Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5183

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-08-2017
Datum publicatie
30-10-2017
Zaaknummer
5211397
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding koop gespreksopname-systeem. Factuur mbt trainingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5624
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Almere

zaaknummer: 5211397 MC EXPL 16-7627 HAB/17443

Vonnis van 2 augustus 2017

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [eiseres] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. E.M.J. Keijzer van D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V.,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. J. de Bont.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie

  • -

    de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie

  • -

    de akte uitlating producties van [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

in conventie

2.1.

[eiseres] vordert in conventie bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, kort gezegd:

  1. primair: een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden op 19 april 2016;

  2. subsidiair: de koopovereenkomst te ontbinden;

primair en subsidiair:

3. [gedaagde] te veroordelen tot terugbetaling van de koopprijs van € 1.175,21 (incl BTW), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 mei 2016;

4. [gedaagde] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van € 176,28, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;

5. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, inclusief de nakosten.

2.2.

[eiseres] stelt (kort gezegd) dat zij op in 2015 van [gedaagde] een gespreksopname-systeem [gespeksopname-systeem] (hierna: [gespeksopname-systeem] ) heeft gekocht dat niet voldoet aan datgene wat zij daarvan mocht verwachten. Zij heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om de gebreken te herstellen, maar dat heeft [gedaagde] niet gedaan. Zij heeft daarom de koopovereenkomst ontbonden in de brief van 19 april 2016. [gedaagde] moet de koopprijs terug betalen aan haar, aldus [eiseres] . Ook moet [gedaagde] de incassokosten betalen die [eiseres] heeft gemaakt om de vordering te innen.

2.3.

[gedaagde] stelt (kort gezegd) dat zij niet met [eiseres] maar met [bedrijfsnaam] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam] ) een koopovereenkomst heeft gesloten. Verder stelt zij dat [gespeksopname-systeem] naar behoren werkt en de kenmerken heeft die [eiseres] , mede op basis van de productspecificatie, daarvan mocht verwachten. Voor zover er gebreken zijn, heeft [eiseres] onvoldoende meegewerkt aan het onderzoeken daarvan.

2.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

2.5.

[gedaagde] vordert in reconventie bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, kort gezegd:

  1. [eiseres] te veroordelen tot betaling van de factuur [nummer] van € 908,71 althans een vast te stellen billijk bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 april 2016;

  2. [eiseres] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van € 136,60, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;

  3. [eiseres] te veroordelen in de proceskosten.

2.6.

[gedaagde] stelt (kort gezegd) dat zij in opdracht van [bedrijfsnaam] twee in-company trainingen heeft gegeven. Zij heeft de kosten daarvan (€ 908,71), zoals was afgesproken, gefactureerd aan [eiseres] . Zij mocht in ieder geval een redelijke prijs voor deze werkzaamheden in rekening brengen. Ondanks sommatie heeft zij de factuur niet betaald. [eiseres] moet, naast de factuur, ook de gemaakte incassokosten betalen, aldus [gedaagde] .

2.7.

[eiseres] betwist dat zij, of [bedrijfsnaam] , opdracht heeft gegeven om in-company trainingen te geven. De werkzaamheden die [gedaagde] heeft verricht zijn niet anders te beschouwen dan als hulp bij installatie (eerste bezoek) en het beoordelen en verhelpen van gebreken (tweede bezoek). Zij heeft er niet mee ingestemd en zij hoefde ook niet te verwachten dat daarvoor kosten in rekening zouden worden gebracht.

2.8.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

in conventie

3.1.

[gespeksopname-systeem] is een systeem voor het automatisch en centraal opnemen van telefoongesprekken die worden gevoerd via het vaste telefoonnet. Dit systeem is bedoeld voor de zakelijke markt en niet voor de consumentenmarkt.

Contractspartij

3.2.

