Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5079

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
09-10-2017
Datum publicatie
10-10-2017
Zaaknummer
C/16/444861 / KL ZA 17-308
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Uitgezonden item EenVandaag onrechtmatig.

Verwijdering item van website EenVandaag en toewijzing van beperkte rectificatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0800

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/444861 / KL ZA 17-308

Vonnis in kort geding van 9 oktober 2017

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. B.E.J.M. Tomlow te Utrecht,

tegen

de vereniging

AVROTROS,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde,

advocaat mr. H.A.J.M. van Kaam te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en Avrotros genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 7 september 2017,

  • -

    de mondelinge behandeling op 18 september 2017,

  • -

    de producties zijdens [eiser] (1 t/m 36),

  • -

    de producties zijdens Avrotros (1 t/m 10),

  • -

    de pleitnota van [eiser] ,

  • -

    de pleitnota van Avrotros.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op 2 oktober 2017, waarna het vonnis nader is bepaald op 9 oktober 2017.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is sinds 2000 eigenaar van het perceel [adres] te [woonplaats] . Hij is daar woonachtig met zijn familie. Zijn buurman is [A] , die toen reeds eigenaar was van de naastgelegen woning aan het perceel [nummeraanduiding] te [woonplaats] .

2.2.

Op het perceel van [eiser] rust ten behoeve van [A] een recht van overpad. Dit recht van overpad bevat een zogenaamde lus rond een op het erf van [eiser] bevindende boom(stam). Deze lus bestaat uit een zogenaamde zuidlus en een noordlus.

2.3.

Bij vonnis van 23 februari 2005 heeft deze rechtbank [eiser] veroordeeld – kort gezegd – het recht van overpad van [A] te respecteren. Het geschil tussen [eiser] en [A] betrof het gebruik van de zuidlus.

2.4.

Op 29 januari 2007 is [A] in hoger beroep veroordeeld tot een (voorwaardelijke) gevangenisstraf wegens mishandeling van de partner van [eiser] en belaging van [eiser] .

2.5.

Bij vonnis van 26 augustus 2009 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank [A] onder meer verboden om het perceel van [eiser] te betreden op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- per overtreding. [eiser] en zijn partner zijn veroordeeld, op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- per overtreding, om [A] in staat te stellen onbelemmerd gebruik te maken van zijn recht op overpad zoals omschreven in de erfdienstbaarheidsclausule.

2.6.

Bij vonnis van 14 oktober 2009 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank [eiser] en zijn partner, op straffe van een dwangsom van € 2.000,- per overtreding, geboden om de door hen geplaatste camera’s zo te plaatsen en te richten dat zij geen beelden kunnen maken van het huis en het erf van [A] .

2.7.

Bij vonnis van 5 februari 2010 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank geoordeeld dat geen sprake was van een door [A] gestelde overtreding door [eiser] op 11 november 2009 van de onder 2.5 bedoelde veroordeling ter zake het recht van overpad en heeft [A] verboden het vonnis van 26 augustus 2009 ten uitvoer te leggen, voor zover deze betrekking heeft op voornoemde gebeurtenis.

2.8.

Op 7 maart 2010 heeft [A] zich toegang verschaft tot de, op dat moment verlaten, woning van [eiser] . Hij is daar op heterdaad betrapt en aangehouden door de politie. [A] heeft vervolgens twee weken in voorlopige hechtenis doorgebracht en heeft op last van de rechter-commissaris een psychologisch onderzoek ondergaan. [A] heeft uit hoofde van overtreding van het vonnis van 26 augustus 2009 (zie 2.5) een dwangsom van € 10.000,- aan [eiser] betaald.

2.9.

Bij vonnis van 28 april 2010 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank [A] de in het vonnis van 26 augustus 2009 aan [A] opgelegde dwangsom van € 10.000,-- per overtreding van het perceelverbod verhoogd naar een eenmalige dwangsom van € 300.000,--.

2.10.

Bij vonnis van 29 november 2010 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank [A] wegens belaging (in de periode van 10 januari 2007 tot en met 7 maart 2007 onder andere bestaande uit erfvredebreuk, het sturen van brieven naar diverse instanties met een voor [eiser] en zijn partner belastende inhoud, het beschijnen en fotograferen van de woning van [eiser] ), huisvredebreuk, verboden wapenbezit (een ploertendoder) en verduistering (van autosleutels van [eiser] , die [A] had gevonden) veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 166 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde gesteld dat [A] zich niet op het perceel van [eiser] zal begeven, behoudens op het gedeelte waarop het recht van overpad rust. Dit vonnis is onherroepelijk geworden.

2.11.

