Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5175

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-10-2017
Datum publicatie
17-10-2017
Zaaknummer
6221850 AE VERZ 17-64 MG/28934
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet,

Verweerder was niet bevoegd de arbeidsovereenkomst met verzoeker onverwijld op te zeggen. Geen sprake van een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5360
AR-Updates.nl 2017-1252
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 6221850 AE VERZ 17-64 MG/28934

Beschikking van 10 oktober 2017

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [verzoeker] ,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. M. Hille Ris Lambers,

tegen:

[verweerder] h.o.d.n. [verweerder],

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [verweerder] ,

verwerende partij,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van [verzoeker] , ter griffie ingekomen op 7 augustus 2017;

- de brief van mr. Hille Ris Lambers van 25 september 2017.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 september 2017. [verweerder] is niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend. Mr. Hille Ris Lambers heeft ter zitting één productie overgelegd. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] is op 1 maart 2013 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) [verweerder] in de functie van bezorger. Het nettoloon bedraagt € 370,00 per maand.

2.2.

Op 5 juli 2017 werd [verzoeker] per Whatsapp op staande voet ontslagen. Het bericht hield in: “Vanwege je leeftijd en de kosten die ik daar aan maak in vergelijking met een persoon die minder oud is dan jij. Wil ik je hierbij helaas ontslaan. (..)”

2.3.

[verzoeker] heeft zich beschikbaar gehouden om de arbeid te verrichten en namens hem is [verweerder] verzocht het ontslag op staande voet in te trekken.

2.4.

Op 7 augustus 2017 en op 8 augustus 2017 heeft [verweerder] respectievelijk een bedrag van € 300,00 en € 348,00 aan [verzoeker] betaald.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] heeft verzocht bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

I. De opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen;

II. [verweerder] te veroordelen aan hem te voldoen het achterstallig salaris over de maand juli 2017 op basis van € 370,00 netto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:725 BW alsmede de wettelijke rente;

III. [verweerder] te veroordelen vanaf augustus 2017 aan [verzoeker] te betalen het normale salaris van € 370,00 netto per maand vanaf de vervaldata en te vermeerderen met wettelijke vertragingsrente ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente vanaf het verstrijken van de vervaldata;

IV. [verweerder] te veroordelen [verzoeker] binnen 48 uur na betekening van de beschikking toe te laten tot het verrichten van de bedongen werkzaamheden;

V. [verweerder] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor iedere dag dat [verweerder] met de nakoming van de veroordeling onder IV in gebreke blijft;

VI. [verweerder] te veroordelen aan [verzoeker] een schriftelijke en deugdelijke specificatie te verstreken waarin het bedrag en de betaling van I en II zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag;

Subsidiair:

VII. [verweerder] te veroordelen om aan [verzoeker] de gefixeerde schadevergoeding te betalen;

VIII. [verweerder] te veroordelen aan [verzoeker] de transitievergoeding te betalen;

IX. [verweerder] te veroordelen aan [verzoeker] een billijke vergoeding ter hoogte van € 3.000,00 te betalen;

Primair en subsidiair:

X. [verweerder] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten;

XI. [verweerder] te veroordelen in de proceskosten, waaronder de nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.

4 De overwegingen van de kantonrechter

4.1.

Het primaire verzoek zal, nu deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, worden toegewezen (voor zover hierna niet anders vermeld). Immers, als onbetwist staat vast dat [verweerder] niet bevoegd was de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] onverwijld op te zeggen nu er geen sprake was van een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 BW.

4.2.

De verzochte vernietiging van de arbeidsovereenkomst zal dan ook worden toegewezen.

4.3.

De vernietiging van het ontslag op staande voet heeft tot gevolg dat de arbeidsovereenkomst ook na 5 juli 2017 is blijven bestaan, zodat ook de door [verzoeker] verzochte wedertewerkstelling wordt toegewezen.

4.4.

Aan de veroordeling tot tewerkstelling wordt de door [verzoeker] gevraagde dwangsom verbonden, met dien verstande dat deze zal worden gemaximeerd zoals in de beslissing vermeld.

4.5.

De loonvordering van [verzoeker] zal eveneens worden toegewezen.

4.6.

Nu vaststaat dat [verweerder] het aan [verzoeker] toekomende loon sinds 5 juli 2017 niet tijdig heeft betaald, is hij de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW verschuldigd vanaf de vierde dag na de dag waarop de betaling had moeten plaatsvinden.

4.7.

De verzochte wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW zal als onbetwist en op de wet gegrond worden toegewezen.

4.8.

[verzoeker] maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden.

Niet gesteld is echter dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De vordering is dan ook niet toewijsbaar.

4.9.

[verweerder] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van [verzoeker] worden begroot op:

- griffierecht € 78,00

- salaris gemachtigde € 400,00 (2 punten x tarief € 200,00)

Totaal € 478,00.

4.10.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen zoals hierna vermeld.

4.11.

[verweerder] heeft na het indienen van het verzoekschrift een bedrag van in totaal € 648,00 betaald aan [verzoeker] . Conform het bepaalde in artikel 6:44 BW zal dit bedrag eerst in mindering worden gebracht op de kosten, en daarna op de hoofdsom en de rente. Voor de beslissing betekent dat dat de proceskosten op nihil worden gesteld en dat het resterende bedrag van (€ 648,00 – € 478,00) € 170,00 in mindering zal worden gebracht op het door [verweerder] te betalen achterstallig salaris.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

vernietigt het op 5 juli 2017 aan [verzoeker] door [verweerder] verleende ontslag op staande voet;

5.2.

veroordeelt [verweerder] om [verzoeker] tot de werkplek toe te laten en hem in de gelegenheid te stellen de overeengekomen werkzaamheden te verrichten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag of een gedeelte van de dag dat [verweerder] in gebreke blijft met het toelaten van [verzoeker] tot de werkplek en de verrichting van de overeengekomen werkzaamheden, zulks met een maximum van € 10.000,00;

5.3.

veroordeelt [verweerder] tot betaling aan [verzoeker] van het achterstallig salaris over juli 2017 op basis van € 370,00 netto per maand te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, en te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de vervaldatum van de loonbetalingstermijn tot aan de dag van de gehele betaling, en te verminderen met een bedrag van € 170,00;

5.4.

veroordeelt [verweerder] aan [verzoeker] te voldoen het salaris van € 370,00 netto per maand met ingang van 1 augustus 2017 tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op rechtsgeldige wijze zal zijn beëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, en te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de vervaldatum van de loonbetalingstermijnen tot aan de dag van de gehele betaling;

5.5.

veroordeelt [verweerder] om aan [verzoeker] een schriftelijke en deugdelijke specificatie te verstrekken waarin de betalingen als bedoeld onder 4.3. en 4.4. zijn verwerkt, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag of een gedeelte van de dag dat [verweerder] in gebreke blijft daarmee, zulks met een maximum van € 2.000,00;

5.6.

veroordeelt [verweerder] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [verzoeker] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil,

5.7.

veroordeelt [verweerder] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [verzoeker] volledig aan deze beschikking voldoet, in de na de beschikking ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening,

- te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de beschikking, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;

5.8.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Deze beschikking is gewezen door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2017.