Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:5061

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-09-2017
Datum publicatie
23-10-2017
Zaaknummer
C/16/441571 / KG ZA 17-484
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Inbreuk op handelsnaam "Puur"

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/441571 / KG ZA 17-484

Vonnis in kort geding van 22 september 2017

in de zaak van

[eiseres] ,

handelende onder de naam [handelsnaam],

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. L.E. van Lunteren te Zeewolde,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. I. Lieberwerth te Amersfoort.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van eiseres.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eiseres voert een onderneming die zich bezighoudt met het begeleiden en verzorgen van uitvaarten. Zij is op 11 november 2010 ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel onder de handelsnaam “ [handelsnaam] ”, en is op 15 november 2010 gestart met haar activiteiten. Zij maakt gebruik van de domeinnaam www. [...] .nl.

2.2.

Gedaagde sub 1 is opgericht op 17 oktober 2016, en is op die datum ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel onder de handelsnaam “ [gedaagde sub 1] ”. Zij houdt zich bezig met stervens-, uitvaart- en rouwbegeleiding, en maakt daarbij gebruik van de domeinnaam www. [naam van gedaagde sub 1] .nl. Gedaagden sub 2 en 3 zijn de vennoten van gedaagde sub 1.

3 Het geschil

3.1.

Eiseres vordert samengevat - dat de voorzieningenrechter:

1. gedaagden veroordeelt om elk gebruik van de aanduiding puur in hun handelsnamen of anderszins, te staken en gestaakt te houden,

2. gedaagden veroordeelt de statutaire handelsnaam op eigen kosten zodanig te wijzigen dat daarin de aanduiding ‘ puur ’ niet meer voorkomt,

3. gedaagden beveelt om de openbaarmaking van een domeinnaam www. [naam van gedaagde sub 1] .nl te staken en gestaakt te houden,

4. aan overtreding van het onder 1 tot en met 3 bepaalde een dwangsom verbindt,

5. gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv.

3.2.

Gedaagden voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kern van de onderhavige zaak is of gedaagden (hierna in enkelvoud aan te duiden als: gedaagde) inbreuk maken op de door eiseres gevoerde handelsnaam. Toetsingskader daarvoor is artikel 5 van de Handelsnaamwet, dat bepaalt dat het verboden is een handelsnaam te voeren die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard van beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is.

4.2.

Partijen verschillen niet van mening over het feit dat eiseres haar handelsnaam eerder is gaan voeren dan gedaagde haar handelsnaam, en dat eiseres haar handelsnaam ook rechtmatig heeft gevoerd. Wel betwist gedaagde dat de handelsnamen overeenstemmen, en dat dat er dientengevolge verwarringsgevaar bestaat.

4.3.

De voorzieningenrechter constateert dat beide handelsnamen bestaan uit drie woorden en beginnen met het woord “ puur . In zoverre stemmen deze handelsnamen overeen. Het tweede woord van de handelsnaam is “ [tweede woord van handelsnaam] ” (eiseres) en “ [tweede woord naam VOF] ” (gedaagde), en begint derhalve met dezelfde letter. Voor het overige is er slechts een geringe auditieve overeenstemming (de o-klank in beide woorden) en geen begripsmatige overeenstemming. Het derde woord van de handelsnamen (“ [derde woord van handelsnaam] ” (eiseres)) en “ [derde woord naam VOF] ” (gedaagde)) verschillen auditief van elkaar maar hebben wel een begripsmatige overeenstemming, omdat deze allebei verwijzen naar het proces van het afscheid nemen van een overledene .

4.4.

Het kenmerkende bestanddeel van beide handelsnamen is het woord “ puur ”. Niet alleen omdat de handelsnamen daarmee beginnen, maar ook omdat de overige woorden van de handelsnaam zuiver beschrijvend van aard zijn. Gedaagde heeft gesteld dat hetzelfde geldt voor het woord puur , maar de voorzieningenrechter volgt haar daarin niet. Dit woord komt maar in een beperkt deel van de handelsnamen van uitvaartorganisaties voor (4 à 5, en dan over het land verspreid). Het kan zijn dat meer uitvaartorganisaties op hun websites het woord “ puur ” gebruiken, maar dat betekent niet dat klanten, die maar in beperkte mate met uitvaartorganisaties te maken hebben, dit woord zo sterk associëren met dergelijke organisaties dat het beschrijvend van aard is geworden.

4.5.

Geconcludeerd moet dus worden dat beide handelsnamen beginnen met hetzelfde woord, welk woord in beide handelsnamen het kenmerkende bestanddeel vormt. Verwacht mag worden dat dat woord ‘ puur ’ meer bij het publiek zal blijven hangen dan de overige, beschrijvende bestanddelen.

Partijen verschillen van mening of zij precies dezelfde activiteiten verrichten, maar vastgesteld moet worden dat zij in ieder geval overlappende activiteiten hebben, namelijk uitvaartverzorging (zie ook de inschrijving van beide ondernemingen in de Kamer van Koophandel).

Het werkgebied van partijen vertoont eveneens een overlap: zij hebben beide klanten in [plaatsnaam] en [plaatsnaam] . En eiseres verzorgt voor haar klanten ook regelmatig crematies in [plaatsnaam] , nu [plaatsnaam] geen crematorium heeft, en zij daarvoor moet uitwijken naar [plaatsnaam] of [plaatsnaam] .

4.6.