[gedaagde] heeft betoogd dat zij de koopovereenkomst niet met [eiseres] maar met [bedrijfsnaam] heeft gesloten. Zij wijst erop dat de informatieaanvraag is gedaan door de heer [A] , die stelde te bellen namens [bedrijfsnaam] . In het aanvraagformulier heeft hij bij het veld ‘bedrijfsnaam’ opgegeven: “ [naam] ”. Ook de offerte is gericht aan “ [naam] ”. [eiseres] is niet actief op het gebied van telefonie en [bedrijfsnaam] wel. Uiteindelijk is de factuur gericht aan [eiseres] omdat het factoringbedrijf van [gedaagde] geen fiat kon geven op [bedrijfsnaam] , dit na overleg met [bedrijfsnaam] .

[eiseres] stelt dat de koopovereenkomst met haar is gesloten. Zij wijst ter onderbouwing daarvan op de naamgeving op de factuur en de pakbon. De heer [A] is in dienst bij [eiseres] en niet bij [bedrijfsnaam] . De naam “ [naam] ” is de naam van een afdeling. Er heeft geen overleg plaatsgevonden over de vraag op welke naam de factuur moest worden gezet.

3.3.

De kantonrechter vindt dat [eiseres] heeft aangetoond dat zij de contractspartij is van [gedaagde] , en niet [bedrijfsnaam] . Daarbij vindt de kantonrechter vooral van belang dat in de stukken waarop [gedaagde] zich beroept, nergens [bedrijfsnaam] B.V. staat genoemd. Er is wel meermalen de vermelding “ [naam] ” gebruikt, maar die naam komt niet overeen met [eiseres] B.V. en ook niet met [bedrijfsnaam] B.V. Deze vermelding moet dan ook meer worden beschouwd als een handelsnaam dan als de officiële benaming van de contractspartij. Van belang is verder dat op de factuur [eiseres] B.V. staat vermeld. Bovendien heeft de gemachtigde van [eiseres] in de brief van 19 april 2016 aan [gedaagde] over deze kwestie geschreven dat zij namens [eiseres] B.V. handelt. In de reactie van [gedaagde] van 4 mei 2016 die hierop volgt, wordt met geen woord gerept over het feit dat [eiseres] niet haar contractspartij zou zijn. De aankoop en verkoop van dit soort systemen valt bovendien binnen de beschrijving van activiteiten van [eiseres] zoals te vinden in het register van de Kamer van Koophandel.

De kantonrechter verwerpt dus dit verweer van [gedaagde] .

Gebreken [gespeksopname-systeem]

3.4.

[eiseres] stelt dat uit de productomschrijving van [gespeksopname-systeem] blijkt dat het systeem alle telefoongesprekken opneemt en universeel toepasbaar is. In afwijking van die specificatie vertoont het bij haar geïnstalleerde systeem twee gebreken: 1. als een inkomend telefoongesprek een afwijkende ‘codec’ heeft, wordt het telefoongesprek niet opgenomen, en 2. als een gesprek wordt doorverbonden, wordt het gesprek niet opgenomen.

3.5.

Op basis van artikel 7:17, eerste en tweede lid, BW moet een verkochte en afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Een verkochte zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst als deze niet de eigenschappen bezit die de koper mocht verwachten.

Codec

3.6.

Over het eerste gebrek overweegt de kantonrechter het volgende.

De codec die wordt ondersteund door [gespeksopname-systeem] is de codec die standaard in het telefoonnet in Nederland wordt toegepast, aldus de gebruiksaanwijzing van [gespeksopname-systeem] . De stelling van [eiseres] dat er geen opname van een telefoongesprek plaatsvindt als het gesprek met een andere codec wordt aangeboden, is op zich niet betwist. Wél heeft [gedaagde] uitgelegd dat dit op eenvoudige wijze kan worden verholpen door de telefoontoestellen, die zijn aangesloten op [gespeksopname-systeem] , in te stellen op de Nederlandse codec. Bij toepassing van die instelling zal in alle gevallen, zowel bij ingaande als uitgaande oproepen, de juiste codec worden gebruikt, en opname plaatsvinden, aldus [gedaagde] . [eiseres] heeft niet meer gemotiveerd op die stelling gereageerd. Zij heeft gesteld dat zij niet kan verwachten dat al haar bellers de codec in hun telefoontoestellen aanpassen voordat zij overgaan tot het bellen van [eiseres] . Met die stelling gaat zij echter niet in op de stelling van [gedaagde] . [gedaagde] stelt nou juist dat alleen de instelling van de toestellen die aangesloten zijn op [gespeksopname-systeem] (dus de toestellen van de [eiseres] -medewerkers) hoeft te worden aangepast. En die stelling heeft zij dus niet weersproken. Daarmee heeft [eiseres] onvoldoende onderbouwd gesteld dat [gespeksopname-systeem] in dit opzicht gebrekkig is.