Bij arrest van 21 december 2010 heeft het Hof Amsterdam [A] wegens belaging (in de periode van 2 november 2004 tot en met 9 januari 2007), erfvredebreuk en vernieling, veroordeeld tot een geldboete van € 7.500,- bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 72 dagen hechtenis. Het Hof heeft daarbij bepaald dat een gedeelte van de geldboete van € 4.500,- niet ten uitvoer zal worden gelegd, op voorwaarde dat [A] zich tot het einde van een proeftijd van 2 jaar niet aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt en op voorwaarde dat hij zich niet op het perceel van [eiser] zal begeven (behoudens het gedeelte waarop het recht van overpad rust).

2.12.

Bij brief van 24 juli 2014 heeft de Nationale Ombudsman, in het kader van een bemiddelingsgesprek tussen de familie [achternaam van eiser] en de Gemeente onder meer het volgende meegedeeld:

“De Gemeente en u delen dezelfde zorg en visie over uw leefsituatie. Er is geen sprake van een wederkerig burenconflict. Wel is er sprake van eenzijdige burenoverlast door uw buurman met u als doelwit”

en

‘De Gemeente erkent dat de beeldvorming over u (uw woonsituatie) nauw luistert naar de manier waarop uw situatie wordt beschreven. Onbedoeld heeft de gemeente aan verkeerde beeldvorming bijgedragen en zegt toe dat dat in de toekomst niet meer gebeurt.”

2.13.

In de avond van 4 april 2016 heeft [A] het perceel van [eiser] betreden. Ook hiervan zijn met de infraroodcamera van [eiser] en zijn partner filmbeelden gemaakt, die aan de politie zijn verstrekt. [eiser] was op dat moment op vakantie. Het is vervolgens tot een handgemeen gekomen tussen [A] en de op het perceel van [eiser] aanwezige broer van [eiser] . [A] heeft hierop aangifte gedaan van zware mishandeling, waarna de politierechter van deze rechtbank bij vonnis van 20 september 2016 geoordeeld heeft dat de broer van [eiser] gepoogd heeft [A] zwaar te mishandelen. De broer van [eiser] is op grond van noodweerexces ontslagen van alle rechtsvervolging.

2.14.

Bij vonnis van 9 november 2016 van deze rechtbank heeft de voorzieningenrechter overwogen dat aan de verklaringen van [A] betreffende de reden waarom hij op 4 april 2016 het perceel van [eiser] heeft betreden (zijn hond zou uit de keuken naar buiten zijn geglipt) op geen enkele wijze geloofwaardigheid kan worden ontleend. Ook wordt overwogen dat het [A] moet zijn geweest die op 31 maart 2016 de auto van [eiser] heeft vernield. Op grond van deze omstandigheden wordt overwogen dat [A] de eenmalige dwangsom van € 300.000,-- heeft verbeurd.

2.15.

[A] heeft voormelde dwangsom van € 300.000,-- aan [eiser] betaald.

2.16.

Bij vonnis van 2 augustus 2017 heeft deze rechtbank [A] schuldig bevonden aan de op 1 oktober 2015 en 31 maart 2016 opzettelijk en wederrechtelijke beschadiging aan de op het perceel van [eiser] bevindende auto’s en het op 4 april 2016 wederrechtelijk binnendringen in het besloten erf van [eiser] . [A] is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden, waarbij een maatregel is opgelegd strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaren. Met betrekking tot het opleggen van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf heeft de rechtbank overwogen:

“Gezien het voorgaande, stelt de rechtbank vast dat verdachte (lees: [A] , vzr) in zijn handelen kennelijk niet wordt gestuurd door voorwaardelijke straffen of aan hem opgelegde verbodsbepalingen op straffe van verbeurte van dwangsommen. Om die reden is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat verdachte direct geconfronteerd dient te worden met de gevolgen van de strafrechtelijke normen die hij heeft overtreden. Daarbij kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. Daarnaast dient de op te leggen straf te bestaan uit een component, die bijdraagt aan het voorkomen dat verdachte zich opnieuw op het erf van de familie [achternaam van eiser] zal begeven dan wel dat hij contact met hen zal leggen.”

2.17.

De hiervoor geschetste en reeds vele jaren voortdurende gang van zaken tussen [A] en [eiser] heeft in de pers (radio, televisie en kranten) veel aandacht gekregen.

2.18.

Ook het radio- en televisieprogramma EenVandaag van Avrotros heeft vanaf 2009 diverse keren aandacht aan de zaak besteed. Laatstelijk is dit gebeurd in de televisie-uitzending van 12 augustus 2017.

2.19.

In de uitzending van 12 augustus 2017, waarbij het item over [eiser] en [A] ongeveer 7 minuten en 32 seconden duurt, (hierna: de uitzending) is onder meer het volgende meegedeeld:

“Presentatrice (0:00):

[A] , ook wel het monster van [woonplaats] genoemd omdat hij zijn buren treiterde, spreekt.

