Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5279

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-10-2017
Datum publicatie
06-11-2017
Zaaknummer
C/16/425237 / HA ZA 16-791
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Pandrecht en faillissement. Uitleg pandakte. Ook toekomstige vorderingen op groepsmaatschappijen zijn verpand. Geen onrechtmatige daad curator met betrekking tot toevoeging aan de boedelrekening van betalingen van debiteuren op bankrekening van failliet en op boedelrekening. Afstand van pandrecht op bepaalde facturen op grond van artikel 3:258 BW. Degene aan wie vorderingen zijn verpand heeft geen aanspraak op de boedel voor bevrijdende betalingen door debiteuren van failliet aan failliet. Het pandrecht is door die betalingen vervallen en de voormalig pandhouder heeft pas recht op betaling bij de uitdeling, overeenkomstig haar voorrang, na omslag van de faillissementskosten. De pandhouder heeft ook geen aanspraak op de boedel voor niet-bevrijdende betalingen door debiteuren aan de failliet, maar dient die debiteuren aan te spreken. Proceskostenveroordeling curator uitvoerbaar bij voorraad, onder de opschortende voorwaarde dat bij de slotuitdeling blijkt dat de boedel voldoende actief heeft om deze vordering geheel of gedeeltelijk te voldoen, en uitsluitend voor dat deel, dat volgens de slotuitdeling aan eiseres toekomt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5867
INS-Updates.nl 2017-0366
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/425237 / HA ZA 16-791

Vonnis van 18 oktober 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.J. Vriezen te Amersfoort,

tegen

MR. [gedaagde]

in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van Drukkerij Atlas B.V.,

kantoorhoudend te Amersfoort,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A. Romein te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiser] en de curator genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 3 mei 2017

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 juni 2017

  • -

    het B-16 formulier van de curator van 26 juli 2017, met productie 14

  • -

    de akte uitlating productie van [eiser] van 23 augustus 2017.

1.2.

Ten slotte is bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2 De feiten

2.1.

Atlas Holding II B.V. (hierna: Atlas Holding II) hield op 11 maart 2008 alle aandelen in Drukkerij Atlas B.V., Beheers- en Beleggingsmaatschappij Atlas B.V. en Wings Biervilten B.V..

2.2.

Op 11 maart 2008 heeft Stichting Administratiekantoor Atlasgroep (hierna: STAK Atlasgroep) haar aandelen in Atlas Holding II overgedragen aan Practicum Holding B.V. (hierna: Practicum Holding). Practicum Holding is op 11 maart 2008 bestuurder geworden van Atlas Holding II.

2.3.

De bestuurders van STAK Atlasgroep waren op 11 maart 2008 de heer [A] (hierna: [A] ) en de heer [B] (hierna: [B] ).

2.4.

De aandelen in Practicum Holding worden in eigendom gehouden door Big Nose Holding B.V. en [bedrijf] B.V. (Indirect) bestuurders van Practicum Holding zijn de broers [C] (sinds 1 januari 2008) en [D] (sinds 15 februari 2008). Hun vader was [vader] , die op [2016] is overleden. [vader] was van

26 maart 2004 tot 1 augustus 2008 (mede-)bestuurder van Practicum Holding. Daarnaast was [vader] bestuurder van [eiser] . Met ingang van 21 december 2015 is mevrouw [mevrouw] bestuurder van [eiser] .

2.5.

In de notariële akte van 11 maart 2008, met als kenmerk 18237PD, waarbij STAK Atlasgroep haar aandelen in Atlas Holding II heeft geleverd aan Practicum Holding (hierna: de notariële akte van 11 maart 2008), staat het volgende:

Koopprijs en gedeeltelijke kwitantie

De koopprijs bedraagt, met inachtneming van het hierna bepaalde […] (€ 1.200.000).

Een gedeelte van deze koopprijs groot […] (€ 800.000) is door koper voldaan door storting op een derdengeldenrekening van notarispraktijk [notaris] te [vestigingsplaats] ; verkoper verleent koper daarvoor bij deze akte kwitantie.

De over dit gedeelte van de koopprijs overeengekomen rentebetaling ad vijf procent (%) te rekenen vanaf één januari tweeduizend acht uiterlijk tot negen en twintig februari tweeduizend acht ofwel ten bedrage van (afgerond) […] (€ 6.448) is eveneens door koper voldaan door storting op een derdengeldenrekening van notarispraktijk [notaris] te [vestigingsplaats] ; verkoper verleent koper ook daarvoor bij deze akte kwitantie.

Het restantbedrag van de koopprijs met de daarover verschuldigde rente zal worden voldaan zoals omschreven in vermelde koopovereenkomst.

De koopprijs kan nog worden aangepast op de wijze zoals in vermelde koopovereenkomst is omschreven.

De vaststelling van de definitieve koopprijs, op de wijze zoals omschreven in vermelde koopovereenkomst, en de restantbetaling van de definitieve koopprijs zal bij afzonderlijke notariële akte worden vastgelegd […].

[…]

Geldlening

Verkoper dan wel de sub 1.A en 1.B genoemde comparanten [toevoeging rechtbank: [B] respectievelijk [A] ] verklaarden nog dat een bedrag totaal groot […] (€ 450.000) wordt geleend conform het daarover in de vermelde overeenkomst van verkoper en koper bepaalde; van dit bedrag geldt een bedrag van […] (€ 250.000) als geldlening van genoemde heer [B] en een bedrag van […] (€ 200.000) als geldlening van genoemde heer [A] .’

2.6.

Op een aan STAK Atlasgroep gerichte nota van afrekening, met als kenmerk 18237PD, van 11 maart 2008 van notariskantoor [notaris] (hierna: het notariskantoor), betreffende de afrekening van de verkoop van de aandelen in Atlas Holding II door STAK Atlasgroep aan Practicum Holding, staat:

[…]

Te ontvangen gedeelte van de koopprijs: € 800.000,00

te ontvangen rente 5% van 01-01-2008 tot 29-02-2008 € 6.448,00

subtotaal € 806.448,00

af: geldlening ten name van de heer [B] € 250.000,00

af: geldlening ten name van de heer [A] € 200.000,00

af: aflossing 2e hypotheek […] € 111.669,75

af: vier nota’s […] Advocaten […] € 16.688,32

subtotaal € 578.358,07

totaal te ontvangen € 228.089,93

[…]’

2.7.

Op een aan Practicum Holding gerichte nota van afrekening, met als kenmerk 18237PD, van 11 maart 2008 van het notariskantoor, betreffende de afrekening van de koop van de aandelen in Atlas Holding II door Practicum Holding van STAK Atlasgroep, staat:

‘[…]

Te betalen gedeelte van de koopprijs: € 800.000,00

te betalen rente 5% van 01-01-2008 tot 29-02-2008 € 6.448,00

lening wegens aflossing 1e hypotheek van Fortis € 927.000,00

totaal te voldoen € 1.733.448,00

[…]’

2.8.

Op een stortingsbewijs betreffende een bankrekening van het notariskantoor is vermeld dat op 10 maart 2008 een bedrag van € 1,3 miljoen is bijgeschreven, afkomstig van een bankrekening van [eiser] , met als omschrijving 18237PD.

2.9.

In de grootboekadministratie van Practicum Holding is een bedrag van € 373.000 verwerkt als lening van Atlas Holding II.

2.10.

Op een stortingsbewijs betreffende een bankrekening van het notariskantoor is vermeld dat op 10 maart 2008 een bedrag van € 433.448 is bijgeschreven, afkomstig van een dochtervennootschap van Practicum Holding, Practicum Grafimedia Groep B.V. (hierna: Practicum Grafimedia), met als omschrijving 18237PD.

2.11.

In een tussen [eiser] en Atlas Holding II gesloten overeenkomst, gedateerd 11 maart 2008 en ondertekend op 1 april 2008, staat dat [eiser] op 11 maart 2008 ten behoeve van de financiering van de ondernemingen van de groep, waarvan Atlas Holding II aan het hoofd staat, € 1,3 miljoen als lening heeft verstrekt aan Atlas Holding II (hierna: de leningsovereenkomst van 11 maart 2008). In deze overeenkomst, waarin [eiser] is aangeduid als leninggever en Atlas Holding II als leningnemer, staat het volgende:

‘[…] Tot zekerheid van al hetgeen de Leninggever in verband met deze overeenkomst op enig moment van de Leningnemer te vorderen heeft of mocht hebben, heeft de Leningnemer, middels zijn (indirecte) dochtervennootschap, Atupack B.V., een hypotheekrecht gevestigd ten behoeve van de Leninggever op het bedrijfspand van de Groep. Daarnaast zal Leningnemer per de datum van ondertekening van deze overeenkomst ten behoeve van de Leninggever eerste pandrechten vestigen op (i) de bedrijfsinventaris van zijn dochtervennootschap Beheers- en Beleggingsmaatschappij Atlas B.V. en (ii) de debiteuren van zijn dochtervennootschap Drukkerij Atlas B.V. […]’

2.12.

Op 1 april 2008 hebben [eiser] , Atlas Holding II en haar dochters Drukkerij Atlas B.V. en Beheers- en Beleggingsmaatschappij Atlas B.V. een akte van verpanding ondertekend (hierna de pandakte van 1 april 2008). In deze pandakte, waarin Beheers- en Beleggingsmaatschappij Atlas B.V. is aangeduid als Atlas en Drukkerij Atlas B.V. is aangeduid als Drukkerij Atlas, staat het volgende:

‘[…] 1.1 Atlas vestigt hierbij, voor zover nodig bij voorbaat, pandrechten ten behoeve van [eiser] op de gehele bedrijfsinventaris (waaronder machines en kantoorinventaris) die zij (i) in eigendom heeft en is vermeld op het overzicht van bijlage 1.1, of (ii) in de toekomst zal verwerven (de “Bedrijfsinventaris”).

