Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2017:4943

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
02-10-2017
Datum publicatie
02-10-2017
Zaaknummer
16/660005-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 55-jarige man uit Eindhoven heeft zich in de periode van 2012 tot en met 2015 in Utrecht schuldig gemaakt aan ontucht met twee jonge vrouwelijke patiënten. Ook belaagde hij de vrouwen via voicemails en e-mails toen zij het contact met hem hadden verbroken. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

Zie ook: Herstelvonnis 16/660005-16 (P), 2 oktober 2017 ECLI:NL:RBMNE:2017:6791

De man had een praktijk voor fysiotherapie, haptonomie en coaching. De twee vrouwen hadden last van fysieke en psychische klachten en waren aan zijn zorg toevertrouwd. Hij manipuleerde ze tot het ondergaan van steeds verdergaande seksuele handelingen die geen enkel behandeldoel hadden. Beide vrouwen kampen nog steeds met de psychische gevolgen.

Uit onderzoek van de psycholoog blijkt dat de man een ziekelijke stoornis heeft. Er is sprake van een ernstige depressieve stoornis in combinatie met narcistische persoonlijkheidsproblematiek. De rechtbank neemt het advies van de psycholoog over en beschouwt de man als verminderd toerekeningsvatbaar.

De rechtbank vindt het belangrijk dat de man behandeld wordt om zo de kans op herhaling te beperken. Een groot gedeelte van de straf wordt daarom voorwaardelijk opgelegd. Hierbij is ook meegewogen dat het handelen van de man privé en zakelijk flinke gevolgen voor hem heeft. Ook mag hij van de rechtbank zijn beroep niet meer uitoefenen. Gelet op het wettelijk maximum zal de rechtbank dit beroepsverbod opleggen voor vijf jaar. Verder komt de man onder reclasseringstoezicht en krijgt hij een contactverbod opgelegd met de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2017-0372
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/660005-16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 2 oktober 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1961] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] aan de [adres]

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R.E. Craenen en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. H.S.K. Jap a Joe, advocaat te Utrecht, alsmede de benadeelde partijen en hun raadsvrouw, mr. T. Cooman, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 7 juni 2013, terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg, ontucht heeft gepleegd met zijn patiënte [slachtoffer 1] ;

Feit 2: [slachtoffer 1] in de periode van 31 december 2015 tot en met 27 januari

2016 heeft belaagd;

Feit 3: in de periode van 14 april 2015 tot en met 30 december 2015, terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg, ontucht heeft gepleegd met zijn patiënte

[slachtoffer 2] ;

Feit 4: [slachtoffer 2] in de periode van 31 december 2015 tot en met 25 januari 2016 heeft
belaagd.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3.1

WAARDERING VAN HET BEWIJS

3.1.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

3.1.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde feit en heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde. De raadsvrouw acht de onder 2 en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

3.1.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Ten aanzien van feit 1:

[slachtoffer 1] heeft het volgende verklaard - zakelijk weergegeven - :
[verdachte] heeft een praktijk voor fysiotherapie, haptonomie, coaching en doet ook systemisch werk met opstellingen, in Utrecht.
Ik ben onder behandeling van [verdachte] gekomen vanwege bekkeninstabiliteit.2
Daarnaast had ik een postpartum depressie.3 Vanaf juli 2012 was ik bij hem voor haptonomie.4

In oktober of november 2012 waren we bezig met de vraag “wat veroorzaakt mijn migraine”.5 Dat was in een opstelling werkvorm. Ik zat op de grond met opgetrokken knieën met mijn armen om mijn heen. [verdachte] vroeg mij dingen als “Wat wil je dat er gebeurt?” en “Wat heb je nodig?” Ik wist niks op dat moment. Toen zei hij dat hij wel een idee had. Of ik het goed vond als hij dat zou proberen. Ik zei dat ik dat goed vond. Ik wilde graag van mijn migraine af. Hij kwam naar mij toe. Hij begon met zijn handen op mijn rug. Hij zei dat ik een grens moest stellen en van mij af moest duwen.6 Hij ging over mijn buik naar voren en omhoog. Hij kwam daarbij bij mijn borsten. Hij ging met zijn vingers over de beugel van mijn bh heen.
Ik heb toen half naar achteren geduwd. Hij zei toen iets van “Laten we het nog een keer doen en dan wil ik dat je heel duidelijk je reactie aan mij laat voelen.” Hij deed het toen nog een keer en toen heb ik hem inderdaad sneller aan de kant geduwd. De tweede keer raakte hij mij op dezelfde plaatsen aan. Hij ging over mijn billen. Ook over mijn heupen, over mijn buik en over de zijkant van mijn borsten. Zijn vingers gingen half over mijn borsten. De derde keer heb ik gezegd “Stop. Weg.” en heb hem toen heel hard van mij afgeduwd. Ik voelde dat zijn intentie anders was dan bij andere sessies.

