Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5363

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-11-2017
Datum publicatie
16-11-2017
Zaaknummer
C/16/440168 / HA ZA 17-468
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident relatieve bevoegdheid. Forumkeuzebeding; meer gedaagden. Verhouding tussen art. 107 en 108 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RBP 2018/15
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/440168 / HA ZA 17-468

Vonnis in incident van 1 november 2017

in de zaak van

[eiseres] ,

wonend in [woonplaats] ,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. S.M. Singh in Amsterdam,

tegen

1. de stichting

STICHTING MAASTRICHT SCHOOL OF MANAGEMENT,

gevestigd in Maastricht,

gedaagde,

eiseres in het incident,

advocaat mr. L.S. Kerkman in Amsterdam,

2. [gedaagde],

wonend in [woonplaats] ,

gedaagde,

eiser in het incident,

advocaat mr. M.A. Schuring in Almelo,

3. de publiekrechtelijke rechtspersoon

WAGENINGEN UNIVERSITEIT,

gevestigd in Wageningen,

gedaagde,

eiseres in het incident,

advocaat mr. E.M.C. Mommers in Arnhem,

4. de stichting

STICHTING NUFFIC,

gevestigd in Den Haag,

gedaagde,

eiseres in het incident,

advocaat mr. M.H.P. Claassen in Rotterdam.

Eiseres zal hierna [eiseres] genoemd worden. Gedaagden zullen genoemd worden MSM, [gedaagde] , WU en Nuffic.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de incidentele conclusies tot onbevoegdverklaring van alle vier de gedaagden;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

In 2003 heeft [eiseres] , die toen in Ghana woonde en werkte, afspraken gemaakt om in Nederland te kunnen promoveren. In haar promotietraject zijn problemen ontstaan. In verband daarmee vordert zij nu een groot aantal verklaringen voor recht en veroordeling van alle gedaagden tot vergoeding van schade, nader op te maken bij staat.

2.2.

Gedaagden vorderen alle vier dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, met verwijzing naar de rechtbank van hun eigen woon- of vestigingsplaats: respectievelijk Limburg (locatie Maastricht), Overijssel (locatie Almelo), Gelderland (locatie Arnhem) en Den Haag.

2.3.

[eiseres] heeft de zaak bij deze rechtbank aanhangig gemaakt vanwege de vestigingsplaats van de derde gedaagde, WU. Op grond van artikel 107 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zou die rechtbank ook voor de andere gedaagden bevoegd zijn. Wageningen ligt echter in het arrondissement van de rechtbank Gelderland. Er zijn ook geen andere omstandigheden op grond waarvan de rechtbank Midden-Nederland bevoegd zou zijn om over het geschil te oordelen. De zaal zal daarom moeten worden verwezen naar een andere rechtbank.

2.4.

Gedaagden bepleiten alle vier verwijzing naar de rechtbank die in hun geval bevoegd zou zijn. Dat zijn vier verschillende rechtbanken. [gedaagde] bepleit ook expliciet om de zaak te splitsen en naar vier verschillende rechtbanken te verwijzen. Op zich zou dat kunnen, omdat [eiseres] vooral verklaringen voor recht vordert, die tegen ieder van hen afzonderlijk beoordeeld kunnen worden. Zij vordert echter ook schadevergoeding. Als het zo ver komt, is het wel belangrijk dat de verschillende vorderingen in onderlinge samenhang beoordeeld kunnen worden. Het gaat om één feitencomplex, waarin wel alle betrokkenen een eigen rol gespeeld hebben, maar waarin te verwachten valt dat de gevolgen daarvan nauw met elkaar verweven zijn en samen oorzaak van schade kunnen zijn geweest. Om redenen van doelmatigheid, en ter vermijding van tegenstrijdige beslissingen, is het wenselijk dat in elk geval een eventuele schadestaatprocedure door één rechter beoordeeld wordt. Om te voorkomen dat die rechter moet oordelen op basis van tegenstrijdige beslissingen in de hoofdzaak, is het wenselijk om ook in dit stadium de zaken niet te splitsen, maar samen te beoordelen.

2.5.

WU en Nuffic beroepen zich op een forumkeuzebeding in een overeenkomst met [eiseres] . Op grond van artikel 108 Rv zou de aangewezen rechter bij uitsluiting bevoegd zijn om over het geschil te oordelen. Dat zou ertoe leiden dat toch verschillende rechters over de zaak moeten oordelen. Omdat dat onwenselijk is, zoals hierboven besproken, zal in deze zaak artikel 107 Rv moeten prevaleren boven de forumkeuzebedingen.

2.6.

[eiseres] had de bedoeling aan te sluiten bij de vestigingsplaats van WU, en in één van de twee forumkeuzebedingen was gekozen voor de rechtbank Arnhem (nu Gelderland). Bovendien ligt Arnhem enigszins centraal tussen [woonplaats] , Maastricht en Den Haag in. De zaak zal daarom verwezen worden naar één andere rechtbank, en wel de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem.

2.7.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen;

3.2.

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het incident, aan de zijde van ieder van gedaagden tot op heden begroot op € 452,00;

3.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

3.4.

verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de rechtbank Gelderland, sector civiel (locatie Arnhem).

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2017.1

1 type: nig (4123) coll: MaH (4215)