gedrag blijft bestaan.

Het rapport, opgemaakt door psycholoog F.C.P. Zuidhof, houdt onder meer het volgende in.

Bij verdachte is sprake van ADHD (overwegend hyperactief en impulsief type) en een antisociale persoonlijkheidsstoornis, deze aspecten zijn structureel aanwezig. Aangenomen mag worden dat voornoemde stoornissen middels TBS behandeling, toezicht en medicatie voor verdachte voldoende onder controle waren. Desalniettemin is het aannemelijk dat voornoemde stoornissen toch deels hebben meegespeeld ten tijde van het tenlastegelegde. Verdachte heeft het door de TBS behandeling aangeleerde echter ter zijde gelegd. Daarom zijn er geen argumenten om het tenlastegelegde in een verminderde mate toe te rekenen.


De rechtbank is gelet op de conclusies van de deskundigen van oordeel dat het hiervoor bewezen verklaarde volledig aan verdachte kan worden toegerekend.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel uitsluit.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat, gelet op hetgeen kan worden bewezenverklaard, volstaan kan worden met een straf gelijk aan het voorarrest. De raadsvrouw merkt daarbij op dat verdachte na zijn voorarrest zal worden overgeplaatst naar een TBS-kliniek waar de eerder aan verdachte opgelegde TBS-maatregel met dwangverpleging voor een periode van twee jaar zal worden hervat.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft in familiekring zeer ernstige bedreigingen geuit om zijn zin door te drijven. Daarbij heeft hij niet alleen zijn ex-schoonmoeder, maar de hele opvoedingsomgeving van zijn dochter in ernstige mate bedreigd en onveilig gemaakt.

Verdachte heeft zich tegelijkertijd ingelaten met ernstige vormen van criminaliteit, te weten drugshandel en wapenbezit. Dit bedreigt de gezondheid en wakkert gevoelens van onveiligheid aan, te meer daar het in zijn geval onder meer ging om een pistoolmitrailleur en meer dan 100 patronen, wat duidt op betrokkenheid bij zware criminaliteit. Ook de tapgesprekken waarin verdachte spreekt over beveiligingsklussen, onder meer in verband met een liquidatiegevoelig transport, dossiers afhandelen (incassowerk uitvoeren), ruzies en bedreigingen duiden daarop. Gelet op de vondsten tijdens de huiszoekingen is hier geen sprake van louter grootspraak, zoals verdachte heeft gesteld.

Dit alles vindt plaats terwijl aan verdachte de maatregel TBS is opgelegd, voor onder meer poging tot afpersing, opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving en overtreding van de Wet wapens en munitie. De huidige delicten liggen in het verlengde hiervan.

De dwangverpleging van de maatregel is pas in 2015 beëindigd en kort daarna is verdachte weer een crimineel leven gaan leiden. Hij is daarbij in staat geweest de reclassering en andere begeleiders/beoordelaars het beeld voor te spiegelen dat hij zich aan de voorwaarden hield, terwijl achteraf vastgesteld moest worden dat hij vrijwel alle belangrijke voorwaarden overtrad, welhaast in staat was een dubbelleven te leiden. Dit beeld wordt versterkt doordat reeds in juli 2015 aangifte tegen hem is gedaan verband houdend met mishandeling (p. 405 e.v., nog voor de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging in augustus 2015).

Het genoemde risico op herhaling heeft zich gezien het vorenstaande in ernstige mate verwezenlijkt en verdachte is niet in staat gebleken daar ook maar enige verantwoordelijkheid voor te nemen.

De voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging is inmiddels beëindigd, zodat de dwangverpleging zal worden hervat.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 7 september 2017 en de hiervoor in rubriek 7 genoemde rapporten.

Gelet op het vorenstaande kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt.

De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, leiden ertoe dat een gevangenisstraf van 24 maanden geboden is. De samenleving dient immers tegen verdachte te worden beschermd. Dit is korter dan de officier heeft geëist, omdat de rechtbank een feit minder kwalificeert. Uitsluitend omdat er ook een maatregel tot TBS van kracht is, acht de rechtbank een langere gevangenisstraf niet passend. De rechtbank gaat ervan uit dat de maatregel met dwangverpleging wordt hervat na de tenuitvoerlegging van de straf.

9 BESLAG

Onder verdachte zijn de voorwerpen in beslag genomen zoals vermeld op de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

9.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen geldbedragen, zoals vermeld onder nummers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 van de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, worden verbeurd verklaard. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de handleiding, vermeld onder nummer 13 van de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, wordt onttrokken aan het verkeer. Verder heeft de officier van justitie gevorderd dat de overige voorwerpen, vermeld onder nummers 9, 10, 11, 12, 14 en 15 worden teruggegeven aan verdachte.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat alle inbeslaggenomen voorwerpen kunnen worden teruggegeven aan verdachte.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal hetgeen onder nummer 13 in beslag is genomen (handleiding vuurwapen), onttrekken aan het verkeer nu met behulp van dit voorwerp het feit is voorbereid en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

De rechtbank zal de teruggave gelasten aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen onder nummers 9, 10, 11, 12, 14 en 15 van de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen die aan verdachte toebehoren, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

Met betrekking tot de inbeslaggenomen voorwerpen onder nummers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 van de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen kan geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt. De rechtbank zal daarom de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) van deze voorwerpen gelasten.