1.2

Drukkerij Atlas vestigt hierbij, voor zover nodig bij voorbaat, een pandrecht ten behoeve van [eiser] op al haar ten tijde van deze verpanding bestaande vorderingen op (i) debiteuren die zijn vermeld op het overzicht van bijlage 1.2 en (ii) alle overige vorderingen die Drukkerij Atlas rechtstreeks zal verkrijgen uit ten tijde van deze verpanding reeds tussen Drukkerij Atlas en een (toekomstig) debiteuren en/of derde bestaande rechtsverhouding.’

2.13.

De pandakte van 1 april 2008 is bij de belastingdienst geregistreerd op 25 juni 2015.

2.14.

In de periode van 23 februari 2009 tot en met 17 oktober 2009 heeft [eiser] bedragen overgemaakt naar de bankrekening van Drukkerij Atlas B.V., tot in totaal

€ 300.000. Dit gebeurde steeds onder vermelding van ‘Aanvulling lening’.

2.15.

In een notariële akte van 24 juni 2009, waarin de koopprijs voor de aandelen in Atlas Holding II definitief is vastgesteld tussen STAK Atlasgroep en Practicum Holding (hierna: de notariële akte van 24 juni 2009), staat het volgende:

‘[…] Op grond van het bepaalde in vermelde overeenkomst van verkoop en koop is de koopprijs van vermelde aandelen tussen partijen definitief vastgesteld op […] (€ 924.882,00), […]

Het thans nog niet betaalde gedeelte van slotgedeelte van deze koopprijs ad […] (€ 177.908,00), […] is door koper voldaan door storting op vermelde derdengeldenrekening; verkoper verleent koper daarvoor bij deze akte kwitantie; […]’

2.16.

Op 30 september 2010 zijn Drukkerij Atlas B.V., Beheers- en Beleggingsmaatschappij Atlas en Wings Biervilten als gevolg van juridische fusie opgegaan in Atlas Holding II.

2.17.

Op 8 oktober 2010 is de naam van Atlas Holding II gewijzigd in Drukkerij Atlas B.V. (hierna: Drukkerij Atlas).

2.18.

In 2012 is de schuld van Drukkerij Atlas aan [eiser] boekhoudkundig afgeboekt met een bedrag van € 1.250.000. Daarnaast is toen de schuld van Atupack B.V. (hierna: Atupack), een kleindochter van Drukkerij Atlas, aan [eiser] in de rekening-courant tussen [eiser] en Atupack verhoogd met € 1.250.000.

2.19.

In de jaarstukken 2012 van Drukkerij Atlas staat op bladzijde 20 dat de lening van [A] na een aflossing met € 30.000 per 1 januari 2012 € 170.000 bedroeg. Ook staat daar:

‘[…] De lening is in 2013 geheel overgenomen door [eiser] […]’

2.20.

In een op 25 februari 2013 gesloten overeenkomst tussen [eiser] , Practicum Holding en Drukkerij Atlas (hierna de leningsovereenkomst van 25 februari 2013) staat het volgende:

‘[…] Nemen het volgende in aanmerking:

a. [eiser] heeft heden aan Practicum en Atlas een lening verstrekt van € 450.000 in verband met de lopende exploitatie en het aflossen van een lening van één oud-aandeelhouder;

[…]

Komen overeen als volgt:

[…]

2. Leningnemers zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst.

[…]

12. Tot zekerheid van al hetgeen [eiser] in verband met deze overeenkomst op enig moment van de leningnemers te vorderen heeft of mocht hebben, zullen zij ten behoeve van [eiser] pandrechten vestigen op hun debiteuren en de bedrijfsinventaris. Deze pandrechten zullen worden gevestigd zowel op de debiteuren die thans reeds bestaan of zullen voortvloeien uit een thans reeds bestaande rechtsverhouding ter zake van de uitoefening door de leningnemers van hun bedrijf, alsook op alle vorderingen van de leningnemers die in de uitvoering van hun bedrijf nog zullen ontstaan. […]’

2.21.

Op 1 april 2013 hebben [eiser] , Practicum Holding en Drukkerij Atlas een akte van verpanding ondertekend (hierna: de pandakte van 1 april 2013). Hierin staat het volgende:

‘[…] Nemen het volgende in aanmerking:

  1. [eiser] heeft op 11 maart 2008 een lening verstrekt aan Atlas van € 1.300.000;

  2. [eiser] heeft heden een lening verstrekt aan Atlas en Practicum van € 450.000,00;

  3. Tot zekerheid voor deze leningen, voor de lening sub a indien en voor zover zulks nog niet eerder mocht zijn geschied, wordt ten behoeve van [eiser] pandrecht gevestigd op de vorderingen op debiteuren en bedrijfsinventaris van Atlas en Practicum;

Komen overeen als volgt:

  1. Atlas en Practicum vestigen hierbij, voor zover nodig bij voorbaat, pandrechten ten behoeve van [eiser] op alle vorderingen op debiteuren die thans reeds bestaan of zullen voortvloeien uit een thans reeds bestaande rechtsverhouding ter zake van de uitoefening door Atlas en Practicum van hun bedrijf, alsook op alle vorderingen van Atlas en Practicum die in de uitvoering van hun respectieve bedrijven nog zullen ontstaan, alsmede op de bedrijfsinventaris van Atlas en Practicum.

  2. Dit pandrecht is gevestigd tot zekerheid van al hetgeen [eiser] te eniger tijd te vorderen heeft of mocht hebben van Atlas en Practicum, inclusief, maar niet beperkt tot de vorderingen van [eiser] uit hoofde van voormelde geldleningen.

  3. […]

  4. Ten minste eenmaal per kwartaal, of zoveel vaker als [eiser] Atlas en Practicum daar schriftelijk om verzoekt, zullen Atlas en Practicum een bijgewerkt overzicht van de debiteuren opmaken en aan [eiser] toezenden. […]’

2.22.

De pandakte van 1 april 2013 is bij de belastingdienst geregistreerd op 25 juni 2015.

2.23.

In een op 1 mei 2013 door [eiser] , Practicum Holding en Drukkerij Atlas gesloten leningsovereenkomst (hierna: de leningsovereenkomst van 1 mei 2013) staat het volgende:

‘[…] Nemen het volgende in aanmerking:

a. [eiser] heeft heden aan Practicum en Atlas lening verstrekt van € 250.000 in verband met de lopende exploitatie;

[…]

Komen overeen als volgt:

[…]

2. Leningnemers zijn hoofdelijk aansprakelijk voor alle verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst.

[…]

12. Tot zekerheid van al hetgeen [eiser] in verband met deze overeenkomst op enig moment van de leningnemers te vorderen heeft of mocht hebben, zullen zij ten behoeve van [eiser] pandrechten vestigen op hun debiteuren en de bedrijfsinventaris. Deze pandrechten zullen worden gevestigd zowel op de debiteuren die thans reeds bestaan of zullen voortvloeien uit een thans reeds bestaande rechtsverhouding ter zake van de uitoefening door de leningnemers van hun bedrijf, alsook op alle vorderingen van de leningnemers die in de uitoefening van hun bedrijf nog zullen ontstaan. […]’

2.24.

Op 10 december 2014 heeft Drukkerij Atlas € 50.000 afgelost aan [eiser] .

2.25.

Op 24 juni 2015 hebben [eiser] , Practicum Holding en Drukkerij Atlas een akte van verpanding ondertekend (hierna: de pandakte van 24 juni 2015). Hierin staat het volgende:

‘[…] Nemen het volgende in aanmerking:

  1. [eiser] heeft op of omstreeks 25 februari 2013 en geldlening verstrekt aan Atlas en Practicum groot € 450.000;

  2. Meijer heeft op of omstreeks 1 mei 2013 een geldlening verstrekt aan Atlas en Practicum groot € 250.000;

[…]

Komen overeen als volgt:

  1. Atlas en Practicum verbinden zich hierbij tot verpanding aan [eiser] van al hun huidige en toekomstige inventaris en al hun huidige en toekomstige vorderingen. Deze verpanding geschiedt bij deze. Voor zover het toekomstige inventaris of toekomstige vorderingen betreft, worden deze bij voorbaat aan [eiser] in pand gegeven. [eiser] aanvaardt deze verpanding bij deze, voor zover nodig bij voorbaat.

  2. Onder inventaris wordt in deze akte verstaan: alle huidige en toekomstige inventaris en uitrusting behorende tot het bedrijf van Atlas en Practicum, waaronder in ieder geval begrepen machines, installaties, werktuigen, gereedschappen, auto’s en ander rollend materieel, telecommunicatie-, kantoor- en computerapparatuur (inclusief software), alles in de ruimste zin van het woord.

  3. Onder vorderingen wordt in deze akte verstaan: alle huidige en toekomstige vorderingen die Atlas en Practicum nu of te eniger tijd op enige natuurlijke persoon of rechtspersoon heeft/hebben en/of zal hebben, zowel geldvorderingen als niet-geldvorderingen, al dan niet opeisbaar, al dan niet onder voorwaarde of tijdsbepaling, alles in de ruimste zin van het woord.

  4. De in deze akte bedoelde verpanding van inventaris en vorderingen strekt tot zekerheid voor voldoening van al hetgeen Atlas en/of Practicum aan [eiser] nu of te eniger tijd verschuldigd is of zal zijn, uit welken hoofde ook, inclusief, maar niet beperkt tot, de vorderingen van [eiser] uit hoofde van voormelde overeenkomsten van geldlening. […]’

2.26.