Ik was uitbehandeld voor stressincontinentie na een bevalling. Dat was nog niet over.7
[verdachte] kon nog wel iets voor mij betekenen. We hebben een haptonomie afspraak gehad op
20 december 2012 en 4 januari 2013. In december 2012 heeft hij mij aangeraakt over mijn hele billen. Op 4 januari 2013 heeft hij met zijn vlakke hand de knip van mijn bevalling aangeraakt. Die knip zit in mijn vagina. Ik moest goed leren ontspannen zodat je de spieren goed aan kon spannen zodat de incontinentie zou verdwijnen.
Ik lag op mijn buik. Zijn rechterhand ging op mijn linker bil. Met zijn wijsvinger ging hij naar mijn vagina toe. Zijn wijsvinger ging langs mijn anus. De zijkant van zijn van zijn wijsvinger ging precies langs mijn schaamlippen. Hij ging een beetje zoeken naar de goede plek. Hij liet dan daar zijn hand rusten. Hij ging met zijn vingers wat meer bewegen om meer en minder druk te geven. Zijn hand lag op mijn onderbroek.

In het coachingtraject dat in april/mei 2013 was, hebben we verschillende begeleidingsmiddelen gedaan. Haptonomie, gesprekken, opstellingen. Ik wilde vrij worden van dingen die te maken hadden met schuld omdat ik vrouw was en dat ik eigenlijk ook niet echt vrouw mocht zijn.8
We gingen haptonomie doen om te voelen dat het gewoon oké kan zijn als een man je aanraakt en dat er verder niks ergs gebeurt. We hebben dezelfde locaties gehad zoals mijn anus en billen. Hij gaf aan dat hij mij wilde laten voelen hoe die sterke vrouwelijke energie zou voelen. Ik lag op mijn buik en had alleen mijn onderbroek aan. Hij ging met zijn hand onder mij in mijn onderbroek. Tot hij met zijn vingers ter hoogte van mijn clitoris was. Hij hield zijn hand toen even daar. Toen ging hij met zijn vingers een beetje heen en weer bewegen zodat hij daarmee mijn clitoris stimuleerde.9 Hij haalde zijn hand uit mijn onderbroek. Hij zei toen dat wat ik had gevoeld, mijn vrouwelijke energie was. Het was goed dat ik daarmee in contact was. Hij ging met zijn hand weer in mijn onderbroek en ging met zijn vingers naar mijn clitoris. Hij bewoog zijn vingers.10 Hij heeft binnen dat coachingtraject mijn borsten aangeraakt.11

Verdachte heeft het volgende verklaard - zakelijk weergegeven - :

Het klopt dat ik de borsten van [slachtoffer 1] in oktober/november 2012 heb aangeraakt. Binnen de beroepsgroep gaat het aanraken van de borsten te ver.12

Ik heb op 4 januari 2013 de knip in haar vagina aangeraakt. U vraagt mij waarom ik aan haar anus zat. Je voelt je bekken beter als het bodemgebied wordt aangeraakt en dat is het stukje aan de buitenkant van de anus. Ik had toen blote handen.13
In april/mei 2013 heb ik haar clitoris aangeraakt. Dit was in het kader van een haptonomiebehandeling.
Ik begrijp dat zij dacht dat de handelingen binnen de behandeling plaatsvonden.14

C. de Jongh heeft het volgende verklaard – zakelijk weergegeven - :
Ik ben opgenomen in het landelijke deskundigenregister op het gebied van fysiotherapie. Uit mijn CV blijkt dat ik tussen 2003 – 2014 voorzitter was van de ethiekcommissie KNGF.15 Het tijdens een werkwijze aanraken van de borsten van een vrouw is niet gepast in de fysiotherapie. Bij handelingen waarbij haptonoom en patiënt naakt zijn moet je je afvragen of er sprake is van een gelijkwaardige keuze en een duidelijke afstemming.16 Het lijkt mij buitengewoon ongepast wanneer een haptonoom tijdens de behandeling voor bekkeninstabiliteit met de blote hand de vagina aanraakt van de patiënt. Het is ook absoluut niet noodzakelijk om de vagina bij een dergelijke behandeling aan te raken.17

Bewijsoverweging

De rechtbank acht evenals de officier van justitie en de verdediging niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn vinger(s) in de vagina van aangeefster heeft gebracht (5e gedachtestreepje), zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De raadsvrouw heeft betoogd dat – kort gezegd – uit de bewijsmiddelen niet kan blijken van invloed van de behandelrelatie tussen verdachte en aangeefster op de tussen hen gepleegde seksuele handelingen. Er was sprake van een liefdesrelatie waarin het initiatief tot verdergaand intiem contact van zowel verdachte als aangeefster kwam.

Dit verweer wordt verworpen.

Ingevolge vaste jurisprudentie (HR 18 februari 1997, NJ 1997, 485) geldt als uitgangspunt

dat de strafbaarstelling in art. 249, tweede lid onder 3°, Wetboek van Strafrecht, gelet op de strekking daarvan, geldt voor alle gevallen waarin tussen de betrokkenen een relatie als in deze wetsbepaling bedoeld bestaat, en dat in zodanig geval slechts dan geen sprake is van 'ontucht plegen', wanneer die relatie bij de seksuele handelingen geen rol speelt, in die zin dat bij de patiënt of cliënt sprake is van vrijwilligheid en daarbij enige vorm van afhankelijkheid, zoals die in de regel bij een dergelijke functionele relatie in meerdere of mindere mate bestaat, niet van invloed is geweest.