[A] (0:11):

Ik hoop dat er op een gegeven moment mede door deze uitzending een keerpunt in dat idee komt. Er is natuurlijk heel wat anders aan de hand.

[voornaam van C] (0:19):

Hij zou zo eh bij ons mogen wonen.

Verslaggeefster: (0:21)

Ja?

[voornaam van C] (0:22):

Ja.

Presentatrice (0:24):

Voor het eerst verbreekt de 81 jarige [A] het stilzwijgen. [A] is veroordeeld tot drie maanden cel voor het treiteren van zijn buren. Daarbovenop moet hij een dwangsom van drie ton betalen. Maar is hij werkelijk de enige schuldige in dit conflict? Andere buren vinden van niet, en [voornaam van A] , inmiddels dus bekend als het monster van [woonplaats] werkt mee aan een interview.

Verslageefster (0:46):

(voice-over) Midden in het bos op de Utrechtse Heuvelrug staan twee huizen pal naast elkaar. Rechts is het huis van de familie [achternaam van eiser] , en links het huis van [A] , die bekend staat als het monster van [woonplaats] . [A] zou planten hebben vernield, en ramen hebben besmeurd. Een keer dringt hij het huis van zijn buren binnen. De rechter legt een dwangsom op, van drie ton als hij nog één keer op het terrein van zijn buren komt. Maar 2016 gebeurt dat toch. De broer van [eiser] heeft zich verstopt in de bosjes, en alles wordt gefilmd. [voornaam van A] moet nu drie ton aan zijn buren betalen.

(verslaggeefster wandelend in beeld, 1:26) Na de uitzending krijg ik een mail van buurtbewoners. Ze vragen of ik een keertje langs wil komen. En dan krijg ik een heel ander beeld van het monster van [woonplaats] . Hier wordt hij opa [voornaam van A] genoemd.

(verslaggeefster wandelend in beeld met [voornaam van B] en [C] , 1:37) [voornaam van B] en [C] nemen het op voor [A] . Er is in de media een beeld van hem gecreëerd waar ze niet mee kunnen leven.

[voornaam van C] (1:45):

Hij eh is toch uiteindelijk een beetje in ons leven komen wandelen met zijn hond. Enne, ja, gewoon uiteindelijk eh is hij opa [voornaam van A] geworden.

Verslaggeefster (1:59):

(voice-over) Het conflict begint in 2000 als de familie [achternaam van eiser] hun huis, hierboven in beeld koopt naast [A] . [A] heeft recht van overpad, maar dat wordt betwist door [eiser] . Gek, want zonder dat overpad kan [A] helemaal niet in zijn huis komen.”

En

“Verslaggeefster (4:55):

Pesterijen over en weer. Ondertussen hangt nog steeds die dwangsom van drie ton boven het hoofd van [A] . En ja, dan ligt uitlokking op de loer, menen [voornaam van B] en [voornaam van C] .

[voornaam van C] (5:06):

Ik zie het een beetje als een portemonnee aan een touwtje. Het is gewoon wachten, inderdaad wat [voornaam van B] zegt op het moment dat hij gewoon eh eh, ja weer in zijn patroon valt.

Verslaggeefster (5:18):

En dan op een avond in maart vorig jaar, hond [X] slaat aan. [A] loopt naar buiten zijn tuin in, en zijn hond verdwijnt in het donker.

[A] (5:27):

Ik ben hier op het terrein gelopen, dit is het terrein van [eiser] .”

En

“ [voornaam van B] (6:20):

Kan niet waar zijn, kan niet waar zijn. Daar gaat gewoon 300.000 euro netto in de kassala van de familie [achternaam van eiser] . In wat voor rechtsstaat leven wij? En dan zie je natuurlijk al die uitzendingen van u en uw collega’s.

[voornaam van C] (6:32):

En dat ze rust willen, en dan denk ik.

[voornaam van B] (6:34):

Krokodillen tranen, van wat is ons nou weer overkomen. Ik denk je hebt net volgens mij de jackpot gewonnen, eh en en je doet alsof je slachtoffer bent. Nou dat ... als u als u aan ons vraagt wat is de aanleiding om met u in contact te komen, dan denk ik dat er een breed collectief is van omwonenden die op dat moment denkt, dat kunnen we niet laten gebeuren.

Verslaggeefster (6:55):

[A] betaalt de 300.000 euro, en biedt zijn huis te koop aan. Al snel staat een potentiële koper op de stoep. De burgemeester van […] , de heer [D] biedt mediation aan tussen de familie [achternaam van eiser] en de potentiële koper, maar tevergeefs.

[voornaam van C] (7:11):

Uiteindelijk kwam weer het verhaal waar het eigenlijk allemaal mee begonnen was, het recht van overpad, eh ja eh naar boven. En dat wordt nog steeds betwist. En dat is natuurlijk eigenlijk gewoon een herhaling van de geschiedenis.