De pandakte van 24 juni 2015 is op 25 juni 2015 bij de belastingdienst geregistreerd.

2.27.

Op 29 juni 2015 hebben [eiser] , Practicum Holding en Drukkerij Atlas een document ondertekend met de titel ‘VERPANDING’ (hierna: de inventarispandakte van

29 juni 2015). Bij dit document hoort als bijlage een lijst met activa van Drukkerij Atlas per 16 juni 2015 (hierna: de activalijst van 16 juni 2015). In de inventarispandakte van 29 juni 2015 staat dat Drukkerij Atlas en Practicum Holding aan [eiser] verpanden al hun bestaande activa, waaronder de activa die zijn vermeld op de activalijst van 16 juni 2016, en al hun activa die zullen voortvloeien uit een thans reeds bestaande rechtsverhouding, ‘voor zover al niet eerder verpand’.

2.28.

De inventarispandakte van 29 juni 2015 is op diezelfde datum bij de belastingdienst geregistreerd.

2.29.

Op 29 juni 2015 hebben [eiser] , Practicum Holding en Drukkerij Atlas nog een document ondertekend met de titel ‘VERPANDING’ (hierna: de vorderingenpandakte van 29 juni 2015). Bij dit document hoort als bijlage een lijst met vorderingen van Drukkerij Atlas per 29 juni 2015, met een totaal bedrag van € 842.423,94 (hierna: de vorderingenlijst van 29 juni 2015). In de vorderingenpandakte van 29 juni 2015 staat het volgende:

‘[…] komen het volgende overeen:

1. In aansluiting op de tussen partijen aangegane akte van verpanding d.d. 1 april 2013, verpanden Atlas en Practicum bij deze aan [eiser] , gelijk [eiser] bij deze als pand aanvaardt van Atlas en Practicum, voor zover al niet eerder verpand:

alle vorderingen (waaronder begrepen eventuele andere rechten) van Atlas en Practicum die thans reeds bestaan of zullen voortvloeien uit een thans reeds bestaande rechtsverhouding ter zake van de uitoefening door Atlas en Practicum van hun bedrijf, waartoe onder meer behoren de vorderingen die vermeld zijn op een uit 55 genummerde bladzijden bestaande (computeruitdraai)lijst van vorderingen d.d. 29/06/2015 […]. Naast deze vordering is er nog een rekening courant vordering op Practicum Holding welke ook onder de vorderingen en daarmee onder de verpanding valt. […]’

2.30.

De vorderingenpandakte van 29 juni 2015 is diezelfde dag bij de belastingdienst geregistreerd.

2.31.

Op 29 juni 2015 heeft Drukkerij Atlas haar eigen faillissement aangevraagd en op 30 juni 2015 is Drukkerij Atlas failliet verklaard.

2.32.

Door middel van brieven die zijn gedateerd 1 juli 2015 (hierna: de openbaarmakingsbrief) heeft [eiser] haar pandrecht op vorderingen openbaar gemaakt aan debiteuren van Drukkerij Atlas.

2.33.

In een brief van 1 juli 2015, die door de curator is ontvangen op 1 juli 2015 om 21.50 uur, heeft [eiser] haar leningen aan Drukkerij Atlas wegens het faillissement met onmiddellijke ingang opgezegd en in verband daarmee een bedrag van € 1.000.000 opgeëist. Ook heeft [eiser] in deze brief aan de curator meegedeeld dat voor deze vordering pandrechten zijn gevestigd ten gunste van [eiser] . De hierboven genoemde leningsovereenkomsten en pandaktes heeft [eiser] als bijlagen bij deze brief aan de curator verstrekt.

2.34.

In de periode vanaf het versturen van de openbaarmakingsbrief tot de datum van de dagvaarding (31 augustus 2016) hebben debiteuren van Drukkerij Atlas in totaal

€ 596.867,89 betaald op de bankrekening van [eiser] .

2.35.

Tot en met 2 juli 2015 zijn op de bankrekening van Drukkerij Atlas debiteurenbetalingen van in totaal € 93.620,33 ontvangen. Daarvan is een bedrag van

€ 8.169,86 bijgeschreven op 2 juli 2015.

2.36.

Sinds 3 juli 2015 heeft de curator € 43.724,43 ontvangen van debiteuren van Drukkerij Atlas. Daarvan is € 35.048,40 ontvangen op de boedelrekening en het restant van € 8.676,03 op de bankrekening van Drukkerij Atlas.

2.37.

In totaal heeft de curator de in 2.34 en 2.35 genoemde betalingen van debiteuren van Drukkerij Atlas van in totaal € 137.344,76 (€ 93.620,33 + € 43.724,43) toegevoegd aan het boedelactief.

2.38.

De curator heeft de inventariszaken van Drukkerij Atlas op een veiling verkocht. De totale bruto-opbrengst daarvan is € 280.134,06.

2.39.

In augustus 2015 was mr. Vriezen, de advocaat van [eiser] , op vakantie. Zijn praktijk werd toen waargenomen door een kantoorgenoot. In een brief van deze kantoorgenoot van 12 augustus 2015 aan de curator staat het volgende:

‘[…] De registratie van de verpanding door [eiser] heeft plaatsgevonden op enig moment op

29 juni 2015. Na dit moment zijn door Drukkerij Atlas B.V. nieuwe facturen opgemaakt en verstuurd. De desbetreffende facturen treft u aan als bijlage 2 aan deze brief. Deze facturen vallen niet onder het pandrecht van [eiser] en komen toe aan de boedel. Het gaat om de facturen vanaf factuurnummer 151447. […]’

2.40.

In een brief van dezelfde kantoorgenoot van mr. Vriezen aan de curator van

20 augustus 2015 staat het volgende:

‘[…] Alle facturen met factuurnummer vanaf 151447 zijn niet verpand en u heeft aangegeven dat u deze vorderingen namens de boedel int. […]’

2.41.

In een brief van mr. Vriezen aan de curator van 18 september 2015 staat het volgende:

‘[…] Overigens is cliënte akkoord met het feit dat de debiteuren vanaf factuur 151447 door u worden geïncasseerd, ervan uitgaande dat dit uitsluitend vooruit gefactureerde bedragen betreft en dat de vorderingen pas zijn ontstaan na het faillissement. Kunt u mij bevestigen dat het uitsluitend vooruit gefactureerde bedragen betreft en dat de vorderingen pas na het faillissement zijn ontstaan, zodat de facturen niet onder het pandrecht van cliënte vallen? […]’

2.42.

Door middel van een brief van 30 november 2015 heeft de curator de pandaktes van 24 juni 2015 en van 29 juni 2015 vernietigd.

2.43.

Op 10 februari 2016 hebben [eiser] en de curator een regeling getroffen die inhoudt dat de curator een schriftelijke verklaring opstelt, bestemd voor debiteuren van Drukkerij Atlas, waaruit blijkt dat sprake is van een overeenkomst tussen [eiser] en de curator, op basis waarvan die debiteuren bevrijdend aan [eiser] kunnen betalen door storting op de derdengeldenrekening van het kantoor van de advocaat van [eiser] . Voor het schrijven van die verklaring heeft [eiser] een boedelbijdrage betaald van € 2.500 exclusief BTW. [eiser] is die boedelbijdrage geheel verschuldigd als komt vast te staan dat [eiser] de enige rechthebbende is op de debiteurenbetalingen. Als sprake is van een gedeelde aanspraak op de debiteurenbetalingen, zal de boedelbijdrage pro rato worden berekend. Ook zijn [eiser] en de curator overeengekomen dat [eiser] uiterlijk 31 augustus 2016 bij de rechtbank een procedure aanhangig zal maken over de pandrechten.

2.44.

Sinds 10 februari 2016 hebben debiteuren van Drukkerij Atlas in totaal € 80.640,62 betaald op de derdengeldenrekening van de advocaat van [eiser] (peildatum hiervoor is 31 augustus 2016, de datum van de dagvaarding).

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiser] vordert samengevat - dat de rechtbank in een vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. voor recht verklaart dat de curator de pandaktes van 24 juni 2015 en 29 juni 2015 niet heeft vernietigd, althans deze niet heeft kunnen vernietigen;

  2. Voor recht verklaart dat [eiser] rechtsgeldige pandrechten heeft op alle inventariszaken die in eigendom toebehoorden aan Drukkerij Atlas en op alle vorderingen van Drukkerij Atlas op derden, waaronder groepsmaatschappijen, en dat [eiser] aanspraak kan maken op de bedragen die zijn ontvangen op de verpande vorderingen op derden en geparkeerd staan:

a) op de bankrekening van [eiser]

b) op de derdengeldenrekening van de advocaat van [eiser] , en

c) op de boedelrekening van de curator, uitgezonderd betalingen die hebben plaatsgevonden op vorderingen vanaf factuurnummer 151494;

3. de curator veroordeelt om aan [eiser] te betalen € 51.894,29, te voldoen binnen twee dagen na betekening van het vonnis;

4. de curator veroordeelt om aan [eiser] te betalen de bedragen die de curator overigens op verpande vorderingen heeft ontvangen vanaf 2 juli 2015, op de bankrekening van Drukkerij Atlas en op de boedelrekening van de curator, te voldoen binnen twee dagen na betekening van het vonnis;

5. de curator veroordeelt in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen 14 dagen na betekening van het vonnis en, voor het geval betaling binnen die termijn uitblijft, te vermeerderen met de wettelijke rente, en de curator veroordeelt tot vergoeding van de nakosten.

