Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:4972

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-10-2017
Datum publicatie
23-10-2017
Zaaknummer
5713680 UC EXPL 17-2369
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Behandelaar vordert betaling door zorgverzekering na werkzaamheden te hebben uitgevoerd in opdracht van EuroPsyche. Voor faillissement EuroPsyche verliepen betalingen via haar. Verkeerde partij gedagvaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 5713680 UC EXPL 17-2369 SW/1581

Vonnis van 11 oktober 2017

inzake

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiseres] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. H. Loonstein,

tegen:

de naamloze vennootschap

Achmea Zorgverzekeringen N.V.,

gevestigd te Leiden ,

verder ook te noemen Achmea Zorgverzekeringen N.V. ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. I. Punt.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 3 januari 2017;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is werkzaam als vrijgevestigd ECP-therapeut. Zij had een raamovereenkomst gesloten met Stichting EuroPsyche, een GGZ-instelling. Op grond van deze raamovereenkomst sloot [eiseres] , steeds indien er een behandeling ten aanzien van een patiënt werd gestart, een overeenkomst van opdracht met EuroPsyche . Hiervoor mocht [eiseres] een uurtarief bij EuroPsyche in rekening brengen. EuroPsyche declareerde de zorgkosten vervolgens bij de zorgverzekeraars. Zodra die tot vergoeding waren overgegaan, werden de declaraties van [eiseres] betaald door EuroPsyche .

2.2.

[eiseres] heeft in de periode 2011/2012 onder meer de volgende patiënten onder behandeling gehad: mevrouw [patiënt 1] , de heer [patiënt 2] , mevrouw [patiënt 3] en mevrouw [patiënt 4] , die ieder waren verzekerd binnen het Achmea zorgconcern .

2.3.

Achmea Zorg en EuroPsyche hebben op 15 januari 2012 een schriftelijke ‘Betaalovereenkomst’ gesloten, waarin het volgende is opgenomen:

‘Betaalovereenkomst

Achmea Zorg – GGZ Instelling

In zake de declaraties Geestelijke Gezondheidszorg

De partijen:

A. Achmea Zorg :

  • -

    Zilveren Kruis Achmea Zorgverzekeringen N.V. (tevens voor DVZ)

  • -

    Interpolis Zorgverzekeringen N.V.

  • -

    OZF Zorgverzekeringen N.V.

  • -

    Avéro Achmea Zorgverzekeringen N.V.

  • -

    Achmea Zorgverzekeringen N.V.

  • -

    FBTO Zorgverzekeringen

hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [directeur] , directeur

en

B. GGZ Instelling : Stichting EuroPsyche

(…)’

In de Betaalovereenkomst is overeengekomen dat EuroPsyche declaraties met betrekking tot de GGZ die is uitgevoerd bij verzekerden van Achmea Zorg , rechtstreeks aan Achmea Zorg kan aanleveren. Er wordt vervolgens uitbetaald op basis van het in de polisvoorwaarden vastgestelde restitutietarief. In artikel 6 lid 4 is bepaald dat het EuroPsyche niet is toegestaan om te declareren namens een andere zorgaanbieder die niet is genoemd in het persoonsgebonden deel van de Betaalovereenkomst. [eiseres] is hierin niet genoemd.

2.4.

Bij brief van 10 februari 2012 heeft Achmea Zorg aan EuroPsyche geschreven dat zij een risicoanalyse/verkennend onderzoek zal uitvoeren omdat er signalen zijn binnengekomen over de werk- en declaratiewijze van EuroPsyche . EuroPsyche lijkt enkel een factureringspartij, in plaats van de hoofdbehandelaar. Achmea Zorg heeft haar betalingen aan EuroPsyche opgeschort.

2.5.

EuroPsyche is op 5 juni 2012 in staat van faillissement verklaard. Op dat moment waren niet alle door EuroPsyche gedeclareerde zorgkosten door Achmea Zorg voldaan.

2.6.

De curator heeft op 17 december 2012 met [eiseres] een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin is opgenomen dat de curator de DBC-vorderingen die EuroPsyche meent te hebben op de zorgverzekeraars ten aanzien van de behandelingen die [eiseres] heeft uitgevoerd, weer ter beschikking stelt van [eiseres] .

2.7.

[eiseres] heeft op 28 december 2012 de volgende facturen opgesteld op naam van Zilveren Kruis/Achmea :

Patiënt DBC Bedrag

[patiënt 1] 15-9-11 / 23-4-12 € 1.979,39

[patiënt 2] 18-5-11 / 14-5-12 € 3.849,95

[patiënt 3] 30-6-11 / 15-3-12 € 1.982,45

[patiënt 4] 9-9-11 / 4-6-12 € 1.979,39

2.8.