Verslaggeefster (7:24):

De koper trekt zich terug. Na 17 jaar is er niets opgelost. Bovendien is [A] drie ton kwijt.

[A] (7:32):

Dat is zonde van het geld. Het is ook een regelrechte blunder van de voorzieningenrechter die dit vonnis heeft opgelegd.”

2.20.

De e-mail van 27 mei 2017 van de aspirant-koper van de woning van [A] luidt:

“Geachte heer [A] ,

Tot mijn spijt moet ik u helaas melden dat ik afzie van de aankoop van uw huis. De reden is u bekend: de familie [achternaam van eiser] koppelt de wijziging van de erfdienstbaarheid aan het voorstel van de gemeente om alles te legaliseren. Ik kan daar niet mee instemmen, zoals u zult begrijpen. Daarnaast wil ik niet meer naast buren wonen waar de frustratie dermate diep zit dat ik sterke vermoedens heb dat dit in de toekomst problemen blijft opleveren. Daarvoor is de investering voor mij te hoog. Jammer, want ik vind het een prachtige plek. Ik heb mijn uiterste best gedaan om de problemen voor alle partijen tot een goed einde te brengen en heb de gemeente bereid gevonden om aan een oplossing mee te werken. Helaas heeft de familie [achternaam van eiser] dit aangegrepen om hun -erfdienstbaarheid te willen wijzigen.

Ik wens u veel succes en wijsheid toe.

Met vriendelijke groet,

[E] ”

2.21.

Op 14 augustus 2017 heeft [eiser] [voornaam van B] en [C] (hierna ook: [B] en [C] ) aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van de door hen in de uitzending gedane uitlatingen.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  1. Avrotros wordt bevolen om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis te (doen) bewerkstelligen dat (alle fragmenten van) de gewraakte uitzending (alsmede al haar publicaties waarin dezelfde/soortgelijke uitingen worden gedaan) worden verwijderd en verwijderd worden gehouden van de websites van Avrotros, waaronder in ieder geval www.avrotros.nl, haar social media account(s), waaronder in ieder geval Facebook en Twitter, en van alle andere paginas onder haar beheer; alsmede te (doen) bewerkstelligen dat (alle fragmenten van) het gewraakte nieuwsitem (alsmede al haar publicaties waarin dezelfde/soortgelijke uitingen worden gedaan) verwijderd worden (gehouden) uit de zoekresultaten van Google, YouTube, Bing, Yahoo, Facebook en Linkedln door middel van het aanschrijven van deze zoekmachines, met verstrekking van afschriften van de verzoeken daartoe aan (de raadsman van) [eiser] ;

  2. Avrotros wordt bevolen om binnen twee werkdagen na de betekening van dit vonnis bij de eerstvolgende tv-uitzending van EenVandaag aan het begin van de uitzending de in de dagvaarding nader geformuleerde rectificatietekst in een goed leesbare letter over het gehele scherm te tonen en tegelijkertijd op een normale en rustige toon door een medewerker van EenVandaag uit te laten spreken, een en ander zonder enig commentaar;

  3. Avrotros wordt bevolen om binnen twee werkdagen na de betekening van dit vonnis gedurende drie opvolgende dagen aan het begin van de radio 1 NPO uitzending van EenVandaag na het NOS journaal van 18.00 uur de onder b. bedoelde tekst op de radio goed verstaanbaar en in normaal tempo uit te laten spreken, een ander zonder enig commentaar;

  4. Avrotros wordt bevolen om binnen twee werkdagen na de betekening van dit vonnis op alle websites van AVROTROS gedurende zeven dagen aaneensluitend de onder b. bedoelde tekst op de Home pagina aan het begin op de website/bovenin te paatsen, waarbij dezelfde bovenkast en onderkast gebruikt worden als in de aankondiging van de bestreden uitzending, een en ander zonder enig commentaar;

  5. het onder a. tot en met d. gestelde wordt toegewezen onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag, of een gedeelte van een dag, dat Avrotros in gebreke blijft met nakoming van één van het onder a. tot en met d. gevorderde;

  6. Avrotros wordt veroordeeld om binnen twee werkdagen na de betekening van dit vonnis aan [eiser] te betalen een voorschot van € 10.000,= wegens immateriële schadevergoeding, te voldoen op de derdenrekening van de raadsman van [eiser] ;

  7. de voorzieningenrechter een zodanige beslissing neemt als deze in goede Justitie meent te behoren;

  8. Avrotros (kennelijk abusievelijk is in de dagvaarding [A] vermeld, vzr) wordt veroordeeld in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente,

  9. Avrotros wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure.

3.2.