3.2.

[eiser] legt aan deze vorderingen haar leningsovereenkomsten en de ten laste van Drukkerij Atlas gevestigde pandrechten ten grondslag.

Voor haar vordering tot betaling van € 51.894,29 voert [eiser] mede het volgende aan. Op 2 juli 2015 hebben debiteuren van Drukkerij Atlas € 8.169,86 betaald op de bankrekening van Drukkerij Atlas. Met ingang van 3 juli 2015 heeft de curator € 43.724,43 ontvangen van debiteuren van Drukkerij Atlas, waarvan € 35.048,40 is ontvangen op de boedelrekening en het restant van € 8.676,03 op de bankrekening van Drukkerij Atlas. De crediteuren in het faillissement zijn ongerechtvaardigd verrijkt doordat de curator deze (spontane) debiteurenbetalingen heeft toegevoegd aan het boedelactief, terwijl deze daar niet thuishoren. Daardoor heeft de curator onrechtmatig gehandeld.

Wat betreft de uitzondering voor de facturen vanaf factuurnummer 151494 geldt dat deze facturen niet onder het pandrecht van [eiser] vallen. De onderliggende vorderingen zijn namelijk pas na het faillissement ontstaan doordat de curator nog werkzaamheden heeft verricht na de datum van faillietverklaring.

3.3.

De curator voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in haar vorderingen, althans tot afwijzing daarvan. Subsidiair vraagt de curator de vorderingen toe te wijzen zonder dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.4.

De curator betoogt het volgende. Zij erkent de drie pandaktes van 24 juni 2015 respectievelijk 29 juni 2015 niet, voor zover daardoor de op dat moment reeds bestaande pandrechten zijn verruimd. Volgens de curator valt te begrijpen dat er in die fase recente pandlijsten zijn geregistreerd, maar was Drukkerij Atlas niet verplicht om pandrechten te vestigen voor toekomstige inventaris en ook niet op alle soorten vorderingen, zoals intercompanyvorderingen. De verpandingen in juni 2015 van (toekomstige) inventaris en van de rekening-courantvordering van Drukkerij Atlas op Practicum Holding van

€ 82.193,32 zijn dus onverplichte rechtshandelingen en zijn daarom terecht vernietigd op grond van artikel 42 Fw. Voor zover wel sprake is van verplichte rechtshandelingen houden de vernietigingen stand op grond van artikel 47 Fw.

Het gesecureerde deel van de vordering van [eiser] bedraagt maximaal € 500.000. Dit bedrag bestaat uit het totaal van de bedragen die [eiser] in de periode van

25 februari 2013 tot en met 23 mei 2013 aan Drukkerij Atlas heeft overgemaakt. In verband hiermee voert de curator het volgende aan. De pandrechten van [eiser] zijn in de leningsovereenkomsten beperkt tot zekerheid voor al hetgeen [eiser] ‘uit hoofde van deze overeenkomst’ te vorderen heeft of mocht hebben. De leningen die [eiser] in de loop van 2009 aan Drukkerij Atlas (voorheen genaamd Atlas Holding II) heeft verstrekt ter hoogte van in totaal € 300.000, zijn niet gedekt door zekerheden. Deze leningen zijn namelijk niet vastgelegd in een schriftelijke leningsovereenkomsten en nergens blijkt uit dat is overeengekomen dat Drukkerij Atlas voor die leningen pandrechten moest verstrekken. De lening van € 1,3 miljoen is in 2008 niet door [eiser] verstrekt aan Drukkerij Atlas (toen genaamd Atlas Holding II), maar aan Practicum Holding.

Van het bedrag van € 450.000 dat in 2013 naar de bankrekening van Drukkerij Atlas is overgemaakt, is in werkelijkheid een bedrag van € 200.000 geleend door Practicum Holding van [eiser] als koopsom voor de aandelen in Drukkerij Atlas (voorheen genaamd Atlas Holding II). Per saldo heeft Drukkerij Atlas van het bedrag van € 450.000 slechts

€ 250.000 geleend van [eiser] .

Als ervan moet worden uitgegaan dat [eiser] in maart 2013 wel € 450.000 heeft geleend aan Drukkerij Atlas, leidt voldoening van deze schuld door Drukkerij Atlas (door middel van uitwinning van zekerheden van Drukkerij Atlas door [eiser] ) hoe dan ook tot een regresvordering van Drukkerij Atlas (lees: de curator) op Practicum Holding van € 200.000, omdat dit gedeelte van de schuld uitsluitend Practicum Holding aan gaat.

Ook stelt de curator dat [eiser] afstand heeft gedaan (op grond van artikel 3:258 lid 2 BW) van haar pandrechten op de vorderingen van Drukkerij Atlas vanaf factuurnummer 151447.

Tot slot neemt de curator het standpunt in dat zij niet onrechtmatig heeft gehandeld, omdat zij geen incassohandelingen heeft verricht. Als wel sprake is van onrechtmatige inning, dan kwalificeert de vordering van [eiser] niet als een superpreferente boedelvordering.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.6.

De curator vordert samengevat - dat de rechtbank in een vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. primair: [eiser] veroordeelt tot betaling aan de curator van het meerdere dat zij heeft uitgewonnen boven het door haar gesecureerde deel van haar vordering, en dit bedrag vooralsnog begroot op € 96.867,89, althans een in goede justitie te betalen bedrag, maar dat rekening wordt gehouden met een redelijk bedrag aan executiekosten aan de zijde van [eiser] , te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van het vonnis tot de datum van algehele voldoening;

subsidiair: voor recht verklaart dat voor zover [eiser] in 2013 € 450.000 heeft geleend aan Drukkerij Atlas, de betaling daarvan door de curator aan [eiser] , waaronder begrepen de executie van zekerheden van Drukkerij Atlas door [eiser] ) zal leiden tot een regresvordering van Drukkerij Atlas c.q. de curator op Practicum Holding van € 200.000;

2. voor recht verklaart dat [eiser] geen recht of titel heeft om de thans nog openstaande vorderingen van Drukkerij Atlas op derden te innen;

3. voor recht verklaart dat de gelden die zijn gesepareerd op de derdengeldenrekening van de advocaat van [eiser] integraal toekomen aan de curator;

4. voor recht verklaart dat er geen rechtsgeldig pandrecht is gevestigd (geweest) ten gunste van [eiser] waar het gaat om de vorderingen van Drukkerij Atlas op derden die geen handelsdebiteuren zijn, althans niet op intercompanyvorderingen zoals de vordering van Drukkerij Atlas op Practicum Holding;

5. [eiser] veroordeelt in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de proceskosten en de nakosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten, te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

3.7.

Aan deze vorderingen liggen ten grondslag de verweren die de curator in conventie voert (zie 3.4). De vordering tot betaling van € 96.867,89 vloeit voort uit het verweer van de curator dat het gesecureerde deel van de vordering van [eiser] maximaal € 500.000 bedraagt, terwijl [eiser] € 596.867,89 bij debiteuren van Drukkerij Atlas heeft geïncasseerd.

3.8.

[eiser] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van de curator in haar vorderingen, althans tot afwijzing daarvan, met veroordeling van de curator in de kosten (uitvoerbaar bij voorraad). Subsidiair vraagt [eiser] een eventuele veroordeling niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.9.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

De vordering van [eiser] op Drukkerij Atlas

4.1.

De eerste vraag die de rechtbank beoordeelt is hoe hoog de hoofdsom van de vordering van [eiser] op Drukkerij Atlas is. Het antwoord op die vraag, waarvan het belang relatief klein is als gevolg van de schuldovername door Atupack van € 1,25 miljoen in 2012 (zie 2.18), luidt dat die vordering € 1.000.000 bedraagt. Dit wordt als volgt toegelicht.

Lening van € 1,3 miljoen

4.2.

In de leningsovereenkomst van 11 maart 2008 staat dat [eiser] € 1,3 miljoen heeft geleend aan Drukkerij Atlas (toen genaamd Atlas Holding II). De curator betoogt dat het aannemelijk is dat hier sprake is van een lening van [eiser] aan Practicum Holding, omdat [eiser] op 11 maart 2008 € 1,3 miljoen heeft laten bijschrijven op de kwaliteitsrekening van het notariskantoor, en Practicum Holding op die datum een koopsom van € 1,2 miljoen heeft betaald voor het aandelenkapitaal in Drukkerij Atlas (toen genaamd Atlas Holding II). Dit verweer slaagt niet.

4.3.

Weliswaar zijn de verkoper van de aandelen, STAK Atlasgroep, en Practicum Holding aanvankelijk een koopprijs voor de aandelen van € 1,2 miljoen overeengekomen, maar Practicum Holding heeft op 11 maart 2008 slechts € 800.000 aan STAK Atlasgroep betaald. Dit blijkt uit de notariële akte van 11 maart 2008 (zie 2.5) en de aan STAK Atlasgroep en Practicum Holding gerichte nota’s van afrekening van het notariskantoor van diezelfde datum (zie 2.6 en 2.7). Daarnaast geldt het volgende.

4.4.