Dit staat niet in de weg aan een eventueel conservatoir beslag.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen:

  • -

    36b, 36c, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

  • -

    2 en 10 van de Opiumwet;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2, 3 primair en 4 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart het onder 4 bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging ten aanzien van dat feit;

- verklaart verdachte strafbaar ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- verklaart het voorwerp onder nummer 13 van de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer;

- gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen onder nummers 9, 10, 11, 12, 14 en 15 van de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen;

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) van de voorwerpen onder nummers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 van de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J.M. Mol, voorzitter, mrs. E.H.M. Druijf en J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 oktober 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 september 2016 tot en met 30 november 2016 te Doorn en/of Utrecht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een wapen van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur (merk CZ, model 61, type Scorpion, kaliber 7.65 mm) (te Doorn) en/of

- een wapen van categorie II, te weten een onderdeel pistoolmitrailleur (patroonmagazijn) (te Doorn) en/of

- munitie van categorie III, te weten (ongeveer) éénhonderd scherpe patronen (van uiteenlopende merken (waaronder CBC) en kalibers (waaronder .32 auto/7.65 mm, .25 auto/6.35 mm) (te Doorn) en/of

- munitie van categorie III, te weten onderdeel munitie (patroonhuls) (te Doorn) en/of munitie van categorie III, te weten twaalf, althans een of meer, scherpe patro(o)n(en) (te Utrecht) en/of

- een wapen van categorie II, te weten een gasbusje (traan(CS)gas) (te Utrecht),

voorhanden heeft gehad,

en een gewoonte heeft gemaakt van het vervoeren, overdragen, voorhanden hebben, uitwisselen, anderszins ter beschikking stellen of verhandelen van wapen(s) en/of munitie;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 55 lid 4 Wet wapens en munitie

art 47 lid 1 ahf en onder 1 Wetboek van Strafrecht

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

2.

hij op of omstreeks 21 november 2016 te Utrecht en/of Harmelen, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd:

- " Heel simpel zo of we gaan een zware oorlog voeren en echt serieus slachtoffers gaan er vallen. Honder procent dat garandeer ik je." en "In die staat ben ik of we gaan er gewoon uitkomen. Dat zijn twee keuzen die jullie mogen maken ik ga buiten dit om, ik licht gelijk mijn mensen in want aals er nu, ik vertrouw niemand meer." en/of

- " Wat denk je als ik effe naar je dochters werk toe rij." en/of

- " Is mijn werk. Ze hebben mij gehad. ze is zelf ook crimineel bezig. Daarom is die hele shit van haar voorbij. Ik kan het aantonen. We gaan mekaar raken, we gaan mekaar raken." en/of

- " Maar luister, jullie kunnen mij niet aan, dat is gewoon heel simpel. Ik heb zo connecties." en/of

- " Hee maar luister vanaf nu hou je gewoon rustig en ga niet stoer praten over telefoon shit. Want ik kom aan de deur. En ik kom met een paar jongens en die gaan gewoon naar binnen. Dat is heel simpel." en/of

- " Dan kunnen jullie de politie bellen, dan komen er een paar andere jongens langs en die gaan weer bellen en die komen met bivakmutsen langs. zo gaat het gebeuren, nee ik kom vanmiddag bij je langs." en/of

- " Wat een flinke jongens voor mijn dochter knal ik jullie allemaal af. Die me dochter afpakken, ik ruim jullie, je hele kankerfamilie." en/of

- " Die kankerhoer van een dochter van je. ik knal haar voor de flikker, jouw fucking jouw vent." en/of

- " Jullie praten toch stoer tegen mij. Ik schiet jullie helemaal de kanker, niemand zit aan mijn dochter en als ik nog een keer hoor iets over mijn dochter, ik kom naar je huis en trap je voordeur eruit en trek je hele kop uit elkaar." en/of

- " Als het om mijn kleine meisje gaat, luister als het om mijn kleine meisje gaat dan kom ik dwars door de voordeur binnen bij jullie. Jullie praten niet zo stoer tegen mij vanaf nu." en/of

- " Je dochter ook niet want ik laat haar helemaal de kanker slaan op het moment dat ze naar het werk gaat." en/of

- " Ik ben tbs motherfucker. Ik snijd ze allemaal de kanker dan he. Dat is geen grap he want ik sterf zonder enige moed voor mijn dochter. Maar jullie gaan met me mee. Nooit meer praten tegen mij op deze manier." althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. Primair

hij in of omstreeks de periode van 05 augustus 2016 tot en met 30 november 2016 te Utrecht en/of Harmelen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad(ongeveer) tachtig pillen bevattende mdma en/of een hoeveelheid van (ongeveer) 0,54 gram poeder bevattende mdma en/of een hoeveelheid van (ongeveer) 1,72 gram bevattende cocaïne en/of een hoeveelheid van (ongeveer) 3,47 gram bevattende crystal meth, zijnde (respectievelijk) mdma en/of cocaïne en/of crystal meth (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 05 augustus 2016 tot en met 30 november 2016 te Utrecht en/of Harmelen, althans in Nederland, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten (telkens) het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van (telkens) een hoeveelheid van (ongeveer) tachtig pillen bevattende mdma en/of een hoeveelheid van (ongeveer) 0,54 gram poeder bevattende mdma en/of een hoeveelheid van (ongeveer) 1,72 gram cocaïne en/of een hoeveelheid van (ongeveer) 3,47 gram crystal meth, in elk geval (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende (respectievelijk) mdma en/of cocaïne en/of crystal meth, zijnde (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,(telkens)