[eiser] heeft daartoe gesteld dat Avrotros onrechtmatig jegens haar gehandeld heeft door in de uitzending een foute voorstelling van zaken te geven, kritiekloos de geïnterviewden aan het woord te laten, een valse hoedanigheid van geïnterviewden [B] en [C] te vermelden, essentiële feiten niet te hebben vermeld en bewust geen hoor en wederhoor te hebben toegepast. [eiser] stelt recht op en spoedeisend belang bij het gevorderde te hebben teneinde de geleden en nog te lijden schade vanwege de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en de aantasting van de eer en goede naam c.q. reputatie van [eiser] te beperken.

3.3.

Avrotros voert verweer met conclusie tot afwijzing van het gevorderde en met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

3.4.

Avrotros heeft daartoe aangevoerd dat [eiser] de door hem gestelde onrechtmatigheid heeft onderbouwd door de in de uitzending getoonde uitlatingen van [A] en [B] en [C] uit zijn verband te rukken en aan te vullen met zijn eigen eenzijdige en ongenuanceerde visie op het geschil. Dit doet geen recht aan de inhoud van de uitzending. Avrotros heeft het recht om ook de kant van het verhaal van [A] te vertellen ondersteund door de mening van [B] en [C] . Het is vervolgens aan de kijker om een oordeel te vormen over het conflict tussen [eiser] en [A] .

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Gelet op de aard van de vorderingen heeft [eiser] een voldoende spoedeisend belang om in zijn vorderingen in kort geding te worden ontvangen.

4.2.

In deze zaak gaat het om een botsing van fundamentele rechten. Dit betreft enerzijds het recht van [eiser] op eerbiediging van de eer en goede naam door niet op lichtzinnige wijze te worden blootgesteld aan ernstige verdachtmakingen en beschuldigingen die gebaseerd zijn op onjuiste dan wel onvolledige feiten of suggesties. Anderzijds betreft dit het belang van Avrotros om door het uitzenden van het item in haar nieuws- en actualiteitenprogramma EenVandaag van 12 augustus 2017 aandacht te kunnen vragen voor een ander geluid in het conflict tussen [eiser] en [A] .

4.3.

Het antwoord op de vraag welk van deze beide rechten in het concrete geval zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval. Bij deze afweging geldt niet als uitgangspunt dat voorrang toekomt aan het door artikel 10 Gw en artikel 8 EVRM gewaarborgde recht. Voor de door artikel 7 Gw en artikel 10 EVRM beschermde rechten geldt hetzelfde. Dit brengt met zich dat het hier niet gaat om een in twee fasen te verrichten toetsing (aldus dat eerst aan de hand van de omstandigheden moet worden bepaald welk van beide rechten zwaarder weegt, waarna vervolgens nog moet worden beoordeeld of de noodzakelijkheidstoets als neergelegd in artikel 8 lid 2 respectievelijk 10 lid 2 EVRM zich verzet tegen het resultaat van die afweging), maar dat deze toetsing in één keer dient te geschieden, waarbij het oordeel dat een van beide rechten, gelet op alle ter zake dienende omstandigheden, zwaarder weegt dan het andere recht, meebrengt dat de inbreuk op het andere recht voldoet aan de noodzakelijkheidstoets van het desbetreffende lid 2 (zie HR 18 januari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB3210 [achternaam] / [achternaam] ; HR 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9230, Endemol en SBS/A). Welk belang - het recht op vrije meningsuiting of het recht op bescherming van de eer en goede naam - in het concrete geval zwaarder weegt, hangt zoals gezegd af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij is onder meer relevant (i) de aard van de gepubliceerde uitlatingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die uitlatingen betrekking hebben, (ii) de ernst - bezien vanuit het algemeen belang - van de misstand die aan de kaak wordt gesteld, (iii) de mate waarin de uitlatingen steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal ten tijde van de publicatie, (iv) de totstandkoming en inkleding van de uitlatingen, (v) het gezag dat het medium waarop de uitlatingen zijn gepubliceerd geniet en (vi) de maatschappelijke positie van de betrokken persoon. Genoemde omstandigheden wegen niet allen even zwaar. Welke omstandigheden van toepassing zijn en welk gewicht daaraan moet worden gehecht, hangt af van het concrete geval.

4.4.

Avrotros heeft in het programma [A] een podium gegeven om, ondersteund door [C] en [B] , zijn kant van het verhaal te vertellen, waarbij [eiser] geen wederhoor is gegund.

4.5.

Avrotros heeft ter zitting als reden voor deze keuze aangevoerd dat [eiser] en/of zijn raadsman reeds vele jaren herhaaldelijk en ook zeer recentelijk nog uitgebreid in de gelegenheid zijn/is geweest om de kant van [eiser] toe te lichten.

4.6.