3.7.

[eiseres] heeft hierover nog gezegd dat er in de productomschrijving staat het systeem ‘universeel toepasbaar’ is en dat zij daarom mocht verwachten dat het systeem alle codecs ondersteunt. De kantonrechter verwerpt die stelling. Nu met een eenvoudig toe te passen (wijziging van de) instelling van de telefoontoestellen te bereiken is dat alle gesprekken worden opgenomen (zoals gewenst door [eiseres] ), kan deze stelling niet leiden tot het oordeel dat het product niet voldoet aan dat wat zij daarvan mocht verwachten.

Doorverbonden gesprekken

3.8.

[gedaagde] heeft een mailwisseling overgelegd waaruit het volgende naar voren komt. In de mail van 14 januari 2016 legt een medewerker van [eiseres] aan [gedaagde] vier problemen voor die hij ondervindt bij het gebruik van [gespeksopname-systeem] . Eén van die problemen betreft dat doorverbonden gesprekken niet worden opgenomen. De dag erna beantwoordt een medewerker van [gedaagde] deze mail. Over de doorverbonden gesprekken zegt hij: “Bij [gespeksopname-systeem] is in feite een doorverbonden gesprek, een nieuw gesprek. Dit zou in principe moeten worden vastgelegd.” Uit de antwoordmail van [eiseres] van 19 januari 2016 blijkt dat drie van de vier problemen zijn opgelost. Het vierde probleem, dat van de doorverbonden gesprekken, echter nog niet. Op 20 januari 2016 geeft de [gedaagde] -medewerker nogmaals antwoord.

3.9.

Uit deze mailwisseling leidt de kantonrechter af dat dit issue kort na de installatie van het systeem is gemeld. Geen van partijen meldt hoe deze mailwisseling is afgelopen of welke vervolgstappen zijn ondernomen. Wel stelt [gedaagde] dat zij heeft aangeboden de klacht dat “soms” geen gesprekken worden opgenomen, te onderzoeken door middel van testaccounts, maar dat [eiseres] hieraan niet heeft willen meewerken. Verder stelt zij dat [eiseres] het verwijt dat er “soms geen gesprekken worden opgenomen”, niet deugdelijk onderbouwt met bijvoorbeeld een overzicht.

3.10.

[gedaagde] miskent met deze stellingen echter dat [eiseres] niet stelt dat gesprekken “soms niet worden opgenomen”, maar dat doorverbonden gesprekken in het geheel niet worden opgenomen. De kantonrechter vindt dat [gedaagde] die stelling onvoldoende concreet en onderbouwd heeft weersproken. Duidelijk is immers dat dit door [eiseres] ervaren probleem kort na de installatie van het systeem speelde en door haar is gemeld bij [gedaagde] . Uit de overgelegde correspondentie blijkt niet dat het probleem naar tevredenheid is opgelost. Van [gedaagde] had dan ook verwacht mogen worden dat zij in deze procedure concreet en ondersteund met feiten op dit verwijt van [eiseres] was ingegaan. Dat heeft zij echter niet gedaan. De kantonrechter verwerpt ook de stelling dat zij niet voldoende in de gelegenheid is gesteld om het gestelde gebrek te onderzoeken en zo nodig te herstellen. [gedaagde] heeft zelf de mail van [eiseres] van 4 april 2016 in het geding gebracht waarin zij de hiervoor genoemde twee gebreken omschrijft en [gedaagde] verzoekt om binnen drie dagen met een werkende oplossing te komen of het product terug te nemen. In reactie hierop schrijft [gedaagde] op 6 april 2016 dat in haar visie van een ondeugdelijk product geen sprake is en dat zij bereid zijn “om aanvullende wensen omtrent de werking te onderzoeken, en indien mogelijk te implementeren, al dan niet tegen een nader te bepalen vergoeding.” Voor zover [gedaagde] van mening was dat het door [eiseres] concreet genoemde probleem van de doorverbonden gesprekken onderzocht kon c.q. moest worden door testaccounts, had het op haar weg gelegen om in haar mail (nogmaals) dat aanbod te doen. Nu zij dat niet heeft gedaan, kan zij [eiseres] niet tegenwerpen dat zij niet in de gelegenheid is gesteld om onderzoek te doen naar het probleem.