Aangeefster was ten tijde van het tenlastegelegde als patiënt in behandeling bij verdachte, die in een professionele setting zijn rol als coach/fysiotherapeut/haptonoom uitoefende.
Uit de verklaring van aangeefster volgt dat zij de seksuele handelingen tussen haar en verdachte destijds binnen de behandeling plaatste. Verdachte heeft aangeven te begrijpen dat aangeefster dit zo ervoer, waarbij ter zitting is gebleken dat aangeefster het door verdachte gestelde onderscheid van de seksuele handelingen binnen of buiten de behandelrelatie slechts had kunnen afleiden doordat verdachte, zoals hij ter zitting heeft verklaard, dan kort de behandelkamer verliet. Daar komt bij dat verdachte (ter zitting) heeft erkend dat de door hem verrichte handelingen zoals weergegeven onder de gedachtestreepjes 2, 3 en 4 van feit 1 op de tenlastelegging niet voor een behandeling nodig zijn en dat hij de professionele grenzen van zijn beroep heeft overschreden. Dit wordt ook bevestigt door getuige De Jongh, die als deskundige (onder meer) heeft verklaard dat het niet noodzakelijk is om de vagina aan te raken bij een behandeling voor bekkeninstabiliteit. Voor zover in de tenlastegelegde periode het initiatief tot bepaalde door verdachte verrichte handelingen bij aangeefster zou hebben gelegen – hetgeen niet is komen vast te staan – neemt dit naar het oordeel van de rechtbank niet weg dat verdachte, gezien het toepasselijke juridisch kader zoals hierboven weergegeven, door deze handelingen te verrichten strafbaar heeft gehandeld.
Immers er was naar het oordeel van de rechtbank sprake van een afhankelijkheidsrelatie nu aangeefster ten tijde van het strafbare handelen van verdachte in behandeling bij hem was. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat de bedoelde behandelrelatie geen rol heeft gespeeld bij de door verdachte erkende seksuele handelingen. Gelet hierop treft het verweer van de raadsvrouw geen doel.

De rechtbank acht het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna onder rubriek 4 zal worden weergegeven.


Ten aanzien van feit 2:

Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 september 2017;18

- een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 27 januari 2016;19

- een proces-verbaal van bevindingen van 8 augustus 2016, inhoudende de ontvangst van een klacht van [slachtoffer 1] .20