Anders dan [eiser] lijkt te betogen bestaat er geen absoluut recht op hoor en wederhoor. De door Avrotros gestelde omstandigheid dat [A] , juist anders dan [eiser] en/of zijn raadsman, niet of nauwelijks zijn standpunt in de media heeft willen toelichten, geeft Avrotros de vrijheid om zich nu exclusief op [A] te richten.

4.7.

De door Avrotros gekozen aanpak betekent wel dat de door Avrotros gepresenteerde feiten eens te meer juist dienen te zijn en een betrouwbaar beeld moeten geven van de situatie. [eiser] is immers bewust de mogelijkheid ontnomen om mogelijke onjuistheden weg te nemen danwel nuanceringen te plaatsen. Op grond van het onderstaande volgt dat Avrotros onvoldoende zorgvuldig is geweest in het aan de kijker presenteren van de relevantie feiten en daarmee ook een onbetrouwbaar beeld heeft opgeroepen van de situatie.

4.8.

In het uitgezonden item wordt (op enig moment wanneer de verslaggeefster de onder 2.19 genoemde tekst van 1:59 uitspreekt) een foto getoond waarop de huizen van [eiser] en [A] zijn afgebeeld. Op deze foto wordt een rode (gekromde) lijn getoond, waarbij wordt meegedeeld dat dit het recht van erfpad van [A] betreft dat door [eiser] zou zijn betwist. Dit is onjuist. De getoonde lijn betreft immers de zogenaamde noordlus (zie 2.2) en die is nimmer door [eiser] betwist. Voorts wordt meegedeeld dat door de betwisting van het recht van overpad [A] niet in staat zou zijn om in zijn huis te komen. Ook dit is onjuist. Het geschil over het recht van overpad heeft er nooit toe geleid dat [A] niet zijn woning kon bereiken. Deze feitelijke onjuistheden zijn niet onbelangrijk, want de opmerking van de verslaggeefster: ‘Gek, want zonder dat overpad kan [A] helemaal niet in zijn huis komen.’ geeft de kijker de geheel onterechte boodschap mee dat het in 2000 ontstane geschil over het recht van overpad juist is ontstaan omdat [eiser] het voor [A] onmogelijk wilde maken om zijn huis te bereiken. De door de presentatrice aan het begin van de uitzending gestelde vraag of [A] werkelijk de enige schuldige is in dit conflict lijkt daarmee ook direct door Avrotros zelf te zijn beantwoord. Dit laatste wordt versterkt door de eerder gedane opmerking van de verslaggeefster (zie 2.19 onder ‘verslaggeefster (0:46)’) dat zij door het gesprek met [B] en [C] een heel ander beeld heeft gekregen van het “monster van [woonplaats] ”.

4.9.

Avrotros introduceert [B] en [C] , die in de uitzending uitgebreid aan het woord worden gelaten, als buurtbewoners (zie 2.19 onder ‘verslaggeefster (0:46)’) dan wel buren van [A] (zie 2.19 onder ‘Presentatrice (0:24)’), waarmee het beeld wordt opgeroepen dat zij uit eigen waarneming kunnen verklaren over de relatie tussen [eiser] en [A] Aan de kijker wordt niet meegedeeld dat deze ‘buren’ vanaf 2015 enkele kilometers (minimaal 3,9 km hemelsbreed) van [eiser] en [A] woonachtig zijn en dat hun woning daarvoor ook niet grensde aan de percelen van [eiser] en [A] . Volgens Avrotros zelf woonden zij van 2003 tot 2015 hemelsbreed bijna een kilometer van elkaar. Het onjuiste beeld voor de kijker dat het om echte buren gaat, die ook nu nog zeer dicht bij [eiser] en [A] wonen wordt verstrekt wanneer zij, al zittend in twee stoelen in hun tuin, achterom kijken en wijzen naar het gebied achter hen, alsof zich daar direct de percelen van [eiser] en/of [A] bevinden.

4.10.

Voorts moeten er kanttekeningen worden geplaatst bij de door Avrotros gekozen beeldvorming dat [C] en [B] gewone buurtbewoners zijn die niet kunnen leven met het in de media geschetste negatieve beeld van [A] . Niet wordt gemeld dat zij vrienden van de zoon van [A] zijn. Daarnaast heeft [eiser] onweersproken gesteld dat Avrotros in 2009 zelf (op verzoek van [eiser] ) diverse post’s op de website van EenVandaag heeft weggehaald die [B] onder diverse aliassen (als “buren” en “voormalige buren” van [eiser] en als “makelaar van [woonplaats] ”) had geplaatst en waarin hij zich diffamerend uitte over [eiser] . [B] is dus geen onbekende voor Avrotros en zijn kennelijk al jaren lopende animositeit jegens [eiser] maakt hem tot meer dan een gewone buurtbewoner.

4.11.