3.11.

De kantonrechter vindt dan ook dat [eiseres] voldoende onderbouwd heeft gesteld dat het door haar gekochte en geïnstalleerde [gespeksopname-systeem] doorverbonden gesprekken niet opneemt. Zij mocht wel verwachten dat het systeem ook dat soort gesprekken zou opnemen. Dat heeft [gedaagde] immers niet weersproken. Daarmee voldoet [gespeksopname-systeem] niet aan dat wat [eiseres] daarvan op basis van de overeenkomst mocht verwachten. [gedaagde] heeft daarover nog gezegd dat [gespeksopname-systeem] door verschillende ICT-distributeurs op de markt wordt gebracht en door klanten wordt gebruikt en dat het daarom erg onwaarschijnlijk is dat het systeem niet zou voldoen. Verder stelt zij dat [eiseres] daarom ook in staat moet zijn om [gespeksopname-systeem] te verkopen aan derden, wat ook het doel was van [eiseres] . Die stellingen maken het oordeel van de kantonrechter niet anders. Het gaat er immers om of deze afgeleverde zaak de eigenschappen bezit die deze koper mocht verwachten op grond van deze overeenkomst en niet of een product in het algemeen deugdelijk is. [eiseres] heeft in dat kader gemotiveerd gesteld dat het bij haar geïnstalleerde systeem een deel van de gesprekken, namelijk de doorverbonden gesprekken, niet opneemt terwijl zij op basis van wat is afgesproken dat wel mocht verwachten. Die stelling heeft [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd betwist.

3.12.

De conclusie is dan ook dat [gedaagde] tekort is geschoten in haar verplichting als verkoper. Zij heeft niet betwist dat die tekortkoming toerekenbaar is. Nu [gedaagde] de hiervoor genoemde termijn om tot herstel (of terugname) over te gaan ongebruikt heeft laten verstrijken, is zij in verzuim en heeft [eiseres] de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden in de brief van 19 april 2016. De kantonrechter zal de verklaring voor recht dat de overeenkomst ontbonden is, dus toewijzen. Ook moet [gedaagde] de koopprijs terugbetalen aan [eiseres] . Na ontbinding ontstaat voor partijen immers een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties (artikel 6:271 BW). [eiseres] heeft aanspraak gemaakt op de wettelijke rente over dit bedrag in de brief van 19 april 2016. Die vordering is niet betwist en zal ook worden toegewezen.

3.13.

Daarnaast wil [eiseres] de gemaakte buitengerechtelijke kosten vergoed zien. Zij heeft gesteld en onderbouwd dat ze deze kosten heeft gemaakt en [gedaagde] heeft dat niet weersproken. Het bedrag dat zij vordert (€ 176,28) komt overeen met het tarief in het (toepasselijke) Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Dat bedrag moet [gedaagde] dan ook aan [eiseres] betalen. Ook de wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten zal als onbetwist worden toegewezen.

3.14.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in conventie. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- exploot- en informatiekosten

€ 82,54

- salaris gemachtigde

€ 300,00

(2 punten x tarief € 150,00)

- griffierecht

€ 471,00

Totaal

€ 853,54

De gevorderde nakosten worden toegewezen zoals bepaald onder 4.

in reconventie

In-company trainingen

3.15.