Ten aanzien van feit 3:
[slachtoffer 2] heeft verklaard – zakelijk weergegeven -:
Ik ben in 2013 geopereerd aan een melanoom in mijn hoofd. Ik was overprikkeld en had last van hoofdpijn.21 Ik had ook last van een post depressie syndroom.22
Vanaf april 2015 was ik in het vervolgtraject met [verdachte] . [verdachte] heeft een haptonomie-, coaching-, fysiotherapie- en systemische werkpraktijk te Utrecht.23
Ik had moeite met het vertrouwen van anderen. Hij stelde voor om een oefening te doen. Het ging over vasthouden.24 [verdachte] zei dat hij een gekke neiging had en dat hij iets wilde doen. Ik voelde dat hij zijn hand op mijn rechterborst legde en ik voelde dat hij begon te knijpen en te wrijven. Hij zei dat het vreemd was, maar het was de neiging die hij had. Omdat ik toen al heel erg in het deel van de behandeling zat waar het ging over seksualiteit heb ik de behandeling niet beëindigd. Ik had het idee dat het bij de oefening hoorde. Het was zijn idee om de behandeling in te gaan over seksualiteit en intimiteit. Ik vond het aannemelijk dat ik op die vlakken inderdaad problemen had en dacht dat ik hier wel aan kon werken.25
Op 20 april 2015 ging het over de ander dichtbij laten komen. Hij zei “Waarom kom je niet eens vol op mijn lijf liggen met je kleren aan” zodat ik kon voelen dat het niet eng was om mezelf door iemand anders te laten dragen.26 We deden deze oefening. [verdachte] zoende mij ineens. Ik lag helemaal verstijfd. Hij zoende mij daarna weer.
Op 22 april 2015 heb ik een gesprek gehad met [verdachte] .27 Hij stelde voor om de oefening van 20 april 2015 opnieuw te doen. Ik moest weer op hem komen liggen om opnieuw vertrouwen te krijgen. Ik ben toen weer op hem gaan liggen en dat werd ook weer zoenen. Ik vond het heel raar en vroeg hem waarom er erotiek moest zijn om hem weer te vertrouwen als therapeut. [verdachte] zei dat het niet gek was dat er erotiek in de behandeling was. Hij zei dat hij bijscholing had gehad en dat hij alles gedaan zou hebben zoals hij het gedaan had. Hij zei dat de erotische handelingen in de haptonomie onconventioneel waren. Hij deed alsof het heel normaal was. Hij wilde dit heel graag voor mij doen omdat ik het nodig had.
17 mei 2015 was een opstellingsdag. Het was zwaar en ik was ingestort. Ik vroeg aan [verdachte] of ik even mocht gaan liggen. [verdachte] vroeg wat ik van hem nodig had. Ik zei dat ik het heel erg koud had en warm wilde worden. [verdachte] zei mij dat hij mij warmte kon geven door op mij te gaan liggen. Hij kwam op mij liggen. Hij keek mij aan en we begonnen te zoenen. Het werd tongzoenen. [verdachte] heeft mij ook in mijn oor gelikt. Onze kruizen bewogen op elkaar heen en weer. Het was erotisch, het was een andere aanraking dan hoe het in de haptonomie was. Het was niet de hand van een behandelaar.28 Hij trok ineens zijn onderkleding uit. Hij vroeg mij of ik mijn onderkleding ook uit wilde. Ik durfde dat niet. [verdachte] zei dat ik moest voelen wat mijn lijf wilde en niet zoveel moest nadenken. Hij zei dat ik dingen moest proberen en dat een ander daar soms bij moet helpen. Ik zag en voelde dat [verdachte] mijn broek losmaakte. Ik lag nog steeds op mijn rug op de behandeltafel. [verdachte] ging over mij heen liggen. Ik vond het niet lekker liggen. Ik voelde zijn kruis drukken op mijn schaambeen. Toen ik hem anders neerlegde werd ik minder geplet. Ik pakte de penis van [verdachte] vast om het anders neer te leggen. [verdachte] lag toen met zijn penis half tussen mijn benen. We maakten heupbewegingen, seksueel. [verdachte] zei tegen mij: hoe voelt je lijf. Het ging er over dat de volgende stap penetratie zou zijn.29
Op 9 juni 2015 was een spiegelopstelling. Het ging erover om jezelf letterlijk bloot te geven, als een symbool voor zijn wie je bent.30 Ik stond voor de spiegel en [verdachte] achter mij. [verdachte] deed mijn onderbroek uit en ik de zijne. [verdachte] zoende mij plotseling. Ik zei dat dit niet de bedoeling was. [verdachte] zei tegen mij dat hij me dit wilde meegeven. [verdachte] vroeg mij of ik zijn geslachtsdelen wilde vasthouden. Hij zei zoiets als “De overgave van de vrouw en voel mijn man-zijn.” Ik heb met mijn handen toen zijn ballen en penis omsloten.31
Op 23 juni 2014 zei [verdachte] dat hij mij wilde laten voelen wat liefde is. [verdachte] zei dat als je penetratie doet, je een band met elkaar vormde. Ik voelde dat zijn hand naar mijn kruis ging.
Ik vond het niet fijn dat hij met zijn hand bij mijn kruis zat. Ik zei toen ik wil niet dat je hand binnendringt, die vind ik eng. Ik zei toen misschien kan jouw kruis wel bij mij binnendringen. Hij probeerde mij te penetreren met zijn penis, maar die was half stijf dus hij ging toen met zijn eikel langs mijn kruis, vagina, wrijven.32 Ik was in de veronderstelling dat het een therapeutische setting was.
Op 4 augustus 2015 zei [verdachte] dat hij mij weer zou begeleiden als therapeut bij een opstelling. Ik zei dat ik geen zin meer had in opstellingen. We zoenden. Het waren tongzoenen en gewone zoenen. We deden onze kleding uit. Het werd proberen om te penetreren. Ik zei tegen [verdachte] dat ik niet wist wat er allemaal gebeurde. [verdachte] zei dat het heel bijzonder was. Het was bijzonder omdat het leek alsof het een opstelling had, maar we hadden seks.
We bespraken of we de tijd moesten nemen om de penetratie wel te laten ontstaan. Hij vond dat ik als vrouw me volledig moest overgeven, door middel van penetratie.33 We bespraken om nog een keer een opstelling te doen waar we aan het einde penetratie zouden hebben. [verdachte] stelde dit voor. Toen dacht ik dat het een vervolgstap was die moest gebeuren voor ik klaar zou zijn met therapie. Voor mijn groei leek het nodig om seks met [verdachte] , penetratie met [verdachte] te hebben om beter te worden. Ik heb het er toen ook met [getuige] over gehad.34 [getuige] is mijn partner.35
Op 11 augustus 2015 zouden we de tijd nemen voor penetratie in een opstelling.
[verdachte] zei dat het onconventioneel was, maar dat hij het voor mij over had. Het was mij duidelijk dat [verdachte] hiermee penetratie bedoelde. We zoenden.36 [verdachte] trok mijn broek en onderkleding uit. Hij begon mij te likken in mijn vagina. Ik heb zijn penis in mijn mond genomen. [verdachte] heeft heel kort met zijn eikel in mijn vagina gezeten. Voor mij was het toen klaar. Ik was blij want ik vond dat we het doel bereikt hadden. [verdachte] heeft met zijn vingers in mij gezeten.37

Getuige [getuige] heeft het volgende verklaard – zakelijk weergegeven -:
Ik heb een relatie met [slachtoffer 2] . Zij ging naar [verdachte] , een haptonoom. Er kwam ter sprake dat er geslachtsgemeenschap moest zijn in een opstelling. Het leek bij haar vast te staan dat het goed zou zijn voor haar. Zij wilde het één keer doen en hoopte dat het niet vaker nodig zou zijn. Volgens mij is dat in augustus 2015 gebeurd.38

Verdachte heeft – zakelijk weergegeven – verklaard:
[slachtoffer 2] ken ik als patiënt.39 Ik werd haar behandelend therapeut.40 Ik heb haar borsten en billen aangeraakt.41

