Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5361

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-09-2017
Datum publicatie
27-10-2017
Zaaknummer
16/659547-17 (P)
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Woninginbraak. Oplegging ISD-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/659547-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 13 september 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1990] te [geboorteplaats]

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres]
gedetineerd in [verblijfplaats] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 augustus 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M.H. Hoogendam en van hetgeen mr. S.L.E.M. Poll, advocaat te Hilversum, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 2 mei 2017 tot en met 3 mei 2017 in Muiden heeft ingebroken in een woning aan de [adres] .

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat daarom met een opsomming van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank acht het ten laste gelegde bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte in zijn verhoor op 17 mei 2017;2

- de aangifte door [slachtoffer] op 2 mei 2017;3

- de aanvullende verklaring van aangeefster [slachtoffer] op 18 mei 2017.4

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij in de periode 02 mei 2017 tot en met 03 mei 2017 te [woonplaats] , gemeente Gooise Meren, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres] heeft weggenomen,

-een zilveren zegelring,

-een gouden ketting,

-een gouden hanger, in de vorm van een kruisje,

-een zilveren munt, Koning Willem II en/of

-een gouden muntstuk van 5, danwel 10 euro, danwel gulden

in elk geval enig goed, toebehorende aan [slachtoffer] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en die weg te nemen sieraden onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, gevorderd dat

verdachte geplaatst dient te worden in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD) voor de duur van twee jaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ter zitting naar voren gebracht dat verdachte een ISD-maatregel van twee jaar te lang vindt. Er zijn genoeg aanknopingspunten om verdachte een gevangenisstraf op te leggen met een fors voorwaardelijk deel.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak. Inbraken in woningen veroorzaken bij de bewoners overlast en schade. Ook veroorzaakt een inbraak in een woning vaak een inbreuk op het gevoel van veiligheid en privacy van de bewoners en mensen in hun directe omgeving. De ervaring leert dat mensen zich nog lange tijd nadat er in hun woning is ingebroken thuis onveilig voelen.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van een verdachte betreffend uittreksel van de justitiële documentatie van 13 juli 2017. Daaruit blijkt dat verdachte meermalen is veroordeeld voor vermogensdelicten. Ook blijkt dat verdachte in de vijf jaren voorafgaande aan het door hem begane misdrijf, ten minste drie keer wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf is veroordeeld. Deze veroordelingen betreffen onder meer een veroordeling door het Hof Arnhem-Leeuwarden van 15 december 2016 tot een gevangenisstraf van 10 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, een veroordeling door de politierechter op 27 juli 2016 tot een gevangenisstraf van 4 weken, en een veroordeling door de meervoudige strafkamer van 24 november 2015 tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

Uit de over verdachte opgemaakte rapportage Pro Justitia door de psychiater A.W.M.M. Stevens en rapporteur en psychiater in opleiding [A] , van 12 augustus 2017, blijkt dat verdachte lijdt aan een ernstige stoornis in cannabisgebruik, een antisociale stoornis en dat hij een licht verstandelijke beperking heeft. Verder is verdachte kwetsbaar voor psychotische decompensatie. De verwachting met betrekking tot de recidive in een soortgelijk delict is hoog door deze stoornissen, indien deze onvoldoende adequaat worden behandeld. Geadviseerd wordt om verdachte een ISD-maatregel op te leggen. In de behandeling kan verdachte gemotiveerd worden tot aanpak van zijn problematiek betreffende zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis en zijn ernstige stoornis in cannabisgebruik. Verder kan deze maatregel een bijdrage leveren aan de oplossing van de problematiek aangezien andere behandelingen niet voldoende werkzaam zijn geweest en ter bescherming van de maatschappij door beëindiging van recidive.

In het rapport van het Leger des Heils, Jeugdbescherming & Reclassering, opgesteld door reclasseringswerker [B] , van 7 augustus 2017, wordt eveneens oplegging van de ISD-maatregel geadviseerd. Gelet op de ernst van de problematiek, zijn ISD-status en de eerdere mislukte pogingen voor behandeling en begeleiding in een ambulant forensisch kader, ondersteunt de reclassering geen andere adviesmogelijkheden. Binnen de ISD-maatregel kan verdachte stabiliseren en gemotiveerd worden om in de extramurale fase deel te nemen aan plaatsing binnen de [naam instelling] te [vestigingsplaats] of in een soortgelijke gestructureerde setting.

De rechtbank stelt vast dat aan alle voorwaarden is voldaan voor het opleggen van de ISD-maatregel. Bewezen is verklaard dat verdachte een misdrijf heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het uittreksel justitiële documentatie blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan dit feit ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf. Het in dit vonnis bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan. Verder eist de veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel, gezien de ernst en het aantal door verdachte begane soortgelijke feiten. De rechtbank is niet gebleken van redenen om deze maatregel niet op te leggen. Zij zal daarom de ISD-maatregel opleggen.

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van verdachtes problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 38m, 38n, 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging maatregel

- legt aan verdachte op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis, bij de tenuitvoerlegging van deze maatregel niet in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Bos, voorzitter, mrs. N.E.M. Kranenbroek en

W.S. Ludwig, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.G.T. Jansen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 september 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode 02 mei 2017 tot en met 03 mei 2017 te Muiden, gemeente Gooise Meren,, althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres] heeft weggenomen,

-een zilveren zegelring,

-een gouden ketting,

-een gouden hanger, in de vorm van een kruisje,

-een zilveren munt, Koning Willem II en/of

-een gouden muntstuk van 5, danwel 10 euro, danwel gulden

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen sieraden onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 13 juni 2017, genummerd 2017130766, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 120. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 20 tot en met 22.

3 Pagina 100 en 101.

4 Pagina 113.