In haar conclusie van antwoord in reconventie betoogt [eiser] over deze lening het volgende. Van het bedrag van € 1,3 miljoen is € 927.000 door Atlas Holding II gebruikt om een schuld van Atlas Holding II aan Fortis van € 927.000 in te lossen. De schuld aan Fortis had betrekking op een liquiditeitsfinanciering van de groep, waarvoor Atupack (slechts) zekerheid had gesteld. Het andere deel van de lening, € 373.000, is door Atlas Holding II doorgeleend aan Practicum Holding, om een deel van de toen te betalen koopprijs van € 800.000 voor de aandelen in Atlas Holding II te betalen. Het andere deel van de koopprijs voor die aandelen, ter hoogte van € 427.000, is door Practicum Holding betaald door middel van het bedrag van € 433.448 dat Practicum Holding heeft geleend van Practicum Grafimedia. Ter onderbouwing hiervan heeft [eiser] verwezen naar de grootboekadministratie van Practicum Holding, waarin is verwerkt dat zij € 373.000 heeft geleend van Atlas Holding II (zie 2.9), en naar het stortingsbewijs van betaling van Practicum Grafimedia op de derdengeldenrekening van de notaris (zie 2.10). Ook heeft [eiser] gewezen op de eindafrekening die de notaris op 11 maart 2008 heeft voorgelegd aan Practicum Holding (zie 2.7), waaruit blijkt dat Practicum Holding in totaal

€ 1.733.448 naar de derdengeldenrekening heeft overgemaakt: € 800.000 als te betalen gedeelte van de koopprijs, vermeerderd met € 6.448 rente, en vermeerderd met € 927.000 voor de aflossing van een hypotheek van Fortis.

4.5.

Op de zitting heeft de curator deze stellingen van [eiser] niet weersproken. Dat had echter wel op haar weg gelegen. Daarom neemt de rechtbank aan dat de in 4.4 weergegeven stellingen van [eiser] juist zijn. De conclusie van het voorgaande is dat [eiser] op 11 maart 2008 € 1,3 miljoen heeft geleend aan Drukkerij Atlas (toen genaamd Atlas Holding II).

4.6.

De curator heeft ook nog aangevoerd dat, als juist is dat Drukkerij Atlas € 373.000 heeft doorgeleend aan Practicum Holding voor het betalen van de koopprijs door Practicum Holding voor de aandelen in Drukkerij Atlas (toen genaamd Atlas Holding II), dat in strijd was met het destijds geldende dwingendrechtelijke verbod op financiële steunverlening van artikel 2:207c BW (oud). De curator verbindt daar in deze procedure echter - terecht - geen rechtsgevolgen aan. De vraag of Drukkerij Atlas (toen genaamd Atlas Holding II) € 373.000 heeft doorgeleend aan Practicum Holding is immers niet van belang voor het antwoord op de vraag of [eiser] dat bedrag van € 373.000 als onderdeel van het bedrag van € 1,3 miljoen heeft geleend aan Atlas Holding II. Ten overvloede wordt in dit verband ook nog opgemerkt dat niet vaststaat dat de doorlening nietig is, gelet op de tekst van artikel 2:207c lid 2 BW (oud) en artikel 81 lid 1 en lid 3 van de Overgangswet Nieuw BW.

Lening van € 450.000

4.7.

In de leningsovereenkomst van 25 februari 2013 staat dat [eiser] op die datum aan Practicum Holding en Drukkerij Atlas een lening heeft verstrekt van € 450.000 in verband met de lopende exploitatie en het aflossen van een lening van één oud-aandeelhouder. Volgens de curator is uit het bedrag van € 450.000 een bedrag van € 200.000 gebruikt voor betaling van de door Practicum Holding aan [A] (de zojuist genoemde oud-aandeelhouder) verschuldigde koopprijs voor de aandelen in Drukkerij Atlas (voorheen genaamd Atlas Holding II). Per saldo heeft Drukkerij Atlas dus niet € 450.000 geleend, maar slechts € 250.000, aldus de curator. De rechtbank volgt de curator niet in dit standpunt. [A] was geen verkoper van die aandelen. Dat was STAK Atlasgroep. Vast staat ook dat op 11 maart 2008 de eerste tranche van de koopsom, ter hoogte van € 800.000, aan STAK Atlasgroep is betaald. Daarnaast blijkt uit de notariële akte van 24 juni 2009 dat de koopprijs definitief is vastgesteld op € 924.882 exclusief rente en dat het nog niet betaalde gedeelte van deze koopprijs ter hoogte van € 177.908 op 24 juni 2009 door de koper, dus door Practicum Holding, is voldaan (zie 2.15). Het in 2013 door [eiser] verstrekte bedrag van € 200.000 kan dus niet zijn gebruikt voor betaling van de (resterende) koopsom voor de aandelen. Op grond van deze omstandigheden gaat de rechtbank ervan uit dat [eiser] in maart 2013 het volledige bedrag van € 450.000 heeft geleend aan Drukkerij Atlas en Practicum Holding, zoals in de leningsovereenkomst staat. En in die leningsovereenkomst is vastgelegd dat Drukkerij Atlas voor deze lening hoofdelijk aansprakelijk is.

Totale vordering van [eiser] op Drukkerij Atlas

4.8.

Zoals de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld, heeft [eiser] in 2008

€ 1,3 miljoen geleend aan Drukkerij Atlas. In 2009 heeft [eiser] bedragen tot in totaal € 300.000 overgeboekt naar de rekening van Drukkerij Atlas B.V., destijds een dochtermaatschappij van Atlas Holding II, die later als gevolg van fusie is opgegaan in Atlas Holding II (later genaamd Drukkerij Atlas). Dit gebeurde steeds onder vermelding van ‘Aanvulling lening’. [eiser] en de curator verschillen er niet over van mening dat het hierbij gaat om leningen van [eiser] aan Drukkerij Atlas. In 2012 is op de vordering van [eiser] op Drukkerij Atlas € 1,25 miljoen afgeboekt. In 2013 heeft [eiser] leningen verstrekt van € 450.000 en € 250.000 (zie 2.20 en 2.23) aan Drukkerij Atlas en Practicum Holding, waarvoor Drukkerij Atlas hoofdelijk aansprakelijk is. Op

10 december 2014 heeft Drukkerij Atlas € 50.000 afgelost aan [eiser] . Met inachtneming van het voorgaande kan worden vastgesteld dat de hoofdsom van de vordering van [eiser] op Drukkerij Atlas € 1 miljoen bedraagt (1,3 miljoen + 300.000 – 1,25 miljoen + 450.000 + 250.000 – 50.000).

Hoogte van het gesecureerde deel van de vordering van [eiser] op Drukkerij Atlas

4.9.

De volgende vraag die de rechtbank beoordeelt is hoe hoog het door middel van pandrechten gesecureerde deel van de vordering van [eiser] op Drukkerij Atlas is. Het antwoord op die vraag luidt dat de volledige vordering van [eiser] op Drukkerij Atlas, dus een bedrag van € 1 miljoen (hoofdsom), door pandrechten is gesecureerd. Dit wordt als volgt toegelicht.

4.10.

Het standpunt van de curator dat [eiser] een bedrag van € 200.000 niet heeft geleend aan Drukkerij Atlas en dat daarom voor dat bedrag door Drukkerij Atlas ook geen zekerheden (kunnen) zijn gesteld, faalt. De rechtbank verwijst in verband hiermee naar wat zij hiervoor heeft overwogen over tot de lening van € 450.000 (4.7).

4.11.

De curator betoogt ook dat de leningen die [eiser] in de loop van 2009 aan Drukkerij Atlas B.V. (destijds een dochtervennootschap van Atlas Holding II) heeft verstrekt, ter hoogte van in totaal € 300.000, niet zijn gedekt door zekerheden. Deze leningen zijn niet vastgelegd in een schriftelijke leningsovereenkomst en nergens blijkt uit dat is overeengekomen dat Drukkerij Atlas voor die leningen pandrechten moest verstrekken. Dit verweer slaagt niet.

4.12.

In september 2010 is Drukkerij Atlas B.V. als gevolg van juridische fusie opgegaan in Atlas Holding II. Hierdoor is de schuld van Drukkerij Atlas B.V. een schuld geworden van Atlas Holding II (later genaamd Drukkerij Atlas). In de pandakte van 1 april 2013 (zie 2.21) is in de considerans (‘Nemen het volgende in aanmerking’) verwezen naar de leningen van [eiser] van € 1,3 miljoen en € 450.000. Hierin is niet verwezen naar de leningen die in totaal uitkomen op € 300.000. Onder de considerans staat dat [eiser] , Drukkerij Atlas en Practicum Holding overeenkomen dat a) Drukkerij Atlas en Practicum Holding ten behoeve van [eiser] ‘hierbij’ pandrechten vestigen op (samengevat) al hun vorderingen op debiteuren (bestaande vorderingen en toekomstige vorderingen, voor zover voortvloeiend uit een bestaande rechtsverhouding) en hun bedrijfsinventarissen, en b) dat dit pandrecht is gevestigd tot zekerheid van al hetgeen [eiser] te eniger tijd te vorderen heeft of mocht hebben van Drukkerij Atlas en Practicum Holding, inclusief, maar niet beperkt tot de vorderingen van [eiser] uit hoofde van voormelde geldleningen.

4.13.

[eiser] , Drukkerij Atlas en Practicum Holding hebben hierbij niet precies de juiste juridische terminologie gebruikt. Voor het vestigen van een stil pandrecht op vorderingen en van een bezitloos pandrecht op roerende zaken is immers, behalve een titel en een akte, ook registratie van die akte bij de belastingdienst nodig. Dat zij het woord ‘vestigen’ hebben gebruikt valt hen echter niet kwalijk te nemen. Wat zij bedoeld hebben is af te spreken dat Drukkerij Atlas en Practicum Holding hun vorderingen en inventarissen verpanden, tot zekerheid van al hetgeen [eiser] op enig moment te vorderen heeft van Drukkerij Atlas en Practicum Holding, inclusief, maar niet beperkt tot de vorderingen van [eiser] uit hoofde van de leningen van € 1,3 miljoen en € 450.000, en dat die verpanding ‘hierbij’ plaatsvindt. Onder die vorderingen van [eiser] vallen daarom ook de leningen tot in totaal € 300.000. En door het gebruik van de woorden ‘Komen overeen als volgt:’ is sprake van een geldige titel voor die verpandingen.