Op 17 mei 2015 heb ik haar gezoend en getongzoend. Zoenen past niet binnen een behandelrelatie. Het klopt dat ik haar in haar oor heb gelikt. Het klopt ook dat ik op haar ben gaan liggen en dat we daarna met onze kruizen over elkaar heen en weer bewogen. Alles is zo gegaan zoals zij heeft verteld. Op 9 juni 2015 heb ik haar inderdaad gezoend. Het klopt dat ik haar onderbroek uit heb gedaan. Ik sluit niet uit dat ik mijn vingers in haar vagina heb gehad. We hebben uitgebreid seksueel contact gehad.
Ik begrijp dat zij dacht dat dit seksuele contact binnen de behandeling plaatsvond.42

Bewijsoverweging
Verdachte heeft ontkend dat hij zijn penis (gedeeltelijk) in de vagina van aangeefster [slachtoffer 2] heeft gebracht/gehouden. Gelet op de verklaring van aangeefster, die wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige] , wordt dit verweer verworpen en acht de rechtbank dit onderdeel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen

Gelet op voormelde bewijsmiddelen is het onder 3 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 4:

Verdachte heeft het ten laste gelegde feit bekend. De raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 september 2017;43

- een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 2 februari 2016;44

- een proces-verbaal van bevindingen van 6 augustus 2016, inhoudende de ontvangst van een klacht van [slachtoffer 2] .45

4 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 7 juni 2013 te Utrecht, terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 1] , die zich als patiënt aan verdachte's zorg had toevertrouwd, immers heeft hij één of meermalen

- met de hand en vingers de borsten van die [verdachte] aangeraakt en over de borsten van die [verdachte] gewreven en

- met de hand en vingers de billen en anus van die [verdachte] aangeraakt en over de billen en anus van die [verdachte] gewreven en

- zijn hand en vingers tussen de schaamlippen van die [verdachte] gebracht/geduwd/ gehouden en

- met zijn vingers de clitoris van die [verdachte] gestimuleerd en aangeraakt.

2.

op tijdstippen in de periode van 31 december 2015 tot en met 27 januari 2016 te Utrecht,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt

op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] , met het oogmerk die [verdachte] , te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen,

door

- de voicemail van die [verdachte] in te spreken en

- e-mails te sturen naar die [verdachte] en

- e-mails te sturen naar die [verdachte] onder een valse naam, te weten

[bijnaam] en

- naar die [verdachte] te bellen en

- naar de woning van die [verdachte] te gaan en aan te bellen en

- een waterflesje met een handgeschreven brief aan de deur van de woning

van die [verdachte] te plaatsen;

3.

op tijdstippen in de periode van 14 april 2015 tot en met 30 december 2015 te Utrecht,

terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg,

ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 2] , die zich als patiënt aan verdachtes zorg had toevertrouwd, immers heeft hij één of meermalen

- met de hand en vingers de borsten van die [slachtoffer 2] aangeraakt

en over de borsten van die [slachtoffer 2] gewreven en in de borsten van

die [slachtoffer 2] geknepen en

- terwijl hij op die [slachtoffer 2] lag en daarbij met zijn kruis op het kruis

van die [slachtoffer 2] lag heen-en-weer-gaande bewegingen gemaakt en

- die [slachtoffer 2] op de mond gezoend en een tongzoen heeft gegeven en

aan het oor heeft gelikt en

- de broek van die [slachtoffer 2] uitgetrokken en vervolgens zijn penis tegen het schaambeen/de vagina van die [slachtoffer 2] gelegd en gehouden en

daarbij heen-en-weer-gaande bewegingen gemaakt en

- die [slachtoffer 2] op zijn, verdachtes, verzoek zijn penis laten vasthouden en

- de onderbroek van die [slachtoffer 2] uitgetrokken en

- zijn hand tegen de vagina van die [slachtoffer 2] gehouden en

- met zijn eikel/penis langs de vagina van die [slachtoffer 2] gewreven en

- zijn penis gedeeltelijk in de vagina van die [slachtoffer 2] gebracht/gehouden en
- de vagina van die [slachtoffer 2] gelikt en

- zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer 2] geduwd/gehouden en

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer 2] gebracht;

4.

op tijdstippen in de periode van 31 december 2015 tot en met 25 januari 2016 te Utrecht,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt

op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2] , met het oogmerk die [slachtoffer 2] te

dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen, door

- de voicemail van die [slachtoffer 2] in te spreken en

- e-mails te sturen naar die [slachtoffer 2] en

- naar de woning van die [slachtoffer 2] te komen en aan te bellen en op de

deur te kloppen en

- voor de woning van die [slachtoffer 2] te staan en daarbij te roepen "ik weet

dat je thuis bent, doe open" en

- brieven bij de woning van die [slachtoffer 2] te bezorgen/brengen en

- whatsapp berichten naar die [slachtoffer 2] te sturen en

- met een stift teksten en woorden op de voordeur van die [slachtoffer 2] heeft

geschreven;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

5 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 1 en 3: als degene die werkzaam is in de gezondheidszorg ontucht plegen met iemand die zich als patiënt aan zijn zorg heeft toevertrouwd, meermalen gepleegd;
Feit 2 en 4: belaging, meermalen gepleegd.