- een sealmachine in gebruik heeft gehad en/of voorhanden heeft gehad in een woning aan het Zwaan in Harmelen (waar hij verdachte regelmatig zelf verbleef en/of waar hij, verdachte, en/of (een) derde(n) voor hem, verdachte, (die) mdma pillen en/of die/een hoeveelhe(i)d(en) mdma en/of cocaïne

sealden/verpakten) en/of

- drie althans een of meer, zogeheten bigshopper(s) met sealbags heeft gekocht/aangeschaft en/of heeft klaar laten staan voor gebruik en/of voorhanden heeft gehad in een woning aan het Zwaan in Harmelen (waar hij verdachte regelmatig zelf verbleef) en/of

- ( een) pgp's en/of (een) smartphone(s) en/of (een) digitale telefoon(s) in gebruik heeft gehad en/of voorhanden heeft gehad om de handel in die mdma pillen en/of die hoeveelhe(i)d(en) mdma en/of cocaïne te drijven en/of

- een geldbedrag van (ongeveer) 36.350,49 Euro in zijn, verdachte's, woning aan de [adres] in [woonplaats] in diverse coupures en/of op diverse plaatsen heeft verborgen en/of voorhanden heeft gehad,

in elk geval (een) voorwerp(en) en/of (een) stof(fen) en/of gelden en/of andere betaalmiddelen waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat/die zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), voorhanden heeft gehad;

art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet

art 10 lid 4 Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet

4.

hij op of omstreeks 30 november 2016, te Utrecht, althans in Nederland, van een voorwerp, te weten een contant geldbedrag van (totaal) (ongeveer) 36.350,49 Euro, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, was, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie een voorwerp, te weten een geldbedrag van (totaal) (ongeveer) 36.350,49 Euro, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest weten, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf

en/of

een voorwerp, een geldbedrag van (totaal) (ongeveer) 36.350,49 Euro heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet of van een voorwerp te weten een geldbedrag van (totaal) (ongeveer) 36.350,49 Euro gebruik heeft gemaakt, terwijl hij verdachte wist, althans redelijkerwijs moest weten, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was uit enig misdrijf;

art 420quater lid 1 ahf/onder 1 en b Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Midden Nederland in het onderzoek 09 Harp, met nummer 2016 002655 C van 31 januari 2017, doorgenummerd 1 tot en met 2450. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave van een telefoongesprek, doorgenummerde pagina 2049.

3 Een geschrift, te weten een Herzien rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een overtreding van de Wet Wapens en Munitie in Utrecht op 28 september 2016, van het Nederlands Forensisch Instituut van 7 maart 2017.

4 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave van een telefoongesprek, doorgenummerde pagina 2137.

5 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave van een telefoongesprek, doorgenummerde pagina 2075.

6 Een proces-verbaal van verhoor getuige, doorgenummerde pagina’s 1424 en 1425.

7 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, doorgenummerde pagina 461, met bijlage, doorgenummerde pagina 466.

8 Een proces-verbaal Onderzoek verdovende middelen, doorgenummerde pagina’s 2263 tot en met 2271.

9 Een geschrift, te weten een rapport Identificatie van drugs en precursoren, van het Nederlands Forensisch Instituut van 19 december 2016, doorgenummerde pagina 774.

10 Een proces-verbaal ter terechtzitting van 17 oktober 2017.

11 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, doorgenummerde pagina 492, met bijlage, doorgenummerde pagina 493.

12 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave van een telefoongesprek, doorgenummerde pagina 2076.

13 Een geschrift, te weten een rapport Onderzoek naar sporen drugs op twee wattenstaafjes, van het Nederlands Forensisch Instituut van 20 januari 2017, doorgenummerde pagina 1278.

14 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave van een OVC-gesprek, doorgenummerde pagina 2226.

15 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave van een OVC-gesprek, doorgenummerde pagina 2243.

16 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave van een OVC-gesprek, doorgenummerde pagina 2252.

17 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave van een OVC-gesprek, doorgenummerde pagina 2254.

18 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave van een telefoongesprek, doorgenummerde pagina 2050.

19 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave van een telefoongesprek, doorgenummerde pagina 2075.

20 Een proces-verbaal verhoor van getuige van 8 juni 2017 door de rechter-commissaris.

21 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, doorgenummerde pagina 460, met bijlage, doorgenummerde pagina 466 tot en met 469.

22 Een proces-verbaal ter terechtzitting van 17 oktober 2017.