4.14.

In de pandakte van 1 april 2013 is overeengekomen dat Drukkerij Atlas en Practicum Holding ten minste eenmaal per kwartaal een bijgewerkt debiteurenoverzicht aan [eiser] toezenden. [eiser] heeft gesteld dat zij vanaf 1 april 2013 eenmaal per kwartaal, behalve debiteurenlijsten, ook inventarislijsten van Drukkerij Atlas bij de belastingdienst heeft laten registreren. De curator heeft deze stelling niet weersproken, zodat deze vaststaat. Hieruit blijkt dat [eiser] en Drukkerij Atlas op 1 april 2013 niet alleen hebben beoogd om toekomstige vorderingen van Drukkerij Atlas op debiteuren te verpanden, maar ook toekomstige inventaris van Drukkerij Atlas.

4.15.

[eiser] heeft de pandakte van 1 april 2013 in juni 2015 bij de belastingdienst ingediend ter registratie. Registratie heeft plaatsgevonden op 25 juni 2015, dus voordat het faillissement van Drukkerij Atlas is uitgesproken. Deze registratie, die - terecht - niet door de curator is bestreden heeft tot gevolg dat op laatstgenoemde datum stil pandrecht is gevestigd op de vorderingen op debiteuren van Drukkerij Atlas en Practicum Holding die op 25 juni 2015 bestonden, op de toekomstige vorderingen op debiteuren van Drukkerij Atlas, voor zover zij voortvloeiden uit op 25 juni 2015 bestaande rechtsverhoudingen, en dat bezitloos pandrecht is gevestigd op de inventaris die op 25 juni 2015 aan Drukkerij Atlas in eigendom toebehoorde.

Verpanding rekening-courantvordering van Drukkerij Atlas op Practicum Holding

4.16.

De rechtbank begrijpt uit het betoog van de curator dat de door haar beoogde vernietiging zich niet uitstrekt tot de verpanding door Drukkerij Atlas op 29 juni 2015 van haar op dat moment bestaande en toekomstige vorderingen op debiteuren. De door de curator beoogde vernietiging ziet wel op de verpanding van de rekening-courantvordering van Drukkerij Atlas op Practicum Holding en op de verpanding van toekomstige inventaris, voor zover deze verpandingen hebben plaatsgevonden op 24 juni 2015 of 29 juni 2015.

4.17.

De curator betoogt over de beoogde verpanding van de rekening-courantvordering het volgende. Voor deze verpanding ontbreekt een titel. Het gaat hier namelijk om een vordering op een aandeelhouder en het is dus geen vordering die in de uitvoering van het bedrijf van Drukkerij Atlas is ontstaan. Daarom is sprake van een onverplichte rechtshandeling, zodat deze verpanding terecht is vernietigd op grond van artikel 42 Fw. Voor zover wordt geoordeeld dat de verpanding van de rekening-courantvordering op

24 juni 2015 en/of 29 juni 2015 wel moet worden beschouwd als een verplichte rechtshandeling, voert de curator aan dat deze terecht is vernietigd op grond van artikel 47 Fw. Ter onderbouwing van haar betoog beroept de curator zich onder andere op de tekst van de vorderingenpandakte van 29 juni 2015 (zie 2.29). Daarin staat, na de verwijzing naar alle vorderingen van Drukkerij Atlas en Practicum Holding die thans reeds bestaan of zullen voortvloeien uit een thans reeds bestaande rechtsverhouding ter zake van de uitoefening door Drukkerij Atlas en Practicum Holding van hun bedrijf: ‘Naast deze vordering is er nog een rekening-courantvordering op Practicum Holding welke ook onder de vorderingen en daarmee onder de verpanding valt.’ Het gebruik van de woorden ‘naast’ en ‘ook’ en het feit dat juist deze vordering van Drukkerij Atlas op Practicum Holding specifiek wordt genoemd, onderstrepen volgens de curator de gedachte dat intercompanyvorderingen niet vallen onder de eerder gebruikte terminologie. De rechtbank oordeelt hierover als volgt.

4.18.

In juni 2015, dus kort voor het faillissement van Drukkerij Atlas, heeft Meijer juridisch advies ingewonnen over haar zekerhedenpositie bij mr. Vriezen, die haar ook in deze procedure bijstaat. Naar aanleiding daarvan heeft mr. Vriezen concepten opgesteld voor de pandaktes van 24 juni 2015 en 29 juni 2015. Voor het antwoord op de vraag of [eiser] en Drukkerij Atlas in het verleden de bedoeling hebben gehad om een eventuele vordering van Drukkerij Atlas op Practicum Holding uit hoofde van haar rekening-courantverhouding met Practicum Holding te verpanden, heeft de tekst van voornoemde pandaktes uit juni 2015 echter weinig gewicht. Voor de uitleg van die bedoeling kent de rechtbank doorslaggevend gewicht toe aan de tekst van de eerdere overeenkomsten. In artikel 12 van de leningsovereenkomsten van 25 februari 2013 en van

1 mei 2013 is bepaald dat Drukkerij Atlas en Practicum Holding tot zekerheid van al hetgeen [eiser] in verband met die overeenkomsten op enig moment van hen te vorderen heeft of mocht hebben, pandrechten zullen vestigen, zowel op de debiteuren die thans reeds bestaan of zullen voortvloeien uit een thans reeds bestaande rechtsverhouding ter zake van de uitoefening door de leningnemers van hun bedrijf, als op alle vorderingen van de leningnemers die in de uitoefening van hun bedrijf nog zullen ontstaan. Zoals de rechtbank hiervoor al heeft geoordeeld, is in de pandakte van 1 april 2013 ook een soortgelijke verplichting voor Drukkerij Atlas en Practicum Beheer vastgelegd, maar dan tot zekerheid van alle bestaande en toekomstige vorderingen van [eiser] . In die pandakte hebben [eiser] en Drukkerij Atlas, net als in de leningsovereenkomsten van 25 februari 2013 en van 1 mei 2013, onderscheid gemaakt tussen vorderingen op debiteuren (die thans bestaan of zullen voortvloeien uit een op dat moment bestaande rechtsverhouding) en alle vorderingen van Drukkerij Atlas en Practicum Holding die in de uitvoering van hun bedrijven nog zullen ontstaan. Bij die laatste vorderingen is in geen enkel geval toegevoegd dat het hierbij moet gaan om vorderingen op debiteuren. De curator heeft niets aangevoerd op grond waarvan aannemelijk is dat [eiser] en Drukkerij Atlas eventuele vorderingen van Drukkerij Atlas op derden, anders dan gewone debiteuren, hebben willen uitsluiten van verpanding. De rechtbank gaat er op grond van deze omstandigheden vanuit dat [eiser] en Drukkerij Atlas ook vorderingen op andere schuldenaren dan debiteuren op het oog hebben gehad. Vorderingen op groepsmaatmaatschappijen, zoals de rekening-courantvordering van Drukkerij Atlas op Practicum Holding, kunnen daaronder worden geschaard. Immers, een dergelijke vordering ontstaat per definitie in de uitoefening van het bedrijf. In verband hiermee merkt de rechtbank nog op dat het hier gaat om de ‘uitoefening van het bedrijf’ en niet om ‘de normale uitoefening van het bedrijf’, zoals bijvoorbeeld in artikel 1:88 lid 5 BW.

4.19.

Drukkerij Atlas was dus verplicht tot verpanding van eventuele intercompanyvorderingen. En aangezien de pandakte van 1 april 2013 op 25 juni 2015 bij de belastingdienst is geregistreerd, is op die datum (ook) een stil pandrecht gevestigd op de rekening-courantvordering van Drukkerij Atlas op Practicum Holding.

4.20.

Omdat de verpanding van de eventuele intercompanyvorderingen een verplichte rechtshandeling is, is vernietiging daarvan op grond van artikel 42 Fw niet mogelijk. En omdat op 25 juni 2015 een stil pandrecht is gevestigd op de rekening-courantvordering, heeft een eventuele vernietiging op grond van artikel 47 Fw van de verpanding van de rekening-courantvordering op 24 juni 2015 (dus een dag eerder) geen rechtsgevolgen. Daarnaast geldt dat de (herhaalde) verpanding van de rekening-courantvordering op 29 juni 2015 overbodig was. In die pandakte staat ook uitdrukkelijk dat wordt verpand ‘voor zover al niet eerder verpand’. Die ‘verpanding’ kan daarom niet worden beschouwd als een rechtshandeling. Van vernietiging door de curator van een verpanding van de rekening-courantvordering op 29 juni 2015 kan daarom geen sprake zijn.

Verpanding van (toekomstige) inventaris in juni 2015

4.21.

De rechtbank herhaalt dat Drukkerij Atlas op 1 april 2013 haar inventaris aan [eiser] heeft verpand door middel van de pandakte van die datum (zie 4.12 en 4.13). Zoals gezegd is als gevolg van de registratie van die pandakte op 25 juni 2015 een bezitloos pandrecht gevestigd op de (op dat moment) bestaande inventaris van Drukkerij Atlas. Het is aannemelijk dat Drukkerij Atlas in de periode die is gelegen tussen het moment van de vestiging van dit stil pandrecht op haar inventaris en het moment van registratie van de inventarispandakte van 29 juni 2015 geen nieuwe inventaris heeft aangeschaft. Daarvan uitgaande was de verpanding van inventaris op 29 juni 2015 overbodig. Daarnaast geldt ook hier dat die verpanding alleen werd beoogd ‘voor zover al niet eerder verpand’. Van een rechtshandeling van Drukkerij Atlas ten aanzien van haar bestaande (maar ten opzichte van de pandakte van 1 april 2013 toekomstige) inventaris was op 29 juni 2015 dus geen sprake, omdat dit pandrecht al gevestigd was. Daarom kan van vernietiging daarvan door de curator ook geen sprake zijn.