Deze facturen zijn niet betaald.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Achmea Zorgverzekeringen N.V. veroordeelt tot betaling van € 10.655,74 (bestaande uit € 9.791,18 aan hoofdsom en € 864,56 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 9.791,18 vanaf 5 juni 2012 tot de voldoening en met veroordeling van Achmea in de proceskosten.

3.2.

[eiseres] legt - kort gezegd - aan haar vordering ten grondslag dat zij haar behandelingen van de verzekerden van Achmea Zorgverzekeringen N.V. heeft gedeclareerd, omdat EuroPsyche dit recht aan haar heeft gecedeerd. Achmea Zorgverzekeringen N.V. heeft deze facturen ten onrechte onbetaald gelaten, terwijl zij wel altijd de declaraties van Europsyche heeft betaald, die dezelfde zorg betroffen.

3.3.

Achmea Zorgverzekeringen N.V. voert verweer. Volgens haar moet [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vorderingen worden verklaard omdat zij de verkeerde rechtspersoon heeft gedagvaard. Achmea Zorgverzekeringen N.V. stelt dat zij slechts aanvullende ziektekostenverzekeringen aanbiedt, en om die reden niet is aan te merken als een zorgverzekeraar in de zin van artikel 1 aanhef en onder b Zorgverzekeringswet (Zvw). Uit de door [eiseres] overgelegde correspondentie blijkt dat zij een beroep doet op de basisverzekering als bedoeld in de Zorgverzekeringswet. Mogelijk zijn de cliënten van [eiseres] verzekerd bij Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V ., met wie [eiseres] voorafgaand aan deze procedure ook heeft gecorrespondeerd. In dat geval had zij Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V . moeten dagvaarden. Indien [eiseres] een beroep doet op een aanvullende ziektekostenverzekering, laat zij na om aan te geven welke verzekering dat dan is. Ook indien de cliënten van [eiseres] bij Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V . verzekerd waren en indien [eiseres] om die reden (toch) Achmea Zorgverzekeringen N.V. zou kunnen aanspreken, dient de vordering te worden afgewezen omdat i) geen sprake is van een rechtsgeldige cessie aan [eiseres] , ii) de vorderingen nooit bij Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V . zijn ingediend zodat deze verjaard zijn, en iii) omdat [eiseres] geen gekwalificeerd hoofdbehandelaar is, om welke reden de door haar geleverde zorg niet voor vergoeding op grond van de basisverzekering in aanmerking komt.

4 De beoordeling

4.1.

Tegen de stelling van Achmea Zorgverzekeringen N.V. dat [eiseres] de verkeerde partij heeft gedagvaard brengt [eiseres] het volgende in. Achmea Zorgverzekeringen N.V. is partij bij de in het voorgaande onder punt 2.3. geciteerde Betaalovereenkomst van 15 januari 2012. De enkele omstandigheid dat Achmea Zorgverzekeringen N.V. partij bij die overeenkomst is maakt reeds duidelijk dat zij (ook) op het gebied van de zorg actief is. De wirwar van Achmea ‑rechtspersonen en de onduidelijke structuur komen voor rekening en risico van Achmea Zorgverzekeringen N.V. , en deze kunnen niet aan [eiseres] worden tegengeworpen. In ieder geval behoren Achmea Zorgverzekeringen N.V. en Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V . tot dezelfde groep. Als Achmea Zorgverzekeringen N.V. wordt veroordeeld dan is zij ook in staat om intern de claim bij een gelieerde rechtspersoon neer te leggen. Er zijn ongetwijfeld rekening-courantverhoudingen tussen diverse rechtspersonen. [eiseres] legt voorts een overzicht over van EuroPsyche , waarin ook Achmea Zorgverzekeringen N.V. wordt vermeld.

4.2.

Bij conclusie van dupliek handhaaft Achmea Zorgverzekeringen N.V. haar standpunt. Zij wijst erop dat de financiering van de basisverzekering en van een aanvullende verzekering op geheel andere wijze plaatsvindt, om welke reden het niet juist is dat intern een claim bij een gelieerde rechtspersoon kan worden neergelegd of dat er rekening-courantverhoudingen tussen de verschillende rechtspersonen zijn.

4.3.

De kantonrechter overweegt het volgende.