Ook als Avrotros wordt gevolgd in haar standpunt dat het niet aan de media is om te bepalen wie er gelijk heeft in het conflict tussen [eiser] en [A] en dat het aan de kijker is om een conclusie te trekken, geldt als uitgangspunt dat de door haar gestelde feiten en het door haar opgeroepen beeld wel juist moeten zijn. Zoals hiervoor reeds is overwogen, is dit niet het geval geweest. Dit is Avrotros des te meer aan te rekenen, nu de verslaggeefster op geen enkele wijze aan [A] of [B] en [C] een kritische vraag heeft gesteld. Sterker, de verslaggeefster lijkt geheel mee te gaan met het door [B] en [C] geschetste beeld van [A] . Volgens de verslaggeefster is er namelijk sprake van pesterijen over en weer (zie onder 2.19 ‘Verslaggeefster (4:55)’) en concludeert zij aan het einde van de uitzending dat er na 17 jaar niets is opgelost (nog steeds zou er sprake zijn van een betwisting van het recht van overpad waardoor, gelet op de eerdere opmerking van de verslaggeefster, de woning van [A] niet bereikbaar zou zijn, hetgeen dus niet juist is) terwijl [A] bovendien drie ton kwijt is. Mede gelet op de diverse rechterlijke uitspraken die hiervoor onder de vaststaande feiten zijn weergegeven en waarvan verwacht mag worden dat de verslaggeefster van Avrotros daarvan (in meer of mindere mate) op de hoogte is dan wel had moeten zijn, had een meer actieve en kritische houding verwacht mogen worden. Te meer, nu EenVandaag zoals zij zelf ook heeft gesteld, al vanaf 2009 aandacht besteedt aan het conflict tussen [eiser] en [A] .

4.12.

Op grond van het vorenstaande moet worden geconcludeerd, dat (1) in de uitzending door Avrotros ernstige feitelijke onjuistheden zijn vermeld dan wel een zeer verkeerd beeld is opgeroepen, (2) door de verslaggeefster geen enkele kritische vraag is gesteld of kanttekening is gemaakt (ook niet ten aanzien van het door de rechter in zijn vonnis als ‘op geen enkele wijze geloofwaardig’ gekwalificeerde ‘hondenverhaal’ van [A] terwijl de verslaggeefster het hondenverhaal als een feit presenteert (zie 2.14 en 2.19 ‘Verslaggeefster: 5:18)’) en (3) er feitelijk, ook omdat door Avrotros bewust is afgezien van het hoor en wederhoor van [eiser] , aan [A] , [B] en [C] een podium is verschaft om geheel ongehinderd een beeld van [eiser] te creëren als een persoon die het recht van overpad van [A] blijft betwisten (waardoor de toegang van [A] tot zijn woning nog steeds gevaar loopt) en die zich presenteert als slachtoffer terwijl hij eigenlijk een oude man als [A] pest en daarmee ook nog eens € 300.000,-- weet te incasseren. Zoals hiervoor is overwogen klopt dit mede door Avrotros van [eiser] geschetste beeld niet, hetgeen ook wordt bevestigd door de onder 2.12 genoemde mededeling van de Nationale Ombudsman. Voldoende aannemelijk is dat een bodemrechter - later oordelende - zal beslissen dat deze onjuiste beeldvorming een ongeoorloofde inbreuk oplevert op de persoonlijke levenssfeer en de eer en goede naam van [eiser] en dat de uitzending dientengevolge ook onrechtmatig jegens hem te achten is. De omstandigheid dat [eiser] veelvuldig in het nieuws is geweest met zijn kant van het verhaal doet, gelet op het vorenstaande in onderling verband en samenhang beschouwd, daar niet aan af. [eiser] heeft ook een voldoende spoedeisend belang bij een voorziening in kort geding.

4.13.

Voor wat betreft de toewijsbaarheid van het gevorderde geldt het volgende.

4.13.1.

[eiser] heeft voldoende recht op en spoedeisend belang bij toewijzing van het onder 3.1 onder a. gevorderde, met dien verstande dat dit zal worden beperkt tot de website van EenVandaag zelf, nu niet gesteld of gebleken is dat er op andere websites van Avrotros en/of haar social media accounts, zoals Facebook en Twitter, uitlatingen over [eiser] gedaan zijn die gelijk te stellen zijn aan de onrechtmatig geachte uiting gedaan in het onder 2.19 bedoelde item. Weliswaar geldt dat niet elke zin in de uitzending als onrechtmatig jegens [eiser] moet worden geacht, maar gelet op de opbouw van het item ‘Het monster van [woonplaats] ’ spreekt en de samenhang van hetgeen over [eiser] gesteld wordt, is er reden dat het gehele item van de website wordt gehaald. Het beroep van Avrotros op haar archieffunctie verzet zich niet tegen toewijzing, nu de uitzending in ieder geval voor het overgrote deel als onrechtmatig jegens [eiser] wordt beschouwd.