Vaststaat dat er geen schriftelijke opdracht of overeenkomst bestaat voor het verzorgen van de ‘in-house producttraining’ die [gedaagde] in rekening heeft gebracht. Vaststaat verder dat [gedaagde] op 5 januari en 18 februari 2016 bij [eiseres] is geweest gedurende de uren die in rekening zijn gebracht (2 uur resp. 1,5 uur). Het eerste bezoek vond plaats op het moment dat [gespeksopname-systeem] werd geleverd. Hierbij heeft [gedaagde] de vereiste software geïnstalleerd en getoond hoe het product werkt.

3.16.

Partijen verschillen van mening of er (separate) opdracht is gegeven voor deze training c.q. support op locatie en of [gedaagde] daarvoor kosten in rekening mag brengen. De schriftelijke opdrachtbevestiging van 22 december 2015 vermeldt alleen dat het [gespeksopname-systeem] systeem wordt geleverd in week 1 van 2016. De daaraan voorafgaande schriftelijke offerte van 24 augustus 2015 vermeldt onder meer:

“ […]

Levering: franco uw vestiging [vestigingsplaats] .

Levertijd: +/- 1 week na opdracht.

Betalingstermijn: 30 dagen na levering.

Support: telefonische support is inbegrepen, support op locatie in overleg.

[…]”

De kantonrechter leidt uit deze tekst af dat installatie van [gespeksopname-systeem] door [gedaagde] niet is inbegrepen in de aanschaf van het systeem en dus niet is inbegrepen in de koopovereenkomst. Dit blijkt uit de teksten achter het kopje “Levering” en het kopje “Support”. Vooral uit de tekst achter het kopje “Support” volgt dat (in beginsel) alleen telefonische support is inbegrepen in de prijs en niet support op locatie. De stelling van [eiseres] dat het in de branche gebruikelijk is dat installatie en uitleg wél inbegrepen is, is gemotiveerd betwist door [gedaagde] en [eiseres] heeft die stelling niet nader onderbouwd. Dat had wel op haar weg gelegen, gelet op de betwisting door [gedaagde] en de hiervoor geciteerde tekst van de offerte.

3.17.

Nu partijen het erover eens zijn dat [gedaagde] op 5 januari 2016 het systeem is komen installeren en daarover uitleg heeft gegeven, ligt het voor de hand dat partijen dit hebben afgesproken. [gedaagde] heeft dit ook gesteld, namelijk dat bij telefonische bestelling van het systeem op 21 december 2015 deze afspraak is gemaakt. In het licht van de hiervoor genoemde omstandigheden heeft [eiseres] die stelling onvoldoende betwist. Zij heeft wel betwist dat zij opdracht heeft gegeven voor een in company training, maar zij heeft niet weersproken dat bij de telefonische bestelling is besproken dat [gedaagde] het systeem zal komen installeren en daarover uitleg zal geven. Zij heeft -gelet op het voorgaande- moeten begrijpen dat daarvoor kosten in rekening zouden worden gebracht. Of die werkzaamheden vervolgens worden gelabeld als “support op locatie” of “in-company training” of “in-house producttraining” is niet relevant. Partijen hebben daarmee kennelijk dezelfde werkzaamheden op het oog. Dit betekent dat [eiseres] de kosten van het eerste bezoek op 5 januari 2016 (€ 408,- excl BTW = € 493,68) moet betalen. Zij heeft niet gemotiveerd betwist dat dit redelijke kosten zijn als bedoeld in artikel 7:405, tweede lid, BW. [eiseres] heeft wel gesteld dat [gedaagde] een lagere prijs in rekening had moeten brengen, maar zij onderbouwt niet wat een redelijke prijs zou zijn gezien de werkzaamheden die [gedaagde] heeft verricht. Dat had wel van haar verwacht mogen worden omdat [gedaagde] , ter onderbouwing van haar stelling dat zij een redelijke prijs in rekening heeft gebracht, een kostenoverzicht in het geding heeft gebracht van een bureau dat [gespeksopname-systeem] in-company trainingen verricht. Dat kostenoverzicht sluit aan bij dat wat [gedaagde] vordert. De vordering van [gedaagde] zal dan ook voor het bedrag van € 493,68 worden toegewezen. De daarover gevorderde wettelijke rente zal als niet betwist worden toegewezen. De kantonrechter merkt overigens op dat niet is gesteld of gebleken dat ook deze overeenkomst is ontbonden of dat het tekortschieten onder de koopovereenkomst ontbinding van deze overeenkomst rechtvaardigt.