4.22.

Drukkerij Atlas heeft op 24 juni 2015 haar (op dat moment) toekomstige inventaris verpand. Zes dagen later, op 30 juni 2015, is zij failliet verklaard. Op 29 juni 2015 heeft zij haar (op dat moment) toekomstige inventaris ook verpand. Omdat op 25 juni 2015 een bezitloos pandrecht is gevestigd op de (op dat moment bestaande) inventaris van Drukkerij Atlas, en omdat aannemelijk is dat Drukkerij Atlas in de periode van 25 juni 2015 tot en met 29 juni 2015 geen nieuwe inventariszaken heeft verworven, kan een geslaagd beroep van de curator op vernietiging van de verpandingen op 24 juni 2015 en 29 juni 2015 door Drukkerij Atlas van haar toekomstige inventaris dus geen rechtsgevolgen hebben. Daarom beoordeelt de rechtbank verder niet of aan de overige eisen voor vernietiging (op grond van artikel 47 Fw) is voldaan.

Tussenconclusie

4.23.

De vernietiging door de curator van de pandaktes van 24 juni 2015 en 29 juni 2015 heeft geen rechtsgevolgen. De rechtbank zal de onder 1 (zie 3.1) gevorderde verklaring voor recht als zodanig toewijzen. De hiervoor besproken pandrechten strekken tot zekerheid van de hoofdsom van de vordering van [eiser] op Drukkerij Atlas van € 1 miljoen, die als gevolg van het faillissement opeisbaar is geworden en op 1 juli 2015 bij de curator is opgeëist (zie 2.33).

Geen onrechtmatige daad van de curator

4.24.

[eiser] betoogt dat de curator onrechtmatig ten opzichte van haar heeft gehandeld door betalingen van debiteuren van Drukkerij Atlas die op en na 2 juli 2015 zijn binnengekomen op de bankrekening van Drukkerij Atlas en op de boedelrekening, toe te voegen aan het boedelactief. De curator moet daarom volgens [eiser] worden veroordeeld tot betaling aan haar van € 51.894,29. Dit betoog slaagt niet. Zelfs al zou het gestelde handelen moeten worden gekwalificeerd als een onrechtmatige daad van de curator, is geen sprake van een superpreferente boedelvordering, dat wil zeggen een vordering van [eiser] die onmiddellijk en met voorbijgaan aan de aanspraak van andere boedelcrediteuren aan [eiser] moet worden betaald (Hoge Raad 5 februari 2016,

NJ 2016, 187).

4.25.

Daar komt bij dat [eiser] haar stelling dat de curator op dit punt onrechtmatig heeft gehandeld, onvoldoende heeft onderbouwd. Ter zitting heeft de curator het volgende aangevoerd. De curator heeft geen incassohandelingen verricht. De curator roomt standaard het saldo van de bankrekening van de failliet af. Op 2 juli 2015 wist de curator niet dat [eiser] haar pandrecht openbaar had gemaakt. Begin juli 2015 heeft de curator tegen klanten van Drukkerij Atlas, die orders hadden geplaatst, gezegd dat zij de orders zou uitleveren, op voorwaarde dat die klanten die orders eerst op de boedelrekening zouden betalen. Daarnaast heeft de curator van een klant van Drukkerij Atlas ongeveer een maand later nog twee of drie betalingen op de boedelrekening ontvangen, terwijl zij om die betalingen niet had gevraagd. [eiser] heeft het voorgaande vervolgens niet weersproken, en heeft alleen gesteld dat ook het toevoegen aan het boedelactief door de curator van spontane betalingen van debiteuren een onrechtmatige daad oplevert. Die stelling vindt echter geen steun in ons recht. Vordering 3 (zie 3.1) zal daarom worden afgewezen.

Vordering tot betaling van de door de curator ontvangen bedragen vanaf 2 juli 2015

4.26.

[eiser] vordert dat voor recht wordt verklaard dat zij aanspraak kan maken op de bedragen die zijn ontvangen op de verpande vorderingen op derden en geparkeerd staan op de boedelrekening van de curator, uitgezonderd betalingen die hebben plaatsgevonden op vorderingen vanaf factuurnummer 151494 (vordering 2, c), zie 3.1). Ook vordert [eiser] dat de curator wordt veroordeeld tot betaling van de bedragen die de curator heeft ontvangen vanaf 2 juli 2015. De rechtbank oordeelt hierover als volgt.

4.27.

Een deel van het bedrag dat na het faillissement van Drukkerij Atlas is bijgeschreven op de bankrekening van Drukkerij Atlas, is afkomstig van debiteuren die de openbaarmakingsbrief nog niet hadden ontvangen. Een ander deel is afkomstig van debiteuren die de openbaarmakingsbrief al wel hadden ontvangen. Die laatste groep van debiteuren heeft niet bevrijdend betaald. Voor de betalingen van debiteuren die zijn gedaan vóór ontvangst van de openbaarmakingsbrief geldt dat de curator deze bevoegd heeft geïnd op grond van artikel 3:246 lid 1 BW. Deze vorderingen zijn teniet gegaan, waardoor het pandrecht is vervallen. [eiser] heeft geen aanspraak op die bedragen, maar heeft bij de uitdeling aanspraak op het door de curator geïnde, overeenkomstig haar aan het pandrecht ontleende voorrang, na omslag van de faillissementskosten (zie Hoge Raad

17 februari 1995, NJ 1996, 471). Voor de vorderingen waarvan komt vast te staan dat zij na ontvangst van de openbaarmakingsbrief - en dus niet bevrijdend - zijn betaald, geldt dat [eiser] deze debiteuren kan aanspreken tot betaling van haar vordering. [eiser] heeft in die gevallen geen aanspraak op de boedel. Pas nadat de door [eiser] aangesproken debiteuren vervolgens aan [eiser] hebben betaald, ontstaat er voor deze debiteuren een regresvordering op de boedel op de voet van artikel 6:33 BW (vergelijk rechtbank Midden-Nederland 6 maart 2013, JOR 2014, 107). De vordering tot betaling van de bedragen die de curator heeft ontvangen vanaf 2 juli 2015 (vordering 4, zie 3.1) wordt daarom afgewezen.

4.28.

Uit het voorgaande volgt ook dat het eerste deel van de onder 3.1 in 2, c) gevorderde verklaring voor recht (dat geen betrekking heeft op de in die vordering genoemde uitzondering) zal worden toegewezen met de toevoeging ‘na omslag van de faillissementskosten, en met uitzondering van de facturen die door debiteuren van Drukkerij Atlas zijn betaald op de bankrekening van Drukkerij Atlas na ontvangst van de openbaarmakingsbrief’. Om welke facturen het gaat kan de rechtbank niet vaststellen. De curator heeft namelijk correspondentie overgelegd van twee debiteuren van Drukkerij Atlas waaruit blijkt dat zij de openbaarmakingsbrief op respectievelijk na 3 juli 2015 hebben ontvangen. Niet valt uit te sluiten dat dit voor meer debiteuren geldt, zodat de rechtbank er - anders dan [eiser] betoogt - niet vanuit kan gaan dat alle betalingen die met ingang van 3 juli 2015 zijn ontvangen op de bankrekening van Drukkerij Atlas, zijn gedaan na ontvangst van de openbaarmakingsbrief (in welk geval zij niet bevrijdend zijn). De rechtbank geeft [eiser] en de curator in overweging om deze kwestie in goed overleg op te lossen.

Afstand van pandrechten op de facturen vanaf factuurnummer 151447?

4.29.

Onder verwijzing naar artikel 3:258 lid 2 BW neemt de curator het standpunt in dat [eiser] expliciet afstand heeft gedaan van haar pandrecht op de vorderingen van Drukkerij Atlas vanaf factuurnummer 151447. De curator beroept zich hierbij op de brieven van de kantoorgenoot van mr. Vriezen van 12 augustus 2015 en 20 augustus 2015 (zie 2.39 en 2.40). [eiser] neemt het standpunt in dat van afstand van pandrecht geen sprake is, omdat de wil daartoe ontbrak. In verband hiermee beroept Meijer zich op de brief van mr. Vriezen van 18 september 2015 (zie 2.41). De curator heeft op dit punt gelijk. In de brief van de kantoorgenoot van mr. Vriezen van 12 augustus 2015 staat dat deze facturen niet vallen onder het pandrecht van [eiser] en toekomen aan de boedel. Dit is bevestigd in de brief van 20 augustus 2015. De curator heeft deze brieven mogen beschouwen als te zijn verstuurd namens mr. Vriezen en dus namens [eiser] . Enig voorbehoud is in die brieven niet gemaakt. Daarnaast eist artikel 3:258 lid 2 BW een overeenkomst. De curator heeft op de brief van 12 augustus 2015 gereageerd met de mededeling dat zij deze vorderingen namens de boedel int. Daarmee is sprake van aanvaarding door de curator, zodat de vereiste overeenkomst tot stand is gekomen. De brief van mr. Vriezen van 18 september 2015 moet worden beschouwd als een uitnodiging aan de curator om voornoemde overeenkomst terzijde te stellen. De curator heeft daaraan niet willen meewerken en [eiser] heeft onvoldoende aangevoerd op grond waarvan moet worden geoordeeld dat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

4.30.