[eiseres] baseert haar vordering op aan haar gecedeerde vorderingen die de door haar behandelde cliënten op hun verzekeraar hebben. Het had daarom ten eerste op haar weg gelegen te stellen op welke verzekeringen die vorderingen berusten. [eiseres] heeft niet gesteld dat het voor haar niet mogelijk is gebleken die gegevens te achterhalen. Ook overigens is aannemelijk dat deze gegevens gemakkelijk (ook achteraf) door haar verkregen hadden kunnen worden. Het gaat immers om door haarzelf behandelde cliënten. Zij heeft die gegevens daarom ten onrechte niet gesteld en evenmin stukken daarvan overgelegd. Nu zij niet heeft voldaan aan haar stelplicht dat haar cliënten bij Achmea Zorgverzekeringen N.V. verzekerd zijn geweest (en evenmin dat de door haar gegeven behandelingen onder de dekking van die verzekeringen vallen) is haar vordering in beginsel niet toewijsbaar.

4.4.

[eiseres] zou mogelijk toch in haar vordering tegen Achmea Zorgverzekeringen N.V. kunnen worden ontvangen indien sprake is van misbruik door Achmea Zorgverzekeringen N.V. van het identiteitsverschil met bijvoorbeeld Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V ., waardoor [eiseres] is benadeeld doordat zij met betrekking tot dat identiteitsverschil in verwarring is gebracht.

4.5.

De kantonrechter volgt [eiseres] hierin niet, en wel op grond van de volgende omstandigheden:

  1. (zoals reeds overwogen:) het is aannemelijk dat het voor [eiseres] mogelijk is (geweest) om op eenvoudige wijze na te gaan op grond van welke verzekering bij welke rechtspersoon vergoeding van de verleende zorg zou moeten plaatsvinden, maar zij heeft kennelijk nagelaten hiernaar onderzoek te doen. Dit komt voor haar rekening en risico;

  2. [eiseres] heeft met betrekking tot haar declaraties voor deze cliënten niet met Achmea Zorgverzekeringen N.V. gecorrespondeerd, maar met Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V . Zij heeft niet uiteengezet waarom zij uiteindelijk niet Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V ., maar Achmea Zorgverzekeringen N.V. heeft gedagvaard. Dat op de brieven van Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V . in een voettekst (in een zeer klein lettertype) zowel Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V ., Achmea Zorgverzekeringen N.V. als Zilveren Kruis Ziektekostenverzekeringen N.V. zijn vermeld legt weinig gewicht in de schaal; bovenaan de brief is immers een heel duidelijk een logo "Zilveren Kruis " opgenomen en de brief is ondertekend met "Met vriendelijke groet, Zilveren Kruis (…) klachtencoördinator";

  3. op het door [eiseres] overgelegde overzicht per cliënt van de openstaande bedragen (productie 6 bij dagvaarding), welk overzicht naar de kantonrechter aanneemt door haarzelf is opgesteld, is als zorgverzekeraar vermeld " zilverenkruis " dan wel " Zilverenkruis / Achmea " en niet Achmea Zorgverzekeringen N.V. ;

  4. op de betaalovereenkomst zijn als partij "A. Achmea Zorg " zes (naamloze) vennootschappen vermeld, waaronder zowel Zilveren Kruis Achmea Zorgverzekeringen N.V. als Achmea Zorgverzekeringen N.V. ; [eiseres] heeft niet uiteengezet waarom zij er nu juist voor gekozen heeft om Achmea Zorgverzekeringen N.V. in deze procedure aan te spreken, en niet de op haar eigen overzicht vermelde verzekeraar Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V .;

  5. de gemachtigde van [eiseres] heeft Achmea Zorgverzekeringen N.V. aangeschreven (productie 5 bij dagvaarding); zij heeft niet gesteld wat de reactie daarop is geweest, zodat aangenomen kan worden dat een dergelijke reacties is uitgebleven. Ook aan die omstandigheid kan [eiseres] dus niet het vertrouwen ontlenen dat in deze zaak Achmea Zorgverzekeringen N.V. haar wederpartij is;

  6. [eiseres] beroept zich op een door haar overgelegd overzicht van EuroPsyche van 23 maart 2012 (productie 2 bij dagvaarding), op welk overzicht onder het kopje " Achmea " (ook) Achmea Zorgverzekeringen is vermeld. Nu iedere nadere toelichting op deze stelling ontbreekt gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Hier komt nog bij dat onder dit kopje ook " Zilveren Kruis Achmea " is vermeld;

  7. ten slotte acht de kantonrechter van belang dat [eiseres] voordat zij deze procedure aanhangig maakte voorzien was van professionele rechtsbijstand.

4.6.

[eiseres] heeft dus de verkeerde rechtspersoon gedagvaard, om welke reden zij in haar vordering niet‑ontvankelijk moet worden verklaard.

4.7.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

4.8.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn.

4.9.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vordering;

5.2.

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Achmea , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 600,- aan salaris gemachtigde, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.3.

veroordeelt [eiseres] , onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door Achmea volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,- aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;

5.4.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2017.