6
6 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 OPLEGGING VAN STRAF

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als (bijzondere) voorwaarden reclasseringstoezicht, een ambulante behandeling en een contactverbod met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] .
Tot slot heeft de officier van justitie ontzetting uit het beroep van fysiotherapeut, haptonoom en coach gevorderd.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft gedurende een langere periode ontucht gepleegd met een tweetal jonge vrouwen met niet alleen fysieke klachten maar ook psychische problematiek, die aan zijn zorg waren toevertrouwd. Verdachte was indertijd werkzaam als hun coach, haptonoom en/of fysiotherapeut. Uit de aangiften blijkt dat het om kwetsbare jonge vrouwen gaat die in een afhankelijke positie, het volste vertrouwen in hem hadden. Verdachte heeft als behandelaar van deze vrouwen misbruik gemaakt van het psychisch overwicht dat hij op hen had en in ernstige mate inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en emotionele integriteit. Verdachte heeft op een manipulatieve en grensoverschrijdende wijze zijn beide slachtoffers onderworpen aan steeds verdergaande seksuele handelingen die geen enkel behandeldoel hadden. Hierbij heeft verdachte erkend dat hij met name zijn eigen gerief en eigen grenzen in het vizier had, zonder daarbij aan de grenzen van zijn slachtoffers te denken. Nadat de slachtoffers het contact met hem hadden verbroken, heeft hij hen gedurende enige tijd op intimiderende wijze belaagd. Verdachte heeft door dit alles schade veroorzaakt en mogelijk ook de behandeling van beide slachtoffers verstoord en/of vertraagd.
In de slachtofferverklaringen geven beide slachtoffers aan dat zij in meerdere opzichten te kampen te hebben gehad en nog steeds kampen met de psychische gevolgen van het handelen van verdachte. Beide slachtoffers hebben aangegeven dat zij door het strafbare handelen van verdachte tot op heden zorgverleners niet of nauwelijks kunnen vertrouwen, alsook zorg zijn gaan mijden.
Verdachte heeft daarnaast door zijn handelen de beroepsgroep waartoe hij behoorde ernstig in diskrediet gebracht.

Wat betreft de persoon van verdachte houdt de rechtbank bij het opleggen van de straf rekening met het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft. Verder is acht geslagen op het reclasseringsadvies van 11 november 2016, opgemaakt door K. Lakeman, reclasseringsmedewerker bij Reclassering Nederland. K. Lakeman adviseert het opleggen van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en een verplichte behandeling bij ambulante forensische zorg.

Verder wordt rekening gehouden met een Pro Justitiarapport van 11 oktober 2016, van
B. van Giessen, klinisch psycholoog. Deze deskundige rapporteert dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een ernstige recidiverende depressieve stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van narcistische persoonlijkheidsproblematiek.
Ten tijde van de ten laste gelegde ontuchtfeiten beïnvloedde de narcistische persoonlijkheidsproblematiek verdachtes gedragskeuzes en gedragingen dusdanig dat Van Giessen adviseert om verdachte ten aanzien van deze feiten als verminderd toerekeningsvatbaar aan te merken.

De depressieve stoornis beïnvloedde verdachtes gedagskeuzes en gedragingen ten tijde van de belagingsfeiten dusdanig dat ook ten aanzien van deze feiten geadviseerd wordt om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar aan te merken.

De rechtbank neemt de conclusie van deskundige Van Giessen over en maakt deze tot de hare.


Gelet op het voorgaande is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden een passende straf is.
Om de kans op recidive zoveel mogelijk te beperken legt de rechtbank een deel van deze straf voorwaardelijk op, met daarbij de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. De proeftijd wordt bepaald op 2 jaar. De rechtbank zal het voorwaardelijke deel van de straf vaststellen op acht maanden, nu behandeling van verdachte voorop dient te staan. Voorts weegt hierbij mee dat verdachtes handelen privé en zakelijk al zware gevolgen voor hem heeft, alsook dat verdachte uit zijn beroep zal worden ontzet. De rechtbank zal de duur van deze ontzetting, gelet op het in art. 31 lid 1 sub 2 Sr. genoemde wettelijke maximum, vaststellen op 5 jaar.
Om de slachtoffers te beschermen zal de rechtbank eveneens, naast de in het reclasseringsrapport vermelde bijzondere voorwaarden, een contactverbod als bijzondere voorwaarde aan de voorwaardelijke straf koppelen.

8
8 BENADEELDE PARTIJEN

[slachtoffer 1]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 5.649,49, met wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 2.149,49 aan materiële schade en € 3.500,00 aan immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.

8.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering ten aanzien van de medische kosten, studievertraging, reiskosten en telefoonkosten niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu het onderzoek naar deze posten een onevenredige belasting van het geding meebrengt.
Het deel van de vordering dat ziet op de sportkleding, verhuiskosten en literatuur dient te worden afgewezen wegens het ontbreken van rechtstreeks verband met de ten laste gelegde feiten. De raadsvrouw heeft tot slot aangevoerd dat de immateriële schade dient te worden gematigd tot € 2.000,00.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De behandeling van de vordering van [slachtoffer 1] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 en 2 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden.