Gelet op het voorgaande zullen in de door [eiser] gevorderde verklaring voor recht onder 2, c) (zie 3.1) door de rechtbank worden uitgezonderd de facturen vanaf factuurnummer 151447 (in plaats van vanaf factuurnummer 151494).

Proceskosten en nakosten

4.31.

De curator zal als de grotendeels grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 77,75

- griffierecht 1.929,00

- salaris advocaat 1.130,00 (2,5 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 3.136,75

Ook de nakosten zullen worden toegewezen. De curator verzoekt de rechtbank echter om een eventuele veroordeling tot betaling aan [eiser] , waaronder moet worden begrepen een veroordeling tot betaling van de proceskosten en de nakosten, niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren omdat een dergelijke vordering een concurrente boedelvordering is en de curator bij de afwikkeling van het faillissement moet uitdelen met inachtneming van ieders rang. Dit betoog slaagt gedeeltelijk. Wat betreft de proceskosten en de nakosten is sprake van concurrente boedelvorderingen. Door te verschijnen in deze procedure heeft de curator immers de mogelijkheid aanvaard dat zij zal worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en nakosten, zodat deze schulden moeten worden beschouwd als te zijn aangegaan door de curator in haar hoedanigheid (zie Hoge Raad 19 april 2013, JOR 2013, 224, overweging 3.7.1). Als vaststaat dat de boedel onvoldoende actief heeft om een boedelvordering te voldoen, levert dat een grond op voor afwijzing van die vordering, omdat bij de verdeling van het actief geen vorderingen kunnen worden voldaan waarvoor de boedel niet de middelen heeft. Beslissend is de toestand van de boedel op het tijdstip dat de slotuitdeling plaatsvindt (zie Hoge Raad 31 oktober 2014, JOR 2015, 55). Op dit moment staat niet vast dat de boedel onvoldoende actief zal hebben om de proceskosten en nakosten te voldoen. De rechtbank zal de vorderingen tot vergoeding van de proceskosten en de nakosten daarom toewijzen, maar zal de gevorderde uitvoerbaar bij voorraadverklaring alleen toewijzen onder de opschortende voorwaarde dat bij de slotuitdeling blijkt dat de boedel voldoende actief heeft om deze vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, en uitsluitend voor dat deel, dat volgens de slotuitdeling aan [eiser] toekomt. Daarmee wordt bereikt dat tot het moment waarop de slotuitdeling plaatsvindt, de vorderingen tot betaling van de proceskosten en de nakosten niet kunnen worden geëxecuteerd.

in reconventie

4.32.

Uit de in conventie toe te wijzen vorderingen volgt dat in reconventie de in 3.6 vermelde vorderingen 1, primair, 2, 3 en 4 van de curator zullen worden afgewezen.

4.33.

Wat betreft vordering 1, subsidiair van de curator, welke vordering betrekking heeft op een regresvordering van Drukkerij Atlas/de curator op Practicum Holding van

€ 200.000, geldt het volgende.

4.34.

Het standpunt van de curator, dat uit het bedrag van € 450.000 dat in 2013 naar de bankrekening van Drukkerij Atlas is overgemaakt, een bedrag van € 200.000 is gebruikt voor betaling van de door Practicum Holding nog verschuldigde koopprijs voor de aandelen in Drukkerij Atlas (voorheen genaamd Atlas Holding II), is al door de rechtbank verworpen (zie 4.7). Voor het geval er wel vanuit wordt gegaan dat [eiser] in maart 2013

€ 450.000 heeft geleend aan Drukkerij Atlas, stelt de curator zich op het standpunt dat voldoening van deze schuld door Drukkerij Atlas (door middel van uitwinning van zekerheden van Drukkerij Atlas door [eiser] ) tot een regresvordering van Drukkerij Atlas/de curator op Practicum Holding van € 200.000 heeft geleid, omdat dit gedeelte van de schuld uitsluitend Practicum Holding aangaat. De curator heeft daarbij kennelijk het oog op de stelling van [eiser] dat met het bedrag van € 200.000 de lening van oud-aandeelhouder [A] aan Practicum Holding is afgelost.

4.35.

Daarnaast beroept de curator zich op de jaarstukken 2012 van Drukkerij Atlas, waarin staat dat het restant van de lening aan [A] , ter hoogte van € 170.000, in 2013 is overgenomen door [eiser] . Volgens [eiser] is het niet juist dat zij de schuld aan [A] heeft overgenomen, maar is de lening van [A] in 2013 afgelost met het bedrag van € 450.000 dat [eiser] toen aan Drukkerij Atlas en Practicum Holding heeft geleend. Volgens [eiser] is toen niet het volledige bedrag van de resterende schuld aan [A] betaald (€ 170.000), maar is in het kader van een minnelijke regeling € 130.000 betaald.

4.36.

De rechtbank oordeelt hierover als volgt.

4.37.

In de notariële akte van 11 maart 2008 staat dat [A] € 200.000 heeft geleend. Uit de aan STAK Atlasgroep gerichte nota van afrekening van 11 maart 2008 blijkt dat [A] deze lening (mogelijk via STAK Atlasgroep) heeft verstrekt aan Practicum Holding, doordat het bedrag van € 200.000 door de notaris is ingehouden op de door Practicum Holding betaalde koopsom van € 800.000.

4.38.

Het is voor de rechtbank niet duidelijk waarom de leenschuld aan [A] is vermeld in de jaarstukken van Drukkerij Atlas. De lening van [A] lijkt immers verstrekt te zijn aan Practicum Holding. Als het echter inderdaad juist is dat [eiser] in 2013 de schuld van Drukkerij Atlas aan [A] heeft overgenomen, moet ervan worden uitgegaan dat het gehele bedrag van € 450.000, inclusief het genoemde bedrag van € 200.000, ten goede is gekomen aan de bedrijfsvoering van Drukkerij Atlas. In dat geval levert betaling van € 200.000 door Drukkerij Atlas aan [eiser] (door middel van de uitwinning door [eiser] van pandrechten van Drukkerij Atlas) geen betaling op door Drukkerij Atlas van een schuld die uitsluitend Practicum Holding aangaat.

4.39.

Als het daarentegen klopt wat [eiser] zegt, namelijk dat de lening van [A] in 2013 is afgelost door middel van een gedeelte van het bedrag van € 450.000 dat [eiser] toen aan Drukkerij Atlas en Practicum Holding heeft geleend, moet de betaling aan [A] worden toegerekend aan Practicum Holding. Volgens Meijer gaat het om een bedrag van € 130.000. Betaling van € 130.000 door Drukkerij Atlas aan [eiser] (door middel van de uitwinning door [eiser] van pandrechten van Drukkerij Atlas) geldt dan als een betaling van een schuld die uitsluitend Practicum Holding aangaat. In dat geval is wel sprake van een regresvordering van Drukkerij Atlas/de curator op Practicum Holding.

4.40.

Het antwoord op de vraag of sprake is van een regresvordering op Practicum Holding en, zo ja, hoe hoog deze is, kan in deze procedure echter in het midden blijven. In de verhouding tot [eiser] heeft de curator met deze vordering immers geen processueel belang. En aangezien Practicum Holding in deze procedure geen partij is, kan de door de curator gevorderde verklaring voor recht geen gezag van gewijsde krijgen in de verhouding van de curator tot Practicum Holding. Gelet op deze omstandigheden zal (ook) deze vordering van de curator worden afgewezen.

4.41.

De curator zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op € 565 voor salaris advocaat (2,5 punten × factor 0,5 × tarief € 452). Net als in conventie zal deze veroordeling onder opschortende voorwaarde uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard (zie 4.31).

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

verklaart voor recht dat de vernietiging door de curator van de pandaktes van

24 juni 2015 en 29 juni 2015 geen rechtsgevolgen heeft,

5.2.

verklaart voor recht dat [eiser] rechtsgeldige pandrechten heeft op alle inventariszaken die in eigendom toebehoorden aan Drukkerij Atlas en op alle vorderingen van Drukkerij Atlas op derden, waaronder groepsmaatschappijen, en dat [eiser] aanspraak kan maken op de bedragen die zijn ontvangen op de verpande vorderingen op derden en geparkeerd staan:

  1. op de bankrekening van [eiser]

  2. op de derdengeldenrekening van de advocaat van [eiser] , en

  3. op de boedelrekening van de curator, na omslag van de faillissementskosten, en met uitzondering van 1) de facturen die door debiteuren van Drukkerij Atlas zijn betaald op de bankrekening van Drukkerij Atlas na ontvangst van de openbaarmakingsbrief en 2) de betalingen die hebben plaatsgevonden op vorderingen vanaf factuurnummer 151447

5.3.

veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 3.136,75, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt de curator in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat de curator niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.5.

verklaart de in 5.3 en 5.4 uitgesproken kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad, onder de opschortende voorwaarde dat bij de slotuitdeling blijkt dat de boedel voldoende actief heeft om deze vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, en uitsluitend voor dat deel, dat volgens de slotuitdeling aan [eiser] toekomt,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.7.

wijst de vorderingen af,

5.8.

veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 565,00,

5.9.

verklaart de in 5.8 uitgesproken kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad, onder de opschortende voorwaarde dat bij de slotuitdeling blijkt dat de boedel voldoende actief heeft om deze vordering geheel of gedeeltelijk te voldoen, en uitsluitend voor dat deel, dat volgens de slotuitdeling aan [eiser] toekomt

Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.J. van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2017.1

1 type: JvdB/4223 coll: HvW