De voorzieningenrechter vertrouwt er op dat Avrotros dit item niet vervolgens op een van haar andere ter beschikking staande websites zal (doen) plaatsen en of op haar social media accounts.

4.13.2.

De onder 3.1. onder b. gevorderde rectificatie in de uitzending van EenVandaag komt niet voor toewijzing in aanmerking, nu deze vordering, zoals die in de dagvaarding is geformuleerd, de voorzieningenrechter bovenmatig voorkomt.

4.13.3.

Het onder 3.1. onder c. gevorderde komt niet voor toewijzing in aanmerking, nu Avrotros onweersproken heeft gesteld dat EenVandaag niet een dergelijke uitzending heeft.

4.13.4.

Het onder 3.1. onder d. gevorderde zal worden toegewezen voor zover dit de website van EenVandaag zelf betreft, met dien verstande dat [eiser] opnieuw niet wordt gevolgd in de door hem gevorderde rectificatietekst, nu deze de voorzieningenrechter ook hier bovenmatig voorkomt. De voorzieningenrechter acht wel de hierna te bepalen rectificatie (zie 5.3) op zijn plaats.

Avrotros heeft gesteld dat de wijze van rectificatie dient te passen binnen de structuur van de website, maar zij heeft niet aangegeven wat de (on)mogelijkheden daarvan zijn. De (enkele) mededeling dat op de website van EenVandaag ‘op de voorpagina nieuwsitems geplaatst’ worden ‘met grote foto’ en dat er dan zal kunnen worden doorgeklikt naar de achterliggende tekst, is daarvoor onvoldoende. De vordering zal dan ook in na te melden zin worden toegewezen.

4.13.5.

De onder 3.1. onder e. gevorderde dwangsom zal in na te melden zin worden gematigd en gemaximeerd.

4.13.6.

De onder 3.1. onder f. gevorderde immateriële schade zal worden afgewezen. Onvoldoende aannemelijk is dat [eiser] de uitkomst van een bodemprocedure niet kan afwachten, terwijl ook de hoogte van de schade op geen enkele wijze nader is onderbouwd.

4.13.7.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om zelf, zoals onder 3.1. onder g. wel is gevraagd, nog een nadere ordemaatregel te formuleren.

4.13.8.

Avrotros zal als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, de nakosten daaronder begrepen. Het onder 3.1 onder h. en i. gevorderde komt dan ook in na te melden zin voor toewijzing in aanmerking, waarbij de kosten, uitgezonderd de nakosten, aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- betekening oproeping € 102,10

- griffierecht 287,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.205,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt Avrotros om binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis te (doen) bewerkstelligen dat het onder 2.19 bedoelde item over [eiser] verwijderd wordt van haar website EenVandaag;

5.2.

beveelt dat Avrotros binnen twee werkdagen na betekening van dit vonnis (alle fragmenten van) de onder 2.19 bedoelde uitzending (alsmede al haar publicaties waarin dezelfde/soortgelijke uitingen worden gedaan) verwijderd worden (gehouden) uit de zoekresultaten van Google, YouTube, Bing, Yahoo, Facebook en Linkedln. Dit dient te geschieden door middel van het aanschrijven van deze zoekmachines, met verstrekking van afschriften van de verzoeken daartoe aan (de raadsman van) [eiser] ;

5.3.

beveelt Avrotros om binnen twee werkdagen na de betekening van dit vonnis op de startpagina van de website van EenVandaag, gedurende zeven dagen aaneensluitend, de volgende mededeling te plaatsen:

“RECTIFICATIE

Op 12 augustus 2017 heeft Avrotros in het televisieprogramma EenVandaag aandacht besteed aan het conflict tussen de familie [achternaam van eiser] en de heer [A] . De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft bij vonnis in kort geding van 9 oktober 2017 geoordeeld dat wij dit op een onjuiste en onzorgvuldige wijze gedaan hebben en daarmee onrechtmatig ten opzichte van [eiser] gehandeld hebben.

Directie Avrotros.”

waarbij dezelfde bovenkast en onderkast gebruikt worden als in de aankondiging van de bestreden uitzending, een en ander zonder wijziging en commentaar. De mededeling dient gedurende voormelde periode direct te worden getoond bij het bezoeken van de bewuste website.

5.4.

veroordeelt Avrotros om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 2.500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan (een van) de hiervoor genoemde bevelen voldoet;

5.5.

bepaalt dat uit hoofde van dit vonnis niet meer dwangsommen worden verbeurd dan een bedrag van € 50.000,00,

5.6.

veroordeelt Avrotros in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.205,10,

5.7.

veroordeelt Avrotros in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Avrotros niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en (maximaal) € 77,39 aan explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten vanaf de vijftiende dat na betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman bijgestaan door mr. T. Stokvis als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2017.