De materiële schade komt, met uitzondering van de post “eigen risico 2016” voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 1.764,49 toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Nu niet van alle schadeposten vast is komen te staan wanneer zij zijn ontstaan, wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf de datum van indiening van de vordering, zijnde 12 september 2017, tot de dag van volledige betaling.

Ten aanzien van de kostenpost eigen risico 2016 kan niet worden vastgesteld dat deze kosten rechtstreeks het gevolg zijn van de bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De rechtbank acht aannemelijk dat de benadeelde partij als gevolg van de bewezenverklaarde feiten immateriële schade heeft geleden en zal hierbij gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid. De rechtbank acht een bedrag van € 2.500,00 redelijk en billijk en zal de vordering ten aanzien van de immateriële schade tot dit bedrag toewijzen. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

[slachtoffer 2]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 19.218,62. Dit bedrag bestaat uit € 15.718,62 aan materiële schade en € 3.500,00 immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten.

8.4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid en 1/3 deel van de gevorderde materiële schade toe te wijzen, tot een bedrag van € 5.239,54. Voor het overige deel van de materiële schade dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard. De gevorderde immateriële schade kan worden toegewezen. De officier van justitie heeft oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

8.5

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering ten aanzien van de materiële schadeposten, dan wel dat deze vordering moet worden afgewezen, nu de behandeling daarvan een onevenredige belasting oplevert voor het strafgeding en onvoldoende is gebleken van een rechtstreeks verband met de ten laste gelegde feiten. De raadsvrouw heeft tot slot aangevoerd dat de immateriële schade dient te worden gematigd tot € 2.000,00.

8.6

Het oordeel van de rechtbank

De behandeling van de vordering van [slachtoffer 2] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 3 en 4 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden.

De materiële schade komt ten aanzien van de posten sportkleding ten behoeve van therapie, kosten Saltro, orthomoleculaire medicatie, medicatie huisarts, EMDR-kit, literatuur, reading Flux trainingen en telefoon- en portokosten voor vergoeding in aanmerking.

De rechtbank zal daarom de vordering tot het bedrag van € 1.589,53 toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Nu niet van alle schadeposten vast is komen te staan wanneer zij zijn ontstaan, wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf de datum van indiening van de vordering, zijnde 12 september 2017, tot de dag van volledige betaling.

Ten aanzien van de kostenposten eigen risico 2016 en 2017, studievertraging, verhuiskosten en reiskosten kan niet worden vastgesteld dat deze kosten rechtstreeks het gevolg zijn van de bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De rechtbank acht aannemelijk dat de benadeelde partij als gevolg van de bewezenverklaarde feiten immateriële schade heeft geleden en zal hierbij gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid.
De rechtbank acht een bedrag van € 2.500,00 redelijk en billijk en zal de vordering ten aanzien van de immateriële schade tot dit bedrag toewijzen. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 28, 31, 36f, 57, 249, 251, 285b van het Wetboek van Strafrecht.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf en maatregel

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;

- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, 8 (acht) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

* zich zal melden bij Reclassering Nederland, Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht, wanneer hij opgeroepen wordt voor een gesprek, en hij zich hierna zal blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zal meewerken aan een behandeling bij ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving

van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- ontzet verdachte van de uitoefening van het beroep van fysiotherapeut,

haptonoom en coach voor de duur van vijf jaren;

Benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag van € 4.264,49, bestaande uit € 2.500,00 aan immateriële schade en € 1.764,49 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 2017 tot de dag van volledige betaling;

- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 4.264,49 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 52 dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

[slachtoffer 2]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag van
€ 4.089,53, bestaande uit € 2.500,00 aan immateriële schade en € 1.589,53
aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 2017 tot de dag van volledige betaling;

- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 4.089,53 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 50 dagen hechtenis;

- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mrs. N.H.J.M. Veldman-Gielen en A. Blanke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.A. Groenevelt-Timmer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 oktober 2017.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012

tot en met 7 juni 2013 te Utrecht, terwijl hij toen werkzaam was in de

gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met

[slachtoffer 1] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachte's hulp en/of

zorg had toevertrouwd, immers heeft hij één of meermalen (telkens)

- met de hand en/of vinger(s) de borst(en) van die [slachtoffer 1]

betast/aangeraakt en/of over de borsten van die [slachtoffer 1] gewreven en/of

- met de hand en/of vinger(s) de billen en/of anus van die [slachtoffer 1]

betast/aangeraakt en/of over de billen en/of anus van die [slachtoffer 1]

gewreven en/of

- zijn hand en/of vinger(s) tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1]

gebracht en/of geduwd en/of gehouden en/of

- met zijn vinger(s) de clitoris van die [slachtoffer 1] gestimuleerd en/of

aangeraakt en/of

- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1]

gebracht/geduwd/gehouden;

art 249 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 december 2015

tot en met 27 januari 2016 te Utrecht, althans in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt

op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] , in elk geval van

een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 1] , in elk geval die ander te

dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

door (telkens)