3.18.

Voor de gevorderde kosten van het tweede bezoek op 18 februari 2016 is het oordeel anders. [gedaagde] heeft gesteld dat ook dit een producttraining betrof. Maar [eiseres] heeft onweersproken gesteld dat hierbij slechts één van haar medewerkers aanwezig was en dat het ook nog dezelfde medewerker was als die bij de producttraining van 5 januari 2016 aanwezig was. Die omstandigheid past veel beter bij de stelling van [eiseres] dat het tweede bezoek plaatsvond in het kader van de door haar gestelde gebreken en een poging van [gedaagde] om die gebreken te onderzoeken en te herstellen. Die gestelde gebreken waren toen al onder de aandacht gebracht van [gedaagde] , getuige de mailwisseling die in 3.8 wordt genoemd. Gelet op de omstandigheid dat [eiseres] zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het systeem een gebrek vertoont, kan [gedaagde] – zonder bijkomende omstandigheden die zij niet heeft gesteld – geen kosten in rekening brengen voor een bezoek dat erop is gericht om gebreken te onderzoeken en te herstellen. [gedaagde] heeft niet concreet gereageerd op deze stellingen, anders dan dat er “nog wat vragen over de implementatie waren gerezen”. De kantonrechter vindt dan ook dat tegenover deze stellingen van [eiseres] [gedaagde] onvoldoende onderbouwd heeft gesteld dat aan haar opdracht was verleend om een producttraining te geven en dat zij daarvoor kosten in rekening mag brengen. Dat deel van de vordering zal dus worden afgewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

3.19.

De kantonrechter vindt dat [gedaagde] onvoldoende heeft gesteld dat zij incassokosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. Zij stelt dat zij “heeft aangedrongen op betaling”, maar verwijst in dat verband alleen naar de factuur en de betalingsherinnering die zij heeft verstuurd aan [eiseres] . Verder heeft zij in de brief van 4 mei 2016 aan de gemachtigde van [eiseres] de aandacht erop gevestigd dat deze factuur nog niet is betaald. Dat is echter onvoldoende om vergoeding van incassokosten te rechtvaardigen. Die brief was immers een reactie op de aansprakelijkstelling door [eiseres] (brief van 19 april 2016) en bevat vooral een reactie op die aansprakelijkstelling. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijk incassokosten wordt dus afgewezen.

3.20.

In reconventie zijn beide partijen gedeeltelijk in het (on)gelijk gesteld. Daarom worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, wat betekent dat zij ieder de eigen kosten moeten dragen.

4 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

4.1.

verklaart voor recht dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden op 19 april 2016;

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen de koopprijs van € 1.175,21 (inclusief BTW), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 3 mei 2016 tot de voldoening;

4.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] tegen bewijs van kwijting te betalen de buitengerechtelijk kosten van € 176,28, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 1 juli 2016 tot de voldoening;

4.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 853,54, waarin begrepen € 300,00 aan salaris gemachtigde;

4.5.

veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [eiseres] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 75,00 aan salaris gemachtigde;

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

in reconventie

4.6.

veroordeelt [eiseres] om aan [gedaagde] tegen bewijs van kwijting te betalen € 493,68 ter zake van factuur [nummer] , vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 12 april 2016 tot de voldoening;

4.7.

compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;

4.8.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad wat betreft het onderdeel 4.6.,

4.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Brouwer, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2017.