Gelet op deze overlap in activiteiten en werkgebied acht de voorzieningenrechter aannemelijk dat het gevaar bestaat dat het publiek vanwege de geringe afwijkingen tussen beide handelsnamen, de ondernemingen van partijen met elkaar zal verwarren. Dat de logo’s die eiseres en gedaagde hanteren van elkaar afwijken, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende om dit gevaar weg te nemen, omdat klanten en leveranciers vooral met de handelsnaam zullen worden geconfronteerd zonder deze visuele aspecten (bijvoorbeeld bij mond-op-mond-reclame, het zoeken op internet naar een uitvaartorganisatie en het hebben van e-mailcontact met de ondernemingen van partijen).

4.7.

Dat gevaar voor verwarrings bestaat wordt bevestigd door het feit dat er in de praktijk ook verwarring heeft plaatsgevonden. Als productie 3 heeft eiseres een factuur van een mortuariumbeheersorganisatie overgelegd (CMO) die bestemd was voor gedaagde maar kennelijk per e-mail aan eiseres is verzonden. Als productie 4 heeft zij een e-mail overgelegd van [bedrijfsnaam] , die eveneens bedoeld was voor gedaagde maar is verzonden aan eiseres. Gedaagde stelt dat dit slechts een gevolg is van fouten bij het invoeren van het e-mailadres en niet van verwarring, maar de voorzieningenrechter volgt haar daarin niet. De handelsnaam maakt in beide gevallen deel uit van de door partijen gebruikte domeinnamen en (daarmee tevens) van de e-mailadressen van de ondernemingen van partijen (info@ [...] .nl en info@ [naam van gedaagde sub 1] .nl). Juist doordat beide handelsnamen beginnen met hetzelfde (en kenmerkende) woord “ puur ” wordt van de verzender extra oplettendheid vereist, indien (zoals hier kennelijk het geval was) beide ondernemingen in het e-mailbestand van de verzender zijn opgenomen. Als dan de verkeerde wordt geselecteerd, kan wel degelijk worden gesproken van verwarring.

4.8.

Het voorgaande leidt tot het voorshands oordeel dat gedaagde met haar handelsnaam inbreuk maakt op de handelsnaam van eiseres. De vorderingen zijn dan ook in beginsel toewijsbaar. Dit geldt ook voor zover de vordering betrekking heeft op de door gedaagde gebruikte domeinnaam www. [naam van gedaagde sub 1] .nl, nu deze volledig overeenkomt met haar (inbreukmakend geoordeelde) handelsnaam en gebruikt wordt ter aanduiding van de bedrijfsactiviteiten van haar onderneming, zodat het gebruik van de domeinnaam geldt als het voeren van een handelsnaam als bedoeld in artikel 5 Handelsnaamwet.

4.9.

De gevorderde dwangsom zal wel worden beperkt op de wijze als in het dictum is vermeld.

4.10.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. Eiseres heeft proceskostenveroordeling gevorderd overeenkomstig artikel 1019h Rv. Gedaagde heeft hiertegen als verweer aangevoerd, (i) dat eiseres de gevorderde kosten niet heeft gemaakt, omdat deze door een rechtsbijstandsverzekeraar worden gedragen, en (ii) dat eiseres ten onrechte het specialistentarief van € 245,-- hanteert in plaats van het gebruikelijke tarief van € 150,-- per uur.

4.11.

De omstandigheid dat de proceskosten van eiseres worden gedekt door een rechtsbijstandsverzekering, betekent niet dat er geen sprake is van vermogensschade op dit punt. Dit geldt in het bijzonder in het onderhavige geval, nu eiseres onweersproken heeft gesteld dat de rechtsbijstandsverzekeraar van eiseres haar verplicht om de volledige proceskosten in te vorderen, en dat een eventuele proceskostenveroordeling volledig toekomt aan de rechtsbijstandsverzekeraar.

4.12.

De voorzieningenrechter volgt gedaagde ook niet in haar standpunt dat de gemaakte proceskosten te hoog zijn in verband met een te hoog uurtarief. Het totaal gevorderde bedrag (€ 10.890,25) valt ruim onder het maximum-indicatietarief voor een normaal IE-kort geding (€ 15.000,--; zie het Indicatietarievenbesluit in IE-zaken 2017), waartoe dit kort geding moet worden gerekend. De kosten aan de zijde van eiseres worden dan ook begroot op:

- dagvaarding € 0,00

- griffierecht 618,00

- salaris advocaat 10.890,25

Totaal € 11.508,25

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt gedaagden om binnen vier weken na betekening van dit vonnis elk gebruik van de aanduiding “ puur ” in hun handelsnaam te staken en gestaakt te houden,

5.2.

veroordeelt gedaagden om binnen vier weken na betekening van dit vonnis op eigen kosten de statutaire handelsnaam van hun onderneming en de inschrijving van hun handelsnaam in het handelsregister zodanig te wijzigen dat daarin de aanduiding “ puur ” niet meer voorkomt,

5.3.

beveelt gedaagden om binnen vier weken na betekening van dit vonnis de openbaarmaking van de domeinnaam www. [naam van gedaagde sub 1] .nl te staken en gestaakt te houden,

5.4.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, in die zin dat indien de één betaalt de anderen daarvan zullen zijn bevrijd, om aan eiseres een dwangsom te betalen van € 500,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hiervoor uitgesproken hoofdveroordelingen voldoen, tot een maximum van € 15.000,-- is bereikt,

5.5.

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, in die zin dat indien de één betaalt de anderen daarvan zullen zijn bevrijd, in de proceskosten, te betalen binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 11.508,25,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Burgers, bijgestaan door mr. W.A. Visser als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2017.1

1 type: WV (4208)