- de voicemail van die [slachtoffer 1] in te spreken en/of

- e-mails te sturen naar die [slachtoffer 1] en/of

- e-mails te sturen naar die [slachtoffer 1] onder een valse naam, te weten

[bijnaam] en/of

- naar die [slachtoffer 1] te bellen en/of

- naar de woning van die [slachtoffer 1] te gaan en/of aan te bellen en/of

- een (water)flesje (met een handgeschreven brief) aan de deur van de woning

van die [slachtoffer 1] te plaatsen;

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 april 2015

tot en met 30 december 2015 te Utrecht,

terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg,

ontucht heeft gepleegd

met [slachtoffer 2] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of

zorg had toevertrouwd,

immers heeft hij één of meermalen (telkens)

- met de hand en/of vinger(s) de borst(en) van die [slachtoffer 2] betast/aangeraakt

en/of over de borst(en) van die [slachtoffer 2] gewreven en/of in de borst(en) van

die [slachtoffer 2] geknepen en/of

- ( terwijl hij op die [slachtoffer 2] lag en/of daarbij met zijn kruis op het kruis

van die [slachtoffer 2] lag) heen-en-weer-gaande bewegingen gemaakt en/of

- die [slachtoffer 2] (op de mond) gezoend en/of een tongzoen heeft gegeven en/of

aan het oor heeft gelikt en/of

- de broek van die [slachtoffer 2] uitgetrokken en/of (vervolgens) zijn penis in de

buurt en/of tegen het schaambeen/de vagina van die [slachtoffer 2] gelegd/gehouden

en/of (daarbij) heen-en-weer-gaande bewegingen gemaakt en/of

- die [slachtoffer 2] op zijn, verdachtes, verzoek zijn penis laten vasthouden en/of

- de onderbroek van die [slachtoffer 2] uitgetrokken en/of

- zijn hand tegen de vagina van die [slachtoffer 2] gehouden en/of

- met zijn eikel/penis langs de vagina van die [slachtoffer 2] gewreven en/of

- zijn penis (gedeeltelijk) in de vagina van die [slachtoffer 2]

geduwd/gebracht/gehouden, althans geprobeerd zijn penis in de vagina van die

te duwen/brengen/houden en/of

- de vagina van die [slachtoffer 2] gelikt en/of

- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht/gehouden en/of

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer 2] gebracht/gehouden;

art 249 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 december 2015

tot en met 25 januari 2016 te Utrecht, althans in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt

op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2] , in elk geval van

een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 2] , in elk geval die ander te

dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

door (telkens)

- de voicemail van die [slachtoffer 2] in te spreken en/of

- e-mails te sturen naar die [slachtoffer 2] en/of

- naar de woning van die [slachtoffer 2] te komen en/of aan te bellen en/of op de

deur te kloppen en/of

- voor de woning van die [slachtoffer 2] te staan en/of daarbij te roepen "ik weet

dat je thuis bent, doe open" en/of

- een of meer brieven bij de woning van die [slachtoffer 2] te bezorgen/brengen en/of

- een of meer whatsapp berichten naar die [slachtoffer 2] te sturen en/of

- met een stift teksten en/of woorden op de voordeur van die [slachtoffer 2] heeft

geschreven;

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 29 september 2016, genummerd 2016004470, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 254. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 5 april 2016, pag. 181.

3 Idem, pag. 182.

4 Idem, pag. 183.

5 Idem, pag. 184 en 185.

6 Idem, pag. 184.

7 Idem, pag. 185.

8 Idem. pag. 186.

9 Idem, pag. 187.

10 Idem, pag. 188.

11 Idem, pag. 189.

12 De verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 18 september 2017.

13 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 18 augustus 2016, pag. 61.

14 De verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 18 september 2017.

15 Het proces-verbaal van verhoor getuige van 4 juli 2016, pag. 172.

16 Idem, pag. 174.

17 Idem, pag. 175.

18 De verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 18 september 2017.

19 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 27 januari 2016, pag. 215 tot en met 219.

20 Het proces-verbaal van bevindingen van 8 augustus 2016, pag. 235 en 236.

21 Het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 2] van 24 maart 2016, pag. 82.

22 Het proces-verbaal van bevindingen van 8 februari 2016, pag. 73.

23 Idem, pag. 83 en het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 2 februari 2016, pag. 136.

24 Het proces-verbaal van bevindingen van 8 februari 2016, pag. 74.

25 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 2 februari 2016, pag. 86.

26 Idem, pag. 87.

27 Idem, pag. 88.

28 Idem, pag. 89.

29 Idem, pag. 90.

30 Idem, pag. 91.

31 Idem, pag. 92.

32 Idem, pag. 93.

33 Idem, pag. 94.

34 Idem, pag. 95.

35 Het proces-verbaal van bevindingen van 8 februari 2016, pag. 74.

36 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 2 februari 2016, pag. 96.

37 Idem, pag. 96.

38 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige] van 29 maart 2016, pag. 148.

39 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 16 augustus 2016, pag. 37.

40 Idem, pag. 38.

41 Idem, pag. 39.

42 De verklaring van verdachte, afgelegd ter zitting van 18 september 2017.

43 Idem.

44 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 2 februari 2016, pag. 137 tot en met 139.

45 Het proces-verbaal van bevindingen van 6 augustus 2017